Gemeenteblad van Barneveld

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
BarneveldGemeenteblad 2020, 162402Beleidsregels



Besluit van burgemeester en wethouders en van de burgemeester van de gemeente Barneveld tot vaststelling van het Evenementenbeleid gemeente Barneveld 2020-2025

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld, respectievelijk de burgemeester van de gemeente Barneveld, elk voor zover het zijn bevoegdheden betreft;

 

gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht en artikel 2:24 tot en met 2:26 Algemene plaatselijke verordening gemeente Barneveld;

besluiten:

 

vast te stellen het Evenementenbeleid gemeente Barneveld 2020-2025 en te bepalen dat dit beleid op 1 juli 2020 in werking treedt

 

1 Inleiding

In de gemeente Barneveld worden elk jaar veel evenementen georganiseerd.

De gemeente Barneveld vindt evenementen belangrijk en streeft naar een gedegen en integraal evenementenbeleid. Enerzijds leveren evenementen een welkome bijdrage aan het culturele, economische en sociaal-maatschappelijke leven en geven ze een positieve impuls aan toerisme en recreatie. Hiervoor is onlangs een relatiemanager evenementen aangesteld en kunnen subsidies worden aangevraagd.

Anderzijds brengt het organiseren van een evenement, van elke aard en omvang, risico’s met zich mee. Dit kunnen risico’s zijn op het terrein van de openbare orde en -veiligheid, brandveiligheid, verkeer en vervoer en volksgezondheid. Zeker de laatste jaren heeft zich een aantal incidenten en rampen voorgedaan die organisatoren, bezoekers en overheidsinstanties hebben doordrongen van de veiligheidsrisico’s. Daarnaast kunnen evenementen hinder veroorzaken in de vorm van geluidshinder of andersoortige hinder in de directe woonomgeving. Het is aan alle betrokken partijen om bij ieder te organiseren evenement de juiste balans te vinden tussen attractiviteit, hinderaspecten, openbare orde en (publieks)veiligheid.

 

Met dit evenementenbeleid wil de gemeente Barneveld de wijze waarop zij invulling wenst te geven aan het reguleren van publieksevenementen nader verduidelijken voor organisatoren, bezoekers, ondernemers en omwonenden.

 

De gemeente heeft haar huidige evenementenbeleid en werkwijze door een extern bureau laten doorlichten en wil in haar beleid gesignaleerde verbeterpunten nader uitwerken en borgen. Tijdens twee bijeenkomsten is over dit voornemen gesproken met organisatoren, omwonenden en andere belangstellenden, waarbij wensen en knelpunten met betrekking tot het huidige beleid en de vergunningverlening zijn geïnventariseerd.

Waar mogelijk zijn de ingebrachte wensen en verbeterpunten verwerkt in het beleid. Wel moet worden opgemerkt dat de wens van de een soms juist een bedenking van een ander inhoudt. Hierbij is getracht de middenweg te bewandelen.

 

Dit beleid kent in beginsel een looptijd van 5 jaar, maar kan indien nodig ook steeds tussentijds worden geëvalueerd en aangepast.

 

Wanneer organisatoren vragen of twijfels met betrekking tot openbare orde en veiligheid voor of tijdens het evenement hebben, kunnen ze het piketnummer van team VVT bellen. Via het piket telefoonnummer 0342-495890 is 24/7 een ambtenaar openbare orde en veiligheid bereikbaar. Dit nummer is vermeld in iedere evenementenvergunning.

 

Belangrijkste gebruikte afkortingen:

Team VVT:

team vergunningen, veiligheid en toezicht (afdeling Bestuur en Dienstverlening) van de gemeente Barneveld

VGGM:

Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden

Apv:

Algemene plaatselijke verordening gemeente Barneveld

OddV:

Omgevingsdienst de Vallei

Toezicht:

toezichthouders en Buitengewoon Opsporingsambtenaren (BOA) / aangewezen op grond van artikel 6:2 lid 2 van de Apv

Awb:

Algemene wet bestuursrecht

GHOR:

Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen

2 Definitie evenement

Dit hoofdstuk beschrijft de definitie van een evenement.

Definitie

In artikel 2:24 van de Apv wordt de volgende definitie van een publieksevenement gehanteerd:

  • 1.

    In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:

    • a.

      bioscoop- en theatervoorstellingen;

    • b.

      markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22 (rommelmarkten);

    • c.

      kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;

    • d.

      het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen;

    • e.

      betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;

    • f.

      activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 (vertoningen op openbare plaatsen) en 2:39 (speelgelegenheden);

    • g.

      sportwedstrijden, niet zijnde (vecht)sportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f.

  • 2.

    Onder een evenement wordt mede verstaan:

    • a.

      een herdenkingsplechtigheid;

    • b.

      een braderie;

    • c.

      een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3;

    • d.

      een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;

    • e.

      een straatfeest of buurtbarbecue;

    • f.

      een door de burgemeester aangewezen categorie (vecht)sportwedstrijden of -gala’s.

Van een toegestaan evenement in dit beleid is sprake wanneer wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • -

    het is een voor publiek toegankelijke gebeurtenis, en

  • -

    het heeft een tijdelijk en incidenteel karakter, en

  • -

    het vindt plaats op een vooraf bekende, geografisch afgebakende locatie, en

  • -

    er is door de gemeente op basis van de Apv een vergunning verleend of melding geaccepteerd.

In dit beleid worden de evenementen ingedeeld op risicoclassificatie. Er wordt dan gesproken over meldingsplichtig evenement, A-evenement (regulier evenement), B-evenement (aandachts-evenement) en C-evenement (risicovol evenement). In hoofdstuk 5 wordt dit verder uitgewerkt.

Besloten feest

Wanneer een al dan niet besloten feest “op of aan de weg” plaatsvindt, is dit een vergunningplichtige activiteit, omdat het plaatsvindt op voor publiek toegankelijk gebied. Het feit dat het een “besloten” feest heet, doet daar niet aan af. Wanneer er publiekelijk kaarten worden verkocht of reclame wordt gemaakt is er sprake van een evenement in de zin van de Apv.

Inrichting Wet milieubeheer

Wanneer een activiteit wordt georganiseerd binnen een inrichting in de zin van de Wet Milieubeheer, deze activiteit binnen de normale bedrijfsvoering van de inrichting valt en overeenkomstig het ter plaatse geldende bestemmingsplan plaatsvindt, geldt dat daarvoor -in het algemeen- geen evenementenvergunning nodig is. Ook de buitenterreinen van de inrichting kunnen daaronder vallen. Veruit de meeste inrichtingen vallen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. Hierin zijn algemene regels opgenomen waaraan de houder van de inrichting moet voldoen. Is een vergunning verleend op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), dan staan hierin aanvullende voorschriften.

 

Indien aanwezig moet er worden voldaan aan de omgevingsvergunning Brandveilig gebruik (op grond van het Besluit Omgevingsrecht) of een gebruiksmelding (op basis van het Bouwbesluit) en mag het genoemde maximaal aantal toegestane bezoekers mag niet overschreden worden.

 

Het toezicht op de naleving van milieuwet- en regelgeving alsmede van andere regels van omgevingsrechtelijke aard berust bij de OddV.

Meldingsplichtige evenementen in inrichting Wet milieubeheer

Binnen een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer kan een activiteit worden gehouden, die tevens als evenement op grond van de Apv kan worden aangemerkt. Wanneer voor deze activiteiten ook een evenementenvergunning moet worden aangevraagd is dit een behoorlijke last voor zowel de ondernemer als de gemeente. Daarom is voor deze categorie evenementen een speciale meldplicht in de uitvoeringsregels bij de Apv vastgelegd. Deze meldplicht geldt voor alle activiteiten die:

  • a.

    als een evenement in de zin van artikel 2:24 van de Apv zijn aan te merken;

  • b.

    binnen een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer plaatsvinden,

  • c.

    volgens de daarvoor gedane melding in de zin van het Activiteitenbesluit milieubeheer of de daarvoor verleende omgevingsvergunning voor de activiteit ‘milieu’ binnen de normale bedrijfsvoering van die inrichting vallen; en

  • d.

    in overeenstemming zijn met het ter plaatse geldende bestemmingsplan, en

  • e.

    die vanwege de inhoud, omvang en/of intensiteit een risico voor de openbare veiligheid, de openbare orde of de volksgezondheid tot gevolg kunnen hebben.

Deze meldplicht houdt in dat een houder van een inrichting voor 1 november de jaarkalender met de betreffende evenementen van het daaropvolgende jaar aan de burgemeester stuurt. De gemeente bekijkt de jaarkalender, samen met de veiligheidspartners. Bij onduidelijkheden kunnen aanvullende vragen worden gesteld aan de houder. Wanneer een evenement geen doorgang zou kunnen vinden wordt contact opgenomen met de houder van de inrichting.

Bij acceptatie van de melding kunnen voorwaarden gesteld worden.

Wanneer er gedurende het jaar nieuwe evenementen gepland worden in de inrichting, zorgt de houder van de inrichting dat direct en uiterlijk 12 weken voor aanvang van het evenement deze aan de gemeente gemeld worden.

In hoofdstuk 6 is deze meldplicht verder uitgewerkt.

3 Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden

Dit hoofdstuk beschrijft de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de organisator en de gemeente.

Organisator

Bij een evenement is de organisator als eerste verantwoordelijk en aansprakelijk voor een zorgvuldige voorbereiding, een goed en veilig verloop en een zorgvuldige nazorg van het evenement. De organisator is in eerste instantie verantwoordelijk voor het aanleveren van alle relevante bescheiden die nodig zijn voor de beoordeling van de voorgenomen activiteit. De organisator en aanvrager zijn dan dezelfde (rechts)persoon.

 

In sommige gevallen huurt de aanvrager van de evenementenvergunning een bureau in om het evenement te organiseren. In andere gevallen vraagt de exploitant van de zaal de vergunning voor het evenement aan. De organisator hoeft in juridische zin dus niet dezelfde (rechts)persoon te zijn als de vergunningaanvrager.

 

Wanneer er sprake is van een aanvrager en organisator is het van belang om in de vergunningprocedure een duidelijk onderscheid te maken tussen deze twee partijen. De aanvrager van een vergunning draagt de verantwoordelijkheid voor het evenement. De aanvrager ontvangt ook de evenementenvergunning en is verplicht te zorgen voor naleving hiervan.

In het spraakgebruik worden de termen aanvrager en organisator door elkaar gebruikt, omdat in de meeste gevallen sprake is van dezelfde (rechts)persoon. In dit beleid wordt de term organisator gebruikt, tenzij nadrukkelijk de aanvrager van de vergunning/ontheffing wordt bedoeld.

Gemeente

De gemeente, de burgemeester in het bijzonder, is als het bevoegde gezag voor de evenementenvergunning in de Apv verantwoordelijk voor de beoordeling van de activiteit, het stellen van relevante randvoorwaarden in het kader van de vergunningverlening en de controle, toezicht en de handhaving bij publieksevenementen.

 

De verschillende werkzaamheden op uitvoeringsniveau vinden plaats op grond van de Mandaatregeling gemeente Barneveld. De behandeling van de vergunningaanvraag voor publieksevenementen wordt binnen het team Veiligheid, Vergunningen en Toezicht (VVT) van de afdeling Bestuur en Dienstverlening op ambtelijke niveau gecoördineerd. Bij melding van een evenement wordt er binnen het team VVT een projectleider aangewezen die de voorgenomen activiteit van intake tot evaluatie begeleidt, coördineert en het aangewezen aanspreekpunt voor de organisator is.

4 De jaarkalender evenementen

Dit hoofdstuk beschrijft de jaarkalender evenementen en wat aangeleverd moet worden bij de gemeente voor een reservering voor het evenement.

 

Voor de spreiding van evenementen en het voorkomen van ongewenste samenloop is het van belang om in een vroeg stadium inzichtelijk te maken wanneer in het jaar een evenement plaatsvindt, op welke locatie, data en tijdstippen. Het uitgangspunt daarbij is dat in het algemeen wordt voorkomen dat op één dag of in één week meerdere grote of middelgrote evenementen plaatsvinden.

Jaarkalender A, B en C-evenementen

De gemeente vraagt daarom aan bekende organisatoren van zowel A, B en C-evenementen of zij in elk geval vóór 1 november van ieder kalenderjaar de gewenste datum voor het evenement in het opvolgende jaar willen melden. Het doel van de evenementenkalender is meerledig. Het verschaft duidelijkheid aan organisatoren en andere betrokkenen (zoals bewoners en bedrijven) en zorgt ervoor dat bij ongewenste (regionale) samenloop door operationele diensten voor dit evenement een negatief advies aan de burgemeester wordt verstrekt. Ook kan bij het eerste contact tussen de ambtenaar vergunningverlening en de organisator al worden geconstateerd dat de datum van het geplande evenement door samenloop niet realiseerbaar is. Vroegtijdig kan dan naar een oplossing gezocht worden.

 

De gemeente plaatst het evenement op de plaatselijke en regionale evenementenkalender. De plaatselijke evenementenkalender wordt jaarlijks in december door de burgemeester vastgesteld. De organisator weet dan, dat zijn evenement op deze datum plaats kan vinden.

Na vaststelling van de jaarkalender kan in een aantal gevallen geen vergunning meer verleend worden voor de organisatie van evenementen met een B of C classificatie.

Wel zal de gemeente bij nieuwe evenementen in de B en C classificatie die na 1 november, maar wel respectievelijk 14 en 22 weken voor de gewenste evenementendatum worden aangevraagd beoordelen en waar mogelijk in behandeling nemen. Voorwaarde is wel dat een datum wordt gevraagd of gevonden die geen ongewenste (regionale) samenloop geeft.

Benodigde gegevens

Ten behoeve van de plaatselijke jaarkalender worden de volgende gegevens gevraagd:

  • -

    Naam en aard van het evenement

  • -

    Naam van de organisator/aanvrager

  • -

    Datum en locatie

  • -

    Doel/soort evenement

  • -

    Aantal deelnemers en/of bezoekers

  • -

    Bereikbaarheidsgegevens organisator

Deze gegevens worden door de gemeente tevens op de regionale kalender geplaatst aangevuld met:

  • -

    Betrokken gemeente(n) en behandelend ambtenaar

  • -

    Risicoclassificatie

  • -

    Overige relevantie informatie

  • -

    Behandelingsstatus

Een plek op de agenda is overigens enkel een reservering voor een evenement. De verdere behandeling van de aanvraag leidt ertoe dat al dan niet een vergunning wordt verleend en onder welke voorwaarden.

 

Wanneer een organisator voor het eerst een evenement in Barneveld wil organiseren of van gedachten wil wisselen over de wenselijkheid en mogelijkheden, dan raden we aan om op tijd contact op te nemen met de relatiemanager evenementen van de gemeente, tel. 140342.

Jaarkalender evenementen in inrichtingen Wm

Wanneer binnen een inrichting in de zin van de Wet Milieubeheer een activiteit wordt gehouden, die tevens als evenement op grond van de Apv kan worden aangemerkt, geldt voor deze categorie evenementen een speciale meldplicht, die ook is vastgelegd in de uitvoeringsregels bij de Apv. In hoofdstuk 2 staat omschreven welke evenementen in inrichtingen dit betreft.

