Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Borne houdende regels omtrent de heffing en invordering van de leges (Legesverordening 2020)

de raad van de gemeente Borne;

 

gelet op het raadsvoorstel d.d. 19-11-2019, met kenmerk 19int08041, waarvan de motivering onlosmakelijk deel uitmaakt van dit besluit.

 

 

besluit:

 

vast te stellen de :

 

VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN LEGES 2020.

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    "dag": de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

  • b.

    "week": een aaneengesloten periode van zeven dagen;

  • c.

    "maand": het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is;

  • d.

    "jaar": een kalenderjaar

  • e.

    "kalenderjaar": de periode van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 2 Belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:

    • a.

      het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;

    • b.

      het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument;

    een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

  • 2.

    Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is bepaald over een Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of handelingen zijn verricht.

Artikel 4 Vrijstellingen

Leges worden niet geheven voor:

  • a.

    diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald;

  • b.

    diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend;

  • c.

    het raadplegen van de bij de gemeente berustende registers, leggers en plankaarten van de Dienst van het kadaster en de openba¬re registers door ambtenaren, in de uitoefening van hun functie;

  • d.

    het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het plaatsen van een mobiele onderzoek unit die wordt gebruikt voor het doen van bevolkingsonderzoek als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet op het bevolkingsonderzoek, voor welk onderzoek op grond van die wet vergunning is verleend.

Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven

  • 1.

    De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in dit artikel bepaalde.

  • 2.

    Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet.

  • 3.

    Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

  • 4.

    Het bedrag van de heffing op grond van Titel 2 van de Tarieventabel wordt per belastingaanslag naar beneden afgerond op hele euro’s.

Artikel 6 Wijze van heffing

  • 1.

    De leges op basis van titel 2 van de tarieventabel worden bij wege van aanslag geheven.

  • 2.

    De overige leges worden geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedag¬tekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1.

    De bij wege van aanslag geheven leges zijn, in afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990, invorderbaar in een termijn die vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die waarin het aanslagbiljet is gedagtekend. Dit geldt ook in geval het totaalbedrag van de op één aanslag verschuldigde bedrag door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kan worden afgeschreven.

  • 2.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6, tweede lid:

  • 3.

    mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

  • 4.

    schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 10 dagen na de dagtekening van de kennisgeving;

  • 5.

    digitaal wordt gedaan, op het moment van mailing van de kennisgeving.

  • 6.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Vermindering of teruggaaf

Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend over¬eenkomstig een met betrekking tot die dienst in de bij deze verorde-ning behorende tarieventabel opgenomen bepaling.

Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening in de loop van het kalenderjaar, indien de wijzigingen:

  • a.

    van zuiver redactionele aard zijn;

  • b.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft:

    • 1.

      onderdelen 1.4.3 (papieren verstrekking uit de basisregistratie personen);

    • 2.

      onderdeel 1.9.1.1 (verklaring omtrent het gedrag);

    • 3.

      hoofdstuk 16 (kansspelen).

Artikel 11 Overgangsrecht

De ‘Legesverordening 2019’ van 11 december 2018, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2020.

  • 2.

    De bekendmaking van het in onderdeel 2.1.1.2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel genoemde normblad geschiedt door terinzagelegging.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als de ‘Legesverordening 2020’.

Vastgesteld in de openbare vergadering van 10 december 2019.

De voorzitter,

De griffier,

Bijlage 1 Tarieventabel, behorende bij de Legesverordening 2020

 

Tarieventabel, behorende bij de Legesverordening 2020

 

Titel 1 Algemene dienstverlening

 

Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand

 

 

 

 

1.1.1

Het tarief bedraagt: voor het voltrekken van een huwelijk, het registreren van een partnerschap, het omzetten van een partnerschap in een huwelijk met ceremonieel vertoon op een ander tijdstip dan ingevolge de wet van 23 april 1879, S 72, voor kosteloze voltrekking is vastgesteld:

 

1.1.1.1

op dagen dat het bureau van de ambtenaar van de burgerlijke stand voor het publiek is geopend ten gemeentehuize

€ 330,50

1.1.1.2

elders dan ten gemeentehuize

€ 359,00

1.1.1.3

op zaterdagen, zon- en feestdagen, waarbij als feestdagen worden aangemerkt de dagen, die bij of krachtens de Algemene Termijnenwet als zodanig of worden aangemerkt of daarmee gelijkgestelde dagen

€ 387,60

1.1.1.4

Het tarief bedraagt voor het omzetten van een partnerschap in een huwelijk zonder ceremonieel vertoon

€ 50,00

1.1.2

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van:

 

 

een trouwboekje of partnerschapsboekje

€ 31,40

1.1.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het voor de periode van een jaar afsluiten van een abonnement op het wekelijks verstrekken van lijsten waarop zijn vermeld:

 

1.1.3.1

alle in één week geborenen en overledenen, voor zover voor plaatsing op die lijst toestemming is verleend

€ 82,50

1.1.3.2

alle in één week ondertrouwde en getrouwde paren en geregistreerde partners

€ 82,50

1.1.4

Het tarief bedraagt voor het doen van nasporingen in de registers van de Burgerlijke stand, voor ieder daaraan besteed kwartier of gedeelte daarvan

€ 17,10

1.1.5

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand.

 

1.1.6

Het tarief bedraagt voor het beschikbaar stellen van getuigen van gemeentewege, per getuige

€ 17,10

 

 

 

Hoofdstuk 2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

 

1.2.

Het tarief bedraagt het maximum tarief zoals dat voor het desbetreffende document is opgenomen in artikel 6, tweede lid, van het Besluit paspoortgelden afgerond op een veelvoud van € 0,05 naar beneden voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag:

 

 

 

1.2.1

van een nationaal paspoort:

 

1.2.1.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

 

1.2.1.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

 

1.2.2

van een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel 1.2.1 (zakenpaspoort):

 

1.2.2.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

 

1.2.2.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

 

1.2.3

van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort):

 

1.2.3.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

 

1.2.3.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

 

1.2.4

van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen

 

1.2.5

van een Nederlandse identiteitskaart:

 

1.2.5.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

 

1.2.5.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

 

1.2.6

voor een spoedlevering van de in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 genoemde documenten

 

1.2.7

voor het bezorgen van een in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 genoemd document, zijnde een toeslag op de in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.6 genoemde bedragen

 

1.2.8

Het tarief als genoemd in 1.2.6 wordt bij een gecombineerde versnelde levering van een nieuw reisdocument als bedoeld in 1.2.1 tot en met 1.2.5, slechts één keer per document berekend

 

 

 

 

Hoofdstuk 3 Rijbewijzen

 

1.3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs: het in bijlage VI van de Regeling tarieven Dienst Wegverkeer genoemde bedrag, vermeerderd met het in het artikel 104b van het Reglement rijbewijzen genoemde bedrag, waarbij de som van deze bedragen naar beneden wordt afgerond op een veelvoud van € 0,05.

 

1.3.1.1

Het tarief genoemd in onderdeel 1.3.1 wordt bij een spoedaanvraag vermeerderd met het bedrag genoemd in de Regeling tarieven Dienst Wegverkeer en verminderd met het bedrag genoemd in bijlage VI onder afdracht van gemeenten van die Regeling;

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen

 

1.4.1

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd.

 

1.4.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1.4.2.1

tot het verstrekken van gegevens per verstrekking

€ 8,60

1.4.3

In afwijking van het voorgaande onderdeel bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van schriftelijke gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen

€ 7,50

1.4.4

Het tarief bedraagt voor het op verzoek doornemen van de basisregistratie personen, voor ieder daaraan besteed kwartier of gedeelte daarvan

€ 17,10

 

 

 

Hoofdstuk 5 Verstrekkingen uit het kiezersregister

 

 

Gereserveerd

 

 

 

 

Hoofdstuk 6 Verstrekkingen op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens

 

 

vervallen in verband met inwerkingtreding AVG

 

 

 

 

Hoofdstuk 7 Bestuursstukken

 

 

 

 

1.7.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

1.7.1.1

een afschrift van de gemeentebegroting, van het beleidsplan, van de bijlagen bij de gemeentebegroting, van de gemeenterekening van de bijlagen bij de gemeenterekening per hiervoor genoemd boekwerk

€ 48,60

1.7.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1.7.2.1

tot het afsluiten van een abonnement voor een kalenderjaar:

 

1.7.2.1.1

op de stukken behorende bij de raadsvergadering en de besluitenlijst van deze vergaderingen

€ 150,50

1.7.2.1.2

indien de onder 7.2.1.1 bedoelde stukken niet behoeven te worden toegezonden bedraagt het tarief

 

 

€ 105,00

1.7.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

1.7.3.1

een afschrift van de Bouwverordening

€ 84,60

 

verhoogd met een bedrag per pagina van

€ 0,10

1.7.3.2

een afschrift van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Borne

€ 33,70

 

verhoogd met een bedrag per pagina van

€ 0,10

1.7.3.3

een afschrift van een straatnamenlijst voor de gemeente Borne

€ 10,00

 

verhoogd met een bedrag per pagina van

€ 0,10

 

 

 

Hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie

 

 

 

 

1.8

Het tarief bedraagt voor het:

 

1.8.1

op verzoek doen van nasporingen in het gemeentelijk kadaster voor ieder daaraan besteed kwartier of gedeelte daarvan

€ 17,10

1.8.2

in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

1.8.2.1

een huisnummeringskaart van Zenderen en Hertme

€ 1,90

1.8.2.2

een huisnummeringskaart van Borne

€ 4,60

1.8.2.3

een huisnummeringskaart van het buitengebied

€ 4,60

1.8.2.4

een V.V.V. kaart kom Borne, met straatnamenregister

€ 4,60

1.8.2.5

een kadastrale kaart (A4 of A3)

€ 2,90

1.8.2.6

een kadastrale kaart (A2 t/m A0)

€ 7,90

1.8.2.7

een uitdraai van een digitale GBKN kaart (A4 of A3)

€ 2,90

1.8.2.8

een uitdraai van een digitale GBKN kaart (A2 t/m A0)

€ 7,90

1.8.2.9

een kopie van een tekening op groot formaat boven het aantal van 5 per kopie

€ 7,90

1.8.2.10

een fotokopie (A4) per pagina boven het aantal van 25

€ 0,50

 

 

 

Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken

 

 

 

 

1.9.1

 

 

1.9.1.1

tot het verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag voor natuurlijke personen

€ 41,35

1.9.1.2

tot het verstrekken van een legalisatie van een handtekening of fotokopie

€ 8,60

 

 

 

Hoofdstuk 10 Gemeentearchief

 

 

 

 

1.10.1

Het tarief bedraagt voor het op verzoek doen van nasporingen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan besteed kwartier of gedeelte daarvan

 

€ 17,10

1.10.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een digitaal afschrift of digitale kopie van een in het gemeentearchief berustend stuk per pagina boven het aantal van 25:

 

1.10.2.1

indien het origineel op papier een A3 formaat of kleiner heeft

€ 0,50

1.10.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een afschrift of kopie van een in het gemeentearchief berustend stuk per pagina boven het aantal van 25:

