Verordening op de heffing en de invordering van leges 2020

De raad van de gemeente Heerenveen;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 november 2019.

 

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet,

besluit

 

vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening op de heffing en de invordering van leges 2020

 

(Legesverordening 2020)

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    dag: de periode van 0.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

  • b.

    week: een aaneengesloten periode van zeven dagen;

  • c.

    maand: het tijdvak dat loopt van de n-de dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)de dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de n-de dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)de dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is;

  • d.

    jaar: het tijdvak dat loopt van de n-de dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)de dag in het volgende kalenderjaar;

  • e.

    kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 2 Belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam 'leges' worden rechten geheven voor:

    • a.

      het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;

    • b.

      het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument;

    een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

  • 2.

    Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is bepaald over een Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht.

Artikel 4 Vrijstellingen

  • 1.

    De leges worden niet geheven voor:

    • a.

      diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald;

    • b.

      diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend;

    • c.

      het afgeven van bewijzen van onvermogen;

    • d.

      het afgeven van stukken, nodig voor de ontvangst van pensioenen, lijfrenten, wachtgelden, loon of bezoldiging;

    • e.

      het afgeven van beschikkingen op verzoekschriften en bezwaarschriften ter zake van plaatselijke belastingen;

    • f.

      de aan belanghebbende uitgereikt wordende beschikkingen of afschriften daarvan houdende aanstelling, benoeming, bevordering, ontslag, toekenning van bezoldiging, vergoeding of toelage, dan wel verhoging hiervan, betrekkelijk enige gemeentelijke functie of dienstverlening jegens de gemeente;

    • g.

      de aan belanghebbende uitgereikt wordende beschikkingen of afschriften daarvan, houdende beslissing op een aanvraag om subsidie uit de gemeentekas;

    • h.

      nasporingen in de bij het gemeentearchief berustende stukken welke uitsluitend strekken ten behoeve van een wetenschappelijk doel;

    • i.

      vergunningvrije bouwwerkzaamheden die bij gemeentelijke monumenten en/of in beschermd dorpsgezicht vergunningplichtig zijn.

Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven

  • 1.

    De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet .

  • 3.

    Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

  • 4.

    Belastingbedragen van minder dan € 2,50 worden niet geheven.

  • 5.

    Indien verzocht wordt om verstrekking van informatie in digitale vorm wordt bij digitale verstrekking het equivalent van de papieren verstrekking in rekening gebracht.

Artikel 6 Wijze van heffing

  • 1.

    De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur, al dan niet verzonden langs de elektronische weg conform de bepalingen van artikel 2:14 Algemene wet bestuursrecht. Het gevorderde bedrag wordt mondeling dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

  • 2.

    De leges voor digitale dienstverlening wordt in afwijking van het bepaalde in het eerste lid geheven bij wege van voldoening op aangifte door middel van directe betaling via de internetkassa.

Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6:

    • a.

      mondeling wordt gedaan: op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      digitaal wordt gedaan, door middel van directe betaling via internetkassa;

    • c.

      schriftelijk wordt gedaan: op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van – al dan niet langs elektronische weg – toezending daarvan, binnen veertien dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 8 Vermindering of teruggaaf

Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling. Voor de toepassing van artikel 28, vierde lid, van de Invorderingswet 1990 wordt de teruggaaf van leges, bedoeld in het eerste lid, aangemerkt als een vermindering van de belastingaanslag.

Artikel 9 Overdracht van bevoegdheden

Het college van burgemeesters en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen:

  • a.

    van zuiver redactionele aard zijn;

  • b.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft:

    • 1.

      akten burgerlijke stand;

    • 2.

      reisdocumenten;

    • 3.

      rijbewijzen;

    • 4.

      papieren verstrekking uit gemeentelijke basisregistratie personen;

    • 5.

      verklaring omtrent gedrag;

    • 6.

      kansspelen.

een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

Artikel 10 Bekendmaking regelingen (norm)bouwkosten

De in onderdeel 2.1.1.1 van de tarieventabel genoemde Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken (UAV 2012; Stcrt. 2012, 1567), het normblad NEN 2699, uitgave 2017, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd en de meest recente versie van de Taxatieboekjes Reed Business liggen kosteloos ter inzage op het gemeentehuis.

Artikel 11 Overgangsrecht

De door uw raad op 17 december 2018 vastgestelde Legesverordening 2019, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12 tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Legesverordening 2020.

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december 2019.

De griffier,

mevrouw L. Roest-Jonkers

De voorzitter,

de heer T.J. van der Zwan

Tarieventabel behorende bij de Legesverordening 2020

 

Titel 1

Algemene dienstverlening

 

 

Hoofdstuk 1 Vervallen

 

 

Hoofdstuk 2 Geheel of gedeeltelijk bedrukte stukken

 

 

2.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het verstrekken van:

 

 

2.1.1

een fotokopie van andere dan de met name in deze tabel genoemde stukken per bladzijde geheel of gedeeltelijk bedrukt:

 

 

2.1.1.1

per pagina op papier van A-4 formaat of kleiner

0,35

2.1.1.2

per pagina op papier van A-3 formaat

0,45

 

Indien het onder 2.1.1.1 of 2.1.1.2 vermelde recht is verschuldigd voor de vervaardiging van boekwerken, rapporten e.d. bedraagt het recht per vervaardigd boekwerk, rapport e.d. ten hoogste

68,50

2.1.1.3

een uittreksel van een document of een samenvatting van de inhoud van een document, per pagina

2,50

2.1.1.4

digitale informatie op een gegevensdrager (CD of DVD), per gegevensdrager

61,80

2.1.1.5

Gewaarmerkte afschriften van stukken, voorzover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen per pagina op papier van A-4 formaat

0,45

2.1.2

een lichtdruk van andere dan de met name in deze tabel genoemde stukken per lichtdruk, ongeacht het formaat:

2,95

 

Onder gedeeltelijk bedrukte stukken worden verstaan voor een deel bedrukte en overigens, hetzij geschreven,hetzij blanco gelaten stukken. Met bedrukte stukken worden gelijkgesteld stukken op andere wijze vermenigvuldigd dan door middel van de drukpers.

 

 

2.1.3

een losbladige uitgave van de algemene plaatselijke verordening

19,30

2.1.4

een losbladige uitgave van de algemene plaatselijke verordening inclusief toelichting

26,10

2.2

de in dit hoofdstuk vermelde tarieven zijn vermeld inclusief portokosten

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 3 Nasporingen archief/informatieverstrekking

 

 

3.1

Het tarief bedraagt voor het:

 

 

3.1.1

door of vanwege de gemeente doen van een nasporing in, eventueel gevolgd door het geven van een of meer inlichtingen uit het archief van de gemeente, of het statisch documentatiemateriaal van de gemeente, ongeacht het resultaat van die nasporing, een en ander voor zover deze diensten niet met name in deze verordening of in een andere belastingverordening van deze gemeente, danwel in andere rechtsregels zijn genoemd: voor elk afzonderlijk onderdeel

40,40

3.1.2

in aanvulling op artikel 3.1.1 geldt, indien meer dan 2 uren nodig zijn voor de nasporing, een uurtarief van

75,75

3.1.3

in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens ten behoeve van een taxatie- en/of verkoopopdracht

75,75

 

 

 

 

Hoofdstuk 4 Algemene plaatselijke verordening

 

 

4.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het afgeven van een niet afzonderlijk genoemde vergunning of ontheffing, die verleend is op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening

75,75

 

 

 

 

Hoofdstuk 5 Vervallen

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 6 Reglement gevaarlijke stoffen

 

 

6.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het verkrijgen van een verkoopvergunning voor vuurwerk als bedoeld in artikel 34 van het Reglement gevaarlijke stoffen

75,75

 

 

 

 

Hoofdstuk 7 Verkeer en vervoer

 

 

7.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het verkrijgen van:

 

 

7.1.1

een ontheffing voor het houden van een wedstrijd op de weg als bedoeld in artikel 10 van de Wegenverkeerswet

75,75

7.1.2

een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Stb. 459) voor zover noodzakelijk voor en direct samenhangend met de uitvoering van bijzondere transporten

75,75

7.1.3

een jaarlijkse ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (ontheffing blauwe zone, bord E10 )

45,00

7.1.4

een ontheffing als bedoeld in artikel 18 lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet

75,75

7.1.5

een verklaring van geen bezwaar voor een toertocht op de weg in de gemeente Heerenveen

75,75

7.1.6

een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling voertuigen

75,75

7.1.7

een verklaring van geen bezwaar ingevolge in het “Besluit inrichting en gebruik niet aangewezen luchtvaarterreinen" voor het houden van een ballonopstijging of een helikopterlanding.

75,75

7.1.8

bijdrage in de kosten van de aanleg van een gehandicaptenparkeerplaats met paal en borden

217,55

7.1.9

een gehandicaptenparkeerkaart ( GPK ), zoals bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer ( BABW )

 

 

7.1.9.1

zonder keuring door een arts of adviseur

75,75

7.1.9.2

inclusief keuring door een arts of adviseur

150,70

 

 

 

 

Hoofdstuk 8 Wet agrarisch grondverkeer

 

 

8.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor:

 

 

8.1.1

het verkrijgen van een verklaring als bedoeld in artikel 6 lid 2, letter g van de Wet agrarisch grondverkeer

75,75

 

 

 

 

Hoofdstuk 9 Wet op de kansspelen

 

 

9.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor:

 

 

9.1.1

het afgeven van een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de Kansspelen:

 

 

9.1.1.1

voor één speelautomaat per jaar

56,50

9.1.1.2

voor twee of meer speelautomaten per jaar:

 

 

9.1.1.2.1

voor de eerste speelautomaat

56,50

9.1.1.2.2

voor iedere volgende speelautomaat

34,00

 

 

 

 

Hoofdstuk 10 Verordening kabels en leidingen gemeente Heerenveen 2019

 

 

10.1

het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag in verband met het verkrijgen van instemming/vergunning omtrent tijdstip, plaats en werkwijze van uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid van de Telecommunicatiewet en artikel 2.11 van de APV

348,15

10.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding in verband met het verkrijgen van instemming/vergunning omtrent tijdstip, plaats en werkwijze van uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.4, eerste en vijfde lid van de Telecommunicatiewet en artikel 2.11 van de APV

98,30

10.3

Het in 10.1 genoemde bedrag wordt met een variabele leges per strekkende meter kabel- of leidingtracé verhoogd met

1,08

10.4

In afwijking van artikel 10.3 wordt, indien sprake is van een kabel- of leidingtracé van 5.000 meter of meer, naast het tarief van artikel 10.1, een bedrag in rekening gebracht of opgenomen in een terzake opgestelde en door het college van Burgermeester en Wethouders goedgekeurde projectbegroting, waarin de geraamde kosten voor de behandeling van een instemming/vergunning worden vastgesteld.

