Gemeenteblad van Helmond

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
HelmondGemeenteblad 2020, 294054Beleidsregels



Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond houdende regels omtrent zonnepanelen (Beleidsregels zonnevelden en zonnedaken Gemeente Helmond)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond, collegevoorstel 50368767;

 

Gelet op artikel 4:81 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

Gelet op artikel 160, eerste lid, onder e van de Gemeentewet;

 

Gelet op de Visie Zonnevelden Helmond;

 

 

Besluit

 

  • I.

    de navolgende beleidsregel vast te stellen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

 

  • a.

    Zonnedak: een dak van een bouwwerk waarvan het dakvlak merendeels uit zonnepanelen bestaat.

  • b.

    Zonneveld: een begrensd gebied waarop zonnepanelen staan. Binnen de grenzen vallen in ieder geval de grond onder de zonnepanelen, de tussenliggende stroken, de onderhouds- paden en de technische installaties.

  • c.

    Zelfstandige zonnepanelen: zonnepanelen die op zichzelf staan. Deze zijn niet afhankelijk van daken.

  • d.

    Participatie: het actief deelnemen of betrokken zijn bij het proces rond het tot stand komen van een zonneveld. Onderverdeeld in plan deel A en deel B. Deel A is een praktisch plan van aanpak inzake draagvlak. Deel B is het deel waarbij wij de initiatiefnemer verzoeken middels een inspanningsverplichting een participatie plan met betrekking tot eventuele financiële participatie.

  • e.

    Zonneveld afweegbaar: een gebied waar het mogelijk is dat er zonneveld kan worden gerealiseerd, zoals is weergegeven in de visie.

  • f.

    Zonneveld uitgesloten: een gebied waar het door meerdere belemmeringen niet mogelijk en/of wenselijk is een zonneveld te realiseren, zoals is weergegeven in de visie.

  • g.

    Ruimtelijke inpassing: de ruimte die nodig is om het zonneveld goed landschappelijk in te passen. Hieronder valt ook een goede ruimtelijke onderbouwing in het kader van de Wet ruimtelijke ordening.

  • h.

    Visie: de Visie Zonnevelden en zonnedaken in de gemeente Helmond 2020, zoals vastgesteld door de raad op 30 juni 2020 De visie bevat ook een gemeentelijk afwegingskader, waar deze beleidsregels onderdeel van uitmaken.

Artikel 2. Zonneveld afweegbaar

In de collegeperiode 2018-2022 zijn zonnevelden mogelijk in de gebieden ‘Zonneveld afweegbaar’. Het gaat om de gebieden zoals weergegeven in de Visie en in bijlage 1 behorende bij deze beleidsregel.

Artikel 3. Zonneveld uitgesloten

In de collegeperiode 2018-2022 worden geen zonnevelden toegestaan in de gebieden ‘Zonneveld uitgesloten’. Het gaat om de gebieden zoals weergegeven in de Visie en in bijlage 1.

Artikel 4. Afwegingskader

  • 1.

    De aanvrager moet aantonen dat op er op de dakvlakken van bestaande bouwblokken geen of onvoldoende mogelijkheden zijn om zonnepanelen te realiseren. Indien er op de dakvlakken van bestaande bouwblokken mogelijkheden zijn voor het realiseren van zonnepanelen, dan dient de aanvrager deze mogelijkheden te benutten.

  • 2.

    De geldigheidsduur van de te verlenen omgevingsvergunning voor zelfstandige zonnepanelen bedraagt maximaal 25 jaar.

  • 3.

    Het college zal bij elke aanvraag een Bibob-procedure uitvoeren in relatie tot de aanvrager van een initiatief.

  • 4.

    De aanvrager moet met het indienen van aanvraag financiële zekerheid geven om de opstellingen voor de zonnepanelen na de looptijd van de vergunning duurzaam te kunnen verwijderen. Daarbij heeft de aanvrager de verantwoordelijkheid de gebruikte grond in (minimaal) de oorspronkelijke staat terug te brengen.

  • 5.

    De locatie van het zonnepark is vanuit technisch oogpunt aanvaardbaar:

    • a.

      Er moet sprake zijn van een ligging in de nabijheid van bestaande energie-infrastructuur, in de nabijheid van grote afnemers of bij locaties die reeds voorzien zijn van een voldoende zware aansluiting.

    • b.

      Voorafgaand aan de aanvraag van de vergunning moet er overeenstemming zijn met Enexis over de haalbaarheid van het project in relatie tot de schaarste op het elektranet in en om Helmond. Of er dient overeenstemming met een partij/partijen te zijn over directe/rechtstreekse afname, zodat teruglevering niet noodzakelijk is.

  • 6.

    De locatie van het zonnepark is vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar:

    • a.

