Gemeenteblad van Woerden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
WoerdenGemeenteblad 2019, 272938Beleidsregels



Besluit van burgemeester en wethouders van Woerden houdende beleidsregels voor toezicht en handhaving van de kwaliteit van kinderopvang (Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang gemeente Woerden)

 

Gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht;

 

Gelet op de artikelen 1.61, eerste lid, 1.65, eerste lid, 1.66 en 1.72, eerste lid van de Wet kinderopvang;

 

besluiten:

 

de “Beleidsregels toezicht en handhaving kwaliteit kinderopvang gemeente Woerden” vast te stellen.

 

Hoofdstuk 1 Algemeen

Artikel 1 Toepassing

Deze beleidsregels zijn van toepassing op de handhaving naar aanleiding van overtreding van de bij of krachtens de Wet kinderopvang gestelde regelgeving. De gebruikte termen komen overeen met de termen uit deze wet.

Artikel 2 Kwaliteitseisen

  • 1.

    De kwaliteitseisen, waar aan voldaan moet worden, staan genoemd in de Wet kinderopvang en de krachtens de Wet kinderopvang gestelde regelgeving. Ze worden tevens expliciet in het door de toezichthouder opgestelde rapport genoemd.

  • 2.

    In deze beleidsregels van de gemeente Woerden wordt uitgegaan van de in het eerste lid bedoelde kwaliteitseisen.

  • 3.

    In het afwegingsoverzicht dat als bijlage 1 aan deze beleidsregels is toegevoegd, worden voor de prioritering en de hoogte van de bestuurlijke boete per domein de kwaliteitseisen geclusterd weergegeven.

Artikel 3 Vormen van sanctioneren

Bij het uitvoeren van het handhavingsbeleid heeft het college de volgende mogelijkheden:

a. herstelsanctie;

b. bestraffende sanctie.

Hoofdstuk 2 Herstellend traject

Artikel 4 Herstelsancties

  • 1.

    Indien gebleken is dat een houder van een kindercentrum, een gastouderbureau of voorziening voor gastouderopvang niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en alle daaruit voortvloeiende regelgeving, start het college in beginsel een herstellend traject. Dit traject is gericht op beëindiging van de overtreding(-en) en voorkoming van herhaling hiervan.

  • 2.

    Bij het uitvoeren van het herstellend traject hanteert het college de volgende stappen:

  • a.

    stap 1: aanwijzing;

  • b.

    stap 2: last onder dwangsom/last onder bestuursdwang;

  • c.

    stap 3: exploitatieverbod;

  • d.

    stap 4: verwijdering uit het landelijk register kinderopvang.

  • 3.

    Indien de overtreding hiertoe aanleiding geeft, kan het college besluiten om een bepaalde stap of bepaalde stappen van het herstellende traject over te slaan dan wel meerdere keren toe te passen.

  • 4.

    De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die is toegekend aan de kwaliteitseis zoals afgeleid kan worden uit het afwegingsoverzicht dat als bijlage is opgenomen.

  • 5.

    Bij het opleggen van een aanwijzing gelden de volgende hersteltermijnen:

  • a.

    prioriteit hoog: maximaal vier weken;

  • b.

    prioriteit gemiddeld: maximaal twee maanden;

  • c.

    prioriteit laag: maximaal 1 jaar.

Deze termijnen worden eveneens gehanteerd als begunstigingstermijn, indien ervoor gekozen is om een last onder dwangsom/last onder bestuursdwang in te zetten.

Artikel 5  

Indien niet (langer) wordt voldaan aan de definities van de Wet kinderopvang voor wat betreft de geregistreerde voorziening (dagopvang, buitenschoolse opvang, gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang) wordt de gegeven toestemming tot exploitatie ingetrokken, door middel van een beschikking overeenkomstig artikel 1.46 lid 5 en lid 6 Wet kinderopvang. Aansluitend wordt de registratie verwijderd uit het landelijk register kinderopvang.

 

Hoofdstuk 3 Bestraffend traject

Artikel 6 Gebruik bevoegdheid opleggen bestuurlijke boete

  • 1.

    Het college legt te allen tijde een bestuurlijke boete op bij overtredingen ten aanzien van de Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) en het niet voldoen aan de beroepskracht-kind-ratio, zoals opgenomen in het afwegingsoverzicht in de bijlage. Het college legt tevens een bestuurlijke boete op bij het niet onverwijld melden van een wijziging aan het college van in het landelijk register kinderopvang opgenomen gegevens.

