Gemeenteblad van Oss

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
OssGemeenteblad 2020, 104529Verordeningen



Meedoen is belangrijk 2020

De raad van de gemeente Oss;

 

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 maart 2020;

 

gelet op het advies van de adviescommissie van 26 maart 2020;

gelet op de artikelen artikel 108 en artikel 147 Gemeentewet van de Gemeentewet;

 

overwegende dat het wenselijk is financiële belemmeringen voor personen met een minimuminkomen aan deelname aan maatschappelijke activiteiten op het gebied van sportieve, sociaal-culturele en educatieve activiteiten te verminderen of zoveel mogelijk op te heffen, zowel voor volwassenen als voor kinderen die onderwijs of een beroepsopleiding volgen;

 

besluit

vast te stellen de:

 

Verordening Meedoen is belangrijk 2020.

 

 

Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen

 

 

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 1.

    Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

  • 2.

    In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    rechthebbende: de inwoner van Oss van 18 jaar en ouder, niet zijnde een student, die een inkomen heeft dat gelijk is aan of minder dan 120 % van de voor hem geldende bijstandsnorm en van wie het vermogen niet hoger is dan de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34, derde lid van de Participatiewet;

  • b.

    Burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders;

  • c.

    schoolgaande kinderen: kinderen van 4 tot en met 17 jaar die voltijd dagonderwijs volgen;

  • d.

    subsidiejaar: tijdvak van een jaar lopend van 1 augustus tot 1 augustus van het jaar daarop volgend;

  • e.

    student: studerende van 18 jaar en ouder die recht heeft op studiefinanciering op grond van de WSF of de Wtos;

  • f.

    Tegemoetkoming: de bijdrage die op grond van deze verordening verstrekt kan worden;

  • g.

    Middelen: inkomen en vermogen zoals bedoeld in artikel 31 van de Participatiewet.

  • h.

    Inkomen: het inkomen zoals bedoeld in artikel 31 lid 1 en artikel 32 van de Participatiewet.

  • i.

    Bijzonder inkomen: het bijzondere inkomen zoals bedoeld in artikel 33 van de Participatiewet.

  • j.

    Vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet. Met betrekking tot het vermogen wordt aangesloten bij de vermogensgrenzen zoals gehanteerd in de Participatiewet. Vermogen boven deze grenzen wordt meegerekend in de beoordeling van het recht op de voorzieningen in deze verordening.

 

Hoofdstuk 2 Voorzieningen

 

 

Artikel 2. Sociale en culturele activiteiten

  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen aan een rechthebbende een tegemoetkoming verstrekken in de kosten van deelname aan sociale en culturele activiteiten.

  • 2.

    Onder sociale activiteiten worden eveneens sportactiviteiten verstaan.

  • 3.

    De tegemoetkoming bedraagt € 150,- per persoon per subsidiejaar voor alle tot het gezin behorende personen.

  • 4.

    De gemaakte kosten dienen desgevraagd te worden aangetoond. Verificatie van de gemaakte kosten vindt plaats aan de hand van door de rechthebbende te tonen bewijzen als (bijvoorbeeld) een lidmaatschapskaart van een sportvereniging, abonnement schouwburg, de museumjaarkaart of bewijs van plaatsing van een kind tot 4 jaar in een peuterspeelzaal.

 

Artikel 3. Schoolkosten

  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen aan een rechthebbende een tegemoetkoming verstrekken voor een tegemoetkoming in de schoolkosten voor schoolgaande ten laste komende kinderen.

  • 2.

    De tegemoetkoming bedraagt € 300,- voor een schoolgaand kind van 12 tot en met 17 jaar per subsidiejaar.

  • 3.

    De tegemoetkoming bedraagt € 50,- voor een schoolgaand kind van 4 tot en met 11 jaar per subsidiejaar.

  • 4.

    De tegemoetkoming bedraagt € 400,- in het subsidiejaar waarin de leerling vanuit het basisonderwijs in het voortgezet onderwijs overstapt. Deze bijdrage van € 400,- is eenmalig en alleen in dit overgangsjaar en is dan in plaats van de in lid 2 en lid 3 genoemde bedragen, niet aanvullend op die bedragen.

  • 5.

    De betaling van de tegemoetkoming vindt plaats in augustus.

  • 6.

    Verificatie van daadwerkelijk gemaakte schoolkosten vindt plaats door middel van inzage in het inschrijvingsbewijs van de betreffende school.

 

Artikel 4. Zwemlessen

  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen een tegemoetkoming verstrekken voor de kosten van zwemlessen van de ten laste komende kinderen van 5 tot en met 11 jaar die niet over het zwemdiploma A of B beschikken.

  • 2.

    De tegemoetkoming wordt vastgesteld op basis van een vast afgesproken tarief. De kosten worden vergoed voor minimaal diploma A en maximaal diploma B of vergelijkbaar.

  • 3.

    De tegemoetkoming eindigt wanneer het kind in groep 7 zit. Vanaf dán kunnen de ouders een beroep doen op de vangnetregeling schoolzwemmen van de gemeente.

  • 4.

    De tegemoetkoming wordt in natura verstrekt door rechtstreekse betaling aan de door de gemeente gecontracteerde aanbieders van de zwemlessen.

 

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

 

 

Artikel 5. Hardheidsclausule

Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ten gunste van de rechthebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

 

Artikel 6. Beleid

Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de uitvoering van deze verordening nadere regels stellen.

 

Artikel 7. Indexering

De bedragen in de verordening kunnen jaarlijks worden geïndexeerd.

 

Artikel 8. Onvoorziene situaties

In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders.

 

Artikel 9. Rechtmatigheid

Het college controleert periodiek de rechtmatigheid van de verstrekkingen. Hierbij wordt uitgegaan van het beginsel risicosturing dat aan het concept Hoogwaardig Handhaven ten grondslag ligt. De wettelijke grondslag hiervoor is de Handhavingsverordening. De in deze verordening aan Burgemeester en Wethouders geformuleerde opdracht tot het stellen van nadere regels voor de uitvoering is van overeenkomstige toepassing op de verordening Meedoen is belangrijk.

 

Artikel 10. Terugvordering

In geval van ten onrechte uitgekeerde tegemoetkoming is paragraaf § 6.4 - Terugvordering uit Hoofdstuk 6 van de Participatiewet van overeenkomstige toepassing.

 

Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 april 2020.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening Meedoen is belangrijk 2020”.

  • 3.

    De verordening Meedoen is belangrijk 2019, vastgesteld in de vergadering van 24 oktober 2019 wordt ingetrokken op de dag van inwerkingtreding als bedoeld in het eerste lid.

 

 

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 16 april 2020

De griffier,

drs. P.H.A. van den Akker