Gemeenteblad van Nijkerk

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
NijkerkGemeenteblad 2019, 32827Verordeningen



Wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke Verordening Nijkerk 2003

De raad van de gemeente Nijkerk;

 

 

gelezen het collegevoorstel van 11 december 2018;

 

 

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

 

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de volgende wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke Verordening Nijkerk 2003, wijziging januari 2019.

Artikel I  

 

De Algemene Plaatselijke Verordening Nijkerk 2003 wordt gewijzigd als volgt:

 

A.

 

 

Artikel 1.1 komt te luiden:

 

Artikel 1.1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • -

    bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;

  • -

    bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

  • -

    bouwwerk : hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, eerste lid van de Bouwverordening Nijkerk;

  • -

    bromfiets : hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994;

  • -

    college : het college van burgemeester en wethouders;

  • -

    gebouw : hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet;

  • -

    handelsreclame : iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;

  • -

    motorvoertuig : hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

  • -

    openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;

  • -

    openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;

  • -

    parkeren : hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

  • -

    rechthebbende : degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;

  • -

    voertuig : hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;

  • -

    weg : hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

B

 

Artikel 1.2, derde lid, komt te luiden:

  • 3.

    In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2.1.5.2, eerste lid, of artikel 2.1.5.3, eerste lid.

 

C

 

In artikel 1.6 wordt voor de dubbele punt aan het slot van de aanhef ingevoegd ‘als’ en vervalt in de onderdelen a tot en met f ‘indien’.

 

D

 

In artikel 1.7, tweede lid, wordt ‘indien’ vervangen door ‘als’.

 

E

 

Artikel 1.8 wordt als volgt gewijzigd:

 

Artikel 1.8 Weigeringsgronden

  • 1.

    Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:

    • a.

      de openbare orde;

    • b.

      de openbare veiligheid;

    • c.

      de volksgezondheid;

    • d.

      de bescherming van het milieu.

  • 2.

    Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

F

Artikel 1.9 wordt als volgt gewijzigd:

 

Artikel 1.9 Lex silencio positivo

Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing op aanvragen om beschikkingen op grond van deze verordening, tenzij in het betreffende artikel anders is bepaald.

 

G

 

Artikel 2.1.1.1 wordt als volgt gewijzigd:

 

Artikel 2.1.1.1 Samenscholing en ongeregeldheden

  • 1.

    Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.

  • 2.

    Degene die op een openbare plaats:

    • a.

      aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;

    • b.

      aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of

    • c.

      zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;

  • is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.

  • 3.

    Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.

  • 4.

    De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid.

  • 5.

    Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

H

 

Artikel 2.1.2.2 wordt als volgt gewijzigd:

 

Artikel 2.1.2.2 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen

  • 1.

    Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.

  • 2.

    De kennisgeving bevat:

    • a.

      naam en adres van degene die de betoging houdt;

    • b.

      het doel van de betoging;

    • c.

      de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging;

    • d.

      de plaats en, voor zover van toepassing, de route;

    • e.

      voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en

    • f.

      maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.

  • 3.

    Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.

  • 4.

    Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.

  • 5.

    De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.

I

 

Hoofdstuk 2, paragraaf 4, vervalt.

 

 

J

 

Artikel 2.1.5.1 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het eerste lid wordt in de aanhef ‘indien’ vervangen door ‘als dat gebruik’ en vervalt in de onderdelen a en b ‘het gebruik’.

  • 2.

    In het tweede lid wordt ‘tenminste’ vervangen door ‘ten minste’ en wordt ‘m’ vervangen door ‘strekkende meter’.

  • 3.

    In het derde lid wordt ‘ten aanzien van’ vervangen door ‘voor’.

  • 4.

    In het vierde lid vervalt ‘in het eerste lid’.

  • 5.

    Het vijfde lid komt te luiden:

    • 5.

      De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

  • 6.

    In het zesde lid vervalt in de aanhef ‘in het eerste lid’ en wordt in onderdeel b ‘artikel 5.2.3.2; en’ vervangen door ‘artikel 5.2.3.2’.

  • 7.

    In het zevende lid vervalt ‘in het eerste lid’, wordt ‘is niet van toepassing’ vervangen door ‘is voorts niet van toepassing’, vervalt de komma na Wegenverkeerswet 1994 en wordt ‘de provinciale wegenverordening’ vervangen door ‘het provinciaal wegenreglement’.