 

1.10.3.1

op papier van A4-formaat in zwart-wit

€ 0,50

1.10.3.2

op papier van A4-formaat in kleur

€ 1,35

1.10.3.3

op papier van A3-formaat in zwart-wit

€ 1,05

1.10.3.4

op papier van A3-formaat in kleur

€ 2,75

1.10.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een afschrift of kopie van een in het gemeentearchief berustend stuk per pagina boven het aantal van 5 op papier van een formaat groter dan A3 in zwart-wit of kleur per kopie:

€ 7,90

1.10.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van één of meer digitale afbeeldingen uit de Beeldbank per aanvraag van maximaal vijf digitale afbeeldingen

€ 8,20

 

en voor elke volgende vijf digitale afbeeldingen of gedeelte daarvan

€ 8,20

 

 

 

 

VNG model

 

1.10.1

Het tarief bedraagt voor het op verzoek doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan besteed kwartier

 

1.10.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of uittreksel uit een in het gemeentearchief berustend stuk:

 

 

 

het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

 

1.10.3

Indien een begroting als bedoeld in subonderdeel 1.10.2 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

1.10.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het uitlenen van archiefbescheiden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 11 Huisvestingswet

 

 

 

 

1.11.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek tot het verkrijgen van een woning c.q. huisvesting waarbij een medisch advies moet worden gevraagd, per gevraagd medisch advies

€ 37,50

 

 

 

Hoofdstuk 12 Leegstandwet

 

 

 

 

1.12

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1.12.1

tot het verlenen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet

€ 232,40

 

 

 

Hoofdstuk 13 Gemeentegarantie

 

 

 

 

1.13.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het instemmen met het wijzigen of omzetten van een door de gemeente gegarandeerde hypothecaire geldlening

€ 62,20

 

 

 

Hoofdstuk 16 Wet op de kansspelen

 

 

 

 

1.16.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een aanwezigheidsvergunning voor een kansspelautomaat als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen (Stb.1964, 483), laatstelijk gewijzigd bij Wet van 20 mei 2010, Stb. 2010, 205):

 

1.16.1.1

voor een vergunning voor een periode van maximaal 5 jaar

€ 22,50

1.16.1.2

vermeerderd met een bedrag per kansspelautomaat per jaar van

€ 34,00

1.16.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van iedere andere vergunning op grond van de Wet op de kansspelen

€ 34,00

 

 

 

Hoofdstuk 17 Telecommunicatie en nutsvoorzieningen

 

 

 

 

1.17.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding in verband met het verkrijgen van instemming over plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van de Telecommunicatiewet en artikel 2.1, lid 1, van de Algemene Verordening ondergrondse Infrastructuur Gemeente Borne

€ 289,10

1.17.1.2

indien met betrekking tot een melding overleg moet plaatsvinden tussen gemeente, andere beheerders van openbare grond en de aanbieder van het netwerk

€ 479,70

1.17.1.3

indien de melder verzoekt om een inhoudelijke afstemming bij de beoordeling van aanvragen als bedoeld in artikel 5.5 van de Telecommunicatiewet,

€ 479,70

1.17.1.4

indien met betrekking tot een melding onderzoek naar de status van de kabel plaatsvindt, worden de leges verhoogd met het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de melding aan de melder meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

1.17.2

Indien een begroting als bedoeld in 1.17.1.4 is uitgebracht, wordt een melding in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de melder ter kennis is gebracht, tenzij de melding voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

 

 

 

Hoofdstuk 18 Verkeer en vervoer

 

1.18.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1.18.1.1

tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Stb. 459) voor zover noodzakelijk voor en direct samenhangend met de uitvoering van bijzondere transporten

€ 43,90

1.18.1.2

tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Stb. 459) met betrekking tot een parkeerschijfzone (betreft ontheffingen voor bewoners)

€ 40,80

1.18.1.3

tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Stb. 459) met betrekking tot een parkeerschijfzone (betreft ontheffingen voor ondernemers)         

€ 127,00

1.18.1.4

tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Stb. 459) met betrekking tot het parkeerverbod in parkeergarage Kulturhus (betreft ontheffingen voor bewoners)

€ 250,30

1.18.1.5

tot het verlenen van een parkeervergunning als bedoeld in artikel 3 van de Parkeerverordening Borne (betreft vergunningen voor bewoners)

€ 44,30

1.18.1.6

tot het verlenen van een parkeervergunning als bedoeld in artikel 3 van de Parkeerverordening Borne betreffende een aangewezen parkeerplaats op de parkeerlocatie Rigtersplein of De Kleine Loods (betreft vergunningen voor bewoners)

€ 130,40

1.18.1.7

tot het verlenen van kraskaarten (setje van 10 dagvergunningen) voor het parkeren van bezoekers in de vergunninghouderszone

€ 20,90

1.18.1.8

voor het verwerken van een wijziging van een kenteken van een parkeervergunning als bedoeld in artikel 3 van de Parkeerverordening Borne of van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 RVV 1990 met betrekking tot de parkeerschijfzone of het parkeerverbod in de parkeergarage Kulturhus

€ 12,00

1.18.1.9

tot het verlenen van: - een dagontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Stb. 459) anders dan bedoeld in onderdeel 1.18.1.1 en onderdeel 1.18.1.2, met betrekking tot de parkeerschijfzone en de voetgangerszone;

- een dagvergunning als bedoeld in artikel 3 van de Parkeerverordening Borne met betrekking tot de vergunninghouderszone.