 

De houder van een inrichting in de zin van de Wet Milieubeheer meldt voor 1 november de betreffende evenementen die het daaropvolgende jaar in de inrichting worden gehouden aan de burgemeester. De gemeente plaatst de evenementen op de plaatselijke en regionale evenementenkalender, zodat ook de veiligheidspartners hun inzet kunnen afstemmen op deze evenementen. Bij ongewenste (regionale) samenloop wordt contact opgenomen met de houder.

 

Per te melden evenement somt de melder de volgende informatie op:

  • a.

    de naam, de inhoud en de datum van het evenement;

  • b.

    de naam- en de adresgegevens van de houder en de locatie van de inrichting;

  • c.

    de naam- en de adresgegevens van de organisator van het evenement (als dit niet de houder van de inrichting is);

  • d.

    een beschrijving van het risico van het evenement voor de veiligheid en de openbare orde; en

  • e.

    een beschrijving van de maatregelen die genomen worden om het risico van het evenement voor de veiligheid of de openbare orde zo beperkt mogelijk te houden.

5 Risicoclassificatie en maximering

Dit hoofdstuk beschrijft de verschillende classificaties van evenementen. Afhankelijk van de risico’s, wordt een evenement in de categorie A, B of C geplaatst. Vervolgens wordt beschreven wat het maximaal aantal evenementen per risicoklasse op een locatie is.

 

De classificatie van vergunningplichtige evenementen is van belang voor het bepalen van de behandelaanpak. Evenementen worden geclassificeerd op basis van de risico’s en de daaraan gerelateerde mogelijke gevolgen die kunnen optreden bij een evenement. Hierbij wordt tevens gekeken naar aantal bezoekers, locatie, doelgroep en de bereikbaarheid voor hulpdiensten. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de risico’s op het gebied van openbare orde en veiligheid, de volksgezondheid, de impact op de omgeving en de eventuele gevolgen voor het verkeer.

Voor de risicoscan wordt gebruik gemaakt van het programma Live Events dat door de VGGM is ontwikkeld. De gemeentelijke projectleider vult de risicoscan in op basis van het aanvraagformulier van de organisator eventueel aangevuld met de uit het intake-overleg verkregen informatie. De uitkomsten bepalen onder meer hoe het vergunningentraject en met name het adviestraject door de VGGM eruit zal zien. Er kan daarbij worden geadviseerd door de politie, brandweer en de GHOR. Tijdens een vergunningentraject kan overigens nog vanuit kennis, ervaring en/of informatie op- of afgeschaald worden naar een andere categorie, indien de impact groter of kleiner blijkt te zijn dan vooraf ingeschat.

 

Gemeld evenement

(0)

‘Evenement’ waarbij geen risico’s te verwachten zijn voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en die geen maatregelen of voorzieningen vergen van het daartoe bevoegd gezag. De organisator kan volstaan met een melding van het evenement. (zie hoofdstuk 6).

Melding

Regulier evenement

(A)

‘Evenement’ waarbij het (zeer) onwaarschijnlijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en maatregelen of voorzieningen vergen van het daartoe bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.

Vergunning

Aandacht evenement

(B)

‘Evenement’ waarbij het mogelijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en maatregelen of voorzieningen vergen van het daartoe bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.

Vergunning

Risicovol evenement

(C)

‘Evenement’ waarbij het (zeer) waarschijnlijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en maatregelen of voorzieningen vergen van het daartoe bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.

Vergunning

Maximering aantal evenementen op jaarbasis

In de gemeente Barneveld zijn al jarenlang locaties in gebruik als evenementenlocatie. Deze locaties zijn voor het evenementenbeleid wederom beoordeeld en nieuwe locaties zijn toegevoegd, waarbij het aantal dagen waarop een vergunningplichtig evenement per locatie kan worden gehouden is gemaximeerd. Ook is in de tabel weergegeven hoe vaak per locatie een evenement met geluid tot 24.00 uur mag plaatsvinden. Alle overige evenementen met geluid mogen tot 23.00 uur plaatsvinden. Deze tabel is tot stand gekomen na overleg met en instemming van organisatoren, omwonenden en andere betrokkenen.

Meldingsplichtige evenementen

Voor de meldingsplichtige activiteiten is gezien het zeer lage risicoprofiel en de afwezige of zeer beperkte invloed voor de directe omgeving geen maximum vastgesteld. Dit geldt ook voor de meeste evenementen in inrichtingen op grond van de Wet Milieubeheer.

Categorie A: regulier evenement

Voor deze categorie evenementen is gezien het lage risicoprofiel en de beperkte invloed op de leefomgeving uitsluitend voor bepaalde terreinen een maximum gesteld.

Categorie B: aandachtsevenement

Voor deze categorie is vanwege het gemiddelde risicoprofiel en de invloed op de leefomgeving sprake van maximering in aantal.

Categorie C: risicovol-evenement

Tot op heden is er geen aanvraag voor een grootschalig evenement in deze categorie ingediend in de gemeente Barneveld. Wanneer een initiatief zich aandient, zal worden beoordeeld of dit in onze gemeente plaats kan vinden. Uitsluitend voor recreatiegebied Zeumeren is bepaald dat hier maximaal 2 dagen C-evenementen kunnen plaatsvinden.

Tabel maximering A en B-evenementenlocaties per dag op jaarbasis

plaats

evenementenlocatie

max aantal dagen categorie A

max aantal dagen categorie B

Waarvan max. aantal dagen met geluid tot 24.00 uur

Barneveld

Centrum (winkelstraten)

vrij

0

0

Torenplein, evenementen gedeelte

vrij

0

0

Torenplein, P-terrein

1

1

1

Raadhuisplein

vrij

3

0

Koeweide

vrij

8

4

Het Schaffelaar Erf

vrij

4

0

Overig Landgoed Schaffelaar

vrij

0

0

Theaterplein

3

3

1

Gowthorpeplein

2

0

0

Kapteinstraat, P-terrein

6

4

0

Veluwehal, P-terrein

2

0

0

Muziektent

vrij

0

0

Weiland achter Stationsweg 36

0

1

1

Oldenbarneveldplein

vrij

0

0

Horecaplein

0

1

0

Voorthuizen

Centrum: Bunckmanplein, terrein Crescendo, Kerkstraat en Hoofdstraat

vrij

11

11

Knollenveld (alleen 2020)

6

0

0

Oranjeterrein

Vrij

3

5

Zeumeren (en max 2 dagen C-evenementen)

vrij

8

10

Weiland Overhorsterweg

1

0

0

Kootwijkerbroek

manege Voorwaarts incl weiland: max 6 evenementen op 8 dagen

5

3

3

Graafhorstweg

0

4

0

Drieënhuizerweg

2

0

0

P Wesselseweg 156

0

1

0

Puurveensemolen

4

4

0

Garderen

Centrum (max 1 dag hoofdwegen afsluiten)

vrij

0

0

Terrein Garderruiters

5

0

0

Zwartebroek

Blankenhoefseweg 11

0

2

2

Ds W. Mulderstraat

0

1

1

Terschuur

Sportpark Overbeek

1

0

0

Ravengoedseweg (weiland bij nr. 1)

0

1

0

Kootwijk

Brink

vrij

0

0

Kootwijkerzand

1

1

0

De Glind

Terrein bij Glindster

vrij

1

1

Stroe

P-terrein bij dorpshuis

vrij

1

0

Grasveld Zonnedauw

1

0

0

Stroeërweg, Zonnedauw, Callunaweg, Marijkeplein

1

0

0

Malenveld

0

4

2

Stroeërweg (weiland bij nr 46)

3

0

0

Toestemming eigenaar

Voor een aantal terrein ligt de eigendom bij een particulier, bedrijf of organisatie. Voordat gebruik kan worden gemaakt van het terrein moet de eigenaar instemmen met het gebruik van het terrein voor het betreffende evenement. Hiervoor kan ook een bedrag in rekening worden gebracht. De toestemming wordt bij de aanvraag gevoegd.

Bij het parkeerterrein dorpshuis Stroe kan een evenement alleen na overleg met het dorpshuis plaatsvinden, om te waarborgen dat er voldoende parkeerplaatsen overblijven voor het gebruik van het dorpshuis.

Recreatiegebied Zeumeren

Op het recreatiegebied Zeumeren vinden vele activiteiten plaats. Een groot deel daarvan valt binnen de recreatieve bestemming van het terrein en zijn niet meldings- of vergunningplichtig. Wanneer een activiteit aangevraagd wordt bij de eigenaar van het terrein, Leisurelands, die wellicht meldings- of vergunningplichtig is wordt de aanvrager erop gewezen dat zij zorg moeten dragen voor het aanvragen van vergunning of doen van een melding bij de gemeente Barneveld.

Het recreatiegebied leent zich goed voor het organiseren van A-evenementen zodat hier geen maximum aan verbonden is. Voor de B en C-evenementen wordt wel gewerkt met een maximering, omdat er bij deze evenementen enige mate van overlast voor de omgeving te verwachten valt.

Maximering en bestemmingsplan

Evenementen die een planologische relevantie hebben moeten in principe planologisch geregeld worden. Om te bepalen of er sprake is van ruimtelijke relevantie wordt onder meer gekeken naar de activiteit (inclusief het opbouwen en afbreken) en de omvang van de activiteit waaronder het aantal deelnemers en toeschouwers en/of uitstraling. In de praktijk komt het er vaak op neer dat dit voor meerdaagse evenementen aan de orde is. Per nieuw evenement wordt beoordeeld of er een bestemmingsplanherziening of een tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan nodig is.

Er kan eventueel een tijdelijke omgevingsvergunning worden verleend. Bij actualisering van het bestemmingsplan wordt bekeken of evenemententerreinen kunnen worden bestemd.

Overige terreinen

Er zijn in de gemeente nog meer terreinen die, incidenteel, voor een A-evenement gebruikt worden. Vaak wordt voor deze evenementen ook gewisseld van locatie. Een voorbeeld hiervan zijn de jeugdweken die in de gehele gemeente gehouden worden. Hiervoor wordt per jaar per evenement vergunning verleend.

Verplaatsen weekmarkt Voorthuizen

Conform gemaakte afspraken zal in 2020 de weekmarkt Voorthuizen maximaal 5 keer verplaatst worden naar het Smidsplein. Voor 2021 zal dit opnieuw worden beoordeeld, waarbij ook de veranderde verkeersafwikkeling door de rondweg wordt betrokken. Bij deze beoordeling zal ook de toerekening van de te maken kosten voor het verplaatsen van de markt worden betrokken. Tot en met 2020 neemt de gemeente deze kosten voor haar rekening.

Belastende evenementen: geen vergunning

Voor een aantal belastende evenementen wordt géén evenementenvergunning verleend, omdat de risico’s voor de volksgezondheid, openbare orde en/of openbare veiligheid te groot zijn. De burgemeester wijst de hieronder genoemde categorieën evenementen aan waarvoor geen evenementenvergunning wordt verleend. Dit zijn:

  • 1.

    Snelheidswedstrijden met gemotoriseerde voertuigen op de openbare weg, waarbij uitsluitend of hoofdzakelijk de snelheid van het voertuig doorslaggevend is. Dit betreft onder andere de zogeheten autorally’s. Hierbij kan ook de bescherming van het milieu negatief beïnvloed worden.

  • 2.

    Evenementen met gemotoriseerde voertuigen met gevaar zettend element. Hierbij kan gedacht worden aan monstertruckevenementen. Onder voorwaarden kan voor tractorpulling, motorcross en mega-pull evenementen wel een vergunning worden verleend

  • 3.

    Vechtsportwedstrijden of -gala’s: waaronder in ieder geval wordt begrepen kooigevechten, kickbocksevenementen, freefightevenementen en daarmee vergelijkbare activiteiten en al dan niet in wedstrijdverband georganiseerde evenementen waarbij de menselijke waardigheid in het geding is

  • 4.

    Voetbalwedstrijden tussen twee betaalde voetbalclubs op het terrein van een amateurvoetbalclub. Oefenwedstrijden zijn onder strenge voorwaarden wel mogelijk en worden per situatie door de burgemeester beoordeeld.

6 Meldingsplichtige evenementen

Dit hoofdstuk beschrijft de eisen voor meldingsplichtige evenementen.

 

Het is in beginsel verboden om zonder vergunning van de burgemeester een evenement te geven of te houden. De burgemeester heeft evenementen in een inrichting op grond van de Wet milieubeheer en kleinschalige evenementen aangewezen waarvoor geen vergunningplicht geldt en een voorafgaande melding volstaat op grond van artikel 2:25 lid 3 van de Apv.

Voorwaarden meldingsplichtige kleinschalige evenementen

Als meldingsplichtige evenementen als bedoeld in artikel 2:25, derde lid van de Verordening worden kleinschalige evenementen aangewezen die aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • a.

    het evenement vindt niet plaats op een zondag en duurt maximaal één dag;

  • b.

    het aantal aanwezigen bedraagt niet meer dan 250 personen;

  • c.

    de begintijd is niet eerder dan 09:00 uur en de eindtijd is uiterlijk 23:00 uur. In afwijking hiervan is op Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, en Eerste en Tweede Kerstdag - niet zijnde een zondag - de begintijd niet eerder dan 13:00 uur;

  • d.

    het versterkte geluid bedraagt niet meer dan 60 dB(A);

  • e.

    er wordt een doorgang van 3,50 meter breed en 4,20 meter hoog vrijgehouden, zodat er een doorgang is voor hulpverleningsvoertuigen. In verband met de draaicurves van de hulpverleningsvoertuigen zijn de buiten- en binnenbochtstralen respectievelijk ten minste 10 meter en ten minste 5,5 meter;

  • f.

    bij een afsluiting van het terrein wordt de (brandweer)ingang aangegeven en kan het toegangshek snel geopend worden;

  • g.

    bij wegafsluitingen is iemand aanwezig om de hulpdiensten doorgang te kunnen verlenen;

  • h.

    er is geen sprake van conflicterende samenloop met andere evenementen, wegopbrekingen en/of de hoofdroutes van de hulpdiensten;

  • i.

    er is geen ontheffing van de Drank- en Horecawet en regelgeving nodig;

  • j.

    er is een organisator;

  • k.

    en de organisator meldt uiterlijk vier weken voorafgaand aan het evenement de locatie en het tijdstip aan de burgemeester. Als een kleinschalig evenement geen doorgang kan vinden of aanpassing behoeft, wordt zo spoedig mogelijk contact opgenomen met de melder. Binnen veertien dagen volgt een schriftelijke kennisgeving aan de organisator die een verbod van het kleinschalige evenement of de acceptatie inhoudt, indien nodig vergezeld van de voorwaarden waaronder het evenement kan plaatsvinden.

Termijn

Een melding van een evenement moet uiterlijk 4 weken voorafgaand aan het evenement gedaan worden bij het team VVT, onder andere in verband met plaatsing op de evenementenkalender. De melding kan per e-mail gedaan gericht worden aan postregistratie@barneveld.nl. Na ontvangst van de melding ontvangt de organisator binnen 14 dagen een kennisgeving waarmee toestemming verleend wordt. Deze kennisgeving wordt ook verzonden naar politie en VGGM. In het geval er geen toestemming verleend kan worden, wordt contact opgenomen met de melder.

