Gemeenteblad van Best

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
BestGemeenteblad 2020, 29821Beleidsregels



Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie

Tekstplaatsing

 

De Heffingsambtenaar van de gemeente Best;

 

gelet op het bepaalde in:

  • -

    artikel 1 van de Verordening onroerende-zaakbelastingen;

  • -

    artikel 2 van de Verordening hondenbelasting;

  • -

    artikel 3 van de Verordening rioolheffing;

  • -

    artikel 4 van de Verordening Afvalstoffenheffing;

  • -

    hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ).

besluit:

 

vast te stellen de navolgende beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige en van een WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie (Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie):

 

A. Algemeen

In sommige gevallen brengen de wettelijke regels met zich mee dat meer personen belastingplichtig kunnen zijn voor één belastingobject (onroerende zaak, perceel, hond).

In de gevallen waarin dat voorkomt mag de gemeente de aanslag ten name van één van de belastingplichtigen stellen. In deze gevallen hanteert de gemeente Best een voorkeursvolgorde bij de aanwijzing van de belastingplichtige die de aanslag op zijn of haar naam krijgt.

Deze voorkeursvolgorde is gebaseerd op veronderstelde betaalcapaciteit en doelmatige c.q. doeltreffende heffing en invordering en wordt toegepast voor zover de gegevens voorhanden of te achterhalen zijn. De in de voorkeursvolgorde neergelegde criteria bevatten geen limitatieve opsomming. Zij moeten worden beschouwd als richtlijnen voor de meest voorkomende gevallen.

B. Voorkeursvolgorde

 

1. Onroerende-zaakbelastingen van genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht

  • 1.1

    Indien er met betrekking tot één onroerende zaak meer personen genothebbende zijn, gelden de volgende criteria bij de tenaamstelling van de aanslag.

  • 1.1.1

    Allereerst wordt bezien of er verschillende categorieën genothebbende zijn. Indien dat het geval is, wordt de onderstaande voorkeursvolgorde tussen de categorieën aangehouden:

    • 1.1.2

      allereerst de beperkt gerechtigde waarbij de volgende voorkeursvolgorde geldt:

      • a.

        de vruchtgebruiker c.q. gerechtigde krachtens recht van gebruik en bewoning;

      • b.

        de opstaller, met uitzondering van degene die een afhankelijk opstalrecht, dan wel een opstalrecht ten behoeve van de aanleg en het onderhoud van onder- of bovengrondse leidingen heeft;

      • c.

        de erfpachter;

    • 1.1.3

      vervolgens de eigenaar of de appartementsgerechtigde;

    • 1.1.4

      en tenslotte degene die op andere wijze als genothebbende naar voren komt, daaronder begrepen de bezitter.

  • 1.2

    Als één categorie uit meer personen bestaat, wordt de onderstaande volgorde tussen de personen aangehouden:

    • 1.2.1

      indien er één of meer personen zijn die volgens de beschikbare gegevens in Nederland wonen of gevestigd zijn wordt de beschikking in onderstaande volgorde gesteld ten name van degene van hen:

      • 1.2.1.1

        degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft;

      • 1.2.1.2

        bij gelijke aandelen: de oudste in leeftijd;

      • 1.2.1.3

        bij gelijke leeftijd: de eerstgerechtigde in de volgorde die door het kadaster wordt aangehouden;

      • 1.2.1.4

        degene die bij de gemeente Best als genothebbende of gebruiker bekend is;

    • 1.2.2

      indien er geen personen zijn die volgens de beschikbare gegevens in Nederland wonen of gevestigd zijn, maar wel personen die volgens de beschikbare gegevens in het buitenland wonen of gevestigd zijn, wordt de beschikking in onderstaande volgorde gesteld ten name van degene van hen:

      • 1.2.2.1

        die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft;

      • 1.2.2.2

        bij gelijke aandelen: de oudste in leeftijd;

      • 1.2.2.3

        bij gelijke leeftijd: de eerstgerechtigde in de volgorde die door het kadaster wordt aangehouden;

      • 1.2.2.4

        degene die bij de gemeente Best als genothebbende of gebruiker bekend is.

2. Onroerende-zaakbelastingen van gebruikers

  • 2.1

    Met betrekking tot de onroerende-zaakbelasting die wordt geheven van gebruikers wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

    • 2.1.1

      degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt aangemerkt;

    • 2.1.2

      degene die het langst op het betreffende adres gevestigd is;

    • 2.1.3

      de oudste in leeftijd;

    • 2.1.4

      degene die als gebruiker in het bestand van het nutsbedrijf vermeld is dan wel op andere wijze als gebruiker naar voren komt.

  • 2.2

    Met betrekking tot de onroerende-zaakbelasting, die wordt geheven van gebruikers die geen rechtspersoonlijkheid bezittende lichamen zijn, wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

    • 2.2.1

      bij een maatschap:

      een van degenen die als rechtsgeldig vertegenwoordiger naar voren treedt, met dien verstande dat desgevraagd de aanslag op naam van de maatschap kan gesteld worden op voorwaarde dat bij een maatschap met twee leden beide leden en bij een maatschap met drie of meer leden minimaal drie leden van de maatschap zich in een vaststellingsovereenkomst hoofdelijk aansprakelijk stellen voor voldoening van de aanslag, in welke overeenkomst nadere regels hieromtrent zullen moeten zijn opgenomen;

    • 2.2.2

      bij een vennootschap onder firma (V.O.F.) of een commanditaire vennootschap (C.V.): de V.O.F. respectievelijk de C.V.

    • 2.2.3

      bij een eenmanszaak: de handelsnaam.

3. Afvalstoffenheffing en rioolheffing

  • A.

    Als een perceel als afzonderlijk geheel door een particuliere huishouding wordt gebruikt, wordt achtereenvolgens als belastingplichtige aangewezen:

    • 3.1

      Indien er meer personen gebruiker van het perceel zijn wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

      • 3.1.1

        degene die het langst op het desbetreffende adres woonachtig is;

      • 3.1.2

        bij gelijktijdige vestiging: de oudste in leeftijd;

      • 3.1.3

        degene die bij de gemeente Best reeds als belastingplichtige in de administratie voorkomt;

      • 3.1.4

        degene die de energievoorziening van het belastingobject op naam heeft;

      • 3.1.5

        degene die op andere wijze als gebruiker naar voren komt.

  • B.

    Als een perceel bestaat uit meerdere niet zelfstandig te gebruiken wooneenheden, of als het perceel, bestaande uit zelfstandig of niet zelfstandig te gebruiken eenheden telkens voor korte perioden wordt verhuurd, wordt achtereenvolgens als belastingplichtige aangewezen:

    • 3.2

      de verhuurder;

    • 3.2.1

      degene die het langst op dat adres staat ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie;

    • 3.2.2

      Bij gelijktijdige vestiging: de oudste in leeftijd;

    • 3.2.3

      Degene die op andere wijze als gebruiker naar voren komt.

4. Hondenbelasting

Per huishouden wordt vastgesteld of er één of meerdere honden door leden van het huishouden worden gehouden. De leden van een huishouden zijn alle personen die naar de omstandigheden beoordeeld deel uitmaken van een gezamenlijke economische eenheid.

  • 4.1

    Indien meer personen houder van de hond zijn wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

    • 4.2

      degene die het object waar de hond wordt gehouden, het langst gebruikt;

    • 4.3

      bij gelijktijdige vestiging de oudste in leeftijd;

    • 4.4

      degene die, naar (andere) omstandigheden beoordeeld, daarvoor in aanmerking komt.

C. Overige criteria

 

5. Meer dan één aanslag verenigd op één aanslagbiljet

  • 5.1

    Indien en voor zover aanslagen van verschillende gemeentelijke belastingen worden verenigd op één aanslagbiljet, worden deze in onderstaande volgorde ten name gesteld van de belastingplichtige die:

    • 5.1.1

      ingevolge onderdeel 1 kan worden aangewezen;

    • 5.1.2

      ingevolge onderdeel 2 kan worden aangewezen;

    • 5.1.3

      ingevolge de onderdelen 3 en 4 kan worden aangewezen.

6. Uitzonderingen op voorgaande criteria

  • 6.1

    De onderdelen 1 tot en met 5 vinden geen toepassing indien:

    • 6.1.1

      de aanslag kan worden opgelegd aan degene die met betrekking tot het voorgaande belastingtijdvak of kalenderjaar de aanslag heeft gekregen, gezorgd heeft dat de aanslag betaald is en nog steeds belastingplichtig is;

    • 6.1.2

      bij de gemeente Best schriftelijk is bekendgemaakt, dat één van de potentiële belastingplichtigen de desbetreffende aanslag op zijn/haar naam wil hebben, althans voor zover dit niet leidt tot een mogelijke situatie dat de belasting niet kan worden betaald of niet kan worden ingevorderd.

7. Tijdvakbelasting

  • 7.1

    Voor zover de belasting wordt geheven over een belastingtijdvak, is bij de toepassing van de voorkeursvolgorde beslissend de situatie bij de aanvang van dat tijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

8. Andere keuze

  • 8.1

    Aangezien de voorkeursvolgorde erop is gericht de aanslag op te leggen aan een belastingplichtige die in staat geacht mag worden om de belasting te betalen, kan ook tot een andere keuze gekomen worden dan uit de voorkeursvolgorde zou volgen.9. Ingangsdatum wijzigingen.

9. Ingangsdatum wijzigingen

  • 9.1

    Wijzigingen kunnen - indien reeds een aanslag aan een belastingplichtige is opgelegd - pas plaatsvinden met ingang van het eerstvolgende belastingtijdvak.

10. Afwijkende aanslagoplegging

  • 10.1

    Indien door welke oorzaak dan ook een aanslag wordt opgelegd in afwijking van het in de voorgaande onderdelen bepaalde, is die aanslag alleen vernietigbaar als er sprake is van willekeur (beroep bij de rechter is mogelijk).

11. Belastingheffing op andere wijze dan bij wege van aanslag

  • 11.1

    Indien een belasting niet wordt geheven bij wege van aanslag, maar op andere wijze, is het bepaalde in de onderdelen 1 tot en met 10 van overeenkomstige toepassing.

D. WOZ-belanghebbende

In de gevallen dat er een keuzesituatie bestaat met betrekking tot de tenaamstelling van een beschikking ingevolge hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken zijn de beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie, voor zover zij betrekking hebben op de onroerende-zaakbelastingen van overeenkomstige toepassing.

E. Slotbepalingen

  • 12.

    Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 januari 2011. Bij bekendmaking na 1 januari 2011 treden zij in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking en werken terug tot 1 januari 2011.

  • 13.

    Tegelijkertijd komen de Beleidsregels voor het voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie van 2 mei 2006 te vervallen, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan.

  • 14.

    De regeling kan worden aangehaald als: ‘Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie’.

Aldus vastgesteld op 11 januari 2011.

De Heffingsambtenaar