Gemeenteblad van Hellendoorn
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hellendoorn | Gemeenteblad 2019, 30131 | Overige besluiten van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hellendoorn | Gemeenteblad 2019, 30131 | Overige besluiten van algemene strekking |
Uitvoeringsbesluit innovatieregeling re-integratie Participatiewet gemeente Hellendoorn 2018
Nijverdal, 11 december 2018 Nr. 18INT02367
Het college van burgemeester en wethouders van Hellendoorn;
Gelet op artikel 4, tweede lid en artikel 17 van de Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Hellendoorn 2017;
Uitvoeringsbesluit innovatieregeling re-integratie Participatiewet gemeente Hellendoorn 2018
Artikel 1 Indienstnemingsubsidie
Het college kan een indienstnemingsubsidie verstrekken aan een werkgever om daarmee het opdoen van werkervaring (in loondienst) of de overgang naar een arbeidsovereenkomst bij de betreffende werkgever of een andere werkgever mogelijk te maken voor een werkzoekende als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet in de leeftijdscategorie van 27 tot 56 jaar die een uitkering van de gemeente Hellendoorn ontvangt.
De indienstnemingsubsidie moet worden aangevraagd uiterlijk drie maanden na de ingangsdatum van de eerste arbeidsovereenkomst. Voor het aanvragen van de indienstnemingsubsidie dient de werkgever gebruik te maken van een formulier dat door het college is vastgesteld. Bij de aanvraag van de indienstnemingssubsidie dienen ook een kopie van de arbeidsovereenkomst en een loonstrook over de eerste maand te worden overgelegd.
Een combinatie van de indienstnemingsubsidie met een loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 6 van het Uitvoeringsbesluit re-integratieverordening Participatiewet gemeente Hellendoorn 2015 is niet mogelijk. Conform de uitgangspunten van de Participatiewet prevaleert de loonkostensubsidie, als een werkzoekende valt onder de daarvoor vastgestelde doelgroep.
Artikel 2 Bemiddelingssubsidie
Het college kan aan een tussenpersoon een bemiddelingssubsidie verstrekken wanneer die tussenpersoon een werkzoekende, als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet die een uitkering van de gemeente Hellendoorn ontvangt, naar betaald werk bemiddelt. Aanspraak op deze subsidie is mogelijk als de werkzoekende door het college is aangemeld voor bemiddeling bij de desbetreffende tussenpersoon.
Artikel 3 Subsidie bedrijfsadviezen
Het college kan aan een werkgever in de gemeente Hellendoorn subsidie toekennen om zich door een PSO-gecertificeerde organisatie te laten adviseren over het creëren van (extra) werkplekken bij zijn bedrijf voor mensen met een arbeidsbeperking en/of uitkeringsgerechtigde werkzoekenden met een afstand tot de arbeidsmarkt.
Het college kan aan een werkzoekende als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet de re-integratie voorziening Parttime ondernemen voor de duur van maximaal twaalf maanden aanbieden om daarmee arbeidsinschakeling mogelijk te maken. Deze voorziening houdt in dat freelance werkzaamheden of (neven)activiteiten van bescheiden omvang mogen worden verricht voor maximaal 50% van de normale arbeidstijd (20 uur per week).
De voorwaarden die aan de uitkering zijn gesteld en de afspraken op basis van het met belanghebbende overeengekomen persoonlijke plan van aanpak voor re-integratie blijven onveranderd van toepassing. Dit betekent onder meer dat de cliënt zich blijft inspannen om zo mogelijk volledig uit de uitkering te komen en daarom beschikbaar blijft voor het aanvaarden van arbeid in loondienst. De parttime ondernemersactiviteiten mogen daarvoor geen belemmering vormen.
De ondernemer mag geen langlopende contracten of verplichtingen aangaan. De termijn hiervoor moet aansluiten bij de afspraken in het plan van aanpak c.q. de duur waarvoor toestemming is gegeven voor parttime ondernemen. De parttime ondernemersactiviteiten moeten op elk moment direct beëindigd kunnen worden.
De netto-inkomsten worden volledig in mindering gebracht op de maandelijkse uitkering, tenzij gebruik gemaakt kan worden van de wettelijke vrijlating van inkomsten. Indien vrijlating van inkomsten niet van toepassing is, kan mogelijk gebruik gemaakt worden van de gemeentelijke premie-regeling voor deeltijdarbeid.
