Gemeenteblad van Midden-Groningen

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Midden-GroningenGemeenteblad 2020, 133756Beleidsregels



Nadere regels subsidie leefbaarheidsfonds Midden-Groningen 2020-A

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen;

overwegende dat het wenselijk is om incidentele activiteiten te subsidiëren die een bijdrage leveren aan het behoud of de verbetering van de leefbaarheid in de gemeente Midden-Groningen;

gelet op artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening Midden-Groningen 2019;

Besluit de Nadere regels subsidie leefbaarheidsfonds gemeente Midden-Groningen 2020-A vast te stellen.

 

 

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    ASV: de Algemene subsidieverordening Midden-Groningen 2019;

  • b.

    duurzaam gebruiksgoed: gebruiksgoederen die tijdens het verbruik niet onmiddellijk verloren gaan en voor meerdere activiteiten kunnen worden ingezet;

  • c.

    leefbaarheid: de sociale en culturele leefkwaliteit binnen de gemeente Midden-Groningen op het gebied van zorg, sport en beweging, cultuur en verenigingsleven.

 

Artikel 2 Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.

 

Artikel 3 Activiteiten

  • 1.

    Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor concrete activiteiten die een bijdrage leveren aan het behoud of de verbetering van de leefbaarheid, waaronder verstaan de sociale en culturele leefkwaliteit van inwoners of hun organisaties en het bevorderen van het meedoen van kwetsbare inwoners aan de samenleving in de gemeente Midden-Groningen.

  • 2.

    Subsidiabele activiteiten als bedoeld in het eerste lid worden gecategoriseerd in:

    • a.

      activiteiten die primair zijn gericht op bewoners van één of hooguit enkele straten (bijvoorbeeld een pleinfeest);

    • b.

      activiteiten die primair gericht zijn op één wijk of dorp (bijvoorbeeld activiteiten in een dorpshuis of jeugdhonk of een activiteit van een sportvereniging die gericht is op de eigen leden en/of inwoners van uit het dorp of wijk waar deze gevestigd is);

    • c.

      activiteiten die gericht zijn op meerdere wijken of meerdere dorpen, of activiteiten die een bovengemeentelijke uitstraling hebben.

  • 3.

    Voor activiteiten die gericht zijn op het verhelpen of verzachten van maatschappelijke problemen die vanwege de coronacrisis zijn ontstaan of zijn verergerd en die geen activiteiten in de zin van de eerste twee leden zijn kan ook een subsidie verstrekt worden.

  • 4.

    Voor het subsidiëren van activiteiten die gericht zijn op het verhelpen of verzachten van maatschappelijke problemen die vanwege de coronacrisis zijn ontstaan of zijn verergerd kan afgeweken worden van de bepalingen in deze Nadere regels, behalve van artikel 6, derde lid.

 

Artikel 4 Doelgroep

De doelgroep bestaat uit individuen, groepen en organisaties die een activiteit als bedoeld in artikel 3 organiseren op het grondgebied van de gemeente Midden-Groningen. Het is hierbij niet van belang of deze individuen, groepen en organisaties in de gemeente Midden-Groningen zijn gevestigd.

 

Artikel 5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 3.

  • 2.

    De volgende kosten zijn niet subsidiabel:

    • a.

      door de gemeente Midden-Groningen opgelegde belastingen of leges;

    • b.

      kosten voor eten, drinken en genotsmiddelen;

    • c.

      ureninzet van personen die betrokken zijn bij de organisatie van de activiteit.

  • 3.

    Duurzame gebruiksgoederen worden enkel gesubsidieerd als de aanvrager aannemelijk maakt dat hij deze voor toekomstige activiteiten als bedoeld in artikel 3 zal gebruiken en de kosten naar het oordeel van het college als redelijk worden beoordeeld.

 

Artikel 6 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    Een subsidie bedraagt maximaal:

    • a.

      € 100,- voor een activiteit als bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel a;

    • b.

      € 1.000,- voor een activiteit als bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel b;

    • c.

      € 2.000,- voor een activiteit als bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel c.

  • 2.

    De subsidie bedraagt maximaal het tekort op de begroting voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdelen b en c.

  • 3.

    De subsidie bedraagt, voor zover nodig in afwijking van de twee voorgaande artikelleden, maximaal € 2.000,- voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, vierde lid.

 

Artikel 7 Berekening van uren, uniforme kostenbegrippen

Dit artikel is niet van toepassing.