K

 

Artikel 2.1.5.2 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het eerste lid wordt ‘bevoegd gezag’ vervangen door ‘het bevoegde bestuursorgaan’.

  • 2.

    In het tweede lid vervalt onderdeel b, alsmede de aanduiding ‘a.’ voor het eerste onderdeel, wordt na ‘beheersverordening’ toegevoegd ‘, exploitatieplan’ en wordt geëindigd met een punt.

  • 3.

    Het derde lid wordt als volgt gewijzigd:

    • 3.

      Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.

  • 4.

    In het vierde lid wordt ‘de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening, de Waterschapskeur’ vervangen door ‘de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur, de provinciale wegenverordening’.

L

 

Artikel 2.1.5.3 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In eerste lid wordt ‘het college’ vervangen door ‘het bevoegd gezag’.

  • 2.

    Het tweede lid vervalt.

M

 

Artikel 2.1.6.2 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    Toegevoegd wordt een nieuw tweede lid, dat als volgt luidt:

    • 2.

      Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten.

  • 2.

    Het tweede lid wordt vernummerd tot derde lid en ‘Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover’ wordt vervangen door ‘Het eerste lid is niet van toepassing als’.

N

 

In het opschrift van artikel 2.1.6.4 wordt ‘e.d.’ vervangen door ‘en dergelijke’.

 

O

 

Artikel 2.1.6.5 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het opschrift wordt ‘e.d.’ vervangen door ‘en dergelijke’.

  • 2.

    Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

    • 2.

      Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht.

P

 

Artikel 2.1.6.6 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het derde lid wordt ‘Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet’ vervangen door ‘De verboden zijn niet van toepassing’ en wordt ‘onder 3’ vervangen door ‘onder 3˚’.

Q

 

In artikel 2.1.6.9, derde lid, vervalt de komma na ‘Onteigeningswet’.

 

R

 

Artikel 2.2.1 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het opschrift wordt ‘Begripsomschrijving’ vervangen door ‘Definities’.

  • 2.

    Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      In onderdeel a wordt ‘bioscoopvoorstellingen’ vervangen door ‘bioscoop- en theatervoorstellingen’.

    • b.

      In onderdeel b vervalt ‘en artikel 5.2.4 van deze verordening’.

    • c.

      In onderdeel f wordt ‘artikel 2.1.2.1, 2.1.4.1en 2.3.3.1 van deze verordening’ vervangen door ‘de artikelen 2.1.2.1, 2.1.4.1 en 2.3.3.1’.

    • d.

      Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel f voor een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

      • g.

        sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f.

  • 3.

    Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      Onderdeel c komt te luiden:

      • c.

        een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2.1.2.2;

    • b.

      Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d voor een puntkomma worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

      • e.

        een straatfeest of buurtbarbecue;

      • f.

        een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s.

  • 4.

    Toegevoegd wordt een nieuw derde lid dat als volgt luidt:

    • 3.

      In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement als:

      • a.

        het een kleinschalig evenement in de open lucht betreft;

      • b.

        het aantal bezoekers niet meer bedraagt dan 200 personen;

      • c.

        het evenement tussen 09.00 en 00.00 uur plaatsvindt, op zondag mag het evenement plaatsvinden tussen 13.00 en 00.00 uur;

      • d.

        (live-)muziek niet op een afstand van meer dan 200 meter hoorbaar is.

      • e.

        het evenement geen belemmering vormt voor de hulpdiensten, ondanks dat het plaats kan vinden op of aan de weg;

      • f.

        slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van 10 m2 per object tot een maximum van 60 m2, dan wel één grote tent, welke voldoet aan de (brand-) veiligheidseisen en daarnaast niet meer dan één springkussen aanwezig is;

      • g.

        er een organisator is;

    • en, indien het evenement plaatsvindt op de openbare rijweg:

      • h.

        de organisator de plaatselijke politie een week voorafgaand aan het evenement in kennis stelt;

      • i.

        de doorgaande openbare weg steeds over een breedte van minimaal 3,50 meter wordt vrijgehouden, waarbij wegafzetting duidelijk zichtbaar is, ook in het donker;

      • j.

        de hulpdiensten te allen tijde doorgang wordt verleend;

    • en, indien het evenement plaatsvindt op zondag:

      • k.

        de afstand tussen de plaats waar het evenement wordt gehouden en een gebedshuis of andere plaats voor geloofsbelijdenis minimaal 200 meter bedraagt.

