Gemeente Heerlen - Handhavingsuitvoeringsprogramma 2019 WABO Gemeente Heerlen

 

Samenvatting

Het college is verplicht zijn Toezicht- en Handhavingshandhavingsbeleid Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) 2019-2022 jaarlijks uit te werken in een uitvoeringsprogramma waarin staat welke activiteiten het het komend jaar uitvoert, rekening houdend met het minimale uitvoeringsniveau en de prioriteiten voor 2019-2022.

Voor u ligt het handhavingsuitvoeringsprogramma 2019 Wabo waarin staat hoe we in 2019 de toezicht- en handhavingstaken op het gebied van bouwen, ruimtelijke ordening, milieu, Drank- en Horecawetgeving en APV (Wet op de kansspelen en Terrasvergunning) uitvoeren.

 

Net als in voorgaande jaren (2016-2018) voeren we in 2019 de wettelijke toezichttaken (toezicht op verleende Wabo-vergunningen, periodieke controles bij bedrijven en be- en afhandelen van klachten en verzoeken om handhaving) op een minimaal niveau uit. Als we de taken alleen op een minimaal niveau uitvoeren, zijn de risico’s te groot. De capaciteit die we over hebben door een minimaal uitvoeringsniveau aan te houden, besteden we aan bestuurlijke keuzes om de risico’s te verkleinen en acceptabel te maken. De bestuurlijke keuzes en prioriteiten staan genoemd in het handhavingsbeleid en programma 2019.

 

Behalve brandveiligheid en constructieve veiligheid krijgt in 2019 ook energiebesparing en duurzaamheid prioriteit. Dit betekent dat we bij nieuwbouw en verbouw ook aandacht besteden aan energiebesparing en duurzaamheid.

 

In 2019 pakken wij met additioneel budget, binnen het project Herstructurering Vrieheide op grond van de bouwregelgeving met name woonoverlast aan.

Bestaande bouw controleren we op brandveiligheid en constructieve veiligheid, voor zover het gebouwen zijn waar grote groepen mensen samenkomen die verminderd zelfredzaam zijn (o.a. kinderdagverblijven, hotels- en pensions, kamerverhuurpanden etc.). Brandveiligheid van gemeenschapshuizen en horecabedrijven controleren we in verband met de carnaval. Hennepplantages en drugslabs pakken we na melding van politie en/of brandweer aan als er overtredingen zijn op het gebied van milieu- bouw- of ruimtelijke regelgeving.

 

In 2019 zetten we meer dan voorgaande jaren in op asbest. Dit heeft te maken met de wettelijk verplichte sanering van asbestdaken vóór 31 december 2024, onze toezicht- en handhavingstaak en de uitkomst in 2018 van de inventarisatie van asbestdaken (± 80% van de asbestdaken in Heerlen is < 35m2 en van particulieren) die om een vervolgaanpak vraagt. Daarnaast speelt er regionaal (met de RUD) een discussie over het vereiste adequate niveau waarop toezicht op asbestsloop moet gebeuren. Een regionale werkgroep (waaraan de gemeente Heerlen deelneemt) bracht in 2018 in kaart op welk niveau de gemeenten in Zuid-Limburg hier nu uitvoering aan geven en medio 2019 komt de regionale werkgroep met een voorstel voor een uniforme toezichtaanpak.

In lijn met het nieuwe coalitieakkoord voert bureau Bouw- en MilieuHandhaving (hierna: BMH) samen met de Regionale UitvoeringsDienst (hierna: RUD) in 2019, in het kader van PALET energieaudits bij bedrijven uit. Dit gebeurt branchegericht en in 2019 is de branche bedrijfshallen aan de beurt. Ook controleren we bedrijventerreinen om ons bedrijvenbestand up-to-date en beheersbaar te hebben. Dit doen we projectmatig.

Toezicht op horeca en evenementen heeft, net als in voorgaande jaren, in 2019 prioriteit. Avond- en nachtelijke geluidmetingen bij horeca zorgen ervoor dat de situatie beheersbaar blijft en we de klachten adequaat kunnen be- en afhandelen. Dit voorkomt c.q. beperkt ook het aantal hand-havingsverzoeken.

Evenementen zijn de laatste jaren in Heerlen toegenomen zowel qua aantal (ook toename kleinere evenementen in woonwijken) als qua grootte. In het Geluidsbeleid voor Heerlense evenementen 2017-2020 is deze toename meegenomen. Bij grotere evenementen regelen we geluidbegrenzers af en vinden nametingen qua geluid gedurende het evenement plaats. Uitvoering van evenementen moet fysiek veilig en met een minimum aan overlast voor de omgeving gebeuren. De evenementen-controles voeren we daarom zoveel mogelijk integraal uit (geluid, constructieve veiligheid, brand-veiligheid en DHW). Daarnaast controleren we bij evenementen naar aanleiding van klachten en verzoeken om handhaving.

Op grond van de Drank- en Horecawet gaat aandacht uit naar evenementen, reguliere horeca en para-commerciële instellingen. Ook controleren we de terrasvergunningen en de vergunningen op basis van de Wet op de kansspelen. We besteden aandacht aan preventie en toezicht op de naleving van geldende leeftijdsgrenzen (NIX 18) en de vergunningsvoorwaarden voor de verkoop van alcohol.

Tot slot spelen wij ook in op actuele beleidsontwikkelingen en voorbereidingen met betrekking tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet (juli 2021).

Inleiding

 

Voor u ligt het handhavingsuitvoeringsprogramma 2019 WABO van bureau Bouw- en Milieu Handhaving (hierna: BMH) van de afdeling Integrale Veiligheid (hierna: IV) van de gemeente Heerlen.

We hanteren een sluitende beleids- en operationele cyclus (Big 8, zie afbeelding) voor de toezicht- en handhavingstaken van het omgevingsrecht (WABO), die begint met een strategisch beleidskader (probleemanalyse, doelstellingen, prioriteiten), overgaat in de daadwerkelijke uitvoering van toezicht en handhaving (planmatig geborgd in een uitvoeringsprogramma), monitoren van de geleverde prestaties en eindigt (c.q. begint opnieuw) met het bijstellen van het beleid naar aanleiding van de ervaringen in de praktijk.

 

 

Het Uitvoeringsprogramma bevindt zich in het hart van de BIG-8 (zie figuur hiernaast).

In het toezicht- en handhavingsbeleid 2019-2022 WABO staat onder andere de visie en het doel voor toezicht en handhaving en zijn aan de hand van een probleemanalyse de prioriteiten en het minimale uitvoeringsniveau voor de periode 2019-2022 bestuurlijk vastgesteld. Ook staat erin met welke kwaliteit en op welke manier BMH de taken moet uitvoeren (toezicht- en sanctiestrategie). Jaarlijks werken we ons handhavingsbeleid uit in een uitvoeringsprogramma . Het HUP 2019 geeft inzicht in de handhavingstaken die BMH in 2019 uitvoert, welke capaciteit daarmee gemoeid is en wat de gewenste resultaten zijn.

BMH houdt toezicht op en handhaaft de regelgeving op het gebied van de Wabo (bouwen, brandveiligheid, ruimtelijke ordening en milieu). Ook houden we toezicht op de Drank- en horecawet (DHW) en een aantal APV-vergunningen (HEV-vergunningen, terrasvergunningen en WOK-vergunningen). Tenslotte controleren we de evenementenvergunningen, met name van de grotere evenementen. In onderhavig HUP staat per beleidsveld (milieu, evenementen, DHW en bouwen en ro) welke activiteiten we in 2019 uitvoeren en met welke capaciteit. In hoofdstuk 2 staan de activiteiten voor milieu, evenementen en DHW en in hoofdstuk 3 staan de activiteiten voor bouwen en ro (inclusief brandveiligheid en constructieve veiligheid)

Het HUP is overigens operationeel van aard en dient ook als werkprogramma voor de medewerkers van BMH.

Uitgangspunt vormt de huidige personele bezetting, afgestemd op het minimale uitvoeringsniveau en de bestuurlijke keuzes/prioriteiten voor de beleidsperiode 2019-2022 (zie verderop bladzijde 5 en 6). Dit heeft tot gevolg dat niet alle toezicht- en handhavingstaken die de gemeente heeft, in het programmajaar 2019 actief uitgevoerd kunnen worden. Hierin schuilt een bestuurlijk restrisico dat ook in dit HUP in beeld is gebracht (zie pagina 7).

Het college moet het HUP vaststellen en ter kennis brengen van de raad. Het HUP moet ook met andere betrokken bestuursorganen en de organen belast met de strafrechtelijke handhaving worden afgestemd . Het voorliggende HUP 2019 is integraal afgestemd binnen de gemeente met de betrokken afdelingen Publiekzaken (PZ), Ruimte Economische Ontwikkeling (REO) en Integrale Veiligheid (IV) en het onderdeel brandveiligheid is afgestemd met de brandweer. Uiteindelijk sturen we het HUP naar de interbestuurlijk toezichthouder (de provincie).

1.1 Minimaal uitvoeringsniveau 2019

We hanteren een minimaal uitvoeringsniveau voor de wettelijk verplichte taken van toezicht en handhaving van de Wabo (bouwen, ro en milieu). Hieronder staat wat dat betekent:

  • Van de nieuwe omgevingsvergunningen met activiteit bouwen, strijdig gebruik, slopen, kappen en inritten en reclame (voor zover bouwregelgeving) controleren we alleen de activiteit bouwen en complexe/zeer risicovolle (asbest)sloop.

  • Bij de activiteit bouwen houden we naast brandveiligheid, constructieve veiligheid én energiezuinigheid ook (beperkt) toezicht op de aspecten gezondheid en bruikbaarheid. Het streven is om in de loop van 2019 toezicht te houden conform het minimum uitvoeringsniveau in het Landelijk Toezichtsprotocol bouwen (voor meer info zie pagina 23).

  • Periodieke milieucontroles bij bedrijven voeren we met een lagere controlefrequentie uit dan de landelijk adequate norm . Het betreft 1500 bedrijven die niet onder de RUD vallen en die we zelf periodiek controleren. 133 bedrijven in categorie 3 en 4 hebben we verplicht ondergebracht bij de RUD Zuid Limburg. De RUD hanteerde voor deze bedrijven eerdere jaren wel de landelijk als adequaat aangemerkte controlefrequentie. Momenteel moeten gemeenten (als opdrachtgever) jaarlijks aangeven aan de RUD of zij per bedrijf een hogere controlefrequentie willen dan de door de RUD gehanteerde controlefrequentie (= type B-bedrijven 34 maanden en type C-bedrijven 16 maanden)

  • Alle klachten en meldingen op het gebied van brandveiligheid en constructieve veiligheid van gebouwen en asbest hebben prioriteit en handelen we met voorrang af.

  • Niet geprioriteerde klachten en meldingen nemen we in behandeling en handelen we af als ze zijn gefilterd op ruimtelijke en sociaal-maatschappelijke impact en er sprake is van een duidelijke bestuurlijke keuze.

  • Alle klachten en meldingen ongewone voorvallen Wabo deelactiviteit milieu (bedrijven) handelen we af.

  • Alle verzoeken om handhaving betreffende de Wabo handelen we af conform de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).

 

1.2 Prioriteiten in 2019

Als we de taken alleen op een minimaal uitvoeringsniveau uitvoeren, zijn de risico’s te groot. De capaciteit die we over hebben door een minimaal uitvoeringsniveau aan te houden, besteden we aan bestuurlijke keuzes om de risico’s te verkleinen en acceptabel te maken. De volgende keuzes en prioriteiten gelden voor de periode 2019-2022:

  • Vergroten energiebesparing en duurzaamheid bij bedrijven. O.a. in Parkstad verband (Palet) en samen met de RUD Zuid Limburg branchegerichte energiecontroles/audits uitvoeren. In 2019 wordt de branche bedrijfshallen aangepakt.

  • Inzicht en beheersbaarheid van het bedrijvenbestand. Door preventief aandacht te geven via controlerondes (bij bedrijfsterreinen) krijgen we meer zicht op de actualiteit van ons bedrijvenbestand.

  • Horecacontroles (horecawetgeving, milieu, geluid), ter voorkoming van overlast in het kader van het project Veilig Uitgaan.

  • Brandveiligheid en constructieve veiligheid van gebouwen waar grote groepen mensen verblijven waarbij vanwege de aard van het gebruik een gevaar voor een verminderde zelfredzaamheid bestaat (kamerverhuur, hotels en woonboulevard) en gebouwen waarin mensen verblijven met een verminderde zelfredzaamheid (kinderdagverblijf, verpleeghuis en zorginstellingen).

  • Brandveiligheid van gevels. De brand in de Grenfell Tower in Londen breidde zich razendsnel uit langs de gevel. Tientallen bewoners kwamen om. Er zijn daarom ook maatschappelijke zorgen over de brandveiligheid van gevels in Nederland. Eind november vroeg de minister de gemeenten om bij de meest risicovolle gebouwen onderzoek in gang te zetten.

  • Evenementencontroles, om veiligheid en leefbaarheid te waarborgen op het gebied van brandveiligheid, constructie, geluid en drank- en horecawetgeving. Conform het sectoraal geluidbeleid is een beheersbare geluidbelasting op de omgeving noodzakelijk door het afstellen van geluidbegrenzers, geluidmetingen en controles tijdens een evenement. Maatschappelijk is er een toenemende druk op de gemeente om evenementen veilig en met zo min mogelijk overlast te laten verlopen. Daarnaast is er sprake van een toename van het aantal grote evenementen in de gemeente Heerlen waardoor een toename van toezicht en handhaving ook noodzakelijk is.

  • Project herstructurering Vrieheide-de Stack, met additionele bouwhandhavingscapaciteit met name voor het aspect woonoverlast. Tegengaan van verloedering van de bebouwde omgeving en van woonoverlast is één van de kernpunten van het project herstructurering.

  • Asbest in verband met wettelijk verplichte sanering 31 december 2024. Particulieren, bedrijven en (overheids-)instellingen mogen op 31 december 2024 geen asbestdaken meer bezitten. Wie na 2024 nog een asbestdak heeft, moet dit verwijderen. Het verbod geldt voor asbestdaken die in contact staan met de buitenlucht. Gemeenten zijn het bevoegd gezag voor toezicht en handhaving. Dit betekent dat zij vanaf 2025 handhavend kunnen optreden (opleggen last onder dwangsom etc.) om eigenaren te dwingen hun asbestdak te verwijderen. Naast repressieve handhaving kan de gemeente ook preventieve handhaving toepassen, zoals voorlichting geven over de asbestregelgeving. Wat wij hiervoor precies in 2019 gaan doen, staat in het stuk onder de kop 3.6 Asbest.

