Gemeenteblad van Hoogeveen

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
HoogeveenGemeenteblad 2019, 314396Overige besluiten van algemene strekking



Besluit begraafplaatsen 2020

Het college van de gemeente Hoogeveen;

gelet op de Verordening begraafplaatsen 2020;

Besluit

vast te stellen regels met betrekking tot:

 

I. de inrichting en indeling van de begraafplaatsen;

II. vereisten voor begravingen en bijzettingen;

III. het beheer en de administratie van de begraafplaatsen;

IV. de uitgifte van graven en rechten;

V. gedenktekens en grafbeplantingen;

VI. onderhoud van de grafbedekking.

 

Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    begraafplaatsen:

    de begraafplaatsen te:

    i. Elim, gelegen aan de Carstensdijk;

    ii. Hollandscheveld, gelegen aan de Kerkhoflaan;

    iii. Hoogeveen, de oude begraafplaats gelegen aan de Zuiderweg;

    iv. Hoogeveen, de nieuwe begraafplaats gelegen aan de Zuiderweg;

    v. Nieuwlande, gelegen aan de Boerdijk;

    vi. Nieuweroord, gelegen aan de Middenraai;

    vii. Pesse, gelegen aan de Hoogeveenseweg;

    viii. Stuifzand, gelegen aan de Hoofdweg;

    ix. Tiendeveen, gelegen aan de Kerkweg;

    x. Fluitenberg, begraafplaats Zevenberg gelegen aan de Fluitenbergseweg;

  • b.

    particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    i. het doen begraven en begraven houden van lijken;

    ii. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urn;

    in voorgaande verordeningen ook wel eigen graf genoemd;

    onder particulier graf wordt mede begrepen: particulier dubbelgraf, particulier galerijgraf, particulier kindergraf, particuliere grafkelder, urnenkelder en urnennis;

  • c.

    particulier dubbelgraf: twee naast elkaar of onder elkaar gelegen particuliere graven die gelijktijdig worden uitgegeven;

    in voorgaande verordeningen ook wel eigen graf genoemd;

  • d.

    particuliere grafkelder: een betonnen of gemetselde ruimte, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    i. het doen begraven en begraven houden van lijken;

    ii. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbusbussen met of zonder urn;

  • e.

    particulier galerijgraf: een graf in een kamer in het Transcedron waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    i. het doen bijzetten of bijgezet houden van lijken;

    ii. het doen bijzetten of bijgezet houden van asbussen met of zonder urn;

  • f.

    particulier kindergraf: een graf, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    i. het doen begraven en begraven houden van lijken van levenloos geboren kinderen, alsmede van kinderen tot 12 jaar;

    ii. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen zonder urn van levenloos geboren kinderen, alsmede van kinderen tot 12 jaar;

    iii. het doen bijzetten en bijgezet houden van maximaal 2 asbussen zonder urn van een volwassene nadat een begrafenis of bijzetting van een asbus zonder urn van een levenloos geboren kind of kind tot 12 jaar heeft plaatsgevonden;

    in voorgaande verordeningen ook wel eigen graf of kindergraf genoemd;

  • g.

    urnenkelder: een particuliere kelder waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urn;

    in voorgaande verordeningen ook wel eigen urnengraf of eigen urnenkelder genoemd;

  • h.

    urnennis: een particuliere nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het daarin doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urn;

    in voorgaande verordeningen ook wel eigen urnennis genoemd;

  • i.

    algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;

  • j.

    algemeen kindergraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder de gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van levenloos geboren kinderen, alsmede aan kinderen tot 12 jaar;

  • k.

    urnenmuur: een muur op de begraafplaats bestemd tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen in een urnennis;

  • l.

    asbus: een bus ter berging van de as van één overledene;

  • m.

    urn: een voorwerp ter berging van een asbus;

  • n.

    grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf;

  • o.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoogeveen;

  • p.

    rechthebbende: de natuurlijke persoon of een rechtspersoon, die het uitsluitend recht heeft verkregen tot het doen begraven of het doen bijzetten in een particulier graf, particulier dubbel graf, een kindergraf, particuliere grafkelder, een urnenkelder of een urnennis;

  • q.

    gebruiker: de natuurlijke persoon of een rechtspersoon aan wie het gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;

  • r.

    grafakte: de beschikking waarin overeenkomstig de bepalingen van dit besluit door of namens het college een recht of het gebruik wordt verleend;

  • s.

    recht: het recht op het begraven en begraven houden in een particulier graf, particulier dubbelgraf, kindergraf, particuliere grafkelder of recht tot het doen bijzetten en bijgezet houden in een urnenkelder of urnennis;

  • t.

    gebruik: het gebruik van een algemeen graf;

  • u.

    beheerder: door het college aangewezen ambtenaar, belast met het beheer van één of meer begraafplaatsen;

  • v.

    begraven: de teraardebestelling van een lijk;

  • w.

    asbezorging: het bijzetten van een asbus of urn.

Hoofdstuk I Inrichting en indeling van de begraafplaatsen

Artikel 2 Inrichting en indeling van de begraafplaatsen

  • 1.

    De begraafplaats is ingericht voor:

    a. het begraven en begraven houden van lijken;

    b. het begraven en begraven houden, bijzetten en bijgezet houden van asbussen;

    c. het verstrooien van as van personen;

    voor zover die functies in de artikelen 2a t/m 2j zijn opgenomen.

  • 2.

    Het college houdt van elke begraafplaats een plattegrondtekening bij waarop de indeling en de grafnummering van de begraafplaats(en) is aangegeven.

Artikel 2a begraafplaats Elim

  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op de begraafplaats Elim aan de Carstendijk.

  • 2.

    In een particulier graf, gelegen op gedeelte I, II of het nieuwe deel kunnen maximaal twee lijken en twee asbussen worden begraven.

  • 3.

    In een algemeen graf, gelegen op gedeelte III, IV of het nieuwe deel kan maximaal één lijk worden begraven.

  • 4.

    In een particulier kindergraf, gelegen op het nieuwe deel, kan maximaal één lijk en twee asbussen of drie asbussen worden begraven.

  • 5.

    In een urnennis, in de urnenmuur, kunnen maximaal twee asbussen worden geplaatst.

  • 6.

    In een urnenkelder kunnen maximaal vier asbussen worden geplaatst.

Artikel 2b begraafplaats Hollandscheveld

  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op de begraafplaats Hollandscheveld aan de Kerkhoflaan.

  • 2.

    In een particulier graf, gelegen op gedeelte I, II grenzend aan de oostzijde, III of IV kunnen maximaal twee lijken en twee asbussen worden begraven.

  • 3.

    In een particulier graf, gelegen op gedeelte II grenzend aan de westzijde, kan maximaal één lijk en één asbus worden begraven.

  • 4.

    In een algemeen graf, gelegen op gedeelte II, III of IV kan maximaal één lijk worden begraven.

  • 5.

    In een particulier kindergraf, gelegen op gedeelte IV, kan maximaal één lijk en twee asbussen of drie asbussen worden begraven.

  • 6.

    In een urnennis, in de urnenmuur, kunnen maximaal twee asbussen worden geplaatst.

  • 7.

    In een urnenkelder kunnen maximaal vier asbussen worden geplaatst.

Artikel 2c oude begraafplaats Hoogeveen

  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op de oude begraafplaats Hoogeveen aan de Zuiderweg (oostzijde).

  • 2.

    In een particulier graf, gelegen op gedeelte I, II, III, IV, V nieuw, V Rooms-Katholiek of VI nieuw, kunnen maximaal twee lijken en twee asbussen worden begraven.

  • 3.

    In een particulier graf, gelegen op gedeelte VI Rooms-Katholiek, kan maximaal één lijk en twee asbussen worden begraven.

  • 4.

    In een algemeen graf, gelegen op gedeelte V nieuw of V oud, kan maximaal één lijk worden begraven.