S

 

Artikel 2.2.2 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 2.2.2 Evenement

  • 1.

    Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  • 2.

    Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste vier weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.

  • 3.

    De burgemeester kan binnen twee weken na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  • 4.

    Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregeld onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.

  • 5.

    Het tweede lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2.2.1, tweede lid aanhef en onder f, aangewezen categorie vechtsprotwedstrijden of -gala’s.

  • 6.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2.2.1, tweede lid aanhef en onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is.

T

 

Artikel 2.3.1.1 komt te luiden:

 

Artikel 2.3.1.1 Definitie

  • 1.

    In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.

  • 2.

    Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.

U

 

  • 1.

    Artikel 2.3.1.2 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 2.3.1.2 Exploitatie openbare inrichting

  • 1.

    Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

  • 2.

    De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in artikel 1.8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf, de openbare orde of de veiligheid nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het horecabedrijf.

    Bij de toepassing van deze weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met:

    • a.

      het levensgedrag van de exploitant en de leidinggevende en;

    • b.

      de wijze van bedrijfsuitvoering door de exploitant en de leidinggevende.

  • 4.

    Het verbod geldt niet voor een horecabedrijf in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voorzover de horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit. Voor zowel de winkel als het horecabedrijf gelden de sluitingstijden van de Winkeltijdenwet.

  • 5.

    Voorts geldt het verbod niet voor:

    • -

      een horecabedrijf dat in het bezit is van een vergunning op grond van art. 3 Drank- en Horecawet;

    • -

      een horecabedrijf in zorginstellingen;

    • -

      een horecabedrijf in musea.

  • 6.

    Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op aanvragen op grond van dit artikel.

V

 

In artikel 2.3.1.9 vervalt het eerste lid, alsmede de aanduiding ‘2.’ voor het tweede lid en wordt na ‘handelaar’ ingevoegd ‘, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht,’.

 

W

 

Artikel 2.3.1.8 wordt als volgt gewijzigd:

 

Artikel 2.3.1.8 Het college als bevoegd bestuursorgaan

Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2.3.1.2 tot en met 2.3.1.5 op als bevoegd bestuursorgaan.

 

X

 

In hoofdstuk 2, paragraaf 3, wordt na het opschrift een artikel ingevoegd, luidende:

 

Artikel 2.3.3.1 Definities

  • 1.

    In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.

  • 2.

    In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.

Y

 

Artikel 2.3.3.1 wordt vernummerd tot Artikel 2.3.3.2 en wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    Het eerste en tweede lid komen te luiden:

    • 1.

      Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren.

    • 2.

      Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen.

  • 2.

    In het derde lid wordt in de aanhef ‘De burgemeester weigert de vergunning’ vervangen door ‘Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 weigert de burgemeester de vergunning als’ en vervalt ‘indien’ in de onderdelen a en b.

Z

 

Artikel 2.3.3.2 wordt vernummerd tot artikel 2.3.3.3 en in dit artikel vervalt het eerste lid, onder vernummering van het tweede en derde lid tot het eerste en tweede lid.

 

AA

 

In artikel 2.4.1, derde lid, wordt na ‘het lokaal’ ingevoegd ‘of een daarbij behorend erf’.

 

AB

 

Artikel 2.4.2 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het tweede lid, onder b, wordt ‘kleur of verfstof’ vervangen door ‘kleur- of verfstof’.

  • 2.

    In het derde lid wordt ‘indien’ vervangen door ‘voor zover’.

  • 3.

    Na het derde lid wordt, onder vernummering van het vierde tot en met het zevende lid tot het vijfde tot en met het achtste lid, een lid ingevoegd, luidende:

    • 4.

      De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht deze aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.

  • 4.

    In het zevende lid (nieuw) wordt ‘van de meningsuitingen en bekendmakingen’ vervangen door ‘daarvan’.

  • 5.

    Het achtste lid (nieuw) vervalt.

AC

 

Artikel 2.4.3 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het opschrift wordt ‘e.d.’ vervangen door ‘en dergelijke’.

  • 2.

    In het tweede lid wordt ‘Dit verbod’ vervangen door ‘Het verbod’ en wordt ‘, indien’ vervangen door ‘als’.

AD

 

In artikel 2.4.4, derde lid, wordt ‘De in het eerste en tweede lid gestelde verboden’ vervangen door ‘De verboden’ en wordt ‘indien’ vervangen door ‘als’.

