Gemeenteblad van Bernheze

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
BernhezeGemeenteblad 2020, 249Verordeningen



VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING BERNHEZE 2020

 

De raad van de gemeente Bernheze besluit, op basis van het bijbehorende voorstel van

burgemeester en wethouders van 5 november 2019:

gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

vast te stellen de navolgende verordening:

 

 

 

 

Artikel 1: Begripsomschrijvingen

 

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

 

1. ‘groep van percelen’: een groep van meerdere percelen waarvoor gemeenschappelijk gebruik wordt gemaakt van één of meerdere verzamelcontainers;

2. ‘verzamel-container: een krachtens de Afvalstoffenverordening Gemeente Bernheze 2004 aangewezen inzamelmiddel.

3. voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

 

Artikel 2: Aard van de belasting en belastbaar feit

 

1. Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer .

2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

 

Artikel 3: Belastingplicht

 

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

 

Artikel 4: Maatstaf van heffing en belastingtarief

 

1. De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel met in achtneming van de overige leden van dit artikel.

2. Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

3. Het aantal ledigingen per perceel, niet zijnde een groep van percelen waarvoor gebruik wordt gemaakt van een verzamelcontainer, wordt vastgesteld met behulp van containerherkennings- en registratieapparatuur op de inzamelauto.

Voor de berekening van de belasting wordt uitgegaan van het aantal maal dat een container ter lediging wordt aangeboden zoals is vastgesteld met behulp van de containerherkennings- en registratieapparatuur op de inzamelauto.

4. De vaststelling van de belasting van het totale gewicht van de periodiek ingezamelde afvalstoffen van een perceel dan wel groep van percelen vindt plaats door een optelling van de gewichten van het periodiek ingezamelde groente- fruit- en tuinafval van dit perceel dan wel groep van percelen en een optelling van de gewichten van de periodiek ingezamelde overige afvalstoffen van dit perceel dan wel deze groep van percelen.

Het gewicht van de periodiek ingezamelde afvalstoffen per inzamelbeurt per perceel dat niet behoort tot een groep van percelen wordt vastgesteld als het verschil van het gewicht van de betreffende container voor lediging en het gewicht na lediging.

Het gewicht van de periodiek ingezamelde afvalstoffen per inzamelbeurt per perceel dat behoort tot een groep van percelen waarvoor gebruik wordt gemaakt van een verzamelcontainer wordt vastgesteld als een naar het aantal geregistreerde percelen van de betrokken groep van percelen evenredig gedeelte van het totale gewicht van de periodiek ingezamelde afvalstoffen per inzamelbeurt van de betrokken groep van percelen.

Voor de berekening van de belasting wordt uitgegaan van de gewichten die zijn vastgesteld met behulp van geijkte weegapparatuur op de wegende inzamelauto.

5. Indien tijdens enige inzamelbeurt door een calamiteit of door technische storing van de wegende inzamelauto, of van de op de inzamelauto geplaatste containerweeg of containerherkennings of containerregistratie apparatuur of van de middelen waarmee de gegevens van de geledigde containers worden opgeslagen, van een aangeboden container geen automatische weging of herkenning of registratie of gegevens-verwerking plaatsvindt, wordt voor de inzameling van de afvalstoffen per perceel dan wel groep van percelen voor alle betrokken percelen dan wel groep van percelen, ongeacht of de bij deze percelen behorende containers worden aangeboden, voor de betreffende inzamelbeurt een forfaitair gewicht per perceel dan wel groep van percelen vastgesteld overeenkomstig het gestelde in lid 6 en lid 7.

6. Het forfaitair gewicht per perceel als bedoeld in lid 5 wordt bepaald als een evenredig gedeelte van het totaal over het kalenderjaar voorafgaand aan het belastingjaar bij het betreffende perceel vastgestelde gewicht van de overeenkomstige afvalstoffen en het totaal aantal inzamelbeurten van de overeenkomstige afvalstoffen gedurende het kalenderjaar voorafgaand aan het belastingjaar.

7. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, of indien om andere redenen geen forfaitair gewicht als bedoeld in lid 5 kan worden vastgesteld, wordt het forfaitair gewicht voor een perceel waarbij gebruik wordt gemaakt van een gft-container dan wel restafvalcontainer voor de betreffende inzamelbeurt vastgesteld als 5 kg voor het groente , fruit en tuinafval welke periodiek wordt ingezameld en 10 kg voor de restafvalstoffen welke periodiek worden ingezameld. Voor een perceel dat behoort tot een groep van percelen wordt het forfaitair gewicht voor de betreffende inzamelbeurt vastgesteld als 5 kg voor de restafvalstoffen welke periodiek worden ingezameld. Voor een perceel dat behoort tot een groep van percelen wordt het forfaitaire gewicht voor voorde betreffende inzamelbeurt vastgesteld op 2 kilo voor het Groente-, Fruit- en Tuinafval welke periodiek worden ingezameld.

8. Indien tijdens enige inzamelbeurt door en calamiteit of door een technische storing van de inzamelauto of van de op de inzamelauto geplaatste containerherkennings- of registratieapparatuur waarmee de gegevens van de geledigde containers worden opgeslagen geen automatische herkenning, registratie of gegevensverwerking plaatsvindt, wordt voor de inzameling van afvalstoffen per perceel, ongeacht of de bij deze percelen behorende containers wel of niet worden aangeboden voor de inzamelbeurt, geen forfaitaire lediging in rekening gebracht.

