Gemeenteblad van Rotterdam

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
RotterdamGemeenteblad 2019, 285924Overige besluiten van algemene strekking



Subsidieregeling Projectsubsidies Cultuur

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,

 

gelezen het voorstel van wethouder Onderwijs, Cultuur en Toerisme van 19 november 2019; registratienummer 19MO05478;

 

gelet op de artikelen 3 derde lid, 4 tweede lid, 5 tweede lid, 6 vierde lid en 8 aanhef en onder l van de SVR 2014;

 

overwegende dat:

  • -

    de gemeente Rotterdam de ambitie heeft om zoveel mogelijk Rotterdammers aan cultuur te laten deelnemen, als beoefenaar van kunstzinnige activiteiten en als publiek;

  • -

    de gemeente Rotterdam een vitale cultuursector ambieert die flexibel is en zichzelf steeds vernieuwt;

  • -

    het gewenst is nadere regels op de SVR 2014 vast te stellen voor het subsidiëren van culturele projecten en programma’s op incidentele basis;

besluit:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

Adviescommissie Cultuur:

adviescommissie op het gebied van cultuur ingesteld door het college op grond van artikel 84 van de Gemeentewet;

college:

college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam;

cultuurplan:

vierjarig subsidieprogramma van de gemeente Rotterdam voor cultuurinstellingen in Rotterdam;

eenmalige subsidie:

subsidie als bedoeld in artikel 1, onder a, van de SVR 2014;

project:

op zichzelf staande artistiek-inhoudelijke activiteit op het gebied van cultuur, uitgevoerd door één of meer kunstenaars;

Rotterdamse Culturele Basis:

gezamenlijke cultuurinstellingen die als zodanig door het college zijn aangewe-zen en daarmee een vierjarige subsidie ontvangen van de gemeente Rotterdam.

Artikel 2 Toepassingsbereik

  • 1.

    Het bepaalde in deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van eenmalige subsidies door het college voor de in artikel 3 genoemde activiteiten.

  • 2.

    Deze subsidieregeling is van toepassing op subsidieaanvragen vanaf 1 januari 2020.

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die primair artistiek-cultureel van aard zijn, een Rotterdams belang dienen en bijdragen aan de beleidsspeerpunten van het college op het gebied van cultuur.

  • 2.

    De beleidsspeerpunten bedoeld in het eerste lid zijn voor het jaar 2020 publieksbereik, talentontwikkeling en innovatie en voor de jaren 2021 tot en met 2024 inclusiviteit, innovatie en interconnectiviteit.

  • 3.

    Activiteiten die onderdeel vormen van stedelijke evenementen waarvoor een financiële bijdrage door Stichting Rotterdam Festivals is verstrekt, komen uitsluitend voor subsidie op basis van deze regeling in aanmerking indien er sprake is van een artistieke meerwaarde ten opzichte van het actuele culturele aanbod.

  • 4.

    De volgende activiteiten komen niet voor subsidie in aanmerking:

    • a.

      activiteiten die onlosmakelijk onderdeel zijn van het curriculum van een opleiding;

    • b.

      commerciële activiteiten of producten;

    • c.

      projecten waarvoor al eerder een subsidieaanvraag is ingediend bij het college, met uitzondering van projecten waarvan de aanvraag op grond van de Subsidieregeling Pitcher Perfect 010 is geweigerd, omdat op basis van onderhavige subsidieregeling subsidie kan worden aangevraagd;

    • d.

      projecten die de individuele beroepspraktijk van beeldend kunstenaars niet overstijgen.

Artikel 4 Rotterdams belang

Een project dient een Rotterdams belang als bedoeld in artikel 3 indien:

  • a.

    de activiteit plaatsvindt in Rotterdam en overwegend inwoners uit Rotterdam bereikt; of

  • b.

    de activiteit bijdraagt aan de eigen ontwikkeling van een aanvrager, woonachtig of gevestigd in de gemeente Rotterdam.

Artikel 5 Doelgroep

  • 1.

    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan:

    • a.

      rechtspersonen zonder winstoogmerk;

    • b.

      rechtspersonen waarvan de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd passen binnen de eigen statutaire doelstelling en feitelijke werkzaamheden van deze rechtspersoon;

    • c.

      natuurlijke personen.

  • 2.

    Niet voor subsidie in aanmerking komen rechtspersonen of natuurlijke personen die:

    • a.

      jaarlijks subsidie ontvangen op basis van het Cultuurplan;

    • b.

      onderdeel zijn van de Rotterdamse Culturele Basis;

    • c.

      subsidie ontvangen op basis van de Subsidieregeling Impulsregeling Cultuur; of

    • d.

      subsidie ontvangen uit de landelijke BIS-regeling.

Artikel 6 Subsidiabele kosten

  • 1.

    De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de kosten die resteren na aftrek van de bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in artikel 3 genoemde activiteiten.

  • 2.

    Niet voor subsidiëring in aanmerking komen de kosten die door subsidieontvanger zijn gemaakt vóór de indiening van de aanvraag.

  • 3.

    Naast de aangevraagde subsidie dient de aanvrager als dekking van de kosten aantoonbaar andere fondsen, sponsoren of inkomstenbronnen te zoeken.

  • 4.

    Niet voor subsidie in aanmerking komen de kosten voor de aanschaf van goederen voor duurzaam gebruik.

Artikel 7 Hoogte van de subsidie voor specifieke activiteiten

  • 1.

    Een subsidie voor het schrijven van een boek bedraagt maximaal € 4.500 per aanvraag.

  • 2.

    Een subsidie voor projecten bewegend beeld ten behoeve van onderzoek & ontwikkeling bedraagt maximaal € 4.000 per aanvraag met een totaalbegroting van maximaal € 10.000 per aanvraag.

  • 3.

    Een subsidie voor projecten bewegend beeld ten behoeve van scenario-ontwikkeling bedraagt maximaal € 4.000 per aanvraag met een totaalbegroting van maximaal € 10.000 per aanvraag.

  • 4.

    Een subsidie voor projecten bewegend beeld ten behoeve van productie bedraagt maximaal € 12.500 per aanvraag met een totaalbegroting van maximaal € 50.000 per aanvraag.

  • 5.

    Een subsidie voor projecten bewegend beeld ten behoeve van postproductie bedraagt maximaal € 4.000 per aanvraag met een totaalbegroting van maximaal € 10.000 per aanvraag.

Artikel 8 Subsidieplafond

  • 1.

    Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt een subsidieplafond van € 1.632.000. Het subsidieplafond bestaat uit zes gelijke deelplafonds voor de zes aanvraagrondes.

    Ronde

    Sluitingsdatum

    Deelplafond

    1

    1 januari

    € 272.000

    2

    1 maart

    € 272.000

    3

    1 mei

    € 272.000

    4

    1 juli

    € 272.000

    5

    1 september

    € 272.000

    6

    1 november

    € 272.000

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt voor het kalenderjaar 2020 een subsidieplafond van € 1.360.000. Het subsidieplafond bestaat uit vijf gelijke deelplafonds voor de vijf aanvraagrondes.

    Ronde

    Sluitingsdatum

    Deelplafond

    1

    1 maart

    € 272.000

    2

    1 mei

    € 272.000

    3

    1 juli

    € 272.000

    4

    1 september

    € 272.000

    5

    1 november

    € 272.000

  • 3.

    Het college kan de hoogte van het subsidieplafond en of de subsidiedeelplafonds binnen de in het eerste en tweede lid genoemde kalenderjaren wijzigen.

  • 4.

    De subsidieplafonds, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn vastgesteld onder voorbehoud dat voldoende middelen door de gemeenteraad op de begroting beschikbaar worden gesteld.

Artikel 9 Wijze van verdeling

Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, geschiedt in volgorde van de mate waarin de aanvraag bijdraagt aan het bepaalde in artikel 13, tweede lid, totdat het op de aanvraag van toepassing zijnde subsidieplafond is bereikt.