  • 2.

    Het college kan een bestuurlijke boete opleggen bij alle overige domeinen in het afwegingsoverzicht in de bijlage. Bij het besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete spelen prioriteit van de overtreding, het verloop van het hersteltraject en de handhavingsgeschiedenis een rol.

  • 3.

    Tevens kan het college een bestuurlijke boete opleggen bij overtredingen van een norm zoals genoemd in het afwegingsoverzicht onder "overige overtredingen". Bij het besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete speelt de handhavingsgeschiedenis een rol.

Artikel 7 Hoogte bestuurlijke boete

  • 1.

    Bij de berekening van de bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1.72, eerste lid 1 van de Wet kinderopvang, geldt voor alle overtredingen het boetebedrag dat is neergelegd in het afwegingsoverzicht als uitgangspunt.

  • 2.

    Het onder lid 1 genoemde boetebedrag wordt opgelegd per overtreden voorwaarde zoals opgenomen in het desbetreffende domein.

  • 3.

    In afwijking van hetgeen onder lid 1 is vermeld, geldt voor voorzieningen voor gastouderopvang als uitgangspunt dat het boetebedrag zoals neergelegd in het afwegingsoverzicht met 0,5 kan worden vermenigvuldigd.

Artikel 8 Recidive

Bij de vaststelling van de boete wordt in geval van herhaling van de overtreding uitgegaan van onderstaande uitgangspunten.

  • 1.

    Indien een door een bestuurlijke boete te handhaven overtreding plaatsvindt binnen een periode van twee jaar nadat een eerdere overtreding van dezelfde wettelijke norm heeft plaatsgevonden, bedraagt het boetebedrag 1,5 maal het boetebedrag zoals opgenomen in het afwegingsoverzicht.

  • 2.

    Indien sprake is van een derde of volgende overtreding van dezelfde wettelijk norm binnen een periode van twee jaar nadat de daaraan voorafgaande overtreding zich heeft voorgedaan, bedraagt het boetebedrag 2 maal het boetebedrag zoals opgenomen in het afwegingsoverzicht.

Artikel 9 Matiging

  • 1.

    Het college kan besluiten om de bestuurlijke boete te matigen, indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat op grond van - de ernst van de overtreding, - de mate van verwijtbaarheid, - de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan of - de omstandigheden waarin de overtreder verkeert, boeteoplegging volgens deze Beleidsregels handhaving onevenredig is.

Artikel 10 Samenloop

De totale bij boetebeschikking op te leggen boete bestaat, ingeval er sprake is van meerdere overtredingen, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen.

Artikel 11 Geen handhaving

  • 1.

    Het college kan besluiten om niet handhavend op te treden bij het ontbreken van een oudercommissie.

  • 2.

    Het besluit onder lid 1 genoemd, wordt uitsluitend genomen indien de houder zichtbaar inspanningen verricht om een oudercommissie in te stellen.

Artikel 12 Citeertitel

De Beleidsregels toezicht en handhaving kwaliteit kinderopvang gemeente Woerden kunnen worden aangehaald als "Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang gemeente Woerden".

Artikel 13 Inwerkingtreding

Deze Beleidsregels treden op de dag na die van de bekendmaking in werking. Het Handhavingsbeleid gemeente Woerden 2015 wordt met ingang van dezelfde datum ingetrokken.

 

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van 5 november 2019,

drs. M. van Kruisbergen V. Molkenboer

secretaris burgemeester

Toelichting

 

Algemene toelichting

 

Hoofdstuk 2 Herstellend traject

In een herstellend traject zijn verschillende stappen te onderscheiden:

Stap 1: aanwijzing, artikel 1.65, eerste lid Wet kinderopvang.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin zich een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau bevindt dat de bij of krachtens de artikelen 1.47 lid 1 en 1.48d tot en met 1.59 Wet kinderopvang gegeven voorschriften (de 'kwaliteitseisen") niet of in onvoldoende mate naleeft, geeft de houder een schriftelijke aanwijzing.

  • 1.

    In een aanwijzing wordt met redenen omkleed aangegeven op welke punten de bedoelde voorschriften niet of in onvoldoende mate worden nageleefd. Ook wordt aangegeven welke maatregelen door de houder binnen de gestelde termijn genomen dienen te worden. De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die is toegekend aan de kwaliteitseis zoals afgeleid kan worden uit het afwegingsoverzicht dat als bijlage is opgenomen.