€ 5,90

1.18.1.10

tot het verlenen van:

- een weekontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Stb. 459) anders dan bedoeld in subonderdeel 1.18.1.1 en onderdeel 1.18.1.2, met betrekking tot de parkeerschijfzone en de voetgangerszone; - een weekvergunning als bedoeld in artikel 3 van de Parkeerverordening Borne met betrekking tot de vergunninghouderszone.

€ 12,00

1.18.1.11

tot het verlenen van:

- een maandontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Stb. 459) anders dan bedoeld in onderdeel 1.18.1.1 en onderdeel 1.18.1.2, met betrekking tot de parkeerschijfzone en de voetgangerszone;

- een maandvergunning als bedoeld in artikel 3 van de Parkeerverordening Borne met betrekking tot de vergunninghouderszone.

€ 24,00

1.18.1.12

tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de

Regeling Voertuigen

€ 30,00

1.18.1.13

voor het plaatsen van een bord E6 met onderbord als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (gehandicaptenparkeerplaats)

€ 59,20

1.18.1.14

voor verwerken van nieuw kenteken of verhuizing van een bord E6 met onderbord als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (gehandicaptenparkeerplaats)

€ 35,10

1.18.1.15

bij een aanvraag of een aanvraag tot verlenging van een gehandicaptenparkeerkaart

€ 69,50

1.18.1.16

tot het verlenen van een éénmalige ontheffing voor een termijn van maximaal 3 maanden als bedoeld in artikel 22 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen

€ 150,90

1.18.1.17

tot het verlenen van een ontheffing voor een termijn van 1 tot 3 jaar als bedoeld in artikel 22 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen

€ 150,90

1.18.1.18

tot het verlenen van een verlenging van een ontheffing voor een termijn van 1 tot 3 jaar als bedoeld in artikel 22 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen

€ 100,60

1.18.1.19

Bij verlies of diefstal van de in 1.18.1.2 tot en met 1.18.1.9 bedoelde vergunningen en ontheffingen, bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een vervangend exemplaar daarvan op vertoon van aangifte van het verlies of de diefstal

€ 11,50

1.18.1.20

tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Stb. 459), voor zover daarvoor niet elders in dit hoofdstuk een tarief is opgenomen

€ 31,30

 

 

 

Hoofdstuk 19 Diversen

 

 

 

 

1.19.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1.19.1.1

tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Borne:

voor een feest, muziek en wedstrijd e.d. op of aan de weg

€ 12,50

1.19.2.1

een vergunning als bedoeld in artikel 2:78b van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Borne

€ 119,10

1.19.3.1

tot het verkrijgen van een vergunning tot het verkopen van vuurwerk ingevolge het Vuurwerkbesluit en artikel 2:72 van de

Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Borne

€ 143,70

1.19.4.1

voor het verlenen van een terrasontheffing op grond van artikel 174 van de Gemeentewet en in samenhang met artikel 2:10d, lid 2 van de Algemene plaatselijke verordening

€ 292,50

 

a. voor een periode van één jaar

€ 142,50

 

met in dat geval een maandbedrag van

€ 11,90

 

b. voor een periode van 3 jaar

€ 356,30

 

met in dat geval een maandbedrag van

€ 9,90

1.19.5.1

voor het verstrekken van een doorlopend register genoemd in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht en de gemeentelijke Verordening helingsbestrijding

€ 7,00

1.19.6.1

voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot vrijstelling genoemd in de gemeentelijke Verordening helingsbestrijding

€ 49,70

1.19.7

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

1.19.7.1

afschriften, doorslagen of fotokopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina boven het aantal van 25

 

1.19.7.1.1

op A4 formaat in zwart-wit

€ 0,50

1.19.7.1.2

op A4 formaat in kleur

€ 1,35

1.19.7.1.3

op A3 formaat in zwart-wit

€ 1,05

1.19.7.1.4

op A3 formaat in kleur

€ 2,75

1.19.7.2

een vergunning e.d. op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Borne, voor zover niet elders in deze verordening een ander tarief is opgenomen, per af te geven stuk

€ 16,40

1.19.7.3

een beschikking op aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze titel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen

€ 16,40

 

 

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning

 

Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen

 

 

2.1.1

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

2.1.1.1

aanlegkosten:

de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatie werken (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de aanlegkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden wordt in deze titel onder aanlegkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor de werken of werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft;

 

het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen (de aannemingssom), de omzetbelasting daarin niet begrepen, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de kosten die voortvloeien uit de aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het aanleggen) van de werken of de werkzaamheden, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden de prijs die aan een derde in het economische verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van de werken of de werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen;

2.1.1.2

bouwkosten:

 

A. Uitgangspunten “standaard” bouwwerken:

 

het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen (de aannemingssom), de omzetbelasting daarin niet begrepen, of voor zover deze ontbreekt een raming van de kosten die voortvloeien uit aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen;

 

 

 

BOUWKOSTEN.

 

Woningen:

 

Rijtjeswoningen

 

Twee onder één kapwoningen

 

Vrijstaande woning tot en met 600 m3

 

Vrijstaande woning > 600 m3

 

Appartement, één of meer bouwlagen

 

 

 

II. Bijgebouwen bij woningen:

 

Latere aanbouw zoals een erker

 

Garage / berging / tuinhuisje

 

Dakkapel

 

Carport

 

Schuttingen en hekwerken

 

 

 

III. Agrarische bouwwerken:

 

1. Stallen

 

2. Werktuigberging / schuur Damwandprofiel

 

Metselwerk

 

3. Mestkelders onder de stallen

 

4. Kassen

 

 

 

IV. Niet agrarische bouwwerken:

 

1. Opslagloodsen (plaatstaal damwandprofiel)

 

(metselwerk)

 