 

Bij een evenement waar een Drank- en horecaontheffing nodig is moet een reguliere vergunning worden aangevraagd en kan niet worden volstaan met een melding.

Voorwaarden evenementen in inrichtingen op grond van de Wet milieubeheer

Voor activiteiten die binnen een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer plaatsvinden en als een evenement in de zin van artikel 2:24 van de Apv zijn aan te merken geldt dat ze geen evenementenvergunning hoeven aan te vragen maar een melding kunnen doen. Hierbij geldt wel de voorwaarden dat de activiteiten volgens de daarvoor gedane melding in de zin van het Activiteitenbesluit milieubeheer of de daarvoor verleende omgevingsvergunning voor de activiteit ‘milieu’ binnen de normale bedrijfsvoering van die inrichting vallen en in overeenstemming zijn met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Het betreft uitsluitend evenementen die vanwege de inhoud, omvang en/of intensiteit een risico voor de openbare veiligheid, de openbare orde of de volksgezondheid tot gevolg kunnen hebben.

 

De houder van de inrichting binnen de grenzen waarvan een evenement, gehouden wordt, doet hiervan melding door voor 1 november de jaarkalender met de betreffende evenementen van het daaropvolgende jaar aan de burgemeester te sturen. Wanneer er gedurende het jaar nieuwe evenementen gepland worden in de inrichting, zorgt de houder van de inrichting dat deze aanvullingen direct en uiterlijk 12 weken voor de evenementendatum naar de burgemeester worden gezonden.

 

Per te melden evenement somt de melder de volgende informatie op:

  • a.

    de naam, de inhoud en de datum van het evenement;

  • b.

    de naam- en de adresgegevens van de houder en de locatie van de inrichting;

  • c.

    de naam- en de adresgegevens van de organisator van het evenement (als dit niet de houder van de inrichting is);

  • d.

    een beschrijving van het risico van het evenement voor de veiligheid en de openbare orde; en

  • e.

    een beschrijving van de maatregelen die genomen worden om het risico van het evenement voor de veiligheid of de openbare orde zo beperkt mogelijk te houden.

Als een evenement na toetsing geen doorgang kan vinden of aanpassingen behoeft, wordt zo spoedig mogelijk contact opgenomen met de melder. Binnen acht weken volgt een schriftelijke kennisgeving aan de melder die een verbod van het evenement of de acceptatie inhoudt, indien nodig vergezeld van de voorwaarden waaronder het evenement kan plaatsvinden.

7 De vergunningaanvraag A, B en C-evenementen

Dit hoofdstuk beschrijft de termijnen, de procedure, de vereisten en het proces voor de aanvraag van een evenement.

 

Voor het organiseren van een evenement is het van belang om al in een vroeg stadium contact op te nemen met de gemeente. De voorbereidingen voor het evenementenseizoen starten namelijk al in oktober voorafgaand aan het jaar waarin het evenement plaatsvindt, met het opstellen van de jaarlijkse evenementenkalender. Dit is beschreven in hoofdstuk 4.

Voor kleinschalige evenementen en evenementen in een inrichting, die voldoen aan de eisen die beschreven staan in hoofdstuk 6, kan volstaan worden met een melding. Voor alle overige evenementen moet een vergunningaanvraag worden gedaan.

 

7.1 Termijnen

In de onderstaande tabel wordt aangegeven welke termijn voor welke soort evenementen gelden. De termijnen in weken worden in weken teruggerekend vanaf de eerste dag van het evenement.

Soort Evenement

Termijn melden evenementenkalender

Intake-overleg uiterlijk

Termijn indienen complete aanvraag of melding

evenementenoverleg

Meldingsplichtig kleinschalig

4 weken voor evenement

-

4 weken

-

Meldingsplichtig in inrichting

Vóór 1 november

Indien nodig

direct na planning of 12 weken

Indien nodig

A bestaand

Vóór 1 november

-

8 weken

Indien nodig

A nieuw of nieuwe organisator

Vóór 1 november

14 weken

12 weken

10 weken

B

Vóór 1 november

14 weken

12 weken

10 weken

C

Vóór 1 november

22 weken

20 weken

18 weken

De gemeente streeft er naar om binnen 4 weken na aanlevering van de complete aanvraag een besluit op de aanvraag te nemen. De organisator verkrijgt daarmee uiterlijk 4 weken voor aanvang van het evenement al zekerheid over de vraag of hij een vergunning krijgt. Bij een melding kleinschalig evenement wordt binnen 14 dagen een kennisgeving verzonden. Bij een melding evenement in inrichting Wet milieubeheer wordt binnen 8 weken een kennisgeving verzonden.

 

Hieronder worden de genoemde processtappen uitgewerkt.

 

7.2 De vergunningprocedures, indieningsvereisten en ontvankelijkheidstoets

Het is de verantwoordelijkheid van de organisator/aanvrager om de melding voor de jaarkalender evenementen tijdig om te zetten in de vergunningaanvraag. Een aanvraag voor een evenement kan worden ingediend via de formulieren op de website van de gemeente (www.barneveld.nl/evenementaanvragen), bij het digitale loket zijn de formulieren en verdere informatie te vinden.

Vergunningaanvraag

Als de aanvraag binnenkomt, wordt eerst bekeken of de vergunning juist is aangevraagd, of alle benodigde bijlagen aanwezig zijn en of deze inhoudelijk voldoen. Alle gevraagde informatie moet naar waarheid en volledig door de aanvrager zijn ingevuld en aangeleverd. Een aanvraag moet voldoen aan de volgende eisen:

  • -

    Zijn alle velden (volledig en naar waarheid) ingevuld?

  • -

    Klopt het type vergunningaanvraag?

  • -

    Is de vergunning binnen de termijn aangevraagd?

  • -

    Zijn alle benodigde bijlagen aanwezig (programma, indelingstekening, technische tekening en berekening, veiligheidsplan, draaiboek, verkeersplan en verklaring sociale hygiëne)?

  • -

    Zijn er op de dag van opbouw tot en met de afbouw andere evenementen op aangevraagde locatie en binnen onze regio.

Op het aanvraagformulier staat aangegeven welke gegevens aangeleverd moeten worden bij de vergunningaanvraag, dit is mede afhankelijk van het soort evenement en de classificatie. Daarnaast moet altijd een indelingstekening van het evenemententerrein aangeleverd worden.

 

Deze indelingstekening van het evenemententerrein dient nauwkeurig te zijn en weergegeven in een raster of zones. Het is hierbij minimaal van belang om aan te geven:

  • -

    De locatie van de nooduitgangen inclusief afmetingen.

  • -

    De locatie van de blusmiddelen.

  • -

    De locatie en afmetingen van het podium en/of andere bouwwerken waaronder tribunes.

  • -

    De locatie van de toiletten.

  • -

    De locatie van de EHBO-post(en).

  • -

    De locatie van de (mobiele)horeca.

  • -

    De locatie van (munten)kassa’s.

  • -

    De locatie van een mogelijke commandopost of plek waar hulpverleningsdiensten zich melden in het geval van een calamiteit.

  • -

    De eventuele vluchtroutes/calamiteitenroutes.

  • -

    Posities van dranghekken en barriers.

  • -

    Hekken ter afbakening van het evenemententerrein.

  • -

    Bouwsels, zoals bijeenkomsttenten, tribunes, podium en dergelijke constructies waar meer dan 150 personen in verblijven; ten aanzien van deze objecten wordt aanvullend de volgende informatie gevraagd:

    • *

      Plattegrond, vooraanzicht en zijaanzicht

    • *

      Details van aansluitingen, koppelingen, stabiliteitsverbanden en dergelijke.

Draaiboek (B&C) en programma (alle evenementen)

Bij de grotere B-evenementen en bij alle C-evenementen is, naast het programma, ook een draaiboek verplicht. Hierin staat duidelijk:

  • -

    Op- en afbouw,

  • -

    Uitleg van de verschillende onderdelen,

  • -

    Tijdschema van de verschillende onderdelen,

  • -

    Soundcheck, inclusief tijdstip,

  • -

    Contactgegevens etc.

Bij A-evenementen kan worden volstaan met het programma van het evenement.

Veiligheidsplan

Afhankelijk van het type evenement moeten de volgende onderdelen uitgewerkt worden:

  • -

    Beschrijving van het evenement.

  • -

    Risicoprofiel.

  • -

    Beveiliging en veiligheid.

  • -

    Incident scenario’s.

  • -

    Coördinatie en communicatie.

Verkeersplan

Eventuele knelpunten moeten teruggekoppeld worden naar team VVT. Op de indelingstekening en de plattegrond van het verkeersplan dient duidelijk aangegeven te zijn:

  • -

    Wegen die worden afgesloten,

  • -

    Welke soort verkeersbord waar wordt gebruikt,

  • -

    Locaties van de dranghekken,

  • -

    Locaties gecertificeerde verkeersregelaars,

  • -

    Eventuele omleidingen,

  • -

    Fietsenstallingen.

Onvolledige aanvraag

Als de aanvraag niet juist is ingediend of als er stukken ontbreken, dan wordt de behandeling van de aanvraag opgeschort. De aanvrager krijgt in principe twee weken de tijd om de gegevens aan te vullen (art 4:5 Awb). Bij complexe evenementen, dan wel veel ontbrekende stukken kan de gestelde termijn langer zijn, zodat de aanvrager voldoende in staat wordt gesteld alle ontbrekende gegevens aan te leveren. Zodra alle stukken zijn aangeleverd gaat de termijn weer lopen. Als de stukken niet tijdig worden aangevuld, zal de aanvraag buiten behandeling worden gesteld en kan er geen vergunning worden verleend.

Aanvraag buiten de termijn

Als de aanvraag te laat is ingediend, kan geen goede afweging meer worden gemaakt. Belangrijke aspecten, zoals (brand) veiligheid, kunnen over het hoofd worden gezien. Overige adviseurs hebben geen tijd om goed te adviseren. De aanvraag zal buiten behandeling worden gesteld en er kan geen vergunning worden verleend.

 

7.3 Advisering interne en externe diensten en veiligheidspartners

Advisering

Na ontvangst van de complete aanvraag, stuurt de gemeente de aanvraag ter definitieve beoordeling en advisering door aan diverse gemeentelijke diensten, externe diensten en de veiligheidspartners. Vanaf het moment dat de vergunningaanvraag wordt ingediend, dienen deze plannen namelijk getoetst en definitief goedgekeurd te worden door de gemeente en haar adviespartners.

Multidisciplinair veiligheidsadvies bij C-evenementen

Bij C-evenementen kan een multidisciplinair veiligheidsadvies nodig zijn, waarbij het veiligheidsplan in een integraal overleg met politie en VGGM wordt beoordeeld en vastgesteld.

De advisering door de interne diensten en externe adviespartners kan op onderdelen nog leiden tot het maken van nadere afspraken of het stellen dan wel aanscherpen van de in de vergunning op te nemen randvoorwaarden.

Overige besluiten

Naast de evenementenvergunning kunnen er andere besluiten of producten aan de orde zijn, bijvoorbeeld een verkeersbesluit of het huren van dranghekken. Ook kan het nodig zijn om door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van het geldende bestemmingsplan. De projectleider zorgt voor afstemming tussen deze verschillende besluiten en producten of verwijst de organisator naar de juiste procedure(s).

 

7.4 Vergunningprocedure bekend A-evenement

Als een organisator een A-evenement wil organiseren en het is niet de eerste keer dat het evenement georganiseerd wordt, dan kan met het aanvraagformulier (te vinden op de website www.barneveld.nl/evenementaanvragen) minimaal 8 weken voor het evenement een aanvraag voor een evenementenvergunning ingediend worden. Uitsluitend wanneer de projectleider evenementen of een van de adviespartners dat wenselijk vindt, wordt de organisator uitgenodigd voor het evenementenoverleg.

 

7.5 Procedure nieuwe organisator/nieuw A-evenement en B- en C-evenementen

Bij een nieuw evenement, een nieuwe organisator en/of een B of C-evenement krijgt de organisator na de eerdere reservering op de jaarkalender van de gemeente een uitnodiging voor een intakegesprek met de projectleider. De projectleider is het aanspreekpunt gedurende het gehele proces.

Intakegesprek

Dit intakegesprek vindt uiterlijk 14 weken voorafgaand aan het evenement plaats. Bij een C-evenement is dit uiterlijk 22 weken voorafgaand aan het evenement.

Het doel van het intakegesprek is gericht op kennismaking met en informeren van de organisator over de procedure van vergunningverlening en de aan te leveren bescheiden. Het intake gesprek wordt gevoerd met de projectleider die de organisator een “spoorboekje” aanreikt waarin de wederzijdse verantwoordelijkheden in het verdere proces verduidelijkt worden.

Daarnaast komen onderwerpen in dit overleg aan bod die zien op de mogelijke risico’s en hoe deze beheerst kunnen worden. Afhankelijk van het type evenement en de daarmee samenhangende risico’s kan er om een veiligheidsplan, mobiliteitsplan en/of gezondheidsplan gevraagd worden. Daarnaast kan bijvoorbeeld een wens tot representatie door het gemeentebestuur tijdens het evenement besproken worden. Ook wordt besproken hoe invulling kan worden gegeven aan thema’s als duurzaamheid of toegankelijkheid voor gehandicapten.

 

Na dit intakegesprek zorgt de organisator voor het aanleveren van een complete aanvraag. Deze aanvraag moet uiterlijk 12 weken voor het evenement ontvangen zijn bij A en B-evenementen. Bij C-evenementen geldt een termijn van 20 weken voor het evenement.

Publicatie

Ontvangen aanvragen en verleende vergunningen voor een C-evenement worden altijd elektronisch bekend gemaakt. Daarnaast worden ook de aanvragen en verleende vergunningen voor evenementen die een grote impact hebben op de woon- en leefomgeving elektronisch bekendgemaakt. Deze elektronische bekendmaking is te vinden in het elektronisch gemeenteblad op https://officielebekendmakingen.nl.

 

7.6 Evenementenoverleg

De projectleider nodigt een (nieuwe) organisator van een (nieuw) A en (van alle) B-evenementen ongeveer 10 weken voorafgaand aan het evenement uit voor een gesprek in het evenementenoverleg dat plaatsvindt in het gemeentehuis.

In het bredere evenementenoverleg gaan de organisator, relevante betrokkenen vanuit de gemeente en de externe diensten (OddV) en veiligheidspartners (politie, VGGM) naar aanleiding van de vergunningaanvraag het gesprek aan over het evenement. De gemeente classificeert voorgenomen activiteiten aan de hand van de regionale risicoscan. De uitkomst van deze scan bepaalt mede welke externe partijen deelnemen aan het overleg.

Doel van het evenementenoverleg is ervoor te zorgen dat eventuele knelpunten vroegtijdig gesignaleerd en opgelost kunnen worden en eventuele onvolkomenheden in de aan te leveren bescheiden door de organisator kunnen worden gerepareerd. Zo verloopt de aanvraag, het beoordelen en het verlenen van de vergunning via een gestroomlijnd proces, waarbij de organisator zo goed mogelijk gefaciliteerd wordt.

Het evenementenoverleg sluit af met heldere procesafspraken, waardoor zowel voor de organisator als de gemeente en externe diensten en veiligheidspartners duidelijk is wie, wanneer welke actie moet ondernemen.