Artikel 2d nieuwe begraafplaats Hoogeveen

  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op de nieuwe begraafplaats Hoogeveen aan de Zuiderweg (westzijde).

  • 2.

    In een particulier graf, gelegen op de nieuwe kom klasse A of B of op het Rooms-Katholieke gedeelte, kunnen maximaal twee lijken en twee asbussen worden begraven.

  • 3.

    In een algemeen graf, gelegen op het Rooms-Katholieke gedeelte of op het Islamitisch gedeelte, kan maximaal één lijk worden begraven.

  • 4.

    In een particulier kindergraf, gelegen op het kindergedeelte of op het Rooms-Katholieke gedeelte, kan maximaal één lijk en twee asbussen of drie asbussen worden begraven.

  • 5.

    In een particulier graf, gelegen op het Islamitisch gedeelte, kunnen maximaal twee lijken worden begraven.

  • 6.

    In een urnennis in de urnenmuur, kunnen maximaal twee asbussen worden geplaatst.

  • 7.

    In een urnenkelder kunnen maximaal vier asbussen worden geplaatst.

  • 8.

    Op het strooiveld wordt gelegenheid geboden tot het verstrooien van as van overleden personen.

Artikel 2e begraafplaats Nieuwlande

  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op de begraafplaats Nieuwlande aan de Boerdijk.

  • 2.

    In een particulier graf, gelegen op het oude deel en nieuwe deel noordzijde, kan maximaal één lijk en twee asbussen worden begraven.

  • 3.

    In een particulier graf, gelegen op het nieuwe deel, zuidzijde, kunnen maximaal twee lijken en twee asbussen worden begraven.

  • 4.

    In een particulier kindergraf, gelegen op het kindergedeelte, kan maximaal één lijk en twee asbussen of drie asbussen worden begraven.

  • 5.

    In een algemeen graf kan maximaal één lijk worden begraven.

  • 6.

    In een urnennis, in de urnenmuur aan de oostzijde, kan maximaal één asbus worden geplaatst.

  • 7.

    In een urnennis, in de urnenmuur tussen de asfaltpaden, kunnen maximaal twee asbussen worden geplaatst.

  • 8.

    In een urnenkelder kunnen maximaal vier asbussen worden geplaatst.

Artikel 2f begraafplaats Nieuweroord

  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op de begraafplaats Nieuweroord aan de Middenraai.

  • 2.

    In een particulier graf, gelegen op gedeelte I, II of het nieuwe deel, kan maximaal één lijk en twee asbussen worden begraven.

  • 3.

    In een algemeen graf, gelegen op gedeelte I, II of het nieuwe deel, kan maximaal één lijk worden begraven.

  • 4.

    In een particulier kindergraf, gelegen op het kindergedeelte van het nieuwe deel, kan maximaal één lijk en twee asbussen of drie asbussen worden begraven.

  • 5.

    In een urnennis, in de urnenmuur, kunnen maximaal twee asbussen worden geplaatst.

  • 6.

    In een urnenkelder kunnen maximaal vier asbussen worden geplaatst.

Artikel 2g begraafplaats Pesse

  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op de begraafplaats Pesse aan de Hoogeveenseweg.

  • 2.

    In een particulier graf, gelegen op het oude deel of op Blok A, B, C of D, kan maximaal één lijk en twee asbussen worden begraven.

  • 3.

    In een particulier graf, gelegen op Blok E of F, kan maximaal één lijk en één asbus worden begraven.

  • 4.

    In een particulier graf, gelegen op Blok G, H of I, kunnen maximaal twee lijken en twee asbussen worden begraven.

  • 5.

    In een particulier kindergraf gelegen op het kindergedeelte van het oude deel of op Blok B, kan maximaal één lijk en twee asbussen of drie asbussen worden begraven.

  • 6.

    In een algemeen graf, gelegen op het oude deel of het nieuwe deel, kan maximaal één lijk worden begraven.

  • 7.

    In een urnennis in de urnenmuur kunnen maximaal twee asbussen worden geplaatst.

  • 8.

    In een urnenkelder kunnen maximaal vier asbussen worden geplaatst.

  • 9.

    Op het gedeelte van de begraafplaats dat toegewezen is aan de familie Dekker wordt overeenkomstig de akte van levering d.d. 10 juli 2002 en de getekende bevestiging mbt het onderhoud d.d. 6 juni 2003 gehandeld.

Artikel 2h begraafplaats Stuifzand

  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op de begraafplaats Stuifzand aan de Hoofdweg.

  • 2.

    In een particulier graf, gelegen op het middenvak of op Blok A of B, kan maximaal één lijk en twee asbussen worden begraven.

  • 3.

    In een particulier kindergraf, gelegen op het kindergedeelte, kan maximaal één lijk en twee asbussen of drie asbussen worden begraven.

  • 4.

    In een particulier graf, gelegen op Blok C of D, kunnen maximaal twee lijken en twee asbussen worden begraven.

  • 5.

    In een urnennis in de urnenmuur kunnen maximaal twee asbussen worden geplaatst.

  • 6.

    In een urnenkelder kunnen maximaal vier asbussen worden geplaatst.

Artikel 2i begraafplaats Tiendeveen

  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op de begraafplaats Tiendeveen aan de Kerkweg.

  • 2.

    In een particulier graf, gelegen op Blok A, C, D of E, kan maximaal één lijk en twee asbussen worden begraven.

  • 3.

    In een particulier graf, gelegen op het nieuwe gedeelte, kunnen maximaal twee lijken en twee asbussen worden begraven.

  • 4.

    In een algemeen graf, gelegen op Blok A of B, kan maximaal één lijk worden begraven.

  • 5.

    In een particulier kindergraf, gelegen op Blok A en op het kindergedeelte, kan maximaal één lijk en twee asbussen of drie asbussen worden begraven.

  • 6.

    In een urnennis in de urnenmuur kunnen maximaal twee asbussen worden geplaatst.

  • 7.

    In een urnenkelder kunnen maximaal vier asbussen worden geplaatst.

  • 8.

    Op het strooiveld wordt gelegenheid geboden tot het verstrooien van as van overleden personen.

Artikel 2j begraafplaats Zevenberg

  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op de begraafplaats Zevenberg aan de Fluitenbergseweg te Fluitenberg.

  • 2.

    In een particulier graf, gelegen langs de rijen met de nrs. 2,3, 4, 5, 6, 7, 8 noordzijde, 10 zuidzijde, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 20, 21 en 24, kunnen maximaal twee lijken en twee asbussen worden begraven.

  • 3.

    In een particulier galerijgraf, gelegen in een kamer in het Transcedron, kan maximaal één lijk of twee asbussen worden geplaatst.

  • 4.

    In een algemeen graf, gelegen langs de rijen met de nrs. 22 en 23, kan maximaal één lijk worden begraven.

  • 5.

    In een particulier kindergraf, gelegen langs rij 19, kan maximaal één lijk en twee asbussen of drie asbussen worden begraven.

  • 6.

    In een particulier graf, gelegen langs rij 9 op het Islamitisch gedeelte, kunnen maximaal twee lijken en twee asbussen worden begraven.

  • 7.

    In een algemeen graf, gelegen langs rij 9 op het Islamitisch gedeelte, kan maximaal één lijk worden begraven.

  • 8.

    In een particulier kindergraf, gelegen langs rij 9 op het Islamitisch gedeelte, kan maximaal één lijk worden begraven.

  • 9.

    In een algemeen kindergraf, gelegen langs rij 9 op het Islamitisch gedeelte, kan maximaal één lijk worden begraven.

  • 10.

    In een urnennis, gelegen in een kamer in het Transcedron, kunnen maximaal vier asbussen worden geplaatst.

  • 11

    In een urnenkelder, gelegen in een kamer in het Transcedron en langs de paden met de nrs. 1 en 25, kunnen maximaal vier asbussen worden geplaatst.

