De voorzitter van de veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek,
Overwegende:
• Dat de voorzitter van de veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek (hierna: de veiligheidsregio) op 17 maart 2020 de Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek heeft vastgesteld;
• Dat op 29 april 2020, na een tweede aanvullende aanwijzing van de Minister, de noodverordening is gewijzigd en dat de nieuwe noodverordening per die datum in werking is getreden. Deze (nieuwe) verordening wordt aangehaald als ‘Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek van 29 april 2020’ (hierna: de noodverordening);
• Dat in artikel 2.1 van de noodverordening is bepaald dat het verboden is om samenkomsten te laten plaatsvinden of te organiseren dan wel daaraan deel te nemen;
• Dat de voorzitter van de veiligheidsregio op grond van artikel 3.1 lid 1 sub c vrijstelling kan verlenen voor bepaalde categorieën van gevallen;
• Dat het van belang is dat familie, vrienden en kennissen van de overledene(n) in de gelegenheid worden gesteld om in deze bijzondere tijd in aangepaste vorm afscheid te nemen van de overledene(n);
• Dat aan de hiervoor te verlenen vrijstelling overeenkomstig artikel 3.1, eerste lid, aanhef en onder c in samenhang met het tweede lid, van de Noodverordening voorschriften en beperkingen moeten worden verbonden om de (verdere) verspreiding van COVID-19 tegen te gaan;
• Dat het (enkel) onder de hierna genoemde voorschriften is toegestaan een erehaag te vormen ten behoeve van het afscheid van overledene(n);
Gelet op:
- artikel 176 van de gemeentewet;
- artikel 39 eerste lid van de Wet veiligheidsregio’s;
- artikel 3.1 lid 1 sub c jo. artikel 2.1 van de noodverordening;
Besluit: