Gemeenteblad van Breda
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Breda | Gemeenteblad 2019, 96586 | Overige besluiten van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Breda | Gemeenteblad 2019, 96586 | Overige besluiten van algemene strekking |
Jaarverslag Toezicht en Handhaving Breda 2018
Voor u ligt het laatste jaarverslag Toezicht en Handhaving in deze vorm. De afgelopen jaren hebben we de keten veiligheid, vergunningen, toezicht en handhaving samengebracht. Toezicht en handhaving is een instrument om de veiligheid en leefbaarheid in Breda te vergroten; het is geen doel op zich.
In 2018 is het Meerjarenprogramma Veiligheid 2019-2022 (MJP) vastgesteld. Het MJP geeft onze richting aan op het gebied van veiligheid, vergunningen, toezicht en handhaving. Daardoor werken we in 2019 met een Uitvoeringsprogramma Veiligheid en Leefomgeving waarin alle activiteiten op het gebied van toezicht en handhaving zijn opgenomen in samenhang met veiligheid en vergunningen. Ook op het vlak van veiligheid en leefbaarheid brengt Breda het samen!
Het afgelopen jaar was gericht op het borgen van de activiteiten uit het Programma Toezicht en Handhaving 2018 én het werken in lijn met het nieuwe MJP. Daarbij gingen we uit van informatie- en risicogestuurd werken volgens de BredA-AANpak: analyseren, anticiperen en activeren. In 2018 leidde dit tot aanpassingen in de uitvoering van het Programma. Deze worden in hoofdstuk 4 nader toelicht.
Enkele geschetste landelijke ontwikkelingen hebben in 2018 nog niet plaatsgevonden. De Wet private kwaliteitsborging is nog niet in werking getreden en de Omgevingswet heeft nu 2021 als ingangsdatum. Hierdoor is nu nog niet duidelijk hoe het toezicht en de handhaving binnen de gebouwde omgeving eruit gaan zien. We volgen deze ontwikkelingen op de voet en waar mogelijk nemen we deel aan pilottrajecten om goed voorbereid te zijn.
De investeringen van de afgelopen jaren werden in 2018 op een mooie manier zichtbaar. Onze intensievere inzet op ondermijning heeft geleid tot een grotere bewustwording binnen Breda en een aantoonbaar grotere verstoring van de georganiseerde criminele industrie. De ontwikkeling van het Veiligheids Informatie Knooppunt (VIK) heeft ons veel inzicht gegeven en het VIK is ook landelijk benoemd tot waardevol instrument.
Het principe van de wijkBOA is volledig geïmplementeerd en wordt door ketenpartners en in de wijken en buurten als waardevol ervaren. Hiermee voegden we op het vlak van leefbaarheid en veiligheid een herkenbare schakel toe aan het fijnmazige netwerk in de Bredase wijken en buurten. De integratie van buurtpreventie binnen de keten zorgt voor een grote toename van het aantal buurtpreventiegroepen in verschillende vormen, afgestemd op de behoefte van de straat of buurt. Verder is de aanpak van radicalisering en polarisering binnen het Zorg- en Veiligheidshuis landelijk als voorbeeld benoemd.
Op een aantal vlakken zijn onze resultaten positiever dan we bij het opstellen van het Programma 2018 hadden voorzien. Een van de redenen hiervoor is de intensivering van de communicatie, onder andere via berichten op social media en voorlichting op scholen. In dit verslag komen nog meer aansprekende voorbeelden aan bod. We zijn trots dat we ook in 2018 een mooie bijdrage hebben kunnen leveren aan de veiligheid en leefbaarheid in de stad, voor Bredanaars én bezoekers.
Dit jaarverslag evalueert de uitvoering van het programma Toezicht en Handhaving Breda 2018 (kortweg: Programma 2018). De nadruk ligt op relevante ontwikkelingen en behaalde resultaten. Aanpassingen ten opzichte van het Programma 2018 lichten we toe.
Het Programma 2018 deelde de verschillende taakvelden in op thema en bepaalde de prioriteit. De buurtspecifieke aanpak om maatwerk te bieden, hebben we anders vormgegeven dan in het Programma 2018 bepaald. We ontvangen signalen vanuit de stad en bepalen op dat moment onze inzet, rekening houdend met het Programma 2018 en relevante ontwikkelingen.
Diverse ontwikkelingen hebben onze voorgenomen en uitgevoerde taken in 2018 beïnvloed. Zo hebben we de aanpak van ondermijning geïntensiveerd en een groot aantal casussen opgepakt. De BOA’s draaiden een succesvolle pilot met bodycams, die vanaf 2019 tot de standaard uitrusting behoren. We zetten jeugdBOA’s in om jeugdoverlast aan te pakken en startten de uitvoering van het project ‘Aanpak verrommeling binnenstad’. Toezicht en handhaving op het water gaven we verder vorm met de eerste controles op de singels met onze nieuwe handhavingsboot.
In 2018 hebben we verschillende samenwerkingsverbanden geïntensiveerd. Mede daardoor zijn toezicht en handhaving zichtbaarder geworden. We hebben 55 casussen op het gebied van ondermijning opgepakt, waarvan 20 in integraal RIEC-verband. Ook met de politie werken we nauwer samen, bijvoorbeeld bij de aanpak van prostitutie en drugs. Verder zijn de brandweer Midden- en West-Brabant en de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant belangrijke ketenpartners met wie we intensief blijven samenwerken.
Ongeveer de helft van de taakvelden voerden we uit conform het Programma 2018. De resultaten van de andere taakvelden zijn anders dan in het Programma 2018 voorzien. Deze lichten we toe in dit jaarverslag. Daarbij springen de volgende taakvelden eruit:
Verder voerden we een aantal taken uit in aanvulling op het Programma 2018: taxicontroles, Hazeldonk en toezichtprojecten voor zwembaden, galerijen en balkons.
Breda voldoet aan de kwaliteitscriteria 2.1
De meting over 2017 liet zien dat de gemeente Breda voldoet aan alle vereiste kwaliteitsniveaus. In 2018 hebben we dit niveau behouden: er hebben geen personeelswisselingen plaatsgevonden met relevante invloed.
1 UITGANGSPUNTEN PROGRAMMA 2018
Dit jaarverslag evalueert de uitvoering van het programma Toezicht en Handhaving Breda 2018.
Het Programma 2018 deelde de verschillende taakvelden in op thema en bepaalde per taakveld de prioriteit. Onderstaande tabel geeft dit weer.
De volgende tabel geeft een toelichting op de prioritering in het Programma 2018, waarbij we een objectieve landelijke systematiek hanteerden. Meer informatie hierover is terug te vinden in hoofdstuk 5 van het Meerjarenprogramma Toezicht en handhaving 2016-2019.
In het Programma 2018 gaven we sommige taakvelden geen eenduidige prioritering, omdat deze per wijk verschilt. Hiermee wilden we maatwerk in beeld brengen: we zetten toezicht en handhaving in waar de stad ons nodig heeft. Voorbeelden zijn de taakvelden afval, honden en parkeren, die per wijk sterk kunnen verschillen. Ook zijn er taakvelden die vooral in het centrum spelen, zoals terrassen, uitstallingen en evenementen.
Deze prioritering was gebaseerd op een eenmalig meetmoment naar aanleiding van gesprekken met de wijkraden. In de praktijk zijn onze accenten voortdurend in beweging, afgestemd op wat zich op dat moment afspeelt in de stad. Daarom hebben we in 2018 een doorontwikkeling gemaakt in de buurtspecifieke aanpak en introduceerden we het principe wijkBOA. Hiermee is onze zichtbaarheid en toegankelijkheid in de wijk vergroot. WijkBOA’s werken nauw samen met wijkagenten, wijkbeheerders en bewoners. Ze kennen de wijken goed, weten wat er speelt en zijn een bekend, zichtbaar en toegankelijk aanspreekpunt.
Deze doorontwikkeling van de buurtspecifieke aanpak is in lijn met het nieuwe MJP. Dankzij de ontwikkeling van het VIK kunnen we steeds beter werken volgens de BredA-AANpak: analyseren, anticiperen en activeren. We werken informatie- en risicogestuurd, kunnen preventief handelen en de prioritering op dagelijkse basis afstemmen.
Diverse ontwikkelingen hebben onze voorgenomen en uitgevoerde taken in 2018 beïnvloed.
In 2018 hebben we de aanpak van ondermijning verder uitgebreid. Het meerjarenprogramma Veiligheid 2019 -2022 (MJP) omschrijft hoe we vanuit vier pijlers te werk gaan:
In 2018 hebben we de criminele bedrijfsprocessen nog krachtiger verstoord. Als gemeente hebben we een cruciale rol in het proces waarbij criminelen zich willen ontplooien en ontwikkelen in de bovenwereld. We pakken specifieke casussen op vanuit de gemeentelijke processen en op basis van signalen van onze ketenpartners.
Voor een doeltreffende aanpak is interne regie een vereiste. We bepalen onze strategie samen met onze ketenpartners. In 2018 pakten we 55 casussen op, waarvan 20 in integraal RIEC-verband. We troffen daarbij diverse bestuurlijke maatregelen en interventies. Belangrijk onderdeel daarvan zijn de acties van het Bestuurlijk Interventie Team (BIT). Daarnaast zetten we nog tal van bestuurlijke maatregelen in, zoals het intrekken van vergunningen, de correctie van inschrijvingen in de basisregistraties en het voorkomen van vestiging van criminele kopstukken in de horeca. Ook is 20 keer een drugspand gesloten op grond van de Opiumwet. Daarnaast zijn hier 18 waarschuwingen voor afgegeven.
In 2018 ontplooiden we de eerste activiteiten onder de pijlers ‘Vergroten van de maatschappelijke en sociale weerbaarheid’. Dit gebeurde binnen het project ‘Aanpak ondermijning Haagdijk/Nieuwe Haagdijk/Haagweg’. Naast controles en handhavingsacties organiseerden we ook bijeenkomsten om de weerbaarheid van de betrokkenen te vergroten. Professionals, ondernemers en pandeigenaren benoemden risico’s en specifieke kenmerken die de straten kwetsbaar maken voor ondermijnende activiteiten. Ook gaven de betrokkenen hun ideeën voor het ontmoedigen van ondermijning in deze straten. We gaan hier in samenwerking met onze ketenpartners enthousiast mee verder.
Integrale samenwerking en complexe zaken
Onze rol binnen de integrale aanpak en casuïstiek die het reguliere werk overschrijdt, is in 2018 verder uitgebreid. Door panden te bezoeken met een team van relevante partners, krijgen we nog meer zicht op alles wat speelt er in een pand, straat, wijk of de gemeente. Complexere zaken die tot handhavingsknel-punten worden benoemd, kunnen we diepgaander onderzoeken, mede door het toepassen van de inzichten vanuit het VIK. De diverse disciplines kunnen zaken aanpakken binnen hun eigen werkzaamheden en bevoegdheden - en tóch in gezamenlijkheid. In 2018 controleerden we 247 panden tijdens 33 acties. Integrale acties hebben een dubbel effect: buiten het blootleggen van overtredingen, strijdigheden en strafbare feiten, gaat er ook een sterke preventieve werking van uit. Het effect dat we bereiken in de directe omgeving en ver daarbuiten, draagt sterk bij aan het gevoel van een verbeterde woon-, werk- en leefomgeving. Tegelijkertijd krijgen we door deze integrale aanpak nog beter inzicht in (criminele) samenwerkingsverbanden en ondermijnende activiteiten. Binnen district De Baronie werken we samen met gemeenten en andere partijen om capaciteit en kennis te delen. Om deze samenwerking te verbeteren, wordt binnen het district een projectleider BIT aangesteld.
Begin 2018 startte een werkgroep met het opstellen van nieuw prostitutiebeleid. Deze werkgroep besprak ook de doelstellingen en de uitvoering van controles. Het controleren en onderzoeken van onvergunde prostitutie in woningen en andere gebouwen blijft vooralsnog een taak van de politie. Het controleren van vergunde inrichtingen is overgegaan naar de gemeente. Dit is nu een taak voor de BOA’s, in samenwerking met de politie.
In 2018 draaiden we een pilot van zes maanden met bodycams. Tien BOA’s droegen deze tijdens hun diensten. De verwachting was dat dit het veiligheidsgevoel van de BOA’s zou vergroten. Ook zouden bodycams een de-escalerende werking kunnen hebben in specifieke situaties. We hebben de pilot geëvalueerd en de bodycams blijken een succes. De BOA’s voelen zich veiliger en we trekken de voorzichtige conclusie dat het dragen van een bodycam leidt tot 38% minder agressie. Dit blijkt uit een analyse van het aantal agressiemeldingen en aangiftes, in relatie tot de aanwezigheid/afwezigheid van een bodycam. De pilot heeft ook bijgedragen aan de professionalisering van de BOA's. Ze zijn ingezet tijdens trainingen, om beelden terug te kijken en om deze gezamenlijk te analyseren. Gezien het succes van de pilot is de bodycam nu onderdeel van de standaarduitrusting van de BOA's.
Landelijk gezien krijgt straatintimidatie steeds meer aandacht. Als Gemeente Breda vinden we dat straatintimidatie bestraft moet kunnen worden. Het opnemen van straatintimidatie als overtreding in de APV is hierin de eerste stap geweest. Er is opgenomen dat ‘…het verboden is op of aan de weg of in een voor publiek toegankelijk gebouw, in groepsverband dan wel afzonderlijk, onnodig op te dringen, anderen uit te jouwen of met aanstootgevende taal, gebaren, geluiden of gedragingen dan wel door anderszins uitdagend gedrag, vanuit het oogpunt van onder andere ras, godsdienst, levensovertuiging, seksuele geaardheid, politieke gezindheid, strafrechtelijk verleden, geslacht of gezondheid, anderen te intimideren, dan wel anderszins lastig te vallen of aanleiding te geven tot mogelijke ongeregeldheden…’.
Bij straatintimidatie wordt vaak gedacht aan meisjes en vrouwen als slachtoffer, maar in onze APV maken we de doelgroep bewust groter. De openbare ruimte beperken we niet tot het centrum, ook de woonomgeving nemen we mee. Landelijk onderzoek laat namelijk zien dat straatintimidatie meer voorkomt in de woonwijken dan in het centrum/ uitgaansgebied van de stad.
In 2018 is gestart met het opstellen van het plan van aanpak ‘Straatintimidatie in Breda’ en in 2019 wordt dit afgerond. Het plan bevat een aantal uitgewerkte middelen voor handhavers van de openbare orde om te kunnen optreden tegen ongewenste verbale en/of fysieke intimidatie in de openbare ruimte.
Door de wijziging van de APV kunnen handhavers optreden op het moment dat ze genoemd gedrag signaleren en zijn ze niet meer afhankelijk van het indienen van een klacht door een slachtoffer. Verder gaat het plan van aanpak in op een meldingssysteem voor slachtoffers van intimidatie, instructie van de handhavers en communicatie met de stad.
