Gemeenteblad van Hoogeveen

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
HoogeveenGemeenteblad 2019, 318737Verordeningen



Verordening marktgelden 2020

De raad van de gemeente Hoogeveen,

Gelet op het voorstel van het college;

Gelet op artikel 216 en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b van de Gemeentewet;

Besluit:

Vast te stellen de:

Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2020.

(Verordening marktgelden 2020)

Artikel 1 Belastbaar feit

Onder de naam marktgelden worden rechten geheven ter zake van het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten, bestaande uit het ter beschikking stellen van een standplaats voor het uitoefenen van de markthandel en daarmee verband houdende handelingen en/of het gebruik van verstrekte hulpmiddelen.

Artikel 2 Belastingplicht

Het recht wordt geheven van degene aan wie de in artikel 1 bedoelde standplaats is toegewezen, dan wel van degene die de in artikel 1 bedoelde standplaats inneemt. 

Artikel 3 Maatstaf van heffing en tarief

  • 1.

    Het recht voor het hebben van een standplaats op één van de goederenmarkten bedraagt voor elke strekkende meter grond of gedeelte daarvan:

    • -

      per dag of gedeelte daarvan € 2,33

    • -

      per kalenderkwartaal € 23,95

    • -

      per kalenderjaar € 84,50

  • 2.

    Voor het gebruik van een stroomaansluiting op één van de goederenmarkten wordt, boven het in het eerste lid bedoelde recht, per kraam voor elke dag of gedeelte daarvan een recht geheven van:

    • a.

      wanneer de aansluiting die uitsluitend wordt gebruikt voor zwakstroom € 2,44

    • b.

      wanneer de aansluiting die uitsluitend wordt gebruikt voor krachtstroom € 5,02

  • 3.

    Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een eenheid van tijd of afmeting voor een geheel gerekend.

Artikel 4 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De rechten, waarop artikel 4 van toepassing is, zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten, in zoverre in afwijking van artikel 4, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor de dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Ontheffing wordt slechts verleend, indien het bedrag van de ontheffing tenminste 10,-- bedraagt.

Artikel 5 Wijze van heffing

De rechten worden geheven bij wege van een gedagtekende en van een doorlopend volgnummer voorziene nota, waarop het verschuldigde bedrag wordt vermeld.

Artikel 6 Tijdstip van betaling

  • 1.

    De rechten geheven over een dag of gedeelte daarvan moeten worden voldaan ter plaatse waar de markten worden gehouden.

  • 2.

    De rechten per kwartaal of per jaar moeten worden betaald binnen één maand na de dagtekening van de nota.

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in het tweede lid geldt dat, indien een automatische incasso is afgegeven voor het innen van de gemeentelijke heffingen, het belastingbedrag op de kennisgeving automatisch wordt afgeschreven in drie termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op of omstreeks de vijfentwintigste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 4.

    Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.

Artikel 7 Kwijtschelding

Bij de invordering van marktgelden wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 8 Nadere regels door het college

Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van marktgelden.

Artikel 9 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De Verordening marktgelden 2019, vastgesteld op 6 december 2018 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening marktgelden 2020.

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 12 december 2019.

De griffier, De voorzitter,

C. Elken-van Mierlo, K.B. Loohuis