Algemene geldende regels voor meldingsplichtige evenementen

 

Evenementen waarvoor volstaan kan worden met een melding zijn vergunningsvrij.

Dit betekent echter niet dat deze evenementen regelvrij zijn. Onderstaand is, in alfabetische volgorde, aangegeven welke regels gelden voor zover deze van toepassing zijn voor desbetreffend evenement.

 

Algemeen
  • 1.

    Een kopie van de melding inclusief het bericht van kennisneming daarvan wordt door de organisatie onmiddellijk op verzoek van de politie, brandweer of een daartoe bevoegd functionaris getoond;

  • 2.

    Gedurende het hele evenement dient een contactpersoon van de organisatie direct bereikbaar te zijn voor de gemeente en hulpdiensten;

  • 3.

    Eventuele aanwijzingen van de politie, de brandweer of een andere daartoe bevoegde functionaris moeten stipt en onmiddellijk worden opgevolgd;

  • 4.

    Overtreding van één of meer voorschriften kan leiden tot het onmiddellijk stopzetten van het evenement en het (laten) ontruimen van de locatie(s);

  • 5.

    De politie, de brandweer of een daartoe bevoegde andere functionaris kan in het belang van de openbare orde en veiligheid het evenement beëindigen en de locatie(s) (laten) ontruimen. In dat geval is geen aanspraak op schadevergoeding mogelijk;

  • 6.

    De gemeente aanvaardt geen aansprakelijkheid voor derden, als gevolg van het evenement.

Brandveiligheid

 

  • 1.

    Vanaf 1 januari 2018 gelden landelijke regels voor het brandveilig gebruik van overige plaatsen, waartoe ook de evenementen behoren. Deze regels zijn opgenomen in het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening (Besluit BGBOP). Het Besluit BGBOP is van toepassing op het evenement.

  • 2.

    Er moet sprake zijn van voldoende en adequate vluchtwegen, nooduitgangen.

  • 3.

    In verband met brandgevaar dienen voldoende (tenminste 2) brandblussers (minimaal 6 kg sproeischuim of poederblusser) nabij elk brandgevaarlijk apparaat/verbruikstoestel/opstal/tent aanwezig te zijn;

  • 4.

    Brandkranen en andere waterwinplaatsen moeten worden vrijgehouden en bereikbaar zijn voor brandweervoertuigen;

  • 5.

    Om struikelen en vallen van publiek te voorkomen moeten kabels en snoeren strak over de vloer worden gelegd door middel van goede plakstrips of matten;

  • 6.

    De opstelling van punten waar warme etenswaren worden bereid is ten minste 1,2 meter uit de gevel of luifel.

  • 7.

    Partytenten en andere brandbare attributen dienen 5 meter uit de gevel te worden geplaatst tenzij – gegeven de locatiespecifieke omstandigheden – een kortere afstand toelaatbaar wordt geacht (bijvoorbeeld in geval van blinde gevels). In deze bijzondere gevallen dienen partytenten en andere brandbare attributen ten minste 3 meter uit de gevel te worden geplaatst. Indien een evenement wordt aangemerkt als een bijzonder geval zoals hiervoor geschetst dan wordt dit expliciet in het bericht van kennisneming kenbaar gemaakt;

  • 8.

    Voor het gebruik van een gasverbruikstoestel met toebehoren gelden de volgende voorschriften:

    • a.

      De in het gasverbruikstoestel en toebehoren toegepaste brandstof is overeenkomstig de technische specificaties van de leverancier van het toestel;

    • b.

      De verbinding tussen een gastank of gasfles en gasverbruikstoestel bestaat uit een deugdelijke samenstelling van slang of leiding, een drukreduceersysteem en aansluitingen en afsluitkranen;

    • c.

      De verbinding tussen een gastank of gasfles en gasverbruikstoestel verkeert in goede staat van onderhoud, is niet uitgedroogd, vertoont geen andere beschadigingen en is niet ouder dan 10 jaar of dan het aantal jaren dat volgens de productspecificatie als levensduur kan worden aangehouden;

    • d.