 

Artikel 8 Wijze van verdeling

  • 1.

    Van het in de begroting voor deze regeling beschikbaar gestelde bedrag wordt 15% toegekend aan tijdvak 1, 10% aan tijdvak 2, 25% aan tijdvak 3, 30% aan tijdvak 4, 10% aan tijdvak 5 en 10% aan tijdvak 6.

  • 2.

    Als aan het einde van een tijdvak het subsidieplafond niet is bereikt, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan de beschikbare middelen van het daaropvolgende tijdvak, met uitzondering van de middelen die resteren na tijdvak 6.

  • 3.

    De tijdvakken als bedoeld in het eerste lid zijn de volgende:

    • a.

      tijdvak 1: 1 januari tot en met 28 februari, of in het geval van een schrikkeljaar, 29 februari;

    • b.

      tijdvak 2: 1 maart tot en met 30 april;

    • c.

      tijdvak 3: 1 mei tot en met 30 juni;

    • d.

      tijdvak 4: 1 juli tot en met 31 augustus;

    • e.

      tijdvak 5: 1 september tot en met 31 oktober;

    • f.

      tijdvak 6: 1 november tot en met 31 december.

  • 4.

    Voor de beoordeling in welk tijdvak een aanvraag valt, is de datum waarop de activiteit plaatsvindt bepalend.

  • 5.

    Als het geheel van de subsidiabele kosten tijdens een tijdvak hoger is dan het subsidieplafond en eventuele resterende middelen uit één of meerdere voorgaande tijdvakken, wordt – in het geval een of meerdere aanvragers meerdere subsidieverzoeken heeft ingediend – alleen het subsidieverzoek met het hoogste subsidiabele bedrag per aanvrager toegekend. Mochten er vervolgens middelen resteren, dan worden deze naar rato verdeeld over de subsidiabele subsidieverzoeken van aanvragers die meerdere aanvragen hebben ingediend.

  • 6.

    Als na toepassing van het vijfde lid het geheel van de subsidiabele kosten tijdens een tijdvak hoger is dan het subsidieplafond en eventuele resterende middelen uit één of meerdere voorgaande tijdvakken, vindt toekenning van subsidie naar rato plaats.

 

Artikel 9 Aanvraag

  • 1.

    Een aanvraag geschiedt met een voor het leefbaarheidsfonds vastgesteld aanvraagformulier.

  • 2.

    Artikel 6, tweede lid, aanhef en onderdelen d en e en artikel 6, derde lid van de ASV zijn niet van toepassing op deze regeling.

  • 3.

    In afwijking van artikel 6, tweede lid, aanhef en onderdeel c van de ASV verstrekt de aanvrager een eenvoudig kosten- en batenoverzicht van de activiteit waaruit het tekort op de begroting blijkt.

  • 4.

    Naast hetgeen genoemd in artikel 6 van de ASV en het derde lid van dit artikel wordt de aanvraag voorzien van:

    • a.

      de hoogte van het te vragen subsidiebedrag;

    • b.

      een omschrijving waaruit het doel en de noodzaak van de activiteit blijkt in relatie tot het doel van deze Nadere regels zoals verwoord in artikel 3, eerste lid.

 

Artikel 10 Aanvraagtermijn

  • 1.

    In afwijking van artikel 7, derde lid van de ASV wordt een aanvraag om subsidie voor activiteiten die plaatsvinden in:

    • a.

      tijdvak 1 ingediend vanaf 6 november 2019 tot en met 20 november 2019;

    • b.

      tijdvak 2 ingediend vanaf 30 december 2019 tot en met 13 januari 2020;

    • c.

      tijdvak 3 ingediend vanaf 21 februari 2020 tot en met 6 maart 2020;

    • d.

      tijdvak 4 ingediend vanaf 29 april 2020 tot en met 13 mei 2020;

    • e.

      tijdvak 5 ingediend vanaf 23 juni 2020 tot en met 6 juli 2020;

    • f.

      tijdvak 6 ingediend vanaf 24 augustus 2020 tot en met 7 september 2020.

  • 2.

    Aanvragen die buiten de aanvraagtermijn worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

 

Artikel 11 Beslistermijn

  • 1.

    In afwijking van artikel 8, tweede lid van de ASV worden aanvragen verzameld tot het verstrijken van de indieningstermijn. Na het verstrijken van de indieningstermijn beslist het college binnen zes weken vanaf de datum waarop de indieningstermijn verstreken is.