Jaarlijks moet voor 1 mei de aangifte inkomstenbelasting zijn gedaan. De inkomsten moeten worden opgegeven als “resultaat uit overige werkzaamheden”. Er kan geen gebruik worden gemaakt van de ondernemersaftrek (zelfstandigenaftrek), omdat de ondernemer vanwege de beperking van het aantal inzetbare uren niet wordt aangemerkt als ondernemer voor de inkomstenbelasting. Het is niet toegestaan om uitstel te vragen voor het indienen van de aangifte inkomstenbelasting.
Na zes maanden wordt beoordeeld of de behaalde resultaten voldoende zijn (afhankelijk van de concrete situatie van de parttime ondernemer in combinatie met de daadwerkelijke besparing op de uitkering) om de toestemming te vervolgen. Na twaalf maanden wordt beoordeeld of toestemming wordt verleend voor een vervolgtermijn van parttime ondernemen van maximaal 1 jaar.
Artikel 5 Vrijlating vergoeding vrijwilligerswerk
Indien een uitkeringsgerechtigde (met behoud van uitkering) als vrijwilliger of voor het opdoen van werkervaring werkzaam is bij een instelling of werkgever en daarvoor van die organisatie een vrijwilligersvergoeding ontvangt, wordt die vergoeding tot maximaal € 150,-- per maand en maximaal € 1.500,-- per jaar vrijgelaten van verrekening met de uitkering.
Artikel 1 Indienstnemingsubsidie
Het college kan een indienstnemingsubsidie aan een werkgever verstrekken, waardoor het in dienst nemen van een werkzoekende met een uitkering op basis van de Participatiewet aantrekkelijker wordt. De werkgever wordt hiermee gestimuleerd om mensen aan te nemen met een relatief grote afstand tot de arbeidsmarkt, waarin de werkgever waarschijnlijk meer dan gemiddeld zal moeten investeren om tot de gewenste productiviteit te komen. Nadere regels voor deze indienstnemingsubsidieregeling, alsmede de hoogte en de voorwaarden waaronder deze subsidie kan worden verstrekt, worden in dit artikel benoemd.
Het betreft een werkzoekende als bedoeld in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a van de Participatiewet in de leeftijdscategorie 27 jaar tot en met 56 jaar. De leeftijdscategorie jonger dan 27 jaar en ouder dan 56 jaar kan gebruik maken van de premiekorting die werkgevers kunnen krijgen via de Belastingdienst.
In het tweede lid onder a en b is bepaald hoe de hoogte van de indienstnemingsubsidie wordt vastgesteld. Het college hanteert hiervoor de volgende criteria:
De indienstnemingsubsidie wordt naar evenredigheid van de deeltijdfactor en het aantal maanden dienstverband in de betreffende subsidieperiode vastgesteld. Voor bepaling van de deeltijdfactor wordt uitgegaan van het aantal uren volledig dienstverband conform de betreffende CAO.
De subsidie kan - afhankelijk van de afspraken met de werkgever – worden betaald in maandelijkse termijnen of per kwartaal of na afloop van de maximumduur van 6 maanden. Om de administratieve lasten voor de werkgever te beperken, wordt voor de berekening van de hoogte van de vergoeding door het college zoveel mogelijk gebruik gemaakt van inzage in Suwinet.
De duur van de indienstnemingsubsidie voor een werkzoekende als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet bedraagt maximaal 6 maanden. De in dit artikel genoemde indienstnemingsubsidie betreft een generieke regeling, omdat ieder bedrijf of iedere onderneming, ongeacht de vestigingsplaats van de onderneming of de plaats van tewerkstelling van de werknemer, een beroep kan doen op deze subsidie wanneer zij een werkzoekende als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet in dienst neemt.
Artikel 2 Bemiddelingssubsidie
Het college kan aan een tussenpersoon, die een werkzoekende als bedoeld in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a van de Participatiewet naar betaald werk bemiddelt, een bemiddelingssubsidie verstrekken.
Aanspraak op de vergoeding is mogelijk als de werkzoekende door het college is aangemeld voor bemiddeling bij de desbetreffende tussenpersoon.
De tussenpersoon, die zich voor deze bemiddelingsinspanning meldt bij het college, wordt voor de inzet om uitstroom naar regulier werk voor mensen met een relatief grote afstand tot de arbeidsmarkt te realiseren, beloond op basis van no cure no pay afspraken. Nadere regels voor deze bemiddelingssubsidie, alsmede de hoogte en de voorwaarden waaronder deze subsidie kan worden verstrekt, zijn hiervoor benoemd.
Omdat de toekomstige werkgever waarschijnlijk meer dan gemiddeld zal moeten investeren om tot de gewenste productiviteit te komen, is inzet van de bemiddelingssubsidie in combinatie met andere re-integratievoorzieningen, zoals indienstnemingsubsidie, loonkostensubsidie, persoonlijke ondersteuning, etc. ook mogelijk. In die gevallen dat de tussenpersoon zelf het werkgeverschap op zich neemt, komt deze uiteraard ook voor de betreffende subsidies in aanmerking.
Artikel 3 Subsidie bedrijfsadviezen
In de begroting voor het uitvoeringsprogramma re-integratiebeleid wordt jaarlijks een budget opgenomen voor het stimuleren van bedrijfsadviezen ten aanzien van Jobcreatie, Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) en/of PSO-certificering. Dit met het doel om meer arbeidsplaatsen voor mensen met een arbeidsbeperking te realiseren.
In dit artikel is bepaald op welke wijze particuliere bedrijven in aanmerking kunnen komen voor deze subsidie en hoe de hoogte van de subsidie wordt vastgesteld. Voor het doen van onderzoek bij en het uitbrengen van adviezen aan werkgevers, wordt uitgegaan van inschakeling van een externe PSO-gecertificeerde organisatie.
Voor de gemeente staat de inhoudelijke doelstelling van dit artikel voorop en niet de vraag welke uitvoerende partij hiervoor wordt geselecteerd. Die keuze is aan de werkgever als opdrachtgever. Omdat de gemeente hiermee lokale werkgevers wil stimuleren, kunnen de aanvragen hiervoor uitsluitend door in de gemeente Hellendoorn gevestigde werkgevers worden ingediend.
De uiteindelijke doelstelling is dat daadwerkelijk extra arbeidsplaatsen voor mensen met een arbeidsbeperking c.q. langdurige werklozen worden gerealiseerd.
Overwogen is om een extra bonus toe te kennen indien als gevolg van het uitgevoerde onderzoek één of meer extra arbeidsplaatsen voor deze doelgroep worden gerealiseerd. Echter, hiervoor zijn al voldoende re-integratievoorzieningen beschikbaar. Daarbij wordt in het bijzonder gedacht aan de wettelijke loonkostensubsidie (LKS) voor mensen met een aantoonbare arbeidsbeperking en de gemeentelijke indienstnemingsubsidie voor uitkeringsgerechtigde werkzoekenden met een uitkering ingevolge de Participatiewet die een relatief grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben.
Artikel 4 Parttime ondernemen (PTO)
Voor veel bijstandsgerechtigden blijkt het een te grote stap om vanuit de bijstand direct door te stromen naar een fulltime baan en daarmee onafhankelijk te worden van een uitkering. Daarom stimuleert het college hen ook om parttime banen te accepteren. Nu de arbeidsmarkt verandert en vaste banen plaatsmaken voor flexibel werk, parttime banen en combinaties van werken en ondernemen, is het goed daar ook op in te spelen. Daarom biedt het college de re-integratievoorziening Parttime ondernemen (PTO) aan om daarmee arbeidsinschakeling mogelijk te maken.
Er is sprake van PTO in de bijstand als een bijstandsgerechtigde door een eigen onderneming inkomsten genereert die worden aangevuld met een bijstandsuitkering. Iemand werkt bijvoorbeeld een paar uur per week als zzp’er of begint een bedrijf. Gemeenten kunnen dit instrument toepassen bij bijstandsgerechtigden die nog niet weten of ze door een baan in loondienst of door een eigen bedrijf zelfstandig in hun bestaan willen gaan voorzien. Vaak kiezen zij voor activiteiten waar ze zelf iets mee hebben, zoals (eigen) kunst verkopen, yogalessen geven, kappersdiensten verlenen of honden uitlaten. De gemeente geeft deze persoon op twee manieren begeleiding: ondersteuning bij het ondernemerschap èn bij het zoeken van een baan. Juist die combinatie maakt PTO tot een sterke voorziening. Het helpt uitkeringsgerechtigden de kortste weg te vinden naar financiële zelfstandigheid.