  • Brandveiligheidscontroles in verband met de carnaval (jaarlijks). Controles van de brandweer bij horeca en gemeenschapshuizen op een beperkt aantal aspecten.

  • Projectmatige aanpak van specifieke aandachtsgebieden. Uit een plan van aanpak voor zo een project moet volgen hoeveel capaciteit en budget BMH nodig heeft. Indien noodzakelijk moet dit worden vrijgemaakt. Regulier is dat namelijk niet beschikbaar.

  • Na-ijlende effecten steenkolenwinning voormalige mijngemeenten/Mijnschade. Wat wij hiervoor precies doen staat op pagina 36 e.v.

  • BAG:Woningsplitsing/wonen niet-woongebouwen (achterstand). Via de BAG-meldingen is een lijst ontstaan van (mogelijke) woningsplitsingen en wonen niet woongebouwen. In 2017 is deze lijst geanalyseerd en in 2018 is in nauwe samenwerking met de afdeling Publiekzaken een start gemaakt met het aanpakken van deze “oude gevallen” van illegale woningsplitsing. In 2019 wordt hier verder uitvoering aan gegeven. Net als in 2018 worden in 2019 nieuwe gevallen van woningsplitsing of wonen in niet-woongebouwen die naar aanleiding van klachten of tijdens (reguliere) bouw- en/of brandveiligheidscontroles worden geconstateerd, voor zover de beschikbare capaciteit dit toestaat, ook in 2019 opgepakt.

  • Projectmatige aanpak van nog niet gesaneerde ondergrondse tanks; samen met REO (bodem) doen we een 0-meting om te kunnen beschikken over een actuele lijst van ondergrondse tanks die nog niet gesaneerd zijn en een gevaar vormen voor het milieu (bodemverontreiniging) in de gemeente Heerlen. Aan de hand van de uitkomsten hiervan wordt een planmatige aanpak opgesteld voor de beleidsperiode 2019-2022.

  • Signaleringsfunctie bij ondermijning. We worden steeds meer geconfronteerd met georganiseerde criminaliteit die onze samenleving ondermijnt door illegaliteiten en witwaspraktijken. BMH vervult daarin een signalerende rol bij het uitvoeren van haar reguliere werkzaamheden. Hieruit voortvloeiende overtredingen op grond van de Wabo-regelgeving worden geprioriteerd en binnen de beschikbare capaciteit afgehandeld. Zodra ondermijning projectmatig wordt aangepakt geldt de werkwijze zoals hierboven beschreven onder “projectmatige aanpak van specifieke aandachtsgebieden”.

 

Naast voornoemde prioriteiten zijn er de volgende onderwerpen waar, net als in 2018, ook in 2019 (beperkt) aandacht aan wordt besteed:

  • Bouwen zonder vergunning;

  • Strijd met het bestemmingsplan;

  • Vervuilingen.

Dit is mogelijk doordat er net als in 2018 ook in 2019 extra capaciteit wordt ingezet voor het afhandelen van klachten bouwen en ro en voor de bestuursrechtelijke handhaving (zie pagina 8 onder “1.5 Beschikbare capaciteit 2019”).

 

1.3 Restrisico/taken die we in 2019 niet uitvoeren

Wat er daarna overblijft aan taken, dus behalve minimaal uitvoeringsniveau plus bestuurlijke keuzes/prioriteiten, noemen we het restrisico. Dit zijn de taken die we in 2019 niet actief uitvoeren (behalve als er sprake is van een geprioriteerde of gefilterde klacht of als er een verzoek om handhaving binnen komt):

  • Toezicht op vergunningen met activiteit reclame (behalve als constructieve veiligheid in het geding is), kappen, inritten en strijdig gebruik (behalve als brand- of constructieve veiligheid in het geding is). Gevolg: dit kan leiden tot slechter naleefgedrag en klachten en een achteruitgang van de ruimtelijke kwaliteit.

  • Klachten met betrekking tot vervuiling, verrommeling, overlast, gezondheid, beeldkwaliteit, cultuurhistorische waarden afhandelen (tenzij er sprake is van een handhavingsverzoek of als de ruimtelijke en/of sociaal-maatschappelijke impact van de overtreding zo groot is dat handhavend optreden nodig is). Gevolg: niet of beperkt controleren op voornoemde aspecten kan leiden tot slechter naleefgedrag, een toename van gezondheidsklachten, een achteruitgang van de ruimtelijke kwaliteit en een toename van de verrommeling.

  • Bedrijven categorie 1 (lage milieubelasting) controleren we niet meer periodiek (in controlecyclus van 1 keer per 10 jaar). Gevolg: bedrijven in categorie 1 niet meer controleren heeft naar inschatting geen grote milieu-impact. Wel verliezen we het actuele overzicht van deze bedrijven en bij deze bedrijven gebeuren mogelijk illegale activiteiten die we niet tegenkomen bij periodieke controles.

  • Milieucontroles van categorie 2 en 3 bedrijven gebeuren niet conform de landelijk adequate frequentie. We passen een lagere controlefrequentie toe dan de landelijke. Gevolg: vanwege de lagere controlefrequentie dan de landelijke adequate frequentie, is er een verhoogd milieurisico: kans dat deze bedrijven de milieuwetgeving niet naleven en daarmee de kans op schade aan het milieu, leefomgeving, natuur en landschap vergroten. Bedrijven in categorie 2 bezoeken we nu 1 keer per 10 jaar in plaats van 1 keer per 5 jaar. Door deze grote tijdsspanne is er nauwelijks toezicht op het correct melden van bedrijfsveranderingen of nieuwe bedrijven. De mogelijke schade aan het milieu, leefomgeving, natuur en landschap monitoren we niet. De verwachting is dat de opgebouwde milieukwaliteit afneemt. Er zijn 133 bedrijven in categorieën 3 en 4 bij de RUD ondergebracht en deze hadden bij de oprichting van de RUD een controle-frequentie conform de landelijke controlefrequentie. Hierdoor werden risico’s deels opgevangen. Momenteel moeten gemeenten (als opdrachtgever) jaarlijks aangeven aan de RUD of zij per bedrijf een hogere controlefrequentie willen dan de door de RUD gehanteerde, aangepaste controlefrequentie (= type B-bedrijven 34 maanden en type C-bedrijven 16 maanden).

  • Onaangekondigde veldcontroles (buitengebied, gezamenlijk met partners).

  • Toezicht op (asbest)sloopmeldingen/-vergunningen met een laag risico. Gevolg: geen toezicht houden op (asbest)sloopmeldingen met een laag risico, heeft naar onze inschatting geen grote impact op de gezondheid of op het milieu.

 

1.4 Beschikbare capaciteit 2019

Hieronder staan in een tabel de beschikbare capaciteit van BMH voor 2019 en de veranderingen ten opzichte van 2018. De taken van BMH zijn onder te verdelen in primaire taken en secundaire taken. De primaire taken betreffen de directe uitvoering, zoals toezicht bij nieuwbouw en complexe asbestsloop, reguliere milieucontroles van bedrijven, passieve handhaving (afhandelen van klachten over gebouwen en bedrijven) en actieve handhaving (projectmatig oppakken bestaande bouw en bedrijven). Het zijn zowel de technische als juridische aspecten van deze taken, inclusief juridische procedures. Binnen de secundaire taken vallen de taken die nodig zijn om de primaire taken uit te kunnen voeren. De secundaire taken bestaan uit: sturen en faciliteren, opstellen beleid en uitvoeringsprogramma’s (wettelijke verplichting), interpreteren en implementeren van nieuwe ontwikkelingen, monitoren effect inzet primaire taken, evaluatie en jaarverslag (wettelijke verplichting), afstemmen met andere afdelingen en handhavingspartners.

 

Capaciteit Bureau BMH 2019

Primaire taken

Secundaire taken

Bouwtoezicht en handhaving: 9,5 fte.

Milieutoezicht en handhaving: 5,9 fte.

Regionale Uitvoeringsdienst (RUD): 1,5 fte

(1,5 fte als budget overgedragen).

Toezicht Drank- en Horecawet: 2 fte.

Herstructureringsproject 1 fte additioneel.

2,6 fte

 

 

Vergelijking capaciteit in 2019 met capaciteit in 2018

In 2019 is dezelfde capaciteit beschikbaar als in 2018. Net als in 2018 zetten we in 2019 0,5 fte tijdelijk extra in voor de afhandeling van klachten bouwen en ro en voor bestuursrechtelijke handhaving. Hierdoor krijgen de handhavers bouwen en ro meer tijd voor de taak asbest en toezicht en handhaving op bouwen zonder vergunning, strijd met het bestemmingsplan en vervuilingszaken. Die extra capaciteit financieren we tijdelijk met 0,5 fte van een vacature beleidsmedewerker. Net als in voorgaande jaren huren we in 2019 ook 0,4 fte in voor het maken van beleidsstukken (). Gelet op het bovenstaande hebben we in 2019 2,6 fte beschikbaar voor de secundaire taken (in plaats van 3,1 fte in 2017). Daarnaast huren we voor 1 HBO-functie van toezichthouder milieu sinds november 2017 in, want we hebben nog geen geschikte kandidaat gevonden voor een structurele invulling van de functie.

 

In 2019 is sprake van een tekort voor de juridische milieutaak, daarom huren we 0,4 fte in, net als in voorgaande jaren.

 

1.5 Ontwikkelingen van belang voor bureau BMH

Hieronder gaan we in op de ontwikkelingen die landelijk, regionaal en lokaal spelen die van invloed (kunnen) zijn op de werkzaamheden in 2019 van BMH. Voor zover mogelijk geven we per ontwikkeling aan of en zo ja welke werkzaamheden hieruit voortvloeien. Mocht in de loop van 2019 blijken dat er uit de landelijke, regionale of lokale ontwikkelingen meer werkzaamheden voortvloeien dan gepland, dan bepaalt het bestuur of deze prioriteit krijgen en zo ja hoeveel extra capaciteit het hiervoor beschikbaar stelt. Op dit moment hebben we er namelijk geen extra capaciteit voor.

 

1.5.1 Omgevingswet

De ontwikkelingen rond de Omgevingswet zijn in volle gang. Naar verwachting treedt de Omgevingswet (hierna: OW) op 1 januari 2021 in werking. De komst van de Omgevingswet heeft veel impact op beleid, vergunningverlening en handhaving van de fysieke ruimte. De OW vervangt een groot aantal wetten (onder andere de Wabo, Wro, Wet milieubeheer, Wet bodembescherming en Wet geluidhinder). Dit betekent onder meer een dereguleringsslag. Het gevolg daarvan is dat veel zaken niet meer vergunningsplichtig zijn, maar aan algemene regels moeten voldoen. De verwachting is dat toezicht en handhaving onder het nieuwe stelsel van de Omgevingswet, met meer algemene regels en minder vergunningen, een grote(re) rol speelt. Een nieuw stelstel waarbij er minder vergunningen zijn, meer zorgplichten en meer algemene regels leidt tot achteraf toetsen, in plaats van vooraf. Dit betekent een verschuiving van vergunningverlening naar toezicht en handhaving. De Omgevingswet heeft een grote impact op de uitvoeringspraktijk. Het is belangrijk om de verbeterdoelen van de wet te realiseren en de implementatie goed te organiseren.

De implementatie binnen de gemeente Heerlen is ondergebracht bij een procesmanager Omgevingswet. Een coördinatiegroep en een werkgroep ondersteunen hem inhoudelijk. Zij volgen voor de gemeente Heerlen in 2019 de ontwikkelingen van de Omgevingswet en stemmen intern af en betrekken, voor zover nodig, externe partners bij het proces. Een afvaardiging van BMH neemt deel aan overleg van de coördinatiegroep en werkgroep. Ook levert BMH een inhoudelijke bijdrage aan het gemeentelijk kernteam Omgevingsvisie en aan de pilot Omgevingsplan Hoensbroek Centrum (= experiment opstellen bestemmingsplan met verbrede reikwijdte). Tenslotte levert BMH via de werkgroep Omgevingswet een actieve bijdrage aan de organisatie van cursussen/kennis voor medewerkers van de gemeente Heerlen en informatie aan de raad en het college over de Omgevingswet, om zo de impact van deze nieuwe wetgeving onder de aandacht te brengen en houden.

Het Uitvoeringsprogramma 2019 bevindt zich in het hart van de BIG-8 (zie figuur 1 pagina 5). Ook de Omgevingswet volgt de beleidscyclus. De beleidscyclus biedt een structuur om de instrumenten van de Omgevingswet te ordenen. Bovenstaande figuur maakt inzichtelijk hoe instrumenten van de Omgevingswet in de beleidscyclus geplaatst worden.

 

1.5.2 Wet verbetering Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH)

 

Op 14 april 2016 is de Wet Verbetering Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (wet VTH) in werking getreden. De wet VTH beoogt een professionele kwaliteit van de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Hierbij zijn basistaken en niet-basistaken onderscheiden.

Basistaken zijn taken die verplicht in de RUD zijn ondergebracht en betreffen onder andere ketenbeheer asbest, milieuvergunningverlening en milieutoezicht en handhaving van een aantal zware bedrijven (betreft 133 bedrijven in Heerlen).

Niet-basistaken (thuistaken) voert de gemeente zelf uit, voor wat betreft vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu, bouwen en ro.

De kwaliteitscriteria voor de basistaken moeten volgens de wet VTH worden vastgelegd in een verordening. In de regio Zuid Limburg heeft een werkgroep (bestaande uit 18 gemeenten waaronder Heerlen, de RUD en de provincie) een uniforme modelverordening voor de gemeenten in Zuid Limburg opgesteld. Daarnaast moet voor de uitvoering en het toezicht en de handhaving van de basistaken uniform beleid opgesteld worden, gebaseerd op een regionale risicoanalyse. In 2018 was gepland om op Zuid-Limburgse schaal een regionale risicoanalyse uit te voeren voor de VTH-taken en te komen tot een uniform bouwstenen model voor een VTH-beleidsplan voor de basistaken. Dit is nog niet gelukt. In 2019 wordt dit verder opgepakt. Daarnaast nemen wij sinds begin 2018 deel aan een werkgroep die beleid voor de taak toezicht op asbestsaneringen opstelt, op Zuid-Limburgse schaal (samen met de gemeenten Brunssum, Landgraaf, Heerlen, Beek, Gulpen-Wittem en de RUD).