2. Kantoren / showroom / winkel / horeca

 

3. Scholen / sporthal / verkoophal (grootschalige detailhandels vestiging)

 

4. Noodschool / kleedgebouw (sportvereniging) / semi-permanente unit

 

5. Industriehal (plaatstaal geïsoleerd)

 

(metselwerk)

 

 

 

B. Uitgangspunt “niet-standaard” bouwwerken:

 

Voor bouwwerken die niet in bovenstaande tabel Bouwkosten zijn genoemd worden de bouwkosten (exclusief BTW) als uitgangspunt genomen. Onder bouwkosten wordt in deze gevallen verstaan de aan een derde in het economisch verkeer te betalen aanneemsom als bedoeld in paragraaf 1, lid 1 van de “Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en technische installatiewerken 2012 (UAV 2012) van het uit te voeren werk, of, voor zover deze ontbreekt: een raming van de aan een derde in het economisch verkeer te betalen prijs voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, berekend op de wijze als bedoeld in normblad NEN 2699, uitgave 2013, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd (exclusief BTW).

 

Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

2.1.1.3

Conceptaanvraag: voordat een aanvraag wordt ingediend tot het verlenen van een vergunning om een bouwwerk te bouwen, kan aan de hand van een schetsplan worden gevraagd naar het oordeel van het bevoegd gezag omtrent de kans op het verlenen van een vergunning voor het bouwen van een, op basis van dat schetsplan, uitgewerkt bouwplan.

2.1.1.4

Moment van indienen: voor de aanvrager is een ontvangstbevestiging aangemaakt waarin vermeld staat dat de aanvraag ontvangen is en geregistreerd

2.1.1.5

Perceel: Het gebied waarop de (partiele) herziening / wijziging van het bestemmingsplan betrekking heeft

2.1.1.6

In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld.

2.1.2

In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.

 

 

 

Hoofdstuk 2 Beoordeling conceptaanvraag

2.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

2.2.1

Tot het beoordelen van een conceptaanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a of c, van de Wabo (Indien een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor een op basis van een concept aanvraag uitgewerkt plan in behandeling wordt genomen, worden de daarvoor geheven leges, indien de aanvrager en locatie hetzelfde zijn, met deze leges verrekend);

€ 115,00

 

 

 

Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning

 

2.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning vanaf het moment van indienen voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk en hoofdstuk 4 van deze titel. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

 

 

 

 

2.3.1

Bouwactiviteiten

 

2.3.1.1

Het tarief inclusief Welstandstoets indien de aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo bedraagt, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

2,40%

 

van de bouwkosten als bedoeld in artikel 2.1.1.2 met een minimum van

€ 170,00

 

en een maximum van

€ 567.000

 

Verplicht agrarisch advies

 

2.3.1.2

Onverminderd het bepaalde in subonderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een advies van de agrarische commissie nodig is en wordt beoordeeld:

€ 346,40

 

Achteraf ingediende aanvraag

 

2.3.1.3

Onverminderd het bepaalde in subonderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit:

10%

 

van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges met een maximum van

€ 1.000,00

 

Private kwaliteitsborging

 

2.3.1.4

onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 wordt het tarief verlaagd met 40% indien een aanvraag als bedoeld in 2.3.1.1 aan het Bouwbesluit wordt getoetst door een private kwaliteitsborger.

 

 

 

 

 

Aanlegactiviteiten

 

2.3.2

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 336,00

 

Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit

 

2.3.3

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1 en het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

2.3.3.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking):

10%

 

van het op grond van onderdeel 2.3.1.1 verschuldigde bedrag met een minimum van

€ 182,00

 

en een maximum van

€ 336,00

 

tenzij deze kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (exploitatieplan of anterieure overeenkomst) worden verhaald.

 

2.3.3.2

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking of tijdelijke afwijking):

10%

 

van het op grond van subonderdeel 2.3.1.1 verschuldigde bedrag met een minimum van

 

 

 

€ 182,00

 

en een maximum van

€ 673,00

 

tenzij deze kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (exploitatieplan of anterieure overeenkomst) worden verhaald.

 

2.3.3.3

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking)

10%

 

van het op grond van subonderdeel 2.3.1.1 verschuldigde bedrag met een minimum van

€ 3.695,00

 

en maximaal

€ 34.600

 

tenzij deze kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (exploitatieplan of anterieure overeenkomst) worden verhaald.

 

 

 

 

2.3.3.3.1

Het ingevolge het bepaalde in hoofdstuk 2.3.3.3 verschuldigde tarief wordt voorafgaand aan het verlenen van de aldaar bedoelde medewerking aan de aanvrager schriftelijk medegedeeld middels een begroting welke ter zake door of vanwege het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. De aanvrager dient de begroting schriftelijk te aanvaarden.

 

2.3.3.4

indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan):

10%

 

van het op grond van subonderdeel 2.3.1.1 verschuldigde bedrag met een minimum van

€ 191,00

 

en een maximum van

€ 683,00

 

tenzij deze kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening worden verhaald.

 

2.3.3.5

indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving):

25%

 

van het op grond van onderdeel 2.3.1.1 verschuldigde bedrag met een minimum van

€ 191,00

 

en een maximum van

€ 683,00

 

tenzij deze kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening worden verhaald.

 

2.3.3.6

indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving):

25%

 

van het op grond van onderdeel 2.3.1.1 verschuldigde bedrag met een minimum van

€ 191,00

 

en een maximum van

€ 683,00

 

tenzij deze kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening worden verhaald.

