Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Simpelveld houdende regels omtrent drugs (Beleidsregels wet Damocles en wet Victoria Simpelveld 2020)

De burgemeester van de gemeente Simpelveld,

 

gelet op:

 

de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 13b Opiumwet tot het toepassen van bestuursdwang ten aanzien van woningen en lokalen of op een daarbij behorend erf in verband met de verkoop, aflevering of verstrekking dan wel daartoe aanwezig zijn van softdrugs of harddrugs of het treffen van voorbereidingshandelingen;

 

de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 174a Gemeentewet tot het toepassen van bestuursdwang ten aanzien van woningen en niet voor publiek toegankelijke lokalen of op een daarbij behorend erf in verband met gedragingen die leiden tot verstoring van de openbare orde of ernstige vrees daarvoor;

 

de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht tot vaststelling van beleidsregels met betrekking tot een hem toekomende bevoegdheid;

 

besluit vast te stellen:

 

Beleidsregels wet Damocles en wet Victoria Simpelveld 2020

Artikel 1 Reikwijdte beleidsregel

  • 1.

    Deze beleidsregel is van toepassing op de uitoefening door de burgemeester van de in artikel 13b van de Opiumwet neergelegde bevoegdheden ten aanzien van:

    • a.

      voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven;

    • b.

      niet voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven;

    • c.

      woningen en bijbehorende erven.

  • 2.

    Deze beleidsregel is van toepassing op de uitoefening door de burgemeester van de in artikel 174a Gemeentewet neergelegde bevoegdheid ten aanzien van:

    • a.

      niet voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven;

    • b.

      woningen en bijbehorende erven.

Artikel 2 Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    harddrugs : alle middelen vermeld op lijst I behorende bij de Opiumwet;

  • b.

    softdrugs : alle middelen vermeld op lijst II behorende bij de Opiumwet;

  • c.

    handel : het verkopen, afleveren of verstrekken van softdrugs of harddrugs – in al zijn verschijningsvormen - dan wel het daartoe aanwezig zijn daarvan; onder handel wordt mede verstaan een mondelinge overeenkomst tot koop, verkoop van drugs, waarbij aflevering of logistieke handelingen elders plaatsvinden;

  • d.

    handelshoeveelheid :

    • als meer dan 0,5 gram harddrugs en/of meer dan 5 milliliter vloeibare harddrugs zoals genoemd in lijst I van de Opiumwet in het gebouw aanwezig is;

    • als meer dan 5 gram softdrugs en/of meer dan 5 hennepplanten zoals genoemd in lijst II van de Opiumwet in het gebouw aanwezig is/zijn;;

    • als aannemelijk is dat in het gebouw sprake is van beroeps-/bedrijfsmatige hennepteelt, als bedoeld in de meest recente Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie.

  • e.

    voorbereidingshandelingen : het voorhanden hebben van een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a Opiumwet;

  • f.

    pand : een woning of lokaal;

  • g.

    woning : elk voor bewoning bestemd of feitelijk daarvoor gebruikt (deel van een) gebouw, bouwwerk (een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte) of complex van ruimten, zoals;

    • een woonkeet (een loods, keet of ander soortgelijk bouwwerk, bestemd om te voorzien in een tijdelijke behoefte aan woongelegenheid);

    • een woonwagen (voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst);

    • een woonboot.

  • h.

    lokaal : elk (deel van een) gebouw, bouwwerk (een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte) of complex van ruimten, al dan niet toegankelijk voor publiek en niet zijnde een woning, zoals een winkel, café, loods, schuur of bedrijfsruimte. Het feitelijk gebruik van het pand of complex van ruimten is bepalend en niet de uiterlijke kenmerken zoals de bouw en aanwezigheid van huisraad.

  • i.

    bijbehorend erf:

    • het bij een woning behorend erf en/of de zich daarop bevindende overige bebouwing, zoals schuren, loodsen, tuinhuizen, dierenverblijven, garages;

    • een bij een lokaal behorend erf en/of de zich daarop bevindende overige bebouwing. Een voor bewoning bestemde ruimte die niet gebruikt wordt als woning kan aangemerkt worden als lokaal.

  • j.

    overtreding : de overtreding van de Opiumwet, waarbij een handelshoeveelheid hard- of softdrugs is aangetroffen dan wel sprake is van (strafbare) voorbereidingshandelingen in een woning of lokaal met bijbehorende (bebouwing op) erven;

  • k.

    recidive : het binnen vijf jaren na de datum van de vorige constatering van een overtreding van de Opiumwet, opnieuw constateren van een overtreding van de Opiumwet;

  • l.

    sluiting : de last onder bestuursdwang waarbij een woning en/of lokaal en/of bijbehorend erf gesloten wordt met toepassing van artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet of artikel 174a Gemeentewet.

Artikel 3 Algemene uitgangspunten

  • 1.

    De bestuursdwangbevoegdheid van de burgemeester is een discretionaire bevoegdheid.

  • 2.

    Bij de toepassing van bestuursdwang op grond van artikel 13b van de Opiumwet of artikel 174a Gemeentewet wordt gekozen voor sluiting van het lokaal en/of de woning en/of bijbehorend erf. Dit moet als de meest effectieve maatregel worden beschouwd om de met de wet strijdige situatie te doen beëindigen en herhaling ervan te voorkomen.

  • 3.

    De maatregel van bestuursdwang heeft met name als doel:

    • de bekendheid van het pand als drugsadres teniet te doen en/of;

    • het terugkeren van de rust in de directe omgeving, en/of;

    • het voorkomen van herhaling van verstoring van de openbare orde, en/of;

    • het voorkomen van verdere aantasting van het woon- en leefklimaat, en/of;

    • het voorkomen van verloedering en overlast als een pand gedurende enige tijd leegstaat, en/of;

    • het verstoren van het criminele ondernemingsproces in de keten van productie of distributie van drugs, en/of;

    • het voorkomen en beheersen van de uit het drugsgebruik voortvloeiende risico’s voor de volksgezondheid, en/of;

    • de nadelige effecten van de productie en distributie van, handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden tegen te gaan.

  • 4.

    De burgemeester maakt gebruik van zijn bevoegdheid tot het opleggen van een last onder bestuursdwang in de vorm van sluiting van de woning en/of het lokaal en/of bijbehorend erf, indien sprake is van een ernstige situatie.

  • 5.

    In geval van een eerste constatering van handel in harddrugs, waarbij sprake is van een handelshoeveelheid dan wel het bereiden of vervaardigen van harddrugs, is altijd sprake van een ernstige situatie.

  • 6.

    In geval van een eerste constatering van handel in softdrugs, waarbij sprake is van een handelshoeveelheid, dan wel het telen, bereiden of vervaardigen van softdrugs, is sprake van een ernstige situatie.

  • 7.

    Bij de toepassing van bestuursdwang tegen de handel in softdrugs kunnen de volgende indicatoren, zijnde niet limitatief en/of cumulatief van aard ook een rol spelen:

    • mate waarin sprake is van een negatieve invloed op het openbare leven en het woon- en leefklimaat;

    • mate van overlast en verloedering;

    • contacten van dealers en klanten in/vanuit een woning/lokaal;

    • verklaringen van klanten en/of drugskoeriers die met drugs zijn onderschept;

    • aanwezigheid van handelsattributen;

    • energie- en/of waterdiefstal;

    • mate van gevaarzetting als gevolg van een verhoogd brandrisico (door overbelasting van het energienetwerk en illegale elektriciteitsaansluitingen;

    • gevaar voor elektrocutie als gevolg van de illegale elektriciteitsaansluitingen.

  • 8.

    In geval van een eerste constatering van voorbereidingshandelingen is eveneens sprake van een ernstige situatie.

  • 9.

    In geval van recidive gelden afzonderlijke sluitingstermijnen. Bij een volgende constatering van een overtreding van de Opiumwet is altijd sprake van een ernstige situatie. Voor de gehanteerde sluitingstermijnen wordt verwezen naar de van toepassing zijnde matrix als opgenomen in artikel 5.

Artikel 4 Procedure en begunstigingstermijn

  • 1.