Uitzondering grote en zeer complexe evenementen van de B en C-categorie

Bij grote en zeer complexe evenementen kan de gemeente er vanwege de specifieke omgevingsgerichte aspecten die hierbij een rol kunnen spelen voor kiezen om de procedure tot vergunningverlening te laten verlopen via de zogenaamde openbare voorbereidings-procedure als omschreven in titel 3.4 van de Awb. In deze situatie gelden andere termijnen dan hierboven aangegeven. De keuze daartoe wordt gemaakt op grond van de meldingen voor de jaarkalender evenementen. Wanneer deze situatie zich aandient, wordt de organisator/aanvrager hierover al bij de melding voor de jaarkalender geïnformeerd. Het intakegesprek met de projectleider evenementen zal uiterlijk 22 weken voorafgaand aan de activiteit worden belegd. Het evenementenoverleg vindt dan 18 weken voor het evenement plaats.

 

7.7 Besluit

De projectleider stelt op basis van de beoordeling van de door de organisator aangereikte gegevens, de beoordeling van de plannen en de advisering van de partners een beschikking voor de evenementenvergunning op. Deze beschikking bevat de benodigde vergunning(en) inclusief voorschriften en beperkingen. De door de organisator opgestelde en goedgekeurde plannen zijn integraal onderdeel van de vergunning. Dat betekent dat de organisator het evenement moet organiseren conform deze plannen en er ook gecontroleerd kan worden op inzet van de maatregelen die in de plannen opgenomen zijn om de risico’s te beheersen. In hoofdstuk 8.3 worden de reguliere evenementenvoorschriften en de overige vergunningen en toestemmingen besproken.

Bij complexe evenementen kan het, voor alle partijen, wenselijk zijn dat het pakket aan randvoorwaarden voor feitelijke vergunningverlening nog een keer doorgenomen wordt met de organisator van het evenement. Bij deze evenementen wordt de afspraak daartoe al bij de start van het proces gemaakt.

Weigeringsgronden vergunning

Evenementen hebben doorgaans een grote impact op de omgeving. Ondanks alles wat in dit beleid is opgenomen kan het zo zijn dat de balans van overlast die het evenement met zich meebrengt ten opzichte van de beoogde doelstelling, namelijk het vermaken van het publiek, doorslaat richting de overlast. In dergelijk geval kan worden besloten geen vergunning te verlenen voor het evenement.

 

Een vergunning/ontheffing of aanvaarding van een melding kan verder worden geweigerd in belang van:

  • -

    Openbare orde (waaronder te weinig politie-inzet mogelijk, terwijl dit wel noodzakelijk is voor een veilig verloop).

  • -

    Openbare veiligheid.

  • -

    Volksgezondheid.

  • -

    Bescherming van het milieu.

Weigering/intrekking op grond van toetsing op grond van Wet Bibob

De Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) beoogt te voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert. Indien er ernstig gevaar bestaat dat een vergunning wordt gebruikt om wederrechtelijk verkregen vermogen wit te wassen of strafbare feiten te plegen, dan kan de burgemeester de evenementenvergunningaanvraag weigeren of de verleende vergunning intrekken. In de Beleidsregel Bibob Barneveld is aangegeven dat de Bibob toets in principe beperkt zal blijven tot aanvragen voor evenementen, die door of namens commerciële partijen worden georganiseerd, dan wel op een bedrijfsmatige wijze georganiseerd worden.

 

De toets wordt in beginsel alleen uitgevoerd als bij de aanvraag:

  • -

    vanuit eigen informatie en/of

  • -

    vanuit informatie van een of meerdere partners binnen het RIEC samenwerkingsverband en/of

  • -

    via een OM tip (artikel 11 juncto artikel 26 Wet Bibob)

er duidelijke aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen, dat bij de aanvraag sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.

Termijn beslissing op aanvraag

Op grond van artikel 4:13 Awb dient het bestuursorgaan binnen redelijke termijn op de aanvraag te beslissen. In beginsel is een termijn van acht weken redelijk. Natuurlijk kan in overleg met de organisator worden aangegeven wanneer het besluit wordt genomen en de evenementenvergunning –al dan niet– verstrekt.

8 Verantwoordelijkheden en voorwaarden

Dit hoofdstuk beschrijft de verantwoordelijkheden van de organisator, het veiligheidsplan en de mogelijke voorschriften en beperkingen in de vergunning. Ook de overige benodigde vergunningen en toestemmingen worden benoemd.

 

8.1 Verantwoordelijkheid organisator

De organisator is primair verantwoordelijk voor een goed en veilig verloop van het evenement. Dat betekent onder meer dat hij moet instaan voor de veiligheid van de bezoekers, de toe- en uitstroom van het verkeer goed moet regelen, moet zorgen voor communicatie naar bezoekers, omwonenden en andere belanghebbenden en de overlast zoveel mogelijk moet beperken. De gemeente en haar adviespartners moeten een deugdelijk oordeel kunnen vellen over de mate waarin een organisator aan zijn verantwoordelijkheden kan voldoen. De organisator is verantwoordelijk voor het aanreiken van alle voor deze beoordeling benodigde informatie.

De door de organisator opgestelde en goedgekeurde plannen (zoals hieronder uitgebreid behandeld) zijn integraal onderdeel van de vergunning.

 

8.2 Het veiligheidsplan

Naast de gegevens die opgenomen zijn in het aanvraagformulier en de daarbij behorende bescheiden zoals bijvoorbeeld plattegronden, programma, tekeningen en eventuele constructieberekeningen is het door de organisator op te stellen veiligheidsplan een belangrijke bron van informatie.

Incidenten

De combinatie van een grote groep personen op een beperkte ruimte in een korte tijdsspanne kan leiden tot risico’s voor de openbare orde en veiligheid. Bij incidenten moet het publiek in staat zijn om te vluchten. Incidenten kunnen bijvoorbeeld veroorzaakt worden door weersomstandigheden, door aanwezigheid van specifieke doelgroepen die de orde verstoren, door brand/explosie of constructieve defecten. Een incident kan aanleiding zijn tot paniek in de menigte, wat tot een verergering van het incident leidt. En gebruik van alcohol en drugs tijdens evenementen kan als katalysator werken bij het ontstaan van verstoringen van de openbare orde.

Organisator

De organisator is verantwoordelijk voor de veiligheid bij het evenement. Bij grote aandachts- en risico-evenementen (B en C) moet de organisator daarom een veiligheidsplan opstellen. Het veiligheidsplan wordt ter goedkeuring aan de gemeente en intern en externe diensten en veiligheidspartners voorgelegd. In het voorkomende geval kan ook bij een A-evenement om een (beknopt) veiligheidsplan worden gevraagd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan kleinere activiteiten waarbij sprake is van de inzet van verkeersregelaars of brandveiligheidseisen.

 

Het veiligheidsplan voorziet in de maatregelen die de organisator heeft getroffen ter voorkoming van incidenten en de maatregelen die genomen worden bij optredende incidenten. Bij grotere evenementen, waarbij in het kader van de uitvoering tijdens het evenement de aanwezigheid van de veiligheidspartner(s) benodigd is, blijft het veiligheidsplan leidend voor het bewaken van de veiligheid en de te nemen maatregelen bij incidenten.

 

Met het veiligheidsplan toont de organisator aan op welke wijze en met welke middelen de openbare orde, veiligheid en gezondheid bij het evenement gewaarborgd zijn.

Aanpak grote incidenten

Bij grote incidenten treden de daarvoor bestemde regionaal afgestemde plannen en procedures in werking (GRIP-procedure), waarbij de leiding in het kader van inzet, optreden en afhandeling bij de veiligheidspartners ligt. In een dergelijke situatie moet de organisator zich naar deze structuur voegen en de aanwijzingen van het bevoegd gezag opvolgen.

Formulier veiligheidsplan

De gemeente Barneveld hanteert een model veiligheidsplan, dat aan organisatoren ter beschikking wordt gesteld op de website. De organisator dient aan de hand van de structuur in het model veiligheidsplan aan te geven op welke wijze de openbare orde en veiligheid tijdens de activiteit is gewaarborgd. Bij de beoordeling van het veiligheidsplan door de gemeente en haar adviespartners is het mogelijk dat er gevraagd wordt om aanvullende aspecten toe te voegen aan het veiligheidsplan.

 

Het uiteindelijke geaccordeerde veiligheidsplan is integraal onderdeel van de voorwaarden waaronder vergunning wordt verleend en de voorgenomen activiteit kan plaatsvinden.

Inhoud veiligheidsplan

In het veiligheidsplan is in elk geval aandacht voor:

  • Identificatie van de eventuele risico’s (bijvoorbeeld vechtpartijen, paniek in de menigte, aan- en afvoerproblemen, overmatig alcohol- of drugsgebruik, massale ordeverstoring, onwel worden in de massa, vuurwerk) en de invloed van deze incidenten op de publieksstromen;

  • Maatregelen en acties die deze risico’s beperken of uitsluiten, zoals juiste programmering, voorlichting, mobiliteitsplan, alcohol- of drugsregime, voorzieningen voor geneeskundige hulpverlening (daarbij rekening houdend met de mensenmassa);

  • Crowdmanagement, (het leiden van bezoekers in een bepaalde richting zonder afsluitingen, dwangmiddelen en dergelijke);

  • Crowdcontrol (het leiden van bezoekers met afsluitingen, dwangmiddelen en gedeeltelijke ontruiming);

  • Brandveiligheidsaspecten en constructieve veiligheid;

  • Gezondheidsaspecten;

  • De bereikbaarheid, calamiteitenroutes en vluchtwegen;

  • Evacuatieplan in het licht van noodzakelijke beëindiging van het evenement;

  • Afspraken tussen organisator en hulpdiensten; onder andere over de communicatie en verantwoordelijkheden van partijen bij opschaling.

Mobiliteitsplan en gezondheidsplan

In het voorkomende geval, met name bij grote complexe evenementen, kan er gevraagd worden om in het veiligheidsplan ook een mobiliteitsplan en/of een gezondheidsplan op te nemen. Dit mobiliteitsplan en/of gezondheidsplan zal dan deel uitmaken van het veiligheidsplan.

 

8.3 Evenementen voorschriften

A-evenementen

Als het evenement geclassificeerd wordt als een A-evenement, dan gelden vaak de zogenaamde standaardvoorschriften, waar de organisator aan moet voldoen. Veel voorschriften staan in de vergunning of in één van de bijlagen die bij de vergunning horen. In een enkel geval kan er sprake zijn van aanvullende maatwerkvoorschriften. Deze maatwerkvoorschriften worden dan expliciet in de vergunning opgenomen.

B- of C-evenementen

Is het een B of een C-evenement, dan worden er aanvullend op de altijd geldende standaardvoorschriften maatwerkvoorschriften gesteld. De aanvullende voorschriften worden vastgesteld op basis van de advisering door de in- en externe diensten en de veiligheidspartners. De gemeente vertaalt de adviezen naar voorschriften in de vergunning.

Openbare orde en veiligheid

Het is op grond van het Wetboek van Strafrecht altijd verboden om de openbare orde of veiligheid te verstoren. In artikel 2:26 Apv is expliciet opgenomen dat het verboden is bij (vergunde) evenement de orde te verstoren. Ook mogen geen voorwerpen, gereedschappen of middelen worden meegenomen met het doel de orde te verstoren. Ook is het verboden “full color” te verschijnen als de rechter de organisatie heeft verboden. Hierbij moet gedacht worden aan de OMG’s (outlaw motor gangs).

 

De organisator is verplicht:

  • -

    alle aanwijzingen en opdrachten gegeven door of namens het bevoegd gezag (gemeente, politie, brandweer) in het belang van de openbare orde en (brand)veiligheid direct op te volgen;

  • -

    het evenement te beëindigen als de burgemeester hiertoe een bevel geeft. De organisator moet er dan voor zorgen dat er geen publiek meer tot het evenement wordt toegelaten en dat het aanwezige publiek het evenement verlaat.

Veiligheidsmaatregelen nemen (zie ook paragraaf 8.2)

In het veiligheidsplan benoemt de organisator de veiligheidsmaatregelen op die hij heeft getroffen en gaat treffen op het gebied van safety (veiligheid) en security (beveiliging). De organisator neemt, in overleg met het team VVT, VGGM en politie, voldoende maatregelen om de veiligheid van bezoekers en deelnemers aan het evenement te kunnen waarborgen. Omdat geen evenement hetzelfde is, wordt bij de vergunningverlening per evenement beoordeeld welke van deze maatregelen als vergunningsvoorschriften worden opgenomen. In het veiligheidsplan staat onder meer welke maatregelen de organisator neemt in geval van calamiteiten, hoe de beveiliging is geregeld en welke taken zij zullen uitvoeren, welke crowdcontrol maatregelen er genomen worden, hoe het weer gemonitord wordt en hoe de medische zorg is geregeld.

Evenemententerrein

De organisator is verantwoordelijk voor alles wat er op het evenemententerrein gebeurt en houdt zich aan een aantal voorschriften. Zo is het belangrijk dat het terrein duidelijk zichtbaar begrensd is en de nooduitgangen goed zijn aangegeven. Er is voldoende verlichting op en rond het evenemententerrein. Er zijn ook voorschriften die ervoor zorgen dat er geen obstakels zijn voor bezoekers of hulpdiensten, of gevaarlijke situaties kunnen ontstaan door onjuist geplaatste bouwwerken. Tijdelijke bouwwerken als podia of tribunes dienen gecertificeerd te zijn. Voor ingebruikname wordt dit gecontroleerd door de OddV. De organisator dient zelf niet-gecertificeerde of afgekeurde bouwwerken alsnog te herstellen en goed te laten keuren of te (laten) verwijderen. Het bouwboek van de tent/tribune moet ter plaatse van het evenement aanwezig zijn.

 

Ook dient het evenemententerrein toegankelijk te zijn voor mensen met een beperking. Dit wordt zowel beoordeeld vanuit een veiligheidsperspectief als vanuit een toegankelijkheidsperspectief. Ook mensen met een beperking moeten zoveel mogelijk deel kunnen nemen aan evenementen of deze bezoeken. Per evenement zal hiervoor maatwerk nodig zijn.

Waarborgsom

De gemeente heeft de mogelijkheid tot het instellen van een waarborgsom. De organisator betaalt vooraf een ‘borg’ en krijgt deze teruggestort wanneer aan de voorwaarden op basis waarvan de waarborgsom is opgelegd is voldaan. Een waarborgsom wordt gevraagd als aannemelijk is dat voorschriften, zoals het schoon moeten achterlaten van het evenemententerrein, zullen worden overtreden, of aannemelijk is dat er materiële of immateriële kosten gemaakt zullen worden door gemeente en/of betrokken diensten. Wanneer de organisator een voorschrift in het verleden heeft overtreden, kan een waarborgsom worden opgelegd. Indien de organisator wederom verzaakt om het terrein schoon achter te laten, worden de kosten van de schoonmaak in mindering gebracht op de waarborgsom.

