Gemeenteblad van Den Helder

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Den HelderGemeenteblad 2020, 134614Beleidsregels



Besluit van het college van de gemeente Den Helder, houdende regels inzake briefadres [Beleidsregel briefadres gemeente Den Helder 2020]

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder:

 

Gelet op;

 

de artikelen 1.1, 2.23, 2.38 tot en met 2.42, 2.45, 2.47, 2.52 en 4.17 van de Wet basisregistratie personen (Wet BRP);

artikel 29 van het Besluit basisregistratie personen (Besluit BRP);

de artikelen 17, 18 en 19 van de Regeling basisregistratie personen (Regeling BRP);

artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht;

artikel 40 lid 1 en 2 van de Participatiewet;

 

de circulaire BRP en briefadres (2016-0000656211) van de minister van BZK van 18 oktober 2016 en het Protocol voor ondersteuning door Burgerzaken aan achterblijvers in geval van vermissing (NVVB-2016);

 

Overwegende;

 

dat het gewenst is om een beleidsregel vast te stellen met betrekking tot de aangifte en registratie van een briefadres om het oneigenlijk gebruik van het briefadres tegen te gaan en om kwetsbare groepen zonder woonadres, te registreren op een briefadres;

 

Besluit:

 

Vast te stellen de navolgende beleidsregel.

 

Beleidsregel briefadres gemeente Den Helder 2020

 

 

Artikel 1 Begrippen

In deze regeling wordt verstaan onder:

briefadres: adres waar voor betrokkene bestemde geschriften in ontvangst worden genomen (artikel 1.1, onder p, Wet BRP) en waar, indien het post van de overheid betreft, zorg wordt gedragen dat geschriften of inlichtingen daarover, betrokkene bereiken (artikel 2.45, lid 3 Wet BRP);

briefadresgever: de ingezetene in de Basisregistratie Personen of rechtspersoon bij wie het briefadres wordt gehouden (artikel 1.1, onder r Wet BRP);

briefadreshouder: de ingezetene in de Basisregistratie Personen die een briefadres houdt;

briefadres van gemeentewege: het briefadres die door de gemeente Den Helder wordt verstrekt op het adres van het Stadhuis aan dak- of thuislozen, kwetsbare groepen en/of personen op grond van de Participatiewet en de circulaire van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (2016-0000656211) van 7 november 2016;

gezinshuishouden: twee personen die volgens de Basisregistratie Personen een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan of gehuwd zijn, met of zonder kind(eren);

twee personen die door het overleggen van een door een notaris opgemaakt samenlevingscontract hebben aangetoond, dat zij een gemeenschappelijke huishouding voeren, met of zonder kind(eren);

een alleenstaande ouder met kind(eren);

 

Artikel 2 Redenen briefadres

Redenen voor een briefadres zijn:

  • 1.

    het ontbreken van een woonadres vanwege:

    • a.

      dak- of thuisloosheid;

    • b.

      korte overbrugging tussen twee woonadressen;

    • c.

      de uitoefening van een ambulant beroep;

    • d.

      kort verblijf in het buitenland: gedurende een jaar ten hoogste twee derden van de tijd;

    • e.

      korter dan 2 jaar verblijf in het buitenland en beroepshalve varend op een schip dat de thuishaven in Nederland heeft;

    • f.

      het behoren tot een kwetsbare groep (bv. verwarde personen of personen met een geestelijke beperking);

    • g.

      langdurig vermiste persoon.

  • 2.

    Verblijf in een instelling voor mannen- of vrouwenopvang (blijf-van-mijn-lijfhuizen);

  • 3.

    Verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 2.40, lid 3 en 4 van de Wet BRP;

  • 4.

    Verblijf op een adres waarvan het opnemen van dat woonadres naar het oordeel van de burgemeester om veiligheidsredenen niet wenselijk is (artikel 2.41 van de Wet BRP).

  • 5.

    Korte overbrugging vanwege bijzondere omstandigheden. Deze aanvragen worden in het Woonfraudeteam behandeld. In het Woonfraudeteam zijn verschillende disciplines vertegenwoordigd en het team behandeld integraal complexe casussen en past maatwerk toe.

 

Artikel 3 Voorwaarden

  • 1.

    De aangifte wordt in persoon gedaan, of als het gaat om personen als bedoeld in artikel 2, lid 1 onder f en g , lid 2, lid 3 en lid 4 genoemde personen door hun (wettelijke) vertegenwoordiger of gemachtigde.

  • 2.

    De aangifte wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt.

  • 3.

    De aangever is verplicht om bij de aangifte tot briefadres alle benodigde stukken te overleggen.

  • 4.

