Gemeenteblad van Brummen

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
BrummenGemeenteblad 2019, 316346Beleidsregels



INTEGRALE NOTA ‘ONDERSTEUNING VAN MENSEN MET EEN LAAG INKOMEN EN/OF FINANCIELE PROBLEMEN’ GEMEENTE BRUMMEN

Kenmerk Z037919/D315728

 

DE RAAD VAN DE GEMEENTE BRUMMEN,

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 november 2019 met kenmerk D315721;

Gehoord het behandeladvies van de gecombineerde forumvergadering van 04 december 2019;

HEEFT BESLOTEN:

 

1. Het beleidsplan ‘Integrale ondersteuning voor mensen met een laag inkomen en/of financiële problemen 2020-2023’, zijnde het beleid rondom minimaondersteuning, schuldhulpverlening en invoering van De Voorzieningenwijzer, vast te stellen.

 

1. Integraal armoedebeleid en kaders

Inzet op armoedebestrijding is van groot belang om het welzijn van onze inwoners te vergroten. Financiële problemen of armoede staan niet op zichzelf en staan ontwikkeling en participatie in de weg. Het werkt door in andere leefgebieden zoals de zorg voor de kinderen, schaamte, verminderd werkplezier, slechter wordende gezondheid door verhoging van stress en verlaging van draagkracht. Daarom benaderen we armoedeproblematiek in Brummen integraal met deze nota ‘ondersteuning van mensen met een laag inkomen en/of financiële problemen’.

De voorgaande nota (2018 t/m 2021) is met deze nota geactualiseerd. Met name de koerswijziging in de minima-ondersteuning, vastgesteld door de gemeenteraad in de Perspectiefnota 2020/2023, maakt actualisatie voor 2020 nodig. Maar ook de opgedane ervaringen en inzichten vanuit de praktijk, een brief van de rekenkamercommissie en het aanstellen van een andere uitvoeringsorganisatie binnen de schuldhulpverlening, hebben tot een aantal wijzigingen geleid. Deze zijn verwerkt.

 

Deze kadernota met twaalf uitgangspunten, geeft een duidelijke visie en richting in waar we in Brummen de aankomende jaren op inzetten en waarom. Hoe de praktische uitvoering wordt gerealiseerd, is opgenomen in de uitvoeringsplannen ‘minimaregelingen’ en ‘schuldhulpverlening en inkomensbeheer’. Deze stelt het college vast.

1.1 Wettelijk kader

Het wettelijk kader voor deze nota ligt in:

- de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs),

- de Participatiewet en

- de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo).

Wgs

De Wgs is een kaderwet die bestaat sinds 2012. Deze wet maakt de gemeente verantwoordelijk voor het bieden van schuldhulpverlening aan haar inwoners. Het verplicht het college om minimaal eens in de vier jaar een nota schuldhulpverlening vast te stellen die aan een aantal voorwaarden voldoet. Daarin dient onder andere speciale aandacht te zijn voor preventie en de aanpak van armoede onder kinderen. Dit is reden geweest voor Brummen om de minima-ondersteuning en schuldhulpverlening in één integrale kadernota te borgen.

Participatiewet

De opgave aan gemeenten is om mensen te ondersteunen in het maximaal participeren op de arbeidsmarkt. En waar werk niet mogelijk is, in te zetten op zo maximaal mogelijk meedoen in de samenleving. Ook mensen met een (tijdelijke) arbeidsbeperking behoren tot deze groep. Om maximaal te kunnen participeren/werken is realisatie van een aantal randvoorwaarden nodig, waaronder een aantal op financieel vlak. In deze nota is de Brummense aanpak voor (het ondersteunen van) financiële zelfredzaamheid geborgd.

Wmo

Vanuit de Wmo zijn gemeenten verantwoordelijk om mensen te ondersteunen in zelfredzaamheid en participatie. Een belangrijke taak van de gemeente is om mensen zo veel mogelijk zelf in staat te stellen regie over hun leven te kunnen (blijven) voeren. Voor de groep mensen met een relatief laag inkomen, draagt de minima-ondersteuning hier aan bij.