 

2.3.3.7

indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit):

10%

 

van het op grond van onderdeel 2.3.1.1 verschuldigde bedrag met een minimum van

€ 191,00

 

en een maximum van

€ 683,00

 

tenzij deze kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening worden verhaald.

 

 

 

 

 

Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit

 

2.3.4

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

2.3.4.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking):

€ 289,00

2.3.4.2

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking):

€ 663,00

2.3.4.3

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking) tenzij deze kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (exploitatieplan of anterieure overeenkomst) worden verhaald:

 

 

bij een perceel van maximaal 1.000m²

€ 4.041,00

 

bij een perceel groter dan 1.000m² en maximaal 5.000m²

€ 5.773,00

 

bij een perceel groter dan 5.000m²

€ 8.082,00

2.3.4.4

indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan):

€ 289,00

2.3.4.5

indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving):

€ 722,00

2.3.4.6

indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving):

€ 722,00

2.3.4.7

indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit):

€ 289,00

 

 

 

 

 

 

2.3.5

In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten

€ 500,00

 

 

 

2.3.6

Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten

 

 

Gereserveerd

 

 

 

 

2.3.7

Sloopactiviteiten

 

2.3.7.1

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 173,00

 

 

 

2.3.7.2

Asbesthoudende materialen

 

 

Gereserveerd

 

 

 

 

2.3.8

Aanleggen of veranderen weg

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsverguning betrekking heeft op het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wabo in samenhang met de provinciale wegenverordening of artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verodening, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 173,00

 

 

 

2.3.9

Uitweg/inrit

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo in samenhang met de provinciale wegenverordening of artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 173,00

 

 

 

 

 

 

 

2.3.10

Kappen

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen van houtopstand, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo in samenhang met artikel 2.1 van de gemeentelijke Bomenverordening, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 89,00

 

 

 

2.3.11

Handelsreclame

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, waarvoor ingevolge een bepaling in een provinciale verordening een vergunning of ontheffing is vereist, en indien niet tevens sprake is van een activiteit als bedoeld in subonderdeel 2.3.1.1.1 (bouwactiviteit), bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

2.3.11.1

indien de activiteit bestaat uit het maken of voeren van die handelsreclame bedoeld in artikel 2.2, aanhef en eerste lid, onder h, van de Wabo:

€ 115,00

2.3.11.2

indien de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat die handelsreclame aan de onroerende zaak wordt gemaakt of gevoerd, bedoeld in artikel 2.2, aanhef en eerste lid, onder i, van de Wabo:

€ 115,00

 

 

 

2.3.12

Opslag van roerende zaken

 

 

Gereserveerd

 

 

 

 

2.3.13

Natura 2000-activiteiten

 

2.3.13.1

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2aa, aanhef en onder a, van het Besluit ruimtelijke ordening (Natura 2000-activiteit) bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 104,00

2.3.14

Flora- en Fauna-activiteiten (bescherming van soorten)

 

2.3.14.1

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2aa, aanhef en onder b, van het Besluit omgevingsrecht (flora- en fauna-activiteit) bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 104,00

 

 

 

 

2.3.15

Andere activiteiten

 

2.3.15.1

Gereserveerd

 

 

Omgevingsvergunning in twee fasen

 

2.3.16

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

2.3.16.1

voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft;

 

2.3.16.2

voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft.

 

 

 

 

 

Beoordeling bodemrapport

 

2.3.17

Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld:

 

2.3.17.1

voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport

€ 342,00

2.3.17.2

voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport

€ 381,00

 

 

 

2.3.18

Advies

 

2.3.18.1

Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

2.3.18.2

Indien de aanvrager de aanvraag binnen vijf werkdagen nadat de in de onderdeel 2.3.17.1 bedoelde begroting is bekendgemaakt, ten aanzien van die activiteit schriftelijk intrekt, is ten aanzien van die activiteit geen leges verschuldigd.

 

 

 

 

2.3.19

Verklaring van geen bedenkingen

 

2.3.19.1

Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend, als bedoeld in artikel 2.27 van de Wabo:

 

2.3.19.1.1

indien de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven, tenzij artikel 2.3.3.3 of 2.3.4.3 van toepassing is:

€ 673,00

2.3.19.1.2

indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven, tenzij artikel 2.3.3.3 of 2.3.4.3 van toepassing is:

€ 673,00

 

 

 

2.3.20

Overschrijven vergunning op naam

 

2.3.20.1

Het tarief bedraagt voor het overschrijven van een vergunning op een andere naam

€ 84,00

 

 

 

Hoofdstuk 4 Vermindering

 

2.4.1

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning is voorafgegaan door een aanvraag om vooroverleg of beoordeling van een conceptaanvraag als bedoeld in hoofdstuk 2, waarop de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft, worden de ter zake van het vooroverleg of de beoordeling van de conceptaanvraag geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning bedoeld in hoofdstuk 3.

 

2.4.2

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op meer dan vijf activiteiten, bestaat aanspraak op vermindering van leges, met uitzondering van het legesdeel in verband met adviezen of verklaringen van geen bedenkingen als bedoeld in de onderdelen 2.3.17 en 2.3.18. De vermindering bedraagt:

 

2.4.2.1

bij 5 of meer activiteiten:

van de voor die activiteiten verschuldigde leges.

