Gemeenteblad van Ede

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
EdeGemeenteblad 2020, 279402Beleidsregels



Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede houdende regels omtrent het voorkomen, oplossen of beheersen van schulden (Beleidsregel Schulddienstverlening Ede 2020)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede;

gelezen het voorstel op 13 oktober 2020, zaaknummer 171837;

gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht, 108 en 147 Gemeentewet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening overwegende dat het wenselijk is regels vast te stellen voor de uitvoering van de gemeentelijke schulddienstverlening besluit vast te stellen de volgende beleidsregel: Beleidsregel Schulddienstverlening gemeente Ede 2020

Artikel 1 begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede;

  • b.

    Inwoner: ingezetene die op grond van de Wet basisregistratie personen bij een gemeente is ingeschreven, dan wel personen zonder adres voor wie het college op grond van artikel 40 van de Participatiewet is aangewezen voor de verlening van bijstand;

  • c.

    schulddienstverlening: de door de gemeente Ede aangeboden producten en diensten gericht op het voorkomen, oplossen of beheersen van schulden;

  • d.

    schuldregeling: bemiddeling door het college tussen de inwoner en zijn schuldeiser(s) om een minnelijke regeling voor de totale schuldenlast te bewerkstelligen;

  • e.

    WSNP: Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen.

Artikel 2 doelgroep gemeentelijke schulddienstverlening

  • 1.

    Inwoners van 18 jaar en ouder met een feitelijk en aantoonbaar hoofdverblijf in de gemeente Ede komen in aanmerking voor schulddienstverlening.

Artikel 3 aanbod schulddienstverlening

Het college verleent aan de inwoner schulddienstverlening indien het college schulddienstverlening noodzakelijk acht. Het aanbod is van meerdere factoren afhankelijk en kan daarmee per situatie verschillen.

Artikel 4 verplichtingen

  • 1.

    De inwoner doet aan het college onverwijld uit eigen beweging en/of op verzoek mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op schulddienstverlening, zowel bij de aanvraag als gedurende de looptijd van het schulddienstverleningstraject.

  • 2.

    De inwoner is verplicht om alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is gedurende de aanvraagperiode en tijdens het schulddienstverleningstraject. Er is sprake van geen of onvoldoende medewerking als de inwoner:

    • a.

      niet verschijnt op een oproep;

    • b.

      geen, foutieve of onvolledige informatie verstrekt of heeft verstrekt;

    • c.

      geen toestemming verleent aan het college om relevante informatie in te winnen bij en te verstrekken aan derden;

    • d.

      niet meewerkt aan de totstandkoming van het trajectplan of een overeenkomst in het kader van de schulddienstverlening, bijvoorbeeld budgetbeheer, budgetPlus en/of schuldregeling of de juiste uitvoering van het trajectplan en/of een dergelijke overeenkomst;

    • e.

      zich misdraagt ten opzichte van de medewerkers, belast met de werkzaamheden voor de schulddienstverlening;

  • 3.

    Indien de inwoner niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt, zoals neergelegd in lid 1 en 2 van dit artikel, kan het college besluiten om de schulddienstverlening te weigeren dan wel te beëindigen.

Artikel 5 aanpassen

Het college besluit of de schulddienstverlening wordt aangepast als er een wijziging is in de persoonlijke omstandigheden. Dit kan gebeuren in de volgende situaties:

  • a.

    op verzoek van de inwoner;

  • b.

    op verzoek van de college;

  • c.

    op verzoek van een betrokken derde partij of erkende hulpverlenende instantie;

Artikel 6 beëindigingsgronden

Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregel kan het college besluiten tot beëindiging van de schulddienstverlening indien:

  • a.

    het schulddienstverleningstraject succesvol is afgerond;

  • b.

    de inwoner zijn beschikbare afloscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van zijn schulden;

  • c.

    op grond van - zo is later gebleken - onjuiste gegevens schulddienstverlening aan de inwoner is toegekend, terwijl dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college een andere beslissing zou zijn genomen;

  • d.

    de inwoner in staat is om zijn schulden zelf te regelen, dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren;

  • e.

    de inkomens-, woon- of leefsituatie van de inwoner dermate onzeker is geworden, dat schulddienstverlening niet meer mogelijk is;

  • f.

    de inwoner hier zelf om vraagt;

  • g.

    de inwoner verhuist buiten de gemeente Ede, tenzij het traject schuldregeling gestart is;

  • h.

    de inwoner verhuist naar het buitenland;

  • i.

    de inwoner overlijdt;

  • j.

    de inwoner failliet wordt verklaard.

Artikel 7 recidive - hernieuwde aanvraag

  • 1.

    Het college kan ervoor kiezen om geen traject schuldregeling aan te bieden indien minder dan een jaar voorafgaande aan het verzoek:

    • a.

      de inwoner de aanvraag in de intakefase heeft ingetrokken;

    • b.

      de inwoner in de intakefase geweigerd is;

    • c.

      een ander product of dienst dan de schuldregeling beëindigd is;

    • d.

      een geslaagde schuldregeling of WSNP-traject is afgerond en de nieuwe schulden zijn niet verwijtbaar ontstaan;

    • e.

      een schuldregeling mislukt is en dit is niet te wijten aan de inwoner.

  • 2.

    Het college kan ervoor kiezen om geen traject schuldregeling aan te bieden indien minder dan twee jaar voorafgaande aan het verzoek:

    • a.

      een geslaagde schuldregeling of WSNP-traject is afgerond en de nieuwe schulden zijn verwijtbaar ontstaan;

    • b.

      een schuldregeling mislukt is en dit is wel te wijten aan de inwoner ;

    • c.

      een geslaagde schuldregeling of WSNP-traject voortijdig beëindigd is en dit is wel te wijten aan de inwoner.

  • 3.

    Het college kan ervoor kiezen om geen aanbod schulddienstverlening te doen indien minder dan twee jaar voorafgaande aan het verzoek een schulddienstverleningstraject beëindigd is op grond van misdraging.

Artikel 8 Vroegsignalering van schulden

  • 1.

    Het college ontvangt signalen van de volgende externe partijen over achterstallige betalingen door inwoners van Ede:

    • a.

      huur krachtens een convenant met Woonstede;

    • b.

      water krachtens artikel 9, tweede lid, van de Drinkwaterwet;

    • c.

      zorgverzekering krachtens artikel 89, negende lid, van de Zorgverzekeringswet;

    • d.

      elektriciteit krachtens artikel 95b, achtste lid, van de Elektriciteitswet 1998;

    • e.

      gas krachtens artikel 44, achtste lid, van de Gaswet; of

    • f.

      elektriciteit en/of gas krachtens artikel 4, derde lid, van de Warmtewet.

  • 2.

    Deze gegevens worden gecombineerd met interne gegevens om te kunnen bepalen wie er al bij het huishouden betrokken is. Zo de keuze kan worden gemaakt of de regisseur wordt ingeseind danwel een huisbezoek wordt gedaan. Het gaat om de volgende gegevens op grond van de Participatiewet, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet:

    • a.

      contactgegevens hulpverleners of klantmanagers;

    • b.

      gegevens opgenomen in de basisregistratie personen;

    • c.

      gegevens over de inkomsten- en vermogenspositie.

Artikel 9 afwijkingsbevoegdheid en onvoorziene omstandigheden

  • 1.

    Het college kan in zeer bijzondere omstandigheden gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze regeling, indien toepassing daarvan aanleiding geeft of zou leiden tot disproportionele onredelijkheid of onbillijkheid.

  • 2.

    In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.

Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De beleidsregel kan worden aangehaald als ‘Beleidsregel Schulddienstverlening Ede 2020’

  • 2.

    De ‘Beleidsregels Schuldhulpverlening Ede’ wordt ingetrokken.

  • 3.

    Deze beleidsregel treedt in werking op de achtste dag na bekendmaking.

Vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders d.d. 13 oktober 2020, zaaknummer 171837.

Burgemeester en wethouders voornoemd,

drs. R.F. Groen MPA

secretaris

mr. L.J. Verhulst

burgemeester

Toelichting  

 

Artikel 1 begripsbepalingen

Dit artikel is gebaseerd op artikel 1 van de Wgs. De gemeente Ede is aangesloten bij de Nederlandese Vereniging voor Volkskrediet (NVVK). Bij de begrippen schulddienstverlening en schuldregeling zijn de NVVK-definities verwerkt.

