Gemeenteblad van Best

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
BestGemeenteblad 2020, 205420Overige besluiten van algemene strekking



Nadere subsidieregeling gemeente Best voor cultuur, sport en recreatie, welzijn en gezondheid, ondernemersklimaat en duurzaamheid 2020

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Best;

 

Overwegende dat:

  • -

    De gemeenteraad op 8 januari 2018 voor de herijking van het subsidiebeleid de volgende uitgangspunten voor vrijwilligersorganisaties heeft vastgesteld:

    • De gemeente kiest bij de subsidiëring van vrijwilligersorganisaties de rol van de responsieve, participerende overheid. De gemeente biedt dus ruimte en ondersteuning aan maatschappelijke initiatieven en springt bij als dat noodzakelijk is.

    • De gemeente scherpt het uitgangspunt dat subsidie het sluitstuk is aan door te stellen dat ledenorganisaties geen subsidie ontvangen voor activiteiten waarvan verwacht mag worden dat de leden hiervoor betalen. Hierbij maakt de gemeente een uitzondering voor activiteiten voor jeugdleden en voor incidentele activiteiten die (ook) toegankelijk zijn voor andere inwoners.

    • Vrijwilligers die een activiteit organiseren waarvan verwacht mag worden dat de bezoekers ervan hiervoor betalen, kunnen slechts eenmalig een garantiesubsidie ontvangen om de activiteit binnen een afgesproken opstartperiode rendabel te maken. De raad kan een uitzondering maken voor activiteiten die niet rendabel te maken zijn, maar die onderdeel uitmaken van een basisaanbod aan activiteiten in Best.

    • De gemeente maakt de procedure om subsidie aan te vragen en te verantwoorden waar mogelijk eenvoudiger en transparanter.

  • -

    De gemeente twee redenen onderscheidt voor het verstrekken van subsidie:

    • Het is een tijdelijke bijdrage om maatschappelijke initiatieven van de grond te krijgen, waarmee een bijdrage geleverd wordt aan de gemeentelijke doelstellingen, of;

    • Het gaat om activiteiten waarbij het economische belang niet direct voor de hand ligt. Verschillende activiteiten zijn zonder subsidie van de overheid niet mogelijk of worden onbetaalbaar voor gebruikers. Door ook hiervoor subsidie te verlenen, wordt het bereiken van de beleidsdoelstellingen van de gemeente gestimuleerd.

  • -

    Het wenselijk is om de diverse subsidieregelingen voor inwoners en organisaties omwille van de eenvoud en transparantie samen te voegen in één regeling. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende vijf thema’s die in aanmerking komen voor subsidie: Cultuur, Sport en recreatie, Welzijn en gezondheid, Ondernemersklimaat en Duurzaamheid.

  • -

    De gemeente streeft naar een inclusieve samenleving. Dit is een Best waar iedereen er bij hoort zoals hij of zij is en mee kan doen.

  • -

    De gemeente streeft naar een samenleving waarin het gewoon is om voor elkaar te zorgen en wat terug te doen voor de samenleving.

  • -

    De gemeente investeert in voorwaarden waardoor inwoners zo lang mogelijk gezond, prettig en zelfstandig kunnen meedoen in de maatschappij.

  • -

    De gemeente de eigen verantwoordelijkheid stimuleert en faciliteert met algemeen toegankelijke voorzieningen.

  • -

    De gemeente samenwerking tussen organisaties wil stimuleren. De activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend staan over het algemeen niet op zichzelf. Zij zijn onderdeel van een sociale structuur, de buurt, cultuur, sport, welzijnswerk, etc. Van organisaties en initiatiefnemers wordt gevraagd om open te staan voor andere partijen met dezelfde doelen of voor initiatieven in de buurt en zo mogelijk verbindingen te leggen. Samenwerking schept kansen voor nieuwe initiatieven en verlaagt de drempels om deel te nemen aan activiteiten.

  • -

    De gemeente bij het subsidiëren van activiteiten bijzondere aandacht wil geven aan:

    • Inwoners onder de 18 jaar. Dit kan een bijdrage leveren aan de ontwikkeling en ontplooiing van talenten en de vaardigheden, gezondheid en het welzijn van de jeugd. Het legt de basis voor een leven lang participeren, ontwikkelen en sporten.

    • Kwetsbare inwoners. Inwoners die (tijdelijk) ondersteuning nodig hebben om hun leven vorm en inhoud te geven, bijvoorbeeld door een lichamelijke of verstandelijke beperking, psychosociale (inclusief materiële) problemen, of doordat deze mensen uitgesloten (dreigen) te worden. Activiteiten gericht op deze inwoners leveren een bijdrage aan de zelfredzaamheid en de inclusieve samenleving.

  • -

    De gemeente maatschappelijke initiatieven indien nodig financieel wil ondersteunen om daadwerkelijk te kunnen bijdragen aan (de versnelling van) de duurzaamheids- en materiaaltransitie.

  • -

    De gemeente met Stichting Centrummanagement Best het convenant ‘Reclamebelasting centrummanagement Best 2011’ heeft gesloten en dit wil vertalen in een subsidieregeling.

  • -

    De gemeente met de subsidieregeling een gelijk speelveld voor de aanvragende partijen nastreeft binnen de context van de gemeente Best.

gelet op het bepaalde in de Algemene subsidieverordening gemeente Best 2018,

en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht,

besluit vast te stellen de volgende:

 

Nadere subsidieregeling gemeente Best voor cultuur, sport en recreatie, welzijn en gezondheid, ondernemersklimaat en duurzaamheid

Artikel 1. Algemene doel van de subsidieregeling

De gemeente:

  • 1.

    Wil ruimte en ondersteuning bieden aan maatschappelijke initiatieven. Er is in toenemende mate behoefte bij inwoners en organisaties om zelf initiatief te nemen in het veranderen van de samenleving. Hiervoor is ruimte nodig en soms ook een financiële bijdrage, bijvoorbeeld om zaken op te starten.

  • 2.

    Wil de zelfredzaamheid van inwoners vergroten. Inwoners zijn voldoende toegerust om (langer) zelfstandig hun eigen leven, maar ook de opvoeding en ondersteuning van hun kinderen, vorm en inhoud te geven. opvoeding en ondersteuning. Eigen verantwoordelijkheid staat daarbij voorop, maar daar waar nodig stelt de gemeente een financiële bijdrage beschikbaar.

  • 3.

    Wil maatschappelijke participatie en sociale samenhang bevorderen. Er wordt hiermee beoogd dat alle inwoners actief kunnen deelnemen aan het maatschappelijke leven en verbondenheid tussen inwoners ontstaat.

  • 4.

