Artikel 3. Welstandscriteria
Criteria:
Het doel van de woningen is het doorzetten van het beeld van de huidige Neerhofstraat. Hoewel de woningen ook grenzen aan het thematisch vormgegeven parkeerterrein Kasteeltuin is zowel de ruimtelijke als functionele relatie met de Neerhofstraat vele malen groter.
Hoewel de Neerhofstraat een wat gedateerde indruk maakt, is het collectieve beeld toch sterk bepalend voor de ruimtelijke kwaliteit.
Met dit in gedachten is voor de locatie gekozen om aan te sluiten bij de ruimtelijke karakteristieken van de woningen aan de Neerhofstraat. De keuze die in het bestemmingsplan is gemaakt voor vrijstaande woningen is daar al een eerste stap in.
Contrast met de bestaande woonomgeving zou afbreuk doen aan bestaande kwaliteit en de ontwikkeling van vijf vrijstaande woningen is onvoldoende groot om een eigen sfeer neer te zetten. Ook aansluiting bij de kenmerken van de aangrenzende bebouwing van De 7 Schakels is niet goed mogelijk vanwege het verschil in woningtype en bouwmassa (De 7 Schakels is een verzorgingstehuis met appartementen vanaf 4 lagen hoog).
Om echter het ontwerp van de woningen wel de mogelijkheid te bieden om allerlei vernieuwingen in het bouwen sinds de jaren 70/80 te benutten is er voor gekozen om slechts in kleur en materiaal aan te sluiten bij de aanwezige sfeer van de Neerhofstraat. Daarbij gelden de woningen met de huisnummers 2, 4, 5, 5a, 7 en 12 t/m 24 als referentiewoningen.
In figuur 1 is het gebied weergegeven waarvoor de hier beschreven gebiedscriteria van toepassing zijn.
Hoofdaspecten
Het materiaal voor de gevels moet bestaan uit baksteen;
De voor de gevels gebruikte baksteen moet wat kleurstelling betreft identiek zijn aan de stenen van een van de referentiewoningen in de Neerhofstraat;
De verplichte dakvorm is een zadeldak;
Dakbedekking moet bestaan uit pannen in de kleur antraciet;
Bijgebouwen moeten, waar functioneel mogelijk, aansluiten bij de architectuur van het hoofdgebouw;
Aan- uit- en opbouwen moeten op het niveau van de hoofdaspecten, wanneer functioneel mogelijk, dezelfde architectonische kenmerken als de hoofdbouwmassa hebben;
Wijzigingen van een gebouw moeten aansluiten bij de bestaande architectuur van dat gebouw.
Deelaspecten
Bijgebouwen moeten, waar functioneel mogelijk, aansluiten bij de architectuur van het hoofdgebouw;
Aan- uit- en opbouwen moeten op het niveau van de deelaspecten, wanneer functioneel mogelijk, dezelfde architectonische kenmerken als de hoofdbouwmassa hebben;
Wijzigingen van een gebouw, op deelaspect niveau, moeten aansluiten bij de bestaande architectuur van dat gebouw.
Detailaspecten
Bijgebouwen moeten, waar functioneel mogelijk, aansluiten bij de architectuur van het hoofdgebouw;
Aan- uit- en opbouwen moeten op het niveau van de detailaspecten, wanneer functioneel mogelijk, dezelfde architectonische kenmerken als de hoofdbouwmassa hebben;
Wijzigingen van een gebouw op detailniveau moeten aansluiten bij de bestaande architectuur van dat gebouw.