Artikel 10 Subsidieaanvraag

  • 1.

    De aanvraag wordt online ingediend via het digitale subsidieloket van de gemeente Rotterdam.

  • 2.

    In aanvulling op artikel 5 van de SVR 2014 legt de aanvrager bij zijn aanvraag de volgende gegevens over:

    • a.

      een projectplan dat ten minste de volgende elementen bevat: een beschrijving van de activiteiten, de doelstelling, planning, organisatie en marketing van het project, eventueel aangevuld met een link naar een videopitch van maximaal drie minuten;

    • b.

      een sluitende begroting van het project, inclusief een opgave van de aanvragen die bij derden zijn ingediend voor een subsidie, sponsoring of een vergoeding voor hetzelfde project. Van een sluitende begroting is sprake, wanneer de totale kosten volledig worden gedekt door inkomsten inclusief het bedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

    • c.

      een toelichting in welke mate het project een aantoonbare bijdrage levert aan de beleidsspeerpunten op het gebied van cultuur van de gemeente Rotterdam;

    • d.

      een toelichting waaruit de praktische uitvoerbaarheid van het cultuurproject blijkt;

    • e.

      indien het een aanvraag voor een auteurssubsidie betreft, een opdrachtbrief of contract bij van een uitgeverij;

    • f.

      indien het een aanvraag bewegend beeld voor postproductie betreft, (een) concrete toezegging(en) van (een) distributeur(s).

  • 3.

    Voor zover het een aanvraag voor bewegend beeld betreft, kan per aanvrager één aanvraag worden ingediend óf voor onderzoek & ontwikkeling, óf voor scenario-ontwikkeling. Een combinatie of opeenvolging van aanvragen is uitgesloten.

  • 4.

    Alleen ingediende aanvragen die volledig zijn, worden in behandeling genomen.

  • 5.

    Aanvragers die voor de eerste keer een subsidieaanvraag indienen, kunnen op het aanvraagformulier aangeven of zij hun aanvraag mondeling willen toelichten bij de Adviescommissie Cultuur.

Artikel 11 Aanvraagtermijn

  • 1.

    Een aanvraag om subsidie wordt, in afwijking van artikel 6, eerste lid, SVR 2014, uiterlijk ingediend op de sluitingsdata, genoemd in artikel 8, eerste lid.

  • 2.

    Het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd, begint niet eerder dan acht weken na de sluitingsdatum van de ronde waarbinnen de aanvraag is ingediend.

Artikel 12 Adviescommissie Cultuur

De Adviescommissie Cultuur heeft als taak het college op grond van een inhoudelijke beoordeling te adviseren over subsidieaanvragen die op grond van deze regeling zijn ingediend en aan haar worden voorgelegd.

Artikel 13 Uitbrengen advies aan college

  • 1.

    De Adviescommissie Cultuur brengt een schriftelijk en gemotiveerd advies aan het college uit, zowel over het al dan niet verlenen van de subsidie als over de hoogte van de te verlenen subsidie.

  • 2.

    De Adviescommissie Cultuur baseert haar advies op het bepaalde in de artikelen 3 tot en met 6 en de volgende criteria:

    • a.

      artistieke kwaliteit, die moet blijken uit de integriteit, creativiteit, oorspronkelijkheid, vakmanschap en zeggingskracht van het project;

    • b.

      Rotterdams belang;

    • c.

      bijdrage aan gemeentelijke beleidsspeerpunten voor cultuur;

    • d.

      of het project een aanvulling is op het bestaande cultuuraanbod;

    • e.

      de mate van haalbaarheid van het plan, de kwaliteit van de organisatie en de financiële onderbouwing.

Artikel 14 Besluit

Op basis van het door de Adviescommissie Cultuur uitgebrachte advies en het beschikbare budget, neemt het college met inachtneming van het bepaalde in deze regeling een besluit over het al dan niet verlenen van subsidie en de hoogte van het te verlenen subsidiebedrag.