De wet VTH bepaalt dat de gemeente voor de thuistaken (= niet-basistaken) een zorgplicht heeft voor een goede kwaliteit van de uitvoering hiervan. Op Zuid Limburgse schaal is in 2016 een ambtelijke werkgroep “kwaliteit VTH taken” opgericht. Deze werkgroep onderzoekt op welke onderdelen procesmatig dan wel vakinhoudelijk al dan niet regionaal (of met een andere gemeente of meerdere gemeenten) samengewerkt kan worden. Voor wat betreft toezicht en handhaving is er vooral behoefte aan kennisdeling. Inzake de kritieke massa criteria is er behoefte aan een overzicht van specialismen die bij de verschillende gemeenten aanwezig zijn, zodat gemeenten die een specialisme niet in huis hebben of als een specialisme niet aan de kwaliteitscriteria voldoet, kunnen kijken of een andere gemeente (incidenteel) kan ondersteunen. Een ambtelijke vertegenwoordiging van de gemeente Heerlen van de afdeling PZ en BMH neemt deel aan de ambtelijke werkgroep “kwaliteit VTH taken”, voor zover er concrete acties worden ondernomen.

 

1.5.3 Wet kwaliteitsborging voor bouwen

Sinds een aantal jaren is een nieuwe wet in voorbereiding voor de Kwaliteitsborging voor het bouwen (verder afgekort: Wkb). Doel is de bouwkwaliteit te verbeteren. Het idee is de papieren toets op het bouwplan vooraf te vervangen door toetsing in de praktijk op het bouwwerk zoals gebouwd. De vergunninghouder is dan verplicht een onafhankelijke kwaliteitsborger in te schakelen die tijdens de bouw op conformiteit met de bouwtechnische voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 toetst en verklaart of de getoetste onderdelen aan de voorschriften voldoen. Dit laat onverlet de belangrijke rol van het bevoegd gezag. Publiek toezicht door gemeenten is en blijft ook in het nieuwe stelsel onmisbaar. Wel verandert de werkwijze bij de vergunningverlening en de handhaving.

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel op 21 februari 2017 aangenomen. Echter de Eerste Kamer heeft op 11 juli 2017 besloten om -de stemming over de Wet aan te houden. Er waren nog te veel vragen en onduidelijkheden over de wet. De VNG gaf aan de wet onuitvoerbaar te vinden voor gemeenten en marktpartijen gaven aan nog lang niet klaar te zijn voor de wet. De geplande voorbereiding van deze wet is vervolgens in 2017 op een laag pitje gezet, maar in de loop van 2018 heeft de huidige minister Ollongren de voorbereidingen hervat. Eind juni 2018 heeft minister Ollongren de Eerste Kamer in een brief op de hoogte gebracht van de stand van zaken van de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen en de Kamer verzocht de behandeling van het wetsvoorstel te hervatten. In de brief benadrukt de minister dat de kwaliteitsborger niet de handhavingstaak van de gemeente overneemt. De gemeente blijft het bevoegd gezag. Het kan zo nodig de bouwtechnische voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 handhaven. De minister wil in 2019 met nieuwe proefprojecten aan de slag om voldoende zekerheid te verkrijgen dat we met de nieuwe wet een goed werkend stelsel krijgen dat ook leidt tot betere bouwkwaliteit tegen aanvaardbare kosten. Daarnaast concludeert de minister in haar brief dat geen novelle (wetsvoorstel die aanpassingen aanbrengt in het wetsvoorstel Wkb) noodzakelijk is. Dit betekent dat de minister de Eerste Kamer voorstelt het wetsvoorstel ongewijzigd aan te nemen. De minister streeft naar in werkingtreding gelijktijdig met de nieuwe Omgevingswet (verwacht halverwege 2021) en adviseert de Eerste Kamer de behandeling van de Wkb voort te zetten. De Eerste Kamer wil echter eerst een ingelast debat in de Tweede Kamer afwachten, alvorens de wet inhoudelijk te behandelen. Wanneer dit debat plaats vindt is op dit moment nog niet bekend. Het proces om te komen tot bestuurlijke afspraken tussen de VNG en de minister over onder andere de bevoegdheidsverdeling tussen het “bevoegd gezag” en de kwaliteitsborgers is inmiddels afgerond. Op 17 januari 2019 is de bestuursovereenkomst hierover getekend. Hierin staan afspraken over:

de nieuwe werkwijze bij vergunningverlening en toezicht en handhaving,

rol die het bevoegd gezag en de kwaliteitsborger binnen het nieuwe stelsel spelen,

waarborgen voor onafhankelijke waarneming en interventie van het bevoegd gezag,

implementatie van dit nieuwe stelsel.

In 2019 onderzoeken wij concreet wat de gevolgen van deze afspraken zijn, mocht de wet in zijn huidige omvang/opzet worden aangenomen door de 1e Kamer.

 

1.5.4 Wet natuurbescherming

Op 1 januari 2017 trad de Wet natuurbescherming in werking. Deze vervangt de Boswet, de Flora- en Faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. In deze wet wordt de aansluiting bij natuur in de omgevingsvergunning versterkt: bij omgevingsvergunningplichtige activiteiten is het aanhaken van de natuurwetgeving niet meer optioneel maar verplicht. Ontwikkelingen moeten getoetst worden aan de Wet natuurbescherming. Onder de Wet natuurbescherming hebben gemeenten een belangrijke signaleringsrol. De gemeente moet kennis in huis hebben om aanvragen te toetsen op volledigheid en te weten wanneer ze een ‘verklaring van geen bedenkingen’ (vvgb) moet aanvragen bij de provincie. Ook moet de gemeente toezicht houden en handhaven bij projecten waarvoor zij het bevoegd gezag is. Het kabinet heeft besloten dat de natuurbeschermingsregels overgaan in het stelsel van de Omgevingswet. De Aanvullingswet natuur voorziet in wijzigingen van de Omgevingswet, zodat die wet straks over de bevoegdheden en instrumenten beschikt om regels te stellen en maatregelen te treffen voor de bescherming van de natuur. De meeste inhoudelijke regels voor de bescherming van de natuur uit de Wet natuurbescherming krijgen waarschijnlijk via het Aanvullingsbesluit natuur een plaats in drie algemene maatregelen van bestuur van de Omgevingswet: het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Omgevingsbesluit.

In 2019 onderzoeken wij wat dit concreet voor onze gemeente tot nu toe betekende en wat de verdere gevolgen zijn voor toezicht en handhaving.

 

1.6.5 Overige gemeentelijke beleidsontwikkelingen

Naast bovengenoemde landelijke ontwikkelingen zijn er ook de volgende gemeentelijke beleidsontwikkelingen die van invloed zijn op de werkzaamheden van BMH in 2019:

In 2019 nemen we deel aan de interne werkgroepen voor het opstellen van een Omgevingsvisie- en een Omgevingsplan. Ook leveren we een bijdrage aan de actualisatie van het beleid op het gebied van Externe Veiligheid en R.O. en de actualisatie van het Evenementenbeleid en geluidsbeleid bij evenementen. Tenslotte nemen we deel aan de (integrale) horecawerkgroep als vervolg op de uitvoering van de in november 2018 vastgestelde Horecavisie en Kadernota horecabeleid. De pilot vrijlaten openingstijden bespreken we in 2019 regelmatig in de (integrale) horecawerkgroep.

2. Programma 2019 toezicht bouwen en ruimtelijke ordening

 

In onderstaande tabel staan de producten voor toezicht en handhaving bouwen en ruimtelijke ordening met de hierbij geraamde uren die BMH in 2019 uitvoert.

Taken/producten

Geraamde uren 2019

Toezicht Wabo-vergunningen bouwen

4.026 (2.952 technisch en 1074 contructeurs)

Toezicht Besluit inrichtingseisen

200

BAG: Woningsplitsing/wonen niet woongebouwen

150 (100 technisch en 50 constructeurs)

Sloop / meldingen (asbest)

515

Klachten (gebouwen)

700 (600 technisch en 100 constructeurs)

Klachten (strijdig gebruik)

250

Meldingen (geen “dossiertje”)

400

Bestuursrechtelijke Handhaving (H-dossiers)

3.800 (2650 jurid., 1100 techn. en 50 constructeurs)

Asbest specialisme

200

Projectmatig toezicht brandveiligheid en constructieve veiligheid gebouwen waar grote groepen mensen verblijven die gebrek hebben aan zelfredzaamheid:

 

I. Kamerverhuurpanden

200

II. Kinderdagverblijven

24

III. Zorginstellingen: Atrium/Mondriaan

20

IV. Verpleeg- en verzorgingstehuizen*

0

V. Woonboulevard

30

VI. Stookinstallaties in scholen

0

VII. BSO/Peuterspeelzalen*

0

VIII./X. Senior woongebouwen/woningvoorraad woningcorporaties bestaande woningen*

0

IX. Hotels / pensions

33

XI. Basisscholen en vervolgonderwijs*

0

XII. Asielzoekerscentrum

0

XIII. Gemeenschapshuizen, verenigingsgebouwen*

0

XIV. Grote detailhandelsgebouwen*

0

XV. Ouderen/jongerencentra*

0

XVI. Ontvluchting binnenstad

0

Monitoring/aansturing project gebouwen niet-zelf redzame personen

50

BAG: Woningsplitsing/ wonen niet woongebouwen achterstand

187 (135 technisch en 52 constrcteurs)

Galerijflats

30 (10 technisch en 20 constructeurs)

Asbestdaken

296

Evenementen

200 (100 technisch en 100 constructeurs)

Brandveiligheidscontroles in verband met de carnaval

0

Onderzoek brandveiligheid gevels

50

Mijnschade

150 (50 juridisch en 100 constructeurs)

Veiligheidsregio incl. fysieke inzet

10

Project Herstructurering Vrieheide

1.480 (675 jur., 735 techn. en 50 constructeurs)

Totaal benodigde capaciteit

13.001 9,63 fte

Beschikbaar

8,7** fte en 1 fte additioneel herstructurering

*Brandweer voert hier zonder toezichthouder gemeente de controles uit

** excl. 0,8 fte advisering/toets constructie bouwaanvragen

 

Hierna staat per product uit de voorgaande tabel een toelichting over de werkzaamheden in 2019.

 

2.1 Toezicht op Wabo vergunningen onderdeel bouwen en slopen

Met de beschikbare capaciteit van bouwtoezicht is het onmogelijk om alle verleende omgevingsvergunningen te controleren. Daarom werken we aan de hand van het bestuurlijk vastgestelde minimum uitvoeringsniveau. Dit betekent dat we van de omgevingsvergunningen met de activiteit bouwen, strijdig gebruik, slopen, kappen en inritten en reclame (voor zover bouwregelgeving) alleen de activiteit bouwen en slopen controleren. De overige vergunde activiteiten controleren we niet. Bij nieuwe omgevingsvergunningen met de activiteit bouwen, houden we, afhankelijk van het type bouwwerk, toezicht op de aspecten brandveiligheid, constructieve veiligheid én energiezuinigheid en (beperkt) op de aspecten gezondheid en bruikbaarheid.

In het toezicht- en handhavingsbeleidsplan 2019-2022 van de gemeente Heerlen staat de ambitie om voor toezicht bouwen het Landelijk Toezichtsprotocol BWT te hanteren waarbij we gebruik maken van digitaal toezicht houden in verschillende fases van het bouwproces (met behulp van een tablet en gestandaardiseerde checklisten zoals BRIStoezicht). Op dit moment gebeurt dat nog niet. Randvoorwaarden om in 2019 deze ambitie waar te kunnen maken en gebruik te kunnen maken van digitaal toezicht is dat:

  • er in 2019 voldoende budget aanwezig is om het programma BRIStoezicht aan te schaffen;

  • ICT-ondersteuning hiervoor aanwezig is.

Op dit moment is dat laatste nog niet geregeld.

Bij BMH worden de toezichtcontroles uitgevoerd door zeer deskundige bouwinspecteurs die beschikken over voldoende expertise en jarenlange werkervaring en hierdoor weten op welke aspecten en met welke diepgang gecontroleerd moet worden tijdens de bouw. Hiermee is de kwaliteit van de controles voldoende geborgd ook al is het Landelijk Toezichtsprotocol BWT nog niet geïmplementeerd.

We hebben op grond van het aantal verleende omgevingsvergunningen met de activiteit bouwen in 2018 en voorgaande jaren het aantal vergunningen geschat om in 2019 te controleren. We verwachten dat dit er 142 zijn (dit is exclusief 49 vergunningen < €5.000,-,). De vergunningen < €5.000,- controleren we alleen als dit nodig is in verband met constructieve veiligheid of brandveiligheid. We hebben een klasseindeling gemaakt op basis van het normbedrag van de bouw. De bouwactiviteiten zijn verdeeld in 8 bouwklassen: <€5.000; >€5.000 < €50.000; >€50.000 < €100.000; >€100.000 < €400.000; >€400.000 <€1000.000; >€1000.000 <€2000.000; > €2000.000 < €5000.000 en >€5000.000. Aan de hand van de prognose gegevens 2019 (circa 191 bouwvergunningen) hebben we met behulp van een model van de Vereniging BWT berekend dat er voor toezicht op het bouwbesluit 5.147 uren nodig zijn. Zie onderstaande tabel.

