Gemeenteblad van Someren

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
SomerenGemeenteblad 2020, 188946Verordeningen



Subsidieregeling peuterplaatsen en VVE gemeente Someren 2020

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Someren;

 

overwegende dat:

ter uitvoering van de gemeentelijke verantwoordelijkheid in de voorschoolse educatie een subsidieregeling voor (doelgroep)peuters zonder kinderopvangtoeslag vastgesteld moet worden;

 

gelet op:

titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Someren 2018;

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de subsidieregeling peuterplaatsen en VVE gemeente Someren 2020

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • a.

    adviestabel VNG: adviestabel ouderbijdrage peuterwerk van de VNG voor het betreffende jaar, zoals gepubliceerd op de website van de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten);

  • b.

    BSN: het Burgerservicenummer;

  • c.

    college: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Someren;

  • d.

    doelgroepkinderen: kinderen die in aanmerking komen voor VVE, op indicatie van een door het college aan te wijzen instantie;

  • e.

    gemeente: gemeente Someren;

  • f.

    houder: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet toebehoort en die met die onderneming een kinderdagverblijf exploiteert en die staat vermeld in het LRK;

  • g.

    inkomensafhankelijke ouderbijdrage: financiële bijdrage die de ouders betalen voor de afname van een reguliere peuterplaats conform de adviestabel de VNG;

  • h.

    inkomensverklaring: door ouders/verzorgers getekende inkomensverklaring van Kinderopvang Organisatie;

  • i.

    kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint;

  • j.

    kinderopvangtoeslag: de tegemoetkoming van het Rijk, uitgekeerd via de Belastingdienst aan ouders, bedoeld als bijdrage in de kosten voor in het LRK geregistreerde kinderopvang;

  • k.

    LRK: landelijk Register Kinderopvang; het register waarin kinderopvangvoorzieningen zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen;

  • l.

    ouders: ouder(s)/verzorger(s) van de peuter die woonachtig zijn in de gemeente;

  • m.

    peuterplaats: plaats voor peuters vanaf 2 jaar tot het moment dat zij naar de basisschool uitstromen, van 2 dagdelen en totaal 8 uur per week gedurende 40 weken per jaar op twee verschillende dagen met een maximum van 4 uur per dagdeel;

  • n.

    voorschoolse voorziening: kinderdagverblijven die zijn geregistreerd in het LRK als VVE-gecertificeerd binnen de gemeente Someren;

  • o.

    VVE: voor- en vroegschoolse educatie; het aanbod voor kinderen tot en met groep 2 van de basisschool, waarbij aan de hand van een VVE-programma, op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling;

  • p.

    VVE-programma: een erkend voorschools programma waarin op een gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek, en sociaal- emotionele ontwikkeling voor zover dit programma is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugd Instituut;

  • q.

    VVE-jaarbedrag: een vergoeding in de vorm van een jaarbedrag aan de houder voor de extra werkzaamheden voor een bezette VVE-peuterplaats;

  • r.

    VVE-peuterplaats: plaats voor doelgroeppeuters van 2 1/2 jaar tot het moment dat zij naar de basisschool uitstromen, van vier dagdelen en totaal 16 uur gedurende 40 weken per jaar op vier verschillende dagen van de week, met een maximum van 4 uur per dagdeel.

  •  

Artikel 2 Reikwijdte

De subsidieregeling is van toepassing op alle subsidies die het college verstrekt voor peuterplaatsen en VVE.

 

Artikel 3 De grondslag voor het subsidie

  • 1.

    Het college stelt jaarlijks voor 1 november het uurtarief per (VVE-)peuterplaats vast, als basis voor de vast te stellen subsidie.

  • 2.

    Het college stelt jaarlijks voor 1 november het VVE-jaarbedrag vast.

  • 3.

    De grondslag voor de subsidie is het werkelijk aantal peuters en het werkelijk aantal uren dat gebruik wordt gemaakt van de peuterspeelzaal.