    Wil dat de inwoners van Best zich optimaal kunnen ontwikkelen en ontplooien.

  • 5.

    Richt zich op een leven lang sporten en bewegen. Dit draagt bij aan het welbevinden en de gezondheid van de inwoners.

  • 6.

    Richt zich op een goed leef- en woonklimaat en wil dat Best een aantrekkelijke vestigingsplaats voor mens en bedrijf blijft. Inwoners ervaren hun leefomgeving als leefbaar, prettig en veilig en voelen zich hier mede verantwoordelijk voor. En ondernemers en bedrijven kunnen zich blijven ontwikkelen. Er is een grote economische dynamiek en vitaliteit met een groeiende werkgelegenheid.

  • 7.

    Wil cultuurhistorisch erfgoed beschermen.

  • 8.

    Wil initiatieven stimuleren die een bijdrage leveren aan het vergroten van de gezondheid in de buurt.

  • 9.

    Wil maatschappelijke initiatieven stimuleren waarmee de acceptatie en bewustwording van de duurzaamheidstransitie binnen de gemeente Best wordt vergroot, dan wel daadwerkelijk een bijdrage aan (de versnelling van) de realisatie van de energie- en materiaaltransitie geleverd wordt. Hierbij wordt onder duurzaamheidstransitie verstaan de overgang naar een energieneutraal en circulair Best, waarin energie op een duurzame manier wordt opgewekt en materialen worden hergebruikt.

  • 10.

    Wenst samenhang tussen de verschillende voorzieningen en samenwerking tussen organisaties te bereiken.

Artikel 2. Begrippen

  • 1.

    Aanvraag: een verzoek om een besluit te nemen, bijvoorbeeld het verzoek om een subsidie te verlenen.

  • 2.

    Aanvraagformulier: een vastgesteld formulier, bedoeld om een aanvraag in de zin van deze subsidieregeling te doen.

  • 3.

    Aanvraag tot vaststelling: een verzoek om een subsidie vast te stellen. Hiermee wordt de besteding van de subsidie verantwoord. De ASV bevat regels over de inhoud van de aanvraag, de termijnen etc.

  • 4.

    Aanvrager: de partij die de subsidie aanvraagt. Dit is bijvoorbeeld een inwoner, groep inwoners, organisatie of onderneming. In de voorliggende subsidieregeling staat per artikel welke partijen een bepaalde subsidie kunnen aanvragen.

  • 5.

    Algemene verdeelsleutel:

    • Verstrekking van subsidie vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete subsidieaanvragen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

    • Als de aanvrager de gelegenheid heeft gehad om de subsidieaanvraag aan te vullen, geldt de datum waarop de aanvulling op de aanvraag is ontvangen als datum van ontvangst.

    • Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag wordt ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn, door middel van loting gerangschikt.

  • 6.

    ASV: Algemene subsidieverordening gemeente Best 2020 of de opvolger daarvan.

  • 7.

    Beschikking: een besluit dat niet van algemene strekking is. Het is bijvoorbeeld een beschikking over subsidieverlening. Deze kan voorafgaand aan de subsidievaststelling worden gegeven. Ook de afwijzing van een aanvraag is een beschikking.

  • 8.

    Deelplafond: het gedeelte van een subsidieplafond dat gekoppeld is aan een specifieke activiteit of groep activiteiten.

  • 9.

    Subsidie: de aanspraak op financiële middelen, die door een bestuursorgaan (in deze regeling: gemeente Best) worden verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager. Het gaat niet om een betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.

  • 10.

    Subsidieontvanger: de partij die de subsidie ontvangt. Dit is bijvoorbeeld een inwoner, groep inwoners, organisatie of onderneming.

  • 11.

    Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies op grond van voorliggende subsidieregeling.

  • 12.

    Vrijwilligersorganisatie: een rechtspersoon zonder winstoogmerk die functioneert op basis van vrijwillige inzet.

Artikel 3. Voorwaarden

Voor alle subsidies gelden de volgende voorwaarden:

  • 1.

    De activiteit moet bijdragen aan minimaal één van de doelstellingen zoals genoemd in artikel 1.

  • 2.

    Activiteiten waarvoor niet eerder subsidie is verleend, moeten een, naar het oordeel van het college, waardevolle aanvulling zijn op het al bestaande (en eventueel gesubsidieerde) aanbod van activiteiten in Best.

  • 3.

    Alle vrijwilligers die de mogelijkheid hebben om met jeugdigen en/of kwetsbare personen te zijn of werken beschikken over een verklaring omtrent gedrag die niet ouder is dan 3 jaar.

  • 4.

    De activiteiten mogen niet tot segregatie leiden.

  • 5.

    De activiteit wordt niet op andere wijze door de gemeente gesubsidieerd. Per activiteit mag maar één subsidie worden aangevraagd.

UITWERKING PER THEMA

 

Thema 1 – Cultuur

Artikel 4. Begrippen voor het thema Cultuur

  • 1.

    Beschermd monument: onroerende en roerende goederen die zijn opgenomen in het monumentenregister van de gemeente Best, zoals bedoeld in de Erfgoedverordening gemeente Best, evenals monumenten welke zijn opgenomen in het rijksmonumentenregister zoals bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet.

  • 2.

    Instandhouding: periodieke werkzaamheden die noodzakelijk zijn om een monument in goede staat te houden c.q. in bestaande staat te behouden en/of toekomstig onderhoud en kostbare restauraties te voorkomen of te verminderen.

  • 3.

    Leidraad Subsidiabele Instandhoudingkosten: leidraad voor de subsidiabele kosten voor onderhoud en restauratie, opgesteld door de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed (RCE).

  • 4.

    Erfgoed: dat wat we van de voorouders erven. De term erfgoed wordt toegekend aan zaken die mensen waarderen, waarmee ze zich identificeren en die ze willen bewaren voor toekomstige generaties. We maken het volgende onderscheid:

    • Materieel erfgoed, bestaande uit:

      • Roerend erfgoed, dit is verplaatsbaar en niet grondgebonden. Bijvoorbeeld: bibliotheken, archieven, collecties, verzamelingen, schilderijen, beeldhouwwerken, mobiel erfgoed en levend erfgoed.

      • Onroerend erfgoed dit is niet verplaatsbaar en grondgebonden. Bijvoorbeeld: landschappen, veteraanbomen, natuurerfgoed en archeologie. Monumenten of bouwwerken vallen in het kader van deze regeling hier niet onder.

    • Immaterieel erfgoed. Bijvoorbeeld: tradities, dialecten, verhalen, liederen, feesten, rituelen, processies en geuren.

Artikel 5. Erfgoed

  • 1.

    De doelstelling van deze subsidie is beschreven in artikel 1 lid 6 en 7. Om dit te bereiken wordt ingezet op het borgen en ontwikkelen van het cultuurhistorisch erfgoed binnen de gemeente Best en het vergroten van de beleving hiervan.

  • 2.

    De activiteit moet gericht zijn op de inwoner van Best.

  • 3.

    De aanvrager is een instelling, vereniging of stichting met als oogmerk het leveren van een positieve bijdrage aan de borging en ontwikkeling van erfgoed binnen de gemeente Best en aan de beleving hiervan.

  • 4.

    Subsidie kan worden verleend voor éénmalige initiatieven die een positieve bijdrage leveren aan het uitdragen en beleven van erfgoed in Best of initiatieven die jaarlijks terugkeren zoals de landelijke Open Monumentendagen. De initiatieven vinden plaats in de gemeente Best of hebben betrekking op het grondgebied van de gemeente. Deze regeling is niet van toepassing op (klein) onderhoud of restauratie aan monumenten of bouwwerken.

  • 5.

    Voor de aanvraag geldt het volgende:

    • a.

      De aanvraag moet worden ingediend met behulp van een aanvraagformulier.

    • b.

      De aanvraag moet minimaal 8 weken voor het begin van de activiteit worden ingediend.

  • 6.

    Het college bepaalt de hoogte van de subsidie op basis van de door het college noodzakelijk geachte subsidiabele kosten en neemt hierbij de volgende uitgangspunten in acht:

    • a.

      De subsidie dient een aanvullende bijdrage te zijn in de kosten.

    • b.

      De hoogte van de subsidie wordt per aanvraag bepaald en bedraagt maximaal € 2.000,- per aanvraag.

    • c.

      De volgende wegingscriteria worden in acht genomen:

      • De mate waarin de aanvrager oog heeft voor veranderingen in de erfgoedsector en hierop inspeelt.

      • De financiële draagkracht. Subsidieverlening vindt alleen plaats als overige mogelijkheden voor het verkrijgen van inkomsten voldoende zijn benut en financiering door de gemeente noodzakelijk is. Subsidie is het sluitstuk. We verwachten van aanvragers dat zij hun draagkracht maximaal benutten door zich voldoende in te spannen om inkomsten te werven uit deelnemersbijdragen, contributie, entreeprijzen, donaties, fondsen en sponsoring, ect. Dit betekent ook dat indien de subsidie niet volledig nodig was voor het uitvoeren van de activiteit(en), het restant moet worden terugbetaald.

      • Doelmatigheid. Daarbij gaat het om de vraag of het subsidiebedrag aanvaardbaar is ten opzichte van wat daarmee bereikt wordt en of de budgetten efficiënt worden ingezet. We kijken bijvoorbeeld naar het aantal mensen dat bereikt wordt of deelneemt en uit welke doelgroep deze komen in verhouding tot de gevraagde subsidie.

  • 7.

    Het subsidieplafond voor de in dit artikel genoemde activiteiten wordt jaarlijks vastgesteld door het college. Hierbij wordt de algemene verdeelsleutel zoals beschreven in artikel 2 gehanteerd.

Artikel 6. Instandhouding monumenten

  • 1.

    De doelstelling van deze subsidie is beschreven in artikel 1 lid 6 en 7.

  • 2.

    De aanvrager is een natuurlijk persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht op het monument heeft, dan wel krachtens persoonlijk recht het genot heeft van een monument.

  • 3.

    Subsidie kan worden verleend voor activiteiten die zich richten op de instandhouding van de cultuurhistorische waarden van een monument op een sobere en doelmatige wijze. Het gaat om conserverende herstelwerkzaamheden van het bestaande monument of object, die (bouwtechnisch) noodzakelijk zijn voor het behoud van een monument, die tot normaal onderhoud behoren en/of dit te boven gaan. Het college kan besluiten om:

    • a.

      Subsidie te verlenen voor werkzaamheden gericht op maximaal behoud van cultuurhistorische waarden, in het bijzonder het gebruik van historische materialen en constructies.

    • b.

      Subsidie te verlenen voor werkzaamheden, die gericht zijn op het voorkomen van verval of het voorkomen van vervolgschade én/óf vervanging van materialen door reconstructie van de historische waarden, die bouwtechnisch en aantoonbaar niet meer de functie kunnen vervullen.

    • c.

      Een aanvullende subsidie te verlenen voor onvermijdelijk en onvoorzien meerwerk, dat zich openbaart ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden

  • 4.

    Voor de aanvraag geldt het volgende:

    • a.

      De aanvraag moet worden ingediend met behulp van een aanvraagformulier.

    • b.

      De aanvraag moet minimaal 8 weken voor het begin van de activiteit worden ingediend.

    • c.

      In afwijking van artikel 6 van de ASV overlegt de aanvrager de volgende gegevens bij een aanvraag om subsidie:

      • Een recent (maximaal 4 jaar oud) bouwkundig inspectierapport, volgens de methodiek van de Monumentenwacht, opgesteld door een onafhankelijke deskundige of instantie. Deze kunt u kosteloos laten opstellen bij de Monumentenwacht Noord-Brabant binnen het lopende abonnement van de gemeente Best.

      • Tekeningen van zowel de bestaande als de nieuwe toestand.

      • Plattegrond van iedere verdieping van het monument (schaal 1:100).

      • Lengte en dwarsdoorsneden (schaal 1:100).

      • Alle gevelaanzichten (schaal 1:100).

      • Relevante details die verband houden met het uiterlijk van het monument (schaal 1:100, 1:50, 1:20, 1:10, 1:5).

      • Een situatietekening (schaal 1:1000) gebaseerd op door of namens het college verstrekt kaartmateriaal, die inzicht geeft in de situering van het monument op het te bebouwen terrein.

      • Foto’s van de huidige en de historische toestand.

      • Een werkomschrijving c.q. bestek.

      • Een begroting die is gespecificeerd naar activiteit, uren en materialen.

      • Een kopie van de zogenaamde uitgebreide opstalverzekering, gebaseerd op de (herbouw)waarde van het monument.

      • Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk, respectievelijk voldoende zijn. Dit kan mede op advies van de monumentencommissie.

  • 5.

    Aanvullend op de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 3 gelden de volgende subsidievereisten:

    • a.

      De subsidieverplichtingen gelden zowel voor de eigenaar aan wie de subsidie wordt verleend als voor iedere volgende eigenaar van het monument (zgn. kettingbeding).

    • b.

      De noodzakelijke vergunningen zijn verleend voor het verrichten van de activiteiten.

    • c.

      Er is nog niet met de uitvoering van de werkzaamheden begonnen.

    • d.

      Er is een positief advies van de monumentencommissie over de (vergunningplichtige en -vrije) activiteiten:

      • i.