 

 

Artikel 2 doelgroep gemeentelijke schulddienstverlening

Schulddienstverlening staat in beginsel open voor alle inwoners van Ede van 18 jaar en ouder. Een specifiek doelgroepenbeleid wordt daarmee niet gevoerd door de gemeente. Als jongeren (<18) met schulden zich melden wordt er wel een adviesgesprek gevoerd.

 

Artikel 40 lid 1 Pw regelt het recht op bijstand. Het college van de gemeente waar de belanghebbende woonplaats heeft, regelt de bijstand. In de participatiewet is het feitelijk verblijf leidend, wat betreft het begrip woonplaats. Het begrip woonplaats wordt verder uitgewerkt in artikel 1:10 BW en artikel 1:11 BW. De gemeente Ede is centrumgemeente met een verantwoordelijkheid voor dak- en thuislozen uit de Valleiregio. Echter zijn er met de buurtgemeenten afspraken gemaakt dat iedere gemeente de financiële verantwoordelijkheid neemt voor de dak- en thuislozen die uit hun gemeente afkomstig zijn.

 

 

Artikel 3 aanbod schulddienstverlening

In lid 1 is aangegeven dat het college schulddienstverlening verleent als het college dit noodzakelijk acht. Op deze manier wordt recht gedaan aan het beleidsmatige uitgangspunt van de eigen verantwoordelijkheid. Daar waar de burger in staat moet worden geacht om de (dreigende) schuldenproblematiek zelf aan te pakken en te regelen, kan schulddienstverlening achterwege blijven.

 

Uit lid 2 blijkt de kern van de Edese aanpak ten aanzien van schulddienstverlening: een gerichte selectieve aanpak van schulddienstverlening. Het gaat om maatwerk, waarmee de inzet van producten en diensten per situatie kan verschillen. Bij de weging hiervan kijken we onder andere naar de zwaarte en/of de omvang van de schulden, in de persoonsgelegen factoren, de houding en het gedrag van de inwoner en/of eventueel eerder gebruik van schulddienstverlening.

 

 

Artikel 4 verplichtingen

Met dit artikel wordt de eigen verantwoordelijkheid van de hulpvrager voorop gesteld. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van de inwoners zelf om tijdig de benodigde informatie te geven (lid 1) en medewerking te verlenen (lid 2). Dit zowel in de fase van aanvraag als gedurende de looptijd van een traject.

 

In lid 2 sub a is de verplichting vastgelegd dat de inwoner op een oproep dient te verschijnen. De werkafspraak is gemaakt dat een inwoner twee keer schriftelijk wordt uitgenodigd. Na twee maal niet verschijnen volgt een hersteltermijn voor een derde en laatste oproep. Verschijnt de inwoner opnieuw niet of meldt zich zonder voor college geldige reden af, dan wordt de schulddienstverlening aan de inwoner beëindigd

 

In lid 2 sub b is bepaald dat de inwoner tijdig de benodigde informatie dient te verstrekken.

In sub c is bepaald dat als de inwoner geen toestemming verleent aan het college om relevante informatie in te winnen bij derden er sprake is van geen of onvoldoende medewerking.

 

In lid 2 sub d is de verplichting opgelegd om mee te werken aan het trajectplan of een andere overeenkomst tussen het college en de inwoner. Hieronder wordt onder andere verstaan:

  • de individuele afspraken in het trajectplan en/of overeenkomst

  • de inspanningsverplichting van de inwoner om alles te doen wat van hem verwacht mag worden, om zijn betaalde arbeid te behouden of, indien hij niet of niet naar zijn volledige arbeidscapaciteit werkt, om betaalde arbeid te vinden en aanvaarden. Er wordt eveneens van de inwoner verwacht dat deze alles doet wat redelijkerwijs van de inwoner verwacht mag worden, om zijn inkomsten te behouden en/of te vergroten.

  • open te staan voor passende hulpverlening door een erkende hulpverlenende instantie

  • geen nieuwe schulden aan te gaan

  • voldoende meewerken aan de budgetteringscursus of andere producten en diensten die naar oordeel van het college noodzakelijk geacht worden.

 

 

Artikel 5 aanpassen

Als er sprake is van gewijzigde persoonlijke omstandigheden kan de inwoner of derde dit kenbaar maken bij het college. Er wordt dan overwogen of de schulddienstverlening gewijzigd moet worden. Persoonlijke omstandigheden die hier in ieder geval aanleiding toe geven zijn:

  • wijziging van de woon- en/of leefsituatie

  • wijziging van inkomen/vermogen

 

 

Artikel 6 beëindigingsgronden

In dit artikel wordt beschreven wanneer schulddienstverlening kan worden beëindigd.