 

AE

 

Artikel 2.4.5 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het opschrift wordt ‘e.d.’ vervangen door ‘en dergelijke’.

  • 2.

    In het eerste lid vervalt ‘aan degene die daartoe niet bevoegd is’ en wordt ‘of grasperken,’ vervangen door ‘, grasperken of‘.

  • 3.

    Het tweede lid komt te luiden:

    • 2.

      Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.

AF

 

In het opschrift van artikel 2.4.6 wordt ‘e.d.’ vervangen door ‘en dergelijke’.

 

AG

 

Artikel 2.4.7 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het eerste lid, onder a, wordt ‘hekheining’ vervangen door ‘hek, omheining’.

  • 2.

    In het eerste lid, onder b, wordt ‘aan andere gebruikers of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder berokkent’ vervangen door ‘voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt’.

  • 3.

    In het tweede lid wordt ‘artikel 424, 426bis of 431’ vervangen door ‘de artikelen 424, 426bis of 431’.

AH

 

Artikel 2.4.8 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het eerste lid vervalt de komma na ‘openbare plaats’.

AI

 

In artikel 2.4.9, eerste lid, wordt voor de dubbele punt aan het slot van de aanhef ingevoegd ‘zonder redelijk doel’ en vervalt in de onderdelen a en b ‘zonder redelijk doel’.

 

AJ

 

Artikel 2.4.11 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het opschrift wordt ‘fietsen e.d.’ vervangen door ‘fietsen of bromfietsen’.

  • 2.

    In de aanhef wordt ‘op of aan de weg’ vervangen door ‘op een openbare plaats’, wordt ‘indien:’ vervangen door ‘als’, vervallen de aanduidingen ‘a.’ en ‘b.’ en vervalt de puntkomma na ‘portiek’ en wordt na ‘portiek’ toegevoegd: ‘of als’.

AK

 

Artikel 2.4.12 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het opschrift wordt ‘e.d.’ vervangen door ‘en dergelijke’.

  • 2.

    ‘ op de door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen, zich met een fiets of bromfiets te bevinden’ wordt vervangen door ‘zich op door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen met een fiets of bromfiets te bevinden’.

AL

 

Artikel 2.4.17 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het eerste lid, onder c, wordt ‘indien’ vervangen door ‘als’.

  • 2.

    In het tweede lid wordt ‘eerste lid aanhef en onder b’ vervangen door ‘eerste lid aanhef en onder a’.

AM

 

Artikel 2.4.18 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het eerste lid wordt na ‘begeeft’ een komma ingevoegd.

  • 2.

    In het vijfde lid wordt ‘Het bepaalde in het eerste lid’ vervangen door ‘Het eerste lid’.

AN

 

Artikel 2.4.19 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het eerste lid wordt ‘Indien’ vervangen door ‘Als’.

  • 2.

    In het vierde lid wordt ‘de bevoegde minister’ vervangen door ‘de minister die het aangaat’.

AO

 

Artikel 2.4.19a wordt vernummerd tot Artikel 2.4.19b.

 

AP

 

Na artikel 2.4.19 wordt een nieuw artikel 2.4.19a ingevoegd, luidende:

 

Artikel 2.4.19a Gevaarlijke honden op eigen terrein

  • 1.

    Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen, als de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59, eerste lid, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk.

  • 2.

    Het verbod geldt niet als:

    • a.

      op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;

    • b.

      het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en

    • c.

      het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.

AQ

 

Artikel 2.4.20 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het eerste lid, onder c, wordt ‘die aanwijzing’ vervangen door ‘het aanwijzingsbesluit’.

  • 2.

    In het tweede lid wordt ‘de plaats die krachtens het eerste lid is aangewezen,’ vervangen door ‘een krachtens het eerste lid aangewezen plaats’ en wordt na ‘verboden’ ingevoegd ‘als’.

AR

 

Artikel 2.4.24 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het eerste lid, onder a, wordt ‘gebouwen waar’ vervangen door ‘gebouwen waarin’.

  • 2.

    In het vijfde lid wordt ‘van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen’ vervangen door ‘ontheffing verlenen van het verbod’.

AS

 

Artikel 2.5.1 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het opschrift wordt ‘Begripsbepaling’ vervangen door ‘Definitie’.

  • 2.

    ‘ wordt verstaan onder handelaar:’ wordt vervangen door ‘wordt onder handelaar verstaan’ en ‘een handelaar als bedoeld in artikel 1 van de’ wordt vervangen door ‘de handelaar aangewezen bij’.