    Onder benodigde stukken als bedoeld in het derde lid wordt in ieder geval verstaan:

    • a.

      een geldig identiteitsbewijs van de briefadresaanvrager;

    • b.

      de schriftelijke verklaring van de aangever met reden voor de aangifte en de te verwachten periode dat het briefadres noodzakelijk is en een opgave van de adressen waar de aanvrager de komende periode verblijft;

    • c.

      een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan en een schriftelijke verklaring van instemming van de briefadresgever;

    • d.

      een ingevulde en ondertekende vragenlijst briefadres;

    • e.

      bewijs dat de aanvrager geen vast verblijfadres heeft, zoals ondertekende verklaringen van een bewoner van de adressen waar aanvrager komende periode verblijft, met een geldig identiteitsbewijs of kopie van het identiteitsbewijs van diegene die de verklaring aflegt;

    • f.

      bewijs dat aanvrager zich heeft laten inschrijven voor een woning of actief zoekende is naar een woning blijkende bv. uit schriftelijke reacties of reacties via internet van woningverhuurders;

    • g.

      als de aanvrager een woning in het vooruitzicht is gesteld een origineel huur- of koopcontract (geen afschrift) van deze woning;

    • h.

      voor Blijf-van-mijn-lijf-huis aanvragers geldt een aangepaste werkwijze.

  • 5.

    Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid 4, is een schriftelijke verklaring van de burgemeester noodzakelijk waaruit blijkt dat opname op een woonadres niet wenselijk is.

  • 6.

    Als het briefadres noodzakelijk is op grond van artikel 2, lid 1 onder f en g, dient de noodzakelijkheid te blijken uit een onderliggend dossier.

  • 7.

    De briefadresgever kan maximaal aan twee gezinshuishoudens, aan twee alleenstaanden of aan een gezinshuishouden en een alleenstaande toestemming geven een briefadres te houden.

  • 8.

    Lid 6 van dit artikel is niet van toepassing indien de briefadresgever het college van burgemeester en wethouders betreft of een door dit college aangewezen rechtspersoon, bedoeld in artikel 2.42 onder b van de Wet BRP;

  • 9.

    Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid 5, is een schriftelijk advies van het Woonfraudeteam nodig. Bepaald wordt voor hoe lang er briefadres gegeven wordt en onder welke voorwaarden. Er wordt ook toezicht gehouden op naleving van de afspraken.

  • 10.

    Indien het briefadres van gemeentewege door de gemeente Den Helder ter beschikking is gesteld op het stadhuis, Kerkgracht 1, 1782 GJ te Den Helder, dient de aanvrager op vertoon van zijn legitimatiebewijs minimaal één maal per week zijn of haar post op te halen bij het Klantcontactcentrum (receptie) van het stadhuis.

 

Artikel 4 Voorwaarden bij aangifte briefadres om veiligheidsredenen

Een briefadres op grond van artikel 2, lid 2 en lid 4, wordt uitsluitend toegekend op het adres van een rechtspersoon na goedkeuring van de burgemeester en advies van het Woonfraudeteam.

 

Artikel 5 Voorwaarden en verplichtingen bij aangifte en verstrekking briefadres van gemeentewege in verband met recht op bijstand

 

  • 1.

    Voor de dak- of thuislozen als bedoeld in artikel 2 lid 1 onder a, gelden voor het doen van aangifte van een briefadres:

    • a.

      aanvrager kan aantoonbaar door overmacht geen vast adres vinden;

    • b.

      er is sprake van recht op bijstand in het kader van de Participatiewet (of rechtsopvolger);

    • c.

      aanvrager kan aantonen dat hij/zij er alles aan doet om de situatie te veranderen.

  • 2.

    Aanvrager voldoet aan de volgende verplichtingen:

    • a.

      de post wordt minimaal 1 keer per week, op daartoe door de gemeente bepaalde momenten, opgehaald;

    • b.

      aanvrager dient zich als woningzoekende in te schrijven bij een woningbouwvereniging;

    • c.

      aanvrager dient actief, en voor de gemeente verifieerbaar, op zoek te gaan naar huisvesting of een adres waar hij/zij daadwerkelijk woonachtig is en zich kan laten registreren in de BRP;

    • d.

      aanvrager dient op verzoek of onverwijld alle feiten en omstandigheden die voor de vaststelling van de aanvraag nodig zijn te melden. Voor dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van een speciaal vragenformulier die de aanvragers volledig moeten invullen en ondertekenen.

  • 3.

    Het briefadres wordt verstrekt door of namens de teamcoach Participatie.

  • 4.

    Het briefadres wordt afgegeven voor onbepaalde tijd of als er sprake is van een noodsituatie voor de termijn van de duur van deze noodsituatie.

 

Artikel 6 Voorwaarden en verplichtingen bij aangifte en verstrekking briefadres van gemeentewege bij het behoren tot een kwetsbare groep

  • 1.

    Voor burgers behorende tot een kwetsbare groep als bedoeld in artikel 2 lid 1 onder f, gelden voor het doen van aangifte van een briefadres op het adres Kerkgracht 1 de volgende extra voorwaarden:

    • a.

      aanvrager kan door overmacht aantoonbaar geen vast adres vinden;

    • b.

      aanvrager kan aantonen dat hij/zij er alles aan doet om de situatie te veranderen.

  • 2.

    In ieder geval dient de aanvrager aan de volgende verplichtingen te voldoen:

    • a.

      de post wordt minimaal 1 keer per week, op daartoe door de gemeente bepaalde momenten, opgehaald;

    • b.

      aanvrager dient zich in te schrijven als woningzoekende bij een woningbouwvereniging;

    • c.

      aanvrager dient actief, en voor de gemeente verifieerbaar, op zoek te gaan naar huisvesting of een adres waar hij/zij daadwerkelijk woonachtig is en zich kan laten registreren in de BRP.

  • 3.

    Om in aanmerking te komen voor een briefadres, zal moeten worden aangetoond dat de aanvrager aan de voorwaarden voldoet. Het benodigde bewijs wordt bepaald afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

  • 4.

    Een briefadres wordt afgegeven voor de duur van maximaal zes maanden.

  • 5.

    Verlenging voor de duur van drie maanden is mogelijk, voor zover belanghebbende zich aan de verplichtingen heeft gehouden.

  • 6.

    Na deze periode van drie maanden wordt de aanvrager gehoord en wordt beoordeeld of verdere verlenging gerechtvaardigd is.

 

Artikel 7 Volledige aangifte

  • 1.

    De aangifte is volledig indien alle benodigde gegevens, zoals bedoeld in artikel 3, lid 3 en 4 zijn ingeleverd.

  • 2.

    Als één of meer gegevens ontbreken, dan wordt de aangever in de gelegenheid gesteld binnen veertien dagen het verzuim te herstellen en de aangifte alsnog aan te vullen.

  • 3.

    Indien de aangifte niet binnen de, in het vorige lid bepaalde termijn kan worden aangevuld, dan kan, op verzoek van de aangever, de termijn eenmalig verlengd worden met veertien dagen.

  • 4.

    Indien de aangifte niet binnen veertien dagen na aangifte aangevuld wordt of uitstel gevraagd wordt, wordt aan de aangifte geen gevolg gegeven.

 

Artikel 8 Weigeringsgronden

Het is in ieder geval niet mogelijk om ingeschreven te worden op een briefadres, indien:

  • 1.

    de aangever een woonadres heeft, tenzij hij in de situatie verkeert zoals beschreven in artikel 2, lid 1 onder f en lid 4;

  • 2.

    de aangever langer dan acht maanden gedurende één jaar in het buitenland verblijft en niet beroepshalve varend is op een schip dat zijn thuishaven in Nederland heeft.

  • 3.

    de aangever beroepshalve varend is op een schip dat zijn thuishaven in Nederland heeft en langer dan twee jaar in het buitenland verblijft;

  • 4.

    er een onderzoek loopt naar de verblijfplaats van de briefadresgever;

  • 5.

    het briefadres een adres betreft waarop reeds aan twee alleenstaanden of twee gezinshuishoudens of een alleenstaande en een gezinshuishouden een briefadres is verleend met inachtneming van de uitzonderingen bedoeld in artikel 3, lid 7;

  • 6.

    het briefadres wordt aangevraagd op grond van artikel 2, lid 5 en de verklaring van het Woonfraudeteam zoals bedoeld in artikel 3, lid 8, ontbreekt;

  • 7.

    het briefadres wordt aangevraagd op grond va artikel 2, lid 4 en de verklaring van de burgemeester ontbreekt;

  • 8.

    de aanvrager niet of onvoldoende inlichtingen met betrekking tot zijn woon- of verblijfplaats en/of zijn persoonlijke omstandigheden verstrekt waardoor de noodzaak voor het ter beschikking stellen van het briefadres niet kan worden vastgesteld.

 

Artikel 9 Termijn briefadres

  • 1.

    In de situatie als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder b, mag een briefadres worden gekozen voor de duur van maximaal zes maanden. Deze termijn kan maximaal met twee keer drie maanden worden verlengd.

  • 2.

    In de situatie als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder d en e mag een briefadres worden gekozen voor de duur van maximaal de periode dat aangever buiten Nederland zal verblijven.

  • 3.

    Als de aangever voor het aflopen van de termijn als bedoeld in het eerste en tweede lid geen aangifte heeft gedaan van een woonadres, wordt door de aangever een verzoek ingediend om het briefadres te verlengen.

  • 4.

    In de situatie als bedoeld in artikel 2, lid 4 mag een briefadres worden verleend voor de duur die de burgemeester noodzakelijk acht.

  • 5.

    In de situatie als bedoeld in artikel 2, lid 5 mag een briefadres worden verleend voor de duur die het Woonfraudeteam noodzakelijk acht. (maatwerk).

  • 6.

    De aanvraag voor verlenging van het briefadres wordt beoordeeld met inachtneming van de artikelen 2 en 5.

  • 7.

    Onverminderd hetgeen is bepaald in het eerste tot en met het derde lid, is diegene op wie het briefadres betrekking heeft en een ander adres krijgt, verplicht om in de periode tussen vier weken vóór de beoogde verhuisdatum tot en met de vijfde dag na verhuisdatum hiervan aangifte te doen bij de gemeente waar hij zijn nieuwe adres heeft.

 

Artikel 10 Intrekking briefadres

  • 1.