      De aanvraag wordt getoetst aan de in de Visie omschreven ontwerprichtlijnen op de drie niveaus: landschap, kavel en object.

      Hierbij is de Visie leidend.

  • 7.

    Bij vergunningverlening moet de aanvrager de biodiversiteit aantoonbaar borgen en/of verbeteren, door aansluiting te zoeken bij gebiedskenmerken en het versterken van aanwezige beplanting.

  • 8.

    Bij initiatieven voor de realisatie van een zonneveld dient de aanvrager vooraf het draagvlak van het initiatief onder de omwonenden te toetsen door middel van een plan van aanpak participatie deel A.

  • 9.

    Bij zonneparken groter dan 5.000 m2 toont de aanvrager de maatschappelijke meerwaarde aan, door in te gaan op de volgende aspecten:

    • a.

      de mate van meervoudig ruimtegebruik;

    • b.

      de maatregelen die worden getroffen om de impact op de omgeving te beperken;

    • c.

      de bijdrage die wordt geleverd aan maatschappelijke doelen.

  • 10.

    Vooruitlopende op de nog vast te stellen Regionale Energie Strategie (RES) is het uitgangspunt dat per project de afweging wordt gemaakt welke bijdrage wordt gevraagd ten behoeve van de maatschappelijke waarde in relatie tot 50% deelname van burgers zoals in voornoemde RES wordt gevraagd. Er is dus een directe relatie tussen de 50% deelname en de maatregelen ten behoeve van inpassing en de maatschappelijke doelstellingen.

    De aanvrager zal, vooruitlopend op de aanvraag vergunning, een schriftelijke toelichting moeten geven inzake het te doorlopen proces, , met betrekking tot het participatieplan deel B.

Voorbeelden zijn:

  • Inspanningsverplichtingen

  • Meervoudig opdrachtgeverschap

  • Omgevingsovereenkomst waarin een participatieplan is opgenomen

  • Samenwerkingsovereenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente.

Naast datgene dat van toepassing is verklaard in artikel 4 zijn de volgende criteria van toepassing bij de beoordeling van aanvragen die vallen onder het regiem van deze beleidsregels:

 

  • 1.

    Voorafgaand aan het indienen van de vergunning aanvraag dient:

    • a.

      Door initiatiefnemer overleg plaats te vinden met ENEXIS;

    • b.

      Een getekende offerte van ENEXIS inzake benodigde aansluiting gedateerd voor inwerkingtreding van dit beleid, met uitgewerkt voorstel te worden aangeleverd. (Waarbij het participatie traject als benoemd in artikel 4.8 voorafgaand wordt doorlopen is).

  • 2.

    Voorafgaand aan de verlening van de vergunning zal het College in overleg met ENEXIS en de RES gemeentes aangeven of de benodigde ruimte op het elektranet, aan voorliggend project kan worden toegekend of dat dit in gezet dient te worden voor de uitwerking van punt 1 van de visie zonnevelden of voor de verdere invulling van de RES. Bij een negatief advies kan dit leiden tot niet vergunnen.

  • 3.

    Voorgaande geldt in elk geval voor de periode tot aan de 1e evaluatie van dit beleid zijnde september 2021.

Artikel 5. Ruimtelijke inpassing

Het college neemt de uiteindelijke beslissing over de ruimtelijke inpassing en de omvang van een concreet zonneveld-initiatief.

Artikel 6. Plan voor participatie deel A en B

Elke initiatiefnemer die voornemens is een zonneveld aan te leggen, zal bij de aanvraag omgevingsvergunning een participatieplan moeten overleggen. Dit plan omvat de financiële participatie van inwoners van de gemeente Helmond en omwonenden van het zonneveld, zoals beschreven in artikel 4. lid10 en wordt opgenomen als deel B. De participatie inzake draagvlak zoals benoemd in artikel 4. lid 8 heeft dan al plaatsgevonden. Het plan van aanpak en de evaluatie en wordt opgenomen in het participatieplan als Deel A.

Artikel 7. Evaluatie

Deze beleidsregels zullen als onderdeel van de Visie Zonnevelden en zonnedaken in de gemeente Helmond 2020 één jaar na inwerkingtreding, in ieder geval uiterlijk 1 september 2021, worden geëvalueerd.

Artikel 8. Legesverordening

Ten behoeve van de vergunningaanvraag is de Legesverordening van de gemeente Helmond van toepassing.

Artikel 9. Hardheidsclausule

Het college is bevoegd om gemotiveerd af te wijken van de regeling indien onverkorte toepassing zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard. Gebruik van de hardheidsclausule wordt gezien als maatwerk.

Artikel 10. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking van het besluit.

Artikel 11. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: “Beleidsregels zonnevelden en zonnedaken Gemeente Helmond”.

Besloten in de vergadering van 3 november 2020

Burgemeester en wethouders van Helmond,

mevrouw P.J.M.G. Blanksma-van den Heuvel

de burgemeester

H.J. de Ruiter

de secretaris

Bijlage 1  

 

 

Toelichting op de beleidsregels

Artikel 1.a

 

Via het Omgevingsloket kan de aanvrager achterhalen of een omgevingsvergunning nodig is voor het realiseren van zonnepanelen op het dakvlak.

 

Artikel 4.1

 

In het Klimaatakkoord is ook afgesproken dat de betrokken partijen eerst kijken of zonnepanelen op gebouwen gelegd kunnen worden. Daarna pas op ongebruikte terreinen in bebouwd gebied. Buiten de bebouwde kom gaat de voorkeur uit naar het combineren van functies. Bijvoorbeeld zonnepanelen op vuilnisbelten en in bermen van spoor- en autowegen. Deze voorkeursvolgorde heet de ‘zonneladder’. De zonneladder moet voorkomen dat zonnepanelen op landbouw- en natuurgrond gelegd worden als dat niet nodig is.

 

Provinciale Staten van de provincie Brabant verwijzen ook naar deze zonneladder. De Gedeputeerde heeft op 18 februari 2019 naar aanleiding van de door Provinciale Staten aangenomen motie ‘ladder voor duurzaamheid’ gemeld dat het provinciale afwegingskader voor zon, door de provincie al gewerkt wordt in de geest van de Zonne-ladder. Het provinciale beleid zet gemeenten aan om in beginsel alleen medewerking te verlenen aan zonneparken als er sprake is van een opgave in elektriciteitsopwekking waarvoor onvoldoende ruimte is op daken, overige locaties in bebouwd gebied en op hergebruikslocaties in het buitengebied.

 

Zie ook bijlage 4 in de visie.

 

Artikel 4.4

 

De aanvrager maakt een opgave wat het weghalen van de totale constructie en het terugbrengen in de oude of de verbeterde staat kost. Dit geld moet de aanvrager in de bussinescase reserveren. De regel probeert te voorkomen dat na 25 jaar – wanneer de aanvrager het zonneveld moet amoveren – er een discussie ontstaat en er geen geld is om dat te doen. De aanvrager heeft hier een verantwoordelijkheid te nemen.

 

Artikel 4.6a

 

Notitie randvoorwaarde landschappelijke inpassing zonneweide.

Datum: 19/10/2020

 

Algemene voorwaarde:

 

  • Alle toe gepaste beplanting is inheems. Wordt verkregen van inheems zaad/stek bij voorkeur lokaal/streek eigen.

  • Hoogte van de zonnepanelen:

    • o

      De plaatsing van de zonnepanelen mag niet in het zicht zijn van de gebruikers/recreanten [fietsers en wandelaars] vanaf de openbaar toegankelijke wegen en paden.

    • o

      Bij plaatsing van de panelen hoog boven de velden, dient aan getoond te worden dat dit geen negatieve effecten heeft op het bodemleven en de kruiden/gras beplanting.

  • Toegangspoorten:

    • o

      De vorm/beeld is baseert op landbouwpoorten, zoals in directe omgeving.

Specifieke voorwaarde vanuit de directe omgeving:

[Hierbij gaat het over de randen van de percelen, tussen percelen onderling en naar buurpercelen]

 

  • Randen met bestaande doorgaande boomstructuur:

    • o

      De vrije ruimte tot de inrichting van de zonnevelden [inclusief paden en voorzieningen] is gelijk aan de toekomstige hoogte van de bomen.

      De hoogte van een volwassen boom volgens algemene kennis bij voorkeur via het Norminstituut Bomen.

    • o

      De hoogte is ook de afstand van af de boom waar men de zonnepanelen [inclusief de bij behorende infrastructuur en technische voorzingen] mag gaan realiseren.

    • o

      In de vrije ruimte [hoogte=lengte] komt een aanplant van inheemse beplanting die het perceel afschermt, eventueel ook de toegankelijkheid regelt. Deze beplanting is niet hoger dan noodzakelijk om zicht onder de kroon van de boom door en over de hoogte van de struweel beplanting nog voldoende lucht te kunnen zien om te kunnen spreken van een open, half open landschap.

    • o

      Eventueel een sloot in deze strook is mogelijk mits dit buiten de huidige kroonprojectie blijft.

  • Watergang door/naast perceel:

    • o

      De watergang krijgt aan een zijde een onderhoudspad wat niet behoort tot het zonneveld. Met aansluitend een strook van minimaal 5 meter waarin struweel wordt aangeplant. [in beheer mag dit niet hoger dan 5 meter worden]

    • o

      Aan de andere zijde is een ruime vergraven flauwe natuurvriendelijke oever met een talud van minimaal 1:7 met een plasdras berm van 3 meter. Aansluitend is hier een strook van ruig/kruidenrijk/bloemrijk gras van 4 meter wat niet behoord tot het functioneren van het zonneveld.

