Gemeenteblad van Krimpen aan den IJssel

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Krimpen aan den IJsselGemeenteblad 2020, 262791Beleidsregels



Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Krimpen aan den IJssel houdende regels omtrent hondenbijtincidenten (Beleid hondenbijtincidenten gemeente Krimpen aan den IJssel)

De burgemeester van de gemeente Krimpen aan den IJssel;

 

overwegende:

  • -

    dat er in de gemeente meermaals bijtincidenten met honden hebben plaatsgevonden;

  • -

    dat het gewenst is om beleid vast te stellen over de uitleg van artikel 2:59 van de Algemene plaatselijke verordening;

gelet op:

  • -

    de Algemene wet bestuursrecht (Awb), artikelen 1:3, vierde lid, 4:81, eerste lid, 4:83 en 5:31;

  • -

    de Gemeentewet (GW), artikelen 125, derde lid, en 172, derde lid;

  • -

    de Algemene plaatselijke verordening (APV), artikel 2:59;

besluit:

 

Het "Beleid hondenbijtincidenten gemeente Krimpen aan den IJssel" vast te stellen.

1. Inleiding

De openbare ruimte in Krimpen aan den IJssel wordt gedeeld met veel mensen en dieren. Vanuit het oogpunt van veiligheid voor mensen en dieren is het gewenst dat wordt ingegrepen bij hinderlijke en gevaarlijke honden.

2. Begripsbepalingen

Licht bijtincident: van een licht bijtincident is sprake wanneer een hond een persoon, hond of ander dier bijt of in plaats daarvan een voorwerp bijt, maar daarbij geen sprake is van ernstig letsel of ernstige gevolgen.

Ernstig bijtincident: van een ernstig bijtincident is sprake:

  • 1.

    wanneer het bijtincident ernstige gevolgen heeft, doordat een persoon, hond of ander dier overlijdt als direct gevolg van het bijtincident;

  • 2.

    wanneer een hond ernstig letsel toebrengt aan een persoon, hond of ander dier;

  • 3.

    wanneer meer dan één keer binnen een periode van twee jaar een licht bijtincident plaatsvindt;

  • 4.

    in ieder ander geval dat door de burgemeester als ernstig wordt aangemerkt.

Ernstig letsel: van ernstig letsel is sprake wanneer bij een persoon, hond of ander dier medische behandeling noodzakelijk is als gevolg van het bijtincident. Het gaat dan bijvoorbeeld om open wonden, inwendig letsel, letsel waarbij het slachtoffer niet in staat is om te werken of de normale dagelijkse activiteiten uit te voeren of chirurgisch letsel.

Gevaarlijke hond: een hond die een ernstig bijtincident heeft veroorzaakt.

Hinderlijke hond: een hond die een licht bijtincident heeft veroorzaakt.

Kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een deugdelijke lijn met een lengte, die gemeten van hand tot halsband, niet langer is dan 1,50 meter.

Muilkorf: een muilkorf vervaardigd van stevige kunststof of van stevig leer, of van beide stoffen, die door middel van een stevige leren riem rond de hals zodanig is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van een mens niet mogelijk is en die zodanig is ingericht dat de drager geen mens of dier kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek van de hond toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.

3. Hinderlijke hond

  • 1.

    De burgemeester acht een hond hinderlijk, in de zin van artikel 2:59 APV, als een hond een persoon of een ander dier bijt, maar daarbij geen sprake is van ernstig letsel of ernstige gevolgen. De burgemeester geeft de eigenaar/houder van de hond een waarschuwing en kan daarbij een kort aanlijn- en/of muilkorfgebod opleggen.

  • 2.

    Het kort aanlijn- en/of muilkorfgebod geldt zolang de hond in leven is, met uitzondering van artikel 6, derde lid.

4. Gevaarlijke hond

  • 1.

    De burgemeester acht een hond gevaarlijk, in de zin van artikel 2:59 APV, als er sprake is van een ernstig bijtincident. Afhankelijk van de ernst van het incident kan worden overgegaan tot inbeslagname van de hond, kan worden besloten tot het opleggen van een kort aanlijn- en/of muilkorfgebod en/of kunnen andere passende maatregelen genomen worden.

  • 2.

    Het kort aanlijn- en/of muilkorfgebod geldt zolang de hond in leven is, met uitzondering van artikel 6, derde lid.

