Wijziging Gemeenschappelijke regeling GGD West-Brabant, gemeente Etten-Leur

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur maakt bekend dat het op 25 juni 2019 heeft ingestemd met een wijziging van de Gemeenschappelijke regeling GGD West-Brabant. Hiervoor heeft het college op 17 juni 2019 toestemming verkregen van de gemeenteraad.

 

De gemeente Breda draagt, als plaats van vestiging van het openbaar lichaam GGD West-Brabant, zorg voor bekendmaking van de gemeenschappelijke regeling in de Staatscourant. Na deze bekendmaking treedt de gewijzigde regeling in werking.

 

Eerste wijziging van de Gemeenschappelijke regeling GGD West-Brabant

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur;

 

Overwegende dat:

  • -

    Fusie van de gemeenten Werkendam, Woudrichem en Aalburg tot de gemeente Altena en de toepassing van de Nota Verbonden Partijen reden zijn voor wijziging van de regeling.

Gelet op:

  • -

    de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • -

    de Wet publieke gezondheid (artikel 14)

  • -

    de Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    de Herindelingswet

  • -

    de op 17 juni 2019 door de gemeenteraad van Etten-Leur aan het college verleende toestemming om over te gaan tot de voorliggende wijziging van de gemeenschappelijke regeling GGD West-Brabant

B e s l u i t:

 

 

vast te stellen de: Eerste wijziging van de gemeenschappelijke regeling GGD West-Brabant

Artikel I

De gemeenschappelijke regeling GGD West-Brabant wordt als volgt gewijzigd:

 

A

 

De aanhef wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    De woorden <<Aalburg,>>, <<Werkendam,>> en <<Woudrichem>> komen te vervallen.

  • 2.

    Na <<Alphen-Chaam,>> wordt <<Altena,>> ingevoegd.

B

 

Artikel 14 wordt gewijzigd en komt te luiden:

 

Artikel 14 Financiën

  • 1.

    De deelnemende gemeenten zullen er steeds voor zorgen dat de GGD altijd over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen, mits de GGD binnen de door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders blijft.

  • 2.

    Als aan het algemeen bestuur blijkt dat een gemeente weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet hij onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek om over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur stelt bij of krachtens de Financiële verordening en een Nota reserves en voorzieningen, beiden vastgesteld door het Algemeen Bestuur, nadere regels voor de financiële administratie van het geldverkeer.

C

 

Artikel 15 wordt gewijzigd en komt te luiden:

 

Artikel 15 Meerjarenbeleidsplan, kaderbrief en begroting

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt vierjaarlijks, bij de aanvang van een nieuwe raadsperiode, een meerjarenbeleidsplan vast waarin de financiële en inhoudelijke vooruitzichten worden uiteengezet. Het stelt voorafgaand aan die vaststelling de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid hun zienswijze op het beleidsplan in te dienen. De jaarlijkse begroting dient te passen binnen deze kaders.

  • 2.

    Het in het vorige lid genoemde meerjarenbeleidsplan is samen met de jaarrekening de basis om de resultaten van de gemeenschappelijke regeling over een periode van vier jaar te evalueren.

  • 3.

    Jaarlijks vóór 1 februari zendt het dagelijks bestuur aan de raden van de deelnemende gemeenten een brief met daarin de algemene financiële en beleidsmatige kaders. In deze brief zijn de door de deelnemende gemeenten gegeven richtlijnen verwerkt. Afwijken van deze richtlijnen kan alleen als het algemeen bestuur hiertoe besluit. Daarnaast bevat de kaderbrief de belangrijkste opgaven voor het komende jaar. Voorstellen voor nieuw beleid, die niet door de deelnemende gemeenten zijn opgenomen in de richtlijnen, worden in deze kaderbrief gedaan en expliciet vermeld als nieuw beleid.

  • 4.

    Jaarlijks uiterlijk 15 april zendt het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting voor het volgende begrotingsjaar, vergezeld van een toelichting, aan de leden van het algemeen bestuur en de raden van de deelnemende gemeenten met het verzoek aan de raden om hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren te brengen.

  • 5.

    Als de raming van de door elke gemeente verschuldigde bijdrage(n) is gebaseerd op het aantal inwoners, is dit het aantal inwoners per 1 januari van het jaar vóór het kalenderjaar conform de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

  • 6.

    De zienswijzen van de raden dienen uiterlijk 1 juli door de gemeenschappelijke regeling te zijn ontvangen. Het dagelijks bestuur voegt deze zienswijzen bij de ontwerpbegroting zoals hij deze aanbiedt aan het algemeen bestuur. Daarna stelt het algemeen bestuur de begroting vast.

D

 

Artikel 19, derde lid, wordt gewijzigd en komt te luiden:

 

  • 3.

    Deze regeling wordt gewijzigd als tenminste drie vierde van de colleges van de deelnemende gemeenten daarmee heeft ingestemd.

E

 

Aan artikel 19 wordt een vierde lid toegevoegd, luidende:

 

  • 4.

    Indien in een wijziging niet is bepaald wanneer deze in werking treedt, gaat de wijziging in op de eerste dag na die van bekendmaking in de Staatscourant door het gemeentebestuur van de gemeente Breda.

F

 

Artikel 21, tweede lid, wordt gewijzigd en komt te luiden:

 

  • 2.

    Het gemeentebestuur van de gemeente Breda draagt zorg voor bekendmaking van het besluit tot vaststelling van de regeling, van de besluiten tot wijziging en opheffing van de regeling en van de besluiten tot toetreding en uittreding in de Staatscourant en stuurt deze besluiten naar gedeputeerde staten.

Artikel II

Deze wijziging treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking in de Staatscourant.

 

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur,

op 25 juni 2019

Dhr. drs. C. Smits

gemeentesecretaris

Mw. dr. M.W.M. de Vries

burgemeester

Naar boven