In 2017 trad de Wet aanpak woonoverlast in werking. Deze wet wijzigt de Gemeentewet en geeft burgemeesters de mogelijkheid om specifieke gedragsaanwijzingen te geven aan overlastgevers. Gemeenten krijgen hiermee meer wettelijke mogelijkheden om woonoverlast aan te pakken. De wet kan alleen worden toegepast bij ernstige en herhaaldelijke hinder, die redelijkerwijs niet op een andere geschikte manier kan worden tegengegaan. Hiervoor is altijd een sterke motivering nodig.
Het jaar 2018 hebben we benut voor verdieping in deze wet en de ontwikkeling van expertise. Toepassing van de wet zal in 2019 gebeuren. Naar aanleiding van onze ervaringen volgt er beleidsontwikkeling.
Jeugdwerk is in Breda een samenwerking van jeugdwerkers (Surplus en Social Work), onze jeugdBOA’s en de jeugdbrigadiers (politie). We hebben afspraken gemaakt over wie wanneer in beeld komt. Jeugdwerkers stimuleren activiteiten, ontmoetingen en talentontwikkeling. Ze zijn een aanspreekpunt in de wijk, ook bij jeugdoverlast. Door hun brede positie zijn ze goed in staat om de jeugd hierover te benaderen. Ook spreken ze met bewoners die overlast ervaren en komen ze op voor kwetsbare jongeren die op een negatieve manier beïnvloed worden. Sinds 2018 krijgt het jeugdwerk ondersteuning van onze jeugdBOA’s. Zij zijn de zichtbare professionals in de wijk, een herkenbaar aanspreekpunt voor bewoners bij overlast. Zij komen in beeld wanneer de inzet van jeugdwerkers versteviging nodig heeft of bij aanhoudende overlast. Tijdens hun diensten bezoeken ze overlastlocaties, geven jongeren uitleg over de ervaring van overlast op bepaalde momenten, spreken hen aan op gedrag dat overlast geeft en verbaliseren als dat nodig is. Ze zoeken de samenwerking met collega’s van andere afdelingen. Bijvoorbeeld de fysiek wijkbeheerder, die fysieke aanpassingen kan doorvoeren die bijdragen aan het verminderen van overlast. Denk aan het verbeteren van de verlichting, het plaatsen of juist verwijderen van bankjes en het aanbrengen van huisregels. De jeugdbrigadiers van de politie komen in beeld wanneer de openbare orde in het geding komt, als de jeugdgroep zich bezighoudt met criminaliteit of als zich incidenten voordoen.
In 2018 hebben deze samenwerkende partijen zich op diverse plaatsen ingezet om overlast terug te dringen. Belangrijke locaties zijn onder andere het Chassé Park (Parade), de steiger (Boeimeer), het Koolwijkpark en het parkje aan de Overakkerstraat. Deze inzet leidde tot positieve resultaten, met de kanttekening dat jeugdgroepen vaak ‘vloeibaar’ zijn en zich verplaatsen. Er is dan ook behoefte aan geschikte locaties om jeugd naartoe te kunnen verwijzen. Het gesprek hierover is gestart en loopt in 2019 door.
Verder was er in 2018 overlast van een min of meer vaste groep met een aanvoerder. Hier traden we op in samenwerking met het Zorg- en Veiligheidshuis Baronie Breda, omdat er sprake was van jeugdoverlast overstijgende problematiek.
De betrokken organisaties hebben geen uniforme werkwijze. Dit zorgt voor verschillen in ervaringen met, kennis over en zicht op jeugdoverlast. Het is daarom belangrijk om gezamenlijk de ervaringen te bespreken en te evalueren. Van daaruit kan een uniforme werkwijze opgesteld worden, met als doel het versterken van de samenwerking en de resultaten. Dit draagt bij aan optimaal zicht op jeugdoverlast in onze gemeente en een succesvolle aanpak.
In 2018 hadden we op diverse terreinen aandacht voor de persoonsgerichte aanpak. Dit gebeurt vanuit een gecombineerde inzet van bewustwording, preventie, zorg en repressie. Hierbij ging het onder meer over de aanpak van ondermijning, personen met verward gedrag, polarisatie en radicalisering, en de terugkeer van ex-gedetineerden. Verder hadden we aandacht voor cyberveiligheid en jeugd, en zijn we gestart met de beweging die is gericht op het doorbreken van criminele carrières. Dit doen we samen met onze ketenpartners en collega’s in het sociaal domein. Een voorbeeld is het gebied Valkenberg-Station (VAST), waar we mooie resultaten hebben behaald. Hier werken we samen met ketenpartners in de aanpak van drugscriminaliteit en alcohol- en drugsoverlast. In een maandelijkse monitoroverleg worden ook acties uitgezet. In 2018 hebben we vooral geïnvesteerd in de aanpak van overlast in het Valkenberg. Hierbij zijn enkele drugsdealers aangehouden en zijn gebiedsverboden uitgereikt. Dankzij deze persoonsgerichte aanpak en monitoring door onder meer politie en toezichthouders is de overlast in het Valkenberg sterk teruggedrongen.
Gastvrije en aantrekkelijke binnenstad
Met het project ‘Aanpak verrommeling binnenstad’ willen we bereiken dat alle geplaatste uitstallingen voldoen aan de voorschriften in de Buitenruimteverordening Binnenstad Breda. Het project is gericht op het aantrekkelijker en veiliger maken en houden van de openbare ruimte in de binnenstad. In 2018 is de uitvoering gestart, waarbij toezichthouders controleren op uitstallingen, zoals reclameborden en handelswaar. Deze actie is vooraf actief gecommuniceerd aan ondernemers via toezichthouders, flyers en nieuwsflitsen van het Ondernemersfonds. De communicatie vooraf en de controles door toezichthouders hebben een sterk effect. Eerder stond bijna geen enkele uitstalling op de juiste plek (tegen de gevel). Het project leidt ertoe dat de meeste ondernemers hun uitstallingen verwijderen of op de juiste manier plaatsen.
We hebben veel bereikt op het gebied van nautisch beheer. Aanleiding voor onze inspanningen zijn het Waterkompas (in 2017 door de gemeenteraad vastgesteld) en de hoge prioritering van effectief toezicht en handhaving op het water. Alle nieuwe ligplaatsen zijn gerealiseerd, bootjes zijn verplaatst en illegale bootjes zijn verwijderd. We hebben de nieuwe handhavingsboot in gebruik genomen en zetten deze veelvuldig in. De eerste opzet en inzet van onze capaciteit laat zien dat toezicht en handhaving op de naleving van regels en gemaakte afspraken nodig blijft. De waterrecreatie neemt nog steeds toe, ook op commercieel vlak (bijvoorbeeld watertaxi’s, de nieuwe locatie van Bootje varen in jachthaven de Werve en de ontwikkelingen in en om de Belcrumhaven). Ook uit signalen vanuit de stad blijkt de behoefte aan toezicht en handhaving op het water. In 2018 zijn dan ook enkele BOA’s hiervoor opgeleid. Vooruitblikkend naar 2019 is het belangrijk om toezicht en handhaving op het water verder te ontwikkelen en een aantal verbeterpunten aan te pakken. De aanleg van een trailerhelling blijft bijvoorbeeld een aandachtspunt. Samen met inwoners en waterrecreanten willen we het verblijf op het water in de stad zo prettig mogelijk maken.
De gemeente Breda heeft een belangrijke rol bij het beoordelen van aanvragen en onderzoeksrapporten, bij het stellen van ecologische vergunningsvoorwaarden en bij toezicht en handhaving hierop. In 2017 en 2018 hebben we stappen gezet om ‘groen’ meer te verweven in onze werkzaamheden. Binnen vergunningverlening is de aandacht voor ecologische aspecten gegroeid. Het bewustzijn is verhoogd, bijvoorbeeld bij omgevingsvergunningen, slopen en evenementen. We merken dat dit aansluit bij wat de stad van ons vraagt. We hebben een ‘groene’ vergunningverlener die adviseert op dit gebied en die steekproefsgewijs vergunningaanvragen beoordeelt in het licht van groene wetgeving. We hebben wekelijks een integraal overleg over kapvergunningen, waarbij diverse specialisten op het gebied van ecologie aanschuiven. Het zou mooi zijn als we dit in de toekomst kunnen uitbreiden naar meer typen vergunningen. Verder onderzoeken we de mogelijkheden van een gebiedsgerichte ontheffing, die de natuur én ruimtelijke ontwikkelingen moet helpen. Aandachtspunten zijn: samenwerking in de keten en de verbetering van kennis, kunde en capaciteit op het gebied van toezicht en handhaving. Hier bouwen we in 2019 aan verder.
Begeleiding grote bouwprojecten
Bouwprojecten die vanwege hun omvang meerdere jaren duren, vragen om intensieve begeleiding. Voorbeelden zijn de rechtbank (bouwsom € 75 miljoen, bouwtijd 1 jaar en 7 maanden) en het Amphia-ziekenhuis (bouwsom € 225 miljoen, bouwtijd 2,5 jaar). Tijdens de bouw controleren we het werk van de aannemer om de veiligheid en kwaliteit van het bouwwerk te waarborgen en waar nodig bij te sturen. We controleren specifiek op de constructieve veiligheid, de brandveiligheid en de gezondheid in het gebouw. Door wekelijkse bezoeken ontstaat er een continu proces van controles op de regelgeving van het Bouwbesluit en de uitvoering op de bouwplaats. De plantoetser, de constructeur, de brandweer en de bouwkundig opzichter houden over een lange termijn de focus op deze werken. Tijdens dit traject krijgen ze wekelijks vragen en opmerkingen van de bouwende partijen.
3 SAMENWERKING MET EXTERNE PARTIJEN
Onze stakeholders zijn betrokken bij het opstellen van het MJP. Denk aan woningcorporaties, wijk- en dorpsraden, ondernemers en de ketenpartners die hieronder worden genoemd. Zij hebben input gegeven en zijn actief geïnformeerd over de inhoud en de totstandkoming van het MJP. Dit heeft bijgedragen aan de verbinding tussen de gemeente en haar stakeholders: de stad. Hiermee kregen we ook inzicht in de wensen en ervaringen van onze stakeholders op het gebied van toezicht en handhaving.
Verder hebben we in 2018 voor het eerst op een interactieve manier onze ketenpartners in de wijken bevraagd via onze wijkBOA’s. De belangrijkste conclusie is dat onze toegenomen zichtbaarheid en toegankelijkheid gewaardeerd wordt. Zo werken we aan een duurzame, sterke verbinding met de stad. In 2019 werken we deze methode nader uit, onder meer om de respons te vergroten.
Zorg- en Veiligheidshuis Baronie Breda (ZVH)
Het ZVH richt zich op de aanpak van complexe problematieken, door een intensieve samenwerking tussen de ketens straf, zorg en bestuur. Specialisten bieden ondersteuning bij casussen waarin professionals binnen de reguliere ‘eigen’ keten niet voldoende tot een duurzame en doeltreffende oplossing komen. Het ZVH heeft in 2018 een groot aantal zaken aangepakt omdat het voorliggend veld niet kwam tot een doorbraak of duurzame oplossing. Ook pakten ze een aantal zaken op in het kader van actuele thema’s, zoals radicalisering en Bestuurlijke Informatievoorziening Justitiabelen (BIJ). Wat betreft de aanpak van radicalisering, is het ZVH een voorbeeld genoemd voor de rest van het land.
Het ZVH faciliteerde de samenwerking van zorg- en strafpartners in onder meer het Justitieel Casusoverleg, het Overleg Huiselijk Geweld, het Scenarioteam Seksueel Geweld en de jeugdbeschermingstafel KR8. Daarbij stak het ZVH veel energie in de eigen positionering, zodat de juiste zaken juist aangepakt werden en worden. Het ZVH heeft de trekkende rol van Breda als centrumgemeente overgenomen voor wat betreft de implementatie van de regiekaart de-escaleren, behorend bij het thema ‘personen met verward gedrag’. Het ZVH werkte verder mee aan de opgave die de Citydeal met zich meebracht, zoals de pilot re-integratie ex-gedetineerden. Ook implementeerde het ZVH de vereisten die de nieuwe privacyregelgeving stelt aan het delen van gegevens in de governance en het werkproces. Daarmee loopt het ZVH in Nederland voorop.
RIEC Zeeland West-Brabant & Oost-Brabant
De RIEC’s zijn Regionale Informatie en Expertise Centra, opgericht om gemeenten en andere overheidspartners te ondersteunen bij de bestuurlijke en integrale aanpak van ondermijnende criminaliteit. Het RIEC faciliteert de zogenoemde 1-overheid-aanpak van ondermijnende criminaliteit. Daarbij worden de taken en expertise van de politie, het Openbaar Ministerie, de gemeenten, de provincies, de Belastingdienst, de FIOD, de douane, de ISZW en de KMAR geïntegreerd ingezet, zodat we een maximaal effect bereiken in de strijd tegen criminaliteit die de samenleving bedreigt. In 2018 hebben we in samenwerking met het RIEC 20 casussen opgepakt.
De werkzaamheden van de BOA’s hebben raakvlakken met die van de politie. Hun taken op het gebied van veiligheid en leefbaarheid zijn complementair aan elkaar. De introductie van de wijkBOA is een grote stap vooruit in de samenwerking. Deze is concreter en meer zichtbaar geworden. De politie waardeert het dat de horeca ook goed op de kaart is gezet bij toezicht en handhaving. Het is belangrijk om goed te blijven communiceren en terugkoppeling te geven op de informatie die we uitwisselen. Een goede samenwerking met de politie komt de veiligheid en leefbaarheid in de stad immers ten goede.
Brandweer Midden- en West-Brabant
De samenwerking met de brandweer Midden- en West-Brabant (BMWB) vindt plaats op basis van het Basistakenpakket Brandweerzorg Risicobeheersing 2.0. Hiermee stemmen we de prioriteiten af tussen de taken van de brandweer en de gemeentelijke taken op het gebied van brandveiligheid. In 2019 werken we toe naar een dienstverleningsovereenkomst met duidelijke verwachtingen over en weer. Vanwege een capaciteitsprobleem is dit in 2018 niet gelukt. In de tweede helft van 2019 is er capaciteit beschikbaar om hiermee aan de slag te gaan.