Artikel 15 Subsidieverplichtingen

Onverminderd de artikelen 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 12 van de SVR 2014, geldt voor de subsidieontvanger de verplichting dat het eindresultaat van het project openbaar toegankelijk is.

Artikel 16 Aanvullende weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht en de SVR 2014 kan de subsidie geheel of gedeeltelijk geweigerd worden indien:

  • a.

    de aanvraag een cultuurproject betreft dat al is gestart of reeds is afgerond;

  • b.

    de aanvraag of aanvrager niet voldoet aan het bepaalde in deze subsidieregeling.

Artikel 17 Naam- en logovermelding

De subsidieontvanger vermeldt in publicaties, persberichten en presentaties dat het project mede tot stand is gekomen dankzij een financiële bijdrage van de gemeente Rotterdam. Vermelding geschiedt door middel van het logo van de gemeente Rotterdam.

Artikel 18 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2020.

Artikel 19 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Subsidieregeling Projectsubsidies Cultuur.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van 19 november 2019.

De secretaris,

V.J.M. Roozen

De burgemeester,

A. Aboutaleb

Toelichting op de Subsidieregeling Projectsubsidies Cultuur

Algemene toelichting

Het cultuurbeleid van de gemeente Rotterdam is gericht op een gezonde, stedelijke culturele sector. Een sector waarin zoveel mogelijk Rotterdammers aan cultuur deelnemen, als beoefenaar van kunstzinnige activiteiten en als publiek. De gemeente Rotterdam ambieert een cultuursector waarin artistiek talent zich kan ontwikkelen en waarin aanbod voor een divers publiek te vinden is. Een gezonde sector bestaat uit een infrastructuur van stevige instellingen, zowel in artistieke als economische zin. Daarnaast zijn voor een vitale sector vernieuwende cultuurprojecten van belang.

Het doel van de regeling

Deze subsidieregeling is bedoeld om kunstenaars, makers en culturele organisaties in meest brede zin te ondersteunen bij de realisatie van hun project. Dit project heeft een stedelijke of bovenstedelijke impact en bezit een aantoonbare artistieke waarde. De artistieke waarde van het project wordt zichtbaar in een of meerdere van de volgende culturele uitingen: theater, muziek, muziektheater, (urban) dans, spoken word, architectuur en stedenbouw, beeldende kunst en fotografie, bewegend beeld, design en mode, e-culture, letteren en literatuur. Een integrale, onafhankelijke adviescommissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteiten.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten

Eerste lid

Onder subsidiabele activiteiten vallen tevens langer lopende projecten, zoals series voorstellingen, lezingen, jaarprogramma’s van kleine presentatieplekken en concerten met een looptijd van maximaal twee jaar. Subsidies worden per budgetjaar verleend, waarbij geldt dat subsidies uitsluitend worden verleend uit het budget van het jaar waarin de activiteiten plaatsvinden (indien sprake is van bedragen hoger dan € 25.000). Bij projecten die meerdere kalenderjaren omvatten, kan de subsidie voor het daaropvolgende jaar daarom slechts onder begrotingsvoorbehoud worden toegekend.

Tweede lid

Het belang voor de stad wordt onder andere bepaald aan de hand van speerpunten van gemeentelijk beleid.

 

Voor aanvragen in de periode 2017-2020 zijn uit de uitgangspuntennota 2017-2020 Reikwijdte en Armslag (2017-2020) de volgende drie speerpunten voor projectsubsidies Cultuur uitgelicht:

  • a)

    Publieksbereik: activiteiten moeten het meedoen aan cultuur voor zo veel mogelijk Rotterdammers stimuleren, zowel actief als receptief. Bij de beoordeling van aanvragen wordt betrokken in hoeverre de activiteit bijdraagt aan het vergroten van cultuurdeelname van Rotterdammers.

  • b)

    Talentontwikkeling: Het gaat hier om talentontwikkeling in de vrije tijd (dus niet in schoolverband) door kinderen en jongeren tot 25 jaar. Daarbij horen ook activiteiten die leiden naar een beroepsopleiding. Vermeld moet worden, indien van toepassing, hoe de activiteiten zich verhouden tot activiteiten van andere talentontwikkelaars.