 

1.2 Programmadoelen

De programmadoelen van het college in het coalitieakkoord uit 2017 zijn leidend voor het te vormen beleid en daaruit vloeiende uitvoering. De voorliggende nota is ondersteunend in het behalen van 7 van de 9 (de nummers 3 en 6 niet) doelen. Per programmadoel is kort uiteengezet hoe deze nota een bijdrage levert aan het behalen van deze doelen.

Programmadoel 1: De vraag van de inwoner en versterking van de zelfredzaamheid en eigen regie staat centraal

De versterking van eigen regie en zelfredzaamheid staat in deze nota centraal. Daar dragen we aan bij door de ondersteuning laagdrempelig te maken een algemene voorziening schuldhulpverlening vorm te geven. We zetten in op voorlichting en communicatie van de ondersteuningsmogelijkheden en bieden minima een instrument om het financiële huishouden te optimaliseren.

Programmadoel 2: We bieden integrale zorg en ondersteuning volgens het uitgangspunt 1 gezin 1 plan 1 regisseur en het leefringenmodel

Financiële problematiek of schaarste staat in de basis niet op zichzelf. Daarom is het van belang om bij financiële schaarste en problematiek verder te kijken dan de financiële hulpvraag die een inwoner heeft. Met dit beleidsplan brengen we de manier van werken binnen de schuldhulpverlening volledig in lijn met het leefringenmodel. Ook de aanpak ‘1 gezin, 1 plan, 1 regisseur’ wordt in de praktijk en het proces doorgevoerd waarin het Team voor Elkaar een belangrijke rol heeft.

Programmadoel 4: Minder gebruik van individuele en maatwerkvoorzieningen

We zetten in op het zoveel mogelijk behouden danwel aanleren van competenties die mensen nodig hebben om zelf op een verantwoorde manier hun geldzaken en administratie te verzorgen. Preventie en vroegsignalering spelen daarin een belangrijke rol. Om zoveel mogelijk te voorkomen dat maatwerkvoorzieningen nodig zijn, is een algemene voorziening nodig waar mensen met vragen over geld en/of administratie terecht kunnen. Daarmee bieden we een lage drempel en krijgt een inwoner snel en adequaat de faciliteiten en/of ondersteuning geboden die nodig zijn. Van een dergelijke algemene voorziening gaat een signalerende en preventieve werking uit om problematische schulden te voorkomen of in een vroeg stadium aan te kunnen pakken.

Programmadoel 5: We verbeteren de samenwerking tussen stakeholders in de zorg en de samenredzaamheid in de samenleving

Als we integraal willen werken, is effectieve en efficiënte samenwerking nodig. Het zijn de professionals, maar ook de betrokken inwoners die dat gezamenlijk kunnen realiseren. Waar het de schuldhulpverlening betreft zijn dit primair de medewerkers van het Steunpunt Geld & Administratie van de SWB en vrijwilligers van het BAC (Budget Advies Centrum), PlanGroep als uitvoerder van de schuldregelingen en het Team voor Elkaar. Maar ook de verslavingszorg, diaconieën, voedselbank, lokale fondsen en stichtingen, de woningcorporatie, gemeente, grote schuldeisers, inkomensbeheerders en zorginstellingen hebben in dit proces een belangrijke rol.

Programmadoel 7: Ieder kind kan gezond en veilig opgroeien en zich ontwikkelen tot een inwoner die vanuit eigen kracht naar vermogen volwaardig participeert in onze samenleving

Kinderen die opgroeien in armoede hebben een driemaal grotere kans op financiële problemen als zij volwassen zijn, dan leeftijdsgenoten. Inzet op kinderen en ondersteunen van hun participatiemogelijkheden, zijn zowel curatief als preventief van groot belang. Zij kunnen zich niet optimaal ontwikkelen zonder extra ondersteuning. Door hen te ondersteunen in zaken die de ouders zich financieel niet kunnen veroorloven, vervullen we in Brummen onze gemeentelijke rol vanuit de minima-ondersteuning. Daarnaast is het aanleren van competenties die zij nodig hebben om in de toekomst verantwoord met geld om kunnen gaan, van belang.