AT

 

In artikel 2.5.2, eerste lid, wordt in de aanhef ‘een door of namens de burgemeester’ vervangen door ‘door de burgemeester’ en wordt in onderdeel c ‘daaronder begrepen - voor zover dat mogelijk is –’ vervangen door ‘voor zover van toepassing daaronder begrepen’.

 

AU

 

In artikel 2.5.3, onderdeel a, worden de aanduidingen ‘1.’, ‘2.’, ‘3.’ en ‘4.’ vervangen door de aanduidingen ‘1o.’, ‘2o.’, ‘3o.’ en ‘4o.’, wordt onder 2o ‘onder a, sub 1,’ vervangen door ‘onder 1o’ en wordt onder 4o de puntkomma aan het slot vervangen door een punt.

 

AV

 

Artikel 2.6.1 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het opschrift wordt ‘Begripsomschrijvingen’ vervangen door ‘Definitie’.

  • 2.

    ‘ wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:’ wordt vervangen door ‘wordt onder consumentenvuurwerk verstaan’ en ‘Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit)’ wordt vervangen door ‘Vuurwerkbesluit’.

AW

 

Artikel 2.6.2 wordt als volgt gewijzigd:

 

In het eerste lid wordt ‘een vergunning’ vervangen door ‘vergunning’.

 

AX

 

Artikel 2.6.3 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het eerste lid wordt ‘de voorkoming’ vervangen door ‘het voorkomen’.

  • 2.

    In het derde lid vervalt ‘bedoeld in het eerste en tweede lid’ en wordt ‘onder 1’ vervangen door ‘onder 1o’.

AY

 

In artikel 2.7.1 wordt na ‘met het kennelijke doel om’ ingevoegd ‘, al dan niet tegen betaling,’, wordt ‘artikel 2 en 3 van de Opiumwet,’ vervangen door ‘de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet’ en vervalt na ‘daarop gelijkende waar’ de zinsnede ‘, al dan niet tegen betaling,’.

 

AZ

 

In artikel 2.8.1 wordt ‘indien’ vervangen door ‘als’.

 

BA

 

  • 1.

    Artikel 2.9.2, tweede lid, komt als volgt te luiden:

    • 2.

      De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke:

      • a.

        geluid- of geurhinder;

      • b.

        hinder van dieren;

      • c.

        hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;

      • d.

        overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;

      • e.

        intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.

  • 2.

    Het derde lid van artikel 2.9.2 vervalt.

BB

 

Toegevoegd wordt na artikel 2.9.2 een nieuw artikel 2.9.3 dat luidt als volgt:

 

Artikel 2.9.3 Veiligheidsrisicogebieden

De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.

 

BC

 

In artikel 2.10.1, eerste lid, wordt ‘is bevoegd’ vervangen door ‘kan’ en wordt ‘te besluiten’ vervangen door ‘besluiten’.

 

BD

 

Artikel 4.1.1 komt te luiden:

 

Artikel 4.1.1 Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • -

    collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;

  • -

    gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer;

  • -

    gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer;

  • -

    houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;

  • -

    incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;

  • -

    inrichting : hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, met dien verstande dat de artikelen 4.1.2 tot en met 4.1.5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer;

  • -

    onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.

BE

 

Artikel 4.1.2 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het eerste lid wordt na ‘2.17,’ ingevoegd ‘2.17a,’, wordt na ‘2.19’ ingevoegd ‘, 2.19a’, wordt ‘het Besluit’ vervangen door ‘het Activiteitenbesluit milieubeheer’ en vervalt ‘van deze verordening’.

  • 2.

    In het tweede lid wordt ‘het Besluit’ vervangen door ‘het Activiteitenbesluit milieubeheer’.

  • 3.

    In het vijfde lid wordt ‘Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was,’ vervangen door ‘Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet voorzien was, kan het college’.

  • 4.

    Het achtste lid komt te luiden:

    • 8.

      Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4.1.5, uiterlijk om 00.00 uur beëindigd.

BF

 

Artikel 4.1.3 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In de aanhef wordt ‘Kennisgeving’ vervangen door ‘Melding’.

  • 2.

    Het eerste en tweede lid komen te luiden:

    • 1.

      Het is een inrichting toegestaan op maximaal 6 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2,17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4.1.5, niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.

    • 2.

      Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 6 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.

  • 3.

    Toegevoegd wordt een achtste lid dat luidt:

    • 8.

      Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4.1.5, uiterlijk om 00.00 uur beëindigd.

BG

 

Artikel 4.1.5 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      In de aanhef wordt ‘artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Besluit’ vervangen door ‘artikel 2.18, eerste lid, onder f, en vijfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer’ en wordt ‘onder c.’ vervangen door ‘in het tweede lid’.

    • b.

      In onderdeel a wordt ‘indien’ vervangen door ‘als’.

    • c.

      In onderdeel c wordt na ‘geluidgevoelige ruimten’ ingevoegd ‘als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder’ en wordt na ‘verblijfsruimten’ ingevoegd ‘als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder’.

    • d.

      In onderdeel d wordt ‘zoals vermeld’ vervangen door ‘als vermeld’.

    • e.

      Onderdeel e vervalt.

  • 2.

    Na het eerste lid wordt, onder vernummering van het tweede tot en met het vijfde lid tot het derde tot en met het zesde lid, een lid ingevoegd, luidende:

    • 2.

      Tabel

       

       7.00-19.00 uur 

       19.00-23.00 uur 

       23.00-7.00 uur 

      LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen

      50 dB(A)

      45 dB(A)

      40 dB(A)

      LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

       

      30 dB(A)

       

      LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen

      70 dB(A)

      65 dB(A)

      60 dB(A)

      LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

      55 dB(A)

      50 dB(A)

      45 dB(A)

    • 3.

      In het vijfde lid (nieuw) wordt ‘Indien’ vervangen door ‘Als’ en wordt ‘het Besluit’ vervangen door ‘het Activiteitenbesluit milieubeheer’.

    • 4.

      Het zesde lid (nieuw) wordt vervangen door:

      • 6.

        Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in de artikelen 4.1.2 en 4.1.3.

BH

 

Na artikel 4.1.5 wordt een artikel toegevoegd luidende:

 

Artikel 4.1.5a Geluidhinder in de openlucht

  • 1.

    Het is verboden buiten een inrichting in de openlucht een geluidsapparaat, toestel of machine in werking te hebben op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

  • 2.

    Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  • 3.

    Het college kan terreinen of wateren aanwijzen waar het verbod niet van toepassing is op het in werking hebben van bepaalde in de aanwijzing aangewezen categorieën van geluidsapparaten, toestellen of machines, voor zover wordt voldaan aan de door het college vast te stellen voorschriften ter voorkoming of beperking van geluidhinder.

  • 4.

    De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer betrekking hebben op:

    • a.

      het maximale geluidsniveau;

    • b.

      de situering van geluidsbronnen;

    • c.

      de frequentie en tijden van gebruik.

  • 5.

    Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit of de provinciale milieuverordening.

BI

 

Artikel 4.1.6 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het eerste lid vervalt ‘in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit’.

  • 2.

    In het tweede lid wordt ‘kan van het verbod ontheffing verlenen’ vervangen door ‘kan ontheffing verlenen van het verbod’.

  • 3.

    In het derde lid wordt na ‘het Vuurwerkbesluit’ ingevoegd ‘, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit’.

BJ

 

Artikel 4.4.1 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het eerste lid, onder c, wordt ‘indien’ vervangen door ‘voor zover’.

  • 2.

    In het derde lid wordt ‘krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of krachtens de Provinciale Verordening’ vervangen door ‘door of krachtens de Wet ruimtelijke ordening of de provinciale verordening’.

BK

 

In artikel 4.4.2, tweede lid, wordt ‘Het eerste lid’ vervangen door ‘Het verbod’.

 

BL

 

Artikel 4.5.1 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het opschrift wordt ‘Begripsbepalingen’ vervangen door ‘Definitie’.

  • 2.

    Na ‘ verstaan ’ vervalt de dubbele punt.

  • 3.

    ‘ artikel 2.1, eerste lid onder a’ wordt vervangen door ‘artikel 2.1, eerste lid, onder a,’.

BM

 

Artikel 4.5.2 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het derde lid vervalt ‘in het eerste lid’.

  • 2.

    Het vierde lid wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      In de aanhef wordt voor de dubbele punt aan het slot van de aanhef ingevoegd ‘de bescherming van’.

    • b.

      In de onderdelen a en b vervalt ‘de bescherming van’ en in onderdeel a wordt na de puntkomma toegevoegd ‘of’.