Drank en horeca, terrassen en tappunten, glas en blik

Alcohol schenken

Een artikel 35 DHW-ontheffing, ook wel tapontheffing, maakt het mogelijk om bij bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard (maximaal 12 aaneengesloten dagen) zwak alcoholhoudende dranken te schenken. Wanneer een organisatie zelf een ontheffing aanvraagt, zal dat een natuurlijk persoon moeten zijn (en geen rechtspersoon) die voldoet aan de bepalingen van de Drank- en Horecawet. Zo moet hij/zij leidinggevend zijn, en dient in het bezit te zijn van de verklaring Sociale Hygiëne, minimaal 21 jaar oud te zijn en te voldoen aan de zedelijkheidseisen zoals gesteld in de wet. De gemeente controleert of de leidinggevende beschikt over een Verklaring Sociale Hygiëne in het Register. Deze leidinggevende moet continu aanwezig zijn als er wordt geschonken. Barpersoneel dient vooraf geïnstrueerd te worden over nakoming van de voorschriften inzake de drankverstrekking waarbij nadrukkelijk aandacht is voor de leeftijdscontrole.

Terrassen en tappunten

Wanneer een gevestigde horecaonderneming tijdens een evenement tapinstallaties buiten een horeca-inrichting en dus een tijdelijk terras plaatst of een tappunt op gemeentegrond, dan is daarvoor een artikel 35 DHW-ontheffing nodig.

Alcohol en jongeren

Het is niet toegestaan onder de 18 jaar alcohol te nuttigen. De gemeente Barneveld verwacht dat de organisatie een actieve bijdrage levert aan het ontmoedigen van alcohol bij jongeren beneden de 18 jaar en er ook op toeziet dat zij geen alcohol op het evenemententerrein kunnen krijgen. Waar nodig neemt de organisatie neemt hierover contact op met de omliggende horeca om gezamenlijk afspraken te maken.

Wel of geen ontheffing

Voor buurt- of straatfeesten is het verstrekken van zwakalcoholhoudende drank toegestaan zonder ontheffing van de burgemeester als de verstrekking niet bedrijfsmatig plaatsvindt. Uiteraard is het verstrekken van zwakalcoholhoudende drank ook dan pas vanaf 18 jaar toegestaan.

Glas en blik

Tijdens evenementen geldt een glas- en blikverbod binnen het evenemententerrein en in sommige gevallen ook in de nabije omgeving, dus ook op terrassen en binnen inrichtingen. In zeer uitzonderlijke gevallen is glaswerk toegestaan, mits alle veiligheidspartners hiermee instemmen.

Verbod op de verkoop van alcohol

De burgemeester kan een alcoholverkoopverbod bij evenementen geven op basis van artikel 2:25a van de Apv.

Verbod op gebruik lachgas

Lachgas valt onder de Warenwet en is vrij te koop. Er is nog geen landelijke wetgeving die het gebruik van lachgas (inname) verbiedt. Wel is bekend dat er bij gebruik van lachgas schade ontstaat voor de volksgezondheid, zorgen de weggegooide capsules voor milieuschade en kunnen gebruikers zorgen voor verstoring van de openbare orde en veiligheid.

De gemeente neemt een verbod op lachgas op in de vergunningvoorschriften bij een evenementenvergunning, zodat gebruik van lachgas en de aanwezigheid van capsules en/of ballonnen verboden is.

Geluid en geluidsniveau

Het geluid verschilt per locatie. Dit heeft te maken met de afmetingen van de locatie maar ook met de apparatuur die wordt gebruikt. Als door een organisatie muziek wordt geproduceerd aan de hand van technisch hoogwaardig apparatuur “line-array-systeem” dan kan bij de bron meer geluid worden geproduceerd zonder dat dit op de meetpunten hogere geluidswaarden geeft. Line-array houdt in dat het geluid gericht wordt gestraald naar de locatie waar het publiek zicht bevindt en dat er rekening wordt gehouden met de afstand van het publiek. Ook wordt er met het toegestane geluidsniveau rekening gehouden met de lage tonen in de muziek. Hiervoor hanteren we een dB(C) norm die over het algemeen zo’n 10 tot 15 dB hoger is dan de dB(A) norm op de gevel van de meest nabij gelegen woning of op een referentiepunt indien woningen te ver weg zijn gelegen.

 

Het algemene geluidsniveau is 70 dB(A) en 80 tot 85 dB(C) op 1,5 meter hoogte voor de eerst getroffen gevel dan wel het referentiepunt, binnen de toegestane tijden. Het geluidsniveau wordt bij iedere aanvraag weer apart getoetst en is afhankelijk van verschillende factoren, zoals (type) bebouwing, tijdstippen, soort muziek/evenement. Ook wordt er altijd gekeken naar de mate van overlast welke het evenement kan veroorzaken ten aanzien van omwonenden.

 

Op een aantal locaties zijn permanente geluidmeters geplaatst waardoor een continue monitoring van het geluid bij het evenement mogelijk is. Via een app en inlogcode kan zowel de toezichthouder als de organisator meekijken met het gemeten geluidsniveau. Waar nodig kan het geluid direct worden aangepast, zodat er minder overlast voor omwonenden is. Thans (april 2020) staat een permanente geluidmeter op het Bunckmanplein en wordt één geluidsmeter ingezet op wisselende locaties.

 

Voor binnen locaties gelden weer andere normen. Er zijn collectieve festiviteiten aangewezen in de Apv waarbij direct is vastgelegd hoe het geregeld is met de geluidsniveaus. Dit staat beschreven in artikel 4:2 van de Apv.

Eindtijd geluid

Voor evenementen is 23.00 uur de uiterste tijd waarop geluid en muziek ten gehore mag worden gebracht.

Voor een gemaximeerd aantal evenementen mag tot 24.00 uur geluid en muziek ten gehore worden gebracht. Het aantal dagen voor deze evenementen is per locatie gemaximeerd en opgenomen in hoofdstuk 5.

Voor de Oud en Nieuwjaarsfeesten mag tot 05.00 uur muziek ten gehore mag worden gebracht.

Muziek en (tv)schermen

Bij het ten gehore brengen van muziek tijdens een evenement of het gebruik maken van tv-schermen, moet er rekening mee worden gehouden dat er een vergoeding verschuldigd is door de organisatie aan Buma/Stemra.

Begin- en eindtijden evenementen en op- en afbouwen

Op- en afbouwtijden

Er moet rekening worden gehouden met overlap van een ander evenement op de evenementenlocatie. De ervaring leert dat organisatoren in een zo kort mogelijke tijd willen op- en afbouwen, omdat hier kosten aan verbonden zijn. De tijden zijn in overleg met de projectleider evenementen en dienen bij de aanvraag duidelijk te worden vermeld. Tussen 23.00 en 07.00 uur mogen geen lawaai makende materialen worden gebruikt.

Begintijd evenementen

Evenementen met geluid mogen om 09.00 uur van start gaan van maandag t/m zaterdag. Voor zon- en feestdagen geldt een begintijd van 13.00 uur voor evenementen, omdat dit openbare vermakelijkheden zijn zoals bedoeld in de Zondagswet.

Eindtijd evenementen

Voor alle evenementen is de uiterste sluitingstijd 24.00 uur, waarbij tot 23.00 uur muziek ten gehore mag worden gebracht en tot 23.30 uur drank mag worden geschonken.

 

Voor een gemaximeerd aantal evenementen is de uiterste sluitingstijd 01.00 uur, waarbij tot 24.00 uur muziek ten gehore mag worden gebracht en tot 00.30 uur drank mag worden geschonken. Het aantal dagen voor deze evenementen is per locatie gemaximeerd en opgenomen in hoofdstuk 5.

 

Voor de Oud en Nieuwjaarsfeesten is de uiterste sluitingstijd 06.00 uur, waarbij tot 05.00 uur muziek ten gehore mag worden gebracht en tot 05.30 uur drank mag worden geschonken.

Verkeer, parkeren, wegafsluitingen, openbaar vervoer, verkeersregelaars

Verkeersplan

Evenementen kunnen grote consequenties hebben voor het verkeer in de directe omgeving. Omwille van een evenement kunnen (delen van) wegen worden afgesloten en kan verkeer worden omgeleid. Ook kunnen grote aantallen bezoekers de verkeersdoorstroming stremmen of tot parkeerdruk leiden. De organisator moet maatregelen treffen om de bereikbaarheid voor bezoekers (OV en auto) en voor hulpdiensten te waarborgen en de gevolgen voor het verkeer te beperken. De organisator zorgt voor voldoende parkeergelegenheid. Eventuele parkeeroverlast als gevolg van de activiteiten moet worden voorkomen. Ook zorgt de organisator voor de inzet van gecertificeerde verkeersregelaars. Deze verkeersregelaars moeten vooraf worden aangesteld. Op basis van het verkeersplan geeft de organisator aan welke maatregelen getroffen worden, waaronder ook hekken en borden. Het hele verkeersplan wordt door het team Verkeer van de afdeling Vastgoed en Infrastructuur en door de politie getoetst.

Auto- en motortoertochten en tractorpulling

Bij de aanvraag voor evenementen die de auto- en motortoertochten en tractorpulling betreffen moet de organisator aangesloten te zijn bij de brancheorganisatie dan wel de overkoepelende organisatie. Hierbij moet gedacht worden aan de KNAF (auto), KNMV (motor) en NTTO (tractorpulling). De veiligheidseisen die deze organisaties opleggen worden door de gemeente overgenomen en ook wordt verplicht gesteld dat het evenement onder de auspiciën (=toezicht) van de brancheorganisatie georganiseerd wordt. Zoals aangegeven bij hoofdstuk 5 wordt voor belastende evenementen zoals snelheidswedstrijden met gemotoriseerde voertuigen op de openbare weg geen vergunning verleend.

Communicatie (informeren omwonenden)

De organisator wordt verplicht om omwonenden minimaal twee weken voorafgaand aan het evenement schriftelijk te informeren over het evenement, een kopie van deze brief mailt de organisator naar postregistratie@barneveld.nl.

 

Ook communiceert de organisator een telefoonnummer waarop, omwonenden terecht kunnen met hun vragen of klachten. Dit nummer is tijdens het evenement, maar ook voorafgaand aan het evenement bereikbaar.

Toestemming grondeigenaar

De gemeente gaat ervan uit dat de organisator toestemming heeft van de (grond)eigenaar. Zonder deze toestemming, kan het evenement niet doorgaan. Een kopie van de schriftelijke toestemming moet bij de aanvraag worden gevoegd of bij een overleg worden ingeleverd.

Ontheffing Wet natuurbescherming bij Provincie Gelderland (soortenbescherming) en/of vergunning Natura 2000-gebieden (gebiedsbescherming)

Het Ministerie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit beoogt met de Wet natuurbescherming bedreigde dier- en plantensoorten die in het wild voorkomen te beschermen. Wordt een evenement georganiseerd in de buitenlucht en kunnen dieren of planten behorende tot bedreigde soorten hierdoor worden geschaad, dan is de wet van toepassing. In zo’n geval moet men preventieve maatregelen nemen om schade aan de natuur te voorkomen. Hebben de preventieve maatregelen niet het gewenste effect, dan kan de organisatie van het evenement een ontheffing aanvragen bij de provincie. De Provincie Gelderland verleent alleen een ontheffing indien er maatregelen worden genomen die de schade zoveel mogelijk beperken en de activiteit de openbare veiligheid, volksgezondheid, veiligheid van het luchtverkeer, de bescherming van gewassen, vee, bossen, visserij of wateren, de bescherming van flora en fauna of onderzoek of onderwijs bevordert. Voor evenementen is een ontheffing mogelijk wanneer het evenement een van deze gronden dient. De organisator kan deze ontheffing aanvragen bij de Provincie Gelderland.

Indien er sprake is van negatieve effecten op een Natura 2000 gebied (De Veluwe), dan is er voor het houden van het evenement wellicht ook een vergunning nodig. Ook hiervoor kunt u bij de provincie terecht via het webformulier Wet natuurbescherming Nature 2000-gebieden.

Gebruiksmelding, artikel 2.1 Besluit Brandveilig Gebruik en Basishulpverlening Overige Plaatsen (BBGBOP)

Vanaf mei 2018 zijn er in het BBGBOP regels gesteld ten aanzien van de brandveiligheid en de basishulpverlening voor activiteiten, voor zover die in de buitenlucht plaatsvinden. Bij de aanvraag evenementenvergunning moeten de gegevens voor een gebruiksmelding worden ingeleverd door de aanvrager. Dit is geregeld in artikel 2:25 lid 2 Apv. Vaak betreft dit het gebruik van een tent. Het BBGBOP stelt een melding verplicht wanneer er 10 of meer personen slapen in een tent of meer dan 150 personen tegelijk samenkomen in een tent. De gemeente heeft hiervoor een apart meldingsformulier BBGBOP. De gemeente kan voorwaarden aan het accepteren van de melding verbinden.

Aansprakelijkheid, dekking, (vrijwilligers)verzekering en verantwoordelijkheid

Verantwoordelijkheid en verzekering

De organisator is verantwoordelijk voor de veiligheid van de deelnemers en het publiek en kan ook aansprakelijk worden gesteld voor schade door ongevallen die ontstaan als gevolg van het evenement. Op het moment dat er zich tijdens een evenement iets voordoet, kunnen de kosten enorm oplopen. Het is daarom van belang dat het evenement goed verzekerd is door middel van een aansprakelijkheidsverzekering. Daarnaast kan het zinvol zijn om een ongevallenverzekering, een annuleringsverzekering en een aanvullende verzekering voor waardevolle objecten en/of extreme weersomstandigheden af te sluiten. Er bestaan evenementenverzekeringen die al deze risico’s verzekeren. Voorafgaand aan het evenement moet de organisatie afstemmen met de verzekeraar wat de aard van het evenement is.

Dekking en verzekering

Bij grote en/of risicovolle evenementen is er voor een verzekering voor wettelijke aansprakelijkheid met een minimale dekking van € 2.500.000,= nodig, met een maximum eigen risico van € 2.500,=. Bij grote en/of risicovolle evenementen wordt gevraagd om uiterlijk twee weken voor het evenement een kopie van de polis aan de gemeente te overleggen. De gemeente kan bij grote en/of risicovolle evenementen vragen om toezending van een uitgebreide risico-inventarisatie van het evenement en de daarvoor genomen veiligheidsmaatregelen, opgesteld door een daartoe gespecialiseerd en gecertificeerd bedrijf. Deze uitgebreide risico-inventarisatie zal in elk geval - eveneens twee weken voor het evenement - aan de gemeente overgelegd moeten worden als voor het evenement geen verzekering gesloten wordt.

Aansprakelijkheid

De organisatie dient het evenement zodanig te organiseren dat aan alle wettelijke veiligheidsvoorschriften en aan alle verzekeringstechnische voorschriften ter bescherming van organisatie, deelnemers, publiek en derden evenals goederen van voormelde natuurlijke rechtspersonen, wordt voldaan. De vergunninghouder is verplicht schade te vergoeden, die hij door het gebruik van de vergunning toebrengt in de openbare ruimte en maatregelen te nemen om te voorkomen dat het vergunningverlenende orgaan, dan wel derden ten gevolge van het gebruik van de vergunning schade lijden. Het is aan de vergunninghouder om aan te tonen dat de door de gemeente gevorderde schade niet is veroorzaakt door het evenement waar de vergunning voor is verleend.