Programmadoel 8: We versterken de positieve gezondheidsbeleving van inwoners

Financiële problemen en schaarste zorgen voor stress. Dat is niet los te zien van gedrag, participatiemogelijkheden en gezondheid. Financiële stress leidt tot (financieel) minder verantwoorde beslissingen voor de lange termijn. Onderzoek uit 2017 toont aan dat ruim 30% van de uitkeringsgerechtigden (mensen met weinig financiële middelen) psychische hulp heeft. Dat is driemaal zo hoog als onder de werkenden. De uitkeringsgerechtigden gezamenlijk zijn verantwoordelijk voor ruim 58% van de zorgkosten in Nederland. Door inwoners te ondersteunen zich zo goed mogelijk te verzekeren voor de zorgkosten, verkleinen we op het gebied van zorg de financiële risico’s voor inwoners. Zo dragen we bij aan positieve gezondheid.

Programmadoel 9: We voeren de taken voortkomend uit de Wet maatschappelijke ondersteuning, Jeugdwet en Participatiewet uit binnen het totaal beschikbare budget van het Rijk

Voor de taken uit deze nota is geen geoormerkt Rijksbudget beschikbaar. Financiering komt ten laste van de algemene middelen. Er zijn zorgvuldige keuzes gemaakt waarin naast kwaliteit ook de financiële lasten een belangrijke rol spelen. Daarin is voornamelijk gekeken naar het beoogde effect en de mate van efficiëntie, afgewogen tegen (uitvoerings)kosten. Ten opzichte van de voorgaande nota zijn bezuinigingen en een wijziging in de ondersteuning doorgevoerd. Zo beogen we betere zorg met minder (gemeentelijke financiële) middelen voor inwoners te realiseren.

 

1.3 Wanneer zijn we tevreden

  • 1.

    In Brummen hebben we een hoog ambitieniveau. We vinden het belangrijk dat zowel kwalitatief als kwantitatief de minima-ondersteuning en schuldhulpverlening goed functioneren. Onderstaande prestatie-indicatoren geven een beeld van de resultaten die we minimaal willen behalen. Wanneer zij aan het eind van deze beleidsperiode behaald zijn, zijn we tevreden.

  • 2.

    De minimaregelingen voor huishoudens en volwassenen met een inkomen tot 110% van de geldende bijstandsnorm worden door minimaal 75% van de doelgroep benut.

  • 3.

    In het rechtmatig gebruik van de kindregelingen zien we een verhoging van minimaal 5% ten opzichte van 2018.

  • 4.

    Het gebruik van de algemene voorziening schuldhulpverlening stijgt jaarlijks met minimaal 10%.

  • 5.

    We bereiken met schuldhulpverlening minimaal 2,5% meer van onze inwoners dan landelijk gemiddeld.

  • 6.

    Meer gebruik van schuldhulpverlening tot een stijging van 10% wordt binnen de budgetbegroting opgevangen.

  • 7.

    Minimaal 90% van de aanmeldingen en intakes schuldhulpverlening worden binnen de door de Nvvk gestelde termijnen afgerond.

  • 8.

    Er zijn in de uitvoering samenwerkingsverbanden gerealiseerd met niet-gemeentelijke initiatieven.

  • 9.

    Zowel het Team voor Elkaar als het Steunpunt Geld & Administratie en PlanGroep beoordelen de onderlinge samenwerking met minimaal het cijfer 7.

 

2. Uitgangspunten

De uitgangspunten in deze nota zijn het fundament voor de onderliggende uitvoeringsplannen die het college vaststelt. Waar we op inzetten en waarom is het kader waar de raad over beslist en met deze nota vaststelt. De uitvoeringsplannen die invulling geven aan hoe en door wie de inzet wordt verzorgd, stelt het college vast en worden jaarlijks geëvalueerd.