Normbedrag Bouw categorieën

Prognose aantal omgevingsvergun-ningen bouwen in 2018 (gebaseerd op 2017)

Prognose aantal omgevingsvergun-ningen bouwen in 2019 (gebaseerd op 2018)

Totaal bouwbesluit toezicht in uren

2019 conform normuren model BWT

Lager dan €5000

63

49

0

Tussen €5000 en €50.000

70

62

434

Tussen €50.000 en €100.000

22

20

340

Tussen €100.000 en €400.000

28

31

1240

Tussen €400.000 en €1.000.000

16

14

994

Tussen €1.000.000 en €2.000.000

6

9

1.161

Tussen €2.000.000 en €5.000.000

1

5

645

Meer dan €5.0000.000

1

1

333

Totaal

200

191

5.147

 

 

In 2018 trad een merkbare verschuiving op in de aantallen verleende vergunningen naar categorie ten opzichte van 2017. In 2018 verleenden we veel meer omgevingsvergunningen voor de zeer grote/omvangrijke bouwwerken (> € 1.00.000) waardoor de benodigde toezichturen ook zijn gestegen. Daarnaast zijn de benodigde toezichturen in 2019 ook gestegen omdat we naast brandveiligheid en constructieve veiligheid ook (beperkt) toezicht houden op de aspecten energiezuinigheid, gezondheid en bruikbaarheid. We hebben voor 2019 in totaal 470 uur capaciteit gegenereerd uit het project “Brandveiligheid en constructieve veiligheid van gebouwen waar grote groepen mensen verblijven waarbij vanwege de aard van het gebruik een gevaar voor een verminderde zelfredzaamheid bestaat en gebouwen waarin mensen verblijven met een verminderde zelfredzamheid” door een groot deel van de preventieve controles over te laten aan de brandweer. Alleen bij gebouwen die een groot risico vormen controleert de bouwinspecteur nog samen met de brandweer (zie & 3.7 in dit stuk). Van de gegenereerde capaciteit van 470 uur is 360 uur ingepland voor bouwtoezicht. De resterende gegenereerde uren zijn nodig voor de taak asbest die in 2019 meer inzet vraagt van BMH (zie & 3.6 in dit stuk). In 2019 hebben we in totaal 4.026 uren beschikbaar om te kunnen besteden aan toezicht op omgevingsvergunnigen met de activiteit bouwen. Hiervan zijn 2.952 uren voor toezichthouders en 1074 uren voor constructeurs. Ondanks dat we extra uren hebben gegenereerd voor 2019 hebben we nog een tekort van 1.121 uur (5.147 uur – 4.026 uur) volgens de benodigde normuren uit het model van de vereniging BWT voor toezicht op nieuwbouw in 2019. We schatten in dat, gelet op de werkervaring van de bouwinspecteurs, de beschikbare uren voldoende zijn voor het uitvoeren van de werkvoorraad in 2019.

 

 

 

2.2 Toezicht Besluit inrichtingseisen

Horecapanden moeten voldoen aan een aantal bouwkundige voorschriften, met name op het gebied van brandveiligheid en ontvluchting . We ramen 200 uur bouwtechnisch in 2019 (geen afwijking ten opzichte van eerdere jaren).

 

2.3 BAG: Woningsplitsing/wonen niet woongebouwen

Woningen die gesplitst zijn en niet voldoen aan de bouwkundige eisen leveren veiligheidsrisico’s op. Dit geldt ook voor wonen in niet-woongebouwen, omdat brand- en constructieve veiligheidseisen voor een woongebouw hoger zijn dan voor een niet-woongebouw.

Via de BAG-meldingen is een lijst ontstaan van (mogelijke) woningsplitsingen en wonen niet-woongebouwen. In 2017 hebben we deze lijst geanalyseerd. In 2018 hebben we met PZ en de BAG een start gemaakt met het aanpakken van deze “oude gevallen” van illegale woningsplitsing. In 2019 geven we hier verder uitvoering aan. Nieuwe gevallen van woningsplitsing of wonen in niet-woongebouwen die naar aanleiding van klachten of tijdens (reguliere) bouw- en/of brandveiligheidscontroles worden geconstateerd, pakken we ook op.

 

2.4 Klachten en meldingen

In principe voeren we voor alle klachten een inspectie uit, maar niet bij alle overtredingen treden we handhavend op. Conform de bestuurlijke prioriteiten voor de beleidsperiode 2019-2022, handelen we alle klachten en meldingen op het gebied van brandveiligheid en constructieve veiligheid van gebouwen en asbest af en waar nodig zetten we het bestuursrechtelijk handhavingstraject in. Net als in 2018 handelen we klachten over bouwen zonder vergunning en strijdig gebruik geprioriteerd af.

Ook niet geprioriteerde klachten nemen we in behandeling. We filteren ze eerst op ruimtelijke en sociaal-maatschappelijke impact. Dan handelen we ze ook af (handhavend optreden bij een overtreding). De overige klachten handelen we zoveel mogelijk laagdrempelig af (mondeling of per e-mail) waarbij we aangeven dat de klacht op dat moment niet wordt opgepakt. Indien noodzakelijk koppelen we dit schriftelijk terug. Daarbij wijzen we de eigenaar op zijn verantwoordelijkheid om de overtreding ongedaan te maken. De geraamde inzet in 2019 voor de afhandeling van klachten en meldingen bedraagt 1350 uur.

2.5 Bestuursrechtelijk handhaven

In de volgende tabel staan alle werkzaamheden met betrekking tot de bestuursrechtelijke handhaving voor 2019 en de capaciteit. Twee juridisch medewerkers bouwen en ro van BMH voeren deze taken uit.

 

Product

Aantal producten per jaar

kengetal

Benodigde uren 2017

Handhavingsverzoek

20

16

320

Bezwaar

4

5

20

Vooraankondiging last onder dwangsom

65

12

780

Definitieve last onder dwangsom incl. zienswijze

15

20

300

Bezwaar

6

5

30

Invordering

7

20

140

Bezwaar

5

5

25

Stilleggen bouw

6

4

24

Vooraankondiging last onder bestuursdwang incl. zienswijze

2

12

24

Last onder bestuursdwang

4

30

120

Bezwaar

2

5

10

Intrekken

4

16

64

Bezwaar

2

5

10

Ingebrekestelling

2

3

6

Klachten/meldingen/waarschuwingen

 

 

200

Bestuurlijke prioriteiten

 

 

267

Interne juridische advisering

50

5

250

Raadsvragen/commissievragen

6

10

60

 

 

 

Totaal 2.650 uur

 

 

Handhavingsverzoeken

Burgers kunnen bij de gemeente een verzoek om handhaving indienen. Een verzoek om handhaving is een schriftelijk (dwingend) verzoek aan de gemeente om binnen een wettelijke termijn een besluit te nemen ten aanzien van een vermeende overtreding. Gelet op ervaringscijfers uit voorgaande jaren verwachten we in 2019 circa 20 handhavingsverzoeken en tegen de besluiten hierop in totaal 4 bezwaarschriften. De juridisch medewerkers bouwen en ro van het bureau BMH bereiden het besluit op het handhavingsverzoek voor. Jurap behandelt het bezwaarschrift dat hierop binnenkomt. De juridisch medewerkers bouwen en ro voorzien Jurap wel van advies. Hiervoor ramen we in totaal 20 uur per jaar. Voor het behandelen van de handhavingsverzoeken en het opstellen van het besluit ramen we in totaal 320 uur.

 

Handhavend optreden bij geconstateerde overtredingen

Gegronde klachten en handhavingsverzoeken kunnen bestuursrechtelijk worden gehandhaafd. Dit geldt ook voor geconstateerde overtredingen naar aanleiding van reguliere controles. Bij bestuursrechtelijke handhaving volgen we het stappenplan uit de Landelijke Handhavingsstrategie zoals opgenomen in het Toezicht- en Handhavingsbeleidsplan 2019-2022 van de gemeente Heerlen. Dit houdt op hoofdlijnen de volgende werkwijze/te volgen stappen in. Bestuursrechtelijk waarschuwen we de overtreder in beginsel één keer om binnen een bepaalde termijn de overtreding ongedaan te maken. Blijkt bij hercontrole dat de overtreding voortduurt, dan bereiden burgemeester en wethouders in de regel een bestuursrechtelijke maatregel voor. Overigens kunnen er redenen bestaan om meer dan één hercontrole uit te voeren of de overtreder meer tijd te gunnen om de overtreding te beëindigen. Anderzijds kan er aanleiding bestaan om direct tot een bestuursrechtelijke maatregel te besluiten. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als illegaal wordt gebouwd, de volksgezondheid of veiligheid ernstig in het geding is of onomkeerbare en ongewenste effecten dreigen. Afhankelijk van de situatie treden we bestuursrechtelijk op: bestuursdwang toepassen, of, in plaats daarvan, een last onder dwangsom opleggen. Voordat we deze instrumenten toepassen , moeten we de overtreder (en/of degene die bij machte is om een einde aan de overtreding te maken) in de gelegenheid stellenzijn zienswijze uit te brengen over de voorgenomen handhaving. Uitzondering hierop vormt een spoedeisende last. Daarmee bestaat bestuursrechtelijke handhaving uit meerdere stappen. Uitgangspunt bij het handhavingstraject is dat we een eenmaal gestarte procedure ook helemaal doorlopen totdat de overtreding is beëindigd; als we A zeggen, zeggen we ook B. Op die manier bereiken we de doelstellingen ‘naleving van wet- en regelgeving’ en ‘een overheid met gezag’.

In 2019 verwachten we 65 vooraankondigingen dwangsom die leiden tot 15 lasten onder dwangsom, waartegen 6 bezwaarschriften binnenkomen. Daarnaast verwachten we 7 invorderingsprocedures waartegen 5 bezwaarschriften binnenkomen, 6 stilleggingen van bouwwerken, 2 vooraankondigingen bestuursdwang, 4 lasten onder bestuursdwang, waarbij we in 2 gevallen feitelijke bestuursdwang moeten toepassen en waarop we 2 bezwaarschriften verwachten. Verder 4 intrekkingen van bouwvergunningen en 2 ingebrekestellingen. Daarnaast ramen we 200 uur voor het afhandelen van klachten en meldingen en voor juridische ondersteuning bij het opstellen van waarschuwingsbrieven naar aanleiding van geconstateerde overtredingen en 267 uur voor het afhandelen van bestuurlijke prioriteiten, 250 uur voor interne juridische advisering en 60 uur voor het beantwoorden van raads- en commissievragen.

De geraamde technische uren in 2019 voor de handhavingscontroles door de handhavers bouwen bedragen 1.150 uur (incl. 50 uur voor de constructeurs).

 

2.6 Asbest

Toezicht asbest sloopmeldingen

BMH houdt toezicht op sloopmeldingen asbest. Jaarlijks ontvangen we ongeveer 500 reguliere sloopmeldingen asbest (van particulieren en woningcorporaties). In de beleidsperiode 2016-2018 behoorden controles bij complexe asbestsloop tot het minimum uitvoeringsniveau. Ongeveer 10 van de 500 sloopmeldingen controleerden we. Voor de beleidsperiode 2019-2022 hebben we het aantal uit te voeren controles verhoogd (ca. 50 per jaar) omdat in de praktijk en uit benchmark bij andere gemeenten bleek dat de frequentie van toezicht in de beleidsperiode 2016-2018 onder het minimumniveau is. De uit te voeren controles in 2019 worden bepaald aan de hand van een risicomatrix die in de 2e helft van 2018 door de regionale werkgroep asbest (zie blz 10 van dit stuk) is opgesteld en is opgenomen in het Toezicht- en Handhavingsbeleid 2019-2022 van de gemeente Heerlen. De regionale werkgroep asbest stelt in 2019 een regionaal beleidsplan op specifiek voor toezicht en handhaving asbestsloop.

80% van de asbestdaken in Heerlen is <35m2. Deze mogen in eigen beheer gesaneerd worden. Het risico dat het hier mis gaat is groot. De toezichttaak neemt hierdoor toe in 2019-2022; burgers voorlichten over asbestverwijdering en toezicht op asbestsloop.

Net als in voorgaande jaren zijn er controles bij calamiteiten, als asbest vrijkomt bij een brand of een (illegale) sanering.

In totaal ramen we voor deze taken 515 uur.

 

Asbestdaken

In november 2018 is in de Wet milieubeheer het verbod opgenomen om na 31 december asbesthoudend materiaal te hebben als dakbedekking. Het rijk wil dat eind 2024 alle asbestdaken gesaneerd zijn. Sanering komt voor rekening van de eigenaar van een asbestdak. Verwacht wordt dat, ondanks subsidieregelingen voor het verwijderen van asbest, illegale asbestsloop in de komende jaren toeneemt. Dit vraagt extra capaciteit voor de bouwinspecteurs (asbestdeskundigen). Het rijk heeft de gemeente gevraagd om te starten met het inventariseren van asbestdaken, in samenwerking met de provincie Limburg. De inventarisatie is in 2018 uitgevoerd. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan (80% van de geconstateerde asbestdaken is < 35m2 : eigenaren mogen ze zelf verwijderen) stellen we begin 2019 een plan van aanpak op om de eigenaren te bewegen de daken vóór 2025 te saneren. De subsidie die het Rijk beschikbaar stelde voor het vrijwillig saneren van asbestdaken is inmiddels op. Niet zeker is of en zo ja wanneer het Rijk nieuwe subsidie beschikbaar stelt. Wel zijn er plannen voor een landelijk fonds voor eigenaren van asbestdaken die financieel niet in staat zijn om de sanering van hun asbestdak te bekostigen. Daarnaast heeft de provincie om het proces tot vrijwillige sanering te versnellen eind 2018, in haar subsidieregeling de koppeling tussen sanering en het verplicht plaatsen van zonnepanelen op een nieuw dak losgelaten. Daarnaast heeft zij als versnellingsmaatregel een pilot opgesteld waarvoor de gemeente Heerlen gevraagd is om aan mee te doen. Het betreft een collectieve aanbesteding voor het verwijderen van asbestdaken. Burgers en bedrijven kunnen hierdoor tegen een zeer gunstig tarief hun asbestdak laten verwijderen. Een voorstel hiervoor zal begin 2019 aan het college worden aangeboden. Op dit moment onderzoeken we wat de gevolgen voor de gemeente zijn bij deelname aan de pilot (welke werkzaamheden vloeien er voor de gemeente uit voort) en in hoeverre het budget dat de provincie aanbiedt voor deelname aan de pilot voor ons kostendekkend is.

 

De gemeentelijke asbesttaken en de basistaken van de RUD’s met betrekking tot asbest

In 2013 zijn landsdekkend 29 omgevingsdiensten opgericht ter verbetering van de kwaliteit van de vergunningverlening, toezicht en handhaving van de complexe milieutaken. De Rijksoverheid, het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten hebben bij de oprichting van de omgevingsdiensten een lijst van (minimale) taken opgesteld die omgevingsdiensten uitvoeren, het zogenaamde Basistakenpakket (BTP 2.3 uit 2011). Op 1 juli 2017 is het Besluit tot wijziging van het Besluit omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving) in werking getreden. In artikel

 

7.1 en bijlage IV van dit besluit zijn de basistaken voor de RUD’s hiermee wettelijk verankerd.

Hierbij is er voor de taak asbest sprake van een uitbreiding van de basistaak ten opzichte van het basistakenpakket 2.3 uit 2011 die bij de oprichting van de RUD’s in 2013 gold. In het basistakenpakket 2.3 uit 2011 was alleen ketentoezicht op de saneerders van asbest (transport en opslag/storten) als basistaak van de RUD opgenomen. De overige asbesttaken bleven bij de gemeenten. In de gemeentelijke praktijk houdt dezelfde persoon die toezicht houdt op slopen ook toezicht op de professionele asbestverwijdering. Ook heeft een groot aantal gemeenten (met het oog op de kwaliteitscriteria 2.1) de laatste jaren geïnvesteerd in het opleiden van medewerkers tot asbestdeskundigen.

Met het wijzigen van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is in bijlage IV in de toelichting op categorie 11 aangegeven dat “toezicht op bedrijfsmatige asbestsanering een basistaak is en wordt uitgevoerd door een omgevingsdienst tenzij de asbestsanering in een bouwwerk of een object wordt uitgevoerd bij en door een particulier en het te saneren oppervlak niet meer dan 35m2 bedraagt”. De basistaak gaat dus niet over toezicht op de sloop of over toetsen van sloopmeldingen met of zonder asbest, of over aanvragen om een omgevingsvergunning voor de activiteit slopen.

De basistaak gaat dus wèl over:

  • toezicht op bedrijfsmatige asbestsanering

  • Ketenbeheer asbest

Voornoemde wijziging in het Bor vraagt om afstemming tussen de RUD en haar partners (de gemeenten). Vanuit het opdrachtgeversoverleg van de RUD Zuid Limburg is in 2018 een werkgroep opgericht, bestaande uit de gemeente Heerlen, Brunssum, Landgraaf, Gulpen-Wittem en Stein die samen met de RUD in 2019 een voorstel maken voor uniform regionaal beleid met betrekking tot toezicht en handhaving van de asbesttaken.

De taak ketenbeheer asbest (wat gebeurt er met asbest als het na de sloop wordt afgevoerd) is een taak die de gemeente zelf niet kan aanpakken, omdat asbest de gemeentegrens overschrijdt. Deze basistaak is bij de oprichting in 2013 al overgegaan naar de RUD. De gemeente Heerlen en ook andere gemeenten in Zuid-Limburg hebben de RUD herhaalde malen verzocht om aan te geven hoe zij deze taak de afgelopen jaren uitvoerde. Tijdens het accountoverleg met de RUD begin januari 2019 bleek dat de RUD deze taak de afgelopen jaren niet heeft uitgevoerd. Afgesproken is dat de RUD begin 2019 hiervoor een concrete aanpak opstelt.

 

2.7 Brandveiligheid en constructieve veiligheid van gebouwen waar grote groepen mensen verblijven waarbij vanwege de aard van het gebruik een gevaar voor een verminderde zelfredzaamheid bestaat en van gebouwen waarin mensen verblijven met een verminderde zelfredzaamheid

Eén van de bestuurlijk vastgestelde prioriteiten voor de beleidsperiode 2019-2022 ligt, net als in de periode 2013-2018, bij actieve handhaving op het gebied van brandveiligheid en constructieve veiligheid van bestaande gebouwen waar grote groepen mensen bijeenkomen, waarbij vanwege de aard van het gebruik een gevaar voor verminderde zelfredzaamheid bestaat en gebouwen waarin mensen verblijven met een verminderde zelfredzaamheid. Voorbeelden zijn: kinderdagverblijven, hotels, pensions, verpleeg- en verzorgingstehuizen, kamerverhuurpanden, schoolgebouwen, panden Woonboulevard, verenigingsgebouwen, woonflats voor senioren etc.

In 2013 startten we met de inventarisatie van deze gebouwen door de gebouwen 1 voor 1 te controleren. Eind 2018 is de totale inventarisatie, de nulmeting, nagenoeg afgerond. Dat geeft ons inzicht in de staat van de gebouwen, het naleefgedrag en het risico van niet naleven van veiligheidsvoorschriften (Risico = Kans maal Effect).

De gebouwen controleren we sinds medio 2013 samen met de brandweer. In een expertbijeenkomst hebben BMH en Brandweer eerst bepaald welke panden en gebouwen vallen onder het criterium “brandveiligheid en constructieve veiligheid bestaande bouw, waar grote groepen mensen verblijven waarbij vanwege de aard van het gebruik een gevaar voor een verminderde zelfredzaamheid bestaat (kamerverhuur, hotels en woonboulevard) en gebouwen waarin mensen verblijven met een verminderde zelfredzaamheid (kinderdagverblijf, verpleeghuis en zorginstellingen)”. Ook hebben we de panden toen samen ingedeeld in risicoklassen, waaraan een controlefrequentie gekoppeld is.

In 2018 hebben we de soorten gebouwen en deze klasseindeling geëvalueerd en op kleine punten aanpassingen gedaan. We hebben nu namelijk een duidelijk beeld van het naleefgedrag per soort gebouw en we zijn in de beheerfase gekomen. Dat betekent dat de bouwinspecteurs met ingang van 2019 de controles bij een aantal soorten gebouwen overlaten aan de brandweer. Alleen bij gebouwen die een groot risico vormen, controleren de bouwinspecteur en brandweer samen (klasse 3 en 4 gebouwen. Een uitzondering hierop zijn de kamerverhuurpanden, die de bouwinspecteur zelf controleert en waar nodig de brandweer om advies vraagt). De brandweer controleert klasse 1 en 2 gebouwen vanaf 2019 alleen. Andersom vraagt de bouwinspecteur om advies bij een bouwkundig / constructief probleem. We houden wel vinger aan de pols, door aan te sturen en de controles van de gebouwen te monitoren.

In onderstaande tabel staan de soorten gebouw (I t/m XVI) en de aantallen ervan. Ook staat daarin hoeveel panden we per soort gebouw in 2019 controleren en hoeveel uren inzet dit kost. Welke Wabo-werkzaamheden de brandweer in 2019 precies uitvoert, staat verderop, onder 3.12, pagina 32.

 

 Cat.

 

Aantal panden

Klasse

Aantal 2019

Uren 2019

I.

Kamerverhuurpanden

160

4

30

200

II.

Kinderdagverblijven (13 van de 20 in combi metbso/psz)

20

3

4

24

III.

Zorginstellingen: Atrium / Mondriaan

2

2

2

20

IV.

Verpleeg- en verzorgingstehuizen*

20

3

-

-

V.

Woonboulevard

21

1

3

30

VI.

Stookinstallaties in scholen

51

1

-

-

VII.

BSO / Peuterspeelzalen (excl. 13 in combi met kinderdagverblijf en incl. 16 in combi met basisscholen)*

31

2

-

-

VIII./ X.

Senior woongebouwen / woningvoorraad woningcorporaties bestaande woningen*

145

2

-

-

IX.

Hotels / pensions

12

3

3

33

XI.

Basisscholen (zonder combi)

Vervolgonderwijs*

10

15

1

1

-

-

-

-

 

 

Asielzoekerscentrum

(volgende controle pas in 2020)

1

4

0

0

XIII.

Gemeenschapshuizen, verenigingsgebouwen*

30

1

-

-

XIV.

Grote detailhandelsgebouwen*

71

1

-

-

XV.

Ouderen/jongerencentra (zie XIII )

 

1

-

-

XVI.

Ontvluchting binnenstad (is afgerond in 2018)

231

1

-

-

 

Totaal

821

 

100

307

 

* de brandweer voert hier controles uit in 2019.

 

De panden en gebouwen zijn ingedeeld in een prioriteitsklasse van 1 tot 4. Klasse 1 heeft de laagste prioriteit en klasse 4 de hoogste. Panden en gebouwen met de laagste prioriteit (klasse 1) worden 1 keer per 10 jaar gecontroleerd en panden met de hoogste prioriteit (klasse 4) 1 keer per 3 jaar. Voor

de controlefrequentie zie onderstaande tabel.

Klasse

Controleren om de … jaren

Frequentie

1 (laagste prioriteit)

10

0,10

2

7

0,14

3

5

0,20

4 (hoogste prioriteit)

3

0,33

 

Hieronder staan per soort gebouw de werkzaamheden.

 

I. Kamerverhuurpanden

In Heerlen is er een groot aantal kamerverhuurpanden (circa 160 bij ons bekend). De bouw- en brandveiligheid voldoet in deze panden vaak niet. Dit heeft directe gevolgen voor de bewoonbaarheid van het pand als ook voor de leefbaarheid van de directe omgeving. Regelmatig inspecteren van de panden, dus in een controlecyclus brengen, draagt bij aan beter besef en beter naleefgedrag. De toezichthouder bezoekt de panden. Zo nodig vraagt hij de brandweer om advies. Als er klachten zijn over overlast controleren we de panden samen met het Flexteam. De kamerverhuurpanden zijn in klasse 4 ingedeeld. Dit heeft te maken met het feit dat er bij deze panden sprake is van veelvuldig wisselen van personen die er wonen, het vaak oudere panden zijn en het naleefgedrag van regelgeving slecht is. Vanaf 2013 hebben we er jaarlijks ongeveer 30-40 panden gecontroleerd om de nulsituatie te bepalen. Conform de voorgestelde prioritering (klasse 4: 1 keer per 3 jaar controleren) moeten we eigenlijk jaarlijks 50 panden controleren. We hebben echter capaciteit om er jaarlijks ongeveer 35 te controleren.

 

II. Kinderdagverblijven

In de gemeente Heerlen zijn ongeveer 20 kinderdagverblijven. Deze hebben we in klasse 3 ingedeeld (hoge prioriteit). Het gaat namelijk om kinderen van 0 tot 4 jaar die zeer kwetsbaar zijn èn ze kunnen er slapen. Het naleefgedrag is echter goed, bovendien controleren ook andere instanties de kinderdagverblijven. Met gerichte controles van kinderdagverblijven startten we in 2013. Eind 2015 hebben we alle kinderdagverblijven 1 of meerdere keren gecontroleerd. De laatste jaren is het aantal kinderdagverblijven teruggelopen van 40 in 2012 tot 20 in 2016. Van de 20 kinderdagverblijven zijn 13 ondergebracht bij een basisschool. In 2019 controleren wij 4 kinderdagverblijven samen met de brandweer.

 

III. Zorginstellingen / Atrium- Mondriaan

Door de vele bouwactiviteiten en verbouwingen bij deze instellingen is er frequent overleg (en toezicht) met bouwtoezicht en de brandweer. De indeling in klasse 2 (lagere prioriteit) is een gevolg van het feit dat ondanks dat er kwetsbare personen verblijven en overnachten er sprake is van een goed naleefgedrag van de geldende regelgeving, ze beschikken over eigen veiligheidsbeleid en er frequent contact met bouwtoezicht is over bouwactiviteiten waarbij ook de overige bebouwing wordt meegenomen. In totaal ramen we 20 uur voor toezicht op deze instellingen.

 

IV. Verpleeg- verzorgingstehuizen

In Heerlen zijn er 20 verpleeg- en verzorgingstehuizen. Deze zijn ofwel van recente datum, ofwel recent gerenoveerd. Ze waren eerder in klasse 2 ingedeeld (lagere prioriteit) maar omdat uit de evaluatie van de 0-meting in 2018 bleek dat het naleefgedrag matig tot slecht is en er kwetsbare personen verblijven en overnachten, zijn de verpleeg- en verzorgingstehuizen in klasse 3 ingedeeld. Hierdoor is de controlefrequentie bij deze tehuizen 1 keer per 5 jaar. In 2019 zijn 4 controles gepland die de bouwinspecteur samen met de brandweer uitvoert.

 

V. Woonboulevard

In 2017 hebben alle betrokken partijen verschillende keren met elkaar overlegd over de algemene brandveiligheid van de panden op Plein 1 van de Woonboulevard. In dit kader heeft de eigenaar van de betreffende panden in 2017 een Plan van Aanpak ingediend dat BMH en de brandweer goedkeurden (o.a. zorgen voor 3 brandcompartimenten). Op 8 januari 2018 is dit plan, als omgevingsvergunning, ingediend bij de afdeling Publiekszaken (PZ), de omgevingsvergunning is eind april 2018 verleend. In de loop van 2018 is gestart met de uitvoering van de brandveiligheidsmaatregelen en hebben de bouwinspecteur en de brandweer gezamenlijk toezicht gehouden op de werkzaamheden. Als deze werkzaamheden helemaal zijn uitgevoerd, maken we in 2019 een inventarisatie van de gebruiksmeldingen per winkelpand.

 

VI. Stookinstallaties in scholen

De Inspectie Leefomgeving en Transport heeft de gemeente in 2015 erop geattendeerd stookruimten die inpandig zijn gelegen te controleren op het aspect brandveiligheid (vanwege ontploffingsgevaar). Afgesproken is eerst de scholen binnen de gemeente te inventariseren. Bureau Bouw- en Milieuhandhaving heeft, in samenwerking met Stichting Innovo (als huurder, gemeente is eigenaar), een inventarisatie gemaakt van panden (19 stuks) waar de stookruimte inpandig is gelegen. De inventarisatie van de stookinstallaties van de scholen van Movare is eind 2015 voltooid. In 2016 is dit project afgerond. De conclusie uit de uitgevoerde controles is dat inschaling van stookinstallaties in scholen in klasse 1 (laagste prioriteit) correct is. Voor 2019 zijn geen controles gepland. Wel worden de scholen in een cyclische controle meegenomen (1 keer per 10 jaar controleren).

 

VII. BSO/peuterspeelzalen

In de gemeente Heerlen zijn 44 BSO/peuterspeelzalen. Hiervan zijn 13 in hetzelfde gebouw gehuisvest als kinderdagverblijven en 16 gehuisvest in combi met basisscholen. Waar deze samen zitten met kinderdagverblijven, houden we de prioritering van kinderdagverblijven aan (klasse 3: hoge prioriteit). Waar de BSO/peuterspeelzaal is ondergebracht bij een basisschool geldt een lagere prioriteit (klasse 2), omdat het oudere kinderen betreft, de verblijftijd kort is en niemand er slaapt. In 2019 controleert de brandweer 4 BSO’s /peuterspeelzalen, niet gelieerd aan een kinderdagverblijf of basisschool.