  • c)

    Innovatie: Het begrip innovatie heeft met ingang van dit cultuurplan een bredere lading dan voorheen, toen het met name ging over artistiek-inhoudelijke vernieuwing. Dat is nog steeds van belang, maar het gaat ook om nieuw aanbod van nieuwe initiatieven, nieuwe manieren om nieuwe publieksgroepen aan te trekken en vast te houden, nieuwe vormen van programmeren en produceren, digitalisering, samenwerken en inspireren.

Voor aanvragen in de periode 2021-2024 zijn uit de uitgangspuntennota 2021-2024 Stad in transitie, cultuur in verandering de volgende beleidsspeerpunten voor projectsubsidies uitgelicht:

  • a)

    Inclusiviteit: cultuur in Rotterdam weerspiegelt de diversiteit en dynamiek van de stad en draagt bij aan verbinding en verbroedering. Cultuur in Rotterdam is voor iedereen bereikbaar en toegankelijk. Alle Rotterdammers kunnen in de lokale culturele infrastructuur participeren en vaardigheden en talenten ontwikkelen. Rotterdam-Zuid heeft een sterke culturele infrastructuur.

  • b)

    Innovatie: Rotterdam is het laboratorium en de kraamkamer voor culturele en creatieve innovatie. Ook bestaande culturele organisaties dragen bij aan deze innovatie. Zo ontstaat er een ecosysteem van ontwerpers, ondernemers, makers, broed- en werkplaatsen, culturele organisaties, platforms en festivals. Dit ecosysteem willen we versterken door de culturele en creatieve sector gespreid over Rotterdam voldoende ruimte te geven voor innovatie en experiment, zowel in faciliteiten als in doorgroeimogelijkheden.

  • c)

    Interconnectiviteit: De kansen voor cultuur liggen zowel in het versterken van samenwerking binnen de sector, als in samenwerking van de cultuursector met andere beleidsdomeinen en op het internationale speelveld.

Derde lid

Stichting Rotterdam Festivals (SRF) is namens de gemeente Rotterdam hét loket voor stedelijke evenementen. De voorwaarden en beleidsregels van de SRF zijn te vinden op de website www.rotterdamfestivals.nl. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan een projectaanvraag, die tevens financieel door de SRF wordt ondersteund, in aanmerking komen voor een subsidie op basis van onderhavige regeling, namelijk als sprake is van artistieke meerwaarde ten opzichte van het actuele culturele aanbod.

Vierde lid, sub a

Activiteiten komen niet voor subsidie in aanmerkingen wanneer deze activiteiten onderdeel zijn van een opleiding aan een (kunstvak-)school. Deze activiteiten worden beschouwd al door de overheid te zijn gefinancierd vanuit onderwijsbudgetten. Een activiteit is onderdeel van een opleiding als met de uitvoering van (een deel van) de activiteit studiepunten worden verkregen. Wel voor subsidie in aanmerking komen activiteiten die als spin-off wat betreft scope en omvang aantoonbaar geen onderdeel meer uitmaken van de originele opleidingsactiviteit.

Vierde lid, sub c

De gemeentelijk Subsidieregeling Pitcher Perfect 010 biedt een subsidiemogelijkheid voor cultuurprojecten die niet passen in de overige gemeentelijke subsidieregelingen cultuur. Dit artikel in de subsidieregeling regelt dat een projectaanvraag die wordt ingediend bij de Subsidieregeling Pitcher Perfect 010, maar bij nader inzien toch past binnen de Subsidieregeling Projectsubsidies Cultuur, alsnog bij laatstgenoemde regeling is in te dienen. Deze betreffende projectaanvragen ontvangen op basis van de Subsidieregeling Pitcher Perfect 010 een weigering. De aanvrager dient zelf een nieuwe aanvraag in op basis van de Subsidieregeling Projectsubsidies Cultuur.

