Gemeenteblad van Alphen aan den Rijn

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Alphen aan den RijnGemeenteblad 2019, 309082Verordeningen



Verordening afvalstoffenheffing 2020

 

De raad van de gemeente Alphen aan den Rijn;

Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 november 2019;

Gelet op artikel 229 Gemeentewet en artikel 15.33 Wet milieubeheer;

 

B E S L U I T vast te stellen de:

 

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2020

 

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder “gebruik maken”; gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

 

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

1 Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

2 De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt of waar nabij het perceel een mogelijkheid tot inzameling of een mogelijkheid tot het achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen wordt geboden.

 

Artikel 3 Belastingplicht

1 De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

2 Voor het bepalen van het aantal personen, als bedoeld in artikel 1.1 en 1.2 van de tarieventabel, wordt uitgegaan van het gebruik zoals dit zich voordoet aan het begin van het belastingjaar.

3 Als het gebruik van het perceel eerst in de loop van het belastingjaar aanvangt, wordt voor het bepalen van het aantal personen, zoals bedoeld in artikel 1.1 en 1.2 van de tarieventabel, uitgegaan van het gebruik zoals dit zich voordoet op de eerste van de maand volgend op de aanvang van het gebruik zoals dit bij de gemeente bekend staat.

4 Ingeval een gedeelte van een perceel, niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4, voor gebruik is afgestaan, wordt als gebruiker aangemerkt degene die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan.

5 Ingeval er sprake is van het ter beschikking stellen van een perceel voor kortstondig volgtijdig gebruik, wordt als gebruiker aangemerkt degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld.

 

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

 

Artikel 5 Belastingjaar

1 Bij de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, geldt voor de belasting als bedoeld in de hoofdstuk 2 en 3 van de tarieventabel als heffingstijdstip het moment waarop de dienst aangevraagd, dan wel verleend wordt.

 

Artikel 6 Wijze van heffing

1 De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel wordt bij wege van aanslag geheven.

2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, wordt de belasting als bedoeld in de hoofdstukken 2 en 3 van de tarieventabel geheven bij wege van een mondelinge dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving.

3 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, is het tarief bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel direct verschuldigd via elektronische betaling.

4 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, is het tarief bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel direct verschuldigd via iDeal of binnen 30 dagen na dagtekening van de factuur.

 

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1 De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij aanvang van de belastingplicht.

2 De belasting als bedoeld in hoofdstuk 2 en 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening.

3 Als de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt en gebruiker nog niet eerder als belastingschuldige voor hetzelfde belastbare feit een aanslag is opgelegd, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelte van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4 Als de belastingplicht in de loop van het jaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

5 Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien de belastingschuldige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.

6 Als het totale aanslagbiljetbedrag beneden de € 5 blijft, wordt geen belasting geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.

 

Artikel 8 Termijnen van betaling

1 In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn twee maanden later.

2 In afwijking van het eerste lid kan de aanslag in gevallen, waarbij de belastingschuldige aan de gemeente een automatische incasso heeft verstrekt, in maximaal tien gelijke maandelijkse termijnen worden voldaan. De eerste termijn vervalt daarbij op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3 In aanvulling op het tweede lid geldt, dat betaling in termijnen alleen mogelijk is, indien het totaal verschuldigde bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen minder dan € 5.000 bedraagt.

4 In afwijking van hetgeen in het tweede lid is bepaald, worden, indien de belastingplicht eerst in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan wel de belasting later dan in de tweede maand van het belastingjaar wordt opgelegd, de termijnen van betaling bij automatische incasso beperkt tot het aantal volle termijnen dat nog van de genoemde tien gelijke termijnen resteert. Met dien verstande dat een minimum aantal van zes termijnen overblijft.

5 In afwijking van hetgeen in het tweede lid is bepaald, worden, indien de belasting eerst in één van de volgende kalenderjaren wordt opgelegd, de termijnen van betaling bij automatische incasso beperkt tot zes gelijke termijnen.

