Gemeenteblad van Twenterand

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
TwenterandGemeenteblad 2019, 5665Verordeningen



Verordening op de heffing en de invordering van leges gemeente Twenterand 2019

 

De raad van de gemeente Twenterand, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet,

 

b e s l u i t

 

vast te stellen de: “verordening op de heffing en de invordering van leges 2019”.

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

dag: de periode van 0.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

week: een aaneengesloten periode van zeven dagen;

maand: het tijdvak dat loopt van n-e dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is;

jaar: het tijdvak dat loopt van de n-e dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;

kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december.

 

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam “leges” worden rechten geheven voor:

het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;

het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument;

een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is bepaald over een Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon.

 

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst of van de Nederlandse identiteitskaart, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht.

 

Artikel 4 Vrijstellingen

De leges worden niet geheven voor:

attestatiën de vita, nodig voor het betalen van pensioenen, lijfrenten, wachtgelden, loon, bezoldiging, wedde, soldij en andere periodieke uitkeringen, komende ten laste van de staat, een provincie, een gemeente of andere openbare lichamen;

bevelschriften van betaling;

beschikking op verzoekschriften om ontheffing en/of teruggave van belasting;

de uitsluitend ten behoeve van de nieuwsverspreiding af te geven afdrukken van voorstellen, rapporten, adressen en andere stukken, welke aan de gemeenteraad overgelegd en vanwege de administratieve diensten der gemeente vermenigvuldigd worden;

de tarieven genoemd onder hoofdstuk 1 en 2 van de tarieventabel inclusief bedoelde stukken, gevraagd in het algemeen belang door of vanwege de staat, een provincie, een gemeente of een ander openbaar lichaam, alsmede door of vanwege de vertegenwoordigers van vreemde mogendheden hier te lande;

beschikkingen of afschriften daarvan, houdende aanstelling, benoeming, bevordering, ontslag, toekenning van bezoldiging, vergoeding of toelage, dan wel verhoging hiervan, met betrekking tot enige gemeentelijke functie of dienstverrichtingen jegens de gemeente;

beschikkingen of afschriften daarvan uitgereikt aan belanghebbenden, houdende beslissing op een aanvraag om subsidie uit de gemeentekas.

het in behandeling nemen van aanvragen tot het afgeven van een vergunning voor het houden van niet-commerciële activiteiten door organisaties.

 

Artikel 5 Tarieven

De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Belastingaanslagen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd met uitzondering van Rijkstarieven en bezorgingstarieven.

Lid 3 is alleen van toepassing op belastingaanslagen die opgelegd zijn door het Gemeentelijk Belastingkantoor Twente (GBT).

 

Artikel 6 Wijze van heffing

De leges op grond van Titel 1, hoofdstukken 8, 16, 17 en 19, Titel 2 en Titel 3 worden geheven bij wege van aanslag.

De overige leges worden geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

 

Artikel 7 Termijnen van betaling

De bij wege van aanslag geheven leges zijn, in afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990, invorderbaar in een termijn die vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die waarin het aanslagbiljet is gedagtekend. Dit geldt ook in geval het totaalbedrag van de op één aanslag verschuldigde bedrag door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kan worden afgeschreven.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de aanslag of kennisgeving bedoeld in artikel 6:

mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen één maand na de dagtekening van de kennisgeving.

digitaal wordt gedaan, op het moment van mailing van de kennisgeving.

De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

 

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Artikel 9 Teruggaaf

Gehele of gedeeltelijke teruggaaf van leges ter zake van een in de tarieventabel omschreven dienst wordt verleend op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet en overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in de bij deze verordening behorende tarieventabel opgenomen bepaling.

 

Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden

Het college is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening in de loop van het kalenderjaar, indien de wijzigingen:

van zuiver redactionele aard zijn;

een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft:

hoofdstuk 2 (reisdocumenten);

hoofdstuk 3 (rijbewijzen);

hoofdstuk 16 (kansspelen).

betrekking hebben op de onderdelen 1.4.2.1, 1.4.2.2, en 1.4.2.3 (verstrekken van gegevens, een uittreksel of een persoonslijst uit de basisregistratie personen), 1.5 (inlichting uit het kiezersregister), 1.9.1.3/4 (attestatie de vita of verklaring van in leven zijn) en 1.9.1.5 (legalisatie handtekening), indien en voor zover deze wijzigingen slechts ten doel hebben het tarief van deze verstrekkingen te koppelen aan de gewijzigde tarieven in het Legesbesluit akten burgerlijke stand.

 

Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nader regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges.

 

Artikel 12 Overgangsrecht

De legesverordening 2018 en de wijzigingsbesluiten leges 2018 worden ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

 

Artikel 13 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

 

Artikel 14 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening op de heffing en invordering van leges 2019”.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tarieventabel, behorende bij de legesverordening 2019

Titel 1 Algemene dienstverlening

 

Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand

 

 

 

 

1.1

Het tarief bedraagt ter zake van de voltrekking van een huwelijk, een registratie van partnerschap, de ceremoniële omzetting van een partnerschap in een huwelijk bedraagt op:

 

1.1.1

maandag t/m vrijdag

€ 267,75

1.1.1.1

de in 1.1.1. genoemde leges worden niet geheven als de huwelijksvoltrekking of de registratie van het partnerschap plaatsvindt op een kosteloos aangewezen tijdstip.

 

1.1.1.2

de in 1.1.1. genoemde leges worden wel geheven als de huwelijksvoltrekking of de registratie van het partnerschap plaatsvindt op een kosteloos aangewezen tijdstip, waarbij meer dan 6 (meerderjarige) personen aanwezig zijn en/of wanneer er een keuze wordt gemaakt voor een (Buitengewoon) ambtenaar van de burgerlijke stand.