    Het briefadres wordt ingetrokken indien:

    • a.

      de briefadresgever de toestemming voor het verstrekken van een briefadres intrekt;

    • b.

      uit een gedegen onderzoek is gebleken dat het briefadres door de briefadresgever is verstrekt onder dwang, bedreiging of enige andere vorm van intimidatie;

    • c.

      uit een gedegen onderzoek is gebleken dat de persoonlijke omstandigheden van de briefadreshouder die de noodzaak van de verstrekking van een briefadres rechtvaardigden, niet meer aanwezig zijn.

  • 2.

    Het briefadres die wordt verstrekt door de gemeente Den Helder wordt ingetrokken indien:

    • a.

      uit een gedegen onderzoek is gebleken dat de aanvrager niet, onvoldoende of foute inlichtingen met betrekking tot zijn woon- of verblijfplaats en/of zijn persoonlijke omstandigheden heeft verstrekt waardoor de noodzaak voor het ter beschikking stellen van het briefadres niet meer aanwezig is of niet langer kan worden vastgesteld;

    • b.

      briefadreshouder gedurende een periode van vier aangesloten weken zijn of haar post niet heeft afgehaald bij het Klantcontactcentrum van de gemeente Den Helder;

    • c.

      de uitkering is beëindigd.

 

Artikel 11 Bestuurlijke boete

  • 1.

    Onverminderd het gestelde in artikel 2 tot en met 6 is de zowel de briefadresgever als de briefadresnemer verplicht om op verzoek van het college van burgemeester en wethouders inlichtingen te verstrekken die van belang zijn voor de registratie van het briefadres.

  • 2.

    De betrokkene verschijnt hierbij desgevraagd in persoon.

  • 3.

    Aan degene die niet voldoet aan verplichting als bedoeld in eerste lid kan een bestuurlijke boete worden opgelegd van ten hoogste 325 euro.

 

Artikel 12 Hardheidsclausule

Als vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van het bepaalde in deze regeling zou leiden tot een onbillijkheid, kan worden afgeweken van het bepaalde in deze regeling. Van onbillijkheid kan sprake zijn als het strikt vasthouden aan de regeling als onredelijk kan worden aangemerkt of als er onevenredige schade zou ontstaan.

 

Artikel 13 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de eerste dag na de dagtekening in de Decentrale Regeling Overheid Publicaties waarin zij wordt gepubliceerd.

 

Artikel 14 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregel briefadres gemeente Den Helder 2020.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van 31 maart 2020

Burgemeester, Secretaris,

J.J. Nobel R. Reus

Toelichting op de Beleidsregel briefadres Den Helder 2020

 

De Beleidsregel briefadres 2020 heeft als doel om het misbruik van briefadressen in de BRP tegen te gaan en daarnaast briefadressen in de BRP mogelijk te maken voor kwetsbare of niet zelfredzame (groepen) burgers.

 

In het verleden kwam het regelmatig voor dat briefadresinschrijvingen onterecht werden gedaan. Voor sommige mensen bleek het erg handig te zijn om niet op hun woonadres ingeschreven te worden maar op een ander adres wat dan als kenmerk ‘briefadres’ had. Er ontstonden commerciële aanbieders van briefadressen. Om een wildgroei aan briefadresinschrijvingen te voorkomen heeft de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB) besloten haar leden te adviseren om voor briefadressen beleid vast te stellen. Met deze Beleidsregel briefadres die geactualiseerd is conform de circulaire BRP en Briefadres van de minister van BZK wordt een handvat gegeven om het briefadres beleid vorm te geven.

 

De Beleidsregel is niet bedoeld om op basis van deze regeling personen niet in te schrijven in de BRP. Immers, iedereen die rechtmatig in Nederland verblijft, moet in beginsel ingeschreven worden in de BRP als ingezetene. Indien de gemeente inschrijving toch weigert, doet zij dat slechts op basis van de Wet BRP.

 

Gemeenten zijn bevoegd om ambtshalve een briefadres in de BRP te registreren. Wanneer iemand niet beschikt over een woonadres en er is geen verwachting dat hij zelf een briefadresaangifte zal doen, vanwege uiteenlopende redenen, dan kan de gemeente besluiten om voor die burger een briefadres te registreren. Zie verder artikel 2.23 Wet BRP.

 

Hieronder volgt waar nodig de artikelsgewijze toelichting op de Beleidsregel briefadres.

 

Toelichting artikel 1, sub d:

In de beleidsregel wordt het stadhuis aan de Kerkgracht 1 door het college aangewezen als het adres die vanuit de gemeente wordt aangewezen voor bepaalde groepen om met toestemming van de gemeente briefadres te vestigen en de post te laten bezorgen.

 

Toelichting artikel 1, sub e, onder 3:

Onder een alleenstaande ouder wordt verstaan:

  • een ongehuwde ouder, zonder geregistreerd partnerschap,

  • een ouder wiens huwelijk of geregistreerd partnerschap is ontbonden of beëindigd,

  • een gehuwd ouder, die niet samenwoont met de echtgenoot (of echtgenote), of

  • een ouder met een geregistreerd partnerschap, die niet samenwoont met deze partner.