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB)
In december 2017 stelde het algemeen bestuur van de OMWB de Midden- en West-Brabant norm vast, kortweg: de MWB-norm. Deze bepaalt de inhoud van de OMWB-taken, de kwaliteit, de productiviteit, het regionaal uitvoeringsprogramma, de programmering van het werk, de basistaken en de verzoektaken én de financiering van de OMWB door de deelnemers. Het doel is dat de OMWB volgens eenzelfde norm gaat werken voor elke deelnemer, waardoor vergelijkbare bedrijven in verschillende gemeenten op dezelfde manier behandeld worden. De MWB-norm vormt de financiële basis voor het Gemeenschappelijke Uitvoeringskader (GUK), dat op 4 december 2018 door onze gemeenteraad is bekrachtigd. Het GUK beschrijft de algemene uitgangspunten en de strategieën die de OMWB hanteert bij de uitvoering van de VTH-milieutaak (vergunningverlening, toezicht en handhaving op milieugebied). Risicogericht werken en programmeren is hierbij het centrale uitgangspunt.
De OMWB en de deelnemers maken de beweging van taakgericht naar probleem- en risicogericht werken: ‘van vinken naar vonken’. Op basis van een risicoanalyse wordt in het GUK een risicozwaarte toegekend aan de branches die onder de VTH-milieutaak vallen. Op basis hiervan worden inhoudelijke keuzes gemaakt en worden de beschikbare middelen ingezet waar de risico’s voor veiligheid, gezondheid, milieu en leefbaarheid hoger zijn. Ook is gewerkt aan een uniform mandaatbesluit voor alle deelnemende partijen. Het uniforme mandaatbesluit van de gemeente Breda is op 24 januari 2019 in werking getreden. Verder zal in 2019 een volledige digitalisering worden uitgerold van de informatie van bedrijven, dossiers en de voortgang van processen. Hiermee is het plan ‘Huis Op Orde’ afgerond.
De OMWB heeft een eigen begrotings- en verantwoordingscyclus. Alle werkzaamheden die de OMWB in 2018 heeft uitgevoerd in opdracht van de gemeente Breda, staan in de eindrapportage (T3-rapportage). Dit rapport is opgenomen in bijlage 2.
Ons werkprogramma is volledig en naar tevredenheid uitgevoerd. Ook de nieuwe toezichtstaak ‘asbest’ is naar behoren overgedragen, geïmplementeerd en uitgevoerd, waarbij het geraamde budget nagenoeg toereikend was. Dit geldt ook voor het project ‘intensief toezicht veehouderijen’, waarbij 43 bedrijven zijn bezocht in samenwerking met de provincie.
De aanbevelingen uit de T3-rapportage zijn meegenomen in het werkprogramma voor 2019. We hebben de OMWB gevraagd om in de T3-rapportage over 2019 meer in te gaan op de trends ten opzichte van voorgaande jaren en op de resultaten van met name de toezichtstaken en de daarbij behorende aanbevelingen.
4 UITGEVOERDE TAKEN EN ACTIVITEITEN
De gemeente heeft een toezichthoudende en handhavende taak op diverse taakvelden. Per taakveld hebben we in het Programma 2018 de producten beschreven. Ook hebben we onze inzet van instrumenten en middelen bepaald op basis van de toegekende prioriteit. Bijlage 1 bevat een uitwerking van de resultaten per
4.1 Uitgevoerd conform het Programma 2018
De volgende taakvelden hebben we uitgevoerd conform het Programma 2018:
Deze taakvelden worden daarom verder niet besproken in dit jaarverslag. We gaan in op de taakvelden die anders zijn uitgevoerd dan opgenomen in het Programma 2018 en geven daarop een toelichting.
4.2 Uitgevoerd anders dan het Programma 2018
Bij de uitvoering van de volgende taakvelden zijn we afgeweken van het Programma 2018:
Hierna volgt per thema een toelichting op de resultaten van deze taakvelden.
Dit taakveld kende meer handhavingstrajecten dan geraamd. In 2018 hebben we een inhaalslag gemaakt om de inhoud en kwaliteit van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) op orde te krijgen. Dit heeft geleid tot meer signalen waarop een handhavingstraject volgde. De impact van de inhaalslag was bij de opstelling van het Programma 2018 nog niet bekend.
De inzet van de BOA’s was op dit taakveld groter dan geraamd. Dit is een gevolg van het project ‘Van Afval Naar Grondstof’ (VANG), waarmee we op een andere manier afval zijn gaan inzamelen. Rond maart/april 2018 was er een piek in het aantal meldingen en overtredingen. Het was duidelijk dat ‘de stad’ nog moest wennen aan de veranderingen. Het hoge aantal meldingen (ruim 1,5 keer meer dan geraamd) vroeg om extra capaciteit. Daarnaast zetten we extra in op controles op verschillende locaties.
In 2018 waren er geen handhavingstrajecten op dit taakveld, terwijl we rekening hielden met 5 stuks. We handelden 767 meldingen af. Deze hebben geleid tot boetes en waarschuwingen, met voldoende effect op de ongewenste situaties.
Op dit taakveld hebben we minder toezicht ingezet dan geraamd. De controle van de markten is meegenomen in de reguliere diensten van de BOA’s en dus niet uitgevoerd als specifieke taak. Dit blijkt voldoende. Handhavingstrajecten zijn niet nodig geweest.
In 2018 hebben we geen controles op terrasvergunningen uitgevoerd. De geraamde uren voor dit taakveld zijn gebruikt voor controles op taxivignetten tijdens carnaval 2018 (zie paragraaf 4.3, pagina 15). Het gevolg is dat terrassen niet altijd conform vergunning stonden. Hierover hebben we enkele meldingen ontvangen. Het heeft verder niet tot incidenten geleid.
Vanwege het project ‘Aanpak verrommeling binnenstad’ hebben we voor dit taakveld meer uren ingezet dan geraamd. Ook zijn er veel meer handhavingstrajecten uitgevoerd. Met onze inzet op de eerste controles gaven we een sterk signaal af over onze serieuze aanpak. Dit leidde tot 40 proces-verbalen, waarop geen verdere actie volgde (zoals vooraf ook was gecommuniceerd). Het effect van deze eerste controles was een sterke vermindering van het aantal ongewenste situaties en overtredingen. Sinds eind april 2018 krijgen opgelegde processen-verbaal wél een vervolg. Dit leidde tot schriftelijke waarschuwingen en enkele voornemens tot het uitoefenen van bestuursdwang. Dit laatste is nog niet nodig geweest.
Voor toezicht binnen dit taakveld hebben we minder uren ingezet dan geraamd. In de warmere maanden is de behoefte aan toezicht het grootst, met in 2018 een zeer intensieve inzet bij de Galderse Meren. De extreme drukte leidde daar tot ongewenste situaties, overtredingen en incidenten die vroegen om aanvullende maatregelen. Hier speelden we op in met extra inzet op toezicht. Hoewel we minder hebben ingezet op toezicht op de singels, bleek dit in de praktijk voldoende en had het tekort aan capaciteit geen ernstige gevolgen op de singels. Het geraamde aantal uren bleek een stuk hoger dan nodig. Voor 2019 ligt het geraamde aantal uren dan ook tussen de daadwerkelijke inzet en het geraamde aantal uren van 2018.
Op dit taakveld waren minder handhavingstrajecten dan geraamd. De zichtbaarheid van toezichthouders werkt preventief: het stimuleert naleefgedrag, waardoor minder handhaving nodig is.
We hebben meer controles op werkterreinen uitgevoerd dan geraamd. Dit is te verklaren door de aantrekkende economie, die leidt tot meer verbouwingen en daarmee werkterreinen.
In 2018 hebben we een aanloop genomen richting het ‘high trust, high penalty’-principe, dat in 2019 verder wordt ingevoerd. Daarbij zetten we minder in op reguliere controles en meer op signaalgestuurd werken.
We constateerden in 2018 minder overtredingen dan geraamd, waardoor het aantal handhavingstrajecten ook lager ligt.
Bij dit taakveld reageren we op meldingen van de politie. In 2018 zijn er minder meldingen binnengekomen dan verwacht. Daardoor waren er ook minder handhavingstrajecten nodig.
Het aantal evenementen in Breda neemt toe en enkele evenementen breidden uit naar meerdere dagen. Ook vroegen zienswijzen om meer inzet. In 2018 hebben we dan ook veel meer controles uitgevoerd tijdens de opbouwfase (constructie) dan we hadden geraamd. Opvallend is ook dat er slechts 1 handhavingstraject was. Dit is te verklaren door onze inzet ‘aan de voorkant’. We zetten actief in op een nauwe samenwerking met de organisatoren. Het nieuwe evenementenbeleid dat in 2017 inging, gaat uit van het ‘high trust, high penalty’-principe.
In 2018 hebben we de controle van vergunde inrichtingen overgenomen van de politie. Naar aanleiding van klachten en meldingen voerden we 5 gerichte controles uit, zoals geraamd. Daarnaast voerden we in samenwerking met de politie projectmatige controles uit, waaronder 10 zaken rondom Zuid-Amerikaanse prostituees. Deze waren niet voorzien in het Programma 2018.
Bestuurlijk Interventie Team (BIT)
We hebben meer BIT-acties uitgevoerd dan geraamd. Het aantal handhavingstrajecten dat hieruit voortkwam, ligt daardoor ook hoger. De rol van de gemeente binnen de integrale aanpak/ casuïstiek die het reguliere werk overschrijdt is in 2018 verder uitgebreid.
4.3 Uitgevoerd in aanvulling op het Programma 2018
In 2018 voerden we diverse taken uit die niet voorzien waren in het Programma 2018.
In het kader van de invoering van het taxikeurmerk hebben we tijdens carnaval 2018 actief ingezet op de controle van taxivignetten. Het was een bestuurlijke keuze om deze extra taak uit te voeren. Dit besluit hangt samen met de ontwikkeling van een effectief reguleringsmodel, dat in 2018 is opgepakt en doorloopt in 2019.
De uitvoering van deze extra taak betekende een aanpassing van de prioritering van onze taakvelden. Afgelopen jaar hebben we daarom niet gecontroleerd op terrassen.
In 2017 is het voormalige douaneterrein Hazeldonk omgebouwd tot een beveiligde truckparking. In dit gebied was al enige tijd sprake van criminaliteit, zoals ladingdiefstal en drugshandel. Ook werd de omgeving vervuild en vernield, en ontstonden er regelmatig gevaarlijke situaties doordat trucks op de vluchtstrook werden geparkeerd. In 2018 hielden we het hele jaar intensief toezicht met vier BOA’s. Ook handhaafden we op het parkeerverbod. Hierbij werkten de BOA’s nauw samen met de politie. De criminaliteit op Hazeldonk is hierdoor aanzienlijk gedaald. De omgeving is verbeterd, er is minder overlast, chauffeurs voelen zich veiliger en lokale ondernemers zijn blij met de nieuwe situatie. Deze intensieve inzet is eind 2018 afgerond. Controle van de rustplaatsen en vluchtstroken is de verantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat. Toezicht op het bedrijventerrein Hazeldonk nemen we nu mee in het reguliere werk van de BOA’s.
Naar aanleiding van een ernstig incident is in 2016 de Regeling Bouwbesluit aangepast. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) verplichtte hiermee eigenaren van zwembaden om vóór 1 januari 2017 aan te tonen dat er geen gevaarlijk roestvaststaal (rvs) meer in hun zwembad aanwezig is. In de loop van 2017 constateerde BZK dat zwembaden hier onvoldoende actie op hadden ondernomen. Gemeenten kregen daarom de taak om zwembaden te wijzen op deze verantwoordelijkheid en te controleren of zij aan hun wettelijke verplichting voldoen. Het ging om de eigen gemeentelijke zwembaden én andere zwembaden binnen de gemeente. Indien nodig konden zij zwembaden (tijdelijk) sluiten of andere maatregelen nemen.
In de gemeente Breda ging het om 11 zwembaden. We hebben de eigenaren per brief gewezen op hun verantwoordelijkheid om een onderzoek te laten uitvoeren. Na een inspectie door een onafhankelijk onderzoeksbureau ontvingen we een rapport met aanbevelingen voor aanpassingen. Daarop voerden onze toezichthouders een inspectie uit met extra aandacht voor de aanpassingen naar aanleiding van het rapport. Constateerden zij tijdens de controles toch nog bepaalde gebreken, dan schreven we de eigenaar van het zwembad opnieuw aan en volgde een nieuwe controle. Dit leidde tot de volgende resultaten:
1 zwembad is definitief gesloten
4 zwembaden waren in orde bij de eerste controle
6 zwembaden waren in orde bij de tweede controle
De onderzoeken zijn afgerond en alle zwembaden met een onderzoekplicht zijn gekeurd en voldoen. We houden een taak op dit gebied. De zwembaden moeten op termijn opnieuw een inspectie laten uitvoeren door een onafhankelijk onderzoeksbureau. Dit varieert van 2019 tot 20121. Na de ontvangst van de rapportage voeren onze toezichthouders opnieuw een inspectie uit.
Naar aanleiding van een incident in 2011 heeft het ministerie van BZK per 1 januari 2016 een onderzoeksplicht ingesteld voor galerijflats met een bepaald type galerijvloer. Deze onderzoeksplicht is gebaseerd op het Bouwbesluit en de Woningwet. Op basis hiervan moesten eigenaren van galerijflats een onderzoek laten uitvoeren naar de constructieve veiligheid van de galerij- en balkonvloeren en aantonen dat de veiligheid in orde was. Dit onderzoek moest vóór 1 juli 2017 zijn afgerond. Gemeenten kregen vervolgens de taak om eigenaren te wijzen op deze verantwoordelijkheid en om te controleren of zij aan hun wettelijke verplichting voldoen. In de gemeente Breda zijn 21 woongebouwen aangeschreven, waarvoor alle onderzoeken inmiddels zijn uitgevoerd. Daar waar nodig zijn voorzieningen getroffen om de constructieve veiligheid te borgen. Dit project liep nog door in 2018. We ontvingen diverse vergunningaanvragen voor de benodigde werkzaamheden. Uiteindelijk hebben deze onderzoeken geleid tot constructieve aanpassingen aan de galerijen van flats aan de Antwerpenstraat en de Hobokenstraat.
Ook balkons kunnen te maken krijgen met bovenstaande constructieve problemen. Hoewel het ministerie van BZK hiervoor geen onderzoeksplicht heeft ingesteld, hebben we als gemeente toch een inspanningsverplichting op ons genomen. We hebben een eerste inschatting gemaakt van de meest risicovolle complexen, op basis van dezelfde criteria als de galerijen.
In totaal gaat het in de gemeente Breda om 70 complexen. Daarvan hebben we de eigenaren in 2017 per brief gevraagd om hun verantwoordelijkheid te nemen en onderzoek te laten doen naar de constructieve veiligheid van de balkons. In 2018 hebben we eigenaren die nog niet gereageerd hadden opnieuw aangeschreven. Ook hebben we de binnengekomen rapportages gecontroleerd, vergunningaanvragen behandeld en toezicht gehouden op de herstelwerkzaamheden. De meeste eigenaren hebben inmiddels gereageerd op ons verzoek. De anderen zullen we op korte termijn opnieuw benaderen.