Hoofdstuk II Vereisten voor begravingen en bijzettingen

Artikel 3 Kennisgeving begraven en asbezorging

  • 1.

    De rechthebbende of gebruiker die wil doen begraven, een asbus wil doen bijzetten of as wil verstrooien, geeft daarvan uiterlijk één werkdag voorafgaande aan de dag waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, vóór 12.00 uur kennis aan het college. Zaterdag, zondag en algemeen erkende feest- en gedenkdagen gelden niet als werkdag.

  • 2.

    Indien het college verlof heeft verleend om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven, moet de kennisgeving zo tijdig mogelijk worden gedaan.

Artikel 4 Openen en sluiten van het graf

Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen, mag uitsluitend geschieden door of in opdracht van de beheerder van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder.

Artikel 5 Over te leggen documenten

Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder.

Artikel 6 Begraving

  • 1.

    De aanwijzing van de plaats van het graf geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 16 door het college.

  • 2.

    Tot de begraving of bijzetting wordt niet overgegaan dan nadat:

    a. de beheerder, indien deze heeft geconstateerd dat aan de in de artikelen 3, 4 en 5 opgenomen vereisten is voldaan, hiervoor instemming heeft verleend;

    b. de beheerder van de begraafplaats de identiteit van de overledene heeft vastgesteld.

Artikel 7 Protocol Uitvaart in opdracht van de gemeente

Wanneer nabestaanden of verkrijger(s) van de nalatenschap van een overledene geen opdracht willen geven tot een uitvaart zal in dat geval de burgemeester, gelet op art. 21 van de Wet op de Lijkbezorging, deze taak op zich nemen en opdracht geven aan een uitvaartorganisatie tot het regelen van een “minimale” uitvaart. In dat geval gelden de volgende regels:

  • 1.

    De nabestaanden of verkrijger(s) dienen daarbij te weten dat in dat geval de gemeente alle graf - en begraafkosten en de overige aan de betreffende uitvaart verbonden kosten zal verhalen op de eventuele nalatenschap. Indien er geen nalatenschap is, of als deze niet toereikend is, zullen de kosten zonder uitzondering worden verhaald op de bloedverwanten in de 1ste graad, en aanverwanten van de overledene, zoals een eventuele partner of kinderen.

  • 2.

    De uitvaartorganisatie meldt het overlijden op de gebruikelijke wijze bij de gemeente. De uitvaartorganisatie geeft door dat de nabestaande(n) of verkrijger(s) geen opdracht wil geven voor het regelen van de uitvaart. Indien bekend, geeft de uitvaartorganisatie de naam en het adres door van de nabestaande(n) of verkrijger(s).

  • 3.

    Als de nabestaande(n)of verkrijger(s) daadwerkelijk blijft bij zijn weigering om opdracht te geven voor de uitvaart zal namens de burgemeester, opdracht gegeven worden aan de uitvaartorganisatie voor een zo goedkoop mogelijke uitvaart.

  • 4.

    Namens de burgemeester wordt contact opgenomen met de nabestaande(n) of verkrijger(s). Daarbij zal het aspect van het in rekening brengen van alle kosten aan de nabestaanden van de overledene nadrukkelijk aan de orde worden gesteld. Tevens zal uitgelegd worden dat als de burgemeester opdracht moet geven voor de uitvaart o.a. de volgende regels van toepassing zijn:

    - de burgemeester bepaalt waar en wanneer de overledene zal worden begraven in een algemeen graf;

    - er wordt geen overlijdensadvertentie geplaatst;

    - er zal geen afscheidsbijeenkomst worden georganiseerd;

    - er wordt gekozen voor de goedkoopste kist;

    - alleen het vervoer van de kist zal worden betaald;

    - de eventuele nabestaanden hebben geen inbreng in de uitvoering van de uitvaart;

    - er wordt geen gedenkteken op het graf geplaatst.

  • 5.

    De uitvaartorganisatie brengt de kosten in rekening bij de gemeente, die vervolgens door de gemeente, als opdrachtgever, zullen worden betaald.

  • 6.

    De gemeente verhaalt de kosten, zoals eerdergenoemd op de nalatenschap of brengt deze in rekening bij de bloed - of aanverwanten van de overledene. Ingevolge artikel 22 van de Wet op de lijkbezorging kunnen alle gemaakte kosten die betrekking hebben op de lijkbezorging verhaald worden op de nalatenschap via de notaris. De artikelen 392-396 van Boek I van het Burgerlijk Wetboek geven aan dat de bloed - en aanverwanten tot onderhoud verplicht zijn.

Artikel 8 Lijkomhulsel en grafgiften

  • 1.

    Rechthebbenden of gebruikers leveren, gebruiken en accepteren uitsluitend lijkhoezen, die voldoen aan de doorlaatbaarheid van vloeistoffen en gassen, mechanische eigenschappen en biologische afbreekbaarheid.

  • 2.

    Rechthebbenden of gebruikers zijn verplicht bij het verzoek tot het verlof tot begraven het gebruik van lijkhoezen aan de beheerder door te geven.

  • 3.

    Het is niet toegestaan voorwerpen aan de grafruimte toe te voegen die de vertering van het lijk belemmeren of voorkomen of vervuilend zijn.

Hoofdstuk III Beheer en administratie van de begraafplaatsen

Artikel 9 Beheer

Het college voert het beheer van de begraafplaatsen en belast één of meer daartoe aangewezen personen met:

  • a.

    de aanwezige administratie van de begraafplaats;

  • b.

    de dagelijkse leiding van de begraafplaats;

  • c.

    het onderhoud van de begraafplaats;

  • d.

    het doen delven en sluiten van graven;

  • e.

    het verzorgen van asbestemmingen.

Artikel 10 Register en plaatsregistratie

De administratie bevat een register van alle rechthebbenden en gebruikers van de graven met hun namen en adressen. In dit register worden tevens de naam, geboortedatum en de datum van overlijden opgenomen van degene die is begraven of waarvan de as is bezorgd. Daarbij is vermeld de grafaanduiding en de dag van de begraving of bijzetting.

Artikel 11 Ordehandhaving

  • 1.

    Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

  • 2.

    Degenen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzingen houden, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de begraafplaats verwijderen.

  • 3.

    Het is steenhouwers, hoveniers en daarmee gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van de beheerder, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaatsen te verrichten. Deze toestemming kan mondeling worden gegeven.

  • 4.

    In verband met werkzaamheden op de begraafplaats kan bezoekers de toegang tot de begraafplaats of een deel van de begraafplaats worden ontzegd.

Artikel 12 Plechtigheden

  • 1.

    Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats moeten vijf dagen van tevoren worden gemeld aan de beheerder onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden.

  • 2.

    De beheerder kan aanwijzingen geven omtrent datum en tijd van de plechtigheid.

Artikel 13 Ruiming graf

  • 1.

    De bij de ruiming van een graf aanwezige overblijfselen van lijken en/of asbussen, worden respectievelijk begraven en verstrooid op een door het college aangewezen gedeelte van de begraafplaats.

  • 2.

    De rechthebbende op een particulier graf kan bij het college een aanvraag indienen om bij de ruiming de overblijfselen te verzamelen voor herbegraving in een ander graf.

  • 3.

    De gebruiker van een algemeen graf kan gedurende een periode van één jaar voor beëindiging van de grafrusttermijn bij het college een aanvraag indienen om bij de ruiming de overblijfselen te verzamelen voor herbegraving elders in een particulier graf.

  • 4.

    De kosten welke gemoeid zijn met de werkzaamheden genoemd onder lid 2 en 3 van dit artikel, komen voor rekening van de rechthebbende of gebruiker van het betreffende graf.

  • 5.

    De rechthebbende op een particulier graf kan bij het college een verzoek indienen om onderzoek te doen naar de mogelijkheden mbt het schudden van het graf.

  • 6.

    Het college stelt een ruimingsplan vast waarin helder staat weergegeven welke werkzaamheden uitgevoerd worden voordat overgegaan wordt tot ruiming en de wijze waarop het ruimen plaatsvindt.