 

Toelichting artikel 2, lid 1, sub a:

Personen die niet beschikken over een woonadres en gebruik maken van de maatschappelijke opvang (passantenverblijven en dag- en nachtopvang) kunnen met een briefadres ingeschreven worden bij één van de opvanginstellingen. Personen die niet beschikken over een woonadres, maar geen gebruik maken van de maatschappelijke opvang (mensen met een zwervend bestaan), zijn verplicht elders een briefadres te kiezen.

 

Toelichting artikel 2, lid 1, sub b:

Hierbij valt te denken aan twee echtgenoten die gaan scheiden, maar op één adres wonen. Wanneer de één op het huidige adres blijft wonen, heeft de ander (tijdelijk) geen vast woonadres. Deze laatste persoon kan ingeschreven worden op een briefadres.

Een ander voorbeeld is als een persoon een nieuwe woning heeft gekocht en de oude woning heeft verkocht. De nieuwe woning moet echter nog opgeleverd worden terwijl de oude woning al overgedragen is aan de nieuwe eigenaar.

 

Toelichting artikel 2, lid 1, sub c:

Personen die vallen onder de categorie ‘ambulant beroep’ zoals binnenvaartschippers die (met hun gezin) aan boord van een schip wonen en kermismedewerkers die (met hun gezin) met de kermisattractie meereizen. Personen die tot deze categorie behoren komen in aanmerking voor een briefadres, mits zij geen woonadres hebben.

 

Toelichting artikel 2, lid 1, sub d:

Als iemand naar het buitenland vertrekt, wordt gekeken voor welke periode iemand naar het buitenland gaat. Iemand moet een briefadres kiezen, wanneer hij/zij voor een kortere periode dan 8 maanden in een tijdsbestek van een jaar naar het buitenland gaat en niet meer beschikt over een woonadres.

Op grond van artikel 2.43 Wet BRP mag iemand die voor een periode van meer dan 8 maanden naar het buitenland vertrekt niet als ingezetene ingeschreven blijven in de BRP. In dat geval is de burger verplicht om aangifte te doen van zijn vertrek naar het buitenland. Op grond van de aangifte wordt de bijhouding van zijn persoonslijst een verantwoordelijkheid van de minister van BZK en ‘verhuist’ de PL naar de RNI vanwege emigratie. In dat geval kan geen briefadres gekozen worden.

 

Toelichting artikel 2, lid 1, sub e:

Als een inwoner beroepshalve gaat varen aan boord van een schip dat in Nederland de thuishaven heeft en is er bij vertrek de redelijke verwachting dat hij niet langer dan twee jaar buiten Nederland zal verblijven, dan hoeft hij geen aangifte van vertrek te doen (artikel 29 Besluit BRP). Een voorwaarde is wel dat hij/zij gedurende het verblijf buiten Nederland beschikt over een adres in Nederland. Veelal zal dit een briefadres zijn. Het is de burger wel toegestaan om aangifte van vertrek naar het buitenland te doen in deze situatie. Een verplichting daartoe bestaat niet.

 

Toelichting artikel 2, lid 1, sub f:

Deze kwetsbare groep kampt soms met de gevolgen van een verslaving, psychiatrische aandoeningen en verstandelijke beperkingen. Daardoor komen deze mensen hun administratieve verplichtingen en afspraken niet altijd na. Juist deze mensen hebben laagdrempelige medische basiszorg nodig die zij in de praktijk alleen krijgen na inschrijving in de BRP. Zonder zorgverzekering krijgen deze personen niet de zorg die zij nodig hebben. Dat vergroot de kans op bijvoorbeeld ernstige lichamelijke en/of psychiatrische aandoeningen. Zonder inschrijving in de BRP komen zij in de praktijk ook niet in aanmerking voor een plek op de wachtlijst voor een woning, waardoor zij gedwongen dakloos blijven. Een inschrijving op een briefadres is daarom voor deze groep noodzakelijk.

Waar nodig wordt het briefadres ambtshalve toegekend op een adres van een gemeentelijke instelling.

 

Toelichting artikel 2, lid 1, sub g:

Met een langdurig vermist persoon wordt bedoeld een persoon, die:

  • 1.

    tegen redelijke verwachting in afwezig is uit zijn of haar gebruikelijke en/of veilig geachte omgeving,

  • 2.

    waarvan de verblijfplaats van de persoon onbekend is, en

  • 3.

    het in diens belang is dat de verblijfplaats wordt vastgesteld.

 

Gemeenten kunnen te maken krijgen met de melding dat een persoon is vermist. In het protocol voor ondersteuning door Burgerzaken aan achterblijvers in geval van vermissing is vermeld dat in overleg de vermiste persoon kan worden geregistreerd met een briefadres op het adres van de melder.

 

Toelichting artikel 2, lid 2:

In de circulaire BRP en briefadres van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 18 oktober 2016 (kenmerk 2016-0000656211) is geregeld dat personen die verblijven in een opvanghuis voor mannen en vrouwen met een briefadres ingeschreven kunnen worden op het kantooradres van de desbetreffende instelling. Op die manier wordt het feitelijke woonadres van betrokkenen adequaat beschermd tegen ongewenste kennisneming door onbevoegden.