BN

 

Artikel 4.5.3 wordt als volgt gewijzigd:

 

In het eerste lid wordt ‘Het verbod van artikel 4.5.2, eerste lid’ vervangen door ‘Artikel 4.5.2, eerste lid,’.

 

BO

 

Artikel 5.1.1 vervalt.

 

BP

 

Artikel 5.1.2 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    Het opschrift komt te luiden:

    Artikel 5.1.2 Voertuigen van autobedrijf en dergelijke

  • 2.

    Aan het eerste lid, onder a, wordt ‘dan wel’ vervangen door ‘of’.

  • 3.

    Aan het tweede lid, onder a, wordt na de puntkomma toegevoegd ‘of’.

  • 4.

    In het vierde lid vervalt ‘in het eerste lid gestelde’.

BQ

 

In artikel 5.1.3 wordt ‘op drie achtereenvolgende dagen’ vervangen door ‘drie achtereenvolgende dagen’.

 

BR

 

Artikel 5.1.5 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    Het opschrift komt te luiden:

    Artikel 5.1.5 Kampeermiddelen en andere voertuigen

  • 2.

    Het eerste lid, aanhef en onder a, komt te luiden:

    • 1.

      Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:

      • a.

        langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben;

  • 3.

    In het derde lid wordt ‘Het in het eerste lid gestelde verbod’ vervangen door ‘Het eerste lid’.

BS

 

Artikel 5.1.6 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    Het opschrift komt te luiden:

    Artikel 5.1.6 Reclamevoertuigen

  • 2.

    In het eerste lid vervalt de komma na ‘een aanduiding van handelsreclame’.

  • 3.

    In het tweede lid wordt ‘van dit verbod ontheffing verlenen’ vervangen door ‘ontheffing verlenen van het verbod’.

BT

 

Artikel 5.1.7 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    Het opschrift komt te luiden:

    Artikel 5.1.7 Grote voertuigen

  • 2.

    In het tweede lid wordt ‘waar dit parkeren’ vervangen door ‘waar dit’.

  • 3.

    Lid 3, 3a en 4 worden vervangen door:

    • 3.

      Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.

  • 4.

    Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.

  • 5.

    Het college kan ontheffing verlenen van de verboden.

BU

 

Artikel 5.1.8 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    Het opschrift komt te luiden:

    Artikel 5.1.8 Uitzichtbelemmerende voertuigen

  • 2.

    In het tweede lid wordt ‘geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor’ vervangen door ‘is niet van toepassing gedurende de tijd die nodig is voor’.

BV

 

Na artikel 5.1.9 wordt een nieuw artikel toegevoegd dat luidt als volgt:

 

Artikel 5.1.9a Parkeren anders dan op de rijbaan

  • 1.

    Het is verboden een voertuig te parkeren op een door het college aangewezen, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte.

  • 2.

    Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam.

BW

 

Artikel 5.1.10 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      In de aanhef wordt voor de dubbele punt aan het slot ingevoegd ‘op’.

    • b.

      In onderdeel a vervalt ‘op’.

    • c.

      In onderdeel b vervalt ‘op’ en wordt ‘door of vanwege de overheid; en’ vervangen door ‘in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam;’.

    • d.

      In onderdeel c vervalt ‘op’.

  • 2.

    In het derde lid wordt ‘van het verbod ontheffing verlenen’ vervangen door ‘ontheffing verlenen van het verbod’.

BX

 

Artikel 5.1.11 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het opschrift wordt ‘fiets of bromfiets’ vervangen door ‘fietsen of bromfietsen’.

  • 2.

    In het eerste lid vervalt de komma na ‘overlast’.

BY

 

Artikel 5.2.1 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    Aan het opschrift wordt toegevoegd ‘of leden- of donateurwerving’.

  • 2.

    In het eerste lid wordt na ‘aan te bieden’ ingevoegd ‘, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd’.

  • 3.

    Het tweede lid komt te luiden:

    • 2.

      Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

  • 3.

    Het derde lid wordt komt als volgt te luiden:

    • 3.

      Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden:

      • a.

        in besloten kring; of

      • b.

        door een instelling die is ingedeeld in het door het college voor het betreffende kalenderjaar vastgestelde collecte- en wervingsrooster, mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte- en wervingsrooster en met inachtneming van de door het college gegeven voorwaarden plaatsvindt; of

      • c.

        door een andere, door het college aangewezen instelling.

  • 4.