  • 2.

    In geval van een overtreding met de prioriteit hoog, zal de hersteltermijn maximaal 14 dagen bedragen. Is er sprake van een overtreding met een gemiddelde of lage prioriteit dan bedraagt de hersteltermijn maximaal respectievelijk 2 maanden of 1 jaar.

  • 3.

    Na het verstrijken van de hersteltermijn dient de overtreding duurzaam beëindigd te zijn. Ter controle hiervan kan de handhaver schriftelijke bewijsstukken opvragen dan wel opdracht geven voor een her-inspectie. Is de overtreding niet beëindigd, dan wordt een volgende stap ingezet.

 

Stap 2: last onder dwangsom of last onder bestuursdwang, artikel 125 lid 2 Gemeentewet en artikel 5:32 Algemene wet bestuursrecht

De algemene bestuursdwangbevoegdheid is neergelegd in artikel 125 van de Gemeentewet. In gevallen waarin het bestuursorgaan de mogelijkheid heeft om zelf de overtreding te beëindigen (op kosten van de overtreder) kan een last onder bestuursdwang opgelegd worden. De bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom is een van de bestuursdwangbevoegdheid afgeleide bevoegdheid; neergelegd in artikel 5:32 Algemene wet bestuursrecht.

  • 1.

    Een last onder dwangsom wordt opgelegd met als doel herstel van de overtreding en/of voorkoming van herhaling van de overtreding.

  • 2.

    De stap last onder dwangsom kan meerdere keren worden genomen voor een geconstateerde overtreding. Indien een eerste last onder dwangsom geen resultaat heeft gehad, kan worden overwogen een nieuwe, hogere last onder dwangsom op te leggen. Dit vereist dan wel een nieuw besluit. Ook kan besloten worden een volgende stap in het herstellend traject te zetten.

  • 3.

    De last onder dwangsom kan ook preventief worden opgelegd. Van een preventieve last is sprake als de last wordt opgelegd voordat enige overtreding heeft plaatsgevonden. Hiervoor geldt dat het gevaar van de overtreding klaarblijkelijk dreigt, dat wil zeggen dat de overtreding zich met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal voordoen.

 

Stap 3: exploitatieverbod, artikel 1.66 Wet kinderopvang

Het college kan de houder verbieden een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang, een gastouderbureau in exploitatie te nemen dan wel de exploitatie voort te zetten. Dit kan het college in de volgende gevallen:

  • 1.

    Zolang de houder een bevel of aanwijzing niet opvolgt en het opleggen van een last onder bestuursdwang niet mogelijk is (lid 1).

  • 2.

    Als een kindercentrum, gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang niet of niet langer aan de kwaliteitseisen voldoet (lid 2).

 

Stap 4: het intrekken van de beschikking met toestemming tot exploitatie en verwijdering van de registratie uit het landelijk register kinderopvang, artikelen 1.46 lid 5 en lid 6, 1.47a lid 2 Wet kinderopvang en artikel 8 lid 1 Besluit landelijk register kinderopvang en register buitenlandse kinderopvang.

Er zijn verschillende gronden waarop het college, in het kader van handhaving, de toestemming tot exploitatie van een voorziening kan intrekken en de registratie van deze voorziening uit het landelijk register kinderopvang kan verwijderen:

  • 1.

    Indien is gebleken dat de houder niet langer de kinderopvangvoorziening exploiteert.

  • 2.

    Indien uit een GGD-inspectie of anderszins is gebleken dat de houder naar verwachting niet dan wel niet langer voldoet aan de bij of krachtens hoofdstuk 1 afdeling 3, paragrafen 2 en 3 voorschriften.

  • 3.

    Indien drie maanden na de registratie de exploitatie van de organisatie voor kinderopvang niet daadwerkelijk is aangevangen.

Vanaf het moment dat voor een voorziening voor kinderopvang de toestemming tot exploitatie is ingetrokken en de registratie van deze voorziening verwijderd is uit het landelijk register kinderopvang, is er geen sprake meer van kinderopvang in de zin van de wet. Voortzetten van exploitatie leidt tot illegale kinderopvang en tot een boete of vervolging door het Openbaar Ministerie op basis van overtreding van de Wet Economische Delicten.