6 De in dit artikel genoemde gelijke termijnen worden afgerond op twee decimalen. Afwijkingen en afrondingsverschillen in de te betalen termijnen zijn toegestaan.

7 De belasting als bedoeld in de hoofdstukken 2 en 3 van de tarieventabel moet worden betaald bij uitreiking van de kennisgeving: op het tijdstip van uitreiking.

8 De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.

 

Artikel 9 Kwijtschelding

1 Bij de invordering van afvalstoffenheffing voor éénpersoonshuishoudens of meerpersoonshuishoudens, genoemd in hoofdstuk 1 van de tarieventabel, kan kwijtschelding worden verleend.

2 Voor de belasting als genoemd in hoofdstuk 2 en 3 in de tarieventabel is geen kwijtschelding mogelijk.

 

Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel

1 De 'Verordening afvalstoffenheffing 2019, van de gemeente Alphen aan den Rijn, vastgesteld bij raadsbesluit van 13 december 2018, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2020, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2 Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

3 De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

4 Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening afvalstoffenheffing 2020’.

 

Tarieventabel Behorende bij de “Verordening afvalstoffenheffing 2020”

 

Hoofdstuk 1. Tarieven per perceel

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar

1.1. Als het wordt gebruikt door één persoon € 196,20

1.2. Als het wordt gebruikt door twee of meer personen € 277,92

 

Hoofdstuk 2. Tarieven Ecopark

Tarief

• Accu's € 0,00

• Asbest € 0,00

• Personenautoband zonder velg (max. 4 stuks) € 0,00

• Personenautoband met velg € 6 per stuk

• Kleine gasflessen (campinggas, etc.) € 10 per stuk

• Grote gasflessen € 20 per stuk

• Brandblussers (tot 2 kilogram) € 0,00

• Elektrische en elektronische apparatuur € 0,00

• Flessenglas en vlakglas € 0,00

• Grof huishoudelijk afval € 0,00

• Grof tuin- en snoeiafval tot 2 m3 € 0,00

- iedere 0,25 m3 meer € 10

• Harde kunststoffen € 0,00

• Plastic verpakkingsafval € 0,00

• Klein chemisch afval € 0,00

• Metalen € 0,00

• Papier en karton € 0,00

• Textiel € 0,00

• Kringloopgoederen € 0,00

• Puin tot 1m3 € 0,00

- iedere 0,25 m3 meer € 10

• Gips tot 1m3 € 0,00

- iedere 0,25 m3 meer € 10

• A-hout tot 2 m3 € 0,00

- iedere 0,25 m3 meer € 10

• B-hout tot 2 m3 € 0,00

- iedere 0,25 m3 meer € 10

• Bitumen (o.a. dakbedekking) per 0,25 m3 € 10

• C-hout (bielzen en geïmpregneerd hout) per 0,25 m3 € 10

• Gemengd verbouwingsafval per 0,25 m3 € 10

 

Hoofdstuk 3. Tarieven inzameling grof afval aan huis

3.1 Het tarief voor het ophalen van grof huishoudelijk afval of grof tuinafval bedraagt, per maximaal 2 m3 aangeboden afval per keer € 34,80*

 

* Inwoners van de gemeente Alphen aan den Rijn kunnen per woonadres twee keer gratis grof afval aan huis laten inzamelen. Is dit aantal verbruikt dan moet dit tarief worden betaald. Bij het ophalen van grof afval mag u geen asbest, gemengd verbouwingsafval, bouw- en sloopafval, puin, gips, c-hout, bitumen, frituurvet, vlakglas, grond, zand, chemisch afval, gasflessen, autobanden en textiel aanbieden.

 

Vastgesteld door de raad van Alphen aan den Rijn in de openbare vergadering van 12 december 2019,

de griffier, de voorzitter,

drs. J.A.M. Timmerman, mr. drs. J.W.E. Spies