Artikel 14 Bevoegdheden

  • 1.

    Het openen, sluiten en ruimen van graven, alsmede het opgraven en het opnieuw begraven van lijken, dan wel van een asbus, al dan niet met urn, in een ander graf op de begraafplaats geschiedt uitsluitend door de daartoe door het college aangewezen personen.

  • 2.

    Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn, dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast. De beheerder kan voor deze werkzaamheden de begraafplaats tijdelijk geheel of gedeeltelijk sluiten.

  • 3.

    Bij het op verzoek opgraven van lijken en het ruimen van graven door een rechthebbende kan de beheerder beoordelen of nabestaanden hierbij aanwezig kunnen zijn.

Artikel 15 Historische graven en opvallende grafbedekking

  • 1.

    Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft en stelt daartoe criteria vast.

  • 2.

    Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan, onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.

  • 3.

    Indien er geen rechthebbende meer is, beslist het college over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.

Hoofdstuk IV Uitgifte van graven en rechten

Artikel 16 Uitgifte en indeling graven

  • 1.

    Graven worden in volgorde van ligging voor directe begraving uitgegeven en aansluitend op de reeds uitgegeven graven.

  • 2.

    Het college kan bij de eerst overledene een particulier dubbelgraf uitgeven op de begraafplaatsen in Fluitenberg, Hoogeveen, Hollandscheveld, Elim, Pesse, Stuifzand en Tiendeveen. Op de begraafplaatsen in Nieuweroord en Nieuwlande kan het college bij de eerst overledene een naastgelegen particulier graf uitgeven. De aanvraag dient in beide gevallen bij de eerste begraving te worden ingediend.

  • 3.

    Het college kan een particulier graf toe wijzen anders dan voor directe begraving en anders dan aansluitend op de reeds uitgegeven graven, indien daarvoor bijzondere redenen aanwezig zijn.

  • 4.

    Het college kan, indien grafplaatsen gekenmerkt zijn, binnen de voorwaarden genoemd in de artikelen 2a tot en met 2j graven uitgeven anders dan aansluitend op de reeds uitgegeven graven.

Artikel 17 Grafkelders

  • 1.

    Het stichten van een grafkelder geschiedt door de zorg van de aanvrager na verkregen vergunning van het college.

  • 2.

    Degene, die in een grafkelder wil doen begraven, is verplicht op zijn kosten deze kelder voor de begrafenis te laten openen en na het begraven terstond te laten sluiten.

  • 3.

    Het openen van een grafkelder, anders dan tot het daarin opnemen van overledenen is verboden, tenzij de beheerder hiervoor toestemming heeft verleend.

  • 4.

    Indien de rechthebbende zijn verplichtingen ten aanzien van het sluiten niet nakomt, geschiedt sluiting op zijn kosten van gemeentewege.

  • 5.

    Voor het plaatsen van grafkelders geldt dat op dubbele diepte geen enkeldiepe grafkelders zijn toegestaan.

Artikel 18 Overdracht rechten

  • 1.

    Een recht van een particulier graf kan worden overgedragen door overlegging aan het college van een door de rechthebbende en de betrokken rechtsopvolger getekend bewijs van overdracht.

  • 2.

    Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht van een particulier graf worden overgeschreven op naam van een ander, mits de aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen 1 jaar na het overlijden van de rechthebbende.

  • 3.

    Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, is het college bevoegd het recht vervallen te verklaren.

  • 4.

    Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn kan het college het recht alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.

  • 5.

    Over elke overdracht of overboeking zijn de daarvoor vastgestelde kosten verschuldigd.

Artikel 19 Afstand doen graf

Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particulier graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.

Artikel 20 Vervallen rechten

  • 1.

    De rechten vervallen:

    a. door het verlopen van de termijn waarvoor het recht is verleend;

    b. indien de rechthebbende afstand doet van het recht;

    c. indien de begraafplaats wordt opgeheven.

  • 2.

    Het college kan de rechten vervallen verklaren:

    a. indien de betaling van de gebruiks- en onderhoudsrechten ten behoeve van de vestiging of een verlenging van het recht -ondanks een aanmaning-niet binnen drie maanden na aanvang van die termijn is geschied;

    b. indien de rechthebbende of de gebruiker -ondanks een aanmaning- in verzuim blijft een op grond van dit besluit op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt;

    c. indien de rechthebbende van een particulier graf is overleden en het recht niet binnen de in artikel 20, lid 2, gestelde termijn is overgeschreven.

  • 3.

    Eventueel op het graf aanwezige gedenktekens, beplanting of op de graven geplaatste losse voorwerpen kunnen gedurende één maand voor het vervallen van een recht door de rechthebbende of gebruiker van het particuliere graf worden verwijderd. Na het vervallen van het recht kunnen zij geen aanspraken op deze voorwerpen doen gelden. Het op het particuliere graf aanwezige gedenkteken, de beplanting of losse voorwerpen zullen na het vervallen van het recht door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding.

Hoofdstuk V Gedenktekens en grafbeplantingen

Artikel 21 Aanbrengen grafbedekking

  • 1.

    Het (doen) plaatsen of aanbrengen van grafbedekking op algemene graven en particuliere graven geschiedt door of namens de rechthebbende of de gebruiker.

  • 2.

    Alle kosten voor het plaatsen of aanbrengen, herstellen of vernieuwen van grafbedekking, komen voor rekening van de rechthebbende of de gebruiker.

Artikel 22 Vereisten aanvraag

  • 1.

    Een vergunning voor het hebben of vervangen van een gedenkteken op een particulier of algemeen graf dient schriftelijk bij het college te worden aangevraagd.

  • 2.

    Een vergunning voor het hebben of vervangen van een gedenkteken op een urnenkelder, anders dan die ter beschikking wordt gesteld, dient schriftelijk bij het college te worden aangevraagd.

  • 3.

    Op de nieuwe begraafplaats in Hoogeveen zijn alleen gedenktekens op urnenkelders toegestaan welke beschikbaar worden gesteld.

  • 4.

    Voor het aanvragen van een vergunning stelt het college een aanvraagformulier vast.

  • 5.

    Op dit formulier dient tenminste vermeld te worden:

    a. alle hoogte-, breedte-, dikte- en lengtematen;

    b. de soort van het te gebruiken materiaal.

  • 6.

    Voor het plaatsen van de gedenkteken dient vooraf contact te worden opgenomen met de beheerder.

  • 7.

    Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de maten en materialen van de grafbedekking.

Artikel 23 Materiaalgebruik gedenkteken

  • 1.

    Voor de gedenktekens mogen alleen duurzame of verduurzaamde materialen worden gebruikt. Het college kan ontheffing verlenen voor de toepassing van andere materialen.

  • 2.

    De gedenktekens moeten gefundeerd worden op een betonplaat dikte 6 cm met een wapening van ijzerstaven diameter 0,60 cm, onderlinge afstand maximaal 15 cm.

  • 3.

    Het gebruik van palen (stiepen) onder het gedenkteken is niet toegestaan.

Artikel 24 Situering en afmetingen gedenkteken particulier graf

  • 1.

    Een staand gedenkteken mag aan de verst gelegen breedtezijde van het graf, gerekend vanaf het pad binnen de oppervlakte van het graf worden aangebracht.

  • 2.

    Een staand gedenkteken kan worden vormgegeven binnen de maximum afmetingen van: breedte 85 cm, diepte 100 cm en hoogte 120 cm ten opzichte van het maaiveld.

  • 3.

    De maximum afmetingen voor het liggende gedeelte van een gedenkteken zijn: breedte 85 cm, lengte 200 cm en hoogte 40 cm ten opzichte van het maaiveld.

  • 4.

    De situering en de afmetingen van een gedenkteken mogen niet belemmerend zijn voor het delven van andere graven en voor het onderhoud van de begraafplaats.

  • 5.

