Gemeenteblad van Het Hogeland

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Het HogelandGemeenteblad 2020, 177867Verordeningen



UITVOERINGSBESLUIT GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN GEMEENTE HET HOGELAND 2020

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Het Hogeland;

gelet op artikel 11 lid 2, artikel 12 lid 1 en 2, en artikel 19 van de Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Het Hogeland 2020;

besluit vast te stellen het Uitvoeringsbesluit gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Het Hogeland 2020

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • a.

    algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot:

    het doen begraven en begraven houden van een overledene;

  • b.

    algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden voor het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • c.

    asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

  • d.

    begraafplaats: de begraafplaatsen die in eigendom, beheer en onderhoud zijn van gemeente Het Hogeland.

  • e.

    beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen of degene die hem vervangt;

  • f.

    belanghebbende: nabestaanden van overledenen die zijn begraven of bijgezet in een algemeen graf of algemeen urnengraf;

  • g.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Het Hogeland;

  • h.

    gedenkteken: een voorwerp op het graf voor het aanbrengen van opschriften en afbeeldingen;

  • i.

    gedenkzuil: een voorwerp door de gemeente ter beschikking gesteld voor het aanbrengen van een gedenkteken;

  • j.

    graf: een zandgraf of keldergraf;

  • k.

    grafbedekking: gedenkteken en/of winterharde grafbeplanting op een graf, daarbij inbegrepen alle aangebrachte materialen;

  • l.

    grafkelder: een betonnen of kunststof constructie waarin een of meerdere overledenen worden begraven of asbussen worden bijgezet. Grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand;

  • m.

    particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

  • .

    a. het doen begraven en begraven houden van een overledene;

  • .

    b. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • n.

    particulier kindergraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van levenloos geborenen en kinderen die zijn overleden voor het bereiken van het twaalfde levensjaar;

  • o.

    particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • p.

    particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • q.

    rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier kindergraf, een particulier urnengraf, particuliere urnennis of, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;

  • r.

    urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;

  • s.

    verstrooiingsplaats: een als zodanig aangewezen plaats op de begraafplaats waarop as wordt verstrooid;

Artikel 2. Indeling en uitgifte van graven

  • 1.

    In algemene graven wordt gelegenheid gegeven om overledenen te begraven voor de tijd van 20 jaren;

  • 2.

    De particuliere graven worden onderverdeeld in:

  • .

    a. Graven uitgegeven voor de tijd van 30 of 50 jaren, bestemd voor het begraven van ten hoogste één overledene, het bijplaatsen van 2 asbussen met of zonder urnen, dan wel het plaatsen van 4 asbussen met of zonder urnen in een graf zonder overledenen;

  • .

    b. Kindergraven uitgegeven voor de tijd van 30, 50 of 60 jaren, bestemd voor het begraven van ten hoogste één levenloos geborene of een kind die is overleden voor het bereiken van het twaalfde levensjaar;

  • 3.

    Op begraafplaats Bedum, afdeling D en E worden de particuliere graven onderverdeeld in:

  • a.

    Graven uitgegeven voor de tijd van 30 of 50 jaren, bestemd voor het begraven van ten hoogste twee overledenen, het bijplaatsen van 2 asbussen met of zonder urnen, dan wel het plaatsen van 4 asbussen met of zonder urnen in een graf zonder overledenen;

  • 4.

    Op begraafplaats Bedum, afdeling D is een dubbel graf mogelijk, een dubbel graf wordt uitgegeven als een 2-dieps graf.

Artikel 3. De bezorging van as

  • 1.

    In algemene urnengraven wordt gelegenheid gegeven tot het doen bijzetten van ten hoogste twee asbussen met of zonder urnen voor de tijd van 20 jaren;

  • 2.

    De particuliere urnengraven worden onderverdeeld in:

  • .

    a. Urnengraven voor de tijd van 30 jaren, bestemd voor het daarin bijzetten van ten hoogste twee asbussen met of zonder urnen;

  • .

    b. Urnengraven voor de tijd van 50 jaren, bestemd voor het daarin bijzetten van ten hoogste twee asbussen met of zonder urnen;

  • 3.

    In particuliere urnennissen wordt gelegenheid gegeven tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen voor de tijd van 30 of 50 jaren.

Artikel 4. Verstrooiingsplaats

Een als zodanig aangewezen plaats op de begraafplaats met de mogelijkheid tot het doen verstrooien van as.

Artikel 5. Afmetingen van graven

  • 1.

    De afmetingen van de graven op de begraafplaatsen zijn 100 x 250 centimeter;

  • 2.

    De afmetingen van kindergraven zijn:

  • .

    a. Voor kinderen met een leeftijd tussen 1 en 12 jaar: 100 x 185 centimeter

  • .

    b. Voor doodgeborenen en kinderen jonger dan 1 jaar: 100 x 125 centimeter;

  • 3.

    De afmetingen van urnengraven zijn 100 x 100 centimeter.

Artikel 6. Grafkelders

  • 1.

    De in de grafruimten te plaatsen betonnen kelders voor het begraven van overledenen dienen van de navolgende afmetingen te zijn: Lengte maximaal 250 centimeter, breedte maximaal 100 centimeter;

  • 2.

    De in de grafruimten te plaatsen betonnen kelders of kunststoffen constructies ten behoeve van het bijzetten van asbussen dienen van de navolgende afmetingen te zijn: Lengte maximaal 100 centimeter en breedte maximaal 100 centimeter.

Artikel 7. Aanvraag vergunning

  • 1.

    Bij de schriftelijke aanvraag voor vergunning tot het hebben van een grafbedekking behoort een werktekening te worden ingediend.

  • 2.

    Op deze werktekening dienen ten minste voor te komen:

  • .

    a. Een boven-, voor- en zijaanzicht met alle hoogte-, breedte-, dikte- en lengtematen;

  • .

    b. De soort, kleur en bewerking van het te gebruiken materiaal;

  • .

    c. De vermelding of de letters etc. ingehakt, opgehakt of van metaal zijn;

  • .

    d. De woordindeling van het opschrift en de plaats van figuratie(s);

  • .

    e. Het materiaal van de fundering en de wijze van bevestigen van het gedenkteken daarop;

  • .

    f. Beschrijving overige toegepaste materialen;

  • .

    g. Beschrijving van de winterharde beplanting.

Artikel 8. Gedenkteken

  • 1.

    Voor de gedenktekens mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt, zoals natuursteen, metaal, keramiek, duurzame kunststoffen of een verduurzaamde houtsoort.

  • 2.

    De lengte en breedte van het gedenkteken mogen die van het graf niet overschrijden.

  • 3.

    Het gedenkteken mag niet hoger zijn dan 1,50 m.

  • 4.

    De onderdelen moeten vast aan het gedenkteken zijn verbonden.

  • 5.

    Het gedenkteken moet gedragen worden door een deugdelijke betonnen fundering.

  • 6.

    Op een algemeen graf, in een urnennis , alsmede op een door de beheerder aan te brengen gedenkteken op een gedenkzuil, kan een naamplaat worden aangebracht op voorwaarde:

  • .

    a. dat de afmetingen op een algemeen graf niet groter zijn dan 30 x 20 cm (l x b);

  • .

    b. dat de afmetingen op een urnennis niet groter zijn dan de afmetingen van de daartoe aangebrachte sluitplaat;

  • .

    c. Op een gedenkzuil: maximaal 16 x 7 cm (l x b) en maximaal 30 x 16 cm (l x b) op reeds bestaande gedenkstenen. De maatvoering is ter beoordeling aan de beheerder;

  • .

    d. De materiaalkeuze is ter beoordeling van de beheerder;

  • .

    e. De plek waar de naamplaat wordt aangebracht op een algemeen graf en het door de beheerder aangebrachte gedenkteken op een gedenkzuil is ter beoordeling van de beheerder.

Artikel 9. Beslissing

De beslissing op de aanvraag wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk medegedeeld.

Artikel 10. Losse bloemen, planten en overige materialen

Op een graf kunnen potplanten en bloemen in vazen worden geplaatst evenals kleinschalige overige materialen. Het is toegestaan op een graf losse bloemen te leggen. Op een graf mogen eenjarige gewassen worden geplant.

Mocht de aanwezige hoeveelheid materialen zodanig zijn dat dit de dagelijkse werkzaamheden op de begraafplaats belemmert dan kan hiervoor in overleg met de rechthebbende een oplossing worden gezocht. Dit is ter beoordeling van de beheerder.

Artikel 11. Winterharde gewassen

  • 1.

    De winterharde gewassen, niet zijnde bomen, die op de graven worden geplant mogen bij volle wasdom de voor het graf beschikbare oppervlakte niet overschrijden of moeten door snoeien binnen de oppervlakte worden gehouden.

  • 2.

    De hoogte van de in lid 1 bedoelde gewassen zijn niet hoger dan 1,50 m.

Artikel 12. Slotbepalingen

  • 1.

    Deze nadere regels treden in werking op dezelfde dag als de Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Het Hogeland 2020 in werking treedt.

  • 2.

    Deze nadere regels kunnen worden aangehaald als: Uitvoeringsbesluit begraafplaatsen Het Hogeland.

 

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Het Hogeland op 4 februari 2020

H.J. Bolding, burgemeester

P.P.M. van Vilsteren, secretaris