 

VIII./X. Senior woongebouwen/woningvoorraad woningcorporaties bestaande woningen

Heerlen kent een relatief groot aantal flats/hoogbouw (145) uit de jaren ‘60/’70, waar merendeels senioren wonen en die in eigendom zijn van corporaties of particulieren. Deze hebben we in klasse 2 ingedeeld (lagere prioriteit). Gepland was om samen met de corporaties de afgelopen beleidsperiode (2015-2018) de nulsituatie in kaart te brengen van deze 145 gebouwen. Door een gebrek aan toezichtcapaciteit konden we hier pas eind 2018 mee starten. In 2019 controleert de brandweer 20 gebouwen.

 

IX. Hotels/pensions

We hebben in Heerlen 12 hotels/pensions. De hotels/pensions zijn in klasse 3 ingedeeld (hoge prioriteit) vanwege:

-veelvuldig wisselen van verblijvende personen;

-overnachten;

-vaak oudere panden;

In de afgelopen jaren zijn al deze hotels en pensions in het kader van de nulmeting gecontroleerd en is het naleefgedrag per hotel/pension bekend. We bevinden ons nu in de beheerfase. In 2019 controleren een bouwinspecteur en de brandweer samen 3 panden.

 

XI. Basisscholen en vervolgonderwijs

De gemeente Heerlen telt in totaal 26 basisscholen en 15 scholen voor vervolgonderwijs. Van de 26 basisscholen zijn 16 ondergebracht in een gebouw in combinatie met BSO/peuterspeelzalen. De 10 basisscholen (niet in combi met BSO/peuterspeelzaal) vallen onder klasse 1 (laag risico). In 2019 controleert de brandweer 1 van deze 10 basisscholen. Daarnaast controleert de brandweer 2 scholen voor vervolgonderwijs.

 

XII. Asielzoekerscentrum

Heerlen heeft 1 asielzoekerscentrum. Dit is ingedeeld in klasse 4 (hoogste prioriteit) vanwege:

- het veelvuldig wisselen van verblijvende personen;

- die overnachten;

- grote groep personen, die niet bekend is met de lokale regelgeving;

- incidenten (brandstichting) in andere centra.

In 2015 is het bestaande AZC aan de Imstenraderweg uitgebreid met 3 paviljoens. In 2017 hebben we de laatste hercontroles gedaan, waarbij we geen overtredingen constateerden. Daarom hebben we het AZC in de reguliere controlecycles opgenomen. Dit betekent pas in 2020 een volgende controle.

 

XIII. Gemeenschapshuizen, verenigingsgebouwen

Gemeenschapshuizen, verenigingsgebouwen en ouderen/jongerencentra zijn ingedeeld in klasse 1 (laagste prioriteit). Niemand overnacht er. Het zijn merendeels 1 laags gebouwen en waar dat niet zo is (de BMV’s) zijn het gebouwen van recente datum. De bezettingsgraad is laag en er vinden ook controles plaats vanuit andere invalshoeken (bijvoorbeeld Drank- en Horecawet). Het gaat om 30 panden. Uit de controles die in het kader van de nulmeting de afgelopen jaren zijn uitgevoerd bleek dat het naleefgedrag bij deze gebouwen heel goed is. Hierdoor kunnen we deze gebouwen opnemen in de reguliere controlecyclus van 1 keer in de 10 jaar. In 2019 controleert de brandweer 3 panden.

 

XIV. Grote detailhandelsgebouwen

De grote detailhandelsgebouwen zijn ingedeeld in klasse 1 (laagste prioriteit) vanwege het feit dat deze gebouwen vaak eigendom zijn van ketens, die gebaat zijn met een positieve, veilige uitstraling. Men beschikt over een eigen BHV organisatie. Vanwege het lage risico bij deze gebouwen en de beperkte beschikbare capaciteit voor toezicht en handhaving is in 2018 pas een start gemaakt met het controleren van deze gebouwen. In 2019 controleert de brandweer 7 gebouwen.

 

XVI. Ontvluchting binnenstad

In 2012 heeft de Brandweer Zuid-Limburg de ontvluchting uit de panden in de binnenstad geïnventariseerd. Het ging om de manier van ontvluchten, gebruik van panden en de diepte van de panden. Deze inventarisatie is beperkt tot de bebouwing van vóór 1945 in de binnenstad (117 panden). Uit deze inventarisatie blijkt dat met name de 2e vluchtweg aan de achterzijde voor problemen zorgt bij de panden. Echter, deze bevindingen waren niet getoetst aan de eisen voor bestaande bouw in het Bouwbesluit.

In maart 2018 hebben een bouwinspecteur en de brandweer een steekproef gedaan bij 10 van de 117 panden. Volgens de inventarisatie uit 2012 zijn deze 10 panden de meest risicovolle panden. Hierdoor is de steekproef representatief voor het totaal aantal panden (117). Uit de controles kwamen geen knelpunten/overtredingen naar voren, waardoor het niet nodig is hier in 2019 verder nog aandacht aan te besteden.

 

2.8 Galerijflats

Minister Blok voor Wonen en Rijksdienst heeft, naar aanleiding van het incident in Leeuwarden waarbij een galerijvloer is bezweken, per 1 januari 2016 een onderzoekplicht ingesteld naar de veiligheid voor galerijflats . Uit een inventarisatie in Heerlen bleek dat van de 150 gebouwen er 7 in aanmerking kwamen voor nadere onderzoek. Van 7 gebouwen voldoen er 5 aan de normen. De galerijen van 2 gebouwen voldoen dus niet aan de normen. Door in 2017 een beperking op te leggen van de belasting van de galerijen, konden ze toch veilig worden gebruikt. De woningstichting heeft de galerijen van een complex in 2018 meegenomen in het onderhoud, waardoor ze weer voldoen aan de normen. Voor het andere complex is een vergunning verleend voor het versterken van de galerijen. Deze galerijen worden momenteel versterkt en worden opgeleverd begin februari 2019 waardoor ook deze weer voldoen aan de normen.

 

2.9 Brandveiligheid gevels

Bij de felle uitbreiding van de brand langs de gevel van de Grenfell Tower in Londen, kwamen tientallen bewoners om het leven. Minister Ollongren verzocht op 30 november 2018 de colleges van alle gemeenten bij de meest risicovolle gebouwen onderzoek in gang te zetten. Dat betekent dat wij ze inventariseren en er vervolgens op toezien dat de eigenaren van deze gebouwen onderzoek uitvoeren naar de brandveiligheid van de gevels en dat ze maatregelen treffen om de veiligheid te waarborgen. We vragen dan concreet om een onderzoeksrapport en eventueel een plan van aanpak, op te stellen en uit te voeren binnen een bepaalde termijn. Begin 2019 starten we en ramen er 50 uur voor.

 

2.10 Constructieve veiligheid verbouwde winkelpanden in de jaren ‘60

Eind 2018 toetsten we constructieve stukken bij een vergunningaanvraag voor een verbouwing van een winkelpand. Het pand maakt deel uit van een blok van twee panden, dat destijds als één bouwwerk is gebouwd. Tijdens de toets bleek dat bij verbouwingen in de jaren ’60 vrijwel alle stabiliserende elementen zijn verwijderd. Voor die verbouwingen hebben we destijds onterecht vergunningen verleend.

Gebouwen moeten op zichzelf stabiel zijn, ook al maken ze deel uit van een blok.

Dit pand is op zichzelf niet stabiel, maar maakt deel uit van een blok, dat zorgt voor de stabiliteit. Mocht een pand uit dit blok in de toekomst gesloopt worden dan heeft dat gevolgen voor de stabiliteit van de naastgelegen panden, die eraan vastzitten.

Een snelle rondgang in onze eigen gemeente en langs andere gemeenten leert dat dit overal in binnensteden aan de hand is. Oudere panden in een blok zijn vaak niet stabiel op zichzelf.

Er is geen acuut probleem, we gaan dus niet actief op zoek naar panden met onvoldoende stabiliteit. Wel signaleren we bij een aanvraag omgevingsvergunning of bij een sloopmelding dat een pand, of de naastgelegen panden, niet voldoende stabiel is, of zijn. En zijn we extra alert bij calamiteiten, klachten en meldingen. Vanuit vergunningverlening en handhaving zorgen we ervoor dat de stabiliteit er komt. Dat hebben we dan ook in voornoemde casus gedaan. Dit kan door een voorschrift op te nemen in de vergunning, of aanschrijven om de stabiliteit op orde te brengen.

 

2.11 Evenementen (constructie en brandveiligheid)

Grote evenementen controleren we zoveel mogelijk integraal (geluid, brandveiligheid, constructieve veiligheid, DHW etc.). Voor de bouwkundige controle van evenementen in 2019, met name de controle op constructieve veiligheid en brandveiligheid van tenten, podia en installaties, ramen we 200 uur.

 

2.12 Brandveiligheidscontroles in verband met de carnaval

Jaarlijks voeren de brandweer en de bouwinspecteurs samen brandveiligheidscontroles uit voor en tijdens de carnaval. Met ingang van 2019 gaan de bouwinspecteurs niet meer met de brandweer mee op controle. Omdat de controles gaan over brandveiligheid, we al enkele jaren samen gecontroleerd hebben en het naleefgedrag redelijk goed is, laten we de controles nu over aan de brandweer. Daardoor hebben de bouwinspecteurs tijd voor de andere prioriteiten. In 2019 selecteren we de café’s/gemeenschapshuizen waar we bijna zeker van zijn dat er carnaval wordt gevierd en/of carnavalszittingen zijn en waar de optocht begint of eindigt. Op 5 aspecten controleert de brandweer dan: of de versiering, de nooduitgang, de noodverlichting, vluchtrouteaanduidingen en de blusmiddelen voldoen aan de brandveiligheidseisen.

De brandweer besteedt ook in 2019 weer 75 uur aan deze controles.

De brandweer wil in 2019 de carnavalscontroles zoals ze nu gebeuren (controle op alleen die 5 aspecten hierboven) evalueren. Volgens haar is het zinvoller om de totale brandveiligheid en constructieve veiligheid van de horecapanden te controleren en op orde te brengen. De brandweer komt hiervoor in 2019 met een onderbouwd voorstel (‘wat is het risico?’) voor een aanpak in 2020 e.v..

 

2.13 Project Herstructurering: “Vrieheide – De Stack”

Voor het project Herstructurering Vrieheide – De Stack kunnen we via de bouwregelgeving onder andere woonoverlast, vervuiling en verloedering aanpakken. Het project loopt nog door tot 1 januari 2020 en we hebben er met additioneel budget 1 fte (0,5 fte juridisch en 0,5 fte technisch) voor beschikbaar. De handhaving van de bouwregels In Vrieheide - De Stack volgt de lijn zoals die in het Beeldkwaliteitsplan is vastgelegd.

 

2.14 Brandweer

De brandweer Zuid Limburg is een externe handhavingspartner die op verzoek de gemeente adviseert/ondersteunt bij de uitvoering van haar toezichttaken. Aangezien ook de brandweer Zuid Limburg kampt met een capaciteitsprobleem en moet prioriteren, stemmen we vanzelfsprekend steeds goed af waarvoor we de brandweer vragen om haar inzet. Samen met de brandweer hebben we dan ook de geprioriteerde toezichttaken en de projectmatige aanpak/werkwijze ‘bedacht’, met betrekking tot gebouwen waar grote groepen mensen verblijven waarbij vanwege de aard van het gebruik een gevaar voor een verminderde zelfredzaamheid bestaat (kamerverhuur, hotels en woonboulevard) en gebouwen waarin mensen verblijven met een verminderde zelfredzaamheid (kinderdagverblijf, verpleeghuis en zorginstellingen). In gezamenlijk overleg kwamen we tot de volgende raming voor 2019:

 

 

 Cat.

 

Aantal panden

Klasse (4=hoogste 1=laagste prioriteit)

Controlefre-quentie

Aantal 2019

Uren per product

Totaal uren brandweer 2019

I.

Kamerverhuurpanden*

160

4

 

 

 

10*

II.

Kinderdagverblijven (13 van de 20 in combi met bso/psz)

20

3

1x5jr

4

6

24

III.

Zorginstellingen: Atrium / Mondriaan

2

2

1x7jr

 

15

30

IV.

Verpleeg- verzorgingstehuizen

20

3

1x5jr

4

18

72

V.

Woonboulevard

21

1

1x10jr

3

10

30

VI.

Stookinstallaties in scholen

51

1

1x10jr

0

2

0

VII.

BSO / Peuterspeelzalen (excl. 13 in combi met kinderdagverblijf en 16 in combi met basisscholen)

31

2

1x7jr

4

6

24

VIII en X

Senior grote wooncomplexen /woningvoorraad woningcorporaties bestaande woningen

145

2

1x7jr

20

10

200

IX

Hotels /pensions

12

3

1x5jr

3

6

18

XI.

Basisscholen (10 basisscholen zonder combi)

Vervolgonderwijs (aantal=15))

10

15

1

1

1x10jr

1x10jr

1

2

11

11

11

22

XII.

Asielzoekers centrum COA

1

4

1x3jr

1**

5

5

XIII en XV.

Gemeenschapshuizen, verenigingsgebouwen, ouderen/jongerencentra

30

1

1x10jr

3

4

12

XIV.

Grote detailhandelsgebouwen

71

1

1x10jr

7

10

70

XVI.

Ontvluchting binnenstad (is begin 2018 afgerond)

231

1

 

0

-

-

 

BAG inhalen achterstanden

 

 

 

 

 

30

 

(sub)Totaal

 

 

 

 

 

558

 

Her-controles

 

 

 

±30

4

120

 

Carnavalcontroles

 

 

 

 

 

75

 

10% handhavingsgevallen

 

 

 

 

 

200

 

Totaal

 

 

 

 

 

953

 

* gemeente controleert zelf en vraagt de brandweer daar waar nodig om advies

**hercontrole

* gemeente controleert zelf en vraagt de brandweer daar waar nodig om advies

**hercontrole

 

Naast de uren in bovenstaande tabel zijn in 2019 de volgende uren van de brandweer nodig:

  • 1500 uur voor advies en toezicht nieuwbouw (is gelijk aan de inzet in 2018 en is 500 uur minder dan in 2017);

  • 500 uur voor advies evenementen waarvan 200 uur voor toezicht en handhaving;

  • 200 uur voor controles horeca.