5. Overtreding aanlijn- en muilkorfgebod

Overtreding van het opgelegde kort aanlijn- en/of muilkorfgebod in artikelen 3 en 4 wordt op grond van artikel 2:59 juncto 6:1 van de APV, bestraft met een geldboete van de tweede categorie.

6. Gedragstest

  • 1.

    De eigenaar/houder van de hond kan de hond een jaar na ingang van het kort aanlijn- en/of muilkorfgebod zelf laten onderzoeken door een door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied benoemde gedragskeurmeester dan wel een andere erkende en door de gemeente goedgekeurde onderzoeker of faculteit.

  • 2.

    De kosten voor het laten uitvoeren van een risico-assessment door de eigenaar/houder van de hond zijn voor rekening van de eigenaar/houder van de hond.

  • 3.

    De burgemeester kan op schriftelijk verzoek van de eigenaar/houder van de hond de opgelegde maatregel(en) heroverwegen, wanneer de eigenaar/houder van de hond door middel van de in het eerste lid genoemde gedragstest aannemelijk heeft gemaakt dat de hond niet meer hinderlijk of gevaarlijk is.

7. Inbeslagname door middel van (spoedeisende) bestuursdwang

  • 1.

    Als de eigenaar/houder van een hond, welke op grond van artikel 4 van deze beleidsregel door de burgemeester is aangemerkt als gevaarlijk, in strijd met het kort aanlijn- en/of muilkorfgebod handelt en de hond een nieuw bijtincident veroorzaakt, wordt de eigenaar/houder gevraagd om vrijwillig afstand te doen van de hond.

  • 2.

    Wanneer de eigenaar niet vrijwillig afstand doet van zijn hond, kan de burgemeester besluiten tot onvrijwillige inbeslagname van een hond op grond van artikel 5:31, tweede lid Awb als de in het eerste lid genoemde situatie zich heeft voorgedaan. Er is dan sprake van spoedeisende bestuursdwang.

  • 3.

    De burgemeester kan overgaan tot inbeslagname van de hond wanneer herhaaldelijk het kort aanlijn- en/of muilkorfgebod niet wordt nageleefd, en er sprake is van zeer ernstige vrees voor het ontstaan van een zeer ernstig bijtincident. Er is dan sprake van bestuursdwang.

  • 4.

    Bij het in het tweede en derde lid omschreven onvrijwillig in beslag nemen van de hond geeft de burgemeester opdracht de hond te onderwerpen aan een gedragstest uitgevoerd door een gedragskliniek van de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, of een andere door de gemeente erkende onderzoeker of faculteit.

  • 5.

    Wanneer uit de gedragstest, als bedoeld in het vierde lid, blijkt dat de hond niet kan worden herplaatst bij de oorspronkelijke eigenaar, een andere eigenaar of anderszins het risico op bijtincidenten kan worden voorkomen, wordt door de burgemeester besloten deze hond te doen inslapen. Dit wordt uitsluitend gedaan door een daartoe bevoegde dierenarts.

  • 6.

    De kosten van vervoer, opvang/verblijf, (medische) verzorging, gedragstest, eventuele overige noodzakelijke kosten na inbeslagname en eventueel de kosten voor het doen inslapen komen volledig voor rekening van de eigenaar/houder van de hond en worden op hem/haar verhaald.

8. Inbeslagname bij verstoring openbare orde

De burgemeester is op grond van artikel 172, derde lid Gemeentewet bevoegd om een hond in beslag te nemen bij verstoring van de openbare orde of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan. Dit is het geval wanneer er sprake is van (zeer ernstige vrees voor het ontstaan van) een zeer ernstig bijtincident.

9. Afwijkingsbevoegdheid

De burgemeester kan, in gevallen waarbij toepassing van deze beleidsregel, gelet op het te beschermen belang, leidt tot onevenredige gevolgen voor belanghebbenden, afwijken van hetgeen in deze beleidsregel is bepaald.

10. Citeertitel

Deze beleidsregel kan worden aangehaald als "Beleid hondenbijtincidenten gemeente Krimpen aan den IJssel".

11. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.

 

Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Krimpen aan den IJssel op de datum: 6 oktober 2020.