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 11 Verstrekkingen uit de Basisregistratie Personen

 

 

11.1

Voor de toepassing van dit onderdeel, met uitzondering van het vermelde onder 11.2 en 11.3 wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens omtrent één persoon waarvoor de basisadministratie personen moet worden geraadpleegd

 

 

11.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van aanvraag:

 

 

11.1.1.1

tot het verstrekken van gegevens:

per verstrekking

 

 

8,45

11.2

Voor de toepassing van onderdeel 11.3 wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens omtrent één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen

 

 

11.3

Het tarief bedraagt voor op verzoek doornemen van de basisregistratie personen voor ieder daaraan besteed kwartier

13,20

11.4

tot het anders dan voor de eerste keer verstrekken van een volledig overzicht van gegevens die van de aanvrager in de basisadministratie zijn opgenomen

11,10

 

 

 

 

Hoofdstuk 12 Nasporing en inlichtingen burgerlijke stand

 

 

12.1

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand geldt het tarief dat bij algemene maatregel van bestuur is bepaald

 

 

 

a. voor elk afschrift van een akte van de burgerlijke stand als bedoeld in artikel 23b, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;

13,80

 

b. voor elk uittreksel als bedoeld in artikel 23b, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;

13,80

 

c. voor elke verklaring van huwelijksbevoegdheid als bedoeld in artikel 49a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;

24,30

 

d. voor elke attestatie de vita, als bedoeld in artikel 19k van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek

13,80

 

e. voor elk meertalig uittreksel uit een akte van de burgerlijke stand.

13,80

 

f. voor elk meertalig modelformulier als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/1191 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 betreffende de bevordering van het vrije verkeer van burgers door vereenvoudigde overlegging van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening nr. 1024/2012 (PbEU 2016, L 200)

18,60

 

 

 

 

Hoofdstuk 13 Huwelijksvoltrekkingen

 

 

13.1

Het tarief bedraagt voor het voltrekken van een huwelijk of het registreren van een partnerschap op een andere tijd dan voor kosteloze huwelijksvoltrekking of kosteloze registratie van partnerschap is bepaald:

 

 

13.1.1

op maandag tot en met vrijdag

 

 

13.1.1.1

op de locatie trouwzaal Crackstraat 2 te Heerenveen

306,00

13.1.1.2

op de locatie publiekscentrum ondertrouwkamer op maandag- en donderdagochtend om 09.00 uur

116,00

13.1.1.3

op een alternatieve locatie (exclusief de kosten van de locatie)

343,00

13.1.2

op zaterdag

 

 

13.1.2.1

op de locatie trouwzaal Crackstraat 2 te Heerenveen

823,00

13.1.2.2

op een alternatieve locatie (exclusief de kosten van de locatie)

496,00

13.1.3

op een zon- of feestdag op een alternatieve locatie (exclusief de kosten van de locatie)

1.716,00

13.1.4

op een avond op een alternatieve locatie (exclusief de kosten van de locatie)

860,00

13.1.5

Een kosteloze huwelijksvoltrekking of registratie van partnerschap kan uitsluitend plaatsvinden op de locatie waar het Publiekscentrum gevestigd is.

 

 

13.1.5.1

op de locatie publiekscentrum in een spreekkamer op maandag- en donderdagochtend om 08.30 uur

0,00

13.2

Het tarief bedraagt voor het:

beschikbaar stellen van getuigen voor het voltrekken van een huwelijk of het registreren van een partnerschap, per getuige

 

 

40,15

13.3

spelen van het carillon op de locatie Crackstraat 2 te Heerenveen

18,50

13.4

wijzigen van de datum of het tijdstip van een voorgenomen huwelijk of registratie van het partnerschap

36,95

13.5

uitsluitend opmaken van een akte tot omzetting van een registratie van het partnerschap in een huwelijk

66,00

13.6

in behandeling nemen van een aanvraag voor het voltrekken van een huwelijk of het registreren van een partnerschap door een andere dan de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Heerenveen

200,70

13.7

voor het gebruik van een toga door een andere dan de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Heerenveen

57,05

13.8

Indien het voorgenomen huwelijk of registratie van het partnerschap wordt afgezegd, wordt op verzoek teruggaaf verleend van de geheven leges, met dien verstande dat een minimum recht verschuldigd blijft van

58,10

13.9

Indien het voorgenomen huwelijk of registratie van het partnerschap op een kosteloos tijdstip wordt afgezegd is een recht verschuldigd van

58,10

 

 

 

 

Hoofdstuk 14 Trouwboekjes

 

 

14.1

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een trouwboekje of een partnerschapsboekje

30,00

 

 

 

 

Hoofdstuk 15 Verklaringen en stukken in het bijzonder belang van de aanvragers

 

 

15.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het verstrekken van:

 

 

15.1.1

een uittreksel uit het bevolkingsregister

8,45

15.1.2

een bewijs van in leven zijn

8,45

15.1.3

een nationaliteitsbewijs

8,45

15.1.4

de legalisatie van een handtekening, of voor het ter legalisatie opzenden van een stuk