  • 4.

    Het college subsidieert de volgende subsidiebedragen:

    • per bezette peuterplaats voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag 8 uren per week maal het vastgestelde uurtarief;

    • per bezette VVE-peuterplaats voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag 16 uren per week maal het vastgestelde uurtarief;

    • per bezette VVE-peuterplaats voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag 8 uren per week (het derde en vierde dagdeel) maal het vastgestelde uurtarief;

  • 5.

    Naast de in lid 4 genoemde subsidiebedragen stelt het college voor doelgroeppeuters een VVE-jaarbedrag beschikbaar. Indien een doelgroeppeuter niet het gehele jaar gebruik maakt van het VVE-aanbod, wordt dit bedrag naar rato verstrekt.

  • 6.

    Alleen kinderdagverblijven die op 1 augustus 2020 in het LRK in de gemeente Someren waren geregistreerd, komen in 2020 in aanmerking voor subsidie.

 

Artikel 4 Inkomensafhankelijke ouderbijdrage eerste en tweede dagdeel

  • 1.

    Alle ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag betalen over het eerste en tweede dagdeel, zijnde 8 uur per week verdeeld over 2 dagdelen met een maximum van 4 uur per dagdeel x 40 weken per jaar, een inkomensafhankelijke ouderbijdrage conform de adviestabel VNG.

  • 2.

    De hoogte van de ouderbijdrage wordt, voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, bij de start van elk kind, door de houder vastgesteld op basis van het gezamenlijke toetsingsinkomen gezin. Hiertoe wordt door de ouders de meest recente inkomensverklaring overlegd.

  • 3.

    De ouderbijdrage wordt betaald aan de houder.

  • 4.

    De houder int zelf de ouderbijdrage en is verantwoordelijk voor het bijbehorende risico van niet-betalers.

 

Artikel 5 Aanvraag subsidieverlening

  • 1.

    Subsidieaanvragen kunnen uitsluitend worden ingediend voor kinderdagverblijven die zijn geregistreerd in het LRK als VVE-gecertificeerd en die gevestigd zijn in de gemeente Someren.

  • 2.

    De subsidieaanvraag voor het komende jaar dient uiterlijk op 1 januari van het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft door de gemeente Someren te zijn ontvangen.

  • 3.

    De aanvraag dient te worden gedaan op basis van een reële inschatting van het aantal bezette (VVE-)peuterplaatsen, verdeeld naar de ouders die wel en geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.

  • 4.

    Voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt van een door de gemeente vastgesteld format.

 

Artikel 6 Subsidieverlening

  • 1.

    Het college besluit over de aanvraag voor peuterplaatsen, VVE-peuterplaatsen en VVE-jaarbedragen binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens.

  • 2.

    Het college kan dit besluit met ten hoogste zes weken verdagen. Het college stelt de houder hiervan schriftelijk in kennis.

  • 3.

    De beschikking van de subsidie voor peuterplaatsen, VVE-peuterplaatsen en de VVE-jaarbedragen bevat in ieder geval:

    • a.

      de voorschoolse voorzieningen waarvoor de subsidie wordt gegeven;

    • b.

      de periode en het aantal peuterplaatsen waarvoor de subsidie wordt gegeven;

    • c.

      de voorwaarden en verplichtingen waaraan de aanvrager moet voldoen;

    • d.

      de wijze waarop de subsidie wordt betaald;

    • e.

      de wijze waarop de subsidie wordt vastgesteld.

 

Artikel 7 Weigeringsgronden

Onverminderd de subsidievoorwaarden als opgenomen in deze subsidieregeling (artikel 8 en 9), kan de subsidie worden geweigerd indien:

  • 1.

    Voor één van de Somerense vestigingen van de houder in de subsidieperiode bestuursrechtelijke handhaving van kracht is of wordt.

  • 2.

    Het eventueel door het college vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

 

Artikel 8 Bijzondere bepalingen en verplichtingen betreffende de houder

  • 1.

    Er loopt geen bestuursrechtelijke handhavingsprocedure voor het kinderopvangaanbod binnen de gemeente.

  • 2.

    Houder werkt mee aan de uitvoering van het gemeentelijk beleid met betrekking tot de ontwikkeling van jonge kinderen.

  • 3.

    Houder is verplicht doelgroeppeuters voorrang te geven bij de plaatsing van peuters op beschikbaar gekomen peuterplaatsen.

  • 4.

    Houder verschaft op verzoek informatie aan de gemeente, de Inspectie van het Onderwijs, het Ministerie van Onderwijs of aan andere door de gemeente aangewezen instanties.

  • 5.

    Houder voldoet aan alle relevante juridische voorwaarden en regelingen die buiten deze subsidieregeling van toepassing zijn. Het niet voldoen aan deze subsidieregeling, de genoemde wettelijke regelingen of andere relevant juridische voorwaarden en regelingen leidt tot afwijzing van het subsidieverzoek of invordering van reeds betaalde subsidie.

  • 6.

    Behoudens de bepalingen in de subsidieverordening beschikt de houder over onderliggende gegevens en kan deze indien gewenst, binnen een redelijke termijn beschikbaar stellen aan de gemeente. Het gaat daarbij onder meer om:

    • a.

      een door de ouders ondertekend contract met daarin de namen en adres(sen) van ouders;

    • b.

      bewijs geen recht op kinderopvangtoeslag;

    • c.

      naam, geboortedatum en BSN van de kinderen waarop de subsidie betrekking heeft;

    • d.

      indien het gaat om een VVE-peuterplaats: een bewijs van indicatiestelling voor VVE van het Consultatiebureau JGZ (Jeugdgezondheidszorg).

 

Artikel 9 Bijzondere bepalingen en verplichtingen betreffende de inhoud.

  • 1.

    Houder voldoet aan de kwaliteitseisen zoals deze bij artikel 9.1 t/m 9.4 zijn opgenomen.

  • 2.

    Voordat subsidie wordt beschikt, dient middels een controle van de GGD te worden aangetoond dat in de basis aan deze kwaliteitseisen is voldaan.

  • 3.

    Aanvullende controle door de onderwijsinspectie of onderwijsbegeleidingsdienst zorgt voor controle op daadwerkelijke uitvoering en borging van de kwaliteitseisen.

 

Artikel 9.1 Kwaliteitseisen aanbod en personeel

  • 1.

    Op de groepen waar voor een of meer peuters subsidie wordt ontvangen, wordt voorschoolse educatie aangeboden, ongeacht of er doelgroeppeuters aanwezig zijn.

  • 2.

    Het aanbod van voorschoolse educatie voldoet aan de wettelijke eisen uit het ‘Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie’.

  • 3.

    Er is beschreven in het VVE-werkplan op welke wijze het VVE-programma opklimt in moeilijkheidsgraad en op welke wijze de activiteiten worden afgestemd op verschillen in de ontwikkeling van de individuele kinderen.

  • 4.

    Pedagogisch medewerkers zijn gecertificeerd in het VVE-programma waarmee wordt gewerkt1.

  • 5.

    Houder evalueert aantoonbaar ten minste een keer per jaar systematisch de kwaliteit van VVE; bevindingen worden in een jaarverslag vastgelegd inclusief de verbetermaatregelen voor het volgend jaar.

 

Artikel 9.2 Kwaliteitseisen kindvolgsysteem en overdracht

  • 1.

    Voor alle peuters wordt gebruik gemaakt van een kind-volgsysteem (Kijk) om de brede ontwikkeling van de peuters te volgen.

  • 2.

    Er is sprake van een doelgerichte planning van het VVE-aanbod voor doelgroeppeuters.

  • 3.