      Het toegepaste drukreduceersysteem is op een van de volgende wijzen gemonteerd direct op de kraan van de gastank of gasfles;

    • e.

      Een gastank of gasfles en een gasverbruikstoestel zijn stabiel opgesteld;

    • f.

      Een gastank of gasfles en een gasverbruikstoestel staan niet in een vluchtroute;

    • g.

      Het toegepaste drukreduceersysteem is op een van de volgende wijzen gemonteerd direct op de kraan van de gastank of gasfles;

    • h.

      Door gebruik van een geschikte flexibele hogedrukslang tussen gasfles en drukreduceersysteem, die niet langer is dan 0,4 m, of dan 0,75 m indien een uitschuiflade wordt toegepast voor het plaatsen van de flessen;

    • i.

      Het toegepaste drukreduceersysteem bezit voldoende doorlaatcapaciteit voor een ongestoorde en gelijktijdige nominale belasting van alle tot de installatie behorende verbruikstoestellen;

    • j.

      Het toegepaste drukreduceersysteem is zodanig, dat de druk waaronder het gas aan een verbruikstoestel wordt toegevoerd, niet hoger is dan de werkdruk die door de fabrikant van het verbruikstoestel is voorgeschreven;

    • k.

      Bij gelijktijdige aansluiting van meer gasflessen behoort de installatie te zijn voorzien van een voorziening die het ontsnappen van onverbrand gas voorkomt indien een van de flessen is afgekoppeld;

    • l.

      De gasslang of gasleiding tussen het drukreduceersysteem en het gasverbruikstoestel is niet langer dan 10 m, tenzij door branchegebruik, in de betreffende gebruiksaanwijzing of door toestemming van de brandweer een grotere lengte is toegestaan;

    • m.

      bij een gasverbruikstoestel zijn de toepasselijke specificaties voor het installeren vanwege de leverancier aanwezig;

    • n.

      de lpg-installaties voor gebruik anders dan voor de aandrijving van motorvoertuigen voldoen aan NEN-NPR 2577.

    •  

     

  • 9.

    Elektriciteitshaspels moeten volledig zijn afgerold;

  • 10.

    Alle voorzieningen t.b.v. elektra dienen te voldoen aan het gestelde in de norm NEN 1010.

 

EHBO

De organisator is verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid van uw medewerkers en bezoekers. Dit kan gewaarborgd worden door bijvoorbeeld de inzet van EHBO-er of BHV-er.

 

Muziekgeluid

 

  • 1.

    Voor geluid gelden de voorwaarden die in de ‘Notitie Geluid bij evenementen in de gemeente Eijsden-Margraten’, op 15 januari 2013 zijn vastgesteld door het college van B&W. De geluidsvoorschriften gelden voor evenementen waarbij versterkte muziek wordt gemaakt. Voor onversterkte muziek gelden deze normen niet.

  • 2.

    Geluidsboxen moeten zodanig opgesteld worden dat deze bij voorkeur niet direct op woningen of objecten met een gevoelige bestemming zijn gericht en dus van gevels van gevoelige objecten afstralen;

  • 3.

    In onderstaand overzicht zijn de geluidsvoorschriften opgenomen die gelden voor evenementen waarbij versterkte muziek wordt gemaakt. Voor onversterkte muziek gelden deze normen niet.

  • Dag

    7.00 uur tot 19.00 uur

    Avond

    19.00 uur tot

    24.00 uur

    Nacht

    24.00 uur tot

    01.30 uur

    Maximale gevelbelasting (dB(A)) evenement buitenlucht

    80 dB(A)

    80 dB(A)

    75 dB(A)

    Maximale gevelbelasting (dB(C)) evenement buitenlucht

    95 dB(C)

    95 dB(C)

    90 dB(C)

De omwonenden binnen een straal van 50 meter rondom de evenementenlocatie worden tenminste twee werkdagen voorafgaand aan het evenement hiervan op de hoogte gesteld door de organisator, met name over het feit dat muziek ten gehore wordt gebracht, de soort muziek en de begin- en eindtijd.