    Een gedenkteken mag niet aanstootgevend zijn.

Artikel 25 Situering en afmetingen gedenkteken particulier dubbelgraf

  • 1.

    Een staand gedenkteken mag aan de verst gelegen breedtezijde van het graf, gerekend vanaf het pad binnen de oppervlakte van het graf worden aangebracht.

  • 2.

    Een staand gedenkteken kan worden vormgegeven binnen de maximum afmetingen van: breedte 180 cm, diepte 100 cm en hoogte 120 cm ten opzichte van het maaiveld.

  • 3.

    De maximum afmetingen voor het liggende gedeelte van een gedenkteken zijn: breedte 180 cm, lengte 200 cm en hoogte 40 cm ten opzichte van het maaiveld.

  • 4.

    De situering en de afmetingen van een gedenkteken mogen niet belemmerend zijn voor het delven van andere graven en voor het onderhoud van de begraafplaats.

  • 5.

    Een gedenkteken mag niet aanstootgevend zijn.

Artikel 26 Situering en afmetingen gedenkteken particulier kindergraf

  • 1.

    Een staand gedenkteken mag aan de verst gelegen breedtezijde van het graf, gerekend vanaf het pad binnen de oppervlakte van het graf worden aangebracht.

  • 2.

    Een staand gedenkteken kan worden vormgegeven binnen de maximum afmetingen van: breedte 60 cm, diepte 60 cm en hoogte 80 cm ten opzichte van het maaiveld.

  • 3.

    De maximum afmetingen voor het liggende gedeelte van een gedenkteken zijn: breedte 60 cm, lengte 120 cm en hoogte 20 cm ten opzichte van het maaiveld.

  • 4.

    De situering en de afmetingen van een gedenkteken mogen niet belemmerend zijn voor het delven van andere graven en voor het onderhoud van de begraafplaats.

  • 5.

    Een gedenkteken mag niet aanstootgevend zijn.

Artikel 27 Afmetingen gedenkteken algemeen graf

De afmetingen van een gedenkteken voor algemene graven zijn:

  • a.

    breedte van staande steen 50 cm;

  • b.

    hoogte van staande steen maximaal 80 cm ten opzichte van het maaiveld;

  • c.

    een staand gedenkteken mag aan de verst gelegen breedtezijde van het graf, gerekend vanaf het pad binnen het grafveld worden aangebracht;

  • d.

    ten behoeve van de staande steen is een ingegraven sokkel toegestaan met een maximale afmeting van 70 x 10 x 30 cm;

  • e.

    op algemene graven zijn alleen staande gedenktekens toegestaan.

Artikel 28 Afmetingen grafkelder

  • 1.

    De afmetingen van een dubbeldiepe grafkelder zijn:

    a. lengte maximaal 240 cm;

    b. breedte maximaal 100 cm;

    c. hoogte maximaal 150 cm, incl. deksel.

  • 2.

    De afmetingen van een enkeldiepe grafkelder zijn:

    a. lengte maximaal 240 cm;

    b. breedte maximaal 100 cm;

    c. hoogte maximaal 90 cm, incl. deksel.

Artikel 29 Situering en afmetingen gedenkteken urnenkelder

  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op een gedenkteken anders dan die ter beschikking wordt gesteld.

  • 2.

    De afmetingen voor het gedenkteken zijn:

    a. lengte maximaal 60 cm;

    b. breedte maximaal 60 cm;

    c. hoogte maximaal 60 cm ten opzichte van het maaiveld.

  • 3.

    De situering en de afmetingen van een gedenkteken mogen niet belemmerend zijn voor het bijzetten van asbussen in andere urnenkelder en voor het onderhoud op de begraafplaats.

  • 4.

    Een gedenkteken mag niet aanstootgevend zijn.

Artikel 30 Grafbeplanting

  • 1.

    De oppervlakte van het particulier graf kan door de rechthebbenden van het graf worden beplant met gewassen, die de voor het graf beschikbare oppervlakte volgens artikel 26, 27 28, of 29 niet overschrijden of door snoeien binnen de oppervlakte kunnen worden gehouden. De hoogte van deze gewassen mag niet meer zijn dan de hoogte van het gedenkteken op het graf.

  • 2.

    Gewassen die buiten bovengenoemde ruimte geplant worden, kunnen van gemeentewege verwijderd worden, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is.

Hoofdstuk VI Onderhoud van de grafbedekking

Artikel 31 Onderhoud rechthebbende of gebruiker

  • 1.

    De rechthebbende of gebruiker is verplicht het gedenkteken, de beplanting en andere grafbedekking op het graf behoorlijk te onderhouden of te herstellen.

    Het afval dat vrij komt bij het onderhoud dient door de rechthebbende of gebruiker in de daarvoor aanwezige afvalbakken te worden gedeponeerd.

  • 2.

    Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende beplanting, voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende drie maanden ter beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. Verwelkte bloemen of kransen en kapotte voorwerpen kunnen zonder voorafgaande kennisgeving door de beheerder worden verwijderd, zonder dat aanspraak kan worden gedaan op schadevergoeding.

  • 3.

    De verwijdering van de grafbeplanting of het gedenkteken, zoals bedoeld is in dit artikel, vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende of de gebruiker schriftelijk is opgeroepen om te worden ingelicht over de toestand van het gedenkteken en / of de grafbeplanting.

Artikel 32 Onderhoud gemeente

  • 1.

    Het college voorziet in het algemeen onderhoud van de begraafplaats met uitzondering van de grafoppervlakken.

  • 2.

    Op verzoek van de rechthebbende kan het onderhoud van de grafbedekking op het graf aan de gemeente worden overgedragen indien de gehele oppervlakte van het graf is bedekt, is gemarkeerd of wanneer de grafbedekking gelijk is aan het aangrenzende gemeentelijke deel.

  • 3.

    De gemeente kan het onderhoud van de grafbedekking overnemen tegen betaling van een bedrag, waarvan de hoogte bij afzonderlijke verordening is bepaald.

Artikel 33 Aansprakelijkheid

  • 1.

    Gedenktekens of beplantingen zijn voor rekening en risico van de rechthebbende of gebruiker aangebracht.

  • 2.

    Schade als gevolg van brand, storm, vorst, wateroverlast, bliksem, ontploffing, molest, vandalisme en andere van buiten komende oorzaken, of ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van gedenktekens of van heesters of andere beplantingen ten behoeve van een bijzetting of opgraving, en eventuele gevolgschade voor derden, is voor rekening en risico van de rechthebbende of gebruiker.

  • 3.

    De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de, door welke omstandigheden ook, daaraan toegebrachte schade op eerste aanschrijving te herstellen, indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt.

  • 4.

    Indien binnen 3 maanden na de dag van aanschrijving geen herstel of vernieuwing heeft plaatsgevonden, is het college bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de gedenktekens of beplantingen over te gaan, waarbij geldt dat zij voor deze handeling niet aansprakelijk kan worden gesteld.

  • 5.

    Indien door een ondeugdelijk geworden constructie naar het oordeel van de beheerder een situatie is ontstaan die gevaar oplevert voor het omvallen of inzakken van een gedenkteken, kan de beheerder direct maatregelen treffen.

Artikel 34 Tijdelijke verwijdering

  • 1.

    Het afnemen en herplaatsen van een gedenkteken respectievelijk afdekplaat ten behoeve van de begraving van een lijk of de bijzetting van een asbus in een particulier graf geschiedt namens de rechthebbende en is voor rekening en risico van de opdrachtgever.

  • 2.

    Een rechthebbende of gebruiker is verplicht te gedogen dat de op een graf aanwezige gedenktekens, beplanting en voorwerpen vanwege de gemeente op kosten van de gemeente tijdelijk geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd en herplaatst, indien dit voor een begraving of bijzetting in de nabijheid van het graf of om een andere reden nodig is.