Vierde lid, sub d

Een aanvraag van een individuele beeldend kunstenaar komt niet in aanmerking voor een subsidiebijdrage van de gemeente als het projecten ten behoeve van zijn eigen beroepspraktijk betreft.

Artikel 5 Doelgroep

Tweede lid

De organisaties die op het moment van indiening van een projectaanvraag al een subsidie ontvangen vanuit de vierjarige Cultuurplanperiode van de gemeente Rotterdam, onderdeel zijn van de Rotterdamse Culturele Basis, dan wel vanuit de Subsidieregeling Impulsregeling Cultuur van de gemeente Rotterdam, dan wel vanuit de landelijke BIS-regeling, komen op basis van deze regeling niet in aanmerking voor subsidie.

Artikel 7 Hoogte van de subsidie voor specifieke activiteiten

Eerste lid

Per boek bedraagt de subsidie maximaal € 4.500. Dit geldt dus ook voor coproducties, zoals een boek waaraan meerdere auteurs een bijdrage leveren. Of een boek waaraan een illustrator medewerking verleent. In dit laatste geval dienen de illustraties een onmisbaar onderdeel van het werk te vormen (bijv. een prentenboek).

Tweede tot en met vierde lid

Rekening houdend met het relatief bescheiden beschikbare budget, verstrekt de gemeente Rotterdam alleen bijdragen aan onderzoek & ontwikkeling en aan scenario-ontwikkeling voor projecten met een maximale begroting van € 10.000, waarbij de subsidiebijdrage maximaal € 4.000 bedraagt. De subsidies voor productie zijn bedoeld voor projecten, waarvan de begroting maximaal € 50.000 bedraagt. De maximale bijdrage van de gemeente Rotterdam is € 12.500. Een bijdrage aan postproductie ter bevordering van de distributie is mogelijk voor projecten met een maximale begroting van € 10.000, waarbij de subsidiebijdrage maximaal € 4.000 bedraagt.

Artikel 9 Wijze van verdeling

Het beschikbare budget voor projectsubsidies is beperkt. In de regel worden er (veel) meer aanvragen ingediend dan gehonoreerd kunnen worden. Om te voorkomen dat het budget voortijdig uitgeput raakt, wordt het budget gespreid over de verschillende indieningsrondes in een kalenderjaar. Gekozen is om de subsidieaanvragen te beoordelen op basis van de kwaliteit aan de hand van de mate waarin de aanvragen bijdragen aan in de regeling genoemde criteria tot dat het deelplafond per indieningsronde is bereikt. Overschrijding van een subsidieplafond levert een verplichte weigeringsgrond op.

Artikel 10 Subsidieaanvraag

Tweede lid, sub a

Een projectplan bestaat bij voorkeur uit maximaal 15 pagina’s. Het meesturen van een videopitch is niet verplicht. Een projectplan dient ten minste een beschrijving van de activiteit(en), doelstelling, planning, organisatie en marketing te bevatten.

Tweede lid, sub b

Een aanvraag dient een sluitende en goed gespecificeerde begroting te bevatten, voorzien van een dekkingsplan inclusief een opgave van de aanvragen die bij derden zijn ingediend voor een subsidie, sponsoring door derden of overige vergoedingen voor hetzelfde project.

Bij deze posten dient vermeld te worden welke bedragen reeds zijn toegezegd en welke nog in aanvraag zijn. Aan het projectplan kan een begroting toegevoegd worden, of als aparte digitale bijlage geüpload worden.

Voor de verhouding tussen het gevraagde subsidiebedrag en overige inkomsten van een project bestaat geen algemene richtlijn. Of de verhouding realistisch geacht wordt, is afhankelijk van omvang, inhoud en vorm van de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

Tweede lid, sub c

Wanneer in een project sprake is van een bijdrage aan de beleidsspeerpunten, dienen deze helder te worden toegelicht en beargumenteerd. Overigens hoeft niet elk beleidsspeerpunt in een project aan de orde te komen, niet ieder project leent zich daar immers voor.

Tweede lid, sub d

Voor zover het praktische uitvoerbaarheid betreft, valt te denken aan zicht op daadwerkelijke verfilming in projecten bewegend beeld.

