Gemeenteblad van Coevorden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
CoevordenGemeenteblad 2020, 23569Verordeningen



5e Wijziging Uitvoeringsbesluit Algemene subsidieverordening Coevorden

 

Het college van burgemeester en wethouders van Coevorden;

Gelezen het voorstel van de afdeling Publieksservice, team Maatschappelijke ondersteuning d.d. 14 januari 2020

 

Overwegende dat:

- De gemeente het doel heeft innovatie in zorg en ondersteuning te stimuleren;

- gelet op artikel 3 lid 3 van de Algemene subsidieverordening Coevorden 2019;

- het derhalve noodzakelijk is om het Uitvoeringsbesluit Algemene subsidieverordening Coevorden te wijzigen;

 

Besluit

 

Het uitvoeringsbesluit Algemene Subsidieverordening Coevorden te wijzigen en aan hoofdstuk 3 paragraaf 3.4 met de navolgende tekst in te voegen.

 

 

Artikel I

Na artikel 3.3.7 wordt de navolgende wijziging ingevoegd, luidende:

 

Paragraaf 3.4 Innovatie zorg & ondersteuning

 

Artikel 3.4.1 Begripsbepalingen

ASV: Algemene subsidieverordening gemeente Coevorden 2019

Awb: Algemene wet bestuursrecht

College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Coevorden

Cofinanciering: het systeem waarbij de subsidiabele activiteit deels door onderhavige subsidie en deels door de aanvrager en/ of door derden wordt gefinancierd.

 

Artikel 3.4.2 Doel

De subsidie heeft tot doel het stimuleren van innovatie in het sociaal domein waardoor een kwaliteitsverbetering en/of besparing in de kosten van de dienstverlening in zorg en ondersteuning ontstaat.

 

Artikel 3.4.3 Doelgroep

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen, die de subsidiabele activiteit in samenwerking met andere organisaties uitvoert, waarbij sprake is van cofinanciering van de activiteit.

 

Artikel 3.4.4 Subsidiabele activiteit

1. De activiteit moet bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen in het sociaal domein, nl.:

a. inwoners zijn zelfredzaam, voelen zich gezond, leven langer en doen actief mee door te werken en/of zich in te zetten als vrijwilliger;

b. kinderen groeien veilig, gelukkig en gezond op en ontwikkelen zich tot zelfstandige en zelfredzame volwassenen die het beste uit zichzelf halen;

c. financiële problematiek wordt voorkomen en generationele armoedeproblematiek wordt doorbroken.

2. De activiteit moet in uitkomst vernieuwend zijn (nieuw product, dienst of werkwijze) en nog niet eerder zijn uitgevoerd binnen de gemeente Coevorden. Uitgesloten zijn reguliere activiteiten (going concern taken).

3. Het te verwachten effect van de activiteit moet zichtbaar zijn binnen de gemeentelijke verantwoordelijkheden in het sociaal domein.

4. De activiteit heeft een looptijd van maximaal 3 jaar.

 

Artikel 3.4.5 Aanvraag

1. Onderdeel van de aanvraag is een businesscase waaruit blijkt dat de activiteit potentieel een haalbare innovatie is en waaruit het potentieel maatschappelijk en/of financieel rendement blijkt.

2. Uit de aanvraag blijkt dat en op welke wijze cliënten, eindgebruikers en/of, inwoners bij de uitvoering betrokken worden.

3. Uit de aanvraag blijkt op welke wijze de monitoring van en/of onderzoek naar de activiteit plaatsvindt om te kunnen bepalen of er sprake is van een succesvolle innovatie.

4. De activiteit wordt in samenwerking met meerdere organisaties gedaan, waarbij één organisatie de aanvrager is.

5. De aanvraag is voorzien van een begroting en dekkingsplan van de kosten van de activiteit waar de subsidie voor wordt aangevraagd en een tijdsperiode waarin de activiteit worden uitgevoerd. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan.

6. De middelen worden alleen ingezet in de vorm van co-financiering.

 

Artikel 3.4.6 Weigeringsgronden

Het college kan onverminderd artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en in artikel 8 van de Asv, een aanvraag voor subsidie weigeren indien:

a. twijfels bestaan over de levensvatbaarheid of de kredietwaardigheid van de aanvrager;

b. aannemelijk is dat de geldende kwaliteitsregels met betrekking tot het werkveld waarin de activiteit wordt uitgevoerd niet in acht worden genomen.

c. de activiteit vergelijkbaar is met activiteiten waarvoor het college ook op grond van een andere regeling subsidie kan verstrekken;

d. het aannemelijk is dat de activiteit leidt tot een lastenverzwaring voor de gemeente in het algemeen;

e. de activiteit waarvoor de subsidie is aangevraagd in uitvoering is of is uitgevoerd.

 

Artikel 3.4.7 Verdeelsystematiek

1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van datum van binnenkomst van de subsidieaanvragen, waarbij de datum waarop de aanvraag volledig is, geldt als datum van binnenkomst.

2. Voor zover door verstrekking van subsidie voor volledige aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting.

 

Artikel 3.4.8 Subsidiabele kosten

1. Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

a. de kosten die resteren na aftrek van de bijdragen van derden en eigen middelen en die direct samenhangen met de uitvoering van de subsidiabele activiteit;

b. de loonkosten op voorwaarde dat die in redelijke verhouding staan tot de inzet in geld of menskracht van de betrokken organisaties, die bij de uitvoering van de activiteit betrokken zijn.

2. Niet-subsidiabele kosten zijn de voorbereidingskosten voor de aanvraag van de activiteit.

 

Artikel 3.4.9 Subsidiehoogte

1. De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van €100.000.

2. Voor deze subsidieregeling wordt een subsidieplafond ingesteld.

 

Artikel 3.4.10 Staatssteun

Subsidie wordt slechts verstrekt met toepassing van Verordening (EU) nummer 1407/2013 van de Europese Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, zoals op 24 december 2013 gepubliceerd in het publicatieblad van de Europese Unie.

 

Artikel 3.4.11 Verplichting

1. Aan de subsidieontvanger wordt in ieder geval de verplichting opgelegd dat de activiteit binnen een half jaar na de beschikking tot subsidieverlening wordt gestart.

2. De subsidieontvanger is verplicht één of meerdere tussentijdse verantwoordingen te geven op financiën en voortgang van de activiteit. In de subsidieverlening wordt aangegeven hoe vaak en wanneer.

 

 

Artikel 3.4.12 Advies beoordelingscommissie

1. Het college benoemt een beoordelingscommissie bestaande uit minimaal drie en maximaal vijf personen, waarvan de meerderheid extern lid is.

2. De beoordelingscommissie adviseert het college over de ingediende aanvragen.

3. De beoordelingscommissie betrekt in haar afwegingen de randvoorwaarden zoals opgenomen in artikel 3.4.4 en 3.4.5 van dit uitvoeringsbesluit.

4. Het college kan gemotiveerd afwijken van het advies van de beoordelingscommissie.

 

 

Artikel II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking, maar niet eerder dan 1 februari 2020, en heeft een looptijd tot en met 31 december 2023.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Coevorden op 21 januari 2020.

de burgemeester, de secretaris,

B.J. Bouwmeester B.M. de Vries