De burgemeester,

M.W. Vroom

Bijlage 1. Procedure bijtincidenten honden

Bijtincidenten worden geregistreerd bij de gemeente en/of politie

 

Inwoners van de gemeente Krimpen aan den IJssel kunnen bij de gemeente melding doen van een bijtincident. De gemeente zorgt dat meldingen van bijtincidenten voor registratie zo volledig mogelijk worden doorgestuurd naar de politie. Team handhaving onderzoekt of een bestuurlijke maatregel nodig is en registreert de bestuurlijke maatregelen die de burgemeester oplegt.

 

Daarnaast kunnen inwoners van de gemeente Krimpen aan den IJssel bij de politie melding en/of aangifte doen van een bijtincident. De politie registreert de melding of aangifte en geeft deze door aan de gemeente – team handhaving. Wanneer de politie een aangifte opneemt, beoordelen zij meteen of strafvervolging mogelijk is.

 

Met de politie is afgesproken dat in de registratie, voor zover bekend, de volgende gegevens worden opgenomen:

  • -

    personalia eigenaar/houder;

  • -

    personalia benadeelde partij;

  • -

    personalia getuige(n);

  • -

    gegevens van bijtende hond inclusief vermelding van ras, chipnummer, roepnaam hond, kopie van paspoort en/of stamboomgegevens;

  • -

    indien van toepassing gegevens slachtoffer;

  • -

    indien van toepassing gegevens van gebeten hond, inclusief vermelding van ras, chipnummer, roepnaam hond, kopie paspoort en/of stamboomgegevens;

  • -

    indien van toepassing gegevens van gebeten dier of object;

  • -

    aard en omvang van letsel en schade;

  • -

    omstandigheden en aanleiding waaronder de hond heeft gebeten;

  • -

    of de hond mee naar huis is of in beslag is genomen en op welke grond (straf- of bestuursrecht);

  • -

    of er andere of ‘oudere’ meldingen (tot twee jaar terug) over desbetreffende hond in het systeem aanwezig zijn.

Beoordeling bijtincident

Na het verzamelen van de gegevens wordt het incident door de gemeente beoordeeld en gekwalificeerd. Uitgangspunt in onze gemeente is dat iedereen zich vrij in de openbare ruimte moet kunnen bewegen en iedereen zijn werk moet kunnen uitoefenen, zonder gebeten of aangevallen te worden door honden.

In de situatie dat een eigenaar - desgevraagd - besluit vrijwillig afstand te doen van de hond, worden er afspraken gemaakt over het afstand doen, tussen de eigenaar/houder en de gemeente. De gemeente controleert of de eigenaar/houder zich aan deze afspraken houdt.

In de situaties dat er geen vrijwillige afstand van de hond wordt gedaan, wordt een onderscheid gemaakt tussen lichte en ernstige bijtincidenten. Afhankelijk van de kwalificatie wordt er dan opgetreden.

 

Licht bijtincident - waarschuwingsbrief

Indien er sprake is van een licht bijtincident, dan wordt er een waarschuwingsbrief verzonden aan de eigenaar/houder van de hond. Deze brief is geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), dus staat hiertegen geen bezwaar en beroep open. In de waarschuwingsbrief wordt aangegeven dat de gemeente het vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid onacceptabel vindt dat een mens of dier of in plaats daarvan een voorwerp gebeten wordt. Verder wordt van de eigenaar/houder verwacht dat hij alle maatregelen zal treffen om herhaling van een dergelijk incident te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door uit voorzorg de hond aan te lijnen en te muilkorven in openbaar gebied of het plaatsen van een deugdelijke omheining of het volgen van een gedragstraining. Een licht bijtincident wordt bij een tweede melding van een licht bijtincident binnen twee jaar opgeschaald naar een ernstig bijtincident. In de brief staat duidelijk aangegeven dat bij een tweede bijtincident handhavend opgetreden gaat worden, door bijvoorbeeld het opleggen van een kort aanlijn- en/of muilkorfgebod.

 

De burgemeester kan in bepaalde gevallen ook besluiten om al na het eerste bijtincident een kort aanlijn- en/of muilkorfgebod op te leggen. In dit geval kan de eigenaar/houder binnen zes weken, nadat dit besluit aan de eigenaar/houder bekend is gemaakt bezwaar maken.

