Gemeenteblad van Midden-Groningen

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Midden-GroningenGemeenteblad 2020, 147823Beleidsregels



Regeling tijdelijk gedogen horecaterras in de openbare ruimte gemeente Midden-Groningen 2020

De burgemeester van de gemeente Midden-Groningen en burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;

 

  • gelet op:

    • artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

    • artikel 2:10 lid 2 en artikel 2.27 van de Algemene Plaatselijke Verordening Midden-Groningen 2020 (APV);

    • het bepaalde in de Drank- en Horecawet;

    • de maatregelen genomen door de Rijksoverheid en de vigerende Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Groningen (Noodverordening) en

    • vigerende planvoorschriften;

 

  • overwegende dat de horecabedrijven als gevolg van de beperkingen die zijn opgelegd ter voorkoming van verdere verspreiding van het coronavirus/Covid-19, ernstige financiële schade lijden;

 

  • dat de rijksoverheid heeft besloten dat per 1 juni 2020 de horeca de exploitatie weer gedeeltelijk mag hervatten;

 

  • dat er echter beperkingen gelden ten opzichte van de maximaal benutbare capaciteit van de huidige inrichting;

 

  • dat het, gelet op het belang van de horecabranche voor de gemeente, redelijk wordt geacht om de bedrijfsvoering van de horeca tijdelijk en onder voorwaarden toe te staan in de openbare ruimte;

 

  • dat het daarom wenselijk is nadere regels en beleidsregels vast te stellen voor de wijze waarop de gemeente Midden-Groningen omgaat met het tijdelijk gedogen van uitbreiding of vestiging van terrassen bij horecabedrijven;

 

 

besluit vast te stellen de Regeling tijdelijk gedogen horecaterras in de openbare ruimte’ gemeente Midden-Groningen 2020.

 

 

 

Aanleiding

Op grond van de Drank- en Horecawet (Dhw) is het verboden om zonder een vergunning van de burgemeester het horecabedrijf uit te oefenen. Op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is het onder meer verboden om zonder exploitatievergunning van de burgemeester een horecabedrijf te exploiteren of de wijze van exploitatie te wijzigen. Dit betekent dat bestaande horecabedrijven een eventueel extra terras pas in gebruik mogen nemen als daartoe de bovengenoemde vergunningen zijn verleend.

Als een horecabedrijf op een wijze wordt geëxploiteerd zonder dat daartoe de vereiste vergunningen zijn verleend, dan is er sprake van een of meer overtredingen.

Net als bij andere bestuursorganen rust op een burgemeester het ‘beginselplicht tot handhaving’. Dat wil zeggen dat tegen een overtreding in beginsel handhavend opgetreden moet worden.

Volgens vaste jurisprudentie moet in geval van een overtreding in eerste instantie worden bekeken of legalisering mogelijk is. Daarnaast zal er een belangenafweging moeten plaatsvinden, waaruit kan blijken dat er toch situaties zijn waarbij het wenselijk is om niet op te treden, ondanks het feit, dat (nog) niet aan de eisen wordt voldaan; er zijn bijzondere omstandigheden op grond waarvan van handhaving kan worden afgezien. Met andere woorden: de overtreding wordt gedoogd. Daarvan is in de huidige omstandigheden sprake. De beperkende maatregelen als gevolg van de Corona-crisis hebben namelijk op de horecabranche een grote invloed.

Vanuit de branche is er dan ook brede belangstelling om de capaciteit uit te breiden, en wel met het realiseren van terrassen in de openbare ruimte.

 

Gelet op het belang van deze sector voor de gemeente is het wenselijk om deze plannen en ideeën waar mogelijk, welwillend tegemoet te treden. Hiervoor is echter noodzakelijk dat een beleid c.q. een toetsingskader wordt vastgesteld waaraan de initiatieven kunnen worden getoetst, zodat er bij de beoordeling gemotiveerd kan worden beslist op een verzoek (geen willekeur).