  • Randen zonder bestaande beplanting/naar buurpercelen:

    • o

      Aanbrengen van een struweel met opgaan de bomen of opgaande meerstammige bomen. De hoogte van het struweel kan variëren van minimaal 3 meter tot ongeveer 10 meter.

Het is mogelijk om nadere eisen te stellen bij locaties waarbij dat nodig wordt geacht.

 

Artikel 4.9

 

De visie geeft aan of er ergens meerwaarde kan worden behaald bijvoorbeeld door het gebruik van vervuilde grond, aanpassingen in biodiversiteit, bijdrage aan educatie-doeleinden e.d.

 

De visie geeft aan dat de aanvrager in beeld moet brengen hoe de ontwikkeling goed past in de omgeving, hoe bewoners worden meegenomen, wie er van het plan profijt zullen hebben en hoe de opbrengsten gedeeld worden.

 

De visie geeft aan dat (grote) zonnevelden deels zouden moeten bijdragen aan de nabijgelegen omgeving van wijk en/of buurt. Een deel van de winst gaat bijvoorbeeld naar scholen en/of sportverenigingen in de buurt.

 

Zie ook artikel 3.41 van de Interim Omgevingsverordening van de provincie Brabant:

 

  • Artikel 3.41 Zonne-parken in Landelijk gebied

     

  • Lid 1

  • Binnen Landelijk gebied is nieuwvestiging mogelijk van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen om te kunnen voldoen aan de doelstellingen voor het opwekken van duurzame energie als:

    • a.

      uit onderzoek blijkt dat de capaciteit voor het opwekken van duurzame energie in Stedelijk gebied, op bestaande bouwpercelen en rekening houdend met de ontwikkelingsmogelijkheden van windenergie onvoldoende is;

    • b.

      de nieuwvestiging past in het onderzoek naar geschikte locaties voor zelfstandige opstellingen van zonnepanelen, gelet op zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit;

    • c.

      de ontwikkeling qua omvang inpasbaar is in de omgeving;

    • d.

      de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft;

    • e.

      de ontwikkeling op regionaal niveau is afgestemd met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder, gelet op de ontwikkeling van overige duurzame energie initiatieven in de omgeving.

  • Lid 2

    De maatschappelijke meerwaarde wordt onderbouwd vanuit de volgende criteria:

    • a.

      de mate van meervoudig ruimtegebruik;

    • b.

      de maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken;

    • c.

      de bijdrage die wordt geleverd aan andere maatschappelijke doelen.

  • Lid 3

    Er kan uitsluitend toepassing gegeven worden aan het eerste lid met een omgevingsvergunning waarbij door toepassing te geven aan artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2 of 3, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt afgeweken van een bestemmingsplan, waarbij aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden:

    • a.

      de omgevingsvergunning geldt voor een bepaalde termijn, die ten hoogste 25 jaar bedraagt;

    • b.

      na het verstrijken van de termijn wordt de vóór de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand hersteld en wordt de opstelling voor zonne-energie verwijderd;

    • c.

      voor het gestelde onder b. wordt financiële zekerheid gesteld.

Artikel 4.10

Indien de 50%-participatie niet wordt behaald, dan kan de aanvrager dit compenseren door meer maatschappelijke bijdrage te leveren. De aanvrager moet in dat geval een onderbouwing toevoegen waaruit blijkt wat er gedaan is in het kader van participatie, hoe het participatietraject is ingestoken en tot dan toe is verlopen. Wanneer blijkt dat het participatieniveau onvoldoende is, dan zal de aanvrager moeten aangeven waar de maatschappelijke meerwaarde ligt.

 

Artikel 4 aanvullende eisen 1.b

De insteek van dit artikel is dat de geleverde energie in eerste instantie toegekend moet worden aan directe afnemers binnen de gemeente Helmond of al opgenomen in de plannen van het directe netwerk van ENEXIS. Is dit niet mogelijk dan geld de beschreven eis.

 

Artikel 6

De aanvrager zal voorafgaand aan de vergunningsaanvraag een plan moeten indienen hoe bewoners en omwonenden betrokken worden. Dit geldt ook voor partijen die willen deelnemen of (financieel) kunnen bijdragen. Wat wordt waar en wanneer geborgd? Is er sprake van een postcode-roos-project of mogen bewoners mee investeren? En: hoe dan? Of mogen ze meedelen in de winst zonder voor- investering? Hoe de aanvrager het bovenstaande aantoont, is vormvrij. Het is een voorwaarde dat de aanvrager hier goed over heeft nagedacht en duidelijk aantoont welke optie(s) de omwonenden geboden kunnen worden.