Overige bepalingen

 

Artikel 35 Beslissingsbevoegdheid

In geval waarin dit besluit niet voorziet of in geval van verschil van mening over de uitleg van haar bepalingen, beslist het college.

Artikel 36 Overgangsrecht en citeertitel

  • 1.

    Het Besluit begraafplaatsen 2010 wordt ingetrokken.

  • 2.

    Al hetgeen is toegestaan of feitelijk is aangebracht onder voorgaande regelingen blijft geldend overeenkomstig de toen geldende voorschriften.

  • 3.

    Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2020.

  • 4.

    Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit begraafplaatsen 2020.

 

Toelichting  

Artikelsgewijze toelichting op het Besluit begraafplaatsen 2020

Er is gekozen voor een besluit en niet voor alleen beleidsregels. Door te kiezen voor de vorm van een besluit kan het college zelf normeringen stellen en is er niet alleen sprake van de uitwerking van bevoegdheden. Dit past te meer omdat de raad het college niet kan opdragen beleidsregels te stellen als het om bevoegdheden van het college gaat. De raad kan wel de mogelijkheid van regelgeving in de verordening vermelden. De keuze voor de uitwerking is dan aan het college. De keuze voor een besluit betekent ook dat wanneer het college expliciet van het besluit wil afwijken, daar de mogelijkheid voor in het besluit vermeld moet zijn. Door te kiezen voor een uitvoerig besluit, waarin uitvoerig en gedetailleerd wordt geregeld welke mogelijkheden er zijn, wordt voor de burger inzichtelijk wat hij van de gemeente op iedere begraafplaats kan verkrijgen. Daarover zal dan ook vrijwel geen discussies ontstaan. Dat geeft ook de uitvoerende personen zekerheid en handvatten voor de ordening.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

De omschrijvingen zijn opgenomen zodat voor een ieder duidelijk is wat en wie met de diverse begrippen bedoeld wordt. Voor een particulier graf, particulier dubbelgraf, particulier keldergraf, particulier kindergraf, urnenkelder en urnennis gelden vrijwel dezelfde rechten en plichten. De woorden ‘voor zover van belang’ zijn ingevoegd omdat enkele bepalingen ten aanzien van graven met uitsluitend recht (de particuliere graven) ook van toepassing kunnen zijn op andere typen particuliere graven en dus in die gevallen ook bedoeld worden wanneer gesproken wordt van een ‘particulier graf’.

Artikel 2 Inrichting en indeling van de begraafplaatsen

Dit artikel is opgenomen waardoor alle andere vormen van inrichting en indeling van de begraafplaatsen uitgesloten zijn.

Artikel 2a t/m 2j Begraafplaatsen

Middels deze artikelen bepaalt het college de inrichting en indeling van de begraafplaats, de soorten graven, hoeveel lijken en asbussen per grafruimte worden begraven en worden bijgezet. De gemiddeld hoogste grondwaterstand bepaalt over het algemeen de begraafmogelijkheden op de begraafplaatsen. Ter ondersteuning hiervan houdt het college van elke begraafplaats een plattegrondtekening bij.

Artikel 3 Kennisgeving begraven en asbezorging

Een kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet liggen wat voor graf er wordt gevraagd. De as kan volgens de wet worden bijgezet in een graf dan wel in een bewaarplaats, meestal een urnennis. De kennisgeving moet één werkdag van te voren worden gedaan om de beheerders van de begraafplaatsen de tijd te geven alle voorbereidingen te treffen. Gezien de uitgestrektheid van de gemeente en het aantal (9) begraafplaatsen is zo’n tijdige kennisgeving een voorwaarde voor het bieden van kwalitatieve dienstverlening.

Artikel 4 Openen en sluiten van het graf

Aangezien het delven en sluiten van een graf niet geheel zonder risico is, dienen deze werkzaamheden door opgeleid personeel of deskundige derde partijen uitgevoerd te worden. Zij staan hierbij steeds onder toezicht van de beheerder van de begraafplaats. Het geheel of gedeeltelijk sluiten van het graf kan door nabestaanden of rechthebbenden gebeuren. Dit kan alleen onder toezicht van de beheerder en indien dit technisch mogelijk is. Ook is het laten zakken van de kist of het bijzetten of verstrooien van de asbus mogelijk voor de nabestaanden onder toezicht van de beheerder.

Artikel 5 Over te leggen documenten

De wet eist dat er een verlof tot begraven aanwezig is, afgegeven door de ambtenaar van de burgerlijke stand. Hierbij aansluitend is het gewenst om de beheerder van de begraafplaatsen een eigen bevoegdheid te geven medewerking aan de lijkbezorging te weigeren, indien niet aan de wettelijke vereisten is voldaan. Daartoe zal een aanwijzingsbesluit worden vastgesteld. Dit geldt zowel voor een lijk als een asbus.

Artikel 6 Begraving

Middels deze bepaling wordt terugverwezen naar artikelen betreffende de kennisgeving, het delven van een graf en de over te leggen stukken alvorens over kan worden gegaan tot de feitelijke begraving. Dit artikel is opgenomen ter ondersteuning van de gemeentelijke organisatie als een leidraad voor een foutloos traject van aangifte tot begraving. Het geeft tevens inzicht in de werkwijze en verplichtingen die gelden voor derden alvorens tot begraving kan worden overgegaan.

Artikel 7 Protocol Uitvaart in opdracht van de gemeente

De gemeente is wettelijk verplicht (artikel 21 en 22 Wet op de Lijkbezorging Wlb) om een uitvaart te verzorgen als niemand anders hier voor zorgt. Dat hoeft de gemeente niet onmiddellijk te doen, alleen als, na zoeken van nabestaanden, duidelijk is dat niemand anders iets doet. Het principe van de Wlb is dat 1) dat de gemeente in het belang van de volksgezondheid en openbare orde zorgt dat de overledenen ‘bezorgd’ worden en 2) dat nabestaanden zelf de kosten moeten dragen en niet de belastingbetaler. De wetgever heeft nadrukkelijk geregeld dat de kosten kunnen worden verhaald op de bloed- en aanverwanten (artikel 1:392-396 BW).

Voor het verzorgen van de uitvaart kan een willekeurige uitvaartondernemer ingeschakeld worden. Met deze uitvaartondernemer worden duidelijke afspraken gemaakt over de verzorging van een sobere uitvaart. Het betreft incidentele losse opdrachten aan een uitvaartondernemer. De meest goedkope manier van begraven wordt gehandhaafd. De overledene wordt begraven in een algemeen graf. De gemeente bepaalt de begraafplaats en het tijdstip van de begrafenis. Als de overledene naar het oordeel van de burgemeester binding had met één van de andere kernen binnen de gemeente Hoogeveen kan hier rekening mee worden gehouden.

Als er nabestaanden zijn rust op hen een financiële en morele plicht om de uitvaart te verzorgen. Art. 22 Wet op de lijkbezorging geeft de burgemeester de mogelijkheid om de kosten van een uitvaart te verhalen op de bloed- en aanverwanten als niemand voor de lijkbezorging zorg draagt en de gemeente de kosten niet volledig op de nalatenschap kan verhalen. Dit verhaalsrecht geldt voor (ex)echtgenoot, ouders, kinderen, aangehuwde kinderen, schoonouders en stiefouders (artikel 1: 392-396 BW). De erfgenamen kunnen ieder voor zich en op persoonlijke titel bijzondere bijstand aanvragen in hun gemeente, voor zover hun erfdeel niet toereikend is en het hen aan middelen ontbreekt om hun aandeel in deze kosten te voldoen.

Artikel 8 Lijkomhulsel en grafgiften

Dit artikel is nieuw en bevat een verwijzing naar het Lijkomhulselbesluit. Genoemde regels zijn vastgesteld in het Lijkomhulselbesluit 1998. De lijkhoezen die voldoen aan de normen van het Lijkomhulselbesluit, staan op de ‘witte lijst’ van de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen (LOB).