5 KWALITEIT VTH OMGEVINGSRECHT BREDA 2018
In de Wet vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) van 2016 is bepaald dat de provincie en de gemeenten als bevoegde gezagen het kwaliteitsniveau van de uitvoering moeten vastleggen in een verordening. Zij kunnen hiervoor de kwaliteitscriteria 2.1 gebruiken die door de decentrale overheden zelf zijn ontwikkeld.
De Brabantbrede Verordening Kwaliteit VTH Omgevingsrecht werd in maart 2016 aangeboden aan de provincie en de gemeenten. De gemeente Breda heeft vervolgens in november 2016 haar eigen verordening Kwaliteit VTH Omgevingsrecht Breda 2017 vastgesteld, die in werking trad op 1 januari 2017. Hiermee hebben we voldaan aan onze wettelijke verplichting.
De verordening bevat diverse eisen waaraan de gemeente minimaal moet voldoen ten aanzien van capaciteit, kennis, ervaring en opleidingsniveau. De gemeente meet zich jaarlijks aan het gestelde kwaliteitsniveau. Hiermee geven we invulling aan onze horizontale verantwoordingsplicht.
De meting over 2017 liet zien dat de gemeente Breda voldoet aan alle vereiste kwaliteitsniveaus. Ook in 2018 voldoen we aan de eisen: er waren geen personeelswisselingen met relevante invloed.
BIJLAGE 1: CONCRETE RESULTATEN PER TAAKVELD
|
Naast geplande bezetting van meldkamer zijn op regelmatige basis een camera-auto en mobiele masten ingezet voor cameratoezicht op specifieke plaatsen. |
|
|
|
|
|
|
BIJLAGE 2: TERMIJNRAPPORTAGE BREDA 2018 (OMWB)
1 Samenvatting resultaten werkprogramma 2018
De deelnemende gemeenten hebben in 2018, elk als opdrachtgever, een individueel werkprogramma aan de OMWB opgedragen. Dit werkprogramma bestond uit een basistaken deel (Programma P1) en een verzoektaken deel (programma P2) en een collectief deel (Programma 3) De inhoudelijke verantwoording van het collectieve deel (Programma P3) vindt apart plaats. Een aantal deelnemers heeft meer taken/opdrachten opgedragen dan op grond van het werkprogramma is afgesproken. Deze taken zijn bij de OMWB opgenomen in Programma P4. De inhoudelijke verantwoording van de P4 opdrachten maken geen onderdeel uit van deze rapportage.
Trends en ontwikkelingen die van invloed zijn geweest op de te leveren producten en diensten in 2018 zijn opgenomen in de bijlagen.
Deze rapportage heeft betrekking op de uitvoering van het werkprogramma van de gemeente Breda in de periode 1 januari 2018 tot en met december 2018 en geeft inzicht in de behaalde resultaten en afwijkingen ten opzichte van het afgesproken werkprogramma.
Het werkprogrammabudget 2018 van de gemeente Breda was € 2.038.435 waarvan € 1.921.777 is gerealiseerd. Het saldo over 2018 komt dus €82.258 onder het werkprogramma uit.
Samengevat zijn voor de gemeente Breda de belangrijkste constateringen:
Voor het onderdeel toezicht is het toezichtsprogramma volledig gerealiseerd. Het naleefgedrag bij toezicht grijs was 51%.
Omdat er in 2018 meer meldingen zijn binnengekomen en behandeld is het budget bij vergunningverlening overschreden (119%).
Als gevolg van minder opdrachten is het budget niet volledig uitgeput. Dit geldt met name voor het onderdelen advisering Bruin, Rood en asbest en ambtelijke ondersteuning
In 2018 was sprake van een onderuitputting. Verrekening van het overschot is inmiddels verwerkt in de eindafrekening die u in januari 2018 is toegezonden.
Het aantal meldingen, vergunningaanvragen en adviesverzoeken per gemeente in 2018 verschilt enorm. Maar als we kijken naar het totale werkprogramma voor VV grijs in het gehele OMWB gebied dan zien we dat 109% van het totaal van alle werkprogramma’s , onderdeel “vergunningverlening grijs”werkprogramma is uitgevoerd. Voor alle vergunningverlening (grijs/blauw en bruin) is dit percentage 112%.
Voor 2019 hebben we gekeken naar het bestede budget voor vergunningverlening van de afgelopen drie jaar. Op basis daarvan is het werkprogramma voor 2019 opgesteld.
In 2018 zijn met de gemeente afspraken gemaakt over de behandeling en financiering van aanvragen van gesloten bodemenergiesystemen. Gelet op de toekomstige ontwikkelingen voor het gasloos bouwen, zullen deze meldingen een vlucht krijgen in aantallen. Daarom hebben we in 2019 voor alle gemeenten een voorstel gedaan voor het opnemen van een budget voor deze meldingen. Alle gemeenten hebben budget voor 2019 opgenomen.
In 2019 willen we het onderwerp gesloten bodemenergiesystemen verder uitwerken op het gebied van meldingen en toezicht. In de loop van het jaar zullen de gemeenten hier over worden benaderd.
Met de komst van de Omgevingswet in 2021 zullen veel zaken veranderen. Zoals het bevoegd gezag voor bodemverontreiniging. Op dit moment is de Provincie bevoegd gezag voor alle ernstige gevallen van bodemverontreiniging waarvoor een sanering zowel spoedeisend als niet spoedeisend kan zijn. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de gemeente bevoegd gezag voor alle ernstige gevallen van bodemverontreiniging waarvoor een sanering niet spoedeisend is. Dit heeft nogal grote consequenties voor de gemeenten. Bodem moet een plaats krijgen in de Omgevingsvisie, de gemeente moet zaken regelen voor wat betreft bodem in het Omgevingsplan.
Op dit moment is de Provincie bezig met de gemeenten te informeren via de “warme” overdracht. Via het project “Doen-Leren-Opschalen” zal dit onderwerp zeker worden besproken in relatie met het onderwerp Ondergrond.
2.2 Vergunningverlening in Breda
De OMWB heeft veel meldingen ontvangen. In augustus heeft de OMWB acht vergunningaanvragen ontvangen. Dit is meer dan gemiddeld (max. twee per maand).
In het werkprogramma is onder speerpunt 2.07 budget opgenomen voor het beoordelen van de meldingen en het toezicht houden op gesloten bodemenergiesystemen. Het budget is dan al meer dan de helft opgegaan aan het beoordelen en toezicht. Tijdens een accountgesprek heeft de OMWB een eventuele overschrijding van dit budget afgestemd.
De OMWB heeft 37 meldingen ontvangen voor gesloten bodemenergiesystemen.
Overzicht van de zaken die de Wet Bodembescherming (Wbb) betreffen:
De realisatie is 119% van het totale vergunningverleningsbudget.
In januari 2018 is de OMWB gestart met het oorspronkelijke toezichtprogramma waarin 374 controles zijn geprogrammeerd. Deze controles zijn gerealiseerd. Tijdens het jaar heeft de OMWB 46 aanvullende controles in opdracht gekregen. Hierdoor komt het totaal op 420. Gedurende het jaar zijn 34 controles niet uitgevoerd of met reden stilgelegd.
In september 2018 heeft de OMWB in het ambtelijk overleg gesignaleerd dat de toezichtcapaciteit, met name op het vlak van agrarisch toezicht, te beperkt is om voor alle gemeenten de volledige toezichtbudgetten te kunnen realiseren. De belangrijkste oorzaak hiervan is de huidige krappe arbeidsmarkt. De OMWB streeft naar een zo gelijkmatig mogelijke uitvoering van het gehele toezichtprogramma over alle gemeenten heen.
Uiteindelijk is 91% van het totale toezichtbudget gerealiseerd (waaronder 369 controles).
In 2018 heeft de OMWB voor de branches Risicorelevante bedrijven (RRB), Intensivering Toezicht Veehouderijen (ITV), garagebedrijven & tankstations en vuurwerk gewerkt met een nieuwe brancheaanpak en digitale checklisten. De resultaten hiervan staan samengevat in hoofdstuk 6.
Het gemiddelde naleefgedrag binnen de gemeente Breda is met 51% nagenoeg gelijk aan het gemiddelde van 50% in het beheersgebied van de OMWB. Er zijn zestig hercontroles nog in planning; die lopen over naar 2019. De OMWB streeft ernaar om deze binnen de kwaliteitseis van twee weken na afloop van de hersteltermijn te plannen en uit te voeren.
Breda aantal controles Breda Naleefgedrag 51%
Alle ontvangen meldingen en controles zijn, op 3 na, in 2018 afgehandeld.
Het begrootte budget 2018 was hoger dan opgenomen in LPF. Verder is het aantal van 69 ingediende meldingen iets achter gebleven bij de verwachte aantallen.
Breda heeft er dit jaar voor het eerst voor gekozen om de controles Wbb risicogericht te controleren overeenkomstig de provincie Noord Brabant. Er zijn 24 start meldingen sanering binnen gekomen (een daling van 25% ten opzichte van 2017) en 2 tanksaneringen. Hierop is slechts 10 maal toezicht gehouden. In totaal zijn 76 bezoeken Wbb en Bbk uitgevoerd waarvan er 73 zijn afgerond.
De realisatie is achter gebleven bij de verwachtingen door het geringe aantal meldingen start sanering en Bbk, het inbrengen van een hoger budget dan begroot jn LPF en de keuze om niet alle saneringen minimaal 1 x te bezoeken.
Dit budget was gereserveerd voor incidentele opdrachten maar deze zijn er niet geweest.
Milieutoezicht omvat vandaag de dag ook het controleren van de gehele keten. Daarmee krijgen we een beter beeld van de risico’s bij de overdrachtsmomenten. Vanuit financiële motieven is er op deze momenten een verhoogd risico dat wet- en regelgeving niet wordt nageleefd, wat kan leiden tot milieu- of gezondheidsschade. Ketentoezicht houdt niet op bij gemeentegrenzen en wordt als een collectieve taak beschouwd.
In 2018 is er door veel gemeenten budget opgenomen in het werkprogramma voor de uitvoering van toezicht in de keten. In totaal is hiervoor is één ton toegezegd. De totale omvang van het budget was nog niet bekend bij de start van 2018. Om deze reden is pas in het tweede kwartaal van 2018 gestart met de uitvoering van ketentoezicht. In 2018 zijn de volgende ketens opgepakt:
Jaarlijks worden zo’n 90 meldingen ingediend (toestemming gevraagd) voor het inzetten van een mobiele breker. In 2018 zijn de meldingen beoordeeld en de brekerlocaties bezocht, en is nagevraagd waar het gebroken materiaal naar toe is getransporteerd en/of is toegepast. Een aantal locaties is ook na het breken bezocht. Uit de resultaten blijkt dat het schoon achterlaten van de locaties soms te wensen overlaat, waardoor illegaal (bij)storten een risico is. Het voorstel voor het programma 2019 is inclusief de ontwikkeling van een barrièremodel en kentallen).
Voordat gestart is met het houden van toezicht in de bodemketen, is er een barrièremodel gemaakt om in te schatten waar de meeste risico’s zitten in de keten. Vervolgens zijn vier ketenprojecten geselecteerd en uitgevoerd. De resultaten zijn gebruikt voor het programma 2019. Met name de niet-gemelde toepassingen krijgen daarbij extra aandacht.
Legionellabesmetting kan ernstige gevolgen voor de gezondheid opleveren. Diverse meldingen over legionellabesmetting waren de aanleiding om in 2018 een inventarisatie te starten naar de mogelijke bronlocaties (biologische waterzuiveringen en natte koeltorens). Als onderdeel van deze inventarisatie is ook een aantal locaties bezocht en is gekeken naar de besmettingsroutes. Het Rijk heeft hier afgelopen jaar nadrukkelijk aandacht voor gevraagd en dit zal naar verwachting in 2019 een vervolg krijgen.
Het budget is voor circa 70% uitgeput. Deze onderbesteding is het gevolg van een late start van het ketentoezicht in 2018. Deze late start werd veroorzaakt doordat pas in het tweede kwartaal duidelijk werd wat het totaal te besteden budget voor ketentoezicht was. Daarnaast speelt het capaciteitsgebrek in combinatie met een krappe arbeidsmarkt hierin ook een rol.
4.1 Lokale situatie Handhaving
De uitputting is aan de lage kant. Er zijn ca. 130 zaken behandeld (ca. 115 inrichtingen, maar een aantal daarvan kwam meermaals aan bod). 90% betreft geluid- of geurzaken (103 van de 115). Alle zaken lopen naar behoren of zijn afgerond. In ca. 7 zaken zijn echt bijzonderheden aan de hand, zoals een geslaagd bezwaarschrift, beroep, bestuurlijke gevoeligheid of onophoudelijke handhavingsverzoeken. De uitputting Bezwaar&beroep is niet verder opgelopen dan 58%. Alle zaken zijn besproken en doorgezet naar de OMWB. Dit onderdeel is vraag gestuurd. Het is niet mogelijk voor ons om dat te beïnvloeden.
4.2 Strafrechtelijke handhaving
De buitengewoon opsporingsambtenaren van de OMWB zijn bevoegd voor het domein 2 en voeren hun werkzaamheden uit onder het gezag van de officier van justitie van het Functioneel Parket (FP) te Den Bosch.
Of een zaak - na een toezicht(her)controle – in aanmerking komt voor strafrecht wordt bepaald aan de hand van de landelijke handhavingsstrategie(LHS). Zo nodig vindt afstemming plaats met het FP (parketsecretaris) over wel of niet oppakken van een zaak. Vanaf 1 januari 2019 worden de strafrechtzaken besproken in een periodiek zakenoverleg tussen, politie, Functioneel Parket en andere handhavingspartners waaronder waterschappen en de omgevingdienst.
Stafrechtelijke handhaving beschikt over de volgende instrumenten:
*Onvoldoende bewijs/geen overtreding
Tabel: strafrechtelijkehandhaving in de regio
Bestuurlijk gevoelige casuïstiek
In navolging op de ervaringen opgedaan met de provincie Noord-Brabant, heeft een aantal gemeenten te kennen gegeven ook behoefte te hebben aan periodiek overleg tussen de OMWB en de verantwoordelijke bestuurders en hun ambtelijke adviseurs over bestuurlijk gevoelige casuïstiek.
Om het nut van deze werkwijze voor de gemeenten binnen de regio te onderzoeken en de werkwijze door te ontwikkelen, heeft de OMWB met de gemeente Tilburg, gemeente Moerdijk, de gemeente Etten-Leur en de ABG-gemeenten een pilot uitgevoerd. Deze pilot is vervolgens geëvalueerd. De belangrijkste conclusies en adviezen, zijn de navolgende:
Intern bij de OMWB dient de informatievoorziening richting de contactjurist helder georganiseerd te worden. De contactjurist dient voldoende bekendheid bij en voeding van de collega’s te krijgen om zijn/haar rol ten volle te (kunnen) benutten. Positieve ervaringen die zijn opgedaan met het bijhouden van een dynamische lijst met aandachtsbedrijven.