        Uit het te overleggen bouwkundig inspectierapport (maximaal 4 jaar oud) blijkt de noodzaak tot uitvoering van de werkzaamheden.

      • ii.

        De karakteristiek van het pand wordt niet aangetast.

      • iii.

        De werkzaamheden worden in overeenstemming met de certificering URL-restauratievoorwaarden uitgevoerd, zoals is vastgelegd bij de stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM).

    • e.

      Werkzaamheden waarvoor dekking is door verzekeringsgelden worden niet gesubsidieerd.

    • f.

      De subsidiabel gestelde werkzaamheden dienen binnen de redelijke termijn en naar behoren te zijn uitgevoerd.

    • g.

      Het monument voldoet na het uitvoeren van de werkzaamheden naar het oordeel van burgemeester en wethouders aan de (gestelde) eisen vanuit het oogpunt van monumentenzorg.

    • h.

      Het monument is blijvend voldoende verzekerd tegen brand-, storm- en bliksemschade.

    • i.

      De eigenaar is verplicht om kort vóór aanvang van de werkzaamheden melding te maken bij het college en aan, door burgemeester en wethouders aangewezen, personen van de gemeente toegang tot de werkplaats(en) en het werk te verlenen, alsook inzage te geven in alle op het werk betrekking hebbende stukken.

  • 6.

    Het college bepaalt de hoogte van de subsidie op basis van de door het college noodzakelijk geachte subsidiabele kosten. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:

    • a.

      Het college kan de ingediende subsidieaanvragen voor advies aan de gemeentelijke monumentencommissie voorleggen, als bedoeld in de Erfgoedverordening Best.

    • b.

      De kosten van de werkzaamheden staan in redelijke verhouding tot het te verkrijgen resultaat.

    • c.

      Subsidieaanvragen hoger dan het jaarlijks vastgestelde subsidieplafond worden niet in behandeling genomen.

  • 7.

    Het subsidieplafond voor de in dit artikel genoemde activiteiten wordt jaarlijks vastgesteld door het college. Hierbij wordt de algemene verdeelsleutel zoals beschreven in artikel 2 gehanteerd.

     

Thema 2 – Sport en recreatie

Artikel 7. Sport – jeugdleden

  • 1.

    De doelstelling van deze subsidie is beschreven in artikel 1 lid 5, maar de subsidie draagt tevens bij aan artikel 1 lid 3 en 4.

  • 2.

    De activiteit moet gericht zijn op inwoners onder de 18 jaar.

  • 3.

    De aanvrager is een rechtspersoon zonder winstoogmerk die functioneert op basis van vrijwillige inzet en is aangesloten bij een landelijke en bij NOC*NSF aangesloten sportbond of sportkoepel. De aanvrager heeft minimaal 10 jeugdleden uit Best. De omschrijving van een jeugdlid is opgenomen in lid 4 onder a.

  • 4.

    Subsidie kan worden verleend voor:

    • a.

      Jeugdleden uit Best. Onder jeugdlid wordt verstaan het lid van de vereniging dat op 1 januari in het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft minimaal 4 jaar en maximaal 17 jaar oud is.

    • b.

      Een bijdrage in de zwembadhuur in Best.

  • 5.

    Voor de aanvraag geldt het volgende:

    • a.

      De aanvraag moet worden ingediend met behulp van een aanvraagformulier.

    • b.

      De aanvraag moet uiterlijk worden ingediend op 1 oktober in het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de activiteiten plaatsvinden.

  • 6.

    De subsidie wordt direct vastgesteld. Burgemeester en wethouders controleren de subsidies steekproefsgewijs.

  • 7.

    Er wordt onderscheid gemaakt in de volgende categorieën:

    • a.

      Verenigingen die inkomsten genereren uit baractiviteiten.

    • b.

      Verenigingen die geen inkomsten genereren uit baractiviteiten, bijvoorbeeld omdat ze gebruik maken van een sporthal.

    • c.

      Verenigingen die gebruik maken van het zwembad.

  • 8.

    Voor het bepalen van de hoogte van de subsidie stelt het college jaarlijks de volgende tarieven vast:

    • a.

      Een vast bedrag per jeugdlid voor de verenigingen zoals beschreven in lid 6 onder a.

    • b.

      Een vast bedrag per jeugdlid voor de verenigingen zoals beschreven in lid 6 onder b.

    • c.

      Een vast bedrag per jeugdlid én een vast bedrag per uur dat het zwembad per jaar (gerekend over 46 weken) wordt gebruikt voor de verenigingen zoals beschreven in lid 6 onder c.

  • 9.

    Er geldt een overgangsregeling voor partijen die in 2019 subsidie ontvingen op basis van de “Nadere regeling subsidieverstrekking vrijwilligersorganisaties sport” en op basis van voorliggende regeling geen subsidie meer kunnen aanvragen. Deze partijen kunnen in 2020 een subsidie aanvragen ter hoogte van 66% van de subsidie die zij in 2019 ontvingen. In 2021 bedraagt dit percentage 33%. Vanaf 2022 komen deze partijen niet meer in aanmerking voor subsidie.

Artikel 8. Scouting

  • 1.

    De doelstelling van deze subsidie is beschreven in artikel 1 lid 3, 4 en 5. Scoutingverenigingen moeten in staat worden gesteld activiteiten voor jeugdige inwoners te organiseren door middel van het scoutingspel. Aangepast aan de leeftijdsgroep van de kinderen wordt met creatieve thema’s aan de kinderen de ruimte gegeven om fysiek te bewegen, sociaal te experimenteren en zich te ontwikkelen.

  • 2.

    De aanvrager is een rechtspersoon zonder winstoogmerk die functioneert op basis van vrijwillige inzet en is aangesloten bij Scouting Nederland. De aanvrager richt zich specifiek op het organiseren van scoutingsactiviteiten en heeft minimaal 10 jeugdleden uit Best die contributie betalen. Onder jeugdlid wordt verstaan het lid van de vereniging dat op 1 januari in het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft minimaal 4 jaar en maximaal 17 jaar oud is.

  • 3.

    Subsidie kan worden verleend voor leden uit Best met als peildatum 1 januari in het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft

  • 4.

    Voor de aanvraag geldt het volgende:

    • a.

      De aanvraag moet worden ingediend met behulp van een aanvraagformulier.

    • b.

      De aanvraag moet uiterlijk worden ingediend op 1 oktober in het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de activiteiten plaatsvinden.

  • 5.

    De subsidie wordt direct vastgesteld. Burgemeester en wethouders controleren de subsidies steekproefsgewijs.

  • 6.

    Voor het bepalen van de hoogte van de subsidie stelt het college jaarlijks een vast bedrag per lid vast.

