Gemeenteblad van Rucphen

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
RucphenGemeenteblad 2020, 187134Beleidsregels



Beleidsregel kappen en herplantplicht gemeente Rucphen

 

Artikel 1 Definities

  • a.

    boomwaarde: de geldelijke waarde van een boom of houtopstand zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen.

  • b.

    erf: Een buitenruimte welke direct is gelegen rondom het bedrijf met een primair doel voor de eigen bedrijfsvoering en veelal is begrenst door muren, hekwerken, hagen of beplantingen Erfbeplanting maakt geen onderdeel uit van het erf.

  • c.

    erfbeplanting: Houtige opgaande beplanting die is opgenomen op de Groene Kaart en is gesitueerd aan de rand van een erf of tuin.

  • d.

    tuin: Een private buitenruimte welke direct aan de woning is gelegen en veelal is begrenst door muren, hekwerken, hagen of beplantingen en met een primair doel voor de persoonlijke levenssfeer en gebruiksruimte. Erfbeplanting maakt geen onderdeel uit van de tuin.

     

Artikel 2 Vergunningsvoorschriften en (financiële) herplantplicht

  • 1.

    Aan de omgevingsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig dit artikel genoemde voorschriften moet worden herplant.

  • 2.

    Als voorschrift wordt bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.

  • 3.

    Het voorschrift kan worden opgenomen dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen een herplantplan ter goedkeuring moet worden ingediend en uitgevoerd.

  • 4.

    Een herplantplicht als genoemd in lid 1 wordt niet opgelegd als de houtopstand is gesitueerd binnen de feitelijke grenzen van een tuin of erf;

  • 5.

    De in lid 4 genoemde vrijstelling van een herplantplicht, geldt niet voor houtopstanden die dienen als erfbeplanting in het buitengebied, als hier volgens de redengevende waardering een landschappelijke of beeldbepalende waarde aan is toegekend;

  • 6.

    Als vergunningvoorschrift wordt opgenomen dat de herplant wordt opgelegd voor dezelfde locatie of de directe nabijheid van de te kappen houtopstand, waarbij de redengevende waardering van de te kappen houtopstand wordt hersteld;

  • 7.

    Indien de houtopstand niet is opgenomen in een bestemmingsplan en de aanvrager aangeeft dat niet ter plaatse op een duurzame wijze kan worden herplant, zoals bedoeld in het vorige lid, wordt een financiële herplant als vergunningvoorschrift opgenomen;

  • 8.

    Een financiële herplantplicht wordt berekend volgens de boomwaarde en gestort in het groenfonds;

  • 9.

    Aan de omgevingsvergunning kan het voorschrift worden verbonden dat op en bij bouw- en aanlegwerken pas tot kappen mag worden overgegaan als andere vergunningen, ontheffingen, toestemmingen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn en de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is;

  • 10.

    Aan de omgevingsvergunning kan het voorschrift worden verbonden tot het opstellen en overleggen van een bomeneffectanalyse in geval van bouw of aanleg van werken nabij te behouden bomen / houtopstanden.

     

Artikel 3 Illegale kap herplant / instandhoudingsplicht

1. Indien een houtopstand waarop het verbod tot kappen van toepassing is, zonder omgevingsvergunning is gekapt, of op een andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de voorschriften als genoemd in artikel 2.

 

Artikel 4 Intrekking eerdere regeling

De “Regeling Beoordeling kapaanvragen Groene Kaart” wordt ingetrokken per 1 augustus 2020.

 

Artikel 5 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking op 1 augustus 2020.

 

Artikel 6 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als “Beleidsregel kappen en herplantplicht gemeente Rucphen”.

 

Besloten in de vergadering van burgemeester en wethouders d.d. 7 juli 2020

 

de secretaris, de burgemeester,

 

drs. S. Michielse mr. M. van der Meer Mohr