Het is van belang dat de individuele medewerkers en contactjuristen van de OMWB niet alleen staan in bestuurlijke gevoelige dossiers en daarmee dat zijn/haar beslissingen en adviezen aan bestuurders gedragen en vooral ook “gedekt” worden door onze organisatie. Hiervoor is het van belang dat de betreffende teamleider (vooraf) in stelling kan worden gebracht.
Het gestelde onder de punten 3 (escalatiemodel) en 5 en 6 (interne organisatie bij de OMWB), vraagt om een nadere uitwerking. Hiermee gaan wij begin dit jaar aan de slag.
Overigens wordt daarnaast voor specifiek de gemeente Moerdijk met betrekking tot de provinciale BRZO- en risicorelevante bedrijven die binnen haar gemeentegrenzen zijn gelegen 4x per jaar een overzicht gemaakt met de stand van zaken. De gemeente Moerdijk betaalt hiervoor aan ons een vergoeding.
5.1 Procedure klachtenbehandeling
Het overzicht van klachten en meldingen die een relatie hebben met uw gemeente, bevat zowel klachten die ervaren zijn in uw gemeente als die waarvan de (vermoedelijke) veroorzaker in uw gemeente ligt. Klachten die (vermoedelijk) zijn veroorzaakt door provinciale bedrijven, zijn niet in de overzichten meegenomen. Hiervan vindt u aan het einde van deze rapportage een kort overzicht.
Elke telefonische klacht of melding wordt direct door de milieuklachtencentrale geregistreerd. Binnen kantoortijd wordt de klacht of melding direct doorgegeven aan de geconsigneerde van de desbetreffende Omgevingsdienst. Buiten kantoortijd wordt de klacht of melding, afhankelijk van de afspraken met de opdrachtgever en soort melding, direct dan wel op de eerstvolgende werkdag doorgegeven aan de geconsigneerde. Digitaal ingediende meldingen worden alleen binnen kantoortijd uitgelezen en behandeld.
Na ontvangst van de klacht of melding bepaalt de geconsigneerde de inzet, afhankelijk van de afspraken met de betreffende gemeente. In veel gevallen wordt er telefonisch contact opgenomen met de melder om na te gaan of de hinder nog aanwezig is en om nadere informatie te verkrijgen voor onderzoek. Zo nodig volgt zo’n onderzoek om de bron te achterhalen en de hinder zo snel mogelijk weg te nemen. Bij de veroorzaker wordt zo mogelijk de oorzaak direct weggenomen en daar waar dat niet mogelijk is, wordt in overleg met de opdrachtgever, een vervolgtraject ingezet.
De (vaste) toezichthouder bij dat veroorzakende bedrijf neemt dit vervolgtraject over. Bij vrijwel iedere klacht is er ten minste één terugkoppelmoment met de melder – direct na het indienen van de klacht en eventueel achteraf over het resultaat van het onderzoek. Dit laatste contact verloopt veelal digitaal.
Buiten kantoortijd geldt doorgaans de standaardklachtenregeling: bij 3 milieuklachten binnen 1 uur of 5 milieuklachten gedurende de dag met vermoedelijk dezelfde oorzaak wordt de geconsigneerde opgeroepen. Ongewone voorvallen, incidenten etc. worden altijd direct doorgegeven aan de geconsigneerde.
Specifieke afspraken waarbij directe inzet gewenst is, hebben we (zo nodig op bedrijfsniveau) met de gemeente gemaakt. Klachten die we direct in behandeling moeten nemen, worden op het zogenaamde informatieregime geplaatst. Bij invoering van de melding in het klachtensysteem s@men, zal de centralist door pop-ups zien welke acties, zoals direct de geconsigneerde in kennis stellen, hij moet uitvoeren .
(Politiek) gevoelige zaken worden uiterlijk de eerste werkdag vóór 12 uur per mail teruggekoppeld aan de contactambtenaar van de gemeente. Ook vindt met deze contactambtenaar (regelmatig) afstemming plaats omtrent de inzet van de OMWB.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten bedrijfsmeldingen, namelijk reguliere bedrijfsmeldingen en ongewone voorvallen. Hieronder vindt u het overzicht met het aantal reguliere bedrijfsmeldingen en/of ongewone voorvallen gemeld door bedrijven in uw gemeente:
Het totaal van klachten is een combinatie van twee categorieën. De eerste categorie klachten omvat alle klachten waarbij de (vermoedelijke) veroorzaker in uw gemeente is gelegen. Dit kunnen dus ook klachten zijn die buiten uw gemeenten zijn ervaren, maar zijn veroorzaakt door een bedrijf in uw gemeente.
De tweede categorie klachten betreft de klachten waarbij er door de klager geen (vermoedelijke) veroorzaker is genoemd, maar de klacht is ervaren in uw gemeente. Dit betekent dat de klager niet per se woonachtig in uw gemeente hoeft te zijn, maar dat deze zich in uw gemeente bevond toen de klacht werd ervaren.
Deze twee categorieën zijn gecombineerd, wat leidt tot het volgende totaaloverzicht:
Let op: Bij een klacht kunnen meerdere zintuiglijke waarnemingen (categorieën) door de klager benoemd zijn. Hierdoor kan het vermelde totaal afwijken van de sommatie van de categorieën (Bv: ’t stinkt en ik krijg er hoofdpijn van)
*Indien een melder, naast de bedrijfsmatige overlast, aangeeft gezondheidsklachten (veelal hoofdpijn, misselijk, slapeloosheid) te ondervinden, wordt dat geregistreerd en wordt de melder door de klachtenintake erop geattendeerd dat zij mbt hun gezondheidsklachten terecht kunnen bij de huisarts of ggd. Bij ernstige gezondheidsklachten zal de klachtenmedewerker de situatie opschalen.
Top (vermoedelijke) veroorzakers van klachten in de gemeente Breda
Hieronder vindt u een overzicht van de bedrijven in uw gemeente waarover de OMWB de meeste klachten en/of meldingen heeft ontvangen:
Korte inhoudelijke toelichting:
In Gemeente Breda zijn 10 klachtenclusters op locatie te benoemen. Voor 4 van deze klachtenclusters geldt dat er in 2018 meer dan 20 klachten zijn ingediend.
Dierencrematorium- en begraafplaats Viviana, Vianendreef te Prinsenbeek
Betreft meldingen aangaande geuroverlast. Er loopt een handhavingtraject. Het blijkt dat in de omgeving omwonenden elkaar op de hoogte houden van de overlast en dit gelijktijdig melden. De toezichthouder heeft de melders op de hoogte gesteld van het handhavingtraject. Er is veelvuldig afstemming tussen de toezichthouder en het klachtenteam. Bevindingen worden teruggekoppeld aan de toezichthouder.
Breepark, Bavelseparklaan te Breda
Dit betreft meldingen geluidhinder afkomstig van “evenementen” op het buitenterrein. Er zijn geen overlastmeldingen gedaan aangaande activiteiten in de evenementenhal.
Betreft meldingen aangaande geluid- en geuroverlast. De geluidoverlast betreft meldingen overlast muziekgeluid. Hiervoor is een waarschuwingsbrief verstuurd. Er loopt ten aanzien van de geuroverlast een handhavingtraject. Dit is in behandeling bij de repressief toezichthouder.
Gebroeders Coremans Loonwerken, Sprundelsebaan te Breda
De meldingen aangaande geluidoverlast zijn ingediend door dezelfde melder. Door Team Metingen en Onderzoek van de OMWB zijn eerder geluidmetingen gedaan waaruit bleek dat voldaan wordt aan de gestelde normen. In overleg met de Gemeente worden meldingen nu ter registratie aangenomen.
In 2018 zijn net als in 2017 redelijk veel overlastmeldingen over recent gevestigde horecabedrijven ingediend. Hierbij betreft het vaak geluidoverlast van installaties en geurhinder. Er is door de contactpersonen al aandacht hiervoor gevraagd bij de collega’s in de gemeente Breda welke betrokken zijn bij ruimtelijke ordening.
In het overzicht hieronder vindt u het aantal vanuit uw gemeente ingediende meldingen en de klachten die in uw gemeente zijn ervaren en waarvan de (vermoedelijke) veroorzaker een provinciaal bedrijf is.
Overzicht klachtenlocaties Breda
In 2018 zijn in de regio totaal 96 vuurwerkverkooppunten gecontroleerd op naleving van de artikelen uit het Vuurwerkbesluit. De controles bij de verkooppunten bestaan uit een voorcontrole (medio oktober/november) en controles tijdens de verkoopdagen.
Dit jaar zijn bij de verkooppunten waar geen veranderingen zijn geweest of waar de voorgaande jaren geen overtredingen zijn geconstateerd, de voorcontroles administratief afgehandeld. Dit was een vervolg op de gezamenlijke werkwijze met de Veiligheidsregio en omgevingsdiensten in Brabant. Fysieke controles zijn uitgevoerd bij verkooppunten waar wij (naar aanleiding van eerdere constateringen) aandacht voor hebben of waar wijzigingen (verbouwing of nieuwbouw) hebben plaatsgevonden. Dit heeft geresulteerd in 8 fysieke voorcontroles. Alle verkooppunten kregen groen licht voor de verkoop van vuurwerk. Dit betekent een naleefgedrag van 100% (ten opzichte van 75% in 2017).
Tijdens de verkoopdagen zijn de verkooppunten meerdere keren gecontroleerd, voornamelijk op het gebruik van de aanwezige voorzieningen. Bij de eerste verkoopcontrole is een (digitale) checklist ingevuld en de daarop volgende controles betroffen aspectcontroles.
Bij 13 verkooppunten zijn overtredingen geconstateerd. Dit betekent een naleefgedrag van 87,5% (ten opzichte van 68% in 2017). Van de 96 verkooppunten zijn de volgende constateringen gedaan (waarbij de waarschuwingen blijven gelden voor het volgend verkoopjaar):
De meest voorkomende overtredingen zijn te herleiden naar het gebruik van de (buffer)bewaarplaatsen tijdens de verkoopdagen en dan vooral met betrekking tot openstaande deuren.
Op zondagen mag geen vuurwerk worden verkocht (de daadwerkelijke overdracht aan de consument). Dit is vastgelegd in het Vuurwerkbesluit. Op zondag 30 december is steekproefsgewijs een aantal verkooppunten gecontroleerd. Er zijn geen overtredingen van verkoop op deze dag geconstateerd.
Gebaseerd op de resultaten van 2017 en 2018 adviseren wij om de werkwijze van 2018 in 2019 aan te houden. Bij nieuwe of gewijzigde (verbouwde) verkooppunten voeren we een fysieke voorcontrole uit. Daarnaast worden enkele verkooppunten (de aandachtsbedrijven) geselecteerd voor een fysieke voorcontrole. Verder zijn we voornemens om de vuurwerkverkooppunten te informeren over de door de OMWB geconstateerde aandachtsgebieden. Met deze proactieve voorlichting beogen we het toezicht efficiënt in te richten en tegelijkertijd ook de bedrijven te controleren die het meeste aandacht behoeven in uw gemeente.
Aantal voorcontroles verkooppunten: 15 controles uitgevoerd. Aantal controles tijdens de verkoopperiode: 14 controles uitgevoerd. Hierbij zijn geen tekortkomingen geconstareerd. Naleefgedrag : 100 %
Het project Risicorelevante bedrijven is een van de speerpunten van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht (BPO). In 2018 hebben de Brabantse omgevingsdiensten, de veiligheidrisico’s en de waterschappen gewerkt aan een naleefstrategie. Hoofditem hierbij is een omslag van regelgericht naar risicogericht toezicht, waarbij het bijbrengen van bewustwording en het wijzen op de eigen verantwoordelijkheid voorop staat (cultuur). Over dit thema is voor bestuurders en directieleden van bedrijven een bestuurlijke conferentie georganiseerd. Meer dan honderd deelnemers bereikten een consensus over de aanpak. De naleefstrategie wordt momenteel in een pilot getoetst – in 2018 bij zes bedrijven in de regio Midden- en West Brabant, in 2019 zullen dat 23 bedrijven zijn. Het cultuuraspect is niet alleen van belang bij bedrijven, maar zeer zeker ook bij de overheidsdiensten. Medewerkers van de Brandweer Midden- en West-Brabant, het Waterschap Brabantse Delta en de OMWB krijgen daarom kennis- en trainingsdagen om zich de methodiek en denkwijze eigen te maken. Het project staat nadrukkelijk in de belangstelling van de Staatssecretaris.
Er zijn conform werkprogramma 7 integrale en 4 onaangekondigde controles uitgevoerd bij risicorelevante bedrijven. Twee rapportages zijn in afrondende fase. Van de 6 hercontroles zijn er 2 afgehandeld.
6.3 Tankstations (zonder LPG) en garagebedrijven
In het werkprogramma 2018 is in het kader van Intensivering Digitaal Toezicht gestart met branchegericht toezicht bij de garagebedrijven en bij tankstations zonder LPG. Een belangrijk onderdeel van de pilot is het gebruik van Digitale checklisten, waarmee we medio 2017 zijn gestart. Op basis van de uitkomsten is het mogelijk om informatiegestuurd en risicogestuurd te werken, en kunnen wij opdrachtgevers adviseren bij het opstellen van de werkprogramma’s. Onzee analysecapaciteit gaan we vergroten.
In 2018 zijn er bij 42 tankstations (zonder LPG) controles uitgevoerd en bij 61
garagebedrijven. De controles zijn uitgevoerd in Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen, Geertruidenberg, Gilze en Rijen, Loon op Zand, Moerdijk, Oisterwijk, Oosterhout, Rucphen, Tilburg en Zundert.
Van de 42 gecontroleerde tankstations, is er bij 14 minimaal één overtreding geconstateerd. Dit correspondeert met een naleefgedrag van 67%. De zwaarste categorieën overtredingen vonden plaats bij 10 tankstations. Dit correspondeert met een naleefpercentage van 78%.
Van de 61 gecontroleerde garagebedrijven is er bij 20 minimaal één overtreding geconstateerd (naleefpercentage 67%). De zwaarste categorieën overtredingen vonden deze plaats bij 17 garagebedrijven (naleefpercentage 72%).
Bij tankstations zijn voornamelijk overtredingen geconstateerd ten aanzien van de vloeistofdichte vloer en de ondergrondse tank. Bij garagebedrijven werd bij de vraag of bodembedreigende activiteiten boven een bodembeschermende voorziening werden uitgevoerd, de meeste overtredingen geconstateerd.