    Het opleggen van een last onder bestuursdwang vindt plaats met toepassing van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat, alvorens een definitief besluit over sluiting wordt genomen, de belanghebbende schriftelijk op de hoogte wordt gebracht van het voornemen tot sluiting en dat hij/zij in de gelegenheid wordt gesteld mondeling of schriftelijk zijn/haar zienswijze op het voornemen te geven.

  • 2.

    Als begunstigingstermijn bij sluiting wordt een periode van tenminste vijf werkdagen, aanvangend op de dag volgende op verzending van het besluit, aangehouden waarbinnen betrokkene zelf in de gelegenheid is om gehoor te geven aan de opgelegde last.

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid, vindt in geval van handel in harddrugs, dan wel het bereiden of vervaardigen daarvan en/of voorbereidingshandelingen daartoe, de sluiting ex artikel 13b Opiumwet van voor het publiek toegankelijke lokalen, zoals horecabedrijven en winkels, plaats met toepassing van spoedeisende bestuursdwang, zoals bedoeld in artikel 5:31, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, vanwege zeer ernstige verstoring van de openbare orde en als gevolg daarvan aantasting van de veiligheid welke de gemeenschap mag verwachten.

  • 4.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid en onverminderd het bepaalde in het derde lid, kan ook in andere gevallen, waarin handel in drugs en/of voorbereidingshandelingen is/zijn geconstateerd, waarbij de openbare orde zeer ernstig is verstoord en als gevolg daarvan sprake is van een aantasting van de veiligheid welke de gemeenschap mag verwachten, besloten worden tot toepassing van spoedeisende bestuursdwang.

Artikel 5 Duur van de sluiting ex artikel 13b Opiumwet

  • 1.

    Onverminderd het bepaalde in lid 3 van dit artikel, wordt bij de toepassing van bestuursdwang de duur van de sluiting van de woning en/of bijbehorend erf bepaald volgens onderstaande matrix.

Woning

1e overtreding

2e overtreding binnen 5 jaar na constatering eerste overtreding

3e overtreding binnen 5 jaar na constatering vorige overtreding

Volgende overtreding binnen 5 jaar na constatering vorige overtreding

Harddrugs (lijst I)

6 maanden

12 maanden

nader te bepalen termijn

nader te bepalen termijn

Voorbereidingshandelingen harddrugs

6 maanden

12 maanden

nader te bepalen termijn

nader te bepalen termijn

Softdrugs (lijst II)

3 maanden

6 maanden

12 maanden

nader te bepalen termijn

Voorbereidingshandelingen softdrugs

3 maanden

6 maanden

12 maanden

nader te bepalen termijn

 

  • 2.

    Onverminderd het bepaalde in lid 3 van dit artikel, wordt bij de toepassing van bestuursdwang de duur van de sluiting van het lokaal en/of bijbehorend erf bepaald volgens onderstaande matrix.

Lokaal

1e overtreding

2e overtreding binnen 5 jaar na constatering eerste overtreding

Volgende overtreding binnen 5 jaar na constatering vorige overtreding

Harddrugs (lijst I)

12 maanden

24 maanden

nader te bepalen termijn

Voorbereidingshandelingen harddrugs

12 maanden

24 maanden

nader te bepalen termijn

Softdrugs (lijst II)

6 maanden

12 maanden

nader te bepalen termijn

Voorbereidingshandelingen softdrugs

6 maanden

12 maanden

nader te bepalen termijn

 

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste en/of tweede lid wordt:

    • bij het aantreffen van een handelshoeveelheid harddrugs (of voorbereidingshandelingen voor de bereiding of vervaardiging van harddrugs) in een woning en/of lokaal en/of bijbehorend erf, binnen vijf jaar na constatering van een vorige overtreding van de Opiumwet met betrekking tot softdrugs (of voorbereidingshandelingen voor de bereiding of vervaardiging van softdrugs) in die woning en/of dat lokaal en/of bijbehorend erf, aansluiting gezocht bij de sluitingstermijnen (voor recidive) inzake harddrugs, zoals vermeld in de in lid 1 en 2 bedoelde matrixen;

    • bij het aantreffen van een handelshoeveelheid softdrugs (of voorbereidingshandelingen voor de bereiding of vervaardiging van softdrugs) in een woning en/of lokaal en/of bijbehorend erf, binnen vijf jaar na constatering van een vorige overtreding van de Opiumwet met betrekking tot harddrugs (of voorbereidingshandelingen voor de bereiding of vervaardiging van harddrugs) in die woning en/of dat lokaal en/of bijbehorend erf, aansluiting gezocht bij de sluitingstermijnen inzake softdrugs, zoals vermeld in de in lid 1 en 2 bedoelde matrixen.