 

Ernstig bijtincident (of twee lichte bijtincidenten binnen twee jaar) - voornemen tot bestuursrechtelijk traject

Indien er sprake is van een ernstig bijtincident, is het uitgangspunt dat de burgemeester besluit tot gevaarlijk verklaring van de hond op grond van artikel 2:59 Algemene plaatselijke verordening (hierna: APV). Dit heeft tot gevolg dat een kort aanlijn- en/of muilkorfgebod wordt opgelegd. De eigenaar/houder ontvangt een voorgenomen besluit tot gevaarlijk verklaring waarin de aanleiding wordt beschreven en de voorgenomen maatregelen zijn opgenomen. Bij een ernstig bijtincident kan er ook aanleiding zijn om nader onderzoek te gelasten, bijvoorbeeld een gedragstest.

 

Zienswijze

Binnen twee weken na verzending van de brief van de burgemeester waarin het voorgenomen besluit kenbaar wordt gemaakt, kan de eigenaar/houder een zienswijze tegen het voorgenomen besluit indienen.

 

Deze termijn van twee weken kan korter zijn als de burgemeester dit, gezien de feiten en omstandigheden, noodzakelijk acht. Wanneer de eigenaar/houder het eens is met het voornemen, zal de burgemeester het besluit nemen om het kort aanlijn- en/of muilkorfgebod op te leggen. Is de eigenaar/houder het niet eens met het voornemen, dan mag hij voor eigen rekening een gedragstest uit laten voeren via de daartoe bevoegde instantie, om aan te tonen dat zijn hond niet gevaarlijk is. De gemeente dient het rapport rechtstreeks van de toetsende instantie te ontvangen. Een risico-assessment dient altijd te worden afgenomen door een door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied benoemde gedragskeurmeester, dan wel een andere erkende en door de gemeente goedgekeurde onderzoeker of faculteit.

 

De gemeente blijft bevoegd om een besluit te nemen tot het opleggen van een kort aanlijn- en/of muilkorfgebod, ook wanneer dit besluit afwijkt van het advies van de gedragsdeskundige.

 

Besluit tot opleggen van geboden of verboden

Wanneer het besluit is genomen om een kort aanlijn- en/of muilkorfgebod op te leggen, moet de hond vanaf dat moment meteen kort worden aangelijnd en/of een muilkorf dragen.

 

Bezwaar tegen besluit

De eigenaar/houder kan binnen zes weken, nadat het besluit aan de eigenaar/houder bekend is gemaakt, bezwaar maken tegen het besluit.

 

Handhaving en sancties

 

Boete en last onder bestuursdwang

Indien een hond als gevaarlijk of hinderlijk is aangemerkt op grond van artikel 2:59 APV, zal toegezien worden op het naleven van het opgelegde kort aanlijn- en/of muilkorfgebod. Het overtreden van het kort aanlijn- en/of muilkorfgebod is strafbaar gesteld in de APV. Dit betekent dat zowel politieambtenaren als buitengewone opsporingsambtenaars een strafbeschikking mogen uitschrijven. Met het beboeten kan directe handhaving plaatsvinden en bestraffen we de overtreder. Tevens wordt hiermee een prikkel afgegeven om normconform gedrag te vertonen.

 

Er zijn situaties denkbaar dat het - herhaaldelijk - uitschrijven van een boete niet leidt tot het naleven van artikel 2:59 APV. De hond blijft dan los of zonder muilkorf rondlopen. In dat geval kan de burgemeester overgaan tot het opleggen van een last onder bestuursdwang, als er sprake is van zeer ernstige vrees voor het ontstaan van een zeer ernstig bijtincident.

 

Het opleggen van een last onder bestuursdwang betreft het herstellen in een normale toestand door het ongedaan maken, beëindigen of voorkomen van de overtreding. Bij het opleggen van een last onder bestuursdwang wordt een termijn gegeven waarbinnen de overtreder de hond alsnog dient aan te lijnen en te muilkorven. De termijn is gesteld op 48 uur. Indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd, zal worden overgegaan tot feitelijk handelen door de hond in beslag te nemen. Daarmee wordt de overtreding effectief beëindigd en nadere overtredingen voorkomen. Tussen het constateren van de overtreding en het daadwerkelijk ingrijpen kan enige tijd zitten nu de eisen van zorgvuldigheid bij het toepassen van bestuursdwang in acht genomen moeten worden.

 

Inbeslagname door spoedeisende bestuursdwang

Er kan zich echter een situatie voordoen dat de situatie dermate spoedeisend is dat de burgemeester de beslissing tot toepassing van bestuursdwang niet tevoren op schrift kan stellen en dit dus achteraf plaatsvindt. De burgemeester is op grond van artikel 5:31, tweede lid Awb bevoegd overtredingen van wettelijke voorschriften met spoed te beletten of te beëindigen.