Het is daarom aan te bevelen om deze tot de B1+-categorie behorende bedrijven frequent te blijven bezoeken. We zullen bij deze bezoeken extra aandacht geven aan de hierboven geconstateerde aandachtsgebieden om het naleefpercentage binnen deze branches naar een hoger niveau te krijgen.
Van de 8 tankstastions waren eer 5 met een overtreding, van de 31 garagebedrijven waren er 11 met minimaal 1 overtreding
Er waren 11 garagebedrijven met minimaal 1 overtreding en 20 garagebedrijven zonder overtreding.
7 Intensivering toezicht veehouderij (ITv)
Sinds 1 januari 2018 zijn op initiatief van de Noord-Brabantse gemeenten en de provincie Noord-Brabant de inspecties bij veehouderijen geïntensiveerd. Gedurende drie jaar controleren de toezichthouders van de drie betrokken omgevingsdiensten (ODZOB, OMWB en ODBN) op uniforme wijze of de agrarische bedrijven aan de wet- en regelgeving voldoen. Daarnaast informeren zij agrariërs over asbestverwijdering en energiebesparing.
Een aantal gemeenten nemen niet deel aan het ITv-project.
Door te werken met de voor dit project ontwikkelde digitale checklisten en de ITv-app is gezorgd voor een zo uniform mogelijke uitvoering van de inspecties en de monitoring daarvan. De resultaten die in de rapportage zijn opgenomen, zijn gebaseerd op de inhoudelijke bevindingen van de integrale controles die zijn uitgevoerd.
Naast deze inhoudelijke bevindingen is uit de controles in 2018 gebleken dat de toezichthouders meer dan voorgaande jaren geconfronteerd worden met ondernemers voor wie het toekomstperspectief van hun bedrijf onduidelijk is. De veehouderij is in transitie; bedrijven verduurzamen of stoppen. Dit betekent dat de toezichthouders niet alleen controles uitoefenen en daarvoor kennis van wet- en regelgeving moeten hebben, maar ook het oog zijn voor de gemeente wat betreft bedrijven die mogelijk ondersteuning vanuit de overheid nodig hebben. Een aantal gemeenten heeft al vertrouwenspersonen ingezet om samen met de agrarische ondernemers de mogelijkheden voor de toekomst te onderzoeken
Er is zowel een rapportage voor heel Noord-Brabant opgesteld als een specifieke rapportage voor elke deelnemer. Begin februari 2019 ontvingen de deelnemers een mail met inloginstructies voor het ITv-portaal. Dit portaal geeft toegang tot beide rapportages. Ook bevat het portaal een link waarmee de eigen data gedownload kunnen worden. De gegevens in de ITV-portaal zal in 2019 ieder kwartaal geüpdatet worden.
Uw gemeente neemt deel aan het ITv-project. Hieronder zit u een verkort overzicht van aantallen uitgevoerde controles 2018. Voor meer detailinformatie over het ITv-project binnen de gemeente verwijzen wij u naar het ITv-portaal.
Een groeiend vertrouwen in de kennis en kundigheid van de OMWB voor de uitvoering van de asbesttaken blijkt onder meer uit het willen overnemen van de budgetadviezen voor het werkprogramma. Ook brengen steeds meer gemeenten extra taken in; van het afhandelen van meldingen over illegaliteit tot en met het afhandelen van particuliere asbestsloopmeldingen en het toezicht daarop. Slechts een enkele gemeenten voert een deel van de asbestbasistaken nog zelf uit.
2018 stond in het teken van meer informatiegestuurd en risicogericht werken. De asbestsaneerders die zich keurig melden wanneer te gaan saneren doen het eigenlijk erg goed. We zien daar een groeiend naleefgedrag, 94% in 2018. Omdat in de meldingsfase nog veel bijsturing nodig is, waarmee we overtredingen in de saneringsfase voorkomen, blijft de inzet in 2019 hierop hetzelfde. De ervaring heeft geleerd dat we de teugels op gemelde saneringen wat losser kunnen laten, maar dat meer inzet nodig is om de – nog veel voorkomende – illegaliteit aan te pakken.
De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen voor de taakuitvoering in 2019 en 2020 zijn:
Met deze wijzigingen wordt een vollediger pakket aan diensten gerealiseerd, met als doel om illegaliteit beter te kunnen aanpakken. Dit is vastgelegd in de bestuurlijk vastgestelde werkwijze asbest 2019.
Het aangekondigde asbestdakenverbod per 2024 heeft in 2018 nog niet merkbaar geleid tot meer asbestsaneringen. De verwachting is dat hierin komend jaar verandering kan komen, maar ook dat de illegaliteit zal toenemen. Dat hoeft overigens niet te betekenen dat dan ook meer geld nodig is om de asbesttaak goed te kunnen blijven uitvoeren. Door slim, risicogericht en meer projectmatig te gaan werken, bij bijvoorbeeld grote collectieve saneringsacties, kunnen we grip blijven houden op de branche.
Vanaf september is aangegeven dat de uitputting structureel langzamer liep dan geprognosticeerd. Daarom is in het vierde kwartaal besloten om in verhouding meer toezicht uit te gaan voeren. Er zijn 3 ad-hoc verzoektaken afgehandeld
Als een object of gebouw geheel of gedeeltelijk wordt gesloopt, dan spreekt men over ‘totaalsloop’. Bij totaalsloop is ook regelmatig sprake van asbest. Gezien de grote gezondheidsrisico’s is een afzonderlijk wettelijk kader voor asbest ontwikkeld, waar een belangrijke rol voor de overheid is weggelegd.
Het afhandelen van sloopmelding is geen basistaak. Niettemin hebben vijf gemeenten deze opdracht in 2018 aan de OMWB gegund: Hilvarenbeek (beoordeling sloopmeldingen), en Bergen op Zoom, Halderberge, Oosterhout en Waalwijk (beoordelen en onder mandaat afhandelen en steekproefsgewijs uitvoeren van toezicht).
Met twee gemeenten lopen gesprekken over de opdrachtverstrekking.
8.2 Energie: EED-beoordelingen
Op grond van de Europese Energy Efficiency Directive (EED) moeten bedrijven met meer dan 250 medewerkers of een bruto jaaromzet van meer dan 50 miljoen Euro sinds eind 2015 eens in de vier jaar een energie-audit uitvoeren en de rapportage door het bevoegd gezag laten beoordelen. Het beoordelen van de EED-rapporten is een wettelijk verplichte taak voor het bevoegd gezag. De OMWB voert deze beoordeling voor de meeste gemeenten en de provincie uit. Sinds de EED-regelgeving van kracht is hebben wij circa 650 EED-rapportages beoordeeld. Bedrijven die de verplichte rapportage nog niet hebben ingediend, worden door ons aangeschreven. Aanvullend op de EED-rapportage wordt als basis voor toezicht een plan van aanpak verlangd waarin het bedrijf aangeeft aangegeven wanneer welke maatregelen worden uitgevoerd. Omdat vaak aanvullende gegevens bij de bedrijven moeten worden opgevraagd, hebben de EED-beoordelingen een relatief lange doorlooptijd.
Naast de beoordeling van rapporten en het opstellen van een beoordelingsrapport met begeleidende brief zijn met dit budget de volgende werkzaamheden uitgevoerd:
De OMWB is ook lid van het landelijk Kernteam EED; we wonen vergaderingen bij en schrijven mee aan pre-adviezen voor concernbedrijven.
In 2018 was het beoordelen van EED-rapporten opgenomen in Programma 1 (Basistaken). Omdat niet alle EED-plichtige bedrijven tot de ‘basistaakbedrijven’ behoren, is ervoor gekozen het beoordelen van de EED-rapporten in 2019 voor alle bedrijven op te nemen in Programma 2 (verzoektaken), om zo tot heldere en eenduidige afspraken over de opdrachtverlening te komen.
Eind 2019 start de tweede cyclus van vier jaar. Bedrijven moeten dan een nieuwe EED-audit uitvoeren en het rapport daarvan laten beoordelen. Met ingang van deze nieuwe ronde wordt het Rijk mogelijk het bevoegd gezag voor het beoordelen van de rapportages. In de loop van 2019 wordt hierover meer duidelijkheid verwacht.
In het werkprogramma voor 2018 heeft de gemeente Breda € 25.000,- opgenomen. Er zijn 46 EED beoordelingen uitgevoerd of nog in behandeling. Dit zijn er meer dan vooraf was geraamd. Het aantal te beoordelen EED-rapporten is vooraf lastig in te schatten. In 2018 € 32.507,- aan het beoordelen van EED-rapporten besteed.
Doorkijk 2019 / 2020 EED-beoordelingen
De gemeente heeft € 25.000,- opgenomen in het Werkprogramma 2019. Bij overschrijding van dit budget zal de OMWB contact opnemen met de gemeente om afspraken te maken over de te volgen werkwijze.
Gelet op de onduidelijkheid betreffende de mogelijke overdracht van het bevoegd gezag voor het beoordelen van EED-rapporten naar het Rijk is er op dit moment nog geen zicht op de rol van de OMWB in 2020 bij de uitvoering van deze taak. De gemeente zal hierover in de loop van 2019 worden geïnformeerd.
Een aantal gemeenten maakt al jarenlang gebruik van adviseurs van de OMWB om de saneringsvoorraad binnen haar gemeentegrenzen terug te brengen. De OMWB staat dan in voor de projectleiding, het opstellen van een saneringsprogramma (waaronder bepalen van de gevelbelasting), de communicatie met de betrokken huurders en eigenaren en de administratieve afhandeling.
In begin 2018 hebben we daar een waardevol en eigentijds hulpmiddel aan toegevoegd (https://geluidsanering.omwb.nl/), zodat burgers optimaal geïnformeerd worden over de status van een saneringsproject en de administratieve last afneemt.
Sinds kort proberen we saneringsprojecten te combineren met het aspect energie, omdat beide prima gecombineerd kunnen worden bij isolerende maatregelen.
In 2018 heeft BSV alle gemeentes gevraagd hun openstaande saneringsobjecten door te geven en de bekende saneringslijsten op te schonen (opschoonactie). Dit moet de totale (landelijk) saneringsomvang in beeld brengen, inclusief het budget dat daar grofweg voor uitgetrokken moet worden. Dit gebeurt met het oog op een juiste opname van de regelingen rondom geluidsanering in de Omgevingswet.
De 2.11 taken betreffen ruimtelijke ordening, waaronder opstellen milieuparagrafen, toetsen bestemmingsplan en uitvoeren van milieuonderzoek t.a.v ruimtelijke ordening. Sinds 2018 is er een nieuw team van twee ervaren RO-adviseurs bij de OMWB. In 2018 is geïnvesteerd op ontzorgen van de gemeente, pro-actief meedenken en een duurzaam klantcontact met gemeenten. Bij diverse gemeentes zijn onze RO-adviseurs regelmatig in huis, waardoor de lijnen met de RO-ambtenaren en Team vergunningen in deze gemeenten kort zijn. In de ruimtelijke ordening lopen ook enkele pilots op het gebied van de Omgevingswet in samenwerking met gemeenten.
De omzet voor ruimtelijke ordening (RO) zal naar verwachting stijgen in 2019. Vrijwel alle gemeentes hebben in 2019 een hoger budget opgenomen voor deze taken dan in 2018. Daarnaast biedt de Omgevingswet nieuwe kansen, omdat deze wet vanuit planvorming is ingericht en een integrale benadering van de kwaliteit van de leefomgeving belangrijk is. Adviseren in RO vraagt om integraliteit.
Deze gemeente blijft qua bestedingen in 2.11 behoorlijk achter op het werkprogramma. Het is de OMWB niet duidelijk, waarom het budget niet gehaald wordt. Een mogelijke verklaring is dat de gemeente relatief veel werkzaamheden zelf oppakt. De RO-adviseurs van de OMWB willen hier graag afstemming met de gemeente over hebben, indien dit gewenst is.
Mogelijk bieden nieuwe vragen vanuit de Omgevingswet nieuwe kansen tot samenwerking.
Door de gemeente is aan de OMWB opdracht gegeven om voor haar de bodemtaken bij aanvragen om omgevingsvergunning ook het aspect bouwen af te handelen. Daarnaast heeft de gemeente de OMWB opdracht gegeven te ondersteunen bij drie opdrachten. Deze zijn afgehandeld.
De algemene trend is dat deelnemers meer geluidadviezen aanvragen – niet alleen voor vergunningen of meldingen, maar ook in het kader van ruimtelijke procedures en gemeentelijk beleid (APV, evenementen). Wat betreft metingen krijgen we steeds meer opdrachten voor het (langdurig) monitoren van geluidbronnen: zoals windturbines en rijkswegen (A59 en A67) (ODZOB), deze metingen worden op dit moment uitgevoerd. In 2019 starten we met geluidmetingen bij de HSL, in opdracht van gemeente Moerdijk, om te controleren of de berekende geluidsbelasting wel overeenkomt met de werkelijke geluidsbelasting.
Luchtonderzoeken zijn kostbaar en vragen verhoudingsgewijs veel begeleidingsuren.
Door de OMWB zijn 47 opdrachten/adviesverzoeken voor het aspect geluidontvangen en afgehandeld.
De OMWB heeft een nog lopende opdracht geluid uit 2017 afgerond. Gezien het zeer beperkte budget is hier toch sprake van een overschrijding van het budget. In absolute zin is de overschrijding echter beperkt.
Door de gemeente is voor de uitvoering van overige verzoektaken (VTH2.23 t/m VTH2.25) een totaalbudget van € 73.600,- opgenomen. De gemeente heeft na T1 aangegeven dat binnen dit budget ook onderstaande twee adviestaken vallen: Makelaarsloket (voor de afhandeling van verzoeken om bodeminformatie) en Invoer bodemrapporten (voor de invoer van bodemrapporten).
Sinds enkele jaren doen diverse gemeentes een beroep op de OMWB voor ondersteuning op het vlak van bouwadvisering in de brede zin van het woord. Dit heeft diverse redenen: krapte op de markt voor goed gekwalificeerd personeel, flexibiliteit en werkplantechnische redenen. Voor de komende jaren komt daar wellicht de onzekerheid over de consequenties van de uitwerking van de nieuwe bouwregelgeving bij.
Met de komst van de bouwunit in 2017 streeft de OMWB ernaar verzoeken voor ondersteuning bij bouwplantoetsing en -toezicht zo veel mogelijk met eigen personeel op te vangen.
De onzekerheid over het toekomstig volume van de bouwtaken speelt uiteraard ook bij de OMWB. Een belangrijke reden dat de OMWB terughoudend is met het werven van nieuwe mensen om opengevallen plaatsen (tijdelijk) bij OMWB-gemeentes op te vullen.
Een uitzondering wordt gemaakt als de aanvraag voor ondersteuning structureel van aard is (opgenomen in het werkprogramma), of op ad-hoc basis als het niet ten koste gaat van andere werkzaamheden opgenomen in het werkprogramma.