 

Open vuur

Op grond van artikel 5:34 APV is het verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:

 

  • 1.

    verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

  • 2.

    sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand;

  • 3.

    vuur voor koken, bakken en braden;

  • 4.

    een locatie waarvoor op basis van artikel 10.63 wet milieubeheer een ontheffing is verleend.

Voor andere vormen van open vuur, zoals bijvoorbeeld kampvuren of vreugdevuren, dient u een separate ontheffing aan te vragen.

 

Overige vergunningen

De organisator is verantwoordelijk voor het aanvragen van alle noodzakelijke toestemmingen en vergunningen voor het realiseren van het meldingsplichtige evenement. Als er bijvoorbeeld bedrijfsmatig alcoholhoudende drank wordt verkocht is een ontheffing van de Drank- en Horecawet noodzakelijk

 

Overlast en schade

 

  • 1.

    Direct na afloop van het evenement dient het terrein en de openbare weg te worden gereinigd en vrij van afval en in de oude staat (onbeschadigd) te worden opgeleverd;

  • 2.

    Van de organisator wordt verwacht, dat hij al het (redelijkerwijs) mogelijke doet om te voorkomen dat de gemeente dan wel derden schade lijden ten gevolge van het evenement;

  • 3.

    Schade, berokkend aan gemeente-eigendom, alsmede achtergebleven afval, zullen door de gemeente op kosten van de organisator worden hersteld/verwijderd;

  • 4.

    Er moet zoveel mogelijk worden voorkomen dat er overlast voor de omgeving ontstaat;

  • 5.

    Werkzaamheden in en rond de tijdelijke opstallen zijn verboden vanaf een half uur na sluitingstijd van het evenement tot 07.00 uur;

  •  

Reclameborden en spandoeken

Het is alleen toegestaan om reclameborden of spandoeken op te hangen op de openbare weg indien hiervoor een aparte ontheffing is verleend.

 

Tentconstructie

 

  • 1.

    Een tent moet bestand zijn tegen een windkracht van 6Bft en een windsnelheid van 49 km/u;

  • 2.

    Indien sprake is van windkracht 6 of meer dient de tent onmiddellijk te worden ontruimd in verband met de veiligheid van bezoekers.

 

Toiletten

De organisator dient zorg te dragen voor de aanwezigheid van voldoende toiletten met toiletpapier. Hierbij dient uitgegaan te worden van 1 toiletvoorziening op 150 bezoekers (op een maximale loopafstand van ca. 150 meter).

 

Verkeersveiligheid

 

  • 1.

    De doorgang voor politie, brandweer en/of ambulance moet gewaarborgd zijn. Dit betekent dat tenten, springkussens en dergelijke op een zodanige wijze moeten worden geplaatst dat steeds een doorgang van 3,5 meter breed en 4,5 meter hoog vrij blijft;

  • 2.

    Doorgaande verkeersroutes moeten eventueel door middel van omleidingsroutes gewaarborgd zijn;

  • 3.

    De verkeersveiligheid mag niet in gevaar worden gebracht;

  • 4.

    Wegen mogen uitsluitend tijdelijk (zoals aangegeven in uw aanvraag en akkoord bevonden door de gemeente) worden afgesloten door middel van wegbrede wegafzetting voorzien van verkeers-borden model C1 (bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 – gesloten in beide richtingen voor alle verkeer behalve voetgangers). Deze dranghekken dienen eenvoudig te kunnen worden verplaatst voor voertuigen van brandweer, politie en ambulance.

 

Wensballonnen

Het oplaten van wensballonnen is niet toegestaan.

 

Aldus vastgesteld door de burgemeester op 23 juli 2020

 

Burgemeester van Eijsden-Margraten,

D.A.M. Akkermans

Naar boven