 

Toelichting artikel 2, lid 3:

Degene die zijn woonadres heeft in een instelling, kan in afwijking van artikel 2.38, lid 1 en artikel 2.39, lid 1 van de Wet BRP in plaats van inschrijving op zijn woonadres een briefadres kiezen. Op grond van artikel 2.40, lid 3 Wet BRP zijn dit instellingen voor gezondheidszorg, instellingen op het gebied van kinderbescherming en penitentiaire instellingen. In de artikelen 17 t/m 19 van de Regeling BRP is aangegeven voor welke instellingen een briefadres gekozen kan worden.

Het college van B&W is eveneens bevoegd, op grond van artikel 2.40, lid 4 Wet BRP, instellingen op het terrein van maatschappelijke opvang aan te wijzen.

 

Toelichting artikel 2, lid 4 en 5:

Het gaat hier om speciale gevallen waarbij bv. door een risicoanalyse van de politie of het RIEC om veiligheidsredenen of bv. vanwege zeer speciale persoonlijke omstandigheden er met burgers persoonlijke afspraken worden gemaakt. In deze situaties blijft het woonadres geheim en worden individuele afspraken gemaakt over waar het briefadres wordt gevestigd, onder welke voorwaarden en voor welke periode.

 

Toelichting artikel 3, lid 1:

In principe moet de aangifte briefadres persoonlijk worden gedaan aan de balie. Er zijn echter omstandigheden (bv. curatele, onderbewindstelling, minderjarigen, vergaande dementie, veiligheidsoverwegingen) dat aanvragers hier niet toe in staat zijn. In voorkomende gevallen kan dan afgesproken worden dat de aangifte door gemachtigden wordt gedaan.

 

Toelichting artikel 3, lid 2:

Een briefadres kan, in aanvulling op wat de wet regelt en in afwijking van een woonadres, worden gekozen binnen elke gemeente in Nederland. Het is niet verplicht om een briefadres te kiezen in de gemeente waar voor het laatst een woonadres werd gehouden. Voor gedetineerden of personen die in een psychiatrische inrichting verblijven is het advies om bij voorkeur een briefadres te kiezen in de gemeente van herkomst. Dit is onder andere van belang voor de verworven rechten die de briefadreshouder daar heeft opgebouwd, bijvoorbeeld op het gebied van huisvesting. De aangifte wordt altijd gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt.

 

Toelichting artikel 3, lid 3:

Bij de aangifte dient een aantal schriftelijke stukken overgelegd te worden alsmede een schriftelijke verklaring van instemming te worden gevoegd van degene bij wie het briefadres wordt gehouden op grond van artikel 2.45 lid 2 van de wet BRP. In de schriftelijke verklaring van aangifte dienen de redenen van het briefadres en de te verwachten duur te worden opgenomen. De aangever dient tevens een geldig identiteitsbewijs zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van zichzelf als van degene bij wie het briefadres wordt gehouden te overleggen.

 

Toelichting artikel 3, lid 4:

Als het voor een persoon niet wenselijk is om veiligheidsredenen dat een woonadres bekend is, kan het noodzakelijk zijn dat de burgemeester betrokkene een briefadres verleend. Dit verzoek zal meestal al besproken zijn in het Woonfraudeteam en hierover zal geadviseerd zijn. Het is niet waarschijnlijk dat de briefadreshouder bij zijn aangifte altijd de verklaring van de burgemeester zal kunnen overleggen. Deze verklaring zal meestal via het team Openbare Orde en Veiligheid in het Woonfraudeteam terecht komen.

 

Toelichting artikel 3, lid 5:

Aanvrager moet schriftelijk of via mailberichtgeving kunnen aantonen dat er inspanning wordt verricht om huisvesting te krijgen.

 

Toelichting artikel 3, lid 6:

Maximaal 2 briefadressen betekent maximaal aan twee gezinshuishoudens of twee alleenstaanden of één gezinshuishouden en één alleenstaande.

Het blijft mogelijk en is toegestaan dat een briefadresgever meer dan één briefadreshouder op zijn woonadres kan hebben. Bijvoorbeeld een particulier die al dan niet tegen betaling briefadresgever is voor veel gedetineerden, omdat zij hun familie daar niet mee willen belasten. In dat geval kan uitgeweken worden naar de hardheidsclausule van artikel 8.

 

Toelichting artikel 3, lid 7:

Als de gemeente zelf of een instelling voor maatschappelijke opvang als briefadresgever optreedt, is de beperking die lid 6 vermeldt, niet van toepassing.

 

Toelichting artikel 3, lid 8:

Indien er sprake is van bijzondere omstandigheden wordt de casus altijd besproken in het Woonfraudeteam en gezocht naar een maatoplossing die past bij de individuele situatie.