De toekomst zal uitwijzen of er groei mogelijk is voor de bouwpoot van de OMWB. Veel zal afhangen van de mate waarin OMWB-gemeentes dergelijke taken structureel bij de OMWB willen onderbrengen en/of wat, als gevolg van veranderende wetgeving, straks door marktpartijen uitgevoerd mag worden.
Voor de uitvoering en kennisopbouw van externe veiligheidstaken en -advisering bij VTH, ruimtelijke planvorming en transport stelt het Rijk financiële middelen beschikbaar via het zogenaamde Programma Impuls Omgevingsveiligheid (IOV). De provincie keert die middelen uit aan de OMWB. De OMWB heeft daartoe in 2018 een regionaal uitvoeringsprogramma IOV2018 opgesteld. De gemeente kan binnen dit programma zelf verzoektaken EV (VRZIOV) aanvragen bij de OMWB. Verder wordt binnen het programma door de OMWB een aantal projecten uitgevoerd (PRO-IOV) en zijn er middelen gereserveerd ter versterking van de taakuitvoering door de OMWB (VOD-IOV: kennisopbouw en -beheer, communicatie en borging/monito-ring) in het belang van de gemeentelijke taakuitvoering. Naast het IOVbudget heeft de gemeente Breda voor EV-taakuitvoering € 17.414 opgenomen in het werkprogramma.
Binnen het IOV-programma zijn voor de gemeente Breda de volgende werkzaamheden verricht (VRZ-IOV): RRGS-beheer en implementeren en uitvoeren van EV bij branchegericht toezicht. Binnen het IOV-programma zijn door de gemeente een viertal opdrachten verleend (berekeningen spoorzone, kleine EV-RO-vragen, beperkingen BP t.g.v. Windturbines en kleine EV-vragen). Binnen het werkprogramma zijn twee opdrachten verleend (advies routering gevaarlijke stoffen). De uitvoering van PRO-IOV en VOD-IOV wordt afzonderlijk gerapporteerd en is te vinden op de website van OMWB.nl, Brabantnet.
De gemeente Breda heeft voor speerpunt 2.18 (advies grijs) in het werkprogramma 2018 €
17.414 opgenomen. In het regionaal uitvoeringsprogramma IOV2018 is voor de gemeente Breda € 19.000,- gereserveerd (VRZ-IOV). In onderstaande tabel is de uitputting per onderdeel opgenomen. In onderstaande grafiek is de gesommeerde uitputting van het werkprogramma en het VRZ-IOV-budget weergegeven (rode lijn) t.o.v. de gesommeerde lineaire uitputting (blauwe lijn). Bij de gemeente Breda blijft de besteding enigszins achter, omdat de gemeente niet aan alle collectieve verzoektaken heeft deelgenomen, zoals ondersteuning verantwoording groepsrisico en inventarisatie vervoer gevaarlijke stoffen. Er zijn wel EV-werkzaamheden voor de gemeente Breda verricht binnen het IOV-programma, zoals hierboven beschreven. De totale besteding aan EV-middelen in 2018 (VRZ-IOV + PROIOV + VOD-IOV + WP) t.b.v. de gemeente Breda is in onderstaande grafiek weergegeven (groene lijn).
Na 2019 zal het IOV-programma zeer waarschijnlijk beëindigd worden. Dit hangt af van de resultaten van het landelijk financieel lastenonderzoek dat momenteel plaatsvindt. Dit ‘advies structurele financiering’ onder leiding van Van Belzen onderzoekt de omvang van de bestuurlijke lasten met betrekking tot de taakuitvoering externe veiligheid. Daarbij zal eveneens bekeken worden hoe deze taken en activiteiten gefinancierd kunnen worden en bij welke partij het eigenaarschap ligt. Geadviseerd wordt in de gemeentelijke begroting voor 2020 ook externe veiligheid op te nemen.
Verder zal de gemeente zich voor moeten bereiden op de Modernisering van het
Omgevingsveiligheidsbeleid, zoals dit opgenomen is in de Omgevingswet. Gemeenten en de Provincie zullen de aandachtsgebieden van risicovolle activiteiten in beeld moeten brengen en opnemen in de omgevingsplannen. Geadviseerd wordt alvast na te gaan wat de consequenties hiervan zullen zijn en hoe de ambities t.a.v. omgevingsveiligheid in de omgevingsvisie kunnen worden vastgelegd.
Om goed voorbereid te zijn op de Omgevingswet heeft de OMWB in 2018 met de deelnemers gewerkt langs drie sporen:
De diverse pilots, verkenningen en samenwerkingsverbanden staan vermeld in bijlage 2. De projecten en contactpersonen staan ook in het geografisch informatiesysteem (GIS) vermeld.
De belangstelling voor samenwerkingsprojecten was met 25 projecten groot; vooraf was de inschatting dat 15 projecten realistisch was. De 25 projecten varieerden van pilots omgevingsplan tot omgevingsvisies, en van living lab tot proeftuin. Alle opgedane kennis zal in 2019 in- en extern in trainingssessies gedeeld worden.
GGD, veiligheidsregio en omgevingsdienst stemmen hun voorbereidingen op de omgevingswet met elkaar af en hebben ook gezamenlijk een netwerkbijeenkomst voor gemeenten georganiseerd. ODBN, ODZOB en OMWB hebben op basis van een impactanalyse een actieplan opgesteld voor acties die de drie Brabantse diensten gezamenlijke of individuele zullen oppakken.
Onder andere naar aanleiding van de uitgevoerde studie naar het verdwijnen van het inrichtingenbegrip en het overgangsrecht is de OMWB betrokken bij overleggen tussen de provincie/IPO en het ministerie van I&W. Tot slot heeft de OMWB in verschillende bijeenkomsten – programma ‘Aan de slag met de Omgevingswet’, specifieke bijeenkomsten met deelnemers, provinciale omgevingsvisie en nationale omgevingsvisie (NOVI) – bijdragen geleverd over milieu- en duurzaamheidsaspecten, de rol van omgevingsdiensten en de organisatie van decentrale overheden onder de Omgevingswet.
In de pilot Omgevingsvisie Roosendaal is voor meerdere milieuthema’s een uitgebreide analyse uitgevoerd naar milieugebruiksruimte en de Omgevingswet. Dit heeft waardevolle informatie opgeleverd. Ook voor het Havenbedrijf Moerdijk en geselecteerde gebieden in de gemeenten Bergen op Zoom, Breda, Geertruidenberg en Tilburg is een omgevingsanalyse uitgevoerd.
In samenwerking met de provincie, waterschappen en gemeenten is het project train-detrainer uitgevoerd, begeleid door het programma Aan de slag met de Omgevingswet. De OMWB heeft twee trainers geleverd en bijgedragen aan de inhoud van de trainingen. In Brabant zijn hiermee ruim 900 collega’s opgeleid. Er was zowel aandacht voor inhoudelijke kennis als voor de cultuuraspecten van de veranderopgave.
De OMWB heeft ook geparticipeerd in het project Handvatten voor het Omgevingsplan, dat naast extra kennis en inzicht onder meer ook de zogeheten staalkaarten heeft opgeleverd: bouwstenen voor gemeentelijke omgevingsplannen. Deze staalkaarten zijn eind 2018 online gepubliceerd. Met name de staalkaart Bedrijfsmatige activiteiten is van belang voor milieuaspecten als geluid en externe veiligheid. In 2019 zal VNG Realisatie waarschijnlijk een vervolg initiëren.
De OMWB heeft naast de staalkaarten ook de (landelijke) primeur van het allereerste stappenplan voor de omgevingsvergunning. Dit is opgesteld in opdracht van de provincie en in afstemming met ODBN en ODZOB. In 2019 wordt dit stappenplan verder vormgegeven en gedeeld met IPO, VNG en het ministerie van I&W.
Intern zijn bij de OMWB-medewerkers de gevolgen van de Omgevingswet voor de dienst onder de aandacht gebracht en is inhoudelijke kennis breed gedeeld. Het kernteam heeft ook deelgenomen aan de consultatie van nieuwe wetgeving, individueel en samen met de provincie. De consultatie voor het Invoeringsbesluit heeft de OMWB gecoördineerd namens de provincie en de drie Brabantse omgevingsdiensten.
In de pilot De Krogten, met de gemeente Breda, zijn de gevolgen van het nieuwe stelsel, en met name de vereisten voor digitale informatiestromen nader geanalyseerd. Met de gemeente Tilburg loopt een vergelijkbaar traject.
Samen met VNG Realisatie en de gemeente Bergen op Zoom is een praktijkproef uitgevoerd die inzicht heeft opgeleverd in de milieuaspecten die digitaal ontsloten moeten (en kunnen) worden. Deze praktijkproef wordt ook gebruikt om het nieuwe omgevingsloket vorm te geven.
9.2 Vormgeven basistakenpakket 3.0
De OMWB heeft samen met de VNG, IPO, het ministerie van Binnenlandse zaken en een selectie van gemeenten mede vorm gegeven aan het nieuwe basistakenpakket, waarbij de insteek een beleidsneutrale overgang en een logische opbouw was. De OMWB heeft ook gesprekken georganiseerd tussen het ministerie BZK, de provincie Noord-Brabant, ODBN, ODZOB en OMWB over de financiële consequenties van dat nieuwe basistakenpakket. Dit wordt in 2019 in ODNL-verband nader geanalyseerd.
Een werkgroep met gemeenten, provincies en omgevingsdiensten gaat aan de slag met de transponering van het huidige basistakenpakket (Bor, 2017) naar het nieuwe (Ow, 2021) om te komen tot een werkbaar basistakenpakket in het Invoeringsbesluit.
9.3 Personele inzet en financiering
Personele inzet en samenwerking
De verkenningen op het gebied van geluid zijn in concept opgesteld, maar moet nog inhoudelijk gecontroleerd worden door de specialisten. De drukte in het reguliere werk belemmert en vertraagt het opleveren van deze onderdelen. De collega’s die de verdiepingsslag kunnen maken zijn juist de collega’s die al druk bezet zijn. Ook binnen het kernteam is merkbaar dat er een hoge werkdruk is. Waar wordt gestuurd op declarabiliteit en productie, gaat ‘regulier werk’ voor op Omgevingswet- werk.
Desondanks raken steeds meer collega’s betrokken bij de voorbereiding op de omgevings. Met name in de vakgebieden Bodem en Externe Veiligheid verkennen we de materie actief en samen met deelnemers. In de gemeenten Moerdijk en Rucphen is bovendien een training omgevingsveiligheid (Externe Veiligheid onder de Omgevingswet) verzorgd.
Het project‘Omgevingswet en Ondergrond is gestart en via een eerste, beknopte nieuwsbrief zijn deelnemers en partners geïnformeerd over omgevingswetgerelateerde ondergrondse ontwikkelingen.
In totaal was 800 uur begroot in collectieve taken voor het programma Omgevingswet; hiervan zijn 709.50 uren benut. Voor intensieve samenwerkingsprojecten is steeds een separate opdracht/financiering opgesteld (onder meer de pilots in Breda, Geertruidenberg, Roosendaal en de opdracht voor het Havenbedrijf). Daarnaast zijn er 153,90 uren besteedt ten laste van de specifieke provinciale opdracht Omgevingswet.
9.4 Overzicht pilotprojecten, overleggen en dwarsverbanden
Overzicht pilots Omgevingswet (peildatum 31-12-2018). Het betreft diverse soorten verkenningen samen met deelnemers, zoals pilots ‘Bestemmingsplan verbrede reikwijdte’, ‘Living Labs’, ‘Proeftuinen’ en individuele trajecten met gemeenten. De gegevens zijn ook verwerkt in het Geografisch Informatie Systeem (GIS) zodat het voor collega’s bekend is waar deze projecten worden uitgevoerd en wie de contactpersonen zijn.
Voor de Collectieve taken is een apart verantwoordingsdocument opgesteld dat u separaat wordt aangeboden. Door het Algemeen Bestuur van de OMWB is medio juli 2018 besloten dat bij een eventueel onderuitputting van het collectieve taken - budget er terugstorting zou plaatsvinden naar alle deelnemers. In 2018 was sprake van een onderuitputting. Verrekening van het overschot is inmiddels verwerkt in de eindafrekening die u in januari 2018 is toegezonden.
Bijlage 2. Overleggen en dwarsverbanden Omgevingswet
Bijlage 3: Overzicht P2-projecten
|
17030957 Roosbergseweg Bavel Opdracht afhandelen melding aanleg geslo 17071941 Hoge Gouw 15 Teteringen, Nathan Projects, OLO 3117839 |
Bijlage 4: Trends en ontwikkelingen
Hieronder lichten wij een aantal trends en ontwikkelingen toe die van invloed zijn op de te leveren producten en diensten die ook de afgelopen jaar (2018) van belang zijn geweest.
Sinds 1 januari 2018 zijn op initiatief van de Noord-Brabantse gemeenten en de provincie Noord-Brabant de inspecties bij veehouderijen geïntensiveerd. Gedurende drie jaar controleren de toezichthouders van de drie betrokken omgevingsdiensten ( OMWB, ODZOB en ODBN) op uniforme wijze of de agrarische bedrijven aan de wet- en regelgeving voldoen. Daarnaast worden agrariërs over asbestverwijdering en energiebesparing geïnformeerd. Jaarlijks krijgen de deelnemers aan het project de beschikking over de resultaten van de uitgevoerde controles. Naast een papieren rapportage bieden de omgevingsdiensten de gegevens ook digitaal aan, zodat de relevante data gemakkelijk opgezocht kunnen worden.
In de eerste maanden van het project hebben de omgevingsdiensten de ITv-werkwijze geïmplementeerd en zijn ze begonnen met het werven en opleiden van toezichthouders. De omvang van de opdracht tot agrarisch toezicht voor de drie omgevingsdiensten is door de opdracht behoorlijk toegenomen. Door te werken met de voor dit project ontwikkelde digitale checklisten en de ITv-app wordt gezorgd voor een zo uniform mogelijke uitvoering van de inspecties en de monitoring daarvan. De resultaten die in de rapportage zijn opgenomen, zijn gebaseerd op de inhoudelijke bevindingen van de integrale controles die zijn uitgevoerd.
Naast deze inhoudelijke bevindingen is uit de controles in 2018 gebleken dat de toezichthouders meer dan voorgaande jaren geconfronteerd worden met ondernemers voor wie het toekomstperspectief van hun bedrijf onduidelijk is. De veehouderij is in transitie; bedrijven verduurzamen of stoppen. Dit betekent dat de toezichthouders niet alleen controles uitoefenen en daarvoor kennis van wet- en regelgeving moeten hebben, maar ook het oog zijn voor de gemeente wat betreft bedrijven die mogelijk ondersteuning vanuit de overheid nodig hebben. Een aantal gemeenten heeft al vertrouwenspersonen ingezet om samen met de agrarische ondernemers de mogelijkheden voor de toekomst te onderzoeken. Voor de toezichthouders is het daarom van belang dat zij de signalen die ze oppikken op dit vlak direct door kunnen geven.