 

2.1 Beleidsoverkoepelend

Uitgangspunt 1 : De inkomensgrens voor minimaregelingen is drieledig van 110% tot 130% van de geldende bijstandsnorm

We onderscheiden 3 categorieën:

- Gezins- en volwassenenregelingen 110% geldende bijstandsnorm

- Kindregelingen 120% geldende bijstandsnorm

- Voorzieningenwijzer 130% geldende bijstandsnorm

 

Toelichting

Ten opzichte van voorgaand beleid is de gemeentepolis verdwenen en de VoorzieningenWijzer ingevoerd. De norm voor gezins- en kindregelingen blijft zoals deze was. Waar voorheen voor de gemeentepolis een inkomensgrens van maximaal 150% gold, houden we voor de VoorzieningenWijzer een grens van 130% aan. Deze grens staat gelijk aan de hoogte van het wettelijk minimum loon. De reden hiervoor is dat in de groep 120%-150% een relatief laag aantal inwoners gebruik maakte van de gemeentepolis. De inkomensgrens voor de VoorzieningenWijzer hanteren we minder hard dan die voor de overige regelingen. Dat wil zeggen dat het Team voor Elkaar vanuit haar discretionaire bevoegdheid inwoners de VoorzieningenWijzer als ondersteuningsinstrument aan kan bieden als zij dat, ondanks een te hoog inkomen en gebrek aan schulden, nodig acht.

 

Uitgangspunt 2 : Inwoners met problematische schulden kunnen, ongeacht de hoogte van het inkomen, gebruik maken van alle ondersteuningsregelingen voor minima

Er moet voldaan worden aan de voorwaarden van een laag (of laag besteedbaar) inkomen. Een laag inkomen wordt gelijkgesteld met 100% van de geldende bijstandsnorm. Van een laag inkomen is sprake indien:

- er sprake is van problematische schulden conform de richtlijn van de Nvvk (Nederlandse vereniging voor sociaal bankieren, brancheorganisatie schuldhulpverlening; en

- er een actief schuldhulpverleningstraject is begeleid vanuit het Steunpunt Geld & Administratie (of vrijwilligers vanuit het BAC), PlanGroep en/of een bij de NVVK aangesloten organisatie, danwel een begeleid voortraject daarvan geïndiceerd door het TvE; en

- het feitelijk besteedbaar inkomen aantoonbaar gelijk is aan of lager dan het vrij te laten bedrag (relatief maximaal 95% van de bijstandsnorm), vastgesteld conform de Recofa methode.

 

Toelichting

Op het moment dat er sprake is van financiële schaarste, staan in de te nemen financiële beslissingen de eerste levensbehoeften en behoeften op korte termijn centraal. Dat komt participatie in de samenleving, ontspannen vrijetijdsbesteding van kinderen en het vinden van werk niet ten goede. Door inwoners met problematische schulden die werken aan een oplossing toegang te geven tot de ondersteuningsregelingen voor minima, kunnen ook zij zo volwaardig mogelijk deelnemen in de samenleving.

 

Uitgangspunt 3: We zetten erop in dat zo veel mogelijk mensen die recht hebben op de voorzieningen hier gebruik van maken

Onder voorzieningen wordt verstaan:

- ondersteuningsregelingen voor minima

- schuldhulpverlening (preventief en curatief)

 

Toelichting

Het gebruik van de ondersteuningsregelingen in 2016 voor minima was in Brummen 5% hoger dan het landelijk gemiddelde van 65%, namelijk 70%. In 2018 was dit percentage gelijk aan 2016. De schuldhulpverlening is ingeschat als gelijk aan het landelijk gemiddelde. Dat laatste is zorgelijk, wetende dat slechts 11% van de mensen die problematische schulden zich tot de schuldhulpverlening wendt. Financiële schaarste werkt op alle leefgebieden door binnen een huishouden of gezin. Daarom is de noodzaak groot om te focussen op het bereiken van zo veel mogelijk inwoners die recht hebben op ondersteuningsregelingen voor minima en schuldhulpverlening. De gemeente heeft hierin een belangrijke voorlichtende rol en een taak om de voorzieningen zo toegankelijk mogelijk te maken.

