Gemeenteblad van Het Hogeland

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Het HogelandGemeenteblad 2020, 175009Verordeningen



Verordening op het beheer en het gebruik van gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Het Hogeland 2020

De raad van de gemeente Het Hogeland;

gelet op de bepalingen van de Wet op de lijkbezorging en de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de Verordening op het beheer en het gebruik van gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Het Hogeland 2020

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • a.

    algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot:

  • b.

    het doen begraven en begraven houden van een overledene;

  • c.

    algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden voor het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • d.

    asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

  • e.

    begraafplaats: de begraafplaatsen die in eigendom, beheer en onderhoud zijn van gemeente Het Hogeland.

  • f.

    beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen of degene die hem vervangt;

  • g.

    belanghebbende: nabestaanden van overledenen die zijn begraven of bijgezet in een algemeen graf of algemeen urnengraf;

  • h.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Het Hogeland;

  • i.

    gedenkteken: een voorwerp op het graf voor het aanbrengen van opschriften en afbeeldingen;

  • j.

    gedenkzuil: een voorwerp door de gemeente ter beschikking gesteld voor het aanbrengen van een gedenkteken;

  • k.

    graf: een zandgraf of keldergraf;

  • l.

    grafbedekking: gedenkteken en/of winterharde grafbeplanting op een graf, daarbij inbegrepen alle aangebrachte materialen;

  • m.

    grafkelder: een betonnen of kunststof constructie waarin een of meerdere overledenen worden begraven of asbussen worden bijgezet. Grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand;

  • n.

    particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

  • .

    a. het doen begraven en begraven houden van een overledene;

  • .

    b. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • o.

    particulier kindergraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van levenloos geborenen en kinderen die zijn overleden voor het bereiken van het twaalfde levensjaar;

  • p.

    particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • q.

    particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • r.

    rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier kindergraf, een particulier urnengraf, particuliere urnennis of, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;

  • s.

    urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;

  • t.

    verstrooiingsplaats: een als zodanig aangewezen plaats op de begraafplaats waarop as wordt verstrooid;

Hoofdstuk 2. Openstelling, orde en rust op de begraafplaatsen

Artikel 2. Openstelling begraafplaatsen

  • 1.

    De begraafplaatsen zijn voor een ieder dagelijks toegankelijk een uur na zonsopkomst tot een uur voor zonsondergang.

  • 2.

    Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten.

  • 3.

    Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.

Artikel 3. Ordemaatregelen

  • 1.

    Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

  • 2.

    De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen.

  • 3.

    Het is verboden met motorvoertuigen op de begraafplaatsen te rijden:

  • .

    1. elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen;

  • .

    2. motorrijtuigen zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoer van materialen;

  • .

    3. sneller dan 10 km per uur;

  • .

    4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod;

Artikel 4. Verboden

  • 1.

    Het is verboden honden mee te brengen anders dan als geleidehond of sociale hulphond waardoor de eigenaar of houder zich vanwege zijn handicap laat begeleiden;

  • 2.

    op de grafruimten te lopen of te zitten, of de begraafplaats te verontreinigen;

Artikel 5. Plechtigheden

  • 1.

    Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaatsen kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen tevoren zijn gemeld aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld.

  • 2.

    De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid op de begraafplaats te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen, in het belang van de orde, rust en netheid op de begraafplaatsen, de in dit artikel bedoelde activiteiten aan beperkingen onderwerpen dan wel verbieden.

  • 4.

    Het is verboden handelingen of activiteiten te verrichten die in strijd zijn met een beperking of verbod als bedoeld in het derde lid.

Artikel 6. Opgravingen en ruimen

  • 1.

    Bij het opgraven van overledenen, de ruiming van graven of het schudden van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast.

  • 2.

    Het openen van een graf, het opgraven en verzamelen van stoffelijke resten, het schudden van een graf of het verwijderen van asbussen geschiedt uitsluitend door personeel van de begraafplaatsen of in opdracht van de beheerder door derden.

Hoofdstuk 3. Voorschriften voor lijkbezorging

Artikel 7. Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf

  • 1.

    Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag, zondag en feestdagen gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om een overledene binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.

  • 2.

    Het delven en dichten van graven geschiedt uitsluitend door personeel van de begraafplaatsen of in opdracht van de beheerder door derden.

  • 3.

    Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaatsen op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder, of in opdracht van de beheerder door derden. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag, zondag en feestdagen gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.

Artikel 8. Gebouwen en muziekinstallatie

De voor plechtigheden bestemde ruimtes en faciliteiten op begraafplaatsen zijn geen eigendom van de gemeente. Voor het gebruik is afstemming nodig met de eigenaren.