 

1.1.2

zaterdag, alsmede zon- en feestdagen (of daarmee gelijkgestelde dagen tot 14.00 uur).

€ 827,10

1.1.2.1

Het tarief ter zake van de voltrekking van een huwelijk, een registratie van partnerschap, de ceremonie t.b.v. omzetting van een huwelijk in een partnerschap of de ceremonie t.b.v. omzetting van een partnerschap in een huwelijk bedraagt van meer dan één paar in het huis der gemeente dezelfde tarieven per paar als bovenvermeld.

 

1.1.2.2

Vervallen

 

1.1.2.3.1

Voor de voltrekking van een huwelijk, een registratie van partnerschap de ceremonie t.b.v. omzetting van een partnerschap op een andere locatie dan het gemeentehuis bedraagt het tarief van maandag toe en met vrijdag tot 18:00 uur:

€ 308,10

1.1.2.3.2

Voor het voltrekken van een huwelijk, een registratie van partnerschap op een andere locatie dan het gemeentehuis bedraagt het tarief op maandag tot en met vrijdag vanaf 18:00 uur:

€ 344,30

1.1.2.3.3

Voor het voltrekken van een huwelijk, een registratie van partnerschap op een andere locatie dan het gemeentehuis bedraagt het tarief op zaterdag:

€ 355,65

1.1.2.3.4

Het tarief bedraagt voor het benoemen van een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag:

€ 238,80

1.1.2.4

Het tarief bedraagt terzake van het omzetten van een geregistreerd partnerschap indien daarbij geen gebruik wordt gemaakt van een trouwzaal of een andere door de gemeente aangewezen ruimte:

€ 105,40

1.1.2.5

Voor het beschikbaar stellen van getuigen van gemeentewege, bedraagt het tarief per getuige :

€ 35,15

1.2

Het tarief ter zake van de voltrekking van een huwelijk, een registratie van partnerschap, de ceremoniële omzetting van een partnerschap in een huwelijk bedraagt buiten het gemeentehuis ingevolge artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek:

€ 105,40

1.2.1

Het tarief bedraagt ter zake van het verstrekken van een trouwboekje/bewijs geregistreerd partnerschap

€ 42,35

1.2.3

Ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand (Stb. 1879, 72) geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand (Stb. 1969, 36) of zoals dit Besluit laatstelijk is vervangen of gewijzigd.

 

1.3

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag van belanghebbende tot: het geregeld éénmaal per week c.q. per maand verstrekken van opgaven omtrent geborenen, overledenen, ondertrouwden en gehuwden, geregistreerde partnerschappen bij een abonnement met een geldigheidsduur van één jaar, rechtgevende op opgaven omtrent:

 

 

1. uitsluitend geborenen

€ 176,55

 

2. uitsluitend overledenen

€ 176,55

 

3. uitsluitend huwelijksvoltrekkingen/ geregistreerde partnerschappen

€ 176,55

 

4. uitsluitend huwelijksaangiften

€ 176,55

 

5. de hiervoor onder 1 t/m 4 genoemde onderdelen tezamen

€ 399,30

 

Het tarief bedraagt ter zake van het doen van nasporingen in de registers van de Burgerlijke stand, voor iedere ambtelijke ondersteuning daaraan besteed kwartier of gedeelte daarvan:

€ 15,45

 

 

 

Hoofdstuk 2 Reisdocumenten

 

 

 

 

 

Het tarief bedraagt:

 

2.1

van een nationaal paspoort:

 

2.1.1

voor een persoon op het moment van aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 66,70

2.1.2

voor een persoon op het moment van aanvraag jonger dan 18 jaar is:

€ 53,10

2.2

voor een nationaal paspoort een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel 8.1 (zakenpaspoort):

 

 

 

 

2.2.1

voor een persoon op het moment van aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 66,70

2.2.2

voor een persoon op het moment van aanvraag jonger dan 18 jaar is:

€ 53,10

2.3

van een reisdocument t.b.v. een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort):

 

2.3.1

voor een persoon op het moment van aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 66,70

2.3.2

voor een persoon op het moment van aanvraag jonger dan 18 jaar is:

€ 53,10

2.4

van reisdocument voor vluchtelingen of reisdocument voor vreemdelingen:

€ 53,10

2.5

van een Nederlandse Identiteitskaart:

 

2.5.1

voor een persoon op het moment van aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 52,20

2.5.2

voor een persoon op het moment van aanvraag jonger dan 18 jaar is:

€ 29,65

2.6

voor een 2e paspoort (2 jaar geldig) (nationaal paspoort of zakenpaspoort):

 

2.6.1

voor een persoon op het moment van aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 66,70

2.6.2

voor een persoon op het moment van aanvraag jonger dan 18 jaar is:

€ 53,10

2.7

voor een spoedlevering van de in de onderdelen 2.1.1 t/m 2.6.2 genoemde documenten, de in die onderdelen genoemde leges vermeerderd (per document) met een bedrag van:

€ 48,60

2.8

De tarieven genoemd in de onderdelen 2.1.1 t/m 2.6.2 worden vermeerderd met :

 

2.8.1

voor het laten bezorgen van één reisdocument of Nederlandse identiteitskaart voor één persoon bedraagt het tarief

€ 4,95

2.8.2

voor het gelijktijdig laten bezorgen van meerdere reisdocumenten en/of Nederlandse identiteitskaarten voor een gezin of samenlevingsvorm op hetzelfde adres en op hetzelfde tijdstip bedraagt het tarief per document

€ 4,95

2.8.3

Voor de onderdelen 2.8.1 en 2.8.2 dienen bij het uitreiken van de documenten alle betreffende personen aanwezig te zijn. Bovendien dienen in dit geval alle aanvragen op het zelfde tijdstip aan de balie ingediend te worden.

