Gemeenteblad van Oosterhout

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
OosterhoutGemeenteblad 2020, 289261Verordeningen



Besluit van de raad van Oosterhout van 27 oktober 2020 tot vaststelling van de 'Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2021'

De raad van de gemeente Oosterhout;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 september 2020;

 

gelet op artikel 225 van de Gemeentewet;

BESLUIT:

 

vast te stellen de:

 

VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN PARKEERBELASTINGEN 2021

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990.

  • b.

    houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een motorvoertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven.

  • c.

    parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden.

  • d.

    parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan.

  • e.

    centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Oosterhout een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met het gebruik van een telefoon of ander communicatiemiddel.

Artikel 2. Belastbaar feit

Onder de naam "parkeerbelastingen" worden de volgende belastingen geheven:

  • a.

    Een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

  • b.

    Een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.

Artikel 3. Belastingplicht

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

  • 2.

    Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:

    • a.

      degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;

    • b.

      zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat:

      • 1.

        indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

      • 2.

        indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

  • 3.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op grond van het vorige lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

  • 4.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

Artikel 4. Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende "Tarieven- en kostentabel".

Artikel 5. Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.

  • 3.

    Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de vergunning geldt op verzoek worden opgegeven.

Artikel 6. Ontstaan van de belastingschuld

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

Artikel 7. Termijnen van betaling

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen 2 maanden na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.

  • 3.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

  • 4.

    Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Artikel 8. Vrijstelling

Het parkeren met een gehandicaptenvoertuig en/of een motorvoertuig op meer dan twee wielen waarin een geldige gehandicaptenparkeerkaart duidelijk zichtbaar is aangebracht, is vrijgesteld van de belasting als bedoeld in artikel 2.

Artikel 9. Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.

Artikel 10. Kosten

De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a van deze verordening zijn vermeld in de bij de verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

Artikel 11. Kwijtschelding

Bij de invordering van de belasting bedoeld in deze verordening wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12. Overgangsrecht

  • 1.

    De "Verordening Parkeerbelastingen Oosterhout 2020", vastgesteld bij raadsbesluit van 22 oktober 2019, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13 tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    De intrekking van de verordening, bedoeld in lid 1, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die en van voorgaande verordeningen genomen andere regels en aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.

Artikel 13. Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

Artikel 14. Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening parkeerbelastingen Oosterhout 2021".

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27 oktober 2020.

voorzitter,

griffier.

Tarieven- en kostentabel behorende bij en deel uitmakende van de "Verordening parkeerbelastingen Oosterhout 2021"

 

De gemeente Oosterhout hanteert een normaal tarief van € 1,50 per uur.

 

  • 1.

    Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de verordening bedraagt:

    Plaats:

    Bij parkeren gedurende:

    Bedrag per tijdseenheid:

    Voor de parkeerapparatuur-plaatsen gelegen op de terreinen aangeduid als ‘tariefgroep A’ op de gewaarmerkte tekening behorende bij het Aanwijzingsbesluit betaald parkeren Oosterhout 2021.

    De dagen en tijdstippen, zoals deze door het college zijn vastgesteld in artikel 2 van het Aanwijzingsbesluit betaald parkeren Oosterhout 2021.

    € 1,50 per uur

    Voor de parkeerapparatuur-plaatsen gelegen op de terreinen aangeduid als ‘tariefgroep B’ op de gewaarmerkte tekening behorende bij het Aanwijzingsbesluit betaald parkeren Oosterhout 2021.

    De dagen en tijdstippen, zoals deze door het college zijn vastgesteld in artikel 2 van het Aanwijzingsbesluit betaald parkeren Oosterhout 2021.

    € 1,50 per uur met een maximum van € 3,00 per dag.

    Voor de parkeerapparatuurplaatsen gelegen op de terreinen aangeduid als ‘tariefgroep C’ op de gewaarmerkte tekening behorende bij het Aanwijzingsbesluit betaald parkeren Oosterhout 2021.

    De dagen en tijdstippen, zoals deze door het college zijn vastgesteld in artikel 2 van het Aanwijzingsbesluit betaald parkeren Oosterhout 2021.

    € 1,50 per uur met een maximum van € 7,50 per dag.

    Voor de parkeerapparatuurplaatsen gelegen op de terreinen aangeduid als ‘tariefgroep D’ op de gewaarmerkte tekening behorende bij het Aanwijzingsbesluit betaald parkeren Oosterhout 2021.

    De dagen en tijdstippen, zoals deze door het college zijn vastgesteld in artikel 2 van het Aanwijzingsbesluit betaald parkeren Oosterhout 2021.

    € 7,50 per dag.

     

  • 2.

    Het tarief voor het parkeren als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, op plaatsen waar door middel van een vergunning geparkeerd kan worden bedraagt:

    Letter

    Soort vergunning

    Bedrag

     

     

    Uur

    Week

    Maand

    Jaar

    A1

    1e Bewonersvergunning op één adres

    n.v.t.

    n.v.t.

    € 3,15

    € 37,80

    A2

    2e Bewonersvergunning op één adres

    n.v.t.

    n.v.t.

    € 9,95

    € 119,40

     

     

     

     

     

     

    B1

    1e Bedrijfsvergunning op één bedrijfsnaam

    n.v.t.

    n.v.t.

    € 26,75

    € 321,00

    B2

    2e Bedrijfsvergunning op één bedrijfsnaam

    n.v.t.

    n.v.t.

    € 40,40

    € 484,80

     

     

     

     

     

     

    C

    Onderhoudsvergunning

    n.v.t.

    € 19,30

    € 47,10

    € 565,20

     

     

     

     

     

     

    D

    Bezoekersvergunning

    € 0,50

    n.v.t.

    n.v.t.

    n.v.t.

     

     

     

     

     

     

    E

    Zorgvergunning

    n.v.t.

    n.v.t.

    € 9,95

    € 119,40

     

  • 3.

    De kosten van de naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 10 bedragen € 65,30

    Kosten oplegging naheffingsaanslag

     

    Per uur

    Per uur

    Begrote personeelskosten:

    Handhaving op straat

     

    € 104,00

     

    Admin. verwerking & incasso

    Variabele kosten admin. verwerking & incasso

    (is 44% van de personeelskosten)

     

    € 104,00

     

    € 45,76

    € 149,76

    Aan het opleggen van de naheffingsaanslag wordt gemiddeld 30 min. besteed

    Aan admin. verwerking & incasso wordt gemiddeld 20 min. besteed

    Totale kosten

     

    € 52,00

    € 49,92

    € 101,92

    De maximale kosten voor het opleggen van een naheffingsaanslag Parkeerbelastingen bedragen op grond van artikel 3, tweede lid van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen voor 2021

     

     

     

    € 65,30

Behoort bij het besluit van de raad van de gemeente Oosterhout van tot vaststelling van de "Verordening parkeerbelastingen Oosterhout 2021".

voorzitter,

griffier.