Intrekking verkeersbesluit, vaststelling van parkeerverbodszone Olof Palmelaan, Zoetermeer

Namens burgemeester en wethouders van Zoetermeer,

daartoe bevoegd op grond van:

  • -

    artikel 18, lid 1, sub d, van de Wegenverkeerswet 1994,

  • -

    het mandaatbesluit van burgemeester en wethouders waarbij die bevoegdheid is gemandateerd aan de directeur van de hoofdafdeling Stad en diens besluit tot het verlenen van ondermandaat,

de manager van de afdeling Stadsbeheer,

 

gelet op hetgeen ten aanzien hiervan overigens in de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer is bepaald, alsmede op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht;

 

gelet vervolgens op het gegeven dat de in dit besluit aan de orde komende wegen, straten of parkeervoorzieningen openbaar in de zin van de Wegenwet zijn en binnen de bebouwde kom van Zoetermeer als bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994 liggen;

 

BESLUIT:

 

A. in te trekken het besluit d.d. 5 juni 2018, kenmerk 0637290739, waarbij is besloten om: 

 

  • 1.

    door plaatsing van borden E1 en einde E1 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 met het opschrift ‘zone’ de regels van een parkeerverbodszone vast te stellen op het gedeelte van de Olof Palmelaan, vanaf de rotonde ten noordwesten van perceel Olof Palmelaan 1 via het weggedeelte ten zuiden van Olof Palmelaan 15 tot de T-aansluiting ten oosten van perceel Olof Palmelaan 19 (hierna te noemen ’betreffende weggedeelte’), een en ander conform een ter verduidelijking van dat besluit bij dat besluit gevoegde tekening;

  • 2.

    door plaatsing van borden E8 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de stroken in de berm aan de zuidwestzijde van de Olof Palmelaan tegenover de percelen Olof Palmelaan 13 en 15, uitgevoerd in grasbetontegels, aan te duiden als parkeergelegenheid alleen bestemd voor de voertuigcategorie of groep voertuigen die op het bord is aangegeven, een en ander wederom conform een ter verduidelijking van het besluit bij dat besluit gevoegde  tekening;

  • 3.

    door plaatsing van borden E4 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de westzijde van de Olof Palmelaan vanaf de T-aansluiting ten oosten van perceel Olof Palmelaan 19 tot de bocht ten zuiden van perceel Olof Palmelaan 15 aan te duiden als parkeergelegenheid een en ander eveneens conform de details A en B op een ter verduidelijking van dit besluit bij dat besluit gevoegde tekening;

 

B. vast te leggen, dat aan dit besluit de volgende overwegingen ten grondslag liggen:

 

de aanleiding:

 

  • -

    de vaststelling van het beschreven besluit d.d. 5 juni 2018, kenmerk 0637290739 (verder het beschreven of bestreden verkeersbesluit genoemd), waaronder de openbare bekendmaking van dat besluit, heeft geleid tot diverse bezwaarschriften tegen dat besluit;

  • -

    die bezwaren en alle relevante stukken zijn om advies in handen gesteld van de Commissie Bezwaarschriften van deze gemeente (verder die of de commissie genoemd);

  • -

    de commissie is een onafhankelijke commissie die omtrent de afdoening van bezwaarschriften adviseert;

  • -

    de commissie heeft ter zake advies uitgebracht;

  • -

    dat advies is uitgebracht op 28 november 2018 en heeft registratienummer 18.103 (verder het advies genoemd);

  • -

    inmiddels is met inachtneming van het advies een beslissing op de bezwaarschriften genomen;

  • -

    beslist is om het bestreden besluit conform het advies in te trekken;

  • -

    dat gebeurt met dit besluit;

  • -

    tot de intrekking van het bestreden besluit is met de commissie is overwogen, dat het bestreden besluit prematuur is genomen, omdat een in dit geval benodigde omgevingsvergunning voor een gebouw (in dit geval een moskee/het cultureel centrum) dat de aanleiding tot het bestreden besluit vormde nog niet is verleend, omdat de eveneens vereiste wijziging van het bestemmingsplan nog niet heeft plaatsgevonden en omdat verdere gegevens over de moskee/het cultureel centrum nog ontbreken;

  • -

    overeenkomstig het advies zal een nieuw verkeersbesluit worden vastgesteld, zodra de meer zicht is op nog ontbrekende besluiten en de vaststelling daarvan en op de nog niet beschikbare gegevens;

 

de zorgvuldigheid:

 

  • -

    aan de intrekking van het bestreden besluit ligt een zeer zorgvuldige bestuursrechtelijke bezwaarprocedure met een advies ter zake van de commissie ten grondslag;

  • -

    met de hiervoor beschreven handelwijze is dan ook gehandeld conform de instructienorm in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

de belangenafweging:

 

  • -

    in aanvulling op de plaatsgevonden zorgvuldigheid heeft eveneens een zorgvuldige belangenafweging plaatsgevonden;

  • -

    nu gebleken is dat de vergunning voor het gebouw dat de aanleiding tot het bestreden besluit vormde nog niet is verleend en dat ook een nog vereiste wijziging van het bestemmingsplan moet plaatsvinden, leidt de intrekking van het bestreden besluit in dit geval niet tot een besluit met onevenredig nadelige gevolgen als bedoeld in artikel 3:4, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    relevant daarbij is dat opnieuw omtrent de verkeerssituatie en het in verband daarmee te nemen verkeersbesluit of verkeersbesluiten kan worden besloten, zodra meer omtrent de te verlenen vergunning en het te wijzigen bestemmingsplan bekend is.

 

Zoetermeer, 12 februari 2019.

  

Namens burgemeester en wethouders van Zoetermeer,

de manager van de afdeling Stadsbeheer.

         

N.B.

 

Belanghebbenden die zich niet met dit besluit kunnen verenigen, kunnen op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na publicatie ervan een gemotiveerd bezwaar indienen bij het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer (postbus 15, 2700 AA Zoetermeer). Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van het besluit niet. Hiertoe kan op grond van het bepaalde in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening worden ingediend bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank ’s Gravenhage (sector bestuursrecht, postbus 20302, 2500 EH Den Haag). In dat geval is het wel vereist dat de belanghebbende een bezwaarschrift tegen het besluit heeft ingediend en dat sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van die voorziening.

 

Naar boven