 

 

 

 

Hoofdstuk 3 Rijbewijzen

 

 

 

 

3.1

Het tarief ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag of vernieuwen van een rijbewijs bedragen inclusief rijksleges van het RDW:

€ 39,45

3.2

Het tarief ter zaken van het in behandeling nemen van een aanvraag voor een omwisseling buitenlands rijbewijs of een militair rijbewijs bedragen incl. rijksleges RDW:

€ 39,45

3.3

Het tarief als genoemd in 3.1 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met een bedrag van / welke door het RDW zijn vastgesteld.

€ 34,10

3.4

Het tarief dat geheven wordt voor het afgeven van een gezondheidsverklaring is conform de regeling goedkeuring tarieven CBR.

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen

 

 

 

 

4.1

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder één inlichting verstaan één of meer gegevens omtrent, één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd.

 

4.2

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

4.2.1

tot het verstrekken van gegevens: per verstrekking:

€ 6,80

4.2.2

tot het afsluiten van een abonnement op het verstrekken van gegevens gedurende de periode van één kalenderjaar:

 

4.2.2.1

voor 25 inlichtingen:

€ 30,60

4.2.2.2

voor 100 inlichtingen:

€ 91,90

4.2.2.2.1

voor 250 inlichtingen:

€ 216,80

4.2.2.3

voor 500 inlichtingen:

€ 341,60

4.2.2.3.1

voor 750 inlichtingen:

€ 414,75

4.2.2.4

voor 1000 inlichtingen:

€ 487,95

4.2.2.4.1

voor 2500 inlichtingen:

€ 1.158,05

4.2.2.5

voor 5000 inlichtingen:

€ 1.828,20

4.2.2.5.1

voor 7500 inlichtingen:

€ 2.132,05

4.2.2.6

voor 10000 inlichtingen:

€ 2.435,80

4.3

In afwijking van het in 4.2.1 en 4.2.2 bepaalde, bedraagt het tarief ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

4.3.1

het verstrekken van een inlichting, indien die inlichting wordt gevraagd:

 

 

a. ten dienste van de geestelijke zorg door een kerkgenootschap als bedoeld in de Wet van 10 december 1853, Stb.102, of door een zelfstandige onderdeel van een Kerkgenootschap of door een genootschap op geestelijke grondslag met volledige Rechtsbevoegdheid niet zijnde een kerkgenootschap;

€ 0,15

 

b. ten behoeve van wetenschappelijk of filantropisch doel;

€ 0,15

4.3.2

Geen leges is verschuldigd voor het toezenden van de gegevens (persoonslijst) bij de eerste inschrijving in een basisregistratie personen (art. 2.54 Wet BPR).

 

4.4

Het tarief bedraagt ter zake van het op verzoek doornemen van de basisregistratie personen, voor ieder daaraan besteed kwartier of gedeelte daarvan:

€ 11,35

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag

 

4.5.5

tot het verkrijgen van een uittreksel uit de basisregistratie personen:

€ 6,80

4.5.6

tot het verkrijgen van iedere andere verklaring omtrent een persoon:

€ 6,80

4.5.7

tot het verkrijgen van een uittreksel uit de basisregistratie personen dat via het digitaal loket is aangevraagd. (m.u.v. uittreksels burgerlijke stand):

€ 5,00

4.5.8

tot het afgeven van een verklaring in het bijzonder belang van personen, per stuk:

€ 16,25

4.5.9

tot het afgeven van een certificaat van oorsprong:

€ 16,25

4.5.10

het verstrekken van een inlichting na een no-hit verklaring:

€ 2,30

 

 

 

Hoofdstuk 5 Kiezersregister

 

 

 

 

5.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een inlichting betreffende de registratie van de aanvrager als kiezer, bedoeld in artikel D4 van de Kieswet (Stb. 1989, 423)

€ 4,75

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 6 Verstrekkingen op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens

 

 

Gereserveerd

 

 

 

 

Hoofdstuk 7 Bestuursstukken

 

 

 

 

7.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

7.1.1

tot het verstrekken van:

 

7.1.1.1

een afschrift van één verslag alle raadsdebatten per avond en één besluitenlijst van de aansluitende raadsvergadering van die zelfde avond

€ 9,45

7.1.1.2

een afschrift van de voorstellen van het college van burgemeester en wethouders aan de raad en de daarbij behorende conceptbesluiten en memories van toelichting echter met uitzondering van de ontwerp-begrotingen/rekeningen/voorjaarsnota met bijlagen, per vergadering:

€ 8,00

7.1.1.3

een afschrift van de agenda voor de raadsdebatten en voor openbare raadsvergadering van één avond:

€ 7,50

7.1.2.1

tot het afsluiten van een abonnement voor een kalenderjaar:

 

7.1.2.2

op de verslagen van alle raadsdebatten en openbare raadsvergaderingen

€ 81,95

7.1.2.3

op de stukken als bedoeld in 7.1.1.2

€ 112,95

7.1.2.4

op de agenda's van de raadsdebatten en openbare raadsvergaderingen

€ 67,80

 

 

 

Hoofdstuk 8 Vastgoed

 

 

 

 

8.1

Het tarief bedraagt:

 

8.1.1

indien het de afgifte van een afdruk van een gedeelte van de plankaart op A-4 formaat betreft:

€ 16,65

8.1.2

indien het de afgifte van een afdruk van een gehele kadaster (plan) kaart betreft:

€ 32,40

8.1.3

indien het de afgifte van een digitaal bestand op diskette en/of cd-rom betreft:

€ 40,40

8.1.4

indien het de afgifte van een plot van een digitale kaart op AO formaat betreft:

€ 37,30

8.1.4.1

indien het de afgifte van een plot van een digitale kaart op A1 formaat betreft:

€ 33,35

8.1.4.2

indien het de afgifte van een plot van een digitale kaart op A2 formaat:

€ 29,15

8.1.4.3

indien het de afgifte van een plot van een digitale kaart op A3 formaat:

€ 25,15

8.1.4.4

indien het de afgifte van een plot van een digitale kaart op A4 formaat:

€ 20,95

8.1.5

met betrekking tot het verstrekken, op aanvraag, van schriftelijke informatie over een perceel/pand inzake mogelijke bodemverontreiniging

€ 96,20

8.1.6

indien het de afgifte van een luchtfoto op A4 en/of A3 formaat betreft:

€ 16,65

8.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

8.2.1

een fotokopie van een plan, zoals bestemmingsplan, voorbereidingsbesluit, streekplan, wegenkaart behorende bij de legger bedoeld in subonderdeel 1.8.2.2, structuurplan of stadsvernieuwingsplan:

 

8.2.1.1

in formaat A4 of kleiner, per bladzijde

€ 0,35

8.2.1.2

in formaat A3, per bladzijde

€ 0,70

8.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of uittreksel uit:

 

8.3.1

de gemeentelijke basisregistratie adressen of de gemeentelijke basisregistratie gebouwen, bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen, per adres of object

€ 16,65

8.3.2

een inschrijving in het rijksmonumentenregister die aan de gemeente verzonden is, als bedoeld in artikel 3.3. vijfde lid, van de Erfgoedwet

€ 0,35

8.3.3

het gemeentelijk erfgoedregister, bedoeld in artikel 3.16 van de Erfgoedwet, per aangewezen cultureel erfgoed

€ 0,35

8.3.4

het gemeentelijke beperkingenregister of de gemeentelijke beperkingenregistratie, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a en b, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken, dan wel tot het verstrekken van een aan die registratie ontleende verklaring, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van die wet

€ 16,65

8.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van kopieën van:

 

8.4.1

het gemeentelijke adressenbestand of delen daarvan, per adres

€ 6,80

8.4.2

het gemeentelijke relatiebestand adres-kadastraal perceel of delen daarvan, per gelegde relatie

€ 6,80

8.4.3

het gemeentelijke adrescoördinatiebestand of delen daarvan, per adrescoördinaat

€ 6,80

 

 

 

Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken

 

 

 

 

9.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

9.1.2

tot het verkrijgen van een verklaring omtrent het gedrag van personen, per stuk wordt het maximum tarief in rekening gebracht zoals het door het Rijk is vastgesteld.

 

9.1.3

Tot het verkrijgen van een attestatie de vita.

Ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet rechten burgerlijke stand, onder d, genoemde stukken (attestatie de vita, bedoeld in artikel 19k van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek) Besluit laatstelijk is vervangen of gewijzigd.

€ 13,40

9.1.4

tot het verkrijgen van een legalisatie van een handtekening of het waarmerken van een stuk voor elke handtekening of elk gewaarmerkt stuk door een gemeente:

€ 7,70

9.1.5

tot het verkrijgen van een verklaring inzake het Nederlanderschap:

€ 6,80

 

 

 

Hoofdstuk 10 Gemeentearchief

 

 

 

 

10.1

Het tarief bedraagt ter zake van het op verzoek doen van nasporingen van in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan besteed kwartier of gedeelte daarvan:

 

 

 

€ 16,60

10.2

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van:

 

 

 

 

10.2.1

een afschrift of fotokopie van een in het gemeentearchief berustend stuk, per kopie:

€ 0,35

10.2.2

een uittreksel uit een in het gemeentearchief berustend stuk, per pagina:

€ 0,35

 

 

 

Hoofdstuk 11 Huisvestingswet

 

 

Gereserveerd

 

 

 

 

Hoofdstuk 12 Leegstandwet

 

 

 

 

12.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

tot het verlenen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, lid 1, van de Leegstandwet

€ 138,85

 

 

 

Hoofdstuk 13 Gemeentegarantie

 

 

Gereserveerd

 

 

 

 

Hoofdstuk 14 Standplaatsen

 

 

Gereserveerd

 

 

 

 

Hoofdstuk 15 Winkeltijdenwet

 

 

 

 

15.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag voor een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet (Stb. 1996, 182)

€ 71,15

 

 

 

Hoofdstuk 16 Wet op de kansspelen

 

 

 

 

16.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen:

 

16.1.1

voor een periode van twaalf maanden voor één kansspelautomaat

€ 56,50

16.1.2

voor een periode van twaalf maanden voor twee of meer kansspelautomaten, voor de eerste kansspelautomaat

€ 56,50

 

en voor iedere volgende kansspelautomaat

€ 34,50

16.2

De subonderdelen 1.16.1.1 en 1.16.1.2 zijn van overeenkomstige toepassing, indien de vergunning geldt voor een tijdvak, korter dan twaalf maanden of langer dan twaalf maanden maar ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat de daar genoemde bedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning verlaagd onderscheidenlijk verhoogd worden.