 

Uitgangspunt 4: We houden de uitvoeringskosten zo laag mogelijk

 

Toelichting

Bij de inzet van middelen zijn kosten en personele inzet voor de uitvoering onvermijdelijk. Die kosten houden we beperkt. Dat betekent dat we alert zijn in hoe we de financiën besteden, we kritisch zijn op de hoeveelheid nodige ambtelijke capaciteit, de uitvoering zo eenvoudig mogelijk maken en we scherp zijn op externe middelen waar aanspraak op gemaakt kan worden. Waar mogelijk zoeken we de samenwerking met niet-gemeentelijke-initiatieven om elkaar hierin te versterken.

 

2.2 Minima-ondersteuning

Uitgangspunt 5: Minimaregelingen richten zich op het verhogen van (financiële) draagkracht, participatie, gedrag en/of gezondheid

 

Toelichting

Het doel van de gemeentelijke inzet is om het versterken van eigen kracht en zelfredzaamheid van de kwetsbare inwoner te stimuleren. Dit doen we door de ondersteuning in te zetten ter bevordering van draagkracht en participatie in de samenleving, het aanleren van vaardigheden en gedrag rondom financiële zelfredzaamheid en de inwoner in staat te stellen te werken aan de gezondheid.

 

De minimaregelingen voor volwassenen met inkomens tot 110%

 

Bijdrage D iftar en rioolheffing

Voorheen betaalden minima die meer dan gemiddeld de afvalcontainers ledigde, de meerkosten. Anders dan voorheen verstrekken we nu een bijdrage die altijd gelijk is aan de hoogte van de aanslag afvalstoffen en rioolheffing. De uitvoeringskosten van het doorrekenen en innen van de meerkosten, wogen niet op tegen de opbrengsten.

 

Participatiebudget

Eens per jaar kan iedere volwassene een persoonlijk budget aanvragen ten behoeve van sport-, cultuur, of participatiedoeleinden. Het budget bedraagt maximaal € 180,- en wordt verstrekt in natura of op declaratiebasis. Voor inwoners die kunnen zwemmen valt ook een zwempas bij Rhienderoord om onbeperkt vrij te kunnen zwemmen onder deze regeling.

 

Lidmaatschap bibliotheek

Iedere volwassene heeft gratis toegang tot een lidmaatschap van de bibliotheek.

 

De minimaregelingen voor kinderen met inkomen van de ouder(s) /verzorger(s) tot 120%

 

Zwemdiploma A en B

Ieder kind vanaf 5 jaar kan zwemdiploma A en daarop volgend diploma B behalen. Kinderen die onvoldoende mee kunnen met de reguliere zwemlessen, krijgen via een maatwerkvoorziening na toetsing van het TvE toegang tot aangepaste lessen.

 

Sport , muziek en/of cultuur

Ieder kind vanaf 4 jaar kan gratis lid worden of blijven van één sport-, muziek en/of cultuurvereniging. De deelnemende vereniging/club ontvangt een tegemoetkoming van maximaal € 120,- per jaar. De gemeente vergoedt niet meer dan de kosten van een regulier lidmaatschap. De eventuele meerkosten boven

€ 120,- neemt de club/vereniging voor haar rekening.

 

Fashioncheque

Ieder kind die woonachtig is in een gezin/huishouden die gebruik maakt van minimaal één ondersteuningsregeling, ontvangt jaarlijks een Fashioncheque. De waarde van de cheque is € 50,- voor kinderen van 4 tot en met 12 jaar en € 75,- voor kinderen van 13 tot 18 jaar.

 

Ouderbijdrage basisschool

Ouders die gebruik maken van minimaal één ondersteuningsregeling, ontvangen jaarlijks per kind van 4 tot en met 12 jaar een voucher voor de (vrijwillige) ouderbijdrage. Deze bon kunnen de ouders bij de basisschool binnen de gemeentegrenzen van Brummen inleveren, waarna de gemeente de school € 35,- vergoedt. De eventuele meerkosten neemt de school voor haar rekening.