 

In sub g wordt de verhuizing besproken. Het traject schuldregeling is gestart als de overeenkomsten zijn getekend en de schuldeisers zijn aangeschreven. Wanneer er sprake is van het traject schuldregeling kan parallel daaraan het budgetbeheer doorlopen. Wanneer er geen sprake is van een traject schuldregeling, maar wel van budgetbeheer dan wordt een uitlooptermijn van 3 volledige kalendermaanden aangehouden om een warme overdracht naar de volgende gemeente te realiseren.

Als de inwoner naar het buitenland verhuist wordt de schulddienstverlening in principe beëindigd. Er is een mogelijkheid om de schulddienstverlening voort te zetten als de verhuizing noodzakelijk is vanwege werkzaamheden en er verder voor de voortzetting geen belemmeringen zijn.

 

 

Artikel 7 recidive - hernieuwde aanvraag

Van recidive is sprake als de inwoner zich al eerder tot de gemeente heeft gewend voor schulddienstverlening. Dit artikel is opgesteld op basis van het principe eigen verantwoordelijkheid. Er wordt een nadrukkelijke grens gesteld aan het kunnen doen van hernieuwde aanvragen. De wijze waarop dit traject is doorlopen en het al dan niet afgerond hebben van het traject is van belang voor de termijn waarbinnen de inwoner zich opnieuw kan melden voor schulddienstverlening. Indien de inwoner zich voor afloop van de in dit artikel genoemde termijnen meldt, dan kan het verzoek gedeeltelijk of geheel worden geweigerd. Dit artikel betreft kan-bepalingen. In de situaties dat de persoonlijke situatie van de inwoner dermate is veranderd of het product is veranderd moet de inwoner wel toegelaten kunnen worden.

 

Naast het bepaalde in dit artikel zijn informatie en advies altijd mogelijk. In de gevallen van lid 1 en lid 2 zijn alle producten en diensten mogelijk, behalve de schuldregeling. In lid 1 sub e wordt gesproken over het niet verwijtbaar ontstaan van nieuwe schulden. Hierbij gaat het om gewijzigde omstandigheden van de inwoner of het niet meewerken van de schuldeisers. De gemeente Ede wil inwoners alleen volledig uitsluiten in geval van misdraging.

 

De grote beleidsvrijheid, zoals aan de gemeente gegeven om een dergelijke recidivebepaling op te nemen, ontslaat de gemeente niet van de verplichting om, daar waar een onevenredige situatie ontstaat voor de burger, af te wijken van het bepaalde van artikel 7 indien nodig. Uitgangspunt blijft evenwel het bepaalde in artikel 7.

 

 

Artikel 8

Via vroegsignalering wordt gewerkt aan de schuldenproblematiek waarbij gegevens van inwoners worden ontvangen en vervolgens verwerkt om te beoordelen welke huishoudens te maken hebben met schuldenproblematiek. Deze informatie wordt gebruikt om inwoners gericht te benaderen zodat zij gebruik kunnen maken van de producten die de gemeente Ede aanbiedt om de schuldenproblematiek te verminderen.

De gegevens die ontvangen worden door externe partijen worden gecombineerd met de interne gegevens. We willen zowel inwoners die nog niet bij de gemeente in beeld zijn, als die wel in beeld bij ons in beeld zijn maar nog niet voor schulden, ondersteunen. De verzamelde gegevens worden nadat de inwoner is benaderd, vernietigd.

In 2021 is er waarschijnlijk ook een landelijke aanpak vroegsignalering. Daartoe wordt ook de Wet gemeente schuldhulpverlening aangepast. In Ede ontwikkelen we in 2020 een aanpak met de signalen van schulden die al grotendeels ‘in huis’ zijn.

 

 

Artikel 9 afwijkingsbevoegdheid en onvoorziene omstandigheden

Dit artikel geeft ruimte aan het college om in bijzondere en/of onvoorziene gevallen af te wijken van de regels, zoals neergelegd in deze regeling. De inherente afwijkingsbevoegdheid is neergelegd in artikel 4:84 Awb.