 

16.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning)

€ 17,45

16.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning tot het exploiteren of doen exploiteren van een speelgelegenheid als bedoeld in artikel 2:39c van de Algemene plaatselijke verordening

€ 4.050,55

 

 

 

Hoofdstuk 17 Telecommunicatie en nutsvoorzieningen

 

 

 

 

17.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag van een instemmingsbesluit of een vergunning op grond van de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur 2016:

€ 397,15

17.3

Het in 17.1 genoemde bedrag wordt:

 

 

indien met betrekking tot een aanvraag overleg moet plaatsvinden tussen de gemeente, andere beheerders van openbare grond en de aanvraag verhoogd met:

€ 126,40

17.3.1

indien met betrekking tot een aanvraag onderzoek naar de status van de kabel of leiding plaats vindt, verhoogd met het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die ter zake daarvan door burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

17.4

Indien een begroting, als bedoeld in 17.3.1. is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

 

 

 

Hoofdstuk 18 Verkeer en vervoer

 

 

 

 

18.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

18.1.1

tot het verkrijgen van een invalidenparkeerkaart (Gehandicaptenkaart) als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (Stb. 1990, 460) inclusief keuringskosten:

€ 133,65

18.1.2

Bij de verstrekking van een duplicaat van een gehandicaptenparkeerkaart wordt het bedrag genoemd onder 18.1.1 verlaagd met de hieraan verbonden keuringskosten

 

18.1.2.1

Bij een afwijzing van de aanvraag om een gehandicaptenparkeerkaart worden alleen de hieraan verbonden keuringskosten in rekening gebracht.

 

18.1.3

Tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Stb. 459) voor zover noodzakelijk voor en direct samenhangend met de uitvoering van bijzondere transporten.

€ 71,20

18.1.4

Tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling Voertuigen.

€ 31,75

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 19 Algemeen

 

 

 

 

19.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing van het verbod ingevolge de Algemene Plaatselijke Verordening tot het langer openhouden van een inrichting

€ 17,35

19.2

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven van een vergunning, bedoeld in artikel 21 van de Visserijwet tot het vissen in een water, op het visrecht waarvan de gemeente rechthebbende is

€ 16,40

19.3

Het tarief ter zake van het inschrijven in het register van bouwkavelzoekingen als bedoeld in de kaveluitgifteverordening bedraagt

€ 43,55

19.3.1

indien in het kader van de APV voor dezelfde activiteit meerdere beschikkingen worden afgegeven wordt het hoogst geldende tarief in rekening gebracht

 

19.3.2

het analoog verstrekken van een exemplaar van de Algemene Plaatselijke Verordening

€ 53,20

19.4

Het tarief bedraagt ter zake van het in de behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

19.4.1

gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina:

€ 0,70

19.4.2

afschriften, doorslagen of fotokopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina:

€ 0,70

19.4.3

afdruk van kaarten of tekeningen groter dan A3 formaat

€ 16,65

19.4.4

een beschikking en of verklaring op een aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:

€ 35,25

19.4.5

stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina:

€ 4,85

 

 

 

Titel 2: Dienstverlening vallend onder fysieke omgevingsvergunning

 

 

 

Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen

 

2.1.1

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

 

2.1.1.1

Aanlegkosten: het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen (de aannemingssom), de omzetbelasting daarin niet begrepen, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de kosten die voortvloeien uit de aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het aanleggen) van de werken of de werkzaamheden, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden de prijs die aan een derde in het economische verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van de werken of de werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen;

 

2.1.1.2

De bouwkosten: het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen (de aannemingssom), de omzetbelasting daarin niet begrepen, of voor zover deze ontbreekt een raming van de kosten die voortvloeien uit aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen;

 

2.1.1.3

Sloopkosten: het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen (de aannemingssom), de omzetbelasting daarin niet begrepen, of voor zover deze ontbreekt een raming van de kosten die voortvloeien uit aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het slopen) van de bouwwerken, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en indien het slopen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het slopen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen;

 

2.1.1.4

Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

 

2.1.1.5

Vooroverleg: het op schriftelijk verzoek van een aanvrager, voorafgaande aan een formele aanvraag, informeel overleggen (schriftelijk en mondeling) met de gemeente over de haalbaarheid van een plan, op grond van de door de aanvrager overeenkomstig de daarvoor gestelde eisen overgelegde bescheiden, waarbij de uitslag over de haalbaarheid binnen een termijn door het bevoegd gezag in een schriftelijke verslag wordt vastgelegd.

 

2.1.2

In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld.

 

2.1.3

In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 2 Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag

 

 

 

 

2.1

Voor de toetsing van een welstandbeoordeling door "de Stadsbouwmeester" van een vooroverleg bedraagt het tarief de werkelijke kosten die door "de Stadsbouwmeester" en/of derden in rekening worden gebracht.

 

2.1.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot afgifte van een schriftelijke verklaring dat een activiteit omgevingsvergunning vrij is

€ 169,85

2.1.1.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om vooroverleg in verband met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project in het kader van de Wabo vergunbaar is

€ 169,85

 

 

 

Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunningen

 

2.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om

 

 

een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

 

 

 

 

2.1.1.1.2

Verplicht advies monumenten commissie:

 

 

Voor het verschuldigde bedrag van het verplichte advies van de monumenten commissie worden de werkelijke kosten in rekening gebracht.