5%

 

 

 

Hoofdstuk 5 Teruggaaf

 

2.5.1

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg-, sloop-, of planologisch strijdig gebruiksactiviteiten

 

2.5.1.1

Als een aanvrager zijn aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten, als bedoeld in de subonderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.3, 2.3.4, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

 

2.5.1.1.1

indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van 4 weken na het in behandeling nemen ervan

75%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges;

 

 

 

2.5.1.1.2

indien de aanvraag wordt ingetrokken na 4 weken en binnen 8 weken na het in behandeling nemen ervan

50%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges;

 

2.5.1.1.3

indien de aanvraag wordt ingetrokken na 8 weken na het in behandeling nemen ervan

50%

2.5.1.1.4

indien de aanvraag wordt ingetrokken op schriftelijk verzoek van het college van burgemeester en wethouders

100%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

2.5.2

Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg-, sloop-, of planologisch strijdig gebruiksactiviteiten

 

2.5.2.1

Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.3, 2.3.4, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen één jaar na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt

25%

 

 

 

2.5.2.2

Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.3, 2.3.4, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, nadat deze daartoe schriftelijk door het college van burgemeester en wethouders is verzocht, bestaat aanspraak op teruggaaf van de leges. De teruggaaf bedraagt

100%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

 

 

 

2.5.3

Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg-, sloop-, of planologisch strijdig gebruiksactiviteiten

 

2.5.3.1

Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de subonderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.3, 2.3.4, 2.3.6 of 2.3.7 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

25%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

2.5.3.2

Onder een weigering bedoeld in subonderdeel 2.5.3.1 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.

 

2.5.3.3

De leges voor het in behandeling nemen van een omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten worden verrekend met de leges van een eerdere weigering van een omgevingsvergunning, indien de aanvrager en de locatie hetzelfde zijn en de nieuwe aanvraag geen compleet nieuw bouwplan is. De nieuwe aanvraag dient te worden ingediend binnen twaalf maanden na de weigering.

 

2.5.4

Teruggaaf als gevolg van het niet behandelen van een aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg-, sloop,- of planologisch strijdig gebruiksactiviteiten

 

2.5.4.1

Als de gemeente een aangevraagde omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de subonderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.3, 2.3.4, 2.3.6 en 2.3.7, niet behandelt op grond van artikel 4:5 Awb, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

75%

2.5.4.2

De leges voor het in behandeling nemen van een omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten worden verrekend met de leges van een eerdere niet behandelde aanvraag om een omgevingsvergunning, indien de aanvrager en de locatie hetzelfde zijn en de nieuwe aanvraag geen compleet nieuw bouwplan is. De nieuwe aanvraag dient te worden ingediend binnen twaalf maanden na de weigering.

 

 

2.5.5

Teruggaaf als gevolg van het van rechtswege verlenen van een omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg-, sloop-, kap- of planologisch strijdig gebruiksactiviteiten

 

 

Indien de aangevraagde vergunning niet binnen de daarvoor wettelijk gestelde termijn wordt verleend (vergunning van rechtswege), bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

50%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

 

 

 

2.5.6

Minimumbedrag voor teruggaaf

 

 

Een bedrag minder dan

€ 171,00

 

wordt niet teruggegeven.

 

2.5.7

 

 

 

Van de leges verschuldigd op grond van de subonderdelen 2.3.17 en 2.3.18 wordt geen teruggaaf verleend.

 

 

 

 

Hoofdstuk 6 Intrekking omgevingsvergunning

 

2.6

Gereserveerd

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project

 

2.7

Indien een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het bouwen in afwijking van een eerder ingediend bouwplan, waarvoor reeds een vergunning is verleend, maar waarvan nog geen gebruik is gemaakt, worden de voor de oorspronkelijke vergunning geheven leges verrekend met het bedrag dat verschuldigd is door toepassing van het tarief als genoemd in onderdeel 2.3, met dien verstande dat zij niet minder dan

€ 115,00

 

zullen bedragen. Het vorenstaande vindt geen toepassing indien de afwijking zodanig is dat naar de omstandigheden beoordeeld van een nieuw bouwplan sprake is.

 

 

 

 

Hoofdstuk 8 Herziening of wijziging van een bestemmingsplan

 

2.8.1

Het tarief voor het innemen van een bestuurlijk standpunt op een principeverzoek tot herziening of wijziging van een bestemmingsplan bedraagt (Indien een aanvraag tot het vaststellen of wijzigen van een bestemmingsplan voor een op basis van een principeverzoek uitgewerkt plan in behandeling wordt genomen, worden de daarvoor geheven leges met deze leges verrekend, indien de aanvrager en locatie hetzelfde zijn)

€ 504,00

2.8.2

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1, tenzij deze kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (exploitatieplan of anterieure overeenkomst) worden verhaald,

 

 

bedraagt minimaal

€ 4.850

 

en maximaal

€ 46.180

2.8.3

In afwijking van het bepaalde in artikel 2.8.2 bedraagt het tarief voor het in behandeling van een aanvraag tot vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening in geval deze aanvraag wordt meegenomen bij de actualisatie van een bestemmingsplan minimaal

€ 530

 

en maximaal

€ 46.180

2.8.4

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1, tenzij deze kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (exploitatieplan of anterieure overeenkomst) worden verhaald bedraagt minimaal

€ 1.730

 

en maximaal

€ 28.870

2.8.5

Het ingevolge het bepaalde in hoofdstuk 2.8.2, 2.8.3 en 2.8.4 verschuldigde tarief wordt voorafgaand aan het verlenen van de aldaar bedoelde medewerking aan de aanvrager schriftelijk medegedeeld middels een begroting welke ter zake door of vanwege het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. De aanvrager dient de begroting schriftelijk te aanvaarden.