Veehouderij en volksgezondheid
In 2016 en 2017 zijn de resultaten van de onderzoeken Veehouderij en Gezondheid
Omwonenden (VGO-I en VGO-II) uitgebracht. Eind 2018 is het eerste gedeelte van het VGO-III uitgebracht, in 2019 volgt nog een tweede gedeelte. Verder is in 2016 het rapport Emissies van endotoxine uit de veehouderij gepubliceerd en begin 2019 wordt een vervolg hierop verwacht, het RVG (Risicomodellering veehouderij en gezondheid). Uit de rapporten blijkt dat het wonen in de buurt van veehouderijen een verhoogd risico op gezondheidsklachten kan veroorzaken.
Naar aanleiding van de eerst uitgebrachte onderzoeken is in Brabant het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid gevormd, bestaande uit vertegenwoordigers van de provincie, GGD, omgevingsdiensten en gemeenten. Het ondersteuningsteam vormt onderdeel van het BPO-speerpunt Veehouderij en adviseert hoe volksgezondheid op een zorgvuldige manier mee kan worden genomen bij de beoordeling van ontwikkelingen van en rond veehouderijen. Om zo de risico’s voor de volksgezondheid zoveel mogelijk te beperken. In 2016 en 2017 zijn op de uitvoering gerichte notities opgesteld die nagenoeg provincie breed worden toegepast. In 2018 is de Handreiking Veehouderij en Volksgezondheid geactualiseerd en in 2019 staat aanpassing van het Endotoxine toetsingskader op het programma.
Aan het aspect volksgezondheid gerelateerd, heeft het ondersteuningsteam in 2018 uitgebreid geadviseerd naar aanleiding van een WUR-rapport waaruit bleek dat het geurverwijderingsrendement van gecombineerde luchtwassers aanmerkelijk lager is dan waar tot dan toe vanuit werd gegaan. Het rapport is reden geweest om de landelijke geuremissiefactoren hierop aan te passen. Maar afgelopen jaren zijn veel vergunningen verleend, waarbij nog gerekend is met de te ‘gunstige’ geuremissiefactoren voor gecombineerde luchtwassers. Hierdoor kunnen nieuwe overbelaste geursituaties zijn ontstaan. Een landelijke commissie komt n 2019 met voorstellen hoe hier mee om te gaan. Het ondersteuningsteam zal zorgen voor een adequate doorvertaling in Brabant.
Ook na 2019 zijn nieuwe rapporten te verwachten over de relatie tussen veehouderij en volksgezondheid. Onder andere vervolgonderzoek over de relatie tussen geitenhouderijen en volksgezondheid. Het blijft belangrijk dat er door het ondersteuningsteam doorvertaling hiervan plaatsvindt naar de Brabantse uitvoeringspraktijk.
Toezicht op bodemsaneringen/toepassing van immobilisaat
De toepassing van immobilisaat in Nederland is een sterke groeimarkt waarbij grote hoeveelheden verontreinigde grond rechtstreeks uit een bodemsanering of indirect via een verwerker worden toegepast. Gemeenten zijn hierbij meestal het bevoegdgezag) De verwachting is dat in 2018 totaal ca. 780.000 ton immobilisaat zal worden toegepast (info; Jaap van der Bom, NVPG).
Al deze werken worden onder de BRL 7510 uitgevoerd waarvoor geen meldingsplicht is geregeld. Conform hoofdstuk 6.8.4 van deze BRL moet men aantonen dat de bouwstof (immobilisaat) aan de geldende samenstellingseisen en emissie-eisen van de Regeling bodemkwaliteit voldoet. Het toezicht op deze werken wordt momenteel volledig overgelaten aan de markt c.q. de betreffende Certificerende Instelling. Tevens dient te worden opgemerkt dat al deze toepassingen nergens worden geregistreerd. Omdat op deze werken weinig of geen toezicht wordt uitgeoefend, is het initiatief genomen om samen met de andere twee OD’s in Brabant, het toezicht hierop meer handen en voeten te geven om daarmee tot een uniforme werkwijze te komen.
Gesloten bodemwarmtewisselaars
Vanuit de grondwaterzorgplicht is bij de gemeenten binnen het werkgebied van de OMWB ( opstellen werkprogramma’s 2019) aandacht gevraagd voor de consequenties van gesloten bodemenergiesystemen het grondwater in relatie tot de ‘drukte’ in de ondergrond en aandacht voor regelgeving.
Gesloten bodemenergiesystemen (gemeente bevoegd gezag) gebruiken de bodem als warmtewisselaar voor het bovengronds leveren van koude en warmte. Via lussen (buizen) in de bodem wordt een koude vloeistof (antivriesmiddel) door de bodem geleid. Om het beste rendement te halen worden de lussen liefst zo diep mogelijk geplaatst op z’n 100 tot 200 m. Indien bij de aanleg van nieuwe systemen geen rekening wordt gehouden met bestaande systemen kunnen de systemen elkaar negatief beïnvloeden, met als resultaat slecht werkende systemen.
Daarnaast vinden er in de ondergrond nog talloze activiteiten meer plaats; buisleidingen, grondwateronttrekkingen, bodemverontreiniging. Wij verzoeken gemeente gebruik te maken van het ruimtelijke instrumenten INTERFERENTIEGEBIEDEN of een MASTERPLAN. Met deze instrumenten kan de drukte in de ondergrond gereguleerd worden. Vanuit onze kennis van de ondergrond en bodemenergiesystemen zouden wij graag van de gemeente een adviserende rol krijgen.
De wet- en regelgeving voor de gesloten bodemenergiesystemen is beperkt. De systemen hoeven alleen gemeld te worden. Momenteel worden veel systemen aangelegd zodat de kans groot is dat lekkages gaan optreden. Om nieuwe bodemverontreiniging te voorkomen moet gestuurd worden
op milieuvriendelijke alternatieve voor geleiding (nu glycol) in deze systemen. Binnen de huidige wetgeving is deze mogelijkheid er niet. Een lokale oplossing is het opnemen van instructieregels binnen een interferentiegebied/ masterplan.
De feitelijke boringen moet door een gecertificeerd bedrijf worden gedaan. Echter in de praktijk zijn er veel cowboy’s werkzaam, die de plaatsing conform de protocollen niet zo nauw nemen en snel geld willen verdienen. Met het gevolg slechte afdichtingen van de bodemlagen, waardoor verontreinigingen van bovenaf makkelijk naar diepere watervoerende pakketten kunnen.
Gelet op de bovenstaande risico’s willen we deze systemen niet in hetzelfde watervoerend pakket waaruit ook drinkwater wordt onttrekken. In zone’s nabij onttrekkingen voor drinkwaterbedrijven worden deze systemen dan ook niet toegestaan of geldt een diepte van de winning alleen boven een geschermde kleilaag. In sommige gevallen is deze regulering ook wenselijk buiten de zone zoals aangegeven in de Provinciale milieuverordening. Afstemming over ruimtelijke ontwikkelingen net buiten de zones is dus wenselijk.
Vanuit de provincie en de B5 gemeenten zal een communicatietraject opgestart om gemeenten hierover voorlichting te geven. Daarnaast wordt ook onderzocht of het mogelijke is regelgeving op provinciaal niveau te implementeren welke richting geeft aan de aanleg en exploitatie van dergelijke systemen in relatie tot bescherming van het grondwater. Eveneens is met de drie omgevingsdiensten een samenwerking opgestart om te komen tot een uniforme werkwijze binnen de diensten m.b.t. de afhandeling van meldingen gesloten bodemenergiesystemen waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is.
Als gevolg van legionellagevallen in 2016 en 2017 in Boxtel en Son en Breugel zijn er Kamervragen gesteld aan minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat.
Naar aanleiding hiervan wil de minister weten wat er wordt gedaan om andere besmettingen te voorkomen en wil zij een overzicht hebben van biologische afvalzuiveringen met vergelijkbare processen.
Bevoegd gezag voor afvalwaterzuiveringen bij bedrijven zijn gemeenten en provincies. In de regio Midden en West-Brabant zijn 21 afvalwaterzuiveringen (AWZI’s) en 5 rioolwaterzuiveringen (RWZI’s) waarvoor het college van GS wabo-bevoegd gezag is. Bij twee van deze zuiveringen is legionella vastgesteld.
Vanuit ODNL zijn alle omgevingsdiensten gevraagd de situatie bij de biologische afvalwaterzuiveringen in kaart te brengen, dit is reeds gebeurd.
De betreffende gegevens zijn door alle omgevingsdiensten verzameld en overgedragen aan de ODBN, die hiervoor een projectleider heeft aangedragen die deze inventarisatie landelijk coördineert via ODNL. Na verdere analyse van al deze gegevens zullen eventuele acties uitgezet worden bij de desbetreffende omgevingsdiensten indien dat noodzakelijk is. Verder zal de inventarisatie afgesloten gaan worden met een stuk kennisdeling.
Transitie Wbb naar omgevingswet
Voor het vakgebied vergunningverlening bodem heeft de aanstaande transitie naar de omgevingswet van alle vakgebieden de grootste impact. Ofschoon de invoering met rasse schreden nadert, is op dit moment veel nog onduidelijk. Worden de werkzaamheden (deels) al dan niet een basistaak? Hoe komt de wetgeving er precies uit te zien? Hoe gaan gemeenten invulling geven aan hun nieuwe taken? Wat worden de nieuwe taken? Hoe nemen de bestaande budgetten van de provincie af en matcht deze afname met de transitie naar de gemeenten? Lukt het ons om de kennis voor NoordBrabant te behouden, zodat in de toekomst geen grote problemen ontstaan? Hoeveel tijd is er nog nadat duidelijk is geworden hoe het er precies uit gaat zien?
In verband met andere bodemtaken zoals het Besluit bodemkwaliteit wordt getracht de in 2019 nieuw opgezette contacten met de deelnemende gemeenten te verstevigen zodat we gezamenlijk een brug kunnen slaan naar de omgevingswet.
Ontwikkelingen Wet natuurbescherming – PAS
Op 7 november 2018 heeft het Europees Hof antwoord gegeven op de door de Raad van
State gestelde prejudiciële vragen in het kader van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Tot nu toe heeft dit weinig impact gehad op de opdrachten. Inmiddels is bekend dat op 14 februari 2019 de zittingen hervat worden door de Raad van State en een uitspraak wordt daarmee niet eerder verwacht dan het voorjaar 2019 (april/mei). Onduidelijk is natuurlijk wat de impact van de uitspraak zal zijn, maar mocht de uitspraak van de Raad van State negatief zijn dan zal dit verstrekkende gevolgen hebben voor de uitvoering van verschillende provinciale opdrachten. Het risico daarbij is dat voor langere tijd er geen vergunningverlening Wet natuurbescherming mogelijk is, omdat er op dat moment een toetsingskader ontbreekt. Het geschetste risico heeft in eerste aanleg vooral gevolgen voor het onderdeel vergunningverlening Wet natuurbescherming. Een negatieve uitspraak zal daarnaast ook gevolgen hebben voor het onderdeel toezicht en handhaving Wet natuurbescherming. De provinciale en gemeentelijke werkprogramma’s in het kader van de Wabo worden geraakt bij een negatieve uitspraak. Bij Omgevingsvergunningen waar de Wet natuurbescherming aanhaakt (en waar een Vvgb; verklaring van geen bedenkingen moet worden afgegeven) kunnen vergelijkbare effecten optreden. Daarbij kan dit ook andere trajecten raken zoals het ITv-project
In de Verordening natuurbescherming is opgenomen dat een veehouderij vanaf 1 januari 2020 dan wel 1 januari 2022 in bepaalde gevallen oude huisvestingssystemen niet meer mag toepassen. Daarbij is aangegeven dat in veel gevallen daarvoor vóór 1 januari 2020 deze veehouderijen een omgevingsvergunning dan wel melding Activiteitenbesluit in moeten dienen. In 2019 zal een inventarisatie plaatsvinden over hoeveel veehouderijen dit gaat. Duidelijk is dat een substantieel deel van de alle veehouderijen hiermee te maken krijgt. Dit zal leiden tot een forse toename van het aantal in te dienen omgevingsvergunningen en daaraan gekoppeld ook de vergunningaanvragen/vvgb’s Wet natuurbescherming. En mogelijk ook een toename zal laten zien op de verzoeken om hardheidsclausule uit de Verordening natuurbescherming. Daarmee raakt het zowel de werkprogramma’s van de provincie, gemeenten als omgevingsdiensten. Vanaf 1 januari 2020 zal hier ook toezicht op gehouden moeten worden.
Los van/dan wel na de uitspraak van de Raad van State zal zeer waarschijnlijk AERIUS Register er voor meerdere maanden uitliggen ivm de periodieke herziening van de PAS. In AERIUS Register wordt zogenaamde ontwikkelingsruimte afgeboekt voor vergunningaanvragen/vvgb’s Wnb. In deze periode kan er dus geen ontwikkelingsruimte worden afgeboekt. Dit houdt in dat de aanvragen die hier betrekking op hebben tijdelijk niet verder in procedure gebracht kunnen worden (grofweg geldt dit voor 50% van de aanvragen/vvgb’s die we in behandeling hebben). Dit zal tot vertraging leiden in de vergunningverlening Wnb, maar ook bij de omgevingsvergunningen waar een vvgb noodzakelijk is. Pas bij de release van de nieuwe versie kunnen we de vergunningverlening op dit punt weer oppakken.
Ontwikkeling uitvoeringsbeleid soortenbescherming
Met het oog op het verbod op asbestdaken in 2024, worden op veel bedrijven op dit moment plannen gemaakt voor (dak)renovatie van stallen.
Het is belangrijk om hier stil te staan bij de aanwezigheid van beschermde diersoorten zoals huismussen, boerenzwaluwen of vleermuizen. Provincies zijn bevoegd gezag en controleren of bij sanering wel voldoende rekening houdt met die diersoorten. Wordt niet voldaan, kan dit leiden tot het stilleggen van de asbestsanering. Gevolg: vervelende situaties, onvoldoende bescherming van de betreffende dieren en hogere kosten voor de initiatiefnemer. Om de bescherming van bedreigde dier- en plantensoorten (die voorkomen onder asbestdaken) te borgen is het wenselijk hier (uitvoerings)beleid voor te ontwikkelen. Dat moet ondermeer resulteren in een praktisch toepasbaar instrument hoe om te gaan met bedreigde dier- en plantensoorten bij de sanering van asbestdaken, voor zowel bedrijven en gemeentes.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2019-96586.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.