 

2.2.1.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een

 

 

bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

2.2.1.1.1

2,75% van het deel van de bouwkosten dat ligt tussen € 0,00 en € 200.000,- met een minimumtarief van:

€ 271,70

2.2.1.1.2

2,6% van het deel van de bouwkosten dat ligt tussen € 200.000,-- en € 500.000,--

 

2.2.1.1.3

2,5% van het deel van de bouwkosten dat ligt tussen € 500.000,-- en

 

 

€ 1.000.000,--

 

2.2.1.1.4

2,35% van het deel van de bouwkosten dat het bedrag van € 1.000.000,-- te boven gaat

 

2.2.1.2.1

De leges genoemd in 2.2.1.1.1 tot en met 2.2.1.1.4 worden vermeerderd met de kosten die voortvloeien uit het ter beoordeling aanbieden van vergunningsplichtige bouwplannen bij "de Stadsbouwmeester". De kosten bedragen met een minimum van

 

 

€ 75,00

 

3 promille over bedragen tot € 230.000,-- van de bouwkosten plus

 

 

1/2 promille van het deel van de bouwkosten dat ligt tussen € 230.000,-- en

 

 

€ 455.000,-- plus

 

 

1/4 promille van het deel van de bouwkosten dat ligt tussen € 455.000,-- en

 

 

€ 680.000,-- plus

 

 

1/8 promille van de bouwkosten dat € 680.000,-- te boven gaat

 

2.2.1.2.2

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.2.1.1 bedraagt het tarief, indien zich tijdens de beoordeling van de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wijzigingen voordoen in het bouwplan en daardoor een nieuwe welstandstoets noodzakelijk is, de werkelijke kosten van de welstandstoets.

 

2.2.1.2.3

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.2.1.1 bedraagt het tarief, indien zich tijdens de beoordeling van de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een advies van de commissie nodig is en wordt getoetst, de werkelijke kosten van het advies.

 

2.2.1.3

Beoordeling bodemrapport:

 

 

Het verschuldigde bedrag op grond van onderdeel 2.2.1.1 wordt, indien de aanvraag van een omgevingsvergunning krachtens wettelijk voorschrift slechts kan worden afgehandeld wanneer:

 

2.2.1.3.1

een milieukundig bodemrapport wordt getoetst, verhoogd met

€ 147,40

2.2.1.3.2

een archeologisch bodemrapport wordt beoordeeld, verhoogd met de werkelijke kosten van het advies.

 

2.2.1.4

Verplicht advies agrarische commissie:

 

 

Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde externe advieskosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

2.2.1.5

 

 

Indien een begroting als bedoeld in subonderdeel 2.2.1.4 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

2.2.2

Aanlegactiviteiten

 

 

 

 

 

Wet geluidhinder

 

2.2.2.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder b van de Wabo, bedraagt het tarief

€ 560,95

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.2.2.2

Indien op grond van de Wet Geluidhinder voor het verlenen van een omgevingsvergunning een akoestisch- en of geluidsonderzoek moet worden verricht moet de aanvrager binnen 14 dagen na de aanvraag een schriftelijke (offerte) van een vakkundig bedrijf overleggen; indien deze overlegging niet plaats vindt kunnen de leges onder 2.2.1.1 tot en met 2.2.4.5, 2.2.7, voor het verrichten van een akoestisch en/of geluidsonderzoek door de gemeente, verschuldigd:

 

 

a. als het bouwplan een woning betreft;

€ 3.275,35

 

b. idem a. plus voor elke woning meer dan 1 zal voor elk volgende woning van het bouwplan in rekening worden gebracht.

 

€ 76,50

2.2.2.3

Het tarief bedraagt voor het vaststellen van een hogere grenswaarde in het kader van de Wet Geluidhinder, voor zover dit voor het vaststellen van een bestemmingsplan of wijzigingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning nodig is

€ 388,70

 

 

 

 

 

 

 

Planologisch strijdig gebruik

 

2.2.3

Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit:

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel. 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit of een aanlegactiviteit als bedoeld in artkel 2.1, eerste lid, onder a, onderscheidenlijk b, van de Wabo, wordt het tarief verhoogd met, onverminderd het bepaalde in de onderdelen 2.2.1.:

 

2.2.3.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking):

€ 5.415,25

2.2.3.2

Het verschuldigde bedrag op grond van onderdeel 2.1.1 wordt, indien de aanvraag betrekking heeft op een bouwwerk ten aanzien waarvan:

 

2.2.3.2.1

artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1 van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking), verhoogd met

 

 

 

€ 604,95

2.2.3.2.2

artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2 van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking), verhoogd met

 

 

 

€ 907,95

2.2.4

Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit:

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, onderscheidenlijk b, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

2.2.4.1

Indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken (binnenplanse afwijking)

€ 604,95

2.2.4.2

Indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken (buitenplanse kleine afwijking)

€ 907,95

2.2.4.3

Indien met toepassing van artikel 2.12, eerst lid onder b, van de Wabo van het exploitatieplan is afgeweken:

€ 604,95

 

Dit tarief vindt geen toepassing indien de met deze vergunning gepaard gaande kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald.

 

2.2.4.4

Indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken (buitenplanse afwijking)

€ 5.415,25

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.2.5

In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid:

 

 

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo.

 

2.2.5.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een vergunning voor een nachtverblijf voor meer dan

 

 

5 personen:

 

 

1. 6 tot en met 10 personen

€ 527,25

 

2. 11 tot en met 25 personen

€ 1.051,40

 

3. 26 tot en met 100 personen

€ 1.517,75

 

4. meer dan 100 personen

€ 2.103,30

 

 

 

2.2.5.2

Hernieuwde omgevingsvergunning:

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een omgevingsvergunning m.b.t. het brandveilig gebruik van een bouwwerk of inrichting als bedoeld in artikel 2.1 lid 1d van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht voor een gebouw of bouwwerk waarvan de huidige vergunning inmiddels verlopen is (meer dan 5 jaar) bij ongewijzigd gebruik per aanvraag:

€ 258,75

 

 

 

2.2.5.3

Het in paragraaf 2.2.5.1 t/m 2.2.5.3 genoemde bedrag wordt verhoogd met een bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeelde externe advieskosten, blijkend uit een begroting die ter zake door of vanwege burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