Gemeentelijke aansprakelijkheid

Ondanks dat de gemeente niet zelf evenementen organiseert kan de gemeente in enkele gevallen formeel aansprakelijk zijn voor schade bij ongevallen. In eerste instantie zou men verwachten dat deze formele aansprakelijkheid voor de organisator/vergunninghouder ligt. Men kijkt echter steeds kritischer naar de rol van de gemeente, waardoor ook de gemeente voor de schade aansprakelijk kan zijn.

 

De burgemeester is op grond van de Apv bevoegd tot het verlenen van vergunningen. Op grond van artikel 174 Gemeentewet heeft de burgemeester de bevoegdheid om vergunningen te handhaven. Een belangrijk onderdeel van dit proces is ook het houden van toezicht. De burgemeester kan ook aan de vergunning voorschriften verbinden, die betrekking hebben op de veiligheid. Wanneer deze voorschriften niet worden verbonden aan de vergunning, maar er wel schade ontstaat tijdens het evenement, kan niet automatisch worden gesteld dat de gemeente hiervoor aansprakelijk is. Dit hangt namelijk af van de omstandigheden per geval. Toch dient bij gebeurtenissen waarbij schade wordt geleden de vraag te worden gesteld: ‘Had de schade voorkomen kunnen worden wanneer er in de vergunningsprocedure correcte veiligheidsvoorschriften zouden zijn opgenomen?’.

Vrijwilligersverzekering

De gemeente heeft een vrijwilligersverzekering afgesloten voor alle vrijwilligers die zich binnen de gemeente inzetten voor activiteiten. Dit is ondergebracht wij Welzijn Barneveld. Verdere informatie is te vinden op de website www.welzijnbarneveld.nl.

Vuurwerk

Op het afsteken van vuurwerk tijdens evenementen is het Vuurwerkbesluit van toepassing. Het doel van het Vuurwerkbesluit is waarborgen te scheppen voor de bescherming van mens en milieu tegen mogelijk schadelijke effecten van vuurwerk. Voor evenementen waarbij vuurwerk wordt gebruikt geldt oftewel een vergunningplicht, dan wel een meldplicht. Indien het gaat om theatervuurwerk tot 20 kg of professioneel vuurwerk tot 200 kg volstaat een melding bij de provincie. Gaat het om zwaarder vuurwerk dan moet men bij de Gedeputeerde Staten een ontbrandingstoestemming/vergunning aanvragen. Hierbij heeft de burgemeester een adviserende rol.

Duurzaamheid

Het is van belang dat ook evenementenorganisatoren hun verantwoordelijkheid nemen met betrekking tot het duurzaam vorm geven van het evenement. Hierbij moet gedacht worden aan verantwoorde afvalscheiding, het gebruik van milieuvriendelijk bestek en bekers, het gebruik maken van zo min mogelijk en herbruikbare of circulair geproduceerde materialen, het verbod op oplaten van (wens)ballonnen (artikel 4:9b Apv) en het aangeven wanneer en hoe de locatie bereikbaar is met de fiets en/of het openbaar vervoer. Ook bij het gebruik van aggregaten en opruimmaterialen is het van belang om voor de meest duurzame optie te kiezen.

De organisator geeft zelf aan waar aandacht is voor duurzaamheid, daarnaast legt de gemeente de meest duurzame optie als vergunningsvoorwaarde op. De gemeente zet in op het bevorderen van energiebesparing en organisatoren kunnen voor meer informatie en advies terecht bij het gemeentelijke energieloket (0342-495450) of www.energieloketbarneveld.nl.

Dierenwelzijn

Wanneer bij een evenement dieren aanwezig zijn, worden voorwaarden gesteld voor de stalling, verzorging ed. Dit geldt onder meer bij pony-rijden, optochten en levende kerststallen.

Afvalwater

In het aanvraagformulier voor evenementen moet worden aangegeven of er afvalwater wordt geproduceerd en waar dat wordt geloosd. Op veel plaatsen is hiervoor op de evenemententerreinen een voorziening gerealiseerd. Wanneer dit niet het geval is kan de gemeente in de vergunning voorwaarden opleggen hoe om te gaan met afvalwater.

9 Toezicht en handhaving

Dit hoofdstuk beschrijft het toezicht en de handhaving op het (niet) naleven van evenementen vergunning.

 

Bij het toezicht en de handhaving werken vele partijen samen. De gemeente voert hierbij de regie. Zij werkt daarbij samen met de betrokken interne diensten, politie, VGGM, OddV en eventuele relevante externe partijen. Op grond van de Apv zijn toezichthouders aangewezen en ook alle ambtenaren van politie zijn aangewezen als toezichthouder voor de Apv. Naast de toezichthouders op grond van de Apv zijn er ook op grond van andere wet- en regelgeving toezichthouders bevoegd. Hierbij is de brandweer de belangrijkste voor de evenementen.

 

Toezicht en handhaving zijn er op gericht dat activiteiten conform de vergunning op veilige en verantwoorde wijze plaatsvinden. Het is zonder meer de verantwoordelijkheid van de vergunninghouder de gemaakte afspraken na te komen. Het is de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag om daar op toe te zien. Tijdens evenementen is altijd een ambtenaar Openbare orde en veiligheid uit het team VVT beschikbaar voor overleg en terugkoppeling met de burgemeester.

 

Om een goede structuur te geven aan toezicht en handhaving wordt er op basis van de gemaakte afspraken in het evenementenoverleg afspraken gemaakt over de handhaving, de onderlinge samenwerking en wat er door wie gecontroleerd zal worden.

Risico gestuurd toezicht en handhaving

Naast het hierboven genoemde reguliere en steekproefsgewijze toezicht wordt risico-gestuurd toezicht toegepast. Organisatoren die in eerdere jaren een overtreding hebben begaan zullen actief door de gemeente bevraagd worden hoe in het jaar van de aanvraag een herhaling wordt voorkomen. De gemeente verlangt hierbij in sommige gevallen een (geloofwaardig) actieplan van organisatoren om zich ervan te verzekeren dat de organisator zijn verantwoordelijkheid neemt.

Wanneer in het voorgaande jaar één of meerdere overtredingen zijn geconstateerd zal -waar mogelijk- een hercontrole plaatsvinden.

 

9.1 Opbouw van het evenement: schouw

Vlak voor aanvang van het evenement vindt, waar nodig, een (multidisciplinaire) schouw plaats. In principe zijn bij de multidisciplinaire schouw álle disciplines vertegenwoordigd die in het voorafgaande overleg een advies gegeven hebben over een specifieke voorwaarde of voorschrift. De schouw wordt uitgevoerd op basis van het voor het evenement opgestelde handhavingsplan.

 

Van de organisator wordt verwacht dat hij voorafgaand aan de schouw eerst zelf een controleronde op het evenemententerrein uitvoert en daarbij eerst zelf eventuele tekortkomingen ongedaan maakt.

 

Bij evenementen op schadegevoelige locaties, zoals parken en openbaar groen, kan naast de evenementenschouw ook sprake zijn van een aan de opbouw van het evenement voorafgaande controle waarbij de conditie van de locatie samen met de organisator wordt vastgesteld. Dit omdat de locatie na afloop van het evenement weer in dezelfde staat moet worden opgeleverd als vóór het evenement.

 

Indien bij een naschouw op de locatie na afloop van het evenement schade wordt geconstateerd wordt de organisator in staat gesteld deze te herstellen. De schade kan ook door de gemeente op kosten voor rekening van de organisator hersteld worden. Er kan bij een redelijk vermoeden dat schade gaat ontstaan sprake zijn van een vooraf te betalen borgsom. De voor- en naschouw worden uitgevoerd door de afdeling beheer openbare ruimte.

 

Bij constatering van onvolkomenheden of tekortkomingen tijdens de schouw is sprake van de overtreding van een of meer vergunningvoorschriften. In deze situatie wordt de organisator op de hoogte gesteld van het euvel en krijgt in principe in eerste instantie de gelegenheid binnen een afgesproken tijdsbestek, vóór aanvang van de activiteit, alsnog te voldoen aan de gestelde voorschriften. Indien er sprake is van een dusdanige afwijking van de gemaakte afspraken of overschrijding van de vergunningsvoorwaarden, die voorafgaand aan het evenement niet meer in overeenstemming met de voorschriften gebracht kan worden, kan er in het uiterste geval ter plaatse besloten worden de verleende vergunning in te trekken, te wijzigen of te schorsen als bedoeld in artikel 1:6 van de Apv, waardoor het evenement géén doorgang kan hebben of alleen in gewijzigde vorm plaats kan vinden.

 

9.2 Toezicht en handhaving tijdens het evenement

Ook tijdens het evenement worden controles uitgevoerd. Dit kan bestaan uit toezicht door toezichthouders Apv op de uitvoering van het evenement en de naleving van de vergunningsvoorwaarden. Ook worden de verkeersmaatregelen gecontroleerd en kan een geluidsmeting plaatsvinden. De projectleider spreekt dit vooraf door met de organisator en/of de betrokken diensten.

 

Indien geconstateerde overtredingen tijdens de uitvoering van de activiteit niet door de organisator ongedaan worden gemaakt zal de gemeente handhavend optreden. Indien daartoe concrete aanleiding bestaat, kan de burgemeester besluiten het evenement direct te beëindigen.

Stilleggen evenement

Als de organisatie zich niet aan de voorwaarden houdt of de instructies van politie, toezicht, OddV, brandweer, GHOR/THZ (Technische Hygiëne Zorg) of ambtenaren niet opvolgt, kan het evenement worden stil gelegd. Bij risicovolle B- en C-evenementen moet voorafgaand worden besproken en worden vastgelegd in welke gevallen een evenement kan worden stilgelegd. Omdat stil leggen een verhoogd risico met zich meebrengt voor de openbare orde en veiligheid moet dit vooraf duidelijk zijn. Dit wordt ook vastgelegd in het veiligheidsplan.

Bevoegdheden burgemeester

De burgemeester verleent de vergunning op basis van de Apv. De burgemeester beschikt over een scala aan bestuurlijke middelen om de openbare orde en veiligheid te beschermen. De maatregelen die zijn hierna opgenomen in de tabel “Handhavingsmaatregelen” en in het Drank- en horeca-nalevingsbeleid zijn gebaseerd op de bevoegdheden van de burgemeester. Als de feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven, kan de burgemeester afwijken van de handhavingsmaatregelen. Hij kan bijvoorbeeld een maatregel treffen waar normaliter eerst een waarschuwing zou volgen of andersom. Wanneer hiertoe wordt overgegaan, moet dit expliciet worden gemotiveerd.

Bestuurlijke waarschuwing

De burgemeester kan een bestuurlijke waarschuwing geven. De organisator wordt dan te kennen gegeven dat hij in overtreding is geweest. In een bestuurlijke waarschuwing wordt ook opgenomen wat de vervolgstappen zijn bij herhaling van de overtreding. De bestuurlijke waarschuwing is geen besluit in de zin van de Awb. Hiertegen kan dan ook geen bezwaar gemaakt worden.

Last onder bestuursdwang en kostenverhaal (art 5:25 Awb)

De burgemeester kan besluiten tot toepassing van bestuursdwang. Dit betekent dat de organisatie de gelegenheid krijgt om het gebrek/overtreding te herstellen. Indien de organisator dit niet zelf doet, kan door de burgemeester een einde wordt gemaakt aan de overtreding van de vergunningsvoorschriften. In dat geval kunnen eventuele kosten die gemaakt worden in verband met het toepassen van bestuursdwang op de organisator worden verhaald.

Deze bestaan onder andere uit:

  • -

    materiële kosten bijvoorbeeld het plaatsen van hekwerk;

  • -

    personele kosten voor de inzet van medewerkers;

  • -

    In beginsel geldt de regel dat een last onder bestuursdwang wordt toegepast als de ernst van de situatie hier om vraagt.

Last onder dwangsom (art 5:32 Awb)

De burgemeester kan besluiten tot het opleggen van een last onder dwangsom. Bij een last onder dwangsom wordt aan de organisator een termijn gegeven om de overtreding alsnog ongedaan te maken. Indien dit niet binnen de gegeven termijn gebeurt, wordt de dwangsom verbeurd. Deze reguliere herstelsanctie kan worden ingezet ter (gehele of gedeeltelijke) ongedaan making of beëindiging van een overtreding, ter voorkoming van herhaling van een overtreding, of tot het wegnemen of beperken van de gevolgen van een overtreding. Wanneer dit middel wordt ingezet ter voorkoming van herhaling van de overtreding is het vereist dat er een gegronde vrees is voor herhaling.

Preventieve last onder dwangsom (art 5:7 Awb)

Naast de reguliere herstelsanctie bestaat ook een preventieve last onder dwangsom die een bestuursorgaan de mogelijkheid biedt om in situaties waarin het gevaar voor overtreding “klaarblijkelijk dreigt”, preventief handhavend op te treden. Dit is mogelijk wanneer de het (zeer) waarschijnlijk is dat de overtreding zal worden begaan en dat niet van het bestuursorgaan kan worden verlangd dat zij geduldig afwacht totdat de overtreding al is begaan. Het gaat hierbij om nieuwe, nog niet gepleegde overtredingen.

Kosten dwangsom

De hoogte van de dwangsom moet in redelijke verhouding staan tot de ernst van de overtreding en de beoogde werking van het opleggen van de dwangsom. In de beschikking moet het maximumbedrag worden bepaald. Als dit bedrag is bereikt, wordt geen dwangsom meer verbeurd. De hoogte van de dwangsom zal per evenement (grootte, aard) moeten worden bepaald, waarbij effectiviteit en evenredigheid in de afweging worden betrokken.

(Gedeeltelijk) intrekken, wijzigen of schorsen van de vergunning (art 1:6 Apv)

Bij het niet nakomen van de vergunningsvoorschriften waarbij er grote risico’s zijn voor de openbare orde en -veiligheid, de volksgezondheid en bescherming van het milieu, kan de burgemeester besluiten (een deel van) de vergunning al dan niet tijdelijk in te trekken en het evenement te beëindigen. Ook kunnen er aanvullende beperkende voorwaarden worden opgelegd (bv. verkleinen terrein, het maximum aantal bezoekers bijstellen). Ook kan de start van een evenement opgeschort worden of kan het schenken van alcohol (tijdelijk) worden stopgezet. Dit laatste is mogelijk op basis van artikel 21 van de Drank- en Horecawet, die voorschrijft dat bij een vermoeden van verstoring van de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid de verstrekking van alcohol stopgezet kan worden.

Weigering/intrekking evenementenvergunning bij slecht gedrag

De burgemeester heeft op basis van de Apv de bevoegdheid om een vergunning in te trekken. Bijzondere situaties, waarin hij dit doet is wanneer blijkt dat de vergunninghouder van een evenement niet (meer) dient te beschikken over de vergunning, vanwege zijn/haar gedrag. Dit gebeurt bij schijnbeheer (als blijkt dat niet de vergunninghouder feitelijk zeggenschap heeft over, en leiding geeft aan, het evenement maar een persoon die niet als zodanig op de vergunning staat vermeld), slecht levensgedrag of wanneer er onvoldoende vertrouwen is in de vergunninghouder (bijvoorbeeld door structurele overtredingen van de vergunningsvoorschriften). De burgemeester kan, afhankelijk van de omstandigheden, besluiten dat hij een laatste waarschuwing geeft en de vergunninghouder verplichten aangepaste plannen aan te leveren. Ook kan hij besluiten tot intrekking van de evenementenvergunning of weigering van een nieuwe vergunning. De burgemeester zal in zijn besluit expliciet motiveren wat maakt dat hij zijn vertrouwen heeft verloren.

Tabel: Handhavingsmaatregelen

Op alle horeca gerelateerde overtredingen is het Drank- en horecanalevingsbeleid van toepassing.

Afdelingen 5.3.1 en 5.3.2 Awb geeft regels over de last onder bestuursdwang respectievelijk dwangsom.

 

Overtreding

Maatregel burgemeester

Grondslag

Constatering door

Evenement houden zonder evenementenvergunning cq zonder geaccepteerde melding

- Bij geringe impact op de openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu, ter plaatse mondeling waarschuwen, proces verbaal opmaken en vervolgens schriftelijke waarschuwing afgeven.

- Bij een grotere impact op de openbare orde en veiligheid (spoed) last onder bestuursdwang of dwangsom, bijv. tot beëindiging evenement.

Art 6:1 Apv

Art 5:25 of 5:32 Awb

Politie

Toezichthouders Apv

Openbare orde en veiligheid

Het niet opvolgen van aanwijzingen van toezichthouders

(spoed) last onder bestuursdwang of dwangsom tot opvolging aanwijzingen of bijv. tot beëindiging evenement.

Art 5:25 of 5:32 Awb

Politie

Toezichthouders Apv

VGGM(brandweer)

Beveiliging

• te weinig beveiligers

• niet aangemeld / gecertificeerd

• niet conform goedgekeurd Veiligheidsplan.

(spoed) last onder bestuursdwang of dwangsom tot voorzien in vereiste beveiliging of tot beëindiging evenement.

Art 5:25 of 5:32 Awb

Politie

Toezichthouders Apv

Fysieke veiligheid

Nooduitgangen niet in orde (niet vrijgehouden, niet op aangegeven locatie)

 

Calamiteitenroutes worden niet vrijgehouden en/of zijn niet conform tekening

 

Fysiek bouwwerk niet gekeurd en daardoor gevaar voor bezoekers

(spoed) last onder bestuursdwang of dwangsom tot alsnog voldoen aan voorschriften, afzetten/verwijderen bouwwerk of tot beëindiging evenement.

Art 5:25 of 5:32 Awb

VGGM (brandweer)

OddV

Toezichthouders Apv

Gezondheid

EHBO

• te weinig EHBO’ers

• niet gecertificeerd

• niet conform goedgekeurd veiligheidsplan

(spoed) last onder bestuursdwang of dwangsom tot alsnog voldoend aan voorschriften of tot beëindiging evenement.

Art 5:25 of 5:32 Awb

VGGM(GHOR)

Toezichthouders Apv

Verkeersveiligheid

Verkeersregelaars

• te weinig verkeersregelaars

• niet gecertificeerd/niet aangesteld

• niet conform goedgekeurd verkeersplan

(spoed) last onder bestuursdwang of dwangsom tot alsnog voldoen aan voorschriften of tot beëindiging evenement.

Art 5:25 of 5:32 Awb

Politie

Toezichthouders Apv

Geluid

• overschrijding tijden

• overschrijding geluidsnormen

- Bij geringe impact op de openbare orde en veiligheid ter plaatse mondeling waarschuwen alsnog te voldoen aan voorschriften, proces verbaal opmaken en vervolgens schriftelijke waarschuwing afgeven.

- Bij een grotere impact op de openbare orde en veiligheid (spoed) last onder bestuursdwang of dwangsom tot alsnog voldoen aan voorschriften of tot beëindiging evenement.

Art 6:1 Apv

Art 5:25 of 5:32 Awb

Toezichthouders Apv

OddV

Politie

Overige vergunningsvoorschriften

- Bij geringe impact op de openbare orde en veiligheid ter plaatse mondeling waarschuwen tot alsnog voldoen aan voorschriften, proces verbaal opmaken en vervolgens schriftelijke waarschuwing afgeven.

- Bij een grotere impact op de openbare orde en veiligheid (spoed) last onder bestuursdwang of dwangsom tot alsnog voldoen aan voorschriften of tot beëindiging evenement.

Art 6:1 Apv

Art 5:25 of 5:32 Awb

Politie,

Toezichthouders Apv

OddV

VGGM (brandweer/GHOR)

Inspectie SZW

Kansspelautoriteit

NVWA

En dergelijke

Schade aan gemeentelijke eigendommen

In geval van schade aan gemeentelijke eigendommen of het niet schoonmaken van de evenementenlocatie of routes behorende bij het evenement (zoals bij een toertocht), kunnen eventuele schoonmaak- of herstelkosten die gemaakt worden op de organisator worden verhaald. Deze kosten bestaan onder andere uit:

  • -

    materiële kosten bijvoorbeeld plaatsen/herstellen nieuwe objecten;

  • -

    personele kosten, de inzet van medewerkers;

  • -

    administratieve kosten, factuurkosten.

10 Evaluatie evenement

Dit hoofdstuk beschrijft de evaluatie van het evenement en wanneer een organisator uitgenodigd wordt.

 

Alle evenementen (A, B en C) worden geëvalueerd in het evenementenoverleg. Waar nodig en nuttig worden evenementen tevens geëvalueerd met de organisator. Bij de evaluatie wordt de effectiviteit van de getroffen maatregelen ten aanzien van de risico’s beoordeeld en worden conclusies getrokken die in het daaropvolgende jaar kunnen leiden tot een nog betere opzet. Ook het verloop van de activiteit wordt in dit licht besproken, mede naar aanleiding van toezichtrapportages. Bij het overleg zijn in ieder geval de projectleider en de benodigde adviseurs betrokken.

 

De insteek van het evaluatieoverleg is dat de uitkomsten leiden tot concrete verbeteringen op alle fronten. Bij geconstateerde ernstige overtredingen zullen bovendien eventuele consequenties voor volgende jaren of andere evenementen worden aangegeven.

 

De uitkomst van deze evaluatie kan gevolgen hebben zoals;

  • -

    er is geen beletsel voor een volgende vergunningverlening;

  • -

    de betreffende deelplannen vragen om aanpassing;

  • -

    er worden andere of strengere voorschriften verbonden aan de vergunning;

  • -

    er kunnen minder strenge voorschriften worden verbonden aan de vergunning;

  • -

    de wijze van informatievoorziening aan omwonenden wordt aangepast;

  • -

    er worden in de toekomst geen vergunningen meer verstrekt voor het betreffende evenement.

Ook eventuele op- en aanmerkingen c.q. klachten van belanghebbenden uit de buurt worden meege-nomen in de evaluatie. Op onderdelen kan er naar aanleiding van specifieke omgevingsgerichte hinderaspecten immers aanleiding zijn een activiteit te wijzigen.

 

Van de evaluatie wordt een verslag gemaakt, dit verslag wordt ook aan de organisator uitgereikt. De evaluatie is mede bepalend voor de afspraken die gemaakt worden bij een volgende editie van het evenement. De organisator van het betreffende evenement kan eventuele aanpassingen doorvoeren in de planvorming en de voorbereiding van de aanvraag tot vergunning bij een opvolgende editie van het evenement.

11 Leges, gebruik gemeentegrond en huur

Dit hoofdstuk beschrijft de kosten voor leges, gebruik gemeentegrond en het gebruik van gemeentematerialen.

Leges

Voor de behandeling van een evenementenvergunning brengt de gemeente géén leges in rekening, omdat de inzet van de organisatoren, die dit meestal als vrijwilliger op zich nemen, gewaardeerd wordt. Wel worden voor andere vergunningen zoals de Omgevingsvergunning of wijziging van het bestemmingplan leges in rekening gebracht. De tarieven zijn opgenomen in de legesverordening.

 

Wanneer een Drank- en Horecawet-ontheffing nodig is, wordt door de gemeente hier leges voor in rekening gebracht. In de verstrekte ontheffing wordt aangegeven welk tarief gehanteerd wordt.

Gebruik gemeentegrond

Voor het gebruik van de openbare ruimte ten behoeve van evenementen brengt de gemeente een bedrag in rekening voor gebruik gemeentegrond. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.

Wanneer gebruik wordt gemaakt van een terrein waarvoor een betaald parkeerregime geldt, wordt voor de gederfde parkeerkosten ook een bedrag in rekening gebracht.

Aankondigingsborden

Organisatoren mogen per evenement aankondigingsborden plaatsen op daarvoor aangewezen locaties. Er wordt voor deze ontheffing op grond van artikel 2:10 Apv geen leges in rekening gebracht, wel kosten voor gebruik gemeentegrond.

Huur

Wanneer organisatoren een beroep doen op het gebruik van (schoonmaak) materialen van de gemeente, denk hierbij aan de veegwagen, zal hiervoor een uurtarief in rekening worden gebracht. Dit uurtarief is afhankelijk van het tijdstip van inzet.

 

Wanneer organisatoren gebruik willen maken van dranghekken en/of bebording, gelden hiervoor, als de organisatoren de materialen zelf afhalen, de volgende tarieven (2020):

Meldingsplichtig evenement: er worden geen kosten in rekening gebracht.

A-evenement: standaard € 25,=

B-evenement: standaard € 50,=

C-evenement: standaard € 100,=

 

Als organisatoren de materialen laten bezorgen komen de kosten van bezorging bovenop bovenstaande bedragen. Bij meldingsplichtige evenementen worden dan uiteraard alleen de kosten voor bezorging in rekening gebracht.

Aldus vastgesteld op 16 juni 2020,

Burgemeester en wethouders voornoemd,

H.F.B. van Steden

Secretaris

dr. J.W.A. van Dijk,

Burgemeester

De burgemeester voornoemd,

dr. J.W.A. van Dijk,

Bijlage 1: Wet- en regelgeving en overige bepalingen

 

Iedere evenementen-aanvraag moet worden getoetst op basis van Apv, het beleid maar ook andere wet en regelgeving. Op de diverse onderdelen van een evenement kunnen verschillende wetten en regels van toepassing zijn. Hieronder staat de meest voorkomende wet- en regelgeving genoemd:

1. Algemene wet bestuursrecht (Awb)

De Algemene wet bestuursrecht kent regels voor het aanvragen, het beslissen en de voorbereiding van beslissingen en bekendmakingen met betrekking tot evenementen. Belangrijk in dit verband is vooral dat de beslissing zorgvuldig moet worden voorbereid door de nodige kennis over relevante feiten en belangen te vergaren. De belangen van omwonenden zijn daarbij een belangrijke factor.

2. Gemeentewet

De burgemeester is op grond van artikel 172 van de Gemeentewet belast met de handhaving van de openbare orde. Op grond van artikel 174 van de Gemeentewet is de burgemeester tevens belast met het toezicht op openbare samenkomsten en vermakelijkheden alsmede voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. De burgemeester kan ten behoeve van het handhaven van de openbare orde of het toezicht op openbare gelegenheden bevelen geven die hij noodzakelijk acht. De burgemeester kan zich daarbij laten bijstaan door de politie. Indien zaken uit de hand lopen heeft de burgemeester op grond van de artikelen 175 en 176 van de Gemeentewet daarnaast nog de mogelijkheid tot het geven van noodbevelen of het afkondigen van een noodverordening.

3. Wet Veiligheidsregio’s (Wvr)

De Wet veiligheidsregio's schrijft voor dat veiligheidsregio's dienen te beschikken over een regionaal beleidsplan gebaseerd op een vastgesteld regionaal risicoprofiel. Het risicoprofiel bestaat uit een overzicht van risicovolle situaties binnen de veiligheidsregio. Binnen onze Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) zijn evenementen opgenomen in het risicoprofiel en worden beschouwd als mogelijke risicovolle situaties, waarop beleid moet worden geformuleerd. Omstandigheden kunnen immers aanleiding zijn tot het uitbreken van paniek in menigte en/of verstoring van de openbare orde. De adviestaak van hulpverleningsdiensten aan gemeenten vloeit voort uit het Regionaal Kader Evenementenveiligheid (beleidsplan van de VGGM en van het Beleidsplan Rampenbestrijding en crisisbeheersing 2016-2019 van de VGGM).

4. Politiewet

De Politiewet omschrijft de taak van de politie als “de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven”. Hieronder vallen ook evenementen. De hulpverlenende taak wordt bovendien zo breed opgevat dat ook veiligheid in preventieve zin, zoals veiligheidsoverleg vooraf bij evenementen, hieronder geschaard kan worden.

5. Collectieve en individuele festiviteiten (Apv)

Valt een inrichting onder het Activiteitenbesluit Wet Milieubeheer dan gelden voor collectieve festiviteiten, zoals Koningsdag, Bevrijdingsdag en Oud op Nieuwjaar (zoals aangewezen in de Apv) de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit niet. In de gemeentelijke verordening kunnen voorwaarden worden verbonden aan de festiviteiten ter voorkoming of beperking van geluidhinder. Dit in geregeld in artikel 4:1 en 4:2 van de Apv.

Op grond van artikel 4:3 van de Apv kunnen inrichtingen, die bestemd zijn om evenementen te organiseren, maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar houden. Deze zogeheten 12-dagenregeling geldt voor de Midden Nederland Hallen, de Veluwehal en het Schaffelaartheater.

6. Besluit Brandveilig Gebruik en Basishulpverlening Overige Plaatsen (BBGBOP)

Evenementen vinden doorgaans plaats in de open lucht. Vanaf mei 2018 zijn er in het BBGBOP regels gesteld ten aanzien van de brandveiligheid en de basishulpverlening voor activiteiten, voor zover die in de buitenlucht plaatsvinden. Bij de aanvraag evenementenvergunning moeten de gegevens voor een gebruiksmelding worden ingeleverd door de aanvrager (art 2:25 lid 2 Apv).

7. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en Activiteitenbesluit milieubeheer

Wanneer evenementen worden gehouden in inrichtingen die een vergunning hebben op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) of vallen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden de in deze regelgeving genoemde geluidsvoorschriften. Veel (kleinere) bedrijven, waaronder de horeca, zijn vrijgesteld van de vergunningplicht voor de activiteit ‘milieu’ op grond van de Wabo, maar moeten voldoen aan algemene regels die in de vorm van het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn vastgesteld. Op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden er eisen met betrekking tot o.a. geluid en licht. Voor collectieve festiviteiten in inrichtingen als bedoeld in het Activiteitenbesluit, kunnen burgemeester en wethouders afwijken van geluidsnormen voor zover naleving, zoals hiervoor bij 5 aangegeven.

8. Wegenverkeerswet (WVW) en Regeling verkeersregelaars

Gelet op de bepalingen in de WVW en het daarop gebaseerd Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV) en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) is het mogelijk om (gedeelten van) wegen, straten en/of pleinen, die in het beheer en/of eigendom van de gemeente of andere wegbeheerders zijn, af te sluiten ten behoeve van een evenement.

 

Verkeersregelaars kunnen worden ingezet om verkeersstromen bij tijdelijke wegafzettingen, zoals tijdens evenementen, in goede banen te leiden. In de regeling verkeersregelaars worden de eisen omschreven waaraan verkeersregelaars moeten voldoen.

 

Er zal geen ontheffing worden verleend voor een wedstrijd op de openbare weg (zoals een autorally) op grond van artikel 10 juncto 148 Wegenverkeerswet.