8,45

15.1.5

een bericht als bedoeld in de artikelen 29 en 32 van de Wet persoonsregistraties

8,45

15.1.6

een verklaring omtrent het gedrag

41,35

15.1.7

een niet in deze verordening genoemde verklaring of stuk in het bijzonder belang van de aanvrager

8,45

 

 

 

 

Hoofdstuk 16 Reispapieren voor grensoverschrijdingen

 

 

16.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

16.1.1

tot het verstrekken van een Nationaal paspoort, zakenpaspoort en faciliteitenpaspoort voor personen van 18 jaar en ouder

73,20

16.1.2

tot het verstrekken van een Nationaal paspoort, zakenpaspoort en faciliteitenpaspoort voor personen jonger dan 18 jaar

55,35

16.1.3

tot het verstrekken van een reisdocument voor vluchtelingen en vreemdelingen

55,35

16.1.4

tot het verstrekken van een Nederlandse identiteitskaart (NIK) aan personen van 18 jaar en ouder

58,30

16.1.5

tot het verstrekken van een Nederlandse identiteitskaart (NIK) aan personen jonger dan 18 jaar

30,70

16.1.6

De tarieven als genoemd in de onderdelen 16.1.1 tot en met 16.1.5 worden bij een spoedlevering vermeerderd met een bedrag van

49,85

 

 

 

 

Hoofdstuk 17 Aanvragen rijbewijs

 

 

17.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

17.1.1

tot het afgeven van een rijbewijs

40,65

17.1.2

tot het afgeven van een aanvraagformulier ter verkrijging van een geneeskundige verklaring van het C.B.R. te Rijswijk, wordt de kostprijs van het formulier verhoogd met € 1

 

 

17.2

Het tarief genoemd in onderdeel 17.1.1 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met

34,10

 

 

 

 

Hoofdstuk 18 Naturalisatie

 

 

 

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot naturalisatie als bedoeld in artikel 13 van de Rijkswet op het Nederlanderschap, geldt het tarief zoals dit is opgenomen in het Besluit Naturalisatie (besluit van 27 januari 1986, Staatsblad 618 ) of zoals dit besluit laatstelijk is vervangen of gewijzigd

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 19 Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen (Wkpb) gereserveerd

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 20 Gedoogbeschikkingen

 

 

20.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek voor het verstrekken van een gedoogbeschikking bouw, RO en milieu, horeca, afval, markten en het gebruik van de openbare ruimte

1.735,15

20.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek zoals in 20.1 genoemd in situaties waarin sprake is van calamiteiten, overmacht of omstandigheden die niet aan de vergunningplichtige kunnen worden toegerekend

165,95

 

 

 

 

Hoofdstuk 21 Leegstandswet

 

 

21.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

21.1.1

tot het verlenen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet

75,75

21.1.2

tot verlenging van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, negende lid, van de Leegstandwet

33,25

 

 

 

 

Titel 2

Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning

 

 

Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen

 

 

2.1.1.

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

 

 

2.1.1.1

bouwkosten:

 

 

 

de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de bouwkosten, exclusief omzetbelasting, bedoeld in het normblad NEN 2699, uitgave 2017, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd.

Indien de opgave van de bouwkosten afwijkt van de landelijk geldende kubieke meterprijzen wordt toepassing gegeven aan artikel 11, tweede lid van de Algemene Wet inzake rijksbelastingen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de meest recente versie van de Taxatieboekjes Reed Business.

Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft;

 

 

2.1.1.2

Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

 

 

2.1.1.3

Vooroverleg:

 

 

 

vraag of voor een nog niet uitgewerkt plan voor de activiteit Bouwen of voor de activiteit Strijdig gebruik RO medewerking kan worden verleend.

 

 

2.1.2

In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld.

 

 

2.1.3

In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 2 Vooroverleg

 

 

2.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

2.2.1

om vooroverleg in verband met het verkrijgen van een indicatie of een plan voor de activiteit Strijdig gebruik RO (buitenplanse afwijking) in het kader van de Wabo vergunbaar is.

326,20

2.2.2

om vooroverleg in verband met het verkrijgen van een indicatie of een plan voor de activiteit Strijdig gebruik RO (binnenplanse afwijking en een buitenplanse kleine afwijking) in het kader van de Wabo vergunbaar is.

180,10

2.2.3

om vooroverleg in verband met het verkrijgen van een indicatie of een plan voor de activiteit Bouwen in het kader van de Wabo vergunbaar is

 

25%

 

van de leges zoals deze bij een daadwerkelijke aanvraag om een omgevingsvergunning voor het project zouden worden vastgesteld, met dien verstande dat een minimum recht verschuldigd is van

111,70

 

 

 

Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning

 

 

2.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk en hoofdstuk 4 van deze titel. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

 

 

 

 

 

 

2.3.1

Bouwactiviteiten

 

 

2.3.1.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

 

2.3.1.1.1

Bij bouwkosten tot € 36.000,00

 

2,50%

 

van de totale bouwsom, met een minimum van

111,70

2.3.1.1.2

Bij bouwkosten van € 36.000,00 tot € 530.000,00 wordt het tarief van onderdeel 2.3.1.1.1 over het bij dat onderdeel genoemde bedrag geheven vermeerderd met

 

2,80%

 

van het gedeelte van de bouwkosten, die vallen in dit onderdeel.

 

 

2.3.1.1.3

Bij bouwkosten van € 530.000,00 tot € 1.100.000,00 wordt het tarief van de onderdelen 2.3.1.1.1 en 2.3.1.1.2 over de bij die onderdelen genoemde bedragen geheven vermeerderd met

 

3,10%

 

van het gedeelte van de bouwkosten, die vallen in dit onderdeel.

 

 

2.3.1.1.4

Bij bouwkosten van € 1.100.000,00 tot € 10.700.000,00 wordt het tarief van de onderdelen 2.3.1.1.1, 2.3.1.1.2 en 2.3.1.1.3 over de bij die onderdelen genoemde bedragen geheven vermeerderd met

 

2,30%

 

van het gedeelte van de bouwkosten, die vallen in dit onderdeel.

 

 

2.3.1.1.5

Bij bouwkosten vanaf € 10.700.000,00 wordt het tarief van de onderdelen 2.3.1.1.1, 2.3.1.1.2, 2.3.1.1.3 en 2.3.1.1.4 over de bij die onderdelen genoemde bedragen geheven vermeerderd met

 

2,00%

 

van het gedeelte van de bouwkosten, die vallen in dit onderdeel met een maximum van

200.000,00

 

 

 

 

2.3.1.2

Welstandstoets

 

 

 

Verhoging in verband met toetsing aan welstandcriteria

 

 

2.3.1.2.1

Het tarief bedraagt ter zake van de beoordeling van welstand, berekend over de naar boven op € 500 afgeronde bouwkosten, bij inwinnen advies indien de bouwkosten:

 

 

2.3.1.2.1.1

lager dan of gelijk zijn aan € 5.000

45,00

2.3.1.2.1.2

meer bedragen dan € 5.000 maar niet meer dan € 25.000

45,00

 

vermeerderd met 2,4‰ van de bouwsom hoger dan € 5.000

 

 

2.3.1.2.1.3

meer bedragen dan € 25.000 maar niet meer dan € 100.000

93,00

 

vermeerderd met 2,2‰ van de bouwsom hoger dan € 25.000

 

 

2.3.1.2.1.4

meer bedragen dan € 100.000 maar niet meer dan € 250.000

258,00

 

vermeerderd met 2,10‰ van de bouwsom die meer bedragen dan € 100.000

 

 

2.3.1.2.1.5

meer bedragen dan € 250.000 maar niet meer dan € 750.000

573,00

 

vermeerderd met 1,14‰ van de bouwsom die meer bedragen dan € 250.000

 

 

2.3.1.2.1.6

meer bedragen dan € 750.000

1.143,00

 

vermeerderd met 0,78 ‰ van de bouwkosten die meer bedragen dan € 750.000 met een maximum van

2.300,00

2.3.1.2.1.7

bij de berekening van de verschuldigde leges conform 2.3.1.2.2.1 t/m 2.3.1.2.2.6 wordt het eindbedrag naar beneden afgerond op gehele euro's

 

 

2.3.1.2.2

voor adviezen voor vooroverlegplannen, niet zijnde monumentenplannen, verstrekt aan de deelnemende gemeente, betreffende een vooroverleg over de opzet van een plan, worden de tarieven gerekend die afhankelijk zijn van de bestede tijd in de lokale commissie:

 

 

2.3.1.2.2.1

tot 15 minuten

70,00

2.3.1.2.2.2

van 15 tot 30 minuten

96,00

2.3.1.2.2.3

van 30 tot 45 minuten

122,00

2.3.1.2.2.4

van 45 tot 60 minuten

150,00

2.3.1.2.3

bij behandeling van een vooroverlegplan in de bureaucommissie

122,00

2.3.1.2.4

bij behandeling van een vooroverlegplan in de grote commissie

150,00

2.3.1.2.5

Indien in een plan waarvoor reeds eerder een positief welstandsadvies is uitgebracht en waarvoor reeds eerder leges in rekening is gebracht een ondergeschikte wijziging plaatsvindt bedraagt het tarief hiervoor

45,00

2.3.1.2.6

Indien in een plan waarvoor reeds eerder een positief welstandsadvies is uitgebracht en waarvoor reeds leges in rekening is gebracht een aanzienlijke wijziging binnen het bestaande concept van het plan wordt aangebracht, wordt het tarief op basis van de nieuwe bouwsom opnieuw berekend conform 2.3.1.2.1 t/m 2.3.1.2.1.6 en wordt het verschil tussen het opnieuw berekende legesbedrag en de reeds eerder in rekening gebrachte leges verrekend.

 

 

2.3.1.2.7

Indien voor een plan waarvoor reeds eerder een positief welstandsadvies is uitgebracht en waarvoor reeds eerder leges in rekening is gebracht het ontwerp wezenlijk wordt aangepast dan wel een andere vormgever voor het plan is ingeschakeld wordt het tarief voor het nieuwe plan berekend conform 2.3.1.2.1 t/m 2.3.1.2.1.6, zonder dat verrekening plaats vindt met de in rekening gebrachte leges voor het vorige plan.

 

 

2.3.1.2.8

Tenzij in het geval van volledige omwerking door een andere ontwerper, dan wel in het geval er sprake is van een geheel ander opgezet plan in plaats van een eerder van een positief welstandsadvies voorzien ontwerp, is voor de voortgezette behandeling van een bouwaanvraag geen extra vergoeding verschuldigd.

 

 

2.3.1.2.9

Voor het uitoefenen van adviestaken, bijvoorbeeld op het terrein van de Erfgoedwet (Monumentenwet), de monumentenverordening en de Brim (2013) e.d. en van de ontwikkeling van gemeentelijk welstandsbeleid, kan Hûs en Hiem op verzoek van de gemeenten adviezen verstrekken, waarvoor een uurtarief van € 104,00 per adviseur wordt berekend. Dit uurtarief geldt eveneens voor deelname aan kwaliteitsteams.

 

 

2.3.1.2.10

In afwijking van de tarieven genoemd in 2.3.1.2.1 t/m 2.3.1.2.1.6 bedraagt het tarief indien ambtelijk wordt getoetst aan de sneltoetscriteria uit de Welstandsnota per bouwaanvraag

26,75

 

 

 

 

2.3.2

Aanlegactiviteiten

 

 

2.3.2.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten

99,30

 

 

 

 

2.3.3

Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit

 

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1 en het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

 

2.3.3.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking):

180,10

2.3.3.2

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking of tijdelijke afwijking):

180,10

2.3.3.3

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking):

1.188,75

2.3.3.4

indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan):

180,10

2.3.3.5

indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving):

180,10

2.3.3.6

indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving):

180,10

2.3.3.7

indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit):

180,10

 

 

 

 

2.3.4

Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit

 

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

2.3.4.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking):

180,10

2.3.4.2

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking of tijdelijke afwijking):

180,10

2.3.4.3

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking):

1.188,75

2.3.4.4

indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan):

180,10

2.3.4.5

indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving):

180,10

2.3.4.6

indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving):

180,10

2.3.4.7

indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit):

180,10

 

 

 

 

2.3.5

In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid

 

 

 

Het tarief bedraagt, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten, voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor:

 

 

2.3.5.A.1

Het verstrekken van een omgevingsvergunning met betrekking tot het brandveilig gebruik van een bouwwerk c.q. Inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo

237,65

2.3.5.B

Verhoging : Het in onderdeel 2.3.5.A genoemde bedrag wordt verhoogd met de bedragen genoemd in onderdeel 2.3.5.C indien en zover deze op het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, van toepassing zijn.

 

 

2.3.5.C

De verhoging als bedoeld in 2.3.5.B bedraagt voor:

 

 

2.3.5.C.1

Bouwwerken als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo (voor zover het geen tijdelijke bouwwerken betreft), met een bebouwd oppervlakte van

 

 

2.3.5.C.1.1

– minder dan 100 m2

142,70

2.3.5.C.1.2

– 100 m2 tot 500 m2: per m2

1,30

2.3.5.C.1.3

– 500 m2 tot 2.000 m2:

420,15

 

Vermeerderd met € 0,50 per m2

 

 

2.3.5.C.1.4

– 2.000 m2 tot 5.000 m2:

1.213,70

 

Vermeerderd met € 0,174 per m2

 

 

2.3.5.C.1.5

– 5.000 m2 tot 50.000 m2:

2.123,95

 

Vermeerderd met € 0,023 per m2

 

 

2.3.5.C.1.6

– 50.000 m2 of meer

2.742,45

 

Vermeerderd met € 0,012 per m2

 

 

2.3.5.D

Indien de aanvraag tot het verstrekken van een omgevingsvergunning als vermeld onder 2.3.5.A.1 betrekking heeft op een uitbreiding van een reeds bestaande omgevingsvergunning is het tarief genoemd in onderdeel 2.3.5.C verschuldigd over de oppervlakte van de uitbreiding.

 

 

 

 

 

 

2.3.6

Activiteiten met betrekking tot Rijksmonumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten

 

 

2.3.6.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo (Rijksmonumenten), of op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

 

2.3.6.1.1

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een monument:

378,05

2.3.6.1.2

voor het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:

378,05

2.3.6.3

Indien een geïntegreerd welstands/monumentenadvies is gevraagd wordt het in onderdeel 2.3.6.1.1 en 2.3.6.1.2 genoemde tarief verhoogd met 1,5 keer het in onderdeel 2.3.1.2 gehanteerde tarief.

 

 

 

 

 

 

2.3.7

Sloopactiviteiten anders dan bij monumenten of in beschermd stads- of dorpsgezicht

 

 

2.3.7.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

 

2.3.7.1.1

Indien de sloopkosten lager zijn dan € 5.000

99,30

2.3.7.1.2

Indien de sloopkosten hoger dan of gelijk zijn aan € 5.000

264,00

 

 

 

 

2.3.8

Opslag van roerende zaken

 

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op de opslag van roerende goederen in een bepaald gedeelte van de provincie of de gemeente, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

 

2.3.8.1

indien de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende zaken, bedoeld in art. 2.2, eerste lid, onder j, van de Wabo

75,75

2.3.8.2

indien de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder k, van de Wabo

75,75

 

 

 

 

2.3.9

Natura 2000-activiteiten

 

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2 aa, aanhef en onder a, van het Besluit omgevingsrecht (Natura 2000-activiteit) bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

99,30

 

 

 

 

2.3.10

Flora- en fauna-activiteiten (bescherming van soorten)

 

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2 aa, aanhef en onder b, van het Besluit omgevingsrecht (flora- en fauna-activiteit), bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

99,30

 

 

 

 

2.3.11

Andere activiteiten

 

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit of handeling dan in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit of handeling:

 

 

2.3.11.1

behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

99,30

2.3.11.2

behoort tot een bij provinciale verordening, gemeentelijke verordening of waterschapsverordening aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

 

2.3.11.2.1

als het een gemeentelijke verordening betreft

99,30

2.3.11.2.2

als het een provinciale of waterschapsverordening betreft

99,30

 

 

 

 

2.3.12

Omgevingsvergunning in twee fasen

 

 

2.3.12.1

Voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft.