 

Toelichting artikel 5:

Hier staan de voorwaarden voor toekenning van een briefadres op grond van de Participatiewet. Deze voorwaarden zijn overgenomen uit de Beleidsregel briefadres 2017 Participatie. De beslissing of aanvrager voldoet aan de vereisten voor toekenning van de uitkering en het briefadres ligt bij de medewerkers van team Participatie en gebeurt via een hiervoor speciaal bestemd aanvraagformulier waarop wordt aangegeven dat er akkoord wordt gegaan met het gebruik van het adres Kerkgracht 1 als briefadres. Vervolgens kan de uitkeringsgerechtigde zich met dit formulier melden bij team Dienstverlening voor inschrijving in de BRP.

 

Toelichting artikel 6:

Hier staan de voorwaarden voor toekenning van een briefadres aan personen die behoren tot een kwetsbare groep. Er staan een aantal basisvoorwaarden in met verplichtingen. Hierbij dient wel gerealiseerd te worden dat deze groep vaak niet in staat is, of dat het voor hun lastig is, om hun situatie te kunnen bewijzen. De nodige bewijslast zal daarom vaak aan de hand van de omstandigheden moeten worden beoordeeld en meer inspanning vragen. De verwachting is dat een verzoeken vanuit deze groep niet altijd direct aan de balie kan worden afgehandeld en eerst integraal zal worden besproken in het Woonfraudeteam zodat er een maatwerk oplossing kan worden gevonden.

 

Toelichting artikel 7:

Ontbreekt bij de aangifte tot briefadres één of meer van de benodigde stukken, dan wordt de aangifte behandeld als een onvolledige aangifte. De aangever wordt schriftelijk in de gelegenheid gesteld binnen veertien dagen na verzending van het verzoek het verzuim te herstellen en de aangifte alsnog aan te vullen met de ontbrekende stukken. De aangever kan echter in reactie daarop het verzoek doen de termijn om de aangifte aan te vullen eenmalig te verlengen met veertien dagen.

Wanneer de aangever niet binnen veertien dagen zijn/haar aangifte aanvult of uitstel aanvraagt, wordt een brief verstuurd over het besluit dat aan de aangifte briefadres geen gevolg wordt gegeven wegens het ontbreken van de gevraagde documenten, met inachtneming van artikel 2.60 Wet BRP. Hiertegen is bezwaar mogelijk.

Het is toegestaan om in de mededeling tot aanvulling van gegevens (4:5 Awb) al melding te maken van het voornemen om aan de aangifte geen gevolg te geven (4:7 Awb) in het geval dat niet voldaan wordt aan de aanvulling.

 

Toelichting artikel 8:

Het betreft hier een (niet-limitatieve) opsomming van weigeringsgronden voor de aangifte briefadres. Uit dit artikel zijn verwijderd de weigeringsgrond als het een niet BAG-adres of postbus betreft. Bij een niet BAG-adres kunnen er twijfels zijn over de goede bereikbaarheid van de personen die daarop zijn ingeschreven. Als echter toegestaan wordt dat iemand daarop wel wordt ingeschreven als zijnde woonadres dan is het niet goed verdedigbaar om een briefadres op dit adres te weigeren.

Een postbus mag niet voorkomen in de BRP, dus een bepaling hierover in deze beleidsregel s overbodig.

 

In de gevallen dat een briefadres wordt toegekend vanwege veiligheidsreden vastgesteld door de burgemeester (art 2, lid 4) of omdat de briefadreshouder behoort tot een kwetsbare groep (art 2, lid 1 onder f), zal de gemeente zelf altijd de afweging maken tot al dan niet toekennen van een briefadres.

Het is toegestaan om een briefadres bij inschrijving op grond van aangifte van verblijf en adres te kiezen. Dit is in niet strijd met artikel 2.38 Wet BRP.

 

Toelichting sub a:

Er kan geen briefadres gekozen worden indien de aangever een woonadres heeft. Onder woonadres wordt het adres verstaan als bedoeld in artikel 1.1 Wet BRP. Hieronder valt ook het adres, a. indien betrokkene op meer dan één adres woont, het adres waar hij naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten; of b. het adres waar, bij het ontbreken van een adres als bedoeld onder a, betrokkene naar redelijke verwachting gedurende drie maanden ten minste twee derden van de tijd zal overnachten. In de situatie dat geen woonadres vastgesteld kan worden, moet gekozen worden voor een briefadres.

Uitzondering wordt gemaakt voor zogenaamde verwarde personen en voor personen waarbij naar het oordeel van de burgemeester het om veiligheidsredenen niet wenselijk om betrokkene op zijn woonadres in te schrijven.

 

Het permanent bewonen van een recreatiewoning wordt ook aangemerkt als woonadres en is dus geen reden om een briefadres toe te kennen. Er wordt niet voldaan aan artikel 5 onder a van deze regel.

 

Toelichting sub b en c:

Er dient aangifte van vertrek uit Nederland gedaan te worden als de persoon langer buiten Nederland verblijft dan een periode van 2/3e deel van een jaar. In dat geval kan niet gekozen worden voor een briefadres. Hierop is één uitzondering in het geval de persoon beroepshalve op een schip vaart. Zie hiervoor de toelichting bij artikel 2, lid 1, sub e.