 

De burgemeester besluit tot inbeslagname van de hond door middel van spoedeisende bestuursdwang als:

  • 1.

    de eigenaar/houder van een hond die door de burgemeester als gevaarlijke hond is aangewezen, in strijd met artikel 2:59 APV handelt en vervolgens;

  • 2.

    de hond een nieuw bijtincident veroorzaakt, waarbij sprake is van ernstig letsel of ernstige gevolgen en direct optreden wordt verwacht; en

  • 3.

    de eigenaar/houder van de hond niet vrijwillig afstand doet van de hond.

 

De burgemeester geeft bevel tot inbeslagname en geeft de locatie van de hond door aan de politie. Een diensthondengeleider gaat samen met de plaatselijke politie ter plaatse over tot inbeslagname van de hond. De hond wordt onder gebracht op een geheime locatie. De diensthondengeleider regelt het vervoer naar de aangegeven locatie. De inbeslagname duurt ongeveer vier weken, uitzonderingen daargelaten.

 

De hond ondergaat een risico-assessment. Op basis van de uitkomsten van de gedragstest is het mogelijk dat de hond onder voorwaarden (bijvoorbeeld door het volgen van cursussen) terug kan naar de eigenaar/houder, elders wordt herplaatst, of moet de hond ingeslapen worden.

 

Kostenverhaal

In de situatie dat de burgemeester bestuursdwang toepast, zullen de daarmee gepaard gaande kosten verhaald worden op de eigenaar/houder van de hond. Hierbij kan gedacht worden aan de kosten van transport, opslag, noodzakelijke verzorging (voedsel) en het uitvoeren van de gedragstest.

 

Inbeslagname bij verstoring van de openbare orde

De burgemeester is op grond van artikel 172, derde lid Gemeentewet bevoegd bij verstoring van de openbare orde of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, de bevelen te geven die noodzakelijk te achten zijn voor de handhaving van de openbare orde. De burgemeester is niet bevoegd om de in artikel 172, derde lid Gemeentewet neergelegde bevoegdheid te gebruiken in situaties waarin artikel 2:59 APV voorziet. Het gaat om situaties waarin geen overtreding van wettelijke voorschriften ter bewaring van de openbare orde plaatsvindt, terwijl sprake is van een zodanige inbreuk op orde en rust dat niet meer van een aanvaardbaar niveau kan worden gesproken.

 

Wanneer de burgemeester besluit tot inbeslagname van de hond op grond van artikel 172, derde lid Gemeentewet, geldt het volgende:

  • 1.

    er sprake is van een verstoring van de openbare orde of van ernstige vrees daarvoor en de inbeslagname is noodzakelijk voor de handhaving van de openbare orde. Er zijn gevoelens van onrust in de omgeving van de hond. Dit kan blijken uit de ingewonnen informatie, bestuurlijke rapportages of uit processen-verbaal.

    Ook het gedrag van de eigenaar/houder van de hond kan hiertoe aanleiding geven. Bijvoorbeeld wanneer de eigenaar/houder van de hond het incident bagatelliseert. Hierdoor ontstaat een gerechtvaardigde vrees voor herhaling. Daardoor blijkt ook dat het probleem niet alleen bij de hond ligt;

  • 2.

    de inbeslagname is strikt noodzakelijk (proportionaliteit) en minder ingrijpende bevoegdheden zouden te kort schieten (subsidiariteit);

  • 3.

    de toepassing moet voortvarend plaatsvinden.

De gemeente is zelf verantwoordelijk voor het vervoer en opslaan van de hond. Met de opslaghouder kan besproken worden hoe het vervoer geregeld wordt. De gemeente zorgt ervoor dat de hond een risico-assessment ondergaat. De inbeslagname duurt ongeveer vier weken, uitzonderingen daargelaten.

 

Afhankelijk van de uitslag, wordt de hond aangeboden aan een dierenasiel voor resocialisatie, wordt hij (onder voorwaarden) herplaatst bij een andere eigenaar of moet de hond ingeslapen worden. De hond mag in geen geval opnieuw in het bezit komen van de oorspronkelijke eigenaar.

 

Kostenverhaal

De kosten die gepaard gaan met de inbeslagname op grond van artikel 172, derde lid Gemeentewet kunnen niet verhaald worden.

