Gemeenteblad van Wassenaar

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
WassenaarGemeenteblad 2020, 153620Verordeningen



Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Wassenaar houdende regels over subsidie (Algemene subsidieverordening Wassenaar 2020)

De gemeenteraad van Wassenaar;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 28 april 2020;

 

gelet op de artikelen 147, eerste lid en 149 van de Gemeentewet;

 

B e s l u i t:

 

Vast te stellen de volgende Algemene subsidieverordening Wassenaar 2020:

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Aanvrager of organisatie: een rechtspersoon, naar burgerlijk recht of als bedoeld in Boek 2 van het BW of een rechtspersoon i.o., die zich zonder winstoogmerk als hoofddoel stelt het behartigen van belangen, het organiseren van activiteiten waarop deze verordening van toepassing is, met uitzondering van openbare lichamen die zijn ingesteld krachtens de Wet Gemeenschappelijke Regelingen, publiekrechtelijke instanties. Voor de monumentenwachtsubsidie kunnen ook natuurlijke personen in aanmerking komen.

  • b.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wassenaar

  • c.

    Raad: de gemeenteraad van de gemeente Wassenaar.

  • d.

    Subsidieplan: het door de raad periodiek vastgestelde subsidiebeleid, waarin onder meer is opgenomen welke activiteiten in aanmerking komen voor subsidie en welke algemene eisen/voorwaarden en (nadere) criteria daarvoor gelden.

  • e.

    Jaarlijkse subsidie: subsidie die per kalenderjaar of boekjaar wordt verstrekt;

  • f.

    Subsidiecategorieën: deze verordening kent drie subsidiecategorieën, te weten:

    • 1.

      Categorie 1 subsidies tot en met € 5.000,-;

    • 2.

      Categorie 2 subsidies van € 5.000,01 tot en met € 50.000,-;

    • 3.

      Categorie 3 subsidies vanaf € 50.000,01.

  • g.

    Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op artikelen 106, derde lid, 107, 108 en 109 van het Verdrag heeft vastgesteld;

  • h.

    Wet: Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Artikel 2 Reikwijdte

  • 1.

    Deze verordening is van toepassing op verstrekking van subsidies door het college, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23 lid 3 van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is).

  • 2.

    Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is kan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.

Artikel 3 Subsidieregelingen

Het college kan bij nadere regeling (hierna te noemen: subsidieregeling) voor te subsidiëren activiteiten en uitvoerende organisaties voorwaarden vaststellen welke niet in het door de raad vastgestelde subsidieplan zijn opgenomen.

Artikel 4 Europees steunkader

  • 1.

    Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.

  • 2.

    Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het toepasselijke steunkader.

  • 3.

    Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader.

  • 4.

    Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.

Artikel 5 Subsidieplafonds en begrotingsvoorbehoud

  • 1.

    Het college kan subsidieplafonds vaststellen. In dat geval bepalen zij bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie.

  • 2.

    Het college kan een subsidieplafond verlagen als:

    • a.

      het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en

    • b.

      de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.

  • 3.

    Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.

  • 4.

    Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

Artikel 6 Meerjarige subsidies

  • 1.

    Het tijdvak waarvoor een jaarlijkse subsidie wordt verleend is maximaal vier jaar.

  • 2.

    Een meerjarige subsidie wordt verleend onder het voorbehoud dat jaarlijks voldoende financiële middelen ter beschikking worden gesteld.

Artikel 7 Weigeringsgronden

  • 1.

    Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de wet weigert het college de subsidie in ieder geval wanneer:

    • a.

      de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate zijn gericht op of ten goede komen aan de gemeente Wassenaar of haar ingezetenen;

    • b.

      de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;

    • c.

      de aanvraag niet voldoet aan de algemene eisen/voorwaarden en (nadere) criteria, zoals opgenomen in het door de raad vastgestelde subsidieplan, dan wel door het college vastgestelde (nadere) subsidieregelingen;

    • d.

      de subsidieaanvraag wordt ingediend na het plaatsvinden van de activiteit c.q. de aanvangsdatum van de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

    • e.

      het redelijkerwijs te verwachten is dat de subsidieontvanger winst beoogt;

    • f.

      de aanvrager niet alle benodigde vergunningen en ontheffingen ten behoeve van de gesubsidieerde activiteit heeft of zal kunnen krijgen;

    • g.

      de aanvrager doelen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet en/of het algemeen belang of de openbare orde;

  • 2.

    Het college kan subsidie weigeren wanneer:

    • a.

      de organisatorische en/of financiële continuïteit van de aanvrager en/of de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd onvoldoende is gewaarborgd;

    • b.

      de aanvrager een vrij besteedbaar vermogen heeft dat tenminste vier keer zo hoog is als het subsidiebedrag waarvoor hij op grond van een positieve beoordeling in aanmerking zou komen als het eigen vermogen niet meetelt. Overige subsidies tot en met € 5.000, categorie 3 subsidies en aanvragers die in hoofdzaak afhankelijk zijn van meerdere subsidiegevers zijn uitgezonderd van deze weigeringsgrond.

    • c.

      de aanvrager geen sluitende begroting heeft ingediend;

    • d.

      er geen evenwichtige verhouding is tussen de verwachte resultaten en de gevraagde bijdrage;

    • e.

      al in voldoende mate wordt voorzien in de activiteit en/of het doel dat wordt nagestreefd;

    • f.

      voor de activiteit al gemeentelijke subsidie is verstrekt.

  • 3.

    Bij nadere subsidieregeling kunnen aanvullende weigeringsgronden worden gesteld.

Hoofdstuk 2 Aanvraagproces

Artikel 8 Aanvraagtermijn

  • 1.

    Een aanvraag om een jaarlijkse subsidie wordt ingediend tussen 1 juli en 15 september voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2.

    Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

Artikel 9 De aanvraag

  • 1.

    Een aanvraag voor subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college.

  • 2.

    Het college kan een standaard aanvraagformulier vaststellen.

  • 3.

    De aanvraag tot € 5.000,- bevat in ieder geval de volgende gegevens:

    • a.

      Een beschrijving van de activiteiten waarvoor aanvrager subsidie aanvraagt;

    • b.

      Het doel dat met deze activiteiten wordt nagestreefd;

    • c.

      Een beschrijving van het belang dat de gemeente of haar inwoners hebben bij deze activiteiten;

    • d.

      Een overzicht van de geraamde inkomsten en uitgaven, voor zover deze betrekking hebben op de activiteit(en) waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

  • 4.

    Een aanvraag vanaf € 5.000,- bevat in ieder geval de volgende gegevens:

    • a.

      Een beschrijving van de activiteiten (activiteitenplan) waarvoor aanvrager subsidie aanvraagt;

    • b.

      Een beschrijving van de doelstelling(en) en resultaten die met de activiteit(en) worden nagestreefd;

    • c.

      Een beschrijving van het belang dat de gemeente of haar inwoners hebben bij deze activiteiten;

    • d.

      Een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;

    • e.

      Bij een aanvraag om subsidie boven de € 50.000 de stand van de algemene of egalisatiereserve of andere voorziening(en) op het moment van de aanvraag.

    • f.

      Een overzicht van de samenstelling van het bestuur.

  • 5.

    Indien voor het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar geen subsidie werd aangevraagd, dient bij de aanvraag ook te worden ingediend:

    • a.

      Een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van de meest actuele versie van de statuten;

    • b.

      De laatst opgemaakte jaarrekening dan wel de balans van de staat van baten en lasten en de toelichting daarop of, als deze documenten ontbreken, een verslag over de financiële positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag.

  • 6.

    Subsidie kan worden aangevraagd voor een periode van maximaal vier jaar.

  • 7.

    Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.

Artikel 10 Beslistermijn

  • 1.

    Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

  • 2.

    Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

Hoofdstuk 3 Verplichtingen en vaststelling

Artikel 11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1.

    De ontvanger van de subsidie stelt het college onmiddellijk schriftelijk of per e-mail op de hoogte:

    • a.

      als duidelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, niet of niet geheel zullen doorgaan;

    • b.

      van wijzigingen van de statuten voor zover het de vorm van de rechtspersoon betreft;

    • c.

      als de organisatie die de subsidie ontvangen heeft, ophoudt te bestaan.

  • 2.

    Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden verbonden met betrekking tot het beheer, gebruik en beschikbaar stellen aan derden van hetgeen met de subsidie tot stand is gebracht.

  • 3.

    Bij subsidies hoger dan € 50.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.

Artikel 12 Eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000

  • 1.

    Het college stelt subsidies tot en met € 5.000,- per jaar direct vast voor een periode van vier jaar. Wel zal het college steekproefsgewijs om een verantwoording vragen.

  • 2.

    Bij een subsidie voor een periode van vier jaar betaalt het college jaarlijks uit, vóór 1 maart.

Artikel 13 Eindverantwoording subsidies van meer dan € 5.000

  • 1.

    Bij een jaarlijkse subsidie hoger dan € 5.000 dient de aanvrager uiterlijk 22 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in.

  • 2.

    De aanvraag tot vaststelling bevat in ieder geval:

    • a.

      Een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt in hoeverre de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, hebben plaatsgevonden;

    • b.

      Een financieel verslag met in ieder geval de eindafrekening van de activiteit, waarin is toegelicht aan welke kostenposten de subsidie is besteed;

    • c.

      Bij een subsidie boven de € 50.000 (categorie 3 subsidie) bevat de verantwoording ook een balans van het (einde van het) afgelopen jaar, een resultatenrekening met een toelichting daarop en een onafhankelijke accountantsverklaring.

  • 3.

    Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.

Artikel 14 Besluit tot subsidievaststelling

  • 1.

    Het college stelt de subsidie vast binnen 13 weken nadat de aanvraag is ingediend.

  • 2.

    Het college kan de beslissing als bedoeld in het eerste lid uiterlijk zes weken verdagen; de subsidieontvanger wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.

  • 3.

    De subsidie kan lager worden vastgesteld indien:

    • a.

      de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel zijn verricht;

    • b.

      de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;

    • c.

      de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid, of

    • d.

      de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.

  • 4.

    Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in artikel 13, eerste lid is ingediend, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.

Hoofdstuk 4 Hardheidsclausule en slotbepalingen

Artikel 15 Hardheidsclausule

  • 1.

    Het college kan deze verordening, met uitzondering van de artikelen 2, 3 en 4, in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen.

  • 2.

    Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.

Artikel 16 Slotbepalingen, citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    De Algemene subsidieverordening Wassenaar 2017 wordt ingetrokken.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van de bekendmaking.

  • 3.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening Wassenaar 2020.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering

van de gemeenteraad van Wassenaar

gehouden op 8 juni 2020

de griffier,

drs. J. Kleinhesselink;

de voorzitter,

drs. L.A. de Lange