    Voor alle peuters vindt overdracht plaats naar het primair onderwijs middels een door houder en onderwijsinstelling vastgesteld overdrachtsprotocol, conform gemeentelijk beleid.

  • 4.

    Voor de (doelgroep)peuters vindt een warme overdracht plaats naar het primair onderwijs.

  • 5.

    Er is sprake van een aantoonbare samenwerking met tenminste één basisschool voor wat betreft de doorgaande lijn voor peuters, dit is vastgelegd in een locatieplan.

  • 6.

    De samenwerking wordt aantoonbaar tenminste één maal per jaar door de partners geëvalueerd.

 

Artikel 9.3 Kwaliteitseisen zorg

  • 1.

    Bij de intake wordt gevraagd of een kind externe zorg ontvangt of recent heeft ontvangen, dit wordt geregistreerd in het dossier van het kind.

  • 2.

    In overleg met ouders wordt bepaald in hoeverre en op welke wijze op de groep aanvullende zorg wordt geboden.

  • 3.

    Houder draagt zorg voor een interne zorgstructuur, dat wil zeggen dat heldere afspraken zijn gemaakt over het signaleren van zorgkinderen en de stappen die daarna worden doorlopen.

  • 4.

    Er is sprake van een aantoonbare samenwerking met de GGD en het Gebiedsteam ZO Someren ten behoeve van de ontwikkeling van peuters.

 

Artikel 9.4 Kwaliteitseisen ouderbeleid

  • 1.

    Er is een visie met bijbehorende doelen op het gebied van VVE-ouderparticipatie geformuleerd.

  • 2.

    Er is een analyse van de ouderpopulatie verricht, waarbij factoren zijn meegenomen zoals taalachtergrond, opleidingsniveau, werkend/niet-werkend en sociaal-economische factoren.

  • 3.

    Op basis van de analyse van de ouderpopulatie, de wensen en mogelijkheden van de ouders en de eigen doelstellingen is een concreet VVE-ouderbeleid geformuleerd en op schrift gesteld.

  • 4.

    Het ouderbeleid wordt in de praktijk aantoonbaar uitgevoerd.

  • 5.

    Ouders worden adequaat geïnformeerd over het beleid, met name over het pedagogisch beleid, het ouderbeleid, de frequentie van informatie-uitwisseling en doelstellingen t.a.v. VVE.

  • 6.

    Adequaat informeren is aantoonbaar doordat pedagogisch medewerkers kunnen laten zien dat een bepaalde procedure wordt gevolgd en uit gesprekken met pedagogisch medewerkers, leidinggevenden en eventueel ouders blijkt dit ook.

  • 7.

    Ouders van doelgroeppeuters worden door de pedagogisch medewerkers gestimuleerd om thuis VVE-activiteiten met hun kinderen te doen en geïnformeerd over hoe ze met hun kind(eren) activiteiten kunnen uitvoeren.

  • 8.

    Er is tenminste een keer per jaar een oudergesprek op uitnodiging van de houder, waarin ouders worden geïnformeerd over de ontwikkeling van hun kind; voor doelgroeppeuters is dit tenminste twee maal per jaar.

 

Artikel 10 Aanvraag subsidievaststelling

De aanvraag voor de vaststelling van de subsidie vindt plaats voor het einde van het jaar waarop deze betrekking heeft.

 

Artikel 11 Subsidievaststelling

Het college beslist op de aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 5 uiterlijk binnen 8 weken.

 

Artikel 12 Bevoorschotting

Per kwartaal vindt een bevoorschotting plaats op basis van het goedgekeurde voorschot.

 

Artikel 13 Aanvullende bevoegdheid

In de gevallen, waarin deze subsidieregeling niet voorziet, beslist het college.

 

Artikel 14 Hardheidsclausule

Het college kan artikelen van deze subsidieregeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het doel van deze subsidieregeling leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

 

Artikel 15 Citeertitel en inwerkingtreding

Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Someren,

de secretaris,

T.M.G. van Leeuwen

de burgemeester

D. Blok