Het toepassen van verkeerde lijkhoezen of slecht doorlatende lijkomhulsels (kunststof kleding, lijkwaden) kan leiden tot het stopzetten van de lijkvertering waardoor vanuit milieuhygiënisch opzicht belastende situaties kunnen ontstaan en graven niet meer ter beschikking kunnen komen voor nieuwe, toekomstige begravingen.

In dit artikel is eveneens een bepaling opgenomen dat geen vervuilende voorwerpen aan de grafruimte mogen worden toegevoegd alsmede voorwerpen die de vertering van het lijk kunnen belemmeren of voorkomen.

Artikel 9 Beheer

Dit artikel geeft de verplichtingen weer van het college. De vijf taken die vanwege of onder verantwoording van het college uitgevoerd moeten worden, staan beschreven.

Artikel 10 Register en plaatsregistratie

De wijze waarop de begraafadministratie wordt gevoerd is in dit artikel beschreven. Naast de gegevens die moeten worden geadministreerd is ook de locatiebepaling met behulp van een genummerde plattegrond beschreven. Hiermee voldoet de gemeente aan de wettelijke voorwaarden.

Artikel 11 Ordehandhaving

Steenhouwers en hoveniers moeten zich er steeds van bewust zijn dat hun werkzaamheden storend kunnen zijn voor rouwende nabestaanden in het algemeen en tijdens uitvaartplechtigheden in het bijzonder. De toestemming om werkzaamheden op de begraafplaats te verrichten moet vlot aan de steenhouwers of anderen kunnen worden gegeven. Daarom heeft het college het verlenen van die toestemming onder behoud van hun verantwoordelijkheid gemandateerd aan de beheerder.

De bevoegdheid van de beheerder om personen weg te sturen als zij zich niet aan zijn aanwijzingen en de verbodsbepalingen houden, bieden voldoende mogelijkheden om tegen ongewenste activiteiten op te kunnen treden.

Artikel 12 Plechtigheden

Met dit artikel wordt beoogd om plechtigheden ordelijk te doen verlopen. Door te eisen dat de mededeling vijf dagen vooraf moet plaatshebben, kan worden voorkomen dat de plechtigheid samenvalt met een begrafenis. Een begrafenis moet immers volgens de wet uiterlijk op de zesde werkdag na overlijden geschieden.

Bijeenkomsten die het karakter van een plechtigheid te buiten gaan, kunnen het karakter hebben van een openbare manifestatie. Hiervan moet vooraf kennisgeving worden gedaan aan de burgemeester volgens de Wet openbare manifestaties en mogelijk van toepassing zijnde APV bepalingen.

Artikel 13 Ruiming graf

De mededeling dat het college voornemens is om de graven te ruimen (graven schudden is ook een vorm van ruimen) wordt gedaan aan de rechthebbenden op particuliere graven. Particuliere graven worden geruimd als de rechthebbende afstand heeft gedaan van het recht of wanneer rechthebbenden de onderhoudsplicht niet nakomen. Algemene graven kunnen na het verstrijken van de grafrusttermijn van 10 jaar worden geruimd. Het derde lid opent de mogelijkheid ook bij ruiming van algemene graven de stoffelijke overblijfselen een andere bestemming te geven dan die welke genoemd is in het tweede lid. Dat wil zeggen dat de overblijfselen niet worden begraven in het verzamelgraf. Die andere bestemming, zowel voor algemene als particuliere grafruimten, is zo ruim mogelijk omschreven.

Ook is het mogelijk om de overblijfselen opnieuw bij te zetten in een ander particulier graf op dezelfde begraafplaats of deze over te brengen naar een graf op een andere begraafplaats. Indien de herbegraving plaatsvindt in een nieuw particulier graf op een begraafplaats binnen de gemeente Hoogeveen dan vindt dit plaats in aansluiting op de reeds uitgegeven particuliere graven.

De mogelijkheid om een graf te ‘schudden’ wordt middels een technische beschouwing door de beheerder beoordeeld. Bij ‘schudden’ worden de lijken van een vol graf dieper in hetzelfde graf teruggeplaatst om zodoende het graf weer geschikt te maken voor nieuwe begravingen, te bepalen door de rechthebbende. Ofschoon dit beheersmatig wellicht minder gewenst is, omdat er op sommige plaatsen graven veel langer in gebruik zullen zijn dan de naastliggende graven, waardoor systematisch ruimen minder efficiënt wordt, kiezen we toch voor het opnemen van de mogelijkheid van ‘schudden’ om aan de mogelijke wens van de nabestaanden tegemoet te komen en om het beslag op de schaarse ruimte niet onnodig groot te laten zijn. Het beperkt ook de lasten van de nabestaanden.

Een algemeen graf dat gesitueerd is in een aangewezen vak/categorie voor algemene graven op de begraafplaats, kan niet omgezet worden in een graf met uitsluitend recht. Wel kan herbegraving in een graf met uitsluitend recht plaatsvinden op het deel van de begraafplaats waar particuliere graven gesitueerd zijn. Dit onderscheid heeft te maken met de mogelijkheid voor herinrichting en heringebruikname van de betreffende grafvelden op de lange termijn.

Om zo zorgvuldig mogelijk uitvoering te kunnen geven aan ruimingen stelt het college een ruimingsplan vast met daarin helder opgenomen de uit te voeren werkzaamheden en de wijze waarop ruimingen plaatsvinden. Pas wanneer hieraan uitvoering is gegeven wordt overgegaan tot ruiming.

Artikel 14 Bevoegdheden

De aard van de werkzaamheden bij het opgraven en ruimen van graven brengt met zich mee dat het bezwaarlijk is om toe te staan dat anderen hierbij aanwezig zijn.

Artikel 15 Historische graven en opvallende grafbedekking

Het is vaak voorgekomen dat graven die van bijzondere waarde zijn, door de werkers op de begraafplaats ondoordacht worden geruimd. De graven kunnen van betekenis zijn: hetzij door de overledene die er begraven ligt dan wel alleen door het gedenkteken dat van funerair historische of kunsthistorische waarde kan zijn. De overledene kan voor de plaatselijke gemeenschap van betekenis zijn geweest zodat wellicht de naam nog bij de volgende generatie bekend is. Het gedenkteken kan opvallen door zijn vormgeving en door het materiaal. Er dient te worden gezorgd dat graven van bekende overledenen niet ondoordacht worden geruimd en dat soms vrij zeldzame voorwerpen op een terrein dat zozeer aan het verleden herinnert, behouden blijven. Bij twijfel over de betekenis van het gedenkteken, is het gewenst om een deskundige te raadplegen.

De lijst is een inventarisatie van gedenkwaardige graven. Daarnaast kan de inhoud van de lijst een hulpmiddel zijn voor het samenstellen van de monumentenlijst.

Artikel 16 Uitgifte en indeling graven

Een graf zal alleen op volgorde van ligging worden toegewezen. Als het een graf betreft waarin maar in één begraaflaag begraven kan worden, kan een naastliggend graf door de rechthebbende worden gereserveerd. Dit zogenaamde dubbelgraf moet direct bij uitgifte van het eerste graf worden gereserveerd en moet op dat deel van de begraafplaats zijn gelegen waar dubbelgraven zijn toegestaan. Het artikel is opgenomen om reserveren van graven te voorkomen op die grafvelden waar dit ongewenst is. Het bevordert efficiënt ruimtegebruik en resulteert in een optimaal gebruik van de beschikbare begraafcapaciteit. Indien nabestaanden kiezen voor een andere grafplek dan aansluitend op de reeds uitgegeven graven kan, indien grafplaatsen gekenmerkt zijn, binnen de voorwaarden genoemd in artikel 2a t/m 2j. op de begraafplaatsen worden afgeweken van lid 1.

Artikel 17 Grafkelders

Op iedere begraafplaats wordt gelegenheid gegeven tot het stichten van een grafkelder.