Artikel 9. Over te leggen stukken

  • 1.

    Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder.

  • 2.

    Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.

  • 3.

    De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.

Artikel 10. Tijden van begraven en asbezorging

  • 1.

    De aanvangstijden van plechtigheden: begrafenis, verstrooiing en bijzetting van urn of urnbus, maandag t/m zaterdag, vanaf 9.00 tot 15.00 uur;

  • 2.

    In bijzondere gevallen kan worden toegestaan dat buiten de in het eerste lid aangegeven dagen en tijden wordt begraven.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen het aantal gelijktijdige begravingen, bijzetten van urn(bussen) of verstrooiingen op één dan wel meerdere begraafplaatsen zonodig beperken.

Hoofdstuk 4. Indeling en uitgifte

Artikel 11. Indeling graven en asbezorging

  • 1.

    Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven:

  • .

    a. particuliere graven, particuliere kindergraven, particuliere urnennissen en particuliere urnengraven;

  • .

    b. algemene graven en algemene urnengraven;

  • 2.

    Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel overledenen en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven. Het college bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging.

Artikel 12. Aantal overledenen in algemene graven

  • 1.

    In de algemene graven kan een door het college te bepalen aantal overledenen worden begraven.

  • 2.

    In de algemene urnengraven kan een door het college te bepalen aantal asbussen met of zonder urn worden bijgezet.

Artikel. 13. Volgorde van uitgifte
  • 1.

    De particuliere graven worden in volgorde van ligging uitgegeven.

  • 2.

    Het college kan een particulier graf toewijzen anders dan buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaatsen niet bezwaarlijk is.

  • 3.

    Het toewijzen van een particulier graf anders dan voor directe begraving is uitsluitend mogelijk ten behoeve van de levenspartner of verwanten tot en met de 3de graad van een overledene. De uitgifte is slechts mogelijk in combinatie met het naastgelegen graf van de overleden levenspartner of verwante.

  • 4.

    Een meerlaags particulier graf wordt uitsluitend toegewezen ten behoeve van levenspartners of verwanten tot en met de 3de graad van een overledene.

Artikel 14. Categorieën

Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.

Artikel 15. Termijnen particuliere graven

  • 1.

    Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van 30 of 50 jaren recht op een particulier graf, particulier urnengraf of particulier urnennis. De termijn begint te lopen op de datum waarop het is uitgegeven.

  • 2.

    Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van 30, 50 of 60 jaren recht op een particulier kindergraf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het is uitgegeven.

  • 3.

    Het in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van tien jaren, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.

Artikel 16. Termijnen algemene graven

De uitgiftetermijn van een algemeen graf en een algemeen urnengraf bedraagt 20 jaren zonder de mogelijkheid tot verlenging.

Artikel 17. Overschrijving van verleende rechten

  • 1.

    Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon.

  • 2.

    Na het overlijden van de rechthebbende wordt het recht op het particuliere graf overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende.

  • 3.

    Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan.

  • 4.

    Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van zes maanden kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.

Artikel 18. Afstand doen van graven

Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.

Hoofdstuk 5. Grafbedekkingen

Artikel 19. Grafbedekking, gedenkteken en grafkelder

  • 1.

    Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening aanbrengen van een grafbedekking overeenkomstig de door het college te stellen voorwaarden.

  • 2.

    Voor het plaatsen of veranderen van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het college.

  • 3.

    De rechthebbende van een particulier graf, particulier kindergraf of particuliere urnennis vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan.

  • 4.

    Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen.

  • 5.

    Het college kan de vergunning weigeren indien:

  • .

    a. niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het derde lid;

  • .

    b. de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;

  • .

    c. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;

  • .

    d. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.

  • 5.

    Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door het college te stellen voorwaarden.

  • 6.

    Het college kan aan de belanghebbende van een algemeen graf of algemeen urnengraf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening aanbrengen van een gedenkteken overeenkomstig de door het college te stellen voorwaarden. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van het gedenkteken en de wijze van aanbrengen. Lid 5. is van toepassing.

  • 7.

    Het college kan vergunning verlenen voor het voor eigen rekening aanbrengen van een gedenkteken op een gedenkzuil voor een periode van 30 jaren en overeenkomstig de door het college te stellen voorwaarden. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van het gedenkteken en de wijze van aanbrengen. Lid 5. is van toepassing.

Artikel 20. Onderhoud door rechthebbende of belanghebbende

  • 1.

    Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of, bij een algemeen graf, de belanghebbende. Schade als gevolg van brand, vandalisme, bevriezing, wateroverlast, en andere van buitenkomende oorzaken en eventuele gevolgschade voor derden, is voor rekening van de rechthebbende of belanghebbende.