 

2.8.6

Als de raad of het college van burgemeester en wethouders een aanvraag tot het vaststellen of wijzigen van een bestemmingsplan als bedoeld in 2.8.2, 2.8.3 en 2.8.4 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

25%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

 

 

 

2.9

Hoofdstuk 9 Sloopmelding

 

 

Vervallen per 1-4-2012

 

 

 

 

Hoofdstuk 10 Overig/administratief

 

2.10.1

Indien de aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in onderdeel 2.3.1.1 (bouwactiviteit) waarvoor een vergunning moet worden verleend met toepassing van artikel 2.5.8, 2.5.14, 2.5.28, 2.5.29, 2.5.30 van de Bouwverordening wordt het berekende bedrag, onverkort het bepaalde in 2.3.1, verhoogd met:

€ 202,00

2.10.2

Indien de aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in subonderdeel 2.3.1.1 (bouwactiviteit), waarvoor een bouwveiligheidsplan als bedoeld in artikel 2.7 lid a van de Ministeriële regeling omgevingsrecht door de aanvrager ingediend moet worden, wordt het berekende bedrag, onverkort het bepaalde in 2.3.1, verhoogd met:

€ 231,00

2.10.3

Indien de aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in onderdeel 2.3.1.1 (bouwactiviteit) of op een activiteit als bedoeld in artikel 2.3.4 (planologisch strijdig gebruik) of indien de aanvraag betrekking heeft op of mede leidt tot het vaststellen of wijzigen van een bestemmingsplan als bedoeld in Hoofdstuk 8 van deze titel, waarbij uitsluitend ten behoeve van de aanvraag tevens een procedure tot vaststelling van een hogere grenswaarde als bedoeld in de Wet geluidhinder moet worden toegepast, wordt het berekende bedrag, onverkort het overigens in deze titel bepaalde, verhoogd met:

€ 1.732,00

2.10.4

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen/vaststellen van een welstandsnota c.q. beeldkwaliteitsplan als bedoeld in artikel 12a van de Woningwet bedraagt

€ 1.839,00

2.10.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van de tenaamstelling van een verleende vergunning of ontheffing als bedoeld in titel 2 van deze tarieventabel

€ 115,00

2.10.6

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde beschikking:

€ 115,00

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

 

 

 

 

Hoofdstuk 1 Drank- en Horecawet

 

3.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

3.1.1.1

tot het verlenen van een vergunning ingevolge artikel 3, van de Drank- en Horecawet (Wet van 7 oktober 1964, Stb. 386), laatstelijk gewijzigd bij Wet van 13 april 2000, Stb.184.

€ 142,70

3.1.1.2

een aanvraag tot het verlenen van een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke verordening

€ 32,65

3.1.1.3

tot het verlenen van een ontheffing van het in artikel 2:29 van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Borne gestelde verbod voor één uur onmiddellijk volgend op de toegestane openingstijd:

 

 

voor één dag

€ 7,90

 

voor de zaterdag en de zondag gedurende een kalendermaand

€ 7,90

 

voor de zaterdag en de zondag gedurende een kwartaal

€ 19,80

 

voor de maandag tot en met vrijdag gedurende een kalendermaand

€ 19,80

 

voor de maandag tot en met vrijdag gedurende een kwartaal

€ 49,40

 

voor elke dag gedurende een kalendermaand

€ 27,70

 

voor elke dag gedurende een kwartaal

€ 69,60

3.1.1.4

een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Drank- en Horecawet

€ 0,00

3.1.1.5

een melding als bedoeld in artikel 30 van de Drank- en Horecawet

€ 32,65

3.1.1.6

een aanvraag tot het wijzigen van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Drank- en Horecawet

€ 32,65

3.1.1.7

tot het verlenen van een ontheffing ingevolge artikel 35 van de Drank- en Horecawet.

€ 32,65

 

 

 

Hoofdstuk 2 Evenementen

 

3.2.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Borne

 

3.2.1.1

voor grote evenementen en circussen

€ 81,65

3.2.1.2

voor overige evenementen

€ 32,60

 

 

 

Hoofdstuk 3 Prostitutiebedrijven

 

3.3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen of wijzigen van:

 

3.3.1.1

een vergunning als bedoeld in artikel 3:4 van de Algemene Plaatselijke Verordening Borne

€ 548,00

3.3.1.2

een geschiktheidsverklaring zoals bedoeld in artikel 2.1 (Nadere regels) bij hoofdstuk 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening Borne per werkruimte (kamer)

€ 256,00

 

 

 

Hoofdstuk 4 Standplaatsen

 

 

 

 

3.4.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor een permanente standplaats als bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Borne

€ 16,30

3.4.1.2

verhoogd met het navolgende tarief per m²:

 

 

per dag

€ 1,80

 

per week

€ 5,50

 

per maand

€ 17,90

 

per jaar

€ 179,40

3.4.2

Voor een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor een incidentele standplaats als bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Borne, bedraagt het tarief:

 

 

per kalenderdag

€ 26,30

 

per kalenderweek

€ 79,10

 

per maand

€ 211,00

 

 

 

Hoofdstuk 5 Winkeltijden

 

 

 

 

3.5.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

3.5.1.1

tot het verlenen van een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet

€ 37,10

3.5.1.2

tot het wijzigen van een in onderdeel 1.15.1.1 bedoelde

ontheffing

€ 37,10

 

 

 

Hoofdstuk 6 Kinderopvang

 

3.6

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag om registratie in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK):

 

3.6.1

voor een gastouder

€ 250,00

3.6.2

voor een gastouderbureau, kinderdagverblijf of buitenschoolse opvang

€ 800,00

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 7 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

 

3.7

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

€ 66,90

 

 

 

 

Behorende bij raadsbesluit van 17 december 2019.

 

 

 

 

Vastgesteld in de openbare vergadering van 10-12-2019.

 

 

 

De voorzitter,

 

 

 

De griffier,

 

Naar boven