Artikel 18 Overdracht rechten

Het is gewenst dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe rechthebbende wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte en de daaraan verbonden kosten op zich neemt. Deze bepaling stelt de overschrijftermijn op één jaar. Het vierde lid brengt tot uitdrukking dat de termijn met de nodige soepelheid zal worden gehanteerd.

Artikel 19 Afstand doen graf

Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de rechthebbende afstand van het graf kan doen.

Artikel 20 Vervallen rechten

Dit artikel beschrijft wanneer rechten vervallen zowel door nalatigheid van de rechthebbende of op aanvraag van de rechthebbende als door ingrijpen van het college. Middels dit artikel wordt benadrukt dat alle rechten eindig zijn en onder welke voorwaarden deze rechten dan eindigen.

Dit artikel geeft het college tevens meer bevoegdheden om op te treden tegen rechthebbenden en gebruikers die in verzuim blijven een op grond van dit besluit op hen rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelen. Het laten vervallen van rechten kan ook een tijdelijk juridisch instrument zijn bij geschillen. De positie van het college als houder van de begraafplaatsen is hiermee versterkt. Het college neemt hiertoe de besluiten.

De mededeling aan de rechthebbende op een particulier graf, dat de grafbedekking zal worden verwijderd, kan in veel gevallen gelijktijdig worden gedaan met de mededelingen dat de graftermijn verstrijkt. De grafbedekking kan ook worden verwijderd nadat het college het recht vervallen heeft verklaard, omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen. In dat geval geldt eveneens het vereiste van de voorafgaande mededeling per brief of door het plaatsen van een bordje bij het graf gedurende minstens een jaar.

Het feitelijke verwijderen van de grafbedekking dient steeds in overleg met de beheerder plaats te vinden.

Artikel 21 Aanbrengen grafbedekking

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 22 Vereisten aanvraag

Voor het aanbrengen van een gedenkteken is het verplicht vooraf vergunning te vragen bij het college. Deze vergunningseis geldt voor de gedenktekens op algemene en particuliere graven. De gedenktekens dienen op punten als vormgeving, constructie en materiaalkeuze aan bepaalde minimumeisen te voldoen. Deze eisen zijn uitgewerkt in de artikelen 25 en 26.

Artikel 23 Materiaalgebruik gedenkteken

In dit artikel wordt bepaald dat voor gedenktekens alleen duurzame of verduurzaamde materialen mogen worden toegepast. Hieronder worden materialen verstaan die gedurende de uitgiftetermijn niet vergaan. In bijzondere situaties kan het college hiervoor ontheffing verlenen. Het gebruik van palen (stiepen) is niet toegestaan, omdat:

  • 1.

    de palen moeilijk te verwijderen zijn en bij een bijzetting in een particulier dubbelgraf in de weg zitten;

  • 2.

    de kans bestaat dat de palen scheef in de grond geboord worden, waardoor deze een ander graf kunnen raken;

  • 3.

    de functie van de palen in opgebrachte zandgrond zeer beperkt is, wat het onderhoud aan de graven eerder bemoeilijkt dan verbetert.

  • 4.

    de palen in de weg zitten indien een graf opnieuw in gebruik wordt genomen;

  • 5.

    bij het aanbrengen van de palen kan de onderliggende drainage beschadigen, waardoor de waterafvoer wordt belemmerd.

 

Artikel 24 t/m 27 Situering en afmetingen gedenkteken particulier graf, particulier dubbelgraaf en kindergraf

Het is noodzakelijk de afmetingen voor een graf vast te leggen, opdat ieder voor hetzelfde tarief hetzelfde graf krijgt. Het is dan vanzelfsprekend dat de maten van de grafbedekking moet blijven binnen de maten van het graf. Binnen deze maten hebben nabestaanden alle vrijheid voor het gedenken van een dierbare. Het hanteren van een hoogtemaat is wenselijk, omdat het machinaal delven van een graf belemmerd wordt als sprake is van hogere monumenten. In de praktijk totnogtoe is de maat van 120 centimeter ook de maximale maat.

De situering van een grafbedekking kan belemmerend zijn als die wordt aangebracht hoger dan circa 40 centimeter aan de zijkanten en aan de zijde van het pad. Het is dan moeizaam om in tussenliggende graven een lijk te bezorgen, omdat dan de dragers vrijwel niet naast het tussenliggende graf plaats kunnen nemen. Dit is geen denkbeeldige situatie, maar het komt ongeveer 150 keer per jaar voor. Het plaatsen van hogere grafbedekking aan de zijde van het pad en op de voorste helft van het graf, vanaf het pad gerekend hindert ook het grafdelven, omdat de kraan een draaiende beweging moet maken. Dan is beschadiging van die monumenten een groot risico en dat is zowel voor de nabestaanden als de gemeente uitermate vervelend.

 

Artikel 28 Afmetingen grafkelder

In dit artikel staan de afmetingen van een grafkelder opgenomen.

 

Artikel 29 Situering en afmetingen gedenkteken en urnenkelder

In dit artikel staan de situering en afmetingen voor een gedenkteken van een urnenkelder.

 

Artikel 30 Grafbeplanting

Hierin staat beschreven dat de afmetingen zoals opgenomen in artikel 16 ook van toepassing zijn op de beplante oppervlakte van een particulier graf.

 

Artikel 31 Onderhoud rechthebbende of gebruiker

De rechthebbenden en gebruikers van particuliere graven en algemene graven zijn verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden en zo nodig te herstellen. Dit geldt dus voor de gehele grafbedekking, dus zowel het gedenkteken als de grafbeplanting.

Onder dit onderhoud wordt verstaan:

  • -

    het schoonmaken van het gedenkteken;

  • -

    het indien nodig stellen van het gedenkteken;

  • -

    het verven of vergulden van letters en andere figuren op het gedenkteken;

  • -

    het aanbrengen, onderhouden en eventueel vernieuwen van losse planten en één- of meerjarige planten;

  • -

    het verwijderen van dode planten;

  • -

    het uitvoeren van herstellingen van het gedenkteken en andere grafbedekking.

 

Artikel 32 Onderhoud gemeente

In dit artikel is vastgelegd dat rechthebbenden het onderhoud van het graf aan de gemeente kunnen overdragen. Hier wordt naar de verordening Lijkbezorgingsrechten verwezen.

 

Artikel 33 Aansprakelijkheid

Dit artikel weerlegt de aansprakelijkheid bij schade naar de rechthebbende. De gemeente stelt zich niet aansprakelijk ondanks dat de gemeente eigenaar wordt van grafbedekkingen op het moment dat deze op de begraafplaats geplaatst worden. Middels het natrekkingsrecht komt de grafbedekking immers in eigendom van de eigenaar van de ondergrond. De aansprakelijkheid is dus weerlegd: Een grafbedekking mag enkel worden geplaatst onder de voorwaarden van dit besluit. De gemeente mag op basis van dit artikel tevens ingrijpen als een gevaarlijke situatie is ontstaan door de grafbedekking te verwijderen dan wel op een andere manier het gevaar weg te nemen.

 

Artikel 34 Tijdelijke verwijdering

Indien in verband met het begraven in de directe omgeving van een graf het noodzakelijk is dat grafbedekking of andere voorwerpen geplaatst op een naburig graf tijdelijk moet worden weggenomen, moet de rechthebbende of gebruiker dit gedogen. De gedoogplicht geldt om dezelfde reden ook voor de tijdelijke opslag van grond op een naburig graf. Door of vanwege en voor rekening van de gemeente wordt het graf weer in oude staat hersteld.

 

Artikel 35 Beslissingsbevoegdheid

Het college beslist bij twijfel over de uitleg van de bepalingen in dit besluit of bij verschil van mening.

  

Artikel 36 Overgangsrecht en citeertitel

Het Besluit begraafplaatsen 2010 wordt ingetrokken. Dit besluit geldt voor alle graven die worden uitgegeven in de genoemde periode tot dit besluit herzien wordt. Alle verkregen rechten blijven van kracht.