2.2.6

Vellen van houtopstand (kappen)

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo in samenhang met artikel 2 van de Bomenverordening Twenterand 2016, bedraagt het tarief onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 44,40

2.2.7

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief:

€ 143,10

 

 

 

 

 

 

2.2.8

Aanleggen of veranderen weg

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanleggen of veranderen van een weg in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief

€ 169,90

 

 

 

2.2.9

Uitweg/inrit

 

 

gereserveerd

 

 

 

 

2.2.10

Opslag van roerende zaken

 

 

gereserveerd

 

 

 

 

2.2.11.1

Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, of artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo in samenhang met de provinciale erfgoedverordening of artikel 10 van de Erfgoedverordening gemeente Twenterand 2010, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

2.2.11.1.1

het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde externe advieskosten van de monumentencommissie, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

2.2.11.1.2

Indien een begroting als bedoeld in subonderdeel 2.2.11.1.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

 

 

 

Hoofdstuk 4 Vermindering

 

2.4

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning is voorafgegaan door een aanvraag om vooroverleg als bedoeld 2.1.1.1.1, waarop de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft, worden de ter zake van de beoordeling van de aanvraag om vooroverleg geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor de omgevingsvergunning bedoeld in hoofdstuk 2

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 5 Teruggaaf

 

 

 

 

2.5.1

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, sloop- of aanlegactiviteiten:

 

 

Wanneer een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, wordt een deel van de leges teruggegeven. De teruggaaf bedraagt:

 

2.5.1.1

50% van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag verschuldigde leges, indien de aanvraag wordt ingetrokken;

 

2.5.1.1.1

Als een aanvraag uit hoofdstuk 2, m.u.v. een vooroverleg, buiten behandeling wordt gelaten of door de aanvrager schriftelijk wordt ingetrokken vóór dat een besluit is genomen, wordt 50% van het eigenlijke legesbedrag in rekening gebracht, met uitzondering van de leges die te maken hebben met advisering (bijvoorbeeld kosten welstand) van derden.

 

2.5.2

Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, sloop- of aanlegactiviteiten:

 

 

Wanneer de gemeente een verleende omgevingsvergunning intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, wordt een deel van de leges teruggegeven, mits deze aanvraag is ingediend binnen 1 jaar na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt 25% van de verschuldigde basisleges bedoeld in de onderdelen 2.2.1, onderscheidenlijk 2.2.2 of 2.2.7, met dien verstande dat een bedrag minder dan € 5,-- niet wordt teruggegeven, dit geldt ook voor kosten inzake advisering (bijvoorbeeld kosten welstand)

 

2.5.3

Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning:

 

 

Wanneer de gemeente een omgevingsvergunning weigert, wordt een deel van de verschuldigde leges teruggegeven. De teruggaaf bedraagt 25% van de verschuldigde basisleges bedoeld in de onderdelen 2.2.1, onderscheidenlijk 2.2.2 of 2.2.7, met dien verstande dat een bedrag minder dan € 5,-- niet wordt teruggegeven, dit geldt ook voor kosten inzake advisering (bijvoorbeeld kosten welstand)

 

2.5.4

De leges voor het in behandeling nemen van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in de onderdelen 2.3.1 t/m 2.3.5 of 2.3.7 worden verrekend met de leges van een eerdere ingetrokken aanvraag van een omgevingsvergunning, indien de aanvrager en de locatie hetzelfde zijn en de nieuwe aanvraag geen compleet nieuw bouwplan is. De nieuwe aanvraag dient te worden ingediend binnen twaalf maanden na de intrekking.

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 6 Intrekken omgevingsvergunning

 

 

 

 

 

 

 

2.7.1

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging van het project bedraagt

€ 222,25

 

 

 

Hoofdstuk 8 Bestemmings herzieningen of - wijzigingen zonder activiteiten

 

 

 

 

2.8.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening:

 

 

€ 3.231,65

2.8.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot herziening van het bestemmingsplan, anders als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening:

 

 

€ 5.415,25

2.8.3

De tarieven in dit hoofdstuk kunnen worden verhoogd met een bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die terzake door of vanwege burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

2.8.4

Indien een begroting als bedoeld in artikel 2.8.3 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken

 

 

 

 

Hoofdstuk 9 Omgevingsvergunning eerste of tweede fase

 

 

 

 

2.9.3.1

Omgevingsvergunning in twee fasen:

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

2.9.3.1.1

voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in deze titel voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft;

 

2.9.3.1.2

voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in deze titel voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft.

 

2.9.3.2

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op handelingen in een beschermd natuurgebied de schadelijk kunnen zijn voor het natuurschoon, de natuurwetenschappelijke betekenis of voor dieren en planten als bedoeld in de Natuurbeschermingswet bedraagt het tarief:

€ 169,90

2.9.3.2.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het realiseren van projecten of andere handelingen met gevolgen voor habitats en soorten in een door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen gebied als bedoeld in de Natuurbeschermingswet bedraagt het tarief:

€ 169,90

 

 

 

Hoofdstuk 10 In deze titel niet genoemde beschikking

 

 

 

 

2.10.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een andere, in deze titel niet benoemde beschikking

€ 71,05

2.10.2

Overschrijven vergunningen

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van de tenaamstelling van een verleende omgevingsvergunning

€ 39,05

 

 

 

Titel 3: Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

Hoofdstuk 1 Drank- en Horecawet

 

3.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van:

 

3.1.1

een vergunning ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Drank- en Horecawet (Stb. 1964, 386):