 

Heroverweging van het kort aanlijn- en/of muilkorfgebod

Een kort aanlijn- en/of muilkorfgebod wordt in principe opgelegd voor onbepaalde tijd. De eigenaar/houder van een hond, die een kort aanlijn- en/of muilkorfgebod opgelegd heeft gekregen, kan handelingen verrichten waardoor de burgemeester het besluit heroverweegt. De eigenaar/houder van de hond kan de hond een jaar na ingang van het kort aanlijn- en/of muilkorfgebod zelf laten onderzoeken door een daartoe door de gemeente gecertificeerde instelling. Dit gebeurt op kosten van de eigenaar/houder. Indien uit het onderzoek blijkt dat de hond geen gevaar meer vormt, of indien de eigenaar/houder en/of hond (een) cursus(sen) heeft/hebben gevolgd, die door de onderzoeker wordt voorgesteld en uit het onderzoek vervolgens blijkt dat de hond geen gevaar meer vormt, kan de burgemeester het besluit tot het opleggen van een kort aanlijn- en/of muilkorfgebod van de hond heroverwegen.

 

De eigenaar/houder van de hond kan een schriftelijk verzoek indienen met het verzoek het besluit te heroverwegen met toevoeging van een schriftelijke rapportage van het onderzoek.

 

De burgemeester zal het resultaat van het onderzoek meenemen in de heroverweging van het besluit. Mocht de burgemeester bij de heroverweging afwijken van het advies van de onderzoeker, dan zal dit in het besluit worden gemotiveerd.

 

Afwijken van beleid

In dit beleid is vastgelegd hoe de gemeente omgaat met bijtincidenten. Deze incidenten zijn afhankelijk van de situatie. In bepaalde gevallen is het voor de burgemeester mogelijk om af te wijken van het bovenstaande beleid, zowel met lichtere maatregelen als met verzwarende maatregelen. Dit betekent dat stappen kunnen worden overgeslagen, dan wel dat een lichtere vorm kan worden gekozen bij het afhandelen van een melding.

Redenen voor lichtere maatregelen kunnen zijn:

  • 1.

    het gevolgd hebben van een cursus;

  • 2.

    maatregelen treffen, zoals de hond altijd aangelijnd uitlaten;

  • 3.

    de reden voor het bijtincident is gelegen in zelfverdediging van de hond.

Redenen voor verzwarende maatregelen kunnen zijn:

  • 1.

    als de eigenaar/houder het incident bagatelliseert;

  • 2.

    als de eigenaar/houder de hond heeft aangezet tot bijten.

Wanneer er wordt afgeweken van dit beleid, wordt dit gemotiveerd. Deze mogelijkheid om van het beleid af te wijken is van groot belang, juist omdat een goede afhandeling van een bijtincident afhankelijk is van de specifieke aard en omvang van het incident.

 

Strafrechtelijk traject

 

Strafrechtelijke inbeslagname van de hond

Wanneer er sprake is van het door de eigenaar/houder aanhitsen tot agressief gedrag of het niet terughouden van een hond, die een mens aanvalt (artikel 425, onder ten 1ste of ten 2e Wetboek van strafrecht), kan de politie aangifte opnemen en in een heterdaad situatie (al dan niet in overleg met de officier van justitie) overgaan tot (strafrechtelijke) inbeslagname van de hond. De politie dient altijd te vragen of de eigenaar/houder afstand wil doen van de hond.

 

Strafrechtelijke overtreding van een kort aanlijn- en/of muilkorfgebod

Bij overtreding van het kort aanlijn- en/of muilkorfgebod in combinatie met een nieuw bijtincident kan de officier van justitie onttrekking van de hond aan het verkeer vorderen. In het uitzonderlijke geval dat tot inbeslagname is overgegaan, gaat het OM over tot vervreemden van de hond en zal in het uiterste geval overgaan tot het laten inslapen van de gevaarlijke hond. Het laten inslapen van de gevaarlijke hond gebeurt onder toezicht (direct en op kosten) van verdachte/betrokkene.

 

Civielrechtelijk traject

 

Civielrechtelijk

Het is mogelijk dat slechts sprake is van een civielrechtelijk schade-incident. De politie wijst de dader en het slachtoffer van het bijtincident op rechten en plichten en adviseert partijen om de schade onderling te regelen.