 

Artikel 2. Gedoogstrategie

 

Gezien het gestelde opgenomen in de aanleiding gedogen de burgemeester en het college, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft, dat terrassen tijdelijk worden uitgebreid of dat er een terras wordt gevestigd ten behoeve van een horecabedrijf. Dit in verband met de COVID-19 pandemie. Er wordt gehandeld in strijd met regels opgenomen in diverse wet- en regelgeving en in verstrekte vergunningen die betrekking hebben op het vergroten dan wel vestigen van een terras. Zowel bij de burgemeester als het college rust de ‘beginselplicht tot handhaving’. Dat wil zeggen dat tegen een overtreding in beginsel handhavend opgetreden moet worden. Volgens vaste jurisprudentie moet in geval van een overtreding in eerste instantie worden bekeken of legalisering mogelijk is. Daarnaast zal er een belangenafweging moeten plaatsvinden, waaruit kan blijken dat er toch situaties zijn waarbij het wenselijk is om niet op te treden, ondanks het feit, dat (nog) niet aan de eisen wordt voldaan; er zijn bijzondere omstandigheden op grond waarvan van handhaving kan worden afgezien. Met andere woorden: de overtreding wordt gedoogd.

Er is hier sprake van een dusdanige bijzondere situatie dat handhavend optreden disproportioneel is ten opzichte van de belangen van ondernemers. De burgemeester en het college, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft, kunnen het uitbreiden en vestigen van terrassen tijdelijk gedogen en niet handhavend optreden, mits

het horecabedrijf beschikt over een gedoogbesluit en

wordt voldaan aan de gedoogvoorschriften opgenomen in het gedoogbesluit en in deze regeling.

 

Artikel 3 Gedoogtermijn

 

Het gedoogbesluit zoals bedoeld in het vorige artikel wordt in beginsel afgegeven tot uiterlijk 1 oktober 2020.

Indien de gestelde termijn genoemd in het eerste lid door:

gewijzigde regels vanuit het Rijk met betrekking tot COVID-19 of

gewijzigde regels opgenomen in de vigerende Noodverordening of

gewijzigde inzichten door de burgemeester en/of het college of

gewijzigde omstandigheden waardoor de exploitatie van de oorspronkelijke inrichting zonder beperkingen mogelijk is, is de burgemeester en/of het college, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft, bevoegd de termijn van 1 oktober 2020 te verkorten.

Het betreft een tijdelijke noodmaatregel die indien daartoe aanleiding bestaat zo snel mogelijk dient te worden opgeheven.

Indien de burgemeester en/of het college, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft, besluit de termijn van 1 oktober 2020 te verkorten zal hij daar de houder van de gedoogbesluit van in kennis stellen.

 

Artikel 4 Criteria gedoogbesluit

De burgemeester en/of het college, ieder voor zover het hun bevoegd betreft, kan een gedoogbesluit verlenen voor uitbreiding of vestigen van een terras in strijd met huidige wet- en regelgeving en in strijd met de reeds verstrekte vergunning(en).

De ondernemer van een horecabedrijf dient daarbij in ieder geval aan de volgende criteria te voldoen:

Er moet sprake zijn van een bestaande inrichting waarvoor reeds een Drank- en horecavergunning en/of exploitatievergunning is verleend;

Het moet gaan om uitbreiding van een bestaand terras bij een horeca inrichting of vestiging van een terras bij een horeca inrichting zonder bestaand terras.

 

Artikel 5 Voorschriften gedoogbesluit

De navolgende voorschriften worden aan het gedoogbesluit verbonden:

De houder van het gedoogbesluit is te allen tijde verplicht zorg te dragen voor de orde in zijn horecabedrijf en de veiligheid van zijn bezoekers/medewerkers conform de rijksmaatregelen omtrent het COVID-19 virus;

Bij het inrichten van het terras wordt overeenkomstig de regels opgesteld door het Rijk en opgenomen in de vigerende Noodverordening, gehandeld.

De houder van het gedoogbesluit is te allen tijde verplicht er zorg voor te dragen dat zijn bezoekers in de (directe) omgeving van het horecabedrijf zowel voor, tijdens als na sluitingstijd geen hinder of overlast veroorzaken; ook voetgangers moeten op 1,5 meter van terrasbezoekers langs een horeca inrichting kunnen lopen.

De houder van het gedoogbesluit draagt er zorg voor dat bezoekers van zijn horecabedrijf zich niet onnodig ophouden op de openbare weg in de directe omgeving van zijn horecabedrijf;

Een terras op openbaar terrein wordt op de eerste aanzegging ontruimd indien dit naar het oordeel van de burgemeester in het belang van de openbare orde en veiligheid of naar het oordeel van het college vereist is voor de uitvoering van werken van openbaar nut. In voornoemde gevallen acht de gemeente zich niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade;

De bezoekers van het gedoogde terras dienen uiterlijk om 22.00 uur het terras te hebben verlaten (het bestaande, vergunde terras mag daarna wel in gebruik blijven).

Overig terrasmeubilair dient direct na sluiting ofwel te worden verwijderd ofwel te worden verzekerd met kettingen/sloten.

De houder dient er zorg voor te dragen dat het publiek het horecabedrijf tijdig heeft verlaten en dat het horecabedrijf op het geldende sluitingstijdstip, voor het publiek gesloten is en dat er tevens geen publiek meer in aanwezig is;

Dit gedoogbesluit of een afschrift daarvan moet in het horecabedrijf aanwezig zijn en desgevraagd onmiddellijk te worden getoond aan een door de gemeente aangewezen ambtenaar dan wel een ambtenaar van politie;

De houder van het gedoogbesluit is verplicht, zelfstandig zonodig fysieke maatregelen te treffen om er zorg voor te dragen, dat de afmeting van het terras in overeenstemming is en blijft met de bij de gedoogbeschikking behorende situatietekening.

De houder van het gedoogbesluit is verplicht zich aan de voorschriften en criteria te houden die zijn opgenomen in het gedoogbesluit.

De burgemeester en/of het college, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft, houdt zich te zijner beoordeling het recht voor nadere voorschriften op te leggen.

Het gedoogbesluit vervalt als de houder van de gedoogbeschikking zich niet houdt, naar het oordeel van de Burgemeester en/of college, aan de gestelde voorschriften.

 

Artikel 6. Aanvraag en beoordeling gedoogbesluit

Om in aanmerking te komen voor een gedoogbesluit dient de ondernemer van een horecabedrijf:

een schriftelijke aanvraag in te dienen conform het daarvoor opgestelde meldingsformulier op de website van de Gemeente Midden-Groningen;

een terrastekening bij te voegen waaruit blijkt hoe het tijdelijk terras eruit komt te zien;

aan te geven hoeveel zitplaatsen het terras heeft en

aan te geven hoe de toegankelijkheid van de hulpdiensten geborgd is.

De burgemeester en het college, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft, zullen indien een ontvankelijke aanvraag is ingediend, zo spoedig mogelijk, beoordelen of een gedoogbesluit kan worden verleend. Van een ontvankelijke aanvraag is sprake als alle gegevens in de schriftelijke aanvraag zijn ingevuld en de gevraagde bijlagen zijn bijgevoegd en voorzien zijn van de gevraagde informatie.

De burgemeester en het college, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft, dienen bij de beoordeling voor het verlenen van een gedoogbesluit per individueel geval een zorgvuldige afweging te maken of het gerechtvaardigd is om een gedoogbesluit te verlenen.

De burgemeester en het college, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft, nemen in de afweging in ieder geval de volgende belangen mee:

de veiligheid in zijn algemeenheid maar ook de veiligheid voor omwonenden, het verkeer en de terrasbezoekers dient geborgd te zijn;

de overlast die de locatie van het terras voor omwonenden kan veroorzaken;

een acceptabele samenhang tussen het gebruik van de openbare ruimte in relatie tot de openbare orde en veiligheid.

De burgemeester en het college, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft, zijn bevoegd om aan de gedoogbesluit voorschriften of voorwaarden te verbinden.

De bestaande horeca- en exploitatievergunningen blijven van kracht, aanvullend wordt een gedoogbesluit verstrekt.

Het gedoogbesluit is persoonlijk en niet overdraagbaar aan derden.

 

Artikel 10. Handhaving

Met inachtneming van het gestelde in artikel 2 is het verboden te handelen in strijd met deze beleidsregels en met de voorwaarden die zijn opgenomen in het gedoogbesluit.

De burgemeester en/of het college kan bij meerdere overtredingen zoals bedoeld in het eerste lid handhavend optreden zoals bedoeld in hoofdstuk 5 van de Awb.

Indien naar het oordeel van het de burgemeester en/of het college in strijd met deze beleidsregels en het gedoogbesluit wordt gehandeld, zijn de burgemeester c.q. het college bevoegd om zonder verdere opgave van redenen het betrokken gedoogbesluit met onmiddellijke ingang tijdelijk dan wel voorgoed in te trekken.

Degene die zonder vereiste vergunning dan wel zonder een gedoogbesluit zoals opgenomen in deze regeling handelt, is in overtreding en kan handhavend worden opgetreden.

 

Artikel 11 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 juni 2020.

Deze Regeling kan worden aangehaald als Regeling tijdelijk gedogen horecaterras gemeente Midden-Groningen 2020

 

 

Aldus vastgesteld op 9 juni 2020.

De burgemeester van Midden-Groningen en het college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen;

De burgemeester,

De secretaris,

De burgemeester,