Tweede lid, sub e

In alle gevallen geldt de voorwaarde dat er een concrete afspraak is gemaakt met een uitgeverij voor redactie en publicatie, bij voorkeur vastgelegd in een contract, ofwel de aanvraag vergezeld gaat van een intentieverklaring van de uitgever. De aanvraag bevat een duidelijk plan voor publicatie en verspreiding van het werk.

Tweede lid, sub f

Hieruit volgt, dat een aanvraag voor onderzoek & ontwikkeling of scenario-ontwikkeling wel opgevolgd kan worden door een verzoek om een bijdrage aan de productie ervan.

Derde lid

Indien het een aanvraag bewegend beeld betreft, is er een onderscheid gemaakt tussen subsidies voor het mogelijk maken van: (1) onderzoek & ontwikkeling (2) scenario-ontwikkeling, (3) productie en (4) postproductie. Aanvragers kunnen óf voor onderzoek & ontwikkeling, óf voor scenario-ontwikkeling een aanvraag indienen. Een combinatie of opeenvolging van aanvragen is uitgesloten.

Vierde lid

Bij de beoordeling wordt uitgegaan van de in de aanvraag vermelde informatie. De aanvrager is verantwoordelijk voor de volledigheid, de relevantie en de juistheid van de in de aanvraag verstrekte gegevens. De aanvrager kan er niet vanuit gaan dat kennis wordt genomen van alle informatie op door hem/haar in de aanvraag vermelde websites.

Vijfde lid

Aanvragers die voor de eerste keer een subsidieaanvraag indienen, kunnen in het aanvraagformulier aangeven of zij hun aanvraag mondeling willen toelichten bij de Adviescommissie Cultuur. Aanvragers krijgen vijftien minuten de gelegenheid hun aanvraag toe te lichten, waarbij de commissie gedurende dit tijdsbestek ook vragen kan stellen. Het geven van een mondelinge toelichting staat alleen open voor nieuwe aanvragers en is niet verplicht. Aanvragers die hebben aangegeven van deze mogelijkheid gebruik te willen maken, ontvangen een uitnodiging voor de datum en het tijdstip waarop zij verwacht worden hun aanvraag mondeling toe te lichten. Het is niet mogelijk deze afspraak op een ander moment plaats te laten vinden. De data waarop de adviescommissie vergadert, worden voorafgaand aan de subsidiedeadline op de website gepubliceerd.

Artikel 11 Aanvraagtermijn

Eerste lid

Allereerst wordt uitdrukkelijk opgemerkt dat het college, ingevolge de Awb, aanvragen die te laat zijn ingediend niet in behandeling hoeft te nemen. In dit artikel worden de termijnen genoemd, waarbinnen subsidieaanvragen dienen te zijn ingediend bij het college.

Voor financiering van projecten op eenmalige basis is een budget beschikbaar dat gedurende het jaar in verschillende aanvraagrondes wordt verdeeld. De subsidieaanvraag kan ieder jaar op zes momenten worden aangevraagd. De activiteit mag op zijn vroegst acht weken na de eerstvolgende sluitingsdatum starten:

Sluitingsdatum van de subsidieronde

Startdatum van de activiteit

1 januari

Na 26 februari

1 maart

Na 26 april

1 mei

Na 26 juni

1 juli

Na 26 augustus

1 september

Na 27 oktober

1 november

Na 27 december

Artikel 12 Adviescommissie Cultuur

De Adviescommissie Cultuur adviseert de gemeente Rotterdam over het al dan niet toekennen van bijdragen uit het budget voor eenmalige subsidies. De commissie toetst een subsidieverzoek aan de aan inhoudelijke voorwaarden zoals verwoord in deze subsidieregeling. De commissie baseert zich uitsluitend op de informatie die de indiener beschikbaar heeft gesteld. Hierbij geldt dat de indiener er niet vanuit kan gaan dat de commissie kennisneemt van alle informatie op door hem/haar in de aanvraag vermelde websites.