 

De gemeente is casemanager en bepaalt wanneer we een advies of een controle van de brandweer nodig hebben. We hebben samen werkafspraken gemaakt.

In 2019 controleren een bouwinspecteur en de brandweer gemiddeld 2 keer samen een standaard bouw. Bij de majeure projecten zoals het Maankwartier zijn meer gezamenlijke controles nodig. Controles bij gebouwen waar grote groepen mensen verblijven waarbij vanwege de aard van het gebruik een gevaar voor een verminderde zelfredzaamheid bestaat (kamerverhuur, hotels en woonboulevard) en gebouwen waarin mensen verblijven met een verminderde zelfredzaamheid (kinderdagverblijf, verpleeghuis en zorginstellingen), gebeuren projectmatig.

Nu de nulmeting (grotendeels) is afgerond en we als gemeente een duidelijk beeld hebben van het naleefgedrag per categorie gebouw en we in de beheerfase zijn gekomen, controleren bouwinspecteur en brandweer niet meer altijd samen, met ingang van 2019. Wel nog bij de gebouwen die een groot risico vormen (klasse 3 en klasse 4 gebouwen). Een uitzondering hierop zijn de kamerverhuurpanden, die de bouwinspecteur zelf controleert en waar nodig de brandweer om advies vraagt. De brandweer controleert klasse 1 en 2 gebouwen vanaf 2019 alleen. Andersom vraagt de bouwinspecteur om advies bij een bouwkundig / constructief probleem. We houden wel vinger aan de pols, door aan te sturen en de controles van de gebouwen te monitoren.

 

2.15 Mijnschade

Eind 2016 heeft het Ministerie van Economische Zaken de onderzoeken afgerond naar na-ijlende effecten van steenkolenwinning uit het verleden. Bij het onderzoek hoort een maatregelenpakket om risico’s en problemen op te heffen of te voorkomen. Begin 2017 is een Kernteam met de concrete uitvoering van het maatregelenpakket aan de slag gegaan. Er is toen discussie ontstaan over de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en aansprakelijkheden. Daartoe heeft de provincie een juridisch onderzoek laten uitvoeren, dat begin 2018 afgerond is.

In 2015 heeft de Stichting Calamiteitenfonds Mijnwaterschade een Schaderegeling vastgesteld voor schrijnende gevallen. Dit betekent dat inwoners die denken dat de schade aan hun woning gerelateerd is aan voormalige mijnbouw, zich kunnen melden bij de constructeurs van bureau BMH. De constructeurs bezoeken de woning en beoordelen of er sprake is van een schrijnende situatie of dat hiervan binnen een half jaar sprake zal zijn. Een schrijnende situatie is gedefinieerd in de regeling van de Stichting Mijn(water)schade. De definitie is uitgelegd en aangevuld tijdens een bespreking tussen gemeenten en de stichting. Indien dit het geval is en de woning ligt binnen een concessie van een (voormalige) mijnbouwonderneming stelt de gemeente een rapportage op waarmee de inwoner zich vervolgens kan melden bij de Stichting Mijn(water)schade. Conform afspraak met de stichting beoordelen de constructeurs niet of de schade het gevolg is van steenkoolwinning.

Gelet op ervaringscijfers uit voorgaande jaren verwachten we ook in 2019 5 verzoeken om een beoordeling van schade aan een woning.

Voor nieuwe vergunningen hebben de afdelingen PZ en REO in 2017 overigens een conceptprotocol opgesteld om nieuwbouw van (grote) gebouwen te toetsen aan de situatie in de ondergrond. In afwachting van de oprichting van een Expertisecentrum, dat wellicht over dit soort zaken zal adviseren, is het nog niet formeel vastgesteld, maar in overleg met de portefeuillehouder de afgesproken werkwijze bij nieuwbouw. In 2019 stellen we een protocol op voor de werkwijze bij alle taakvelden van de gemeente waar de ondergrond een rol speelt.

3. Programma 2019 toezicht- en handhaving milieu

 

In onderstaande tabel staan de milieuproducten met de geraamde uren voor toezicht en handhaving voor 2019.

 

Taken/producten

Geraamde uren voor 2019

Milieucontroles bedrijven RUD Zuid Limburg basistaken incl. juridische ondersteuning

2025 (1,5 fte overgedragen aan de RUD incl. juridische uren en ketenbeheer asbest)

Juridisch handhaven RUD Zuid Limburg

50 0,04 fte

Controles milieu-inrichtingen gemeente

 

3.235 uur 1,85 fte

Juridisch/administratieve controles cat. 1 t/m 4

400 0,30 fte

Milieuklachten/meldingen ongewone voorvallen

1000 0,74 fte

Handhavingsverzoeken

396 0,29 fte

Strafrechtelijk (ondersteunen van de politie om tot pv te komen)

10

Bestuursrechtelijke handhaving

220 0,16 fte

Interne advisering geluid (bouwen, REO, PZ)

250 0,18 fte

(Integrale) horeca-controles

200 0,15 fte

Horeca avond/nacht geluidmetingen

400 0,29 fte

Integrale controle evenementen

600 0,44 fte

Energiebesparing en duurzaamheid bij bedrijven

350 0,26 fte

Inzicht en beheersbaarheid bedrijvenbestand

550 0,40 fte

RUD Zuid Limburg/ICT/Digitale checklijsten

300 0,22 fte

Bestuurlijke prioriteiten ad hoc

550 0,40 fte

Projectmatige aanpak ondergrondse tanks

150 0,11 fte

Totaal

8.661 uur 6,37 fte

excl. 2025 uur RUD Zuid Limburg en excl. 2 fte BOA’s Drank- en horecawet en evenementen

Beschikbaar

7.938 uur (5,9 fte)

Tekort

723 uur (inhuur 2019)

 

 

 

 

Hieronder staat per product de toelichting over de werkzaamheden in 2019.

 

3.1 Milieucontroles bedrijven RUD Zuid Limburg

De gemeente Heerlen telt 1633 bedrijven. Hiervan zijn 133 bedrijven in categorie 3 en 4 verplicht ondergebracht bij de RUD Zuid Limburg. In 2019 voert de RUD bij 69 bedrijven een periodieke milieucontrole uit en bij 5 bedrijven (vuurwerkverkooppunten) in totaal 15 vuurwerkcontroles (voor tijdens en na de verkoop). Ook handelt de RUD Zuid Limburg de klachten over deze bedrijven af. Hiervoor is 1 milieutoezichthouder van de gemeente Heerlen per 1 januari 2018 overgegaan naar de RUD (1 fte). De juridische ondersteuning bij de milieutoezichttaak van deze bedrijven plus de taak ‘ketenbeheer asbest’ voert de RUD ook uit. Hiervoor hebben we in 2019 circa 0,5 fte als budget overgedragen aan de RUD (0,2 fte ketenbeheer asbest en 0,25 fte juridische ondersteuning). Juridische handhaving (sanctionering) over deze bedrijven voeren we zelf uit. In 2019 ramen we hiervoor 50 uur.

BMH is aanspreekpunt (accountmanagement) voor alle taken die we als gemeente in de RUD Zuid Limburg hebben ingebracht. We stemmen periodiek af over de uit te voeren taken uit het werkprogramma in accountgesprekken met de leidinggevenden van de RUD, waarbij ook de afdelingen Publiekzaken en REO betrokken zijn.

 

3.2 Controles milieu-inrichtingen gemeente

1500 Heerlense bedrijven (inrichtingen) vallen niet in het zogenaamde basistakenpakket van de RUD, dus die controleren we zelf, periodiek. We hebben ze ingedeeld in vier milieucategorieën (1 t/m 4) op basis van de milieubelasting van de bedrijfsactiviteiten. Aan een milieucategorie is een controlefrequentie met een urenbesteding verbonden. We hanteren de bedrijfsindeling die begin jaren negentig is vastgesteld (BUGM- en VOGM-periode tot 1998) . De meest complexe bedrijven zijn categorie 4 bedrijven (chemische industrie, grote complexen als het ziekenhuis). Categorie 3 bevat een groot aantal bedrijven met een hoge milieubelasting, bijvoorbeeld auto- en motorreparatiebedrijven en tankstations. Categorie 2 zijn onder andere bedrijven met veel overlast voor de omgeving, zoals de horeca. Eenvoudige bedrijven met geen tot weinig milieubelasting zoals winkels zijn categorie 1. De bedrijven in categorie 1 (lichtste milieucategorie) controleren we niet meer periodiek (1 keer in de 10 jaar is landelijk adequate controlefrequentie). Wel controleren we ze naar aanleiding van klachten of een verzoek om handhaving.

Bedrijven categorie 2, 3 en 4 controleren we met een lagere controlefrequentie dan het landelijk geaccepteerde adequate niveau. Dit betekent categorie 2 bedrijf: 1 keer per 10 jaar (i.p.v. 1 keer per 5 jaar), categorie 3 bedrijf: 1 keer per 3 jaar (i.p.v. 1 keer per 2 jaar) en categorie 4 bedrijf: 1 keer per jaar (i.p.v. 2 keer per jaar). Voor 2019 plannen we circa 200 periodieke milieucontroles. Daar ramen we voor de technisch medewerkers plus de geluidsmedewerker 3.235 uren voor.

 

Werkwijze controle technisch medewerker milieu: Bij de uren van de technisch medewerker zijn inbegrepen: voorbereiden van het bedrijfsbezoek aan de hand van een dossieronderzoek, controleren bedrijf op naleving van de relevante milieuwetgeving, waar relevant ook uitvoeren van metingen. Rapporteren en opstellen brief naar aanleiding van de controle aan het bedrijf. Administratief controleren naar aanleiding van binnengekomen verslagen, rapporten enz. en uitvoeren van hercontroles naar aanleiding van overtredingen uit de eerste controle. Onderdeel kan zijn om metingen te verrichten (een geluidsmedewerker verricht de geluidsmetingen). Rapporteren en opstellen brief naar aanleiding van de hercontrole. De technisch medewerker hoeft de hercontrole in principe niet van te voren aan te kondigen, maar doet dit doorgaans wel. Naar aanleiding van de hercontrole stelt de technisch medewerker een bezoekrapport op en stuurt hij een brief naar de inrichtinghouder. Mocht de overtreding voortduren, dan treedt de technisch medewerker handhavend op, op basis van de vastgestelde sanctiestrategie die is opgenomen in het toezicht- en handhavingsbeleid 2019-2022 van de gemeente Heerlen. Dit is de 1e stap in de handhavingsprocedure. De juridisch medewerker voert de juridische procedure uit.

 

3.3 Juridisch/administratieve controles cat. 1 t/m 4

Voor de juridisch (160 uren) en administratief medewerker (240 uren) is per periodieke bedrijfscontrole inbegrepen, controleren van uitgaande brieven, adviseren aan technisch medewerker in geval van overtredingen en juridische (bestuursrechtelijke) handhaving. Monitoren van het naleefgedrag (effect van reguliere integrale milieucontroles) hoort hier ook bij.

 

3.4 Inrichtinggerelateerde milieuklachten/ongewone voorvallen

We ontvangen circa 80 milieuklachten per jaar. In 2019 ramen we 465 uren voor de technisch medewerkers, 175 uren voor de geluidsmedewerker, 180 uren voor de juridisch medewerker en 180 uren voor de administratief medewerker om deze klachten te behandelen.

Werkwijze: Op basis van een klacht, meestal van een omwonende van het bedrijf, onderzoekt de administratief medewerker of de klacht thuishoort bij BMH (1ste filtering). Als de klacht thuishoort bij BMH neemt de technisch medewerker de klacht in behandeling en onderzoekt of de klacht gegrond is, meestal door het uitvoeren van een controle bij het bedrijf (inrichting) waarover de klacht/overlast is ingediend. Als de klacht gegrond is volgt een termijn waarbinnen de klacht opgelost moet zijn. Als uit een hercontrole blijkt dat de klacht niet is opgelost, kan een handhavingsprocedure volgen. Van de afhandeling van klachten (gegrond of niet-gegrond) wordt een terugkoppeling gegeven aan de indiener van de klacht. De administratief medewerker registreert de klacht bij binnenkomst. Adequate afhandeling van klachten van burgers draagt bij aan het noodzakelijke vertrouwen in de overheid en is daarom een prioriteit die om aandacht vraagt. Het aantal milieuklachten (circa 80 op jaarbasis) is vrij constant, waarschijnlijk door de jarenlange cyclus van preventieve controles. Ook klachten kunnen vragen om hercontroles en vervolgacties oproepen. Bedrijven zijn tevens verplicht ongewone voorvallen te melden bij het bevoegd gezag. Bij een melding ongewone voorvallen is vaak spoedeisend optreden nodig, waarbij we uiteraard nagaan wat de oorzaak en impact van het voorval is.

 

3.5 Handhavingsverzoeken

Gelet op de ervaringscijfers uit 2017 en 2018 verwachten we in 2019 7 handhavingsverzoeken van burgers over bedrijven die de milieu wet- en regelgeving niet naleven. We moeten verzoeken om handhaving in principe binnen de wettelijk vastgestelde termijn van 8 weken afhandelen anders moeten we onderbouwen waarom we de termijn verlengen (dit mag eenmalig per handhavingsverzoek). Voor de afhandeling hiervan ramen we 396 uur (176 uur voor de juridische afhandeling van het verzoek en 200 uur voor de technisch medewerkers om milieucontroles incl. geluidscontroles uit te voeren).