     

Thema 3 – Welzijn en gezondheid

Artikel 9. Zelfredzaamheid, participatie en mantelzorgondersteuning

  • 1.

    De doelstelling van deze subsidie is beschreven in artikel 1 lid 1, 2, 3, 4 en 10. Alle inwoners van Best moeten zo lang, zo gezond, zo prettig en zo zelfstandig mogelijk wonen en leven in Best. Preventie, eigen verantwoordelijkheid en een inclusieve samenleving staan daarbij voorop. Met deze subsidieregeling wordt beoogd:

    • De zelfredzaamheid van kwetsbare inwoners te vergroten zodat zij beter zijn toegerust om hun leven zelfstandig vorm en inhoud te geven;

    • De maatschappelijke participatie van kwetsbare inwoners te vergroten zodat zij actief deel kunnen nemen aan het maatschappelijk verkeer;

    • De overbelasting van mantelzorgers van kwetsbare inwoners tegen te gaan.

  • 2.

    De activiteit moet gericht zijn op de kwetsbare inwoners van Best. Dit zijn inwoners die (tijdelijk) ondersteuning nodig hebben om hun leven vorm en inhoud te geven, bijvoorbeeld door een lichamelijke of verstandelijke beperking, psychosociale (inclusief materiële) problemen, of doordat deze mensen uitgesloten (dreigen) te worden. Activiteiten gericht op deze inwoners leveren een bijdrage aan een draagkrachtige en inclusieve samenleving en kunnen de inzet van professionele zorg, hulpmiddelen en diensten verminderen.

  • 3.

    In afwijking van lid 2 kunnen preventieve activiteiten gericht zijn op potentieel kwetsbare inwoners.

  • 4.

    De aanvrager is een inwoner of groep inwoners van Best of een rechtspersoon of een rechtspersoon in oprichting uit Best en zonder winstoogmerk, die functioneert op basis van vrijwillige inzet.

  • 5.

    Er zijn twee soorten subsidie:

    • a.

      Subsidie per kalenderjaar. Deze subsidievorm is bedoeld voor activiteiten met een structureel karakter. De subsidie wordt per kalenderjaar verleend.

    • b.

      Subsidie voor een bepaalde activiteit. Deze subsidievorm is bedoeld voor een eenmalig project of activiteit.

  • 6.

    Subsidie kan worden verleend voor activiteiten die gericht zijn op:

    • a.

      Zelfredzaamheid: activiteiten die de zelfredzaamheid van kwetsbare inwoners versterken zoals informatiebijeenkomsten. Of preventieve activiteiten die bijdragen aan de gezondheid en daarmee (zwaardere) vormen van ondersteuning voorkomen.

    • b.

      Maatschappelijke participatie: activiteiten die eraan bijdragen dat kwetsbare inwoners actief kunnen deelnemen aan het maatschappelijke verkeer. Bijvoorbeeld activiteiten gericht op het tegengaan van eenzaamheid of op het toegankelijk maken van reguliere activiteiten.

      Er wordt een apart subsidieplafond vastgesteld voor nieuwe initiatieven ten aanzien van kwetsbare ouderen, met name op het gebied van fysiek bewegen en het voorkomen en/of het tegengaan van eenzaamheid door middel van maatschappelijke participatie.

    • c.

      Ondersteuning mantelzorgers: activiteiten die mantelzorgers van kwetsbare inwoners ondersteunen of ontlasten. Bijvoorbeeld activiteiten op het gebied van respijtzorg in de vorm van dagopvang, logeeropvang of aanwezigheidszorg.

  • 7.

    De volgende activiteiten worden niet gesubsidieerd:

    • Activiteiten die niet openbaar toegankelijk zijn voor de doelgroep zoals beschreven bij lid 2 en 3.

    • Activiteiten gericht op de instandhouding van organisaties.

  • 8.

    Voor de aanvraag geldt het volgende:

    • a.

      De aanvraag moet worden ingediend met behulp van een aanvraagformulier.

    • b.

      De aanvraag voor een subsidie per kalenderjaar moet uiterlijk worden ingediend op 1 oktober in het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de activiteiten plaatsvinden.

    • c.

      Een aanvraag voor een subsidie voor een bepaalde activiteit moet tenminste 8 weken voor het begin van de activiteit worden ingediend.

  • 9.

    Het college bepaalt de hoogte van de subsidie op basis van de door het college noodzakelijk geachte subsidiabele kosten en neemt hierbij de volgende wegingscriteria in acht:

    • De financiële draagkracht. Subsidieverlening vindt alleen plaats als overige mogelijkheden voor het verkrijgen van inkomsten voldoende zijn benut en financiering door de gemeente noodzakelijk is. Subsidie is het sluitstuk. We verwachten van aanvragers dat zij hun draagkracht maximaal benutten door zich voldoende in te spannen om inkomsten te werven uit deelnemersbijdragen, contributie, entreeprijzen, donaties, fondsen en sponsoring, ect. Dit betekent ook dat indien de subsidie niet volledig nodig was voor het uitvoeren van de activiteit(en), het restant moet worden terugbetaald.

    • Doelmatigheid. Daarbij gaat het om de vraag of het subsidiebedrag aanvaardbaar is ten opzichte van wat daarmee bereikt wordt en of de budgetten efficiënt worden ingezet. We kijken bijvoorbeeld naar het aantal mensen dat bereikt wordt of deelneemt en uit welke doelgroep deze komen in verhouding tot de gevraagde subsidie.

  • 10.

    Er worden verschillende subsidieplafonds vastgesteld:

    • a.

      Een subsidieplafond dat uitsluitend beschikbaar is voor nieuwe initiatieven ten aanzien van kwetsbare ouderen, met name op het gebied van fysiek bewegen en het voorkomen en/of tegengaan van eenzaamheid door middel van maatschappelijke participatie. Hierbij geldt het volgende:

      • Dit budget is beschikbaar voor activiteiten per kalenderjaar en bepaalde activiteiten.

      • Voor de verdeling wordt de algemene verdeelsleutel zoals beschreven in artikel 2 gehanteerd.

    • b.

      Een subsidieplafond voor de activiteiten per kalenderjaar. Dit wordt als volgt verdeeld:

      • i.

        Een aantal activiteiten is voor het netwerk van informele ondersteuning en zorg in Best en de doelstelling van deze regeling van groot belang. Daarom worden de subsidieaanvragen van de organisaties die deze activiteiten uitvoeren als eerste behandeld. Het gaat om de volgende organisaties:

        • Stichting Gehandicaptenplatform Best

        • Stichting Bijna Thuis Huis de Vlinder

        • Stichting Vrijwillige Mantelzorg

        • Stichting Algemene Hulpdienst

        • Stichting Samenspraak

        • Stichting Avondje Uit

        • Stichting Carrousel

        • Stichting CampusVitaal

        • Alzheimer Nederland afdeling Zuid-Oost-Brabant, uitsluitend voor het Alzheimer Café B.O.S.