 

Artikel 5: Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 6: Wijze van heffing

 

1. De belasting bedoeld in hoofdstuk I van de tarieventabel wordt bij wege van aanslag geheven.

2. De belasting bedoeld in hoofdstuk II van de tarieventabel wordt geheven bij wege van gedagtekende kennisgeving waarop de verschuldigde belasting is vermeld.

 

 

 

Artikel 7: Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

 

1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar, of zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingjaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruikt neemt.

5. De belasting bedoeld in Hoofdstuk II van de tarieventabel is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening.

 

Artikel 8: Termijnen van betaling

 

1. De op grond van artikel 6, eerste lid, verschuldigde belasting moet, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

2. In afwijking van het eerste lid moeten, indien een machtiging voor automatische incasso is afgegeven en zolang de verschuldigde bedragen via automatische incasso kunnen worden afgeschreven, de aanslag(en) worden betaald in tien gelijke maandelijkse termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die van de dagtekening van het aanslagbiljet en de volgende termijnen telkens een maand later.

3. In afwijking van het tweede lid is betaling via automatische incasso alleen mogelijk voor zover het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen en bestuurlijke boetes minder is dan € 5.000,00.

4. De op grond van artikel 6, tweede lid, verschuldigde belasting moet, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, worden betaald:

a. ingeval van uitreiking van de kennisgeving op het tijdstip van uitreiking;

b. ingeval van toezending van de kennisgeving binnen 30 dagen na dagtekening.

5. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

 

 

 

Artikel 9: Nadere regels door het Dagelijks Bestuur

 

Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing.

 

Artikel 10: Kwijtschelding

 

Geen kwijtschelding wordt verleend voor dat deel van de belasting dat bij wege van definitieve aanslag Diftar een bedrag van € 135,00 overschrijdt.

 

Artikel 11: Inwerkingtreding en citeertitel

 

1. De ‘Verordening afvalstoffenheffing Bernheze 2019’ van 13 december 2018 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoem¬de datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

4. Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening afvalstoffenheffing Bernheze 2020’.

 

 

 

Vastgesteld door de raad van de gemeente Bernheze in zijn openbare vergadering van

12 december 2019.

 

 

 

Leandra Kilian

plv. griffier Marieke Moorman

voorzitter

 

 

 

Hoofdstuk 1: Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing

1.0 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 130,00

1.1 De belasting als bedoeld in 1.0 wordt vermeerderd met een bedrag voor:

1.1.2 - het middels een container aan de inzameldienst aanbieden van groente-, fruit en tuinafval per kilogram kosteloos

1.1.3 - het ter lediging aanbieden van een container aan de inzameldienst voor groente-, fruit- en tuinafval, per lediging kosteloos

1.1.4 - het middels een container aan de inzameldienst aanbieden van restafval per kilogram

€ 0,35

1.1.5 - het ter lediging aanbieden van een container aan de inzameldienst voor restafval, per lediging € 2,75

1.1.6 - als gebruik wordt gemaakt van verzamelcontainers voor groente-, fruit- en tuinafval, wordt in plaats van het bepaalde in 1.1.3. een opslag op het in 1.1.2. vermelde tarief geheven, per kilo kosteloos

1.1.7 - Als gebruik wordt gemaakt van verzamelcontainers voor restafval, wordt in plaats van het bepaalde in 1.1.5 een opslag op het in 1.1.4 vermelde tarief geheven, per kilo € 0,06

 

Hoofdstuk 2: Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing

2.0 Onverminderd het bepaalde in Hoofdstuk I bedraagt de belasting voor het op aanvraag verrichten van werkzaamheden verband houdende met het aanbrengen van sloten (incl. slot) op containers, zijnde aangewezen inzamelmiddelen, per container € 23,55

3.0 Onverminderd het bepaalde in Hoofdstuk I bedraagt het tarief voor het omruilen van een standaard GFT-container naar een 240 liter GFT-container € 62,68

4.0 Onverminderd het bepaalde in Hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor het aanbieden van de navermelde soorten huishoudelijk afval op de gemeentelijke milieustraat:

4.1 - voor wat betreft het aanbieden van:

▪ grof huishoudelijk afval;

▪ vloerbedekking, tapijt;

▪ huishoudelijk afvalhout (A/B/C);

▪ schoon puin en gips/gasbeton

per 0,5 m3 of gedeelte daarvan

- voor wat betreft gasflessen, bedraagt dit het tarief per gasfles € 8,93

4.2 - voor wat betreft het aanbieden van composteerbaar tuinafval, snoeihout ed.:

4.2.1 ▪ voor aanbiedingen per m3 of gedeelte daarvan kosteloos

 

 

 

4.3 - voor wat betreft het aanbieden van:

▪ oud papier en karton

▪ verpakte oude kleding en textiel

▪ ferro en non-ferro metalen (incl. blik)

▪ op kleur gescheiden eenmalig verpakkingsglas

▪ helder vlak glas (geen autoruiten, gelaagd of gewapend glas)

▪ wit- en bruingoed conform het Besluit WEB

▪ Klein Chemisch Afval

▪ deugdelijk verpakt huishoudelijke asbesthoudende afvalstoffen

▪ luiers

▪ drankenkartons

▪ hard plastic

▪ plantaardige oliën/vetten (frituurvet)

▪ 5 of minder (auto)banden kosteloos

4.3.1 Het tarief wordt, als de band is voorzien van een velg, vermeerderd per band met € 8,93

4.4 Het college van burgemeester en wethouders kan bij afzonderlijk besluit nadere regels stellen voor het bepalen van de omvang van aanbiedingen aan de milieustraat.