Gemeenteblad van Blaricum

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
BlaricumGemeenteblad 2019, 312701Verordeningen



VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN PRECARIOBELASTING 2020

De raad van de gemeente Blaricum:

 

gelezen het voorstel d.d. 29 oktober 2019 van burgemeester en wethouders,

 

gelet op de artikelen 228, 216 en 156 van de Gemeentewet;

 

B E S L U I T :

 

de volgende

 

VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN PRECARIOBELASTING 2020

 

vast te stellen:

 

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • 1.

    Deze verordening verstaat onder:

    • a.

      een jaar: een kalenderjaar;

    • b.

      een maand: een kalendermaand;

    • c.

      een week: een kalenderweek;

    • d.

      een dag: een etmaal;

    • e.

      een dagdeel: een ochtend (6-12 uur), middag (12-18 uur), avond (18-24 uur); of nacht (0-6 uur);

    • f.

      een vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben.

  • 2.

    Een gedeelte van een in het eerste lid, onder a. t/m d. genoemde eenheid wordt als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam precariobelasting wordt ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond, voor de openbare dienst bestemd, een belasting geheven overeenkomstig de navolgende bepalingen.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    Ter zake van buizen, kabels, draden of leidingen ter zake waarvan op grond van de Gaswet of de Elektriciteitswet een netbeheerder is aangewezen, wordt de precariobelasting geheven van de door de minister aangewezen netbeheerder.

  • 2.

    In alle andere gevallen wordt de precariobelasting geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.

  • 3.

    In afwijking in zoverre van het tweede lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het tweede lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.

Artikel 4 Heffingsgrondslag

  • 1.

    De belasting wordt geheven naar de in deze verordening opgenomen maatstaven en tarieven, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.

  • 2.

    Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan.

Artikel 5 Oppervlakte

  • 1.

    Bij het hebben van voorwerpen op of boven gemeentegrond, voor de openbare dienst bestemd, wordt de oppervlakte bepaald op die, welke door de voorwerpen wordt overdekt.

  • 2.

    Bij het hebben van voorwerpen onder gemeentegrond, voor de openbare dienst bestemd, wordt de oppervlakte bepaald op die, uitgaande van een horizontale projectie van de voorwerpen.

Artikel 6 Tarief

Het tarief bedraagt

  • 1.

    voor tijdelijke (tent)overkappingen per m²

  • per dag € 11,20

  •  

  • 2.

    voor het plaatsen van een afzetbak (container), zeecontainer/bouwkeet, per dag

  • dag 1 en 2 € 0,00

  • dag 3 € 5,21

  • dag 4 € 10,41

  • dag 5 € 15,63

  • dag 6 € 20,83

  • dag 7 en verder € 26,04

met een maximum van € 1.000,00 per 2 maanden

  • 3.

    voor het plaatsen van bouwmaterialen en materieel per m²

  • per dag € 5,49

  • met een maximum van € 1.000,00

  • 4.

    voor objecten onder openbare gemeentegrond, te weten leidingen, kabels, kokers, buizen, draden of soortgelijke voorwerpen per strekkende meter, per jaar € 1,15

  • 5.

    voor objecten boven openbare gemeentegrond, te weten leidingen, kabels, kokers, draden of soortgelijke voorwerpen per strekkende meter, per jaar € 2,16

  • 6.

    voor objecten, voor het transport van gas, elektriciteit, warmte of water onder of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, te weten leidingen, kabels , kokers, buizen, draden of soortgelijke voorwerpen, wordt in afwijking van de leden 4 en 5, geheven per strekkende meter, per jaar € 2,79

Artikel 7 Belastingtijdvak

  • 1.

    In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaar overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.

  • 2.

    In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.

Artikel 8 Wijze van heffing

  • 1.

    De in deze verordening genoemde belasting, waarvoor een jaartarief geldt, wordt geheven bij wege van aanslag.

  • 2.

    De overige belasting wordt geheven door middel van een gedagtekende nota of een gedagtekend besluit, waarin het verschuldigde bedrag wordt vermeld. Het bedrag wordt door toezending of uitreiking van de nota of het besluit aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 9 Tijdstip van betaling

  • 1.

    De belasting is invorderbaar in één termijn, welke vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die van de dagtekening van het aanslagbiljet, de nota of het besluit.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn.

Artikel 10 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 50,00.

Artikel 11 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven ter zake van:

  • 1.

    voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeente grond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;

  • 2.

    voorwerpen en werken ten behoeve van percelen, waarvan de gemeente krachtens recht van bezit of enig ander zakelijk recht de genothebbende is, met uitzondering van die percelen, welke aan derden zijn verhuurd;

  • 3.

    de door TNT en/of KPN aangebrachte brievenbussen, postzegelautomaten, telefooncellen en niet tot reclame dienende aanwijzingen voor het publiek;

  • 4.

    wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB en van andere overeenkomstige instellingen;

  • 5.

    halteborden, wachthuisjes en dergelijke ten dienste van openbare middelen van vervoer;

  • 6.

    buizen tot lozing van fecaliën, van huishoud- of hemelwater, welke rechtstreeks aansluiten op de gemeentelijke riolering;

  • 7.

    voorwerpen, gebruikt voor activiteiten met een politiek, godsdienstig, geestelijk, wereldbeschouwelijk, sociaal, weldadig doel dan wel, voor zover geen sprake is van een directe of indirecte commerciële (neven)activiteit, voor activiteiten met een sportief, cultureel, recreatief of mediadoel;

  • 8.

    borden tot verhuur of verkoop van woningen of percelen, in het geval deze borden aan de te verhuren of te verkopen woningen of percelen zijn bevestigd;

  • 9.

    oplaadpalen en daarbij behorende kabels, leidingen en andere voorwerpen voor het opladen van (mede) elektrisch aangedreven auto’s, motoren, brom- en scootmobielen en fietsen.

Artikel 12 Kwijtschelding

Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 13 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering.

Artikel 14 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De "Verordening Precariobelasting 2019", vastgesteld in de vergadering van de gemeenteraad van 4 december 2018, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van de ingang van de heffing is 1 januari 2020.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening Precariobelasting 2020".

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 3 december 2019.

De voorzitter, mevrouw J.N. de Zwart-Bloch

De (loco-)griffier, A. Hogendoorn