        • Stichting Zelfhulp Netwerk Zuidoost-Brabant

        • Stichting Seniorenraad, uitsluitend voor de collectieve belangenbehartiging

        • KBO, uitsluitend voor activiteiten gericht op de individuele belangenbehartiging voor alle senioren in Best, zoals de inzet van ouderenadviseurs en onafhankelijk cliëntondersteuners

        • PVGE, uitsluitend voor activiteiten gericht op de individuele belangenbehartiging voor alle senioren in Best, zoals de inzet van ouderenadviseurs en onafhankelijk cliëntondersteuners

      • ii.

        Alle subsidieaanvragen voor activiteiten per kalenderjaar die tijdig zijn ingediend door de organisaties die onder i zijn genoemd, worden behandeld. Als dit zou leiden tot een overschrijding van het subsidieplafond, worden de betreffende subsidies naar evenredigheid verminderd.

      • iii.

        Indien het vastgestelde subsidieplafond niet is bereikt na toetsing van alle subsidieaanvragen voor activiteiten per kalenderjaar van organisaties die onder i zijn genoemd, wordt het resterende subsidiebudget beschikbaar gesteld voor de overige subsidieaanvragers.

      • iv.

        Alle subsidieaanvragen voor activiteiten per kalenderjaar die tijdig zijn ingediend door de overige organisaties, worden behandeld. Als dit zou leiden tot een overschrijding van dit subsidieplafond, worden de betreffende subsidies naar evenredigheid verminderd.

      • v.

        Indien het vastgestelde subsidieplafond niet is bereikt na toetsing van alle subsidieaanvragen voor activiteiten per kalenderjaar, wordt het resterende subsidiebudget toegevoegd aan het subsidieplafond voor bepaalde activiteiten.

    • c.

      Een subsidieplafond voor bepaalde activiteiten. Voor de verdeling wordt de algemene verdeelsleutel zoals beschreven in artikel 2 gehanteerd.

Artikel 10. Aed’s

  • 1.

    De doelstelling van deze subsidie is beschreven in artikel 1 lid 6 en 8. Gemeente Best vindt het belangrijk dat er in Best een dekkend netwerk is van aed’s en burgerhulpverleners. Door het creëren van voldoende ‘zes-minuten zones’ kan het leven worden gered van iemand met een hartstilstand. Met zes-minuten zones wordt bedoeld dat er binnen zes minuten gestart kan worden met reanimeren.

  • 2.

    Uitsluitend Stichting Hartslag Best kan subsidie aanvragen.

  • 3.

    Subsidie kan worden verleend voor activiteiten gericht op:

    • a.

      Het aanschaffen, plaatsen, onderhouden en vervangen van aed’s.

    • b.

      Het opleiden van vrijwillige burgerhulpverleners over het gebruik van de aed’s.

  • 4.

    Voor de aanvraag geldt het volgende:

    • a.

      De aanvraag kan in de even jaartallen worden ingediend voor de twee daarop volgende kalenderjaren.

    • b.

      De aanvraag moet uiterlijk worden ingediend op 1 oktober in het jaar voorafgaand aan de jaren waarin de activiteiten plaatsvinden.

  • 5.

    Het college bepaalt de hoogte van de subsidie op basis van de door het college noodzakelijk geachte subsidiabele kosten en neemt hierbij de volgende uitgangspunten in acht:

    • a.

      De subsidie dient een aanvullende bijdrage te zijn in de kosten.

    • b.

      De volgende wegingscriteria worden in acht genomen:

      • De financiële draagkracht. Subsidieverlening vindt alleen plaats als overige mogelijkheden voor het verkrijgen van inkomsten voldoende zijn benut en financiering door de gemeente noodzakelijk is. Subsidie is het sluitstuk. We verwachten van aanvragers dat zij hun draagkracht maximaal benutten door zich voldoende in te spannen om inkomsten te werven uit donaties, fondsen en sponsoring. Dit betekent ook dat indien de subsidie niet volledig nodig was voor het uitvoeren van de activiteit(en), het restant moet worden terugbetaald.

      • Doelmatigheid. Daarbij gaat het om de vraag of het subsidiebedrag aanvaardbaar is ten opzichte van wat daarmee bereikt wordt en of de budgetten efficiënt worden ingezet. We kijken bijvoorbeeld naar of het lukt om voldoende zes-minuten zones te realiseren in Best en of het aantal inwoners dat bereikt wordt om als burgerhulpverlener aan de slag te gaan, voldoende verspreid is over die zes-minuten zones.

  • 6.

    Het subsidieplafond voor de in dit artikel genoemde activiteiten wordt in de even jaartallen vastgesteld door het college onder voorbehoud van goedkeuring van de begroting door de raad. Het subsidieplafond heeft betrekking op de twee daarop volgende jaren.

Artikel 11. Sociale samenhang en leefbaarheid (buurtbudget)

  • 1.

    De doelstelling van deze subsidie is beschreven in artikel 1 lid 1, 3 en 6.

  • 2.

    De aanvrager is een inwoner of een groep inwoners van Best of een rechtspersoon zonder winstoogmerk die functioneert op basis van vrijwillige inzet zoals een buurt- of wijkorganisatie in Best.

  • 3.

    Subsidie kan worden verleend voor activiteiten die de leefbaarheid en /of sociale verbondenheid in de buurt verbeteren die:

    • a.

      Zorgen voor een toename van de betrokkenheid van inwoners bij hun buurt en buurtgenoten.

    • b.

      Aansluiten op de behoefte in de buurt of de wijk.

    • c.

      (Meer) inwoners en groepen in de buurt de kans geven om mee te doen.

    • d.

      Inwoners een grotere inbreng geven door middel van draagvlakonderzoek en (indien noodzakelijk) wijkraadpleging.

    • e.

      Tevens betrekking kunnen hebben op het plaatsen of aanpassen van voorzieningen in de openbare ruimte.

  • 4.

    Voor de aanvraag geldt het volgende:

    • a.

      De aanvraag moet worden ingediend met behulp van een aanvraagformulier.

    • b.

      In afwijking van de ASV moet de aanvraag tenminste 3 weken voor het begin van de activiteit worden ingediend.

  • 5.

    In afwijking van de ASV wordt binnen 3 weken beslist op een aanvraag om subsidie. Als de aanvraag betrekking heeft op het plaatsen of aanpassen van voorzieningen in de openbare ruimte, bedraagt deze termijn 8 weken.

  • 6.

    De subsidie wordt direct vastgesteld. Burgemeester en wethouders controleren de subsidies steekproefsgewijs.

  • 7.

    Aanvullend op de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 3 gelden de volgende subsidievereisten:

    • a.

      De activiteit is ten gunste van meer inwoners dan alleen de initiatiefnemer(s).

    • b.

      Er moet draagvlak zijn voor de activiteit.

    • c.

      De inwoners leveren zelf een actieve bijdrage aan de activiteit.

    • d.

      De activiteit moet in het jaar van toekenning worden uitgevoerd.

    • e.

      Burgemeester en wethouders kunnen eisen dat de activiteit in Best of in de eigen wijk plaatsvindt.

    • f.

      De te declareren kosten mogen pas worden gemaakt nádat subsidie is toegekend. Kosten die daarvóór worden gemaakt, komen niet in aanmerking voor subsidie.

    • g.

      Vooraf moet de gemeente toestemming geven voor ingrepen en voorzieningen in de openbare ruimte. De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid en verzekering van voorzieningen die in de openbare ruimte worden aangebracht. Voorafgaand aan de activiteit maken de gemeente en aanvrager afspraken over deze zaken en over het onderhoud. De activiteiten vinden pas plaats nadat deze afspraken zijn vastgelegd.

    • h.

      Voor buurtbarbecues, straat-, buurt- of wijkfeest (of een vergelijkbaar initiatief) wordt alleen eten en drinken (excl. alcohol) vergoed. Vanaf het tweede jaar dat de activiteit wordt georganiseerd, moet hieraan gekoppeld een andere activiteit plaatsvinden die bijdraagt aan de doelstellingen zoals beschreven in lid 1 en 3 van dit artikel.

  • 8.

    Het college bepaalt de hoogte van de subsidie op basis van de door het college noodzakelijk geachte subsidiabele kosten en neemt hierbij de volgende uitgangspunten in acht:

    • a.

      De subsidie bedraagt maximaal € 1.500,- per activiteit.

    • b.

      De subsidie bedraagt maximaal € 7,50 per deelnemer met een maximum van €500,- voor buurtbarbecues, straat-, buurt- of wijkfeest (of een vergelijkbaar initiatief). Vanaf het tweede jaar dat de activiteit wordt georganiseerd is dit maximaal € 250,-. De subsidie voor de gekoppelde activiteit is maximaal € 200,-.

    • c.

      De volgende wegingscriteria worden in acht genomen:

      • De financiële draagkracht. Subsidieverlening vindt alleen plaats als overige mogelijkheden voor het verkrijgen van inkomsten voldoende zijn benut en financiering door de gemeente noodzakelijk is. Subsidie is het sluitstuk. We verwachten van aanvragers dat zij hun draagkracht maximaal benutten door zich voldoende in te spannen om inkomsten te werven uit deelnemersbijdragen, contributie, entreeprijzen, donaties, fondsen en sponsoring, ect.

      • Doelmatigheid. Daarbij gaat het om de vraag of het subsidiebedrag aanvaardbaar is ten opzichte van wat daarmee bereikt wordt en of de budgetten efficiënt worden ingezet. We kijken bijvoorbeeld naar het aantal mensen dat bereikt wordt of deelneemt en uit welke doelgroep deze komen in verhouding tot de gevraagde subsidie.

  • 9.

    Het subsidieplafond voor de in dit artikel genoemde activiteiten wordt jaarlijks vastgesteld door het college. Voor de verdeling van de subsidieplafonds wordt de algemene verdeelsleutel zoals beschreven in artikel 2 gehanteerd.

     

Thema 4 – Ondernemersklimaat

Artikel 12. Centrummanagement

  • 1.

    De doelstelling van deze subsidie is beschreven in artikel 1 lid 1 en 6.

  • 2.

    Subsidie kan worden verleend voor activiteiten gericht op:

    • a.

      Het vergroten van de aantrekkelijkheid van het centrum van de gemeente Best.

    • b.

      Het verbeteren van het ondernemersklimaat en de economische positie van het centrum van Best.

    • c.

      De promotie van het centrum van de gemeente Best, door het verbeteren van het imago en de bekendheid van Best.

    • d.

      Het versterken van de lokale en bovenlokale verzorgingspositie en het onderscheidende vermogen van Best ten opzichte van de omliggende gemeenten.

    • e.

      Het versterken van de koopkrachtbinding en het verhogen van het aantal en de hoogte van de bestedingen in het centrum.

    • f.

      Het verbeteren van de aankleding en uitstraling van het centrumgebied.

    • g.

      Het versterken van de samenwerking tussen het bedrijfsleven onderling.

  • 3.

    Uitsluitend Stichting Centrummanagement mag subsidie aanvragen.

  • 4.

    Voor de aanvraag geldt het volgende:

    • a.

      De aanvraag kan in de even jaartallen worden ingediend voor de twee daarop volgende kalenderjaren.

    • b.

      De aanvraag moet worden ingediend met behulp van een aanvraagformulier.

    • c.

      De aanvraag moet uiterlijk worden ingediend op 1 oktober in het jaar voorafgaand aan de jaren waarin de activiteiten plaatsvinden.

  • 5.

    Aanvullend op de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 3 gelden de volgende subsidievereisten:

    • a.

      Activiteiten moeten een collectief belang van de ondernemers in het centrumgebied dienen.

    • b.

      Er is een spreiding van activiteiten over het centrumgebied.

    • c.

      Er is sprake van cofinanciering.

  • 6.

    Het college bepaalt de hoogte van de subsidie op basis van de door het college noodzakelijk geachte subsidiabele kosten, met inachtneming van de volgende wegingscriteria:

    • De financiële draagkracht. Subsidieverlening vindt alleen plaats als overige mogelijkheden voor het verkrijgen van inkomsten voldoende zijn benut en financiering door de gemeente noodzakelijk is. Subsidie is het sluitstuk. We verwachten van aanvragers dat zij hun draagkracht maximaal benutten door zich voldoende in te spannen om inkomsten te werven uit deelnemersbijdragen, contributie, entreeprijzen, donaties, fondsen en sponsoring, ect. Dit betekent ook dat indien de subsidie niet volledig nodig was voor het uitvoeren van de activiteit(en), het restant moet worden terugbetaald.

    • Doelmatigheid. Daarbij gaat het om de vraag of het subsidiebedrag aanvaardbaar is ten opzichte van wat daarmee bereikt wordt en of de budgetten efficiënt worden ingezet. We kijken bijvoorbeeld naar het aantal mensen dat bereikt wordt of deelneemt en uit welke doelgroep deze komen in verhouding tot de gevraagde subsidie.

  • 7.

