DE BURGEMEESTER VAN DE GEMEENTE ARNHEM;
gelet op het bepaalde in artikel 5.7.1. en 2.3.1.7. van de Algemene plaatselijke verordening voor Arnhem (hierna: APV) ;
gelet op artikel 2.3.1a.4, tweede lid, en artikel 2.3.1a.5, eerste lid van de APV;
gelet op artikel 35 van de Drank- en Horecawet;
gelet op artikel 2.1.6.7a, eerste lid van de APV, het politieadvies van 4 april 2011 en besluit van het college tot het instellen van een “glaswerkverbod” tijdens Koningsnacht en Koningsdag van 3 april 2015;
gelet op artikel 2.3.1.16 van de APV en het “Feestdagenbesluit” van 22 januari 2014;
gelet op artikel 2.3.1.15 van de APV;
OVERWEGENDE;
dat het wenselijk is het reeds in de voorgaande jaren gevoerde beleid met betrekking tot de viering van Koninginnedag 2000 ook te doen laten gelden voor de viering van Koningsdag 2019;
dat het in het kader van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid van het massaal aanwezige publiek en in het belang van de volksgezondheid (met name de bescherming van de jeugd tegen de gevaren van overmatig alcoholgebruik) zeer wenselijk is de verstrekking van alcoholhoudende drank voor gebruik elders dan ter plaatse tijdens de viering van Koningsdag -waaronder begrepen wordt de daaraan voorafgaande “Koningsnacht”- in de binnenstad te verbieden, en dat deze algemene belangen, zowel tezamen als ieder afzonderlijk, prevaleren boven de economische belangen van de ondernemers die alcoholhoudende drank voor gebruik elders dan ter plaatse verkopen;
dat onder “binnenstad” in dit besluit wordt verstaan het gebied begrensd door het Roermondsplein, het Nieuwe Plein, het Willemsplein, de Jansbuitensingel, het Velperplein, de Velperbuitensingel, de Eusebiusbuitensingel, de Ooststraat en de Rijn, met dien verstande dat de genoemde straten binnen dit gebied vallen;
dat in verband met het schoonhouden van de binnenstad op of nabij de evenementenlocatie voldoende afvalcontainers aanwezig zijn; daarnaast moeten er, ter voorkoming van “wildplassen” op of nabij de evenementenlocatie voldoende toiletvoorzieningen zijn;
CONSTATEERT;
dat de op 3 april 2015 namens het college van burgemeester en wethouders vastgestelde beleidsregel dat glaswerk moet worden aangemerkt als ‘ander voorwerp’ in de zin van artikel 2.1.6.7a van de APV (indien een persoon dergelijk glaswerk in de binnenstad tijdens Koningsnacht vanaf 18.00 uur, en op Koningsdag tot 07.00 uur de ochtend volgend op Koningsdag openlijk bij zich draagt buiten een horeca-inrichting) van toepassing is;
dat het fietsstalverbod binnenstad tijdens Koningsnacht en Koningsdag als bedoeld in artikel 5.1.11 van de APV zoals dat 3 april 2015 namens het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld van toepassing is;
B E S L U I T: