Gemeenteblad van Middelburg

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
MiddelburgGemeenteblad 2019, 312101Verordeningen



VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN PRECARIOBELASTING MIDDELBURG 2020

De raad van de gemeente Middelburg;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders

 

gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;

 

BESLUIT:

 

Vast te stellen de

 

VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN PRECARIOBELASTING MIDDELBURG 2020

 

 

___________________________________________________________________

 

Artikel 1 Belastbaar feit

Ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond of water wordt precariobelasting geheven.

 

Artikel 2 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a. jaar: een kalenderjaar;

b. maand: een kalendermaand

c. week: een tijdvak van zeven achtereenvolgende dagen;

d. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen

toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de

openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben.

 

Artikel 3 Bijzondere bepalingen

a. Bij de berekening van de belasting wordt voor een gedeelte van een eenheid van lengte, oppervlakte of tijd, met uitzondering van een jaar, een gehele eenheid aangenomen;

b. bij de toepassing van de tarieven zoals opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel van respectievelijk per maand of per week, zal in totaal per jaar of maand niet meer worden geheven dan onderscheidenlijk bij toepassing van het tarief voor een jaar of een maand verschuldigd zou zijn;

c. open ruimten op de grond van geplaatste, neergelegde of opgetaste goederen of voorwerpen worden voor de berekening van de belasting geacht door die goederen of voorwerpen in gebruik te zijn genomen;

d. open ruimten tussen voorwerpen, die boven gemeentegrond of gemeentewater zijn aangebracht worden voor de berekening van de belasting mede in acht genomen.

 

Artikel 4 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene:

a. die gebruik maakt of het genot heeft van de voor de openbare dienst bestemde grond of water waarvan de gemeente de eigendom dan wel het beheer en onderhoud heeft;

b. van wie, dan wel ten behoeve van wie, voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond of voor de openbare dienst bestemd gemeentewater worden aangetroffen.

 

Artikel 5 Maatstaf van heffing en tarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, zoals opgenomen in de bij deze verordening behorende bijgevoegde tarievenlijst.

 

Artikel 6 Belastingtijdvak

Voor zover in de bij deze verordening behorende tarieventabel een belasting is opgenomen die per jaar wordt geheven, is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

a. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht;

b. indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven;

c. indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

 

Artikel 8 Wijze van heffing

De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

 

Artikel 9 Termijnen van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

2. In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet, elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de hiervoor gestelde termijnen.

 

Artikel 10 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven ter zake van:

a. het hebben van voorwerpen of werken ten behoeve van eigendommen, welke bij de gemeente of haar instellingen in gebruik zijn, met uitzondering van eigendommen, welke aan derden zijn of zullen worden verhuurd of in beheer en exploitatie zijn of zullen worden gegeven;

b. het hebben vanwege de door Post NL aangebrachte brievenbussen, postzegelautomaten, telefooncellen en niet tot reclame dienende aanwijzingen voor het publiek;

c. het hebben van wegwijzers en verkeersaanduidingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond A.N.W.B. en van andere overeenkomstige instellingen;

d. het hebben van voorwerpen of werken, welke daar ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd;

e. het hebben van voorwerpen of werken, welke noodzakelijk voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak, door het rijk, de provincie, de gemeente of door waterschappen, zijn aangebracht of geplaatst;

g. het hebben van vlaggenstokken en de daaraan bevestigde vlaggen en wimpels, welke niet worden gebezigd voor reclamedoeleinden;

h. het hebben van hijsbalken;

i. het hebben van pilasters, plinten, kozijndorpels, gevelversieringen, goten, puilijsten, goot- of kroonlijsten e.d.;

j. het hebben van voorwerpen uitsluitend gebezigd voor een weldadig doel, ten dienste van een kerkgenootschap of ten dienste van door het rijk gesubsidieerde bijzondere scholen;

k. het hebben van voorwerpen, op of boven aan de gemeente om niet afgestane grond, door de voormalige eigenaar, die de grond afstond;

l. het hebben van afvoerbuizen van hemelwater, welke aan een gebouw zijn aangebracht en niet meer dan 0,20 m. buiten de gevel uitsteken;

m. het innemen van gemeentegrond, indien de verordening op de heffing en invordering van marktgelden van toepassing is;

n. het innemen van gemeentewater, indien de verordening op de heffing en invordering van scheepvaartrechten van toepassing is;

o. woonwagens of woonschepen gedurende veertien al dan niet achtereenvolgende dagen binnen hetzelfde kalenderjaar;

p. het gedurende ten hoogste 14 dagen innemen van openbare gemeentegrond voor opslag van scheepsladingen of gedeelten daarvan bestemd voor doorvoer per spoor en afkomstig uit schepen, die door hun diepgang verplicht zijn een gedeelte van de lading elders dan aan het overslagterrein te lossen;

q. het hebben van borden, zuilen en dergelijke, aangebracht door of vanwege politieke partijen, bevattende uitsluitend verkiezingspropaganda;

r. een vak van een reclamebord of –zuil in gebruik bij en ten dienste van de gemeente voor het aanbrengen van stadsplattegronden;

s. het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond van bedrijfsexploitanten, waarvan het bedrijfspand gelegen is aan een zogenaamd winkelerf, met dien verstande dat deze vrijstellingsbepaling niet geldt voor terrassen, etalages, vitrines en andere soort gelijke voorwerpen, als gevolg waarvan een gedeelte openbare grond feitelijk aan het openbare gebruik wordt onttrokken tot een maximum van 1,5 m² per 6 m. gevelbreedte van het bedrijfspand;

t. het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond ten behoeve van door de overheid gesubsidieerde woningbouw door een op grond van artikel 59 van de Woningwet (Wet van 12 juli 1962, Stb. 287) toegelaten instelling;

u. het innemen van gemeentegrond, indien hiervoor een pachtsom in rekening wordt gebracht.

v. het hebben van voorwerpen waarvoor de gemeente reclamebelasting of een recht op grond van artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet heft.

w. balkons, erkers, dakgoten en kelderluiken.

 

Artikel 11 Overgangsbepaling

De “Verordening precariobelasting Middelburg 2019” vastgesteld bij besluit van 17 december 2018 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

 

Artikel 12 Inwerkingtreding

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

 

Artikel 13 Citeerartikel

Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening precariobelasting Middelburg 2020”.

 

 

Aldus vastgesteld door de raad in zijn openbare vergadering van 12 december 2019.

De griffier, de voorzitter,

drs. M. Wisse-Roelse mr. H.M. Bergmann

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

TARIEVENLIJST

behorende bij de Verordening precariobelasting Middelburg 2020”

 

Hoofdstuk 1 Algemene tarieven precariobelasting

 

 

GEMEENTEGROND

 

 

1.1

Het algemene tarief precariobelasting voor gemeentegrond

bedraagt per m² in beslag genomen gemeentegrond

 

 

1.1.1

per week of korter

2,11

1.1.2

per maand

6,00

1.1.3

met dien verstande dat het tarief nimmer minder bedraagt dan

16,59

 

 

GEMEENTEWATER

 

 

1.2

Het algemene tarief voor gemeentewater bedraagt per m² in beslag genomen gemeentewater

 

 

1.2.1

per week of korter

1,06

1.2.2

per maand

2,37

 

 

GEMEENTEWATER IN GEBRUIK DOOR WOONBOTEN

 

 

1.3.1

Het tarief voor gebruik van gemeentewater door woonboten gelegen in Middelburg bedraagt per m² in beslag genomen gemeentewater per maand

0,69

1.3.2

Het tarief voor gebruik van gemeentewater door woonboten gelegen in Arnemuiden bedraagt per m² in beslag genomen gemeentewater per maand

0,47

 

 

 

 

Hoofdstuk 2 Bijzondere tarieven precariobelasting

 

 

De belasting bedraagt:

 

 

2.1.

 

voor lichtbakken, lantaarns, neonlichtbuizen of dergelijke lichtapparaten, uithangborden, uithangtekens, gevelborden, gevelplaten, spionnen, alsmede alle andere dergelijke voorwerpen, voor elk voorwerp per jaar:

 

 

2.1.1

reclamedoeleinden dienende

17,49

2.1.2

geen reclamedoeleinden dienende

9,03

2.2

voor een zonnescherm of een markies per strekkende meter per jaar

 

 

2.2.1

handelsdoeleinden dienende

4,99

2.2.2

geen handelsdoeleinden dienende

3,10

2.3

voor het hebben van kabels, leidingen, buizen en dergelijke die bevinden onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, per strekkende meter per jaar

1,57

2.4

voor een spandoek per strekkende meter per week

4,81

2.5

voor door bouwmaterialen, grond, keten, loodsen, bouwwerktuigen en al wat verder bij bouwwerken nodig is, ingenomen grond per m² per maand of korter

2,33

2.6

voor het gebruik van openbare gemeentegrond voor niet-commerciële doeleinden, festiviteiten en evenementen per m²:

 

 

2.6.1

kleiner dan 25 m²

Nihil

2.6.2

groter dan 25 m² per evenement

0,42

2.7.1

voor het gebruik van openbare gemeentegrond voor een ontsluitingspad voor een pad niet langer dan 3 m1 en niet breder dan 0,9 m1 per jaar of een gedeelte daarvan

30,16

2.7.2

voor een pad dat één onder 2.71 genoemde maten overschrijdt, per m² of een gedeelte daarvan te vermeerderen met

30,16

2.7.3

dat 2,7 m² te boven gaat, met een minimum vermeerdering per jaar van

30,16

2.8

met dien verstande dat het tarief nimmer minder bedraagt dan

16,59

 

Hoofdstuk 3 Tarieven terrassen

 

 

TERRASSEN

 

 

3.1

Het gebruik of genot van voor de openbare dienst bestemde

gemeentegrond als terras voor een café, restaurant, lunchroom

of een dergelijke lokaliteit, per m² per maand

 

 

3.1.1a

Voor een terras gelegen in de binnenstad van Middelburg (zie bijgevoegde gewaarmerkte kaart: Bijlage “artikel; 3.1.1. tarieventabel precariobelasting 2019”)

8,10

3.1.1.b

Voor een terras zonder terrasverwarming gelegen in de binnenstad van Middelburg (zie bijgevoegde gewaarmerkte kaart: Bijlage “artikel; 3.1.1. tarieventabel precariobelasting 2019”) tijdens de maanden januari, februari, november en december

2,02

3.1.2

voor een terras in het overige gebied

6,00

 

 

Aldus vastgesteld door de raad in zijn openbare vergadering van 12 december 2019.

 

De griffier,

 

 

 

drs. M. Wisse-Roelse