  • 2.

    Indien de aanvraag niet compleet is, krijgt de aanvrager een hersteltermijn van twee weken om de aanvraag compleet te maken. Indien de aanvrager dit nalaat, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.

 

Artikel 12 Aanvullende weigeringsgronden

Overeenkomstig artikel 9, derde lid, aanhef en onderdeel f van de ASV kan subsidieverlening worden geweigerd als:

  • a.

    voor de activiteit meer dan eenmaal per tijdvak subsidie van de gemeente Midden-Groningen is ontvangen;

  • b.

    de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met het algemeen belang of belang van openbare orde, volksgezondheid, veiligheid en milieuhygiëne;

  • c.

    de activiteit een politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke boodschap heeft;

  • d.

    aannemelijk is dat de activiteit ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zou worden uitgevoerd;

  • e.

    de kosten naar het oordeel van het college niet in verhouding staan met de activiteit.

 

Artikel 13 Verplichtingen

Niet van toepassing.

 

Artikel 14 Verantwoording

  • 1.

    In afwijking van artikel 10 van de ASV worden activiteiten als bedoeld artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel a vrijgesteld van verantwoording.

  • 2.

    In afwijking van artikel 10 van de ASV dient de subsidieontvanger van subsidies voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel b en c uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in.

  • 3.

    De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan en een overzicht van de gemaakte kosten.

  • 4.

    In afwijking van artikel 10 van de ASV toont een aanvrager, indien het college dit wenst, door middel van facturen aan welke kosten zijn gemaakt.

 

Artikel 15 Aantonen verrichtingen tussen € 5.000 en € 50.000

Dit artikel is niet van toepassing.

 

Artikel 16 Eindverantwoording van subsidies van meer dan € 50.000

Dit artikel is niet van toepassing.

 

Artikel 17 Subsidievaststelling

In afwijking van artikel 13 van de ASV worden subsidies voor activiteiten als bedoeld artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel a altijd direct door het college verleend en vastgesteld.

In afwijking van artikel 13 van de ASV worden subsidies voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel b en c binnen 13 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling vastgesteld. Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 8 weken worden verdaagd.

Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.

 

Artikel 18 Bevoorschotting en betaling in gedeelten

Dit artikel is niet van toepassing.

 

Artikel 19 Slotbepaling

De toelichting bij artikel 8, vijfde lid van deze nadere regels maakt integraal onderdeel uit van deze nadere regels.

Deze nadere regels worden aangehaald als Nadere regels subsidie leefbaarheidsfonds Midden-Groningen 2020-A.

Deze nadere regels treden in werking op de dag na bekendmaking en per die datum worden de Nadere regels subsidie leefbaarheidsfonds Midden-Groningen 2020 ingetrokken.

De Nadere regels Leefbaarheidsfonds 2019-A blijven van toepassing op subsidieaanvragen voor activiteiten die in de periode 1 mei 2019 tot en met 31 augustus 2019 plaatsvonden, de Nadere regels Leefbaarheidsfonds 2019-B blijven van toepassing op subsidieaanvragen voor activiteiten die in de periode 1 september 2019 tot en met 31 december 2019 plaatsvonden en de Nadere regels subsidie leefbaarheidsfonds Midden-Groningen 2020 blijven van toepassing op subsidieaanvragen voor activiteiten die in de periode 1 januari 2020 tot en met 15 maart 2020 plaatsvonden.

Deze nadere regels, met uitzondering van artikel 3, derde en vierde lid, vervallen met ingang van 31 december 2020, met dien verstande dat deze van toepassing blijven op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Leden drie en vier van artikel 3 vervallen met ingang van de dag dat het verbod op samenkomen en evenementen zoals bedoeld in (artikel 2.1, derde lid van) de vigerende Noodverordening COVID-19 Veiligheidsregio Groningen bij wijziging of intrekking van deze verordening vervalt, met dien verstande dat ze van toepassing blijven op subsidies die op basis daarvan verstrekt zijn.