Artikel 13 Uitbrengen advies aan college

Tweede lid, sub a

Kwaliteit is, indien wordt voldaan aan voorwaarden uit de SVR 2014, een van de criteria waarop aanvragen beoordeeld worden. De Adviescommissie bepaalt op basis van de aanvraag of de voorgenomen activiteiten naar verwachting voldoen aan de kwaliteitscriteria. De ervaring, kennis, artistieke en organisatorische kwaliteiten van de personen die verantwoordelijk zijn voor de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd, spelen daarbij een rol. De artistieke kwaliteit moet blijken uit de integriteit, creativiteit, oorspronkelijkheid, vakmanschap en zeggingskracht van het project. De activiteit moet primair van artistiek-culturele aard zijn. Dat wil zeggen dat projecten ontstaan vanuit een persoonlijke artistieke visie van de maker(s). In het geval van bijvoorbeeld podiumkunsten leiden die tot uitvoeringen en producties. In geval van bewegend beeld vanuit een cinematografische visie tot een autonoom vertoonbaar product of tot concrete plannen voor zo’n product. Wat betreft de kwaliteit van het werk, blijkt dit in geval van een boekuitgave of publicatie via self-publishing, een uitgeefplatform of een andere niet-traditionele manier, minimaal uit de inhuur van een professionele redacteur.

Tweede lid, sub e

In de regel zijn de subsidies van de gemeente niet bedoeld als dekking van de totale kosten van een project. Naast een gevraagde gemeentelijke subsidie dient de aanvrager als dekking van de kosten andere fondsen, sponsoren en (commerciële) inkomstenbronnen te zoeken. Voor de verhouding tussen gevraagd subsidiebedrag en overige inkomsten van een project bestaat geen algemene richtlijn. Of de verhouding realistisch geacht wordt, is afhankelijk van omvang, inhoud en vorm van de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Om voor subsidie in aanmerking te komen moet de begroting sluitend en transparant zijn.

Een goede beoordeling op een of meer van de afzonderlijke criteria betekent niet automatisch dat subsidie wordt verstrekt.

Om een project succesvol tot stand te brengen en af te ronden is een goede organisatie van belang. De organisatiekracht en -capaciteit, nodig om een project tot een succes te maken, is in balans met de omvang en complexiteit van het project. Op basis van de aanvraag dient de Adviescommissie het vertrouwen te hebben dat de verantwoordelijke organisatie in staat is het beoogde project succesvol uit te voeren. In dat kader wordt ook gekeken naar het verleden, en bijvoorbeeld de staat van dienst van de aanvrager.

Artikel 14 Besluit

Op basis van het advies van de commissie en het beschikbare budget, neemt de gemeente Rotterdam een besluit over het al dan niet verlenen van subsidie en de hoogte van de financiële bijdrage. Om te voorkomen dat het budget voortijdig uitgeput raakt, wordt het budget gespreid over de verschillende indieningsrondes in een kalenderjaar. Dit kan tot gevolg hebben dat een aanvraag, ondanks een positief advies van de commissie, niet gehonoreerd kan worden met een financiële bijdrage van de gemeente Rotterdam en op budgettaire gronden wordt afgewezen.

Artikel 16 Aanvullende weigeringsgronden

In artikel 16 worden enkele aanvullende weigeringsgronden genoemd. Deze weigeringsgronden zijn aanvullend op de weigeringsgronden van de SVR 2014 en de Awb.

Artikel 17 Naam- en logovermelding

Het logo en een gebruikersinstructie zijn verkrijgbaar via de website van de gemeente.

Dit gemeenteblad 2019, nummer 163, is uitgegeven op 21 november 2019 en ligt op dins-, woens- en donderdagen van 9.00 tot 13.00 uur ter inzage bij het Bestuurlijk Informatiecentrum Rotterdam (BIR), locatie Wachtruimte Timmerhuis, Halvemaanpassage 1 (trap op, melden bij Informatiebalie)

(Zie ook: www.bis.rotterdam.nl – Regelgeving of Gemeentebladen chronologisch)