Toelichting
Nadere regels bij reclame-uitingen
Algemeen
De hoofdregel is dat afwijkend gebruik van de openbare plaats door het plaatsen van objecten verboden is indien dit:
- -
schade toebrengt of kan toebrengen;
- -
de bruikbaarheid belemmert of kan belemmeren;
- -
gevaar oplevert voor de bruikbaarheid of het doelmatig en veilig gebruik ervan;
- -
een belemmering vormt of kan vormen voor het doelmatig beheer of onderhoud.
Daarnaast is afwijkend gebruik van de openbare plaats verboden indien dit in strijd is met de redelijk eisen van welstand.
Deze hoofdregel vindt u in artikel 2:10 APV. Het college van burgemeester en wethouders kan op grond van lid 2 van dat artikel nadere regels stellen voor objecten op een openbare plaats. Om inzicht te geven in de situaties waarin het plaatsen van reclame-uitingen in het algemeen als toelaatbaar afwijkend gebruik op de openbare plaats wordt gezien, zijn deze nadere regels vastgesteld.
Reclameobjecten
Om wildgroei van tijdelijke reclameobjecten en daarmee een rommelig verkeersonveilig straatbeeld te voorkomen, wordt het plaatsen van borden gereguleerd door een exploitant hiervoor aan te wijzen. Ondernemers moeten zich tot de exploitant wenden om tegen betaling de tijdelijke reclame geplaatst te krijgen. Met de exploitant zijn afspraken gemaakt over de tarieven voor ideële reclame, de locaties en het uiterlijk aanzien. Hiermee kan de wildgroei van borden worden voorkomen en wordt een verkeersonveilig straatbeeld weggenomen.
Spandoeken
Het plaatsen van spandoeken is onder voorwaarden toegestaan voor niet- commerciële reclame. Het gaat dan om sportieve, educatieve, ideële, sociale en culturele activiteiten en evenementen die in de Utrechtse Heuvelrug plaatsvinden. Hieronder vallen ook gezamenlijke activiteiten van ondernemers, zoals bijvoorbeeld een sinterklaasfeest of het ‘landenfestival’.
Het plaatsen van de spandoeken mag alleen na overleg met de gemeente over de locatie en de wijze van ophanging. Voor spandoeken zijn niet vooraf plaatsen aangewezen. In overleg met de gemeente wordt een locatie afgesproken met bijbehorende hoogte en wijze van uitvoering. Hierbij wordt getoetst aan de gestelde voorwaarden in de nadere regels in een individueel geval. Zo kan maatwerk worden geleverd.
Handhaving
Houdt men zich niet aan de nadere regels dan is sprake van een overtreding van het verbod
van artikel 2:10 APV. Handhaving vindt plaats door de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen personen.