Artikel I
De Algemene plaatselijke verordening Nijkerk 2003 wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 1.1 wordt in de definitie van ‘voertuig’ de zinsnede ‘met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen’ vervangen door ’met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen’.
B.
Artikel 1.9 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 1.9 Lex
silencio
positivo
Op aanvragen om een ontheffing/vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing, tenzij in het betreffende artikel anders is bepaald.
C.
De titel van artikel 2.1.5.1 komt als volgt te luiden: Voorwerpen op of aan een openbare plaats.
D.
In de artikelen 2.2.1, eerste lid, onder b, 5.2.2.1, tweede lid, onder b, en 5.2.3.1, tweede lid onder a, wordt ‘artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet’ vervangen door ‘artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet’.
E.
Artikel 2.2.2 zesde en zevende lid worden als volgt gewijzigd:
- 6.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2.2.1, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
- 7.
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
F.
Artikel 2.3.1.2, zevende lid, wordt als gewijzigd:
- 7.
Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
G.
Artikel 2.3.1.4b, zesde lid, wordt als gewijzigd:
- 6.
Op de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
H.
Toegevoegd wordt een nieuw artikel 2.4.10a dat als volgt luidt:
Artikel 2.4.10a Lachgasverbod
- 1.
Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken.
- 2.
Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben.
- 3.
Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.
I.
Toegevoegd wordt een nieuw artikel 2.4.10b dat als volgt luidt:
Artikel 2.4.10b
Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties
- 1.
Het is verboden op openbare plaatsen of in voor publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven de uiterlijke kenmerken van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde zichtbaar te hebben.
- 2.
Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
J.
Artikel 2.4.17, eerste lid onder a wordt als volgt gewijzigd:
- a.
binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd;
K.
In artikel 2.4.25 (Bedelarij) wordt ‘op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw’ vervangen door ‘op een openbare plaats’.
L.
Het derde lid van artikel 2.5.2 vervalt.
M.
In artikel 5.4.1, eerste lid, wordt na ‘met een motorvoertuig of een bromfiets’ ingevoegd ‘te crossen buiten wedstrijdverband,’.
N.
In artikel 6.1 derde lid, wordt ‘de artikelen 2.1.5.1, 2.1.5.2 en 2.1.5.3’ vervangen door ‘de artikelen 2.1.5.1 en 2.1.5.2 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit, en artikel 2.1.5.3, eerste lid’.