    Het subsidieplafond voor de in dit artikel genoemde activiteiten wordt in de even jaartallen vastgesteld door het college onder voorbehoud van goedkeuring van de begroting door de raad. Het subsidieplafond heeft betrekking op de twee daarop volgende jaren.

     

Thema 5 – Duurzaamheid

Artikel 13. Duurzame initiatieven

  • 1.

    De doelstelling van deze subsidie is beschreven in artikel 1 lid 9. Maatschappelijke initiatieven op het gebied van duurzaamheid worden gestimuleerd om de bewustwording en eigen kracht van de inwoners in de duurzaamheidstransitie te bevorderen.

  • 2.

    De activiteit moet zijn gericht op de inwoners, organisaties, instellingen en bedrijven van Best.

  • 3.

    De aanvrager is een inwoner of groep inwoners van Best of een rechtspersoon of een rechtspersoon in oprichting uit Best en zonder winstoogmerk, die functioneert op basis van vrijwillige inzet.

  • 4.

    Subsidie kan verleend worden voor:

    • a.

      Initiatieven en activiteiten die leerlingen van het primair en/of middelbaar onderwijs in Best kennis geven van de milieuproblematiek, duurzaamheid en/of de energie- en materiaaltransitie zoals stimuleren om lopend of op de fiets naar school te gaan.

    • b.

      Initiatieven en activiteiten die gericht zijn op kennisoverdracht rondom milieuproblematiek, duurzaamheid en/of de energie- en materiaaltransitie en inwoners en organisaties verleiden om een bijdrage te leveren aan de energie- en materiaaltransitie. Hierbij wordt zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij (inter)nationale activiteiten/dagen, zoals bijvoorbeeld Dag van de Duurzaamheid, Earth Hour, Warme truiendag, aktie winkelen op de fiets.

    • c.

      Initiatieven en activiteiten die in voldoende mate eraan bijdragen dat bewoners in gezamenlijkheid werk maken van de energietransitie. Denk hierbij aan de activiteiten die nodig zijn om te komen tot een gezamenlijke inkoop van energiebesparende maatregelen en het opzetten van collectieve duurzame energie initiatieven. De investering zelf, zoals de aanschaf van isolatieglas, zonnepanelen of een warmtepomp, wordt niet gesubsidieerd.

    • d.

      Het volgen van een cursus zoals een schrijfcursus voor het opstellen van artikelen, blogs etc. Of het volgen van een cursus waarmee het mogelijk is om inwoners, organisaties en bedrijven (beter) te begeleiden in de duurzaamheidstransitie.

  • 5.

    Voor de aanvraag geldt het volgende:

    • a.

      De aanvraag moet worden ingediend met behulp van een aanvraagformulier.

    • b.

      Conform de ASV moet de aanvraag tenminste 13 weken voor het begin van de activiteit worden ingediend.

  • 6.

    Aanvullend op de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 3 gelden de volgende subsidievereisten:

    • a.

      De te declareren kosten mogen pas worden gemaakt nádat subsidie is toegekend. Kosten die daarvóór worden gemaakt, komen niet in aanmerking voor subsidie.

    • b.

      Een schrijfcursus resulteert in minimaal 5 artikelen, blogs etc. binnen één jaar na de subsidieverlening.

    • c.

      De training tot energiecoach resulteert in minimaal 5 duurzaam wonen adviezen. Een specifiek advies of traject mag door maximaal één persoon als verantwoording worden ingediend.

    • d.

      Bij andere cursussen is de tegenprestatie nader te bepalen in overleg met de gemeente.

  • 7.

    Het college bepaalt de hoogte van de subsidie op basis van de door het college noodzakelijk geachte subsidiabele kosten en neemt hierbij de volgende uitgangspunten in acht:

    • a.

      De subsidie bedraagt maximaal € 6.000,- per kalenderjaar per subsidieaanvrager, voor alle activiteiten gezamenlijk.

    • b.

      De subsidie bedraagt maximaal 50% van de kosten van cursussen of andere activiteiten gericht op de ontwikkeling van de vrijwilligers.

    • c.

      De kosten die in aanmerking komen voor subsidie zijn in ieder geval de kosten voor de aanschaf van lespakketten en materialen, sprekers, zaalhuur etc. De uren van vrijwilligers komen niet in aanmerking voor subsidie.

    • d.

      De volgende wegingscriteria worden in acht genomen:

      • De financiële draagkracht. Subsidieverlening vindt alleen plaats als overige mogelijkheden voor het verkrijgen van inkomsten voldoende zijn benut en financiering door de gemeente noodzakelijk is. Subsidie is het sluitstuk. We verwachten van aanvragers dat zij hun draagkracht maximaal benutten door zich voldoende in te spannen om inkomsten te werven uit deelnemersbijdragen, contributie, entreeprijzen, donaties, fondsen en sponsoring, ect. Dit betekent ook dat indien de subsidie niet volledig nodig was voor het uitvoeren van de activiteit(en), het restant moet worden terugbetaald.

      • Doelmatigheid. Daarbij gaat het om de vraag of het subsidiebedrag aanvaardbaar is ten opzichte van wat daarmee bereikt wordt en of de budgetten efficiënt worden ingezet. We kijken bijvoorbeeld naar het aantal mensen dat bereikt wordt of deelneemt en uit welke doelgroep deze komen in verhouding tot de gevraagde subsidie.

  • 8.

    Het subsidieplafond voor de in dit artikel genoemde activiteiten wordt jaarlijks vastgesteld door het college. Voor de verdeling van de subsidieplafonds wordt de algemene verdeelsleutel zoals beschreven in artikel 2 gehanteerd.

Slotbepalingen

Artikel 14. Hardheidsclausule

  • 1.

    Als een bij of krachtens deze regeling gestelde termijn voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen, kunnen burgemeester en wethouders een andere termijn vaststellen.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen van één of meer artikelen afwijken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.

  • 3.

    Toepassing van de vorige leden wordt gemotiveerd in het besluit.

Artikel 15. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 september 2020 en is van toepassing op aanvragen om subsidie voor de uitvoering van activiteiten vanaf 1 januari 2021.

 

Deze regeling vervangt de “Nadere regeling subsidieverstrekking vrijwilligersorganisaties Wmo” en de “Nadere subsidieregeling gemeente Best voor cultuur, sport en recreatie, welzijn en gezondheid, ondernemersklimaat en duurzaamheid”.

Artikel 16. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: “Nadere subsidieregeling gemeente Best voor cultuur, sport en recreatie, welzijn en gezondheid, ondernemersklimaat en duurzaamheid”.

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 21 juli 2020

Het college van burgemeester en wethouders van Best

de gemeentesecretaris

Nicole van Hooy

de burgemeester

Hans Ubachs