 

 

2.3.12.2

Voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft.

 

 

 

 

 

 

2.3.13

Advies

 

 

2.3.13.1

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het uurtarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning:

84,80

2.3.13.2

In afwijking van artikel 2.3.13.1 bedraagt het tarief voor de adviesaanvraag aan de provincie in het kader van de Wegenverordening provincie Fryslân en de Nota Beheerbeleid provinciale Wegen

151,00

 

 

 

 

2.3.14

Verklaring van geen bedenkingen

 

 

2.3.14.1

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten, indien een daartoe bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend, als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo:

 

 

2.3.14.1.1

indien de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven:

99,30

2.3.14.1.2

indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven:

99,30

 

 

 

 

Hoofdstuk 4 Vermindering

 

 

2.4.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning is voorafgegaan door een aanvraag om vooroverleg of beoordeling van een conceptaanvraag als bedoeld in hoofdstuk 2, waarop de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft, worden de ter zake van het vooroverleg of de beoordeling van de conceptaanvraag geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning bedoeld in hoofdstuk 3.

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 5 Teruggaaf

 

 

2.5.1

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten

 

 

 

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten, als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

 

 

2.5.1.1

indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van vier weken na het in behandeling nemen ervan

 

75%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges

 

 

2.5.1.2

indien de aanvraag wordt ingetrokken op een later tijdstip dan in 2.5.1.1 bedoeld na het in behandeling nemen ervan doch voor het verlenen van de vergunning

 

60%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges

 

 

 

 

 

 

2.5.2

Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten

 

 

2.5.2.1

Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 6 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt:

 

20%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

 

2.5.2.2

Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 2 jaar na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt:

 

10%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

 

 

 

 

 

2.5.3

Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten

 

 

2.5.3.1

Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 of 2.3.7 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

 

40%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

 

2.5.3.2

Onder een weigering bedoeld in onderdeel 2.5.3.1 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.

 

 

 

 

 

 

2.5.4

Minimumrecht

 

 

 

De teruggaaf als bedoeld in artikel 2.5.1, 2.5.2 en 2.5.3 vindt toepassing met dien verstande dat een minimumrecht verschuldigd blijft van

111,70

2.5.5

Geen teruggaaf legesdeel advies of verklaring van geen bedenkingen

 

 

 

 

 

 

 

Van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen 2.3.13 en 2.3.14 wordt geen teruggaaf verleend.

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 6 Intrekking omgevingsvergunning

 

 

 

niet van toepassing

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project

 

 

2.7

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project:

99,30

 

Het vorenstaande vindt geen toepassing indien de afwijking zodanig is dat naar de omstandigheden beoordeeld van een nieuw bouwplan sprake is.

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten

 

 

2.8

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in

 

 

2.8.1

artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening

1.188,75

2.8.2

artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening

1.188,75

 

 

 

 

Hoofdstuk 9 Diversen

 

 

2.9.1

Niet-ontvankelijke aanvraag van een aanvraag omgevingsvergunning

 

 

 

Het tarief voor het niet verder in behandeling nemen van een aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 van de Wabo, omdat deze aanvraag niet ontvankelijk is als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht, bedraagt

99,30

 

 

 

 

2.9.2

Overschrijving omgevingsvergunning

 

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor:

 

 

 

Het overschrijven van een verleende omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, als bedoeld in artikel 10.3 van de bouwverordening:

72,25

 

 

 

 

2.9.3

In deze titel niet benoemde beschikking

 

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde beschikking:

75,75

 

 

 

 

Titel 3

Dienstverlening vallend onder Europese Dienstenrichtlijn

 

 

Hoofdstuk 1 Horeca

 

 

3.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor:

 

 

3.1.1.1

het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet

75,75

3.1.1.2

het verkrijgen van een vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet

320,25

3.1.1.3

het verkrijgen van een vergunning ingevolge artikel 3 van de Drank- en Horecawet, waarbij geen nader onderzoek is vereist ten aanzien van de inrichting- en/of zedelijkheidseisen

75,75

3.1.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor:

 

 

3.1.2.1

het verkrijgen van een exploitatievergunning horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:28 Algemeen Plaatselijke Verordening

149,25

3.1.2.2

het wijzigen van een exploitatievergunning horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:28 Algemeen Plaatselijke Verordening

83,10

3.1.2.3

Indiens de aanvraag voor een ( wijziging) exploitatievergunning horecabedrijf tevens betrekking heeft op een bij het horecabedrijf behorend terras wordt het in 3.1.4 en 3.1.5 genoemde bedrag per m2 terras verhoogd met