 

Individueel stimuleringsbudget

Voor kinderen van 4 tot 18 jaar heeft het Team voor Elkaar een stimuleringsbudget van in totaal € 5.000,-tot haar beschikking. Het Team voor Elkaar zet naar eigen inzicht dit bedrag in om participatie op individuele gronden te ondersteunen. In de basis een eenmalige inzet voor een specifiek doel. De bijdrage is gemaximaliseerd op € 250,- per kind. Zo kan bijvoorbeeld een kind op individuele indicatie meedoen aan een buitenlesactiviteit van school of een cursus of training volgen.

 

De minimaregeling voor huishoudens met inkomens tot 1 3 0%

 

De Voorzieningenwijzer

Ieder huishouden kan eens in de drie jaar de VoorzieningenWijzer afnemen. Een onafhankelijk consulent komt op huisbezoek en neemt daar aan de hand van een slimme applicatie met de inwoner op 5 thema’s het financiële huishouden door. De thema’s zijn:

- Rijksbelasting

- Toeslagen

- Zorg(verzekering)

- Gemeentelijke minima-ondersteuning en bijzondere bijstand

- Energie

Aan het eind van het jaar zijn er in de gemeente meerdere overstapbijeenkomsten waar inwoners worden geholpen om een overstap in de zorgverzekering te realiseren. Deze bijeenkomst is voor iedere minima jaarlijks toegankelijk. Kinderen (onder de 18 jaar) zijn gratis meeverzekerd.

 

Uitgangspunt 6 : Ondersteuning wordt verstrekt in natura of via een vergoeding op declaratiebasis

 

Toelichting

We vinden het in Brummen belangrijk dat de bestede middelen zo veel mogelijk rechtmatig worden verstrekt en besteed aan het daarvoor bestemde doel. Tegelijkertijd vinden we het als gemeente heel belangrijk dat de ondersteuning aansluit bij de behoefte van inwoners en dat zij in staat worden gesteld zelf keuzes te maken en de regie te voeren. Daarin willen we inwoners zo min mogelijk beperken. Via het inwonerspanel in 2017 is naar de mening van inwoners gevraagd ten behoeve van het verstrekken van geld aan minima. Het merendeel is hier geen voorstander van. Het heeft de voorkeur om de rekeningen van ondersteuning voor de minima te voldoen. Zo is zeker gesteld dat de inzet ten goede komt aan het beoogde doel. Door de minimaondersteuning bij voorkeur in natura te verstrekken, maar ook de mogelijkheid te bieden om op declaratiebasis de gemeentelijke bijdrage te voldoen, vinden we aansluiting bij de voorkeur van inwoners en de wensen van de doelgroep.

 

Uitgangspunt 7 : Breed aanbod aan ondersteuningsregelingen voor kinderen

Onder kinderen verstaan we:

- Kinderen in de leeftijd 4 tot 18 jaar

- Feitelijk hoofdverblijf in de gemeente Brummen, ongeacht woonplaats ouders/verzorgers

 

Toelichting

Vanuit de Wgs heeft de gemeente de verplichting om vast te stellen op welke wijze (gezinnen met) minderjarige kinderen in een financieel arme omgeving ondersteund worden. In Brummen doen we dat door, mede met inzet van de extra structurele financiële middelen vanuit het Rijk, een breed aanbod aan ondersteuningsregelingen voor kinderen te bieden. De kaders daarvoor stelt de raad vast onder uitgangspunt 5. De uitvoering stelt het college vast in het uitvoeringsplan minima-ondersteuning.

