Gemeenteblad van Zeist

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
ZeistGemeenteblad 2020, 300385Verordeningen



Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Zeist houdende regels omtrent de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing (Verordening afvalstoffenheffing 2021)

De raad van de gemeente Zeist;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22 september 2020;

 

gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

 

besluit:

 

vast te stellen de:

 

 

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2021

 

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt onder ‘gebruik maken’ verstaan: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

  • 2.

    De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel;

  • 2.

    Voor de bepaling van het aantal personen dat gebruik maakt van een perceel wordt uitgegaan van de situatie op het tijdstip van het ontstaan van de belastingschuld.

Artikel 5 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht;

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven;

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven;

  • 4.

    Indien het aantal personen dat gebruik maakt van een perceel in de loop van het jaar wijziging ondergaat, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar na de wijziging nog volle kalendermaanden overblijven en bestaat uit het verschil, in het tarief over die periode, tussen de eerder vastgestelde belastingschuld en de belastingschuld na wijziging;

  • 5.

    Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt;

  • 6.

    Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel 8 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het 1e en 2e lid gestelde termijnen.

Hoofdstuk II Aanvullende bepalingen

Artikel 9 Overgangsrecht

De ‘Verordening afvalstoffenheffing 2020’ vastgesteld bij raadsbesluit van 12 november 2019, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 10 december 2019, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 10 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

Artikel 11 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening afvalstoffenheffing 2021’.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 november 2020.

mr. J. Janssen, griffier

drs. J.J.L.M. Janssen, voorzitter

Gemeente Zeist

Bijlage 1: Tarieventabel behorende bij de verordening afvalstoffenheffing 2021

Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing

1.

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar:

1.1.

Bij gebruik daarvan door 1 persoon

267,60

1.2.

Bij gebruik daarvan door 2 personen

309,60

1.3.

Bij gebruik daarvan door meer dan 2 personen,

maar niet meer dan 10 personen

391,80

1.4.

Bij gebruik daarvan door meer dan 10 personen,

maar niet meer dan 25 personen

1.205,40

1.5.

Bij gebruik daarvan door meer dan 25 personen,

maar niet meer dan 50 personen

3.022,80

1.6.

Bij gebruik daarvan door meer dan 50 personen

12.290,40

2.

De belasting als bedoeld in onderdeel 1 wordt vermeerderd voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van meer minicontainers dan de twee van gemeentewege aan het perceel verstrekte minicontainers:

2.1.

voor elke tweede en volgende grijze minicontainer

90,00

 

Behoort bij raadsbesluit van 10 november 2020.

 

De griffier,