€ 370,35

3.1.2

een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet

€ 71,10

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.1.3

van een vergunning ingevolge artikel 2:28 van de APV Twenterand (exploitatievergunning horecabedrijf)

183,95

3.1.4

indien de in lid 3.1.1 bedoelde aanvraag om vergunning een aanvraag betreft met het oogmerk om een nieuwe vergunning te verkrijgen waarbij slechts een administratieve wijziging in een reeds eerder verleende vergunning moet worden opgenomen, dan bedraagt het tarief:

 

 

 

€ 70,20

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 2 Evenementen

 

 

 

 

3.2.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen tot het verkrijgen van een vergunning voor het houden van een evenement

€ 0,00

 

 

 

Hoofdstuk 3 Brandveiligheidsverordening

 

 

 

 

3.3

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een gebruiksvergunning met betrekking tot het brandveilig gebruik van een inrichting, als bedoeld in artikel 2.1.1, onderdeel a, van de Brandbeveiligingsverordening (aanwezigheid van meer dan 50 personen)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.3.1

50 tot en met 250 personen tegelijk aanwezig zullen zijn, anders dan in een woongebouw:

€ 531,15

3.3.2

Meer dan 250 personen tegelijk aanwezig zullen zijn, anders dan in een woongebouw:

€ 1.051,50

3.3.3

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een gebruiksvergunning met betrekking tot het brandveilig gebruik van een inrichting, als bedoeld in artikel 2 lid 1b van de Brandbeveiligingsverordening (nachtverblijf voor meer dan 5 personen)

 

3.3.3.a

6 tot en met 10 personen

€ 527,25

3.3.3.b

11 tot en met 25 personen

€ 1.051,50

3.3.3.c

26 tot en met 100 personen

€ 1.725,15

3.3.3.d

meer dan 100 personen

€ 2.102,90

 

 

 

3.3.4

Hernieuwde omgevingsvergunning :

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een gebruiksvergunning met betrekking tot het brandveilig gebruik van een bouwwerk of inrichting, als bedoeld in artikel 2.11, lid 1-A en B van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken of artikel 2 lid 1A,B en C van de Brandbeveiligingsverordening voor een gebouw of bouwwerk of inrichting waarvan de huidige gebruiksvergunning inmiddels verlopen is (meer dan 5 jaar) bij ongewijzigd gebruik per aanvraag:

€ 258,85

3.3.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een gebruiksvergunning m.b.t. het brandveilig gebruik van een inrichting als bedoeld in artikel 2 lid 1-C van de Brandbeveiligingsverordening (verschaffen van dagverblijf aan meer dan 10 personen jonger dan 12 jaar en verschaffen van dagverblijf aan meer dan 10 lichamelijk of geestelijk gehandicapte personen):

 

3.3.5.a

10 tot en met 25 personen

€ 527,25

3.3.5.b

meer dan 25 personen

€ 1.051,50

3.3.6

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een gebruiksvergunning met betrekking tot het brandveilig gebruik van een bouw of inrichting als bedoeld in artikel 2.11.1 lid 1-A van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken of artikel 2 lid1-B van de Brandbeveiligingsverordening

 

 

(nachtverblijf voor meer dan 5 personen)

 

 

1. 6 tot en met 10 personen

€ 527,25

 

2. 11 tot en met 25 personen

€ 1.051,50

 

3. 26 tot en met 100 personen

€ 1.725,15

 

4. meer dan 100 personen

€ 2.102,90

3.3.7

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een gebruiksvergunning met betrekking tot het brandveilig gebruik van een bouwwerk of inrichting als bedoeld in artikel 2.11.1 lid 1-B van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken of artikel 2 lid 1-C van de Brandbeveiligingsverordening (verschaffen van dagverblijf aan meer dan 10 personen jonger dan 12 jaar en verschaffen van dagverblijf aan meer dan 10 lichamelijk of geestelijk gehandicapte personen):

 

 

1. 10 tot en met 25 personen

€ 527,25

 

2. meer dan 25 personen

€ 1.051,50

 

Gebruiksvergunning op grond van artikel 2.11.1 lid 1-A en B van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken of artikel 2 lid 1-A,B en C van de Brandbeveiligingsverordening voor het in gebruik hebben of houden van bouwwerk of inrichting voor de maximale duur van 30 dagen.

 

3.3.8

De leges bedragen voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor afwijkend gebruik van een bouwwerk, anders dan voor het gebruik tijdens een evenement als bedoeld in artikel 2:24 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2016, waar gelijktijdig maximaal 50 tot 249 personen aanwezig kunnen zijn:

€ 71,10

3.3.9

De leges bedragen voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor afwijkend gebruik van een bouwwerk, anders dan voor het gebruik tijdens een evenement als bedoeld in artikel 2:24 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2016, waar gelijktijdig 250 personen of meer aanwezig kunnen zijn:

€ 258,85

 

 

 

Hoofdstuk 4 Kinderopvang

 

 

 

 

4.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot registratie in het register LRKP van gastouder (ongeacht de opvang plaatsvindt op adres van gastouder of vraag ouder)

 

 

 

 

 

 

€ 241,85

4.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot registratie in het register LRKP van gastouderbureau, kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang en peuterspeelzaal

 

 

 

 

 

 

€ 604,95

 

 

 

Hoofdstuk 5 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

 

 

 

 

5.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in de behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

 

een beschikking en of verklaring op een aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:

€ 35,20

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Behorende bij raadsbesluit van 18 december 2018

 

 

 

 

De griffier van Twenterand,

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vriezenveen, 18 december 2018

De raad voornoemd,

de griffier, de voorzitter,

drs. R.J.M. Ros drs. A.E.H. van der Kolk