 

Toelichting sub d:

Als diegene die het briefadres verstrekt zelf onderwerp is van een adresonderzoek en er dus gerede twijfel is of het adres waarop deze persoon staat geregistreerd nog juist is kan deze persoon geen toestemming verlenen aan een ander voor het vestigen van een briefadres.

 

Toelichting sub e:

Met de hierin vermelde weigeringsgrond wordt bedoeld dat een briefadres alleen verleend kan worden op een woonadres waar nog geen of slechts één briefadres is geregistreerd. Hierbij geldt een briefadres verleend aan een gezinshuishouden als één briefadres. Dit betekent dat er maximaal of twee alleenstaanden of twee gezinshuishoudens of één alleenstaande en één gezinshuishouden een briefadres kunnen hebben op één adres. Zie ook de toelichting bij artikel 3, lid 4 en artikel 8.

 

Toelichting artikel 9, lid 1:

Om het tijdelijke karakter van een korte overbrugging tussen twee woonadressen te bevestigen is besloten om een briefadres voor een periode van maximaal zes maanden te verlenen met de mogelijkheid tot telkens een verlenging met maximaal drie maanden. Verlenging is mogelijk zolang de situatie waarvoor het briefadres is toegestaan, voortduurt.

Deze periode van drie maanden is bewust gekozen om op deze manier in ieder geval na drie maanden een contactmoment te hebben met de burger, om zo erop toe te zien dat hij/zij niet op het briefadres blijft ingeschreven terwijl hij/zij inmiddels een woonadres heeft.

Voor dak- en thuislozen ligt het voor de hand om een afwijkende termijn te kiezen. Zolang de briefadreshouder een zwervend bestaan leidt kan een briefadres gehouden worden. Het recht op het briefadres kan voor deze categorie wordt elk jaar getoetst.

 

Als van tevoren al bekend is dat iemand een bepaalde periode in het buitenland zal verblijven en geen woonadres heeft, dan kan een briefadres worden verleend voor maximaal deze periode.

 

Een andere uitzondering heeft te maken met de feitelijke onmogelijkheid van de burger om een woonadres te hebben. Hierbij valt te denken aan binnenvaartschippers. Zolang deze schippers varen kunnen zij kiezen voor een briefadres. Het recht op het briefadres kan voor deze categorie bijvoorbeeld om de vijf jaar worden getoetst.

 

Als de briefadreshouder een verzoek doet om na de overeengekomen termijn ingeschreven te blijven op zijn briefadres, dan wordt opnieuw beoordeeld of hij aan de voorwaarden die zijn gesteld in deze regeling voldoet.

 

De Wet BRP verplicht een ingezetene om aangifte te doen van zijn nieuwe adres. Zodra hij weer beschikt over een woonadres of over een ander briefadres, moet hij hiervan aangifte doen. Hij mag hier niet mee wachten totdat de eerder bepaalde of afgesproken termijn van het briefadres is verstreken. Als aangifte wordt gedaan van een nieuw briefadres, dan wordt dit uiteraard weer getoetst aan de voorwaarden uit deze regeling en die de wet stelt.

 

Toelichting artikel 10

Met dit artikel wordt getracht het aantal briefadressen terug te dringen door deze niet langer dan noodzakelijk te laten duren. Tevens kan hiermee het oneigenlijk gebruik van een eenmaal verstrekt briefadres worden terug gedraaid en briefadresgevers die geïntimideerd zijn worden beschermd.

 

Toelichting artikel 11

Op grond van artikel 4.17 Wet BRP kan een bestuurlijke boete worden opgelegd als er geen of een onjuiste aangifte van een (brief)adres wordt gedaan. Dit geldt ook voor de verplichting voor zowel de briefadreshouder als ook voor de briefadresgever om op verzoek van het college van burgemeester en wethouders inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor een juiste bijhouding van de basisregistratie zoals bepaald in artikel 2.45 Wet BRP. Voor de op te leggen bestuurlijke boete geldt een maximaal bedrag van € 325.

 

Toelichting artikel 12

In uitzonderingsgevallen kan het gerechtvaardigd zijn om af te wijken van deze regeling. Individuele omstandigheden kunnen ertoe leiden dat er nog een extra verlenging van de termijn wordt overeengekomen.

Een voorbeeld van een gerechtvaardigde afwijking is een particulier die al dan niet tegen betaling briefadresgever is voor veel gedetineerden, omdat zij hun familie daar niet mee willen belasten.

 

Conform artikel 4:84 Awb wordt gehandeld overeenkomstig deze beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Dit kan zich voordoen bij kwetsbare of bedreigde personen in de opvang conform de circulaire BRP en briefadres (kenmerk 2016-0000656211) van de minister van BZK van 18 oktober 2016. In deze circulaire zijn de mogelijkheden aangegeven die bewoners van opvanghuizen hebben om in de Wet basisregistratie personen (BRP) een briefadres te kiezen bij een gemeente of aan het kantoor van een opvanghuis.