 

3.6 Bestuursrechtelijke handhaving n.a.v. klachten en handhavingsverzoeken

We volgen de Landelijke Sanctiestrategie als we bestuursrechtelijk optreden tegen overtredingen (n.a.v. periodieke controles, klachten of handhavingsverzoeken). Dit staat in ons Toezicht- en handhavingsbeleid 2019-2022. De strategie houdt op hoofdlijnen in dat we de overtreder in beginsel 1 keer waarschuwen om binnen een bepaalde termijn de overtreding te beëindigen (m.u.v. recidive, spoedeisende gevallen en bij handhavingsverzoeken). Dan waarschuwen we niet meer, maar treden meteen op met een maatregel. Blijkt bij de hercontrole dat de overtreding voortduurt, dan bereiden we een bestuursrechtelijke maatregel voor (de zgn. vooraankondiging). Bestuursrechtelijke handhaving kan een dwangsom zijn (i.e. ‘als u de overtreding op die datum niet beëindigd heeft, betaalt u een bedrag’) of bestuursdwang (i.e. ‘als u de overtreding niet beëindigt, doen wij dat op uw kosten’). Voordat we dit ook daadwerkelijk doen, kan de overtreder zijn zienswijze geven over onze maatregel. Gelet op ervaringscijfers uit voorgaande jaren verwachten we in 2019 ca. 7 lasten onder dwangsom op te leggen. Hiervoor ramen we 220 uur, met name juridische uren.

 

3.7 Interne advisering geluid

De geluidsmedewerker adviseert de afdelingen PZ en Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling (REO). Daarnaast voert de geluidsmedewerker ook isolatiemetingen uit (met name bij horecabedrijven) in verband met het de maatwerkvoorschriften die PZ oplegt. In 2019 ramen we hiervoor 250 uur.

 

3.8 (Integrale) horecacontroles

De controlefrequentie van categorie 2-bedrijven hebben we al in 2009 teruggebracht naar 1 keer per 10 jaar controleren in plaats van 1 keer per 5 jaar. Voor de branche horeca die onder de categorie 2 bedrijven valt, bleek de lagere controlefrequentie van 1x per 10 jaar te laag om te kunnen spreken van een beheersbare situatie. Horecacontroles hebben bestuurlijke prioriteit. In 2019 controleren we de horeca net als in 2018 en zoveel mogelijk integraal (milieuregelgeving plus Drank- en horecawet). Hiermee is de controlefrequentie voor de sector horeca op een adequaat niveau.

In 2019 controleren milieu-inspecteurs en toezichthouders DHW zeker 10 horeca-inrichtingen gezamenlijk. Hiervoor ramen we 120 technische uren en circa 80 juridische/administratieve uren.

 

3.9 Horeca avond- en nachtelijke geluidmetingen

Avond- en nachtelijke geluidmetingen bij horeca zijn preventief en voorkomen klachten. Ze zijn benoemd als prioriteit, net als in de vorige beleidsperiode. Met de metingen houden we de situatie beheersbaar, kunnen we klachten en handhavingsverzoeken adequaat afhandelen en nieuwe klachten voorkomen. In 2019 plannen we maandelijks avond- en nachtelijke geluidmetingen. Dat betekent 400 technische uren; 100 voor de milieu-inspecteur en 300 voor de geluidsmedewerker.

 

3.10 Drank- en horecawet controles

De controles voor nieuwe vergunningen op grond van de Drank- en horecawet (DHW) en de APV (Horeca-exploitatievergunningen, terrasvergunningen en vergunningen Wet op de kansspelen) gebeuren regelmatig integraal: toezichthouders horeca- en evenementen, milieu- en bouwinspecteurs en andere (interne en externe) handhavingspartners, zoals bijvoorbeeld de politie, samen.

In 2019 plannen we 3 integrale controlerondes van de toezichthouders horeca- en evenementen met het Flexteam waarbij de arbeidsinspectie, belastingdienst, NVWA, politie en incidenteel de vreemdelingendienst aansluiten. Incidenteel sluiten we aan bij een controle(ronde) van het Flexteam.

Daarnaast controleren de toezichthouders horeca- en evenementen horeca naar aanleiding van klachten, handhavingsverzoeken of interne verzoeken (bijvoorbeeld vanuit het Flexteam of vanuit het cluster horeca & evenementen vergunningverlening).

In 2019 plannen we in totaal circa 200 DHW controles (inclusief de reguliere cyclus met de risicoanalyse). Ook controleren we bij 20 evenementen (o.a. art. 35 ontheffingen DHW en nametingen op het gebied van geluid). Tenslotte houden we toezicht op de naleving van geldende leeftijdsgrenzen en de vergunningsvoorwaarden voor de verkoop van alcohol.

De totale uren in 2019 ramen we op 2700 uur.

 

3.11 Integrale controle evenementen

Evenementen zijn in aantal en in grootte toegenomen, de laatste jaren. In het Geluidsbeleid voor Heerlense evenementen 2017-2020 is deze toename meegenomen. In 2019 regelen we bij ongeveer 18 grotere evenementen geluidbegrenzers af en vinden tijdens 20 evenementen nametingen qua geluid plaats. Evenementen moeten fysiek veilig en met een minimum aan overlast voor de omgeving gebeuren. De evenementencontroles voeren we vooraf daarom zoveel mogelijk integraal uit. Dat betekent dat de geluidsmedewerker begrenzers afstelt en geluidsmetingen doet, de bouwinspecteur de (constructieve)veiligheid (opbouw podium en tenten etc.) controleert, de brandweer de brandveiligheid en de toezichthouders horeca- en evenementen bekijken de verkooppunten betreffende alcohol en de meetpunten qua nametingen geluid. Daarnaast voeren we in 2019 controles bij evenementen uit naar aanleiding van klachten en verzoeken om handhaving die jaarlijks terugkeren of die tijdens het evenement binnenkomen.

Voorbeelden van evenementen waar met name geluid een grote rol speelt, zijn Braderie Hoensbroek, Park City Live, Essential, Cultura Nova, Oad op Nuij, het Winterevent maar ook incidentele evenementen op het Pancratiusplein.

 

3.12 Energiebesparing en duurzaamheid bij bedrijven

Energiebesparing en duurzaamheid hebben prioriteit, zowel in het coalitieakkoord, in Parkstadverband als landelijk. In april 2015 stelde de gemeenteraad het PALET (Parkstad Limburg Energie Transitie) ambitiedocument vast als kaderstellend beleid voor de energietransitie naar een energieneutrale regio in 2040. Ook gaf de gemeenteraad het college de opdracht om een uitvoeringsprogramma op te stellen voor de eerste periode tot 2020. Hiervoor stelde de bestuurscommissie Ruimte van Parkstad een ambitie vast voor energiebesparing én energie opwekking van 8%. Parallel hieraan startte de RUD Zuid Limburg in 2016 de pilot ‘Energiebesparing bij de Limburgse zorginstellingen’. Deze is begin 2017 afgerond, in 2017 kwam het vervolg bij scholen van het voortgezet onderwijs en in 2018 bij kantoorgebouwen. Voor 2019 plannen we energiecontroles/audits bij 23 grote bedrijfshallen. Het doel van de pilot is stimuleren van bedrijven om energiebesparende maatregelen te nemen. De bedoeling is om via controles het naleefgedrag van een branche te verbeteren om energiebesparende maatregelen te treffen. Een milieu-inspecteur van BMH en een energiespecialist van de RUD controleren elk een deel van de branche die aan de beurt is (in 2019 dus de grote bedrijfshallen). Afhankelijk van de grootte van de bedrijfshal controleren ze samen.

De doelen van het energieakkoord dreigen niet gehaald te worden, ondanks bovenstaande projecten. Daarom onderhandelde de regering met alle partijen . Afspraak is toen gemaakt dat middelgrote energieverbruikers/bedrijven verplicht zijn om bij het bevoegd gezag een melding in te dienen, waarin staat welke erkende maatregelen (binnen 5 jaar terugverdiend) zij troffen en nog treffen, binnen welke termijn. Voor bijna elke bedrijfstak bestaan lijsten met erkende (minimum)maatregelen. De middelgrote energieverbruikers moeten uiterlijk 1 juli 2019 een melding hebben gedaan. Door de meldingsplicht kan de gemeente efficiënter controleren of de wet wordt nageleefd.

In 2019 ramen we in totaal 350 uren (300 uur voor de milieu-inspecteur en 50 uur juridisch) voor het project PALET.

 

3.13 Inzicht en beheersbaarheid van bedrijvenbestand

Ons bedrijvenbestand van circa 1650 bedrijven varieert; bedrijven gaan dicht, veranderen van activiteit en er komen nieuwe bedrijven bij. Deze dynamiek hielden we tot voor enkele jaren bij door tweejaarlijks te ‘gevelen’ (langs alle straten lopen en opnemen wat er aan bedrijvigheid was of gesloten leek en vervolgens gerichte milieucontroles bij de veranderingen ten opzichte van wat we in de systemen hadden staan). Hiervoor hebben we geen capaciteit meer en doordat we vanwege het bestuurlijk vastgestelde minimum uitvoeringsniveau de lichte milieubedrijven (categorie 1 bedrijven) niet meer controleren, verliezen we ook langs deze weg het actuele overzicht op de kleine bedrijven. Ons bedrijvenbestand is daarom niet meer actueel. Erger is dat we zicht verliezen op bedrijven die zich bijvoorbeeld vestigen in leegstaande gebouwen en zich niet melden bij de gemeente, met risico’s voor het milieu en ongewenste ontwikkelingen. Om dit te voorkomen heeft het bestuur aan deze taak voor de beleidsperiode 2019-2022 prioriteit toegekend. Net als in 2016-2018 pakken we dit projectmatig aan. In 2018 inventariseerden we de bedrijven op De Koumen. In 2019 bezoeken we de bedrijven met afwijkingen ten opzichte van ons bedrijvenbestand voor een integrale milieucontrole. Daarnaast inventariseren we in 2019 een ander bedrijventerrein, op dit moment is nog niet bekend welk. Ook gaan we na of de gegevens van de bedrijven die we dit jaar regulier periodiek controleren, actueel zijn.

In 2019 ramen we 550 uren hiervoor.

 

3.14 RUD Zuid Limburg/ICT/Digitale checklijsten

De ICT systemen van de gemeente Heerlen en de RUD Zuid Limburg sluiten vanaf de oprichting van de RUD niet op elkaar aan. Dat betekent voortduren 2 ICT-systemen bijhouden en raadplegen: niet efficiënt. We hebben bovendien geen rechten om in het RUD systeem te werken of overzichten te genereren. Vanaf de oprichting in 2013 is de RUD Zuid Limburg bezig met het op orde brengen van hun informatievoorziening. In 2016 is gestart met het proces om te komen tot één nieuw ICT-pakket voor Vergunningverlening, Toezicht & Handhaving (VTH-pakket), voor de RUD, de provincie en voor gemeenten. De provincie verzocht medio 2018 alle gemeenten in Limburg om, vooruitlopend op de Omgevingswet, mee te doen met de aanbesteding van een gemeenschappelijke applicatie voor Vergunning-Toezicht- en Handhaving in Limburg. De gemeente Heerlen heeft in 2018 nog geen besluit genomen over deelname. Begin 2019 leggen we een voorstel voor aan het college. Inmiddels hebben 24 overheidsorganisaties in Limburg, waaronder gemeenten uit Noord-Midden- en Zuid-Limburg, De RUD Limburg Noord, de RUD Zuid-Limburg, beide Veiligheidsregio’s en de provincie Limburg een aanbestedingstraject uitgevoerd om te komen tot een gemeenschappelijke informatievoorziening voor VTH in Limburg. Op 17 oktober 2018 heeft de definitieve gunning plaatsgevonden aan de leverancier ROXIT BV. De komende 2 jaar (2019-2020) sluiten de deelnemers gefaseerd, vóór het in werking treden van de Omgevingswet, aan op de gemeenschappelijke voorziening.

Medewerkers van de RUD hebben als pilot een applicatie ingericht om een aantal toezichttaken digitaal te ondersteunen (zoals milieu- en bodemcontroles). In de gemeente Heerlen onderzoeken we ook of digitaal milieutoezicht bij bepaalde controles mogelijk is en via welke applicatie dit ondersteund kan worden.

Voor voornoemde werkzaamheden ramen we in 2019 300 uren.

 

3.15 Projectmatige aanpak ondergrondse tanks

Vóór 1 september 1993 moesten alle ondergrondse tanks bij de gemeente zijn gemeld. Alle niet meer in gebruik zijnde tanks moesten vóór 1998 verwijderd zijn of gesaneerd door een KIWA-erkend bedrijf. Sinds 1 januari 1999 worden tanks niet meer gesaneerd, maar worden ze altijd verwijderd, tenzij dit om constructieve redenen niet mogelijk is. Tanks die nog in gebruik zijn, moeten jaarlijks worden gekeurd.

In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw heeft de landelijke overheid ’Actie Tankslag’ uitgevoerd. Doel was om alle niet in gebruik zijnde ondergrondse tanks te saneren. Deze actie is niet 100% dekkend geweest. In het kader van deze actie zijn destijds wel de aanwezige ondergrondse tanks geïnventariseerd en op een lijst gezet. Die is inmiddels verouderd. Veel niet meer in gebruik zijnde tanks zijn destijds gesaneerd maar niet alle. Ook zijn ze niet allemaal op de goede manier gesaneerd (niet KIWA gecertificeerd). De afdeling REO registreert ondergrondse tanks in het Bodem Informatie Systeem en BMH registreert ondergrondse tanks binnen milieu-inrichtingen (bedrijven) in Key-2.

In 2019 stellen BMH en REO (bodem) samen één actuele lijst op van niet gesaneerde ondergrondse tanks, die niet meer in gebruik zijn en een gevaar vormen voor het milieu/bodem. Daarvoor vindt in 2019 dossieronderzoek plaats en voeren we ook controles uit, bij de tanks. Aan de hand van de uitkomsten stellen we samen een planmatige aanpak op voor de beleidsperiode 2019-2022, om ervoor te zorgen dat de tanks (gefaseerd) alsnog op de juiste manier gesaneerd/verwijderd worden en de bodem onderzocht wordt op verontreiniging. Ook de RUD heeft hierin een taak en betrekken we er daarom bij.

In gebruik zijnde ondergrondse tanks bij bedrijven vallen buiten de scoop van het project. Deze worden door BMH namelijk al gecontroleerd via de reguliere periodieke milieucontroles.

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van Heerlen op 26 maart 2019.

de wnd burgemeester,

E.M.G. Roemer

de secretaris a.i.,

M.L. Wilke

 

Bijlage 1 Overzicht taken en capaciteit milieutoezicht en handhaving 2019

 

 

Bijlage 2 Overzicht taken bouwen en ro en benodigde capaciteit 2019

 

 

 

 

Naar boven