Artikel 6 Handhaving in combinatie met andere overtredingen en/of misdrijven

  • 1.

    Wanneer een overtreding van de Opiumwet gepaard gaat met feiten en/of omstandigheden die wijzen op andere zware overtredingen of misdrijven wordt een bestuurlijke maatregel opgelegd die geldt voor recidive.

  • 2.

    De belangrijkste feiten en omstandigheden in het eerste lid zijn: gewelds- of openbare ordedelicten, verboden wapenbezit en betrokkenheid bij georganiseerde criminaliteit.

Artikel 7 Duur van de sluiting ex artikel 174a Gemeentewet

Ingeval van omstandigheden, als bedoeld in artikel 174a Gemeentewet wordt de duur van de sluiting bepaald volgens onderstaande matrix.

Woning

3 maanden

Lokaal

6 maanden

Artikel 8 Feitelijke sluiting

  • 1.

    Feitelijke sluiting houdt in dat het lokaal en/of de woning en/of bijbehorend erf ontoegankelijk moet worden gemaakt dan wel wordt gemaakt door alle toegangen tot het lokaal en/of de woning en/of bijbehorend erf af te sluiten, al dan niet door middel van betimmeringen en/of het aanbrengen van ander sluitwerk, en de sleutels in bewaring te geven aan de burgemeester. De betreffende toegangen zullen namens de burgemeester worden verzegeld.

  • 2.

    Het onderliggende besluit zal in verkorte vorm (sluitingsbevel) aan de voorgevel van het lokaal en/of de woning worden aangebracht. Wanneer de voorgevel zodanig van de openbare weg verwijderd of verscholen ligt dat de aankondiging op of aan de woning of het lokaal vanaf de openbare weg niet leesbaar is, kan het sluitingsbevel middels plaatsing van een bord op of bij de perceelgrens aan de openbare weg kenbaar worden gemaakt.

  • 3.

    Het verwijderen van een verzegeling of het verwijderen of beschadigen dan wel onleesbaar maken van het sluitingsbevel, anders dan door een daartoe bevoegde medewerker van de gemeente, levert een strafbaar feit op. Het betreden van een gesloten lokaal en/of woning en/of bijbehorend erf is een strafbaar feit.

Artikel 9 Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken

  • 1.

    Een publiekrechtelijke beperking vanwege een besluit tot sluiting van een woning of lokaal wordt op grond van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken binnen vier dagen na bekendmaking van het besluit ingeschreven in het beperkingenregister.

  • 2.

    Na beëindiging van de sluiting wordt zo spoedig mogelijk een verklaring van het vervallen van de publiekrechtelijke beperking ingeschreven in het beperkingenregister.

Artikel 10 Kostenverhaal

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 5:25 en titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen de kosten van bestuursdwang op de overtreder(s) worden verhaald. Wordt tot kostenverhaal besloten dan wordt dit in de mededeling van het voornemen tot een besluit en in het definitieve besluit meegedeeld.

Artikel 11 Hardheidsclausule

De burgemeester kan, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, afwijken van deze beleidsregels.

Artikel 12 Intrekking

Het Handhavingsbeleid Toepassing wet Damocles en wet Victoria 2017, vastgesteld op 18 oktober 2017, wordt ingetrokken.

Artikel 13 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking in het elektronische Gemeenteblad op www.overheid.nl.

Artikel 14 Citeertitel

Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als “Beleidsregels wet Damocles en wet Victoria Simpelveld 2020”.

Simpelveld, 14 september 2020

DE BURGEMEESTER VAN SIMPELVELD,

dhr. mr. R. de Boer

Naar boven