 

2.3 Schuldenproblematiek

Uitgangspunt 8: De schuldhulpverlening richten we in Brummen in conform het leefringenmodel

 

Toelichting

Binnen het sociale domein werken we in Brummen conform het leefringenmodel. Bekeken wordt wat de inwoner zelf kan en/of met behulp van zijn sociale omgeving. Biedt dat geen oplossing, dan zijn er algemene voorzieningen waar gebruik van gemaakt kan worden en waar ook dit geen uitkomst biedt, zijn er individuele voorzieningen die op indicatie van het Team voor Elkaar ingezet worden.

Ook voor de schuldhulpverlening sluiten we hierbij aan. Dat wil zeggen dat de schuldhulpverlening bestaat uit een deel algemene voorziening en een deel individuele voorziening waarin het TvE een regierol heeft.

 

De algemene voorziening, het Steunpunt Geld & Administratie van de Stichting Welzijn Brummen (SWB), richt zich op het toegankelijk en zonder aanvraag of inkomensgrens faciliteren en ondersteunen van lichte financiële en administratieve hulpvragen. Hiertoe behoort ook de inzet van vrijwilligers. Het Budget Advies Centrum (BAC) verzorgt deze taak, onder de vlag van het steunpunt. De individuele voorziening richt zich op inwoners met problematische schulden voor wie een schuldsaneringstraject nodig is of lijkt. Het Team voor Elkaar heeft hierin een belangrijke taak, evenals het steunpunt en een gecontracteerd Nvvk-lid. Sinds 2019 is PlanGroep de uitvoeringsorganisatie voor schuldregelingstrajecten en budgetbeheer.

 

Uitgangspunt 9: Binnen de schuldhulpverlening wordt gewerkt conform de richtlijnen van de Nvvk

 

Toelichting

De Nvvk is de branchevereniging van schulphulpverlening en sociaal bankieren. De beginselen en werkwijze van de Nvvk zijn in Nederland geaccepteerd, breed bekend en in de basis kwalitatief goed. Daarom is het logisch om hierbij aan te sluiten en met een bij de Nvvk aangesloten partij samen te werken. Binnen de richtlijnen van de Nvvk en haar gedragscode ligt ruimte om aansluiting te vinden bij de lokale behoefte en structuur. De basisbeginselen en maximale doorlooptijden van de Nvvk zijn een goede basis om prestatieafspraken met de contractpartijen op te maken.

 

Onderstaand een overzicht met de Nvvk-modules die we in Brummen inzetten, de aangewezen professional om de module te verzorgen en de maximale looptijd. Partijen rapporteren hierover minimaal eens per kwartaal in een managementrapportage. Deze wordt indien hiertoe aanleiding is, denk aan overschrijding van maximale termijnen, besproken waarna een verbeterplan volgt. De aantallen en doorlooptijden worden gemonitord en meegenomen in de jaarlijkse evaluatie.

 

Module

Uitvoerder

Maximale looptijd

Crisisinterventie

TvE en Steunpunt en PlanGroep

Binnen 72 uur opgepakt

Aanmelding

TvE of Steunpunt

7 dagen

Adviesgesprek / intake

Steunpunt en PlanGroep

4 wk na aanmelding gesprek,

8 wk na aanmelding beschikking

Stabilisatie

Steunpunt

4 maanden

Minnelijke schuldregeling

PlanGroep

4 maanden

Wsnp (evt incl dwangakkoord)

PlanGroep

1 maand

Heronderzoek (bij geslaagd traject)

PlanGroep

Jaarlijks voor de duur van 3 jaar

Nazorg

Steunpunt

3 / 6 mnd na einde traject

Preventie

Gemeente/TvE en Steunpunt

Geen termijn

Inkomensbeheer

PlanGroep

3 maanden

 

Uitgangspunt 10: In beginsel worden inwoners niet uitgesloten van schuldhulpverlening

 

Toelichting

De Wgs stelt dat de gemeente vast moet stellen in welke gevallen inwoners uit worden gesloten van schuldhulpverlening. Uitsluiting, daar nemen we in Brummen afstand van. Iedereen die hulp nodig heeft, moet met die hulpvraag ergens terecht kunnen. Waar een oplossing voor de schulden niet haalbaar is, wordt gestreefd naar de hoogst haalbare stabiliteit door in te zetten van of te verwijzen naar benodigde hulpverlening. Enkel in uitzonderlijke gevallen wordt een inwoner uitgesloten van schuldhulpverlening voor de maximale duur van 1 jaar.