5,10

3.1.2.4

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een tijdelijke ontheffing van het sluitingsuur als bedoeld in artikel 2:30 Algemeen Plaatselijke Verordening voor ieder uur dat ontheffing wordt verleend

16,40

 

 

 

 

Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen en markten

 

 

3.2.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor:

 

 

3.2.1.1

het afgeven van een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening voor het organiseren van een evenement

35,30

3.2.1.2

Indien voor het afgeven van een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening voor het organiseren van een evenement een of meerdere overleggen moet worden gevoerd met externe partijen, zoals politie, brandweer, geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen (GHOR) of beveiliging, is, in afwijking van het bepaalde onder 3.2.1 en 3.2.1.1 een tarief verschuldigd van

540,25

3.2.1.3

het afgeven van een vergunning voor het organiseren van een (snuffel)markt als bedoeld in artikel 5:23 van de Algemene Plaatselijke Verordening.

35,30

 

 

 

 

Hoofdstuk 3 Prostitutiebedrijven

 

 

3.3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor:

 

 

3.3.1.1

het afgeven van een exploitatievergunning betreffende het exploiteren van een seksinrichting of escortbedrijf als bedoeld in artikel 3:4 van de Algemene Plaatselijke Verordening.

788,70

3.3.1.2

het verkrijgen van een vergunning tot wijziging van de exploitatievergunning als bedoeld in artikel 3:4 van de Algemene Plaatselijke Verordening, waarbij geen nader onderzoek is vereist ten aanzien van de inrichtings- en zedelijkheidseisen

394,85

 

 

 

 

Hoofdstuk 4 Brandbeveiligingsverordening

 

 

3.4.A

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor:

 

 

3.4.A.1

Het verstrekken van een vergunning met betrekking tot het brandveilig gebruik van een bouwwerk of een inrichting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Brandbeveiligingsverordening:

237,65

3.4.B

Verhoging

 

 

 

Het in onderdeel 3.4.A.1 genoemde bedrag wordt verhoogd met de bedragen genoemd in onderdeel 3.4.C indien en zover deze op de inrichting waarop de aanvraag betrekking heeft, van toepassing zijn.

 

 

3.4.C

De verhoging als bedoeld in 3.4.B bedraagt voor:

 

 

3.4.C.1

Inrichtingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Brandbeveiligings-verordening, met een bebouwd oppervlakte van

 

 

3.4.C.1.1

– minder dan 100 m2

142,70

3.4.C.1.2

– 100 m2 tot 500 m2: per m2

1,30

3.4.C.1.3

– 500 m2 tot 2.000 m2:

420,15

 

Vermeerderd met € 0,50 per m2

 

 

 

– 2.000 m2 tot 5.000 m2:

1.213,70

 

Vermeerderd met € 0,174 per m2

 

 

 

– 5.000 m2 tot 50.000 m2:

2.123,35

 

Vermeerderd met € 0,023 per m2

 

 

 

– 50.000 m2 of meer

2.742,45

 

Vermeerderd met € 0,012 per m2

 

 

3.4.D

Indien de aanvraag tot het verstrekken van een vergunning als vermeld onder 3.4.A.1 betrekking heeft op een uitbreiding van een reeds bestaande vergunning is het tarief genoemd in onderdeel 3.4.C verschuldigd over de oppervlakte van de uitbreiding.

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 5 Winkeltijdenwet

 

 

3.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om ontheffing of vrijstelling ingevolge de Winkeltijdenwet, het Vrijstellingsbesluit Winkeltijdenwet of de Winkeltijdenverordening

75,75

 

 

 

 

Hoofdstuk 6 Marktstandplaatsen

 

 

3.6.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:

 

 

3.6.1.1

een standplaatsvergunning als bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening voor

 

 

 

één dag

22,15

 

één maand

48,80

 

één jaar

399,50

 

 

 

 

Hoofdstuk 7 Kinderopvang

 

 

3.7.1

Het tarief betreft voor het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in artikel 1.45 en 2.2 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko) voor:

 

 

3.7.1.1

het in exploitatie nemen van een kindercentrum, peuterspeelzaal, voorziening gastouderopvang of een gastouderbureau

35,25

 

 

 

 

3.7.2

Toetsing GGD of GGD Advies

 

 

 

Verhoging in verband met de inspectie voor registratie in het landelijk register op grond van artikel 1.45 lid 3 Wko. Het tarief bedraagt:

 

 

3.7.2.1

voor de inspectie GGD van een kinderdagverblijf, peuteropvang, buitenschoolse opvang en gastouderbureau

1.261,10

3.7.2.2

voor de inspectie GGD van een voorziening gastouderopvang

450,40

3.7.2.3

voor de onspectie van een kindercentrum als bedoeld in artikel 1.45 Wko, waarbij de houder van het kindercentrum reeds is geregistreerd in het landelijk register (LRKP) met de betreffende locatie

370,65

3.7.2.4

voor de inspectie van een voorziening gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.45 Wko, waarbij de houder van de voorziening reeds in het LRKP is geregistreerd met de betreffende locatie of een andere locatie

180,15

3.7.3

Indien een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 1.45 en 2.2 Wko, niet ontvankelijk wordt verklaard, bedraagt het tarief

35,25

 

 

 

 

Hoofdstuk 8 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

 

 

3.8

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

75,75

 

Behorende bij het raadsbesluit van 16 december 2019

Naar boven