  • 2.

    De rechthebbende, of bij een algemeen graf de belanghebbende van een graf is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen.

  • 3.

    Indien de rechthebbende, of bij een algemeen graf de belanghebbende, nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of de belanghebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

  • 4.

    De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de rechthebbende of debelanghebbende door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking.

    Wanneer het adres van de rechthebbende of de belanghebbende niet bekend is maakt het college de verklaring op het mededelingenbord van de begraafplaatsen bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.

  • 5.

    Het college kan de rechthebbende of de belanghebbende van een graf per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaatsen schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden.

Artikel 21. Grafbeplanting en voorwerpen

Niet winterharde beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en overige losse voorwerpen kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, of anderszins naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaatsen schaden, door de beheerder worden verwijderd. Linten, siervazen en overige losse voorwerpen worden gedurende dertien weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende of van de belanghebbende bij een algemeen graf.

Artikel 22. Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn

  • 1.

    De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte van het graf door het college worden verwijderd.

  • 2.

    Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college ten minste een half jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende of aan de belanghebbende bij een algemeen graf bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende bij een algemeen graf niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd middels een verklaring op het mededelingenbord van de begraafplaats bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.

  • 3.

    Indien de grafbedekking niet binnen dertien weken na de verwijdering is afgehaald, vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is.

Artikel 23. Tijdelijke verwijdering en afneming en aanbrenging van grafbedekking

  • 1.

    De rechthebbenden op graven zijn verplicht bij begraving in of voor onderhoud van aangrenzende graven de tijdelijke verwijdering toe te staan van al wat op of om hun graven is geplaatst of geplant.

  • 2.

    Bij de begraving of bijzetting in, de ruiming van, en opgraving uit graven dient het afnemen en aanbrengen van daarop aanwezige grafbedekking en het openen en sluiten van grafkelders door een erkende steenhouwer en voor rekening van de rechthebbende te geschieden.

Hoofdstuk 6. Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen

Artikel 24. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

  • 1.

    Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste een half jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of aan de belanghebbende bij een algemeen graf bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende bij een algemeen graf niet bekend is maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en op het mededelingenbord van de begraafplaatsen bekend.

  • 2.

    De ruiming van graven waarvan de rechten zijn geëindigd of vervallen geschiedt vanwege de gemeente.

  • 3.

    De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaatsen niet met menselijke resten worden geconfronteerd.

  • 4.

    De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden begraven in een algemeen verzamelgraf en de nog aanwezige as wordt verstrooid op een daartoe bestemd gedeelte van de begraafplaats.

  • 5.

    Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf, kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor begraving elders. Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor begraving of verstrooiing elders.

  • 6.

    De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.

Hoofdstuk 7. In stand houden historische graven en opvallende grafbedekking

Artikel 25. Lijst

  • 1.

    Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.

  • 2.

    Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.

  • 3.

    De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.

Hoofdstuk 8. Inrichting register

Artikel 26. Voorschriften

  • 1.

    Het college kan voorschriften vaststellen voor het register van de begraven overledenen.

  • 2.

    Het register wordt bijgehouden door de beheerder.

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Artikel 27. Inwerkingtreding en intrekking oude regelingen

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op dezelfde datum als de verordening lijkbezorgingsrechten gemeente Het Hogeland 2020 van kracht wordt.

  • 2.

    De onderstaande verordeningen worden ingetrokken op het moment dat deze verordening in werking treedt:

  • a.

    Verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen in de gemeente Bedum 2015;

  • b.

    Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente De Marne 2014;

  • c.

    Verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Winsum 2015;

  • d.

    Verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Eemsmond 2006.

Artikel 28. Overgangsbepaling

  • 1.

    De rechten en verplichtingen met betrekking tot particuliere graven die voortvloeien uit de ingevolge van artikel 27 ingetrokken verordeningen, worden geacht ingevolge deze verordening te zijn ontstaan, met dien verstande dat de ten tijde van die verordeningen gevestigde uitsluitende rechten op particuliere graven in volle omvang worden gehandhaafd.

  • 2.

    Na verlenging van grafrecht zijn de rechten en verplichtingen met betrekking tot particuliere graven van toepassing overeenkomstig de dan actuele verordening.

  • 3.

    Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Beheerverordening begraafplaatsen is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

Artikel 29. Strafbepaling

Hij die handelt in strijd met artikelen 2 derde lid, artikel 3 derde lid, artikel 4, artikel 5 vierde lid wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

Artikel 30. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Het Hogeland 2020.

 

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Het Hogeland op 15 april 2020

H.J. Bolding, voorzitter

P. Norder, griffier