PTO biedt zowel voor bijstandsgerechtigden als de gemeente kansen. Bijstandsgerechtigden kunnen op die manier weer van betekenis zijn in de samenleving en ze doen met werk dat ze leuk vinden ondernemersvaardigheden op waarmee ze hun re-integratie versnellen. Voor de gemeente biedt dit een vergrote kans op uitstroom van de bijstandsgerechtigde naar werk, zelfstandigheid of een combinatie daarvan.
PTO in combinatie met een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet is wettelijk toegestaan, waarbij de inkomsten van parttime ondernemer kunnen worden verrekend met de bijstandsuitkering. Uiteraard moet wel vooraf toestemming van de gemeente worden gevraagd. Het karakter van de bijstand (vangnet) brengt met zich mee dat een gemeente een verzoek tot parttime ondernemerschap niet moet toestaan als dit (op den duur) een serieuze belemmering vormt voor duurzame arbeidsinschakeling en volledige uitstroom. Daarom is de toestemming voor PTO altijd voor bepaalde tijd, bijvoorbeeld een jaar. Wanneer het parttime ondernemerschap de arbeidsinschakeling wel blijkt te belemmeren, kan de gemeente de parttime ondernemer verplichten de zelfstandige activiteiten te beëindigen en zich uit te laten schrijven uit het Handelsregister.
Verder worden voorwaarden gesteld om concurrentievervalsing te voorkomen. Zo kunnen afspraken worden gemaakt over de werkzaamheden, (marktconforme) tarieven en de tijdsbesteding van de parttime ondernemer.
Bij een aanvraag voor PTO toetst de gemeente (met inschakeling van een externe deskundige) zowel de competenties van de ondernemer als het concrete PTO- idee. Die toets gaat niet zover als de beoordeling van het levensvatbaarheidscriterium op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004. Is er een gerede kans dat de parttime ondernemer een deel van zijn uitkering zelf terugverdient en dat de parttime ondernemer zich ontwikkelt, dan is een parttime onderneming per definitie haalbaar.
De parttime ondernemer in de bijstand wordt aangesproken als zelfstandig ondernemer en niet als een bijstandsgerechtigde met een hobby. Een parttime ondernemer moet geld verdienen, motivatie en ondernemersvaardigheden laten zien en voldoen aan de eisen van de Belastingdienst. De beoordeling of er sprake is van voldoende behaalde resultaten zal altijd afhankelijk zijn van de concrete situatie van de parttime ondernemer in combinatie met de daadwerkelijke besparing op de uitkering.
Daarnaast zal vanuit PTO (voor zover mogelijk) ook gericht gewerkt worden aan het binnen een bepaalde tijd (1 jaar) uitstromen uit de uitkering. Als dat niet lukt, kan de bijstandsgerechtigde opnieuw toestemming krijgen voor een periode van een jaar voor PTO. De bijstandsgerechtigde moet dan wel aan alle voorwaarden voldoen (en eventueel laten zien dat de inkomsten toenemen). Het doel van PTO in de bijstand is tenslotte gehele of gedeeltelijke uitstroom uit de uitkering.
Artikel 5 Vrijlating vrijwilligersvergoeding
Het ministerie van SZW heeft besloten om per 1 april 2017 het maximaal vrij te laten bedrag aan vrijwilligersvergoeding te uniformeren (ongeacht of het regulier vrijwilligerswerk is of bijvoorbeeld werkervaringsplaatsen). Zowel voor de uitkering Participatiewet als voor de Werkloosheidwet geldt een vrijlating tot een bedrag van maximaal € 150,-- per maand en maximaal € 1.500,-- per jaar. Dit maakt een individuele toets door de gemeente overbodig.
Deze vrijlating is op grond van artikel 31, vijfde lid van de Participatiewet niet van toepassing op personen onder de 27 jaar. Echter, dit onderscheid is niet gewenst en achterhaald, omdat dit geen recht doet aan de jongeren (waaronder de nieuwe doelgroep met beperkingen) die via werkervaringsplaatsen voorbereid worden op plaatsing op de reguliere arbeidsmarkt. Daarom wordt vastgesteld dat de bedoelde vrijlating uniform wordt toegepast voor alle uitkeringsgerechtigden ingevolge de Participatiewet.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2019-30131.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.