9. Zondagswet

Als op zondag, Hemelvaartsdag en 1e Kerstdag evenementen plaatsvinden in de nabijheid van kerken en dergelijke gebouwen mag er gelet op de Zondagswet geen sprake zijn van hinder voor de godsdienstuitoefening. Uitgangspunt is dat op zondag voor 13.00 uur geen openbare vermakelijkheden (evenementen) plaatsvinden. Van dit verbod kan de burgemeester ontheffing verlenen indien er geen verstoring van de zondagsviering of de zondagsrust is te verwachten (bv. evenementen zonder muziek of festiviteiten zonder geluidshinder). Op zondag mag ook geen gerucht worden verwekt dat verder hoorbaar is dan 200 meter van de bron (uitzondering kerkdiensten, betogingen en vergaderingen). De burgemeester kan hiervoor zondags na 13.00 uur ontheffing verlenen.

 

Ook Tweede Paas-, Pinkster- en Kerstdag, de Goede Vrijdag en de Nieuwjaarsdag is het verboden om in de nabijheid van kerken of andere gebouwen voor de openbare eredienst in gebruik, zonder strikte noodzaak gerucht te verwekken, waardoor de godsdienstoefening wordt gehinderd.

10. Wet Wapens en munitie

In beginsel zijn wapens verboden in Nederland. Hier bestaan echter enkele uitzonderingen op. De uitzonderingen zijn beschreven in deze wet en het bijbehorende besluit, de Regeling wapens en munitie en de Circulaire wapens en munitie.

 

Personen die een wapen hebben moeten in het bezit zijn van een verlof tot het voorhanden hebben hiervan dat is afgegeven door de minister van Justitie. De korpschef van de politie adviseert de Minister hierbij. Een vaste schietinrichting moet voldoen aan de eisen uit de Wet milieubeheer. Bij incidentele schietactiviteiten, zoals het vogelschieten tijdens de kermis of het in optocht meevoeren van wapens, worden door de burgemeester in de evenementenvergunning veiligheidsvoorschriften opgelegd en een verklaring van geen bedenkingen afgeven tegen het dragen en vervoeren van wapens en/of munitie op gemeentelijk grondgebied.

11. Winkeltijdenwet

De Winkeltijdenwet en de Verordening winkeltijden gemeente Barneveld geeft aan op welke tijden detailhandel in winkels en uitstallingen langs de weg is toegestaan. Indien er ten behoeve van een evenement buiten deze tijden om behoefte aan detailhandel bestaat, kent de Winkeltijdenwet daarvoor een aantal vrijstellings- en ontheffingsmogelijkheden.

12. Drank- en Horecawet

Indien evenementen worden gehouden in een inrichting als bedoeld in de Drank- en Horecawet (een horecabedrijf) vervalt in de regel de evenementenbepaling van de Apv. Voor het mogen schenken van zwak-alcoholhoudende dranken tijdens evenementen buiten een horecabedrijf op de openbare weg is een ontheffing nodig op grond van artikel 35 van de Drank- en Horecawet. De burgemeester kan tijdens een bijzondere gelegenheid, zoals een evenement, ontheffing verlenen, mits alle leidinggevenden beschikken over een Verklaring Sociale Hygiëne en van goed levensgedrag zijn. De leidinggevende hoeft geen horecaondernemer te zijn.

Daarnaast wordt er in het kader van Fris Valley veel aandacht gegeven aan de preventie van alcoholgebruik onder jongeren en ouderen.

13. Wet op de kansspelen

Indien tijdens een evenement een kansspel wordt georganiseerd moet hiervoor een vergunning op grond van de Wet op de kansspelen worden aangevraagd. Het gaat hierbij om loterijen en kleine kansspelen (bingo, rad van fortuin e.d.).

14. Grondwet, artikel 7 Vrijheid van meningsuiting

Vrijheid van meningsuiting is de vrijheid van burgers om hun overtuigingen kenbaar te maken, zonder voorafgaande controle door de staat. De vrijheid van meningsuiting is niet absoluut, net als de meeste andere grondrechten. Zo zijn belediging en smaad onder bepaalde omstandigheden strafbaar.

15. Wet Luchtvaart en gebruik drones

Deze wet heeft betrekking op de veiligheid van het luchtverkeer. Indien bij evenementen gebruik wordt gemaakt van luchtvaartuigen, denk hierbij aan helikopters of luchtballonnen, dan is deze wet van belang. Op grond van de Wet Luchtvaart kan voor drie gevallen bij de provincie een TUG-ontheffing worden aangevraagd. Eén van die drie gevallen heeft betrekking op ‘incidenteel locatiegebonden ontheffing’. Voor dit soort gevallen dient de organisator een ontheffing aan te vragen bij de provincie Gelderland, die een verklaring geen bezwaar aan de burgemeester vraagt. De burgemeester kan bezwaren ten aanzien van de openbare orde en veiligheid hebben en geen verklaring afgeven of voorschriften aanbevelen.

 

Drones kunnen beroepsmatig worden gebruikt tijdens evenementen. Gezien het commerciële karakter valt het gebruik onder de Regeling op afstand bestuurbare luchtvaartuigen. Hiervoor kan een vergunning worden verleend voor Minister van Infrastructuur en Milieu.

De belangrijkste regels op grond van de artikelen 13, 14 en 15 zijn dat het verboden is te vliegen met een drone van meer dan 25 kg:

  • -

    buiten zichtafstand van de bestuurder of een waarnemer;

  • -

    hoger dan 120 meter boven de grond of het water;

  • -

    binnen 25 meter op horizontale afstand van mensenmenigten, aaneengesloten bebouwing en wegen waar 80 km/u of harder mag worden gereden.

Drones, onder de 25 kg, die recreatief worden gebruikt door particulieren vallen onder de Regeling Modelvliegen. Ook hiervoor geldt dat ze niet boven mensenmenigten mogen vliegen.

16. Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr)

Veiligheid bij evenementen is niet alleen een verantwoordelijkheid voor gemeente, politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening, maar ook en vooral voor de organisatoren van evenementen. Afhankelijk van de aard en omvang van een evenement kan een eigen bewakings- en/of beveiligingsdienst geëist worden. Op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisatie en recherchebureaus geldt er een aantal eisen voor dergelijke diensten. De burgemeester kan bij evenementen het aantal beveiligers bepalen.

De Wpbr geeft een vergunningenstelsel voor particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. De vergunningen worden door de dienst Justis verleend namens de minister van Justitie en Veiligheid. De korpschef en de Koninklijke Marechaussee houden toezicht op deze wet.

17. Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS)

De veiligheid van speeltoestellen, bijvoorbeeld springkussens, is geregeld in het WAS. Dit besluit stelt onder andere eisen aan de veiligheid en aan het beheer van speeltoestellen in de openbare ruimte. Het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen is van toepassing op speeltoestellen in de publieke ruimte. Mocht tijdens een evenement gebruik worden gemaakt van speeltoestellen dan is deze wet hierop van toepassing. De Voedsel en Warenautoriteit heeft de taak om toezicht op de WAS te houden en de gemeente Barneveld heeft de taak om te controleren of men voldoet aan het wettelijke veiligheidsvoorschrift. De rol van de gemeente is onder andere om het NVWA-register te raadplegen om te kijken of de attracties goedgekeurd zijn. Bij het toetsen op de veiligheid van attractietoestellen kan de gemeente gebruik maken van het Register Attractie- en Speeltoestellen (RAS).

18. Vuurwerkbesluit

Op grond van het Vuurwerkbesluit mag consumentenvuurwerk thans alleen worden afgestoken op Oudejaarsdag vanaf 18.00 uur tot Nieuwjaarsdag 02.00 uur. Vergunning of ontheffing voor andere tijden is niet mogelijk. Het afsteekverbod geldt niet voor fop- en schertsvuurwerk. Vuurwerk dat tijdens evenementen wordt afgestoken valt onder de categorie professioneel vuurwerk en mag alleen worden afgestoken door een gecertificeerd bedrijf dat beschikt over een vergunning van Gedeputeerde Staten van de provincie. Voor het afsteken moet vergunning worden aangevraagd bij het college van Gedeputeerde Staten, dat de burgemeester in de gelegenheid stelt advies uit te brengen. Brengt de burgemeester een negatief advies uit (de verklaring van geen bezwaar weigert), dan zal Gedeputeerde Staten de gevraagde vergunning weigeren. Voor theatervuurwerk tot 20 kg en professioneel vuurwerk tot 200 kg hoeft geen vergunning te worden verleend, maar kan worden volstaan met een melding aan de provincie.

19. Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet)

De Arbowet stelt dat werkgever en werknemers samen moeten zorgen voor het verbeteren van de arbeidsomstandigheden. De werkgever is uiteindelijk verantwoordelijk, maar ook de werknemer heeft de verplichting de eigen veiligheid en gezondheid in acht te nemen. In de Arbowet is ook een bepaling opgenomen die de organisator verplicht om de veiligheid van derden te waarborgen, conform art. 10 Arbowet. Bij evenementen dient de organisator dan ook de veiligheid van de bezoekers te waarborgen. Bij overtreding van de zorgplicht om de veiligheid van derden te waarborgen, kan de arbeidsinspectie een bestuurlijke boete opleggen.

20. Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Barneveld (Apv)

In de Apv zijn diverse bepalingen opgenomen die gerelateerd kunnen worden aan het evenementenbeleid. Allereerst zijn er de algemene bepalingen die (in aanvulling op de Awb) betrekking hebben op het aanvragen, beslissen, verbinden van voorschriften en beperkingen aan vergunningen. Daarnaast zijn er specifiek bepalingen die (mogelijk) relevant zijn voor het evenementenbeleid, zoals verder in deze nota is toegelicht. Ook bevat de Apv regels die als kapstok kunnen dienen voor vormen van geluidshinder die niet zijn geregeld in de Wet geluidhinder of de Wet milieubeheer.

In de uitvoeringsregels bij de Apv is aangegeven hoe het bevoegde bestuursorgaan met de vergunningverlening om wil gaan en welke voorschriften en beperkingen gelden.

21. Legesverordening

Voor het verlenen van een vergunning of ontheffing wordt op grond van de legesverordening leges (belasting) geheven. Deze heffing is bedoeld om de kosten die worden gemaakt om de vergunning of ontheffing te verlenen te kunnen dekken. Voor de evenementenvergunning wordt geen leges geheven, omdat de inzet van de organisatoren, die dit meestal vrijwillig op zich nemen, gewaardeerd wordt. Voor andere vergunningen of ontheffingen wel.

22. Wet ruimtelijke ordening (Wro, bestemmingsplannen)

De gemeenteraad stelt voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vast, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in het plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven. In bestemmingsplannen wordt aangegeven welke locaties een evenementenbestemming hebben.

23. Nieuwe Omgevingswet (Ow)

De Omgevingswet treedt naar verwachting na 2021 in werking. Deze wet bundelt 26 wetten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Een onderdeel van de wet betreft de nieuwe kerninstrumenten, waaronder het (gemeentelijke) Omgevingsplan. Via het omgevingsplan regelt de gemeenteraad gebiedsgericht de mogelijke activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Dit kan onder meer door specifieke functies toe te wijzen aan gronden. De gemeente stelt dus locatieprofielen op voor evenementen samen met inwoners, organisatoren en (andere) belanghebbenden. De reikwijdte van het omgevingsplan is daarmee veel groter dan die van het huidige bestemmingsplan.

 

Waar mogelijk wordt geanticipeerd op de komst van de Omgevingswet en worden locaties voor evenementen opgesteld (Omgevingsvisie evenementen) en vervolgens worden deze vertaald naar een afwegingskader (sociaal en fysiek). Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet kan het afwegingskader voor evenementen direct overgenomen worden in het vast te stellen gemeentelijke omgevingsplan.

24. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

Doel van de Wabo is een eenvoudigere en snellere vergunningverlening en een betere dienstverlening door de overheid op het terrein van bouwen, ruimte en milieu. De Wabo kent hiervoor de omgevingsvergunning. Voor een aantal onderdelen bij een evenementenvergunning kan een omgevingsvergunning nodig zijn. Deze wet zal na de inwerkingtreding van de Omgevingswet ook komen te vervallen.

25. Bouwbesluit (gebruiksmeldingen)

Gebouwen moeten brandveilig worden gebruikt. Hiervoor gelden de landelijke regels uit het Bouwbesluit 2012. De regels voor brandveilig gebruik zijn op al het gebruik van toepassing. Voor de meer risicovolle vormen van gebruik is een omgevingsvergunning brandveilig gebruik of een gebruiksmelding nodig

26. Wetboek van Strafrecht

De politie kan bij problemen als geweld, diefstal, misdrijven tegen openbare orde, gezag e.d. optreden op grond van het Wetboek van Strafrecht

27. Wet Bibob

De Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) beoogt te voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert. Indien er ernstig gevaar bestaat dat een vergunning wordt gebruikt om wederrechtelijk verkregen vermogen wit te wassen of strafbare feiten te plegen, dan kan de gemeente de vergunningaanvraag weigeren of de verleende vergunning intrekken. Deze wet is van toepassing op vergunning en ontheffingen op grond van de Drank- en Horecawet en op evenementenvergunning. Hoe deze wet wordt toegepast staat in de Beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bibob gemeente Barneveld.

28. Wet natuurbescherming (Wnb) en Natura 2000-gebieden

Het Ministerie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit beoogt met de Wet natuurbescherming bedreigde dier- en plantensoorten die in het wild voorkomen te beschermen. Wordt een evenement georganiseerd in de buitenlucht en kunnen bedreigde dier- en plantensoorten hierdoor worden bedreigd, dan is de wet van toepassing. In zo’n geval moet de organisator preventieve maatregelen nemen om schade aan de natuur te voorkomen. Hebben de preventieve maatregelen niet het gewenste effect, dan kan de organisator van het evenement een ontheffing aanvragen bij de provincie. De provincie Gelderland verleent alleen een ontheffing indien er maatregelen worden genomen die de schade zoveel mogelijk beperken en de activiteit de openbare veiligheid, volksgezondheid, veiligheid van het luchtverkeer, de bescherming van gewassen, vee, bossen, visserij of wateren, de bescherming van flora en fauna of onderzoek of onderwijs bevordert. Voor evenementen is een ontheffing mogelijk wanneer het evenement een van deze gronden dient.

Indien er sprake is van negatieve effecten op een Natura 2000 gebied (De Veluwe), dan is er voor het houden van het evenement wellicht ook een vergunning nodig. De provincie heeft hiervoor het webformulier Wet natuurbescherming Natura 2000-gebieden.

De Wnb ziet op zowel op de soortenbescherming als op de gebiedsbescherming.

29. Waterschapskeur en Algemene regels

Onze gemeente ligt in het gebied van het Waterschap Vallei en Veluwe. Het waterschap heeft een Keur en Algemene Regels vastgesteld, die regels bevatten over werkzaamheden en activiteiten bij of in waterstaatswerken, waterkeringen, en oppervlaktewateren. Regels 3.2.47 en 3.2.48 bevatten criteria en voorschriften met betrekking tot evenementen bij of in oppervlaktewateren (o.a. sloten, meren, watergangen), bijbehorende beschermingszones, en het hinderen van toe- en afvoer van oppervlaktewater.