    Het vierde lid vervalt.

BZ

 

Artikel 5.2.2.1 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het opschrift wordt ‘Begripsomschrijving venten’ vervangen door ‘Definitie’.

 

  • 1.

    In het eerste lid vervalt de dubbele punt na ‘verstaan’.

  • 2.

    In het tweede lid onderdeel b vervalt ‘of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5.2.4 van deze verordening’.

CA

 

Artikel 5.2.3.1 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het opschrift wordt ‘Begripsomschrijving standplaatsen’ vervangen door ‘Definitie’

  • 2.

    In het eerste lid wordt ‘wordt verstaan onder standplaats:’ vervangen door ‘wordt onder standplaats verstaan’.

CB

 

Artikel 5.2.3.2, derde lid, komt te luiden:

  • 3.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning worden geweigerd als:

    • a.

      de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of

    • b.

      een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang; of

    • c.

      de standplaats in strijd is met het geldende bestemmingsplan.

CC

 

Artikel 5.2.3.4 wordt als volgt gewijzigd:

 

Artikel 5.2.3.4 Afbakeningsbepalingen

  • 1.

    Artikel 5.2.3.2, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het provinciaal wegenreglement.

  • 2.

    De weigeringsgrond van artikel 5.2.3.2, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.

CD

Artikel 5.3.8 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het eerste lid wordt ‘indien’ vervangen door ‘als’.

  • 2.

    In het vijfde lid wordt ‘Het eerste lid’ vervangen door ‘Het verbod’ en wordt na ‘de Provinciale Vaarwegenverordening,’ ingevoegd ‘, de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, een verordening van het waterschap’.

CE

 

Artikel 5.4.1 vervalt.

 

CF

 

Artikel 5.4.1a wordt hernummerd tot artikel 5.4.1 en wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

    In de aanhef wordt ‘Het verbod van het eerste lid’ vervangen door ‘Het verbod’ en vervalt ‘daarbij’

  • 2.

    In het derde lid wordt ‘Het verbod in het eerste lid’ vervangen door ‘Het verbod’.

CG

 

Artikel 5.4.2 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het tweede lid, aanhef, wordt ‘Het verbod van het eerste lid’ vervangen door ‘Het verbod’, vervalt ‘daarbij’ en in de onderdelen a, b en c vervalt ‘in het belang van’

  • 2.

    In het derde lid wordt in de aanhef ‘Het in het eerste lid gestelde verbod’ vervangen door ‘Het verbod’ en wordt in onderdeel a ‘Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990’ vervangen door ‘van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990’.

  • 3.

    In het vierde lid wordt in de aanhef ‘Het in het eerste lid gestelde verbod’ vervangen door ‘Het verbod’ en vervallen in onderdeel b de aanhalingstekens voor en na ‘toestel’.

  • 4.

    In het vijfde lid wordt ‘het in het eerste lid gestelde verbod’ vervangen door ‘het verbod’.

CH

 

Artikel 5.5.1, tweede lid, vervalt en wordt vervangen door een nieuw tweede en derde lid:

  • 2.

    Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:

    • a.

      verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

    • b.

      sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand;

    • c.

      vuur voor koken, bakken en braden.

  • 3.

    Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale milieuverordening.

CI

 

Artikel 5.6.1 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het opschrift wordt ‘Begripsomschrijving’ vervangen door ‘Definitie’.

  • 2.

    ‘ wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:’ wordt vervangen door ‘wordt onder incidentele asverstrooiing verstaan’.

CJ

 

In artikel 5.6.2, derde lid, wordt ‘het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen’ vervangen door ‘het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a’.

 

CK

 

In artikel 5.6.3 wordt ‘indien’ vervangen door ‘als’.

 

CL

 

In artikel 5.7.1, tweede lid wordt ‘Het in het eerste lid gestelde verbod’ vervangen door ‘Het verbod’.

 

CM

 

Artikel 6.1 wordt als volgt gewijzigd:

 

In het eerste lid wordt ‘de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften’ vervangen door ‘de daarbij op grond van artikel 1.4 gegeven voorschriften’.

Artikel II  

Dit besluit treedt in werking op de derde dag na de bekendmaking.

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering

van de raad van de gemeente Nijkerk

d.d. 31 januari 2019,

de griffier,

mevrouw A.G. VERHOEF-FRANKEN

de voorzitter,

de heer mr. drs. G.D. RENKEMA