Toelichting
Huisvestingsvergunning (artikel 1, eerste en derde lid)
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna te noemen: het college) beslist op grond van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (hierna: de Huisvestingsverordening) op aanvragen voor een huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014. Naast verlenen of weigeren van een huisvestingsvergunning, kan het college ook een verleende huisvestingsvergunning intrekken.
Sinds 1 januari 2015 worden deze huisvestingsvergunningen in mandaat afgegeven door woningcorporaties, die lid zijn van de Amsterdamse Federatie van woningcorporaties. Het mandaat wordt door middel van dit besluit vernieuwd vanwege de nieuwe Huisvestingsverordening per 1 januari 2020.
Het mandaat omvat het verrichten van handelingen ter voorbereiding om te kunnen beslissen op aanvragen voor een huisvestingsvergunning. Dergelijke handelingen zijn onder meer het verzoeken om aanvulling van een ingediende aanvraag, het met toepassing van artikel 4:5 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling laten van een onvolledige aanvraag, het toepassen van in de Huisvestingsverordening opgenomen voorrangsregelingen in verband met de aard, grootte of prijs van de te huur aangeboden woonruimte, het labelen van individuele woningen bedoeld in artikel 2.4.4 van de Huisvestingsverordening, of het toepassen van eveneens in de Huisvestingsverordening opgenomen voorrangsregelingen voor woningzoekenden met lokale of regionale binding.
Voor de volledigheid wordt hier opgemerkt dat het mandaat niet de behandeling van en het beslissen op bezwaren, gemaakt tegen besluiten op aanvragen om huisvestingsvergunningen, betreft. Dergelijke bezwaren zullen volgens de gemeentelijke bezwaarprocedure behandeld worden.
Stadsvernieuwingsurgentieverklaring (artikel 1, tweede lid)
De stadsvernieuwingsurgentie is neergelegd in artikel 2.6.8, eerste lid, onderdeel c, van de Huisvestingsverordening en is uitgewerkt in de hierbij horende Nadere regels 3 en 4.
Een stadsvernieuwingsurgentieverklaring kan alleen worden afgegeven indien voor de betreffende woonruimte door het college een peildatumbesluit is genomen. De directie Wonen is gemandateerd voor het nemen van deze peildatumbesluiten.
De uiteindelijke verlening van stadsvernieuwingsurgentieverklaring wordt uitgevoerd door de betreffende woningcorporatie, die eigenaar is van de woonruimte die wordt gerenoveerd dan wel gesloopt.