 

Aldus vastgesteld op 12 mei 2020

Burgemeester

Gemeentesecretaris

Toelichting bij artikel 8, vijfde en zesde lid van de Nadere regels subsidie leefbaarheidsfonds Midden-Groningen 2020-A

 

Subsidies voor het leefbaarheidsfonds worden toegekend aan iedere aanvrager die tijdig een aanvraag in heeft gediend en aan de voorwaarden voldoet. Per tijdvak is een bedrag beschikbaar (artikel 8, eerste lid). Bedragen die resteren van eerdere tijdvakken, worden aan de beschikbare middelen toegevoegd (artikel 8, tweede lid). Als blijkt dat het totaalbedrag van subsidiabele aanvragen hoger is dan de beschikbare middelen, worden de beschikbare middelen als volgt verdeeld:

 

Stap 1: meerdere aanvragen door dezelfde aanvrager

 

Hebben één of meerdere aanvragers meerdere subsidiabele aanvragen ingediend? Dan wordt van deze aanvrager(s) de aanvraag met het hoogste subsidiabele bedrag in aanmerking genomen.

 

  • a.

    Zijn er vervolgens middelen over? Dan worden de resterende subsidiabele aanvragen van de hierboven bedoelde aanvrager(s) naar rato toegekend volgens de systematiek die staat beschreven in stap 2. Het naar rato toekennen van de resterende aanvragen volgt uit artikel 8, vijfde lid.

  • b.

    Worden de beschikbare middelen vervolgens niet overschreden, maar zijn er evenmin resterende middelen? Dan worden de resterende subsidiabele aanvragen van de hierboven bedoelde aanvrager(s) afgewezen op grond van artikel 8, vijfde lid.

  • c.

    Worden de beschikbare middelen ook overschreden als van elke unieke aanvrager één subsidiabele aanvraag zou worden toegekend? Dan wordt voor al deze aanvragen stap 2 toegepast. De overige subsidiabele aanvragen van aanvrager(s) die meer dan één subsidiabele aanvraag hebben ingediend, worden afgewezen op grond van artikel 8, vijfde lid.

 

Beleidsmatige onderbouwing van stap 1

 

Het leefbaarheidsfonds beoogt om een zo divers mogelijk aanbod van activiteiten te stimuleren die de leefbaarheid ten goede komen. Het is in het belang van deze diversiteit om zoveel mogelijk verschillende activiteiten van verschillende aanvragers in staat te stellen doorgang te vinden. Het is daarom niet onbillijk om voorrang te geven aan activiteiten van unieke aanvragers.

 

Stap 2: toekennen naar rato

 

Als na toepassing van stap 1 het subsidiabele bedrag nog altijd hoger is dan de beschikbare middelen, worden de beschikbare middelen naar rato verdeeld over de aanvragers. Iedere aanvrager ontvangt een bedrag dat overeenkomt met het aandeel van zijn aanvraag binnen het totaal van aanvragen tijdens het desbetreffende tijdvak. Hieronder staat een voorbeeld:

  •  

Aanvrager A vraagt € 2.000,- aan, aanvrager B € 2.000,-, aanvrager C € 1.500,-, aanvrager D € 1.000,- en aanvrager E € 500,-. Het totaalbedrag aan aanvragen bedraagt € 7.000,-. Er is echter € 6.000,- aan middelen beschikbaar. Het subsidiebedrag dat aanvragers A en B aanvragen, is in beide gevallen 28,57% van het totaalbedrag. Aanvrager C vraagt 21,43% van het totaalbedrag, aanvrager D 14,29% en aanvrager E 7,14%. Aanvragers A en B krijgen een subsidie toegekend van 28,57% van € 6.000,-. Dit is € 1.714,20. Aanvrager C krijgt € 1.285,80 toegekend, aanvrager D € 857,40 en aanvrager E € 428,40. In tabel 1 staat deze uitleg schematisch weergegeven.

  •  

Tabel 1: voorbeeld van een verdeling naar rato als het aangevraagde subsidiebedrag de beschikbare middelen overschrijdt

 

Aangevraagd subsidiebedrag

Percentage van aangevraagd subsidiebedrag

Verdeling van beschikbare middelen naar rato

Aanvrager A

€ 2.000,-

28,57%

€ 1.714,20,- (28,57% van € 6.000,-)

Aanvrager B

€ 2.000,-

28,57%

€ 1.714,20,- (28,57% van € 6.000,-)

Aanvrager C

€ 1.500,-

21,43%

€ 1.285,80,- (21,43% van € 6.000,-)

Aanvrager D

€ 1.000,-

14,29%

€ 857,40,- (14,29% van € 6.000,-)

Aanvrager E

€ 500,-

7,14%

€ 428,40 (7,14% van € 6.000,-)

Totaal

€ 7.000,-

100%

€ 6.000,-

 

  •