Gemeenteblad van Waddinxveen

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
WaddinxveenGemeenteblad 2019, 307364Verordeningen



Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2020

De raad van de gemeente Waddinxveen;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 november 2019;

gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN PRECARIOBELASTING 2020;

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • -

    dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan;

  • -

    jaar: een kalenderjaar;

  • -

    maand: een kalendermaand;

  • -

    vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben;

  • -

    week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam "precariobelasting" wordt een directe belasting geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.

  • 2.

    In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.

Artikel 4 Belastingtijdvak

  • 1.

    In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaar overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.

  • 2.

    In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbare feit zich voordoet of heeft voorgedaan, met dien verstande dat ook heffing voor elk belastbaar feit afzonderlijk kan plaatsvinden.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en tarief

  • 1.

    De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven die zijn opgenomen in de bij deze verordening behorende tabel, met dien verstande dat een belasting van minder dan € 5,-- niet wordt geheven.

  • 2.

    Voor de berekening van de belasting wordt:

    • a.

      Een gedeelte van de in de tabel genoemde eenheden van hoeveelheid of afmeting voor een geheel gerekend;

    • b.

      Bij geplaatste voorwerpen, zoals stutten, schoren, palen en dergelijke, elk der voorwerpen geacht een ruimte van één vierkante meter in te nemen;

  • 3.

    Ingeval de belasting wordt geheven naar de oppervlakte van een voorwerp, geldt als maatstaf de oppervlakte van de projectie van dat voorwerp in een horizontaal vlak.

  • 4.

    Bij het toepassen van de tarieven van hoofdstuk 2 van de tarieventabel geldt een maximumbedrag van € 10.000 per jaar per bouwproject.

Artikel 6 Vrijstellingen

De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:

  • 1.

    voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a., van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;

  • 2.

    voorwerpen, waarvan de gemeente genot hebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;

  • 3.

    voor braderieën, mits een duidelijke relatie met lokale belangen gelegd wordt;

  • 4.

    voor niet-commerciële particuliere initiatieven, waaronder bijvoorbeeld te verstaan: wijk-, buurt- en straatfeesten, kindermarkten e.d.

Artikel 7 Ontheffing

Indien na het opleggen van een aanslag aannemelijk wordt gemaakt, dat het belastbare feit zich slechts gedurende een gedeelte van het voor de berekening van de belasting in aanmerking genomen belastingtijdvak voordoet of zal voordoen, bestaat aanspraak op ontheffing indien deze € 10,00 of meer bedraagt.

Artikel 8 Wijze van heffing; tijdstip verschuldigdheid

  • 1.

    De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

  • 2.

    De belasting wordt verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, op het tijdstip waarop het hebben van voorwerpen een aanvang neemt.

Artikel 9 Betalingstermijn

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in één termijn, welke vervalt op de laatste dag van de maand, volgende op die, waarin het aanslagbiljet is gedagtekend.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het vorige lid gestelde termijn.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Overgangsrecht

De "Verordening precariobelasting 2019" van 14 november 2018 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening precariobelasting 2020".

 

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Waddinxveen in zijn vergadering van 11 december 2019.

De griffier,

mr. F.W. van der Dussen,

de voorzitter,

drs. E.J. Nieuwenhuis

TARIEVENTABEL 2020 BEHORENDE BIJ DE "VERORDENING PRECARIOBELASTING 2020"

Hoofdstuk 1 ALGEMEEN TARIEF

Voor het hebben van voorwerpen, behoudens de in deze tarieventabel vermelde bijzondere tarieven, bedraagt het tarief, per m2:

1.

per dag

€ 0,37

2.

per week

€ 1,33

3.

per maand

€ 3,75

4.

per jaar

€ 21,11

Hoofdstuk 2 TEN BEHOEVE VAN BOUWWERKEN

Voor het hebben van een loods, directiekeet of ander tijdelijk getimmerde, stenen of andere materialen bedraagt het tarief, per m2:

1.

per week

€ 0,89

2.

per maand

€ 2,87

3.

per jaar

€ 31,26

Hoofdstuk 3 AFSLUITEN VAN DE OPENBARE WEG

Voor het afsluiten van de openbare weg voor rij- en voertuigen, indien de afsluiting niet het gevolg is van een ingraving ten behoeve van rioolaansluiting e.d., per etmaal of korter bedraagt het tarief:

€ 10,56

Hoofdstuk 4 KRAMEN EN VERKOOPWAGENS

Voor het hebben van een kraam of een verkoopwagen, anders dan ten behoeve van de wekelijkse warenmarkt, tot verkoop van waren, per kraam of verkoopwagen, bedraagt het tarief:

1.

per dag

€ 27,15

2.

voor 2 of meer doch ten hoogste 6 opeenvolgende dagen

€ 54,30

3.

per maand, voor 1 dag per week

€ 87,80

4.

per maand, voor meer dan 1 dag per week

€ 175,60

5.

per jaar, voor 1 dag per week

€ 978,10

6.

per jaar, voor meer dan 1 dag per week

€ 1.956,20

Hoofdstuk 5 BRADERIEËN

Ingeval (blijkens een hiervoor afgegeven vergunning ingevolge de A.P.V.) sprake is van een braderie, worden de onder Hoofdstuk 4 genoemde tarieven per kraam of verkoopwagen verminderd met

50%

Hoofdstuk 6 VOORWERPEN TOT VERKOOP VAN WAREN, ALSMEDE HET UITSTALLEN VAN GOEDEREN VOOR COMMERCIËLE DOELEINDEN

Voor het hebben van voorwerpen tot verkoop van waren *, alsmede het uitstallen van goederen voor commerciële doeleinden bedraagt het tarief:

gedurende een periode van:

ten hoogste

tot 5 m²

5-10 m²

10-15 m²

15-20 m²

20 m² en meer

een half jaar

€ 90,80

€ 219,10

€ 514,65

€ 732,55

€ 904,10

een heel jaar

€ 145,20

€ 365,65

€ 877,95

€ 1.243,55

€ 1.465,15

*niet vallende onder hoofdstuk 4 of de wekelijkse warenmarkt.

Hoofdstuk 7 Terrassen

Voor het hebben van een terras, bedraagt het tarief per vierkante meter, per maand, over een periode van maximaal 6 maanden:

1.

gelegen langs de Nesse

€ 5,10

2.

overige locaties

€ 3,50

Hoofdstuk 8 RECLAMEBORDEN, NIET BETREFFENDE BORDEN TOT VERKOOP VAN WAREN

(meestal in de vorm van driehoekige metalen reclameborden, geplaatst rond lichtmasten, met als doel o.a. open dagen van onderwijsinstellingen, landelijke collecteweken, bekendmaking van het programma van culturele instellingen, circus, lokale braderie, kermis e.d.)

 

Vervallen

Hoofdstuk 9 EVENEMENTENTERREIN

Voor het gebruik van het evenemententerrein (parkeerterrein aan de Dreef/hoek Sniepweg) bedraagt het tarief:

1.

voor de eerste dag

€ 556,90

2.

per dag, voor de tweede en volgende dagen

€ 278,45

Hoofdstuk 10 LEIDINGEN, KABELS EN BUIZEN

Voor leidingen, kabels en buizen bedraagt het tarief per m1: € 1,08 *

 

*Tarief is wettelijk gelimiteerd

 

Behorende bij raadsbesluit van 11 december 2019

de griffier van de gemeente Waddinxveen,

mr. F.W. van der Dussen