 

Het gegeven dat we inwoners niet uitsluiten van schuldhulpverlening, betekent helaas niet dat we iedereen (op korte termijn) kunnen helpen naar een schuldenvrij bestaan. Vanuit het beginsel dat we niemand uitsluiten, bieden we iedereen toegang tot de modules aanmelding en advies/intake. Uit het advies- of intakegesprek kan om zeer uiteenlopende redenen blijken dat schuldhulpverlening nog niet mogelijk is. In dat geval wordt een gespreksverslag gemaakt, ook plan van aanpak genoemd, en in kaart gebracht wat nodig is om in de toekomst wellicht wel de schulden aan te kunnen pakken. Zo nodig wordt warm overgedragen naar de daarvoor nodige hulpverlening. Hoewel een inwoner dan (met een beschikking) wordt afgewezen voor schuldhulpverlening, hebben we wel zo veel mogelijk de nodige en mogelijke hulp geboden. Op deze manier stellen we de inwoner en niet het systeem centraal en krijgt iedereen een passend antwoord op zijn of haar individuele hulpvraag.

 

Uitgangspunt 11: Budgetbeheer heeft een zo kort mogelijke looptijd

 

Toelichting

Budgetbeheer is een manier om mensen tijdelijk te ondersteunen in het verantwoord beheren van de inkomsten en uitgaven. In Brummen zien we budgetbeheer in beginsel als tijdelijk middel. Het voordeel van budgetbeheer is dat overzicht en stabiliteit wordt gecreëerd. Het nadeel van langdurige inzet van budgetbeheer is dat het de eigen regie en zelfredzaamheid negatief beïnvloedt. Langdurig budgetbeheer wordt alleen ondersteund in het geval dit een voorliggende voorziening voor beschermingsbewind biedt. Is dit niet het geval, kent budgetbeheer een maximale looptijd van 3 jaar. Uitzondering daarvoor kan enkel zijn dat verlenging van die termijn nodig is in het kader van een schuldhulpverleningstraject.

 

De gemeente Brummen heeft in het kader van schuldhulpverlening na aanbesteding een budgetbeheerder gecontracteerd, namelijk PlanGroep. Maar we hechten waarde aan de keuzevrijheid van de inwoner. Iedere inwoner mag zelf de keuze maken voor een budgetbeheerder. Indien de inwoner recht heeft op een vergoeding van de kosten voor budgetbeheer, bijvoorbeeld vanwege schuldenproblematiek of een laag inkomen en kiest voor een andere budgetbeheerder, dan vergoedt de gemeente maximaal de kosten die zij anders aan PlanGroep had betaald voor het afnemen van deze voorziening.

 

Uitgangspunt 12: We zetten in op vroegsignalering , preventie en nazorg

 

Toelichting

Door in te zetten op vroegsignalering, preventie en nazorg zorgen we er voor dat zo veel en zo lang mogelijk inwoners zelf in staat zijn regie op hun eigen leefsituatie te behouden. Dat is een belangrijke uitwerking van het leefringenmodel. Onderzoek wijst uit dat iedere € 1,- aan investering in preventie en nazorg op lange termijn een terugverdieneffect heeft van € 2,40 aan maatschappelijke kosten. Los van het financiële inverdieneffect, is voorkomen per definitie beter dan genezen want schuldenproblematiek geeft een zware belasting op alle leefgebieden. Daar is structurele, maar vooral innovatieve en doelgroepgerichte inzet voor nodig. Hoe hieraan invulling wordt gegeven, legt het college vast in het uitvoeringsplan schuldhulpverlening.

 

 

Dit besluit is genomen tijdens de openbare raadsvergadering van 19 december 2019.

De raad van de gemeente Brummen,

De griffier (plv.), D.D. Balduk

De voorzitter A.J. van Hedel