Gemeenteblad van Lansingerland

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
LansingerlandGemeenteblad 2019, 320116Verordeningen



Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Lansingerland houdende regels omtrent de heffing en invordering van afvalstoffen (Verordening afvalstoffenheffing 2020)

De raad van de gemeente Lansingerland;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van de gemeente Lansingerland;

 

gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en artikel 149 Gemeentewet;

 

besluit vast te stellen de:

 

Verordening op de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing 2020 (Verordening afvalstoffenheffing 2020)

Artikel 1 Definities

  • 1.

    Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

  • 2.

    Medische indicatie: een schriftelijke verklaring van een huisarts of medisch specialist waarin wordt verklaard dat als gevolg van een chronische ziekte of handicap extra (medische) afvalstoffen moeten worden aangeboden.

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2.

    De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening wordt geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door;

    Eenpersoonshuishouden

    € 232,39

    Meerpersoonshuishouden

    € 290,49

  • 2.

    De belasting als bedoeld in lid 1 wordt vermeerderd voor het in bruikleen hebben van een extra container (= boven hetgeen volgens de gemeentelijke afvalstoffenverordening aan het perceel is verstrekt):

    Container van 140 liter, bestemd voor restafval, per container met

    € 64,00

    Container van 240 liter, bestemd voor restafval, per container met

    € 94,00

    Indien de container voor overig huishoudelijk afval is aangevraagd en wordt gebruikt in verband met een medische indicatie, is het bedrag van de vermeerdering

    € 0,00

Artikel 6 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9,--.

  • 4.

    Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.

  • 5.

    Belastingbedragen van minder dan € 9,-- worden niet geheven.

  • 6.

    Voor de toepassing van de bepalingen in het derde en vijfde lid, wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel 8 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in lid 1 en 2 van dit artikel gestelde termijnen.

Artikel 9 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De Verordening afvalstoffenheffing 2019 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van heffing is 1 januari 2020.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing 2020".

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Lansingerland in zijn openbare vergadering van 19 december 2019.

De griffier,

drs. Marijke Walhout