 

Hoofdstuk 3 Bestraffend traject

Een bestraffende sanctie bestraft een overtreding die 'in het verleden' begaan is. Er is dus een overtreding geconstateerd en dat feit wordt bestraft. De vorm van een bestraffende sanctie onder de Wet kinderopvang is de bestuurlijke boete (artikel 1.72 lid 1 Wet kinderopvang).

In de ‘Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang gemeente Woerden’ is neergelegd op welke wijze het college invulling geeft aan zijn beleidsvrijheid.

  • 1.

    Het beleid houdt in dat het college in geval van een overtreding ten aanzien van de VOG en de beroepskracht-kindratio altijd gebruikt maakt van zijn bevoegdheid en een boete ter hoogte van het in het afwegingsoverzicht genoemde bedrag oplegt. Uitzondering hierop is de voorziening voor gastouderopvang. Hiervoor geldt dat de hoogte van de boete zoals opgenomen in het afwegingsoverzicht wordt gehalveerd. De achterliggende gedachte hierbij is het bijzondere karakter van deze voorziening.

  • 2.

    De hoogte van de boete zal met inachtneming van de algemene bepalingen hieromtrent worden bepaald en kan worden verzwaard of worden gematigd.

  • 3.

    Het college kan tevens een boete opleggen als er sprake is van een overtreding zoals genoemd in het afwegingsoverzicht onder "overige overtredingen". De Wet kinderopvang bepaalt dat een bestuurlijke boete alleen opgelegd kan worden aan niet-gesubsidieerde kinderopvang.

 

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1

In dit artikel wordt het bereik van de Beleidsregels aangegeven.

 

Artikel 2

De kwaliteitseisen waaraan bij of krachtens de Wet kinderopvang voldaan moet worden staan in de wet-en regelgeving. Een volledige opsomming is ook terug te vinden in de door de toezichthouder gebruikte modelrapporten.

 

Artikel 3

In dit artikel worden de vormen van handhaving benoemd. Een herstelsanctie is gericht op herstel van een overtreding en/of voorkoming van herhaling. Een bestraffende sanctie is gericht op bestraffen van een begane overtreding. In de Algemene wet bestuursrecht wordt ook wel gesproken over leedtoevoeging.

 

Artikel 4

Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de Algemene toelichting, hoofdstuk 2 Herstellend traject.

 

Artikel 5

Indien een geregistreerde voorziening, te weten dagopvang, buitenschoolse opvang, gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang, niet meer voldoet aan de definitie hiervan in de Wet kinderopvang wordt de gegeven toestemming tot exploitatie door middel van een beschikking ingetrokken en wordt de registratie uit het landelijk register kinderopvang verwijderd. Dit omdat uitsluitend voorzieningen die aan de definitie voldoen dienen te worden geregistreerd. Er zal in dit geval geen herstellend handhavingstraject worden ingezet, als herstel niet aan de orde zal zijn.

 

Artikel 6 Gebruik bevoegdheid opleggen bestuurlijke boete

Het opleggen van een bestuurlijke boete is een bevoegdheid van het college. Dit betekent dat het college een bestuurlijke boete op kan leggen, maar daartoe niet verplicht is. Voor een aantal hierna te noemen overtredingen is bepaald dat het college altijd van deze bevoegdheid gebruik maakt. Dit laat onverlet dat het college bevoegd blijft voor de overige overtredingen een boete op te leggen. Indien het college daartoe overgaat, is hetgeen in deze beleidsregels is bepaald onverkort van toepassing. In het geval van de volgende overtredingen legt het college altijd een boete op:

  • 1.

    Het college legt altijd een boete op in geval van overtredingen ten aanzien van:

    • a.

      De Verklaring Omtrent Gedrag (VOG);

    • b.

      Beroepskracht - kindratio dagopvang, buitenschoolse opvang, voorziening voor gastouderopvang.

 

De overtredingen van de kwaliteitseisen zijn geprioriteerd. In geval van overtredingen met een hoge prioriteit zal het college eerder gebruik maken van zijn bevoegdheid een bestuurlijke boete op te leggen.

2.Tevens kan het college een bestuurlijke boete opleggen bij overtredingen van een norm zoals genoemd onder "overige overtredingen" Deze overtredingen betreffen:

  • a.

    het niet melden van wijzigingen als bedoeld in artikel 1.47 Wet Kinderopvang;

  • b.

    de verplichtingen op grond van artikel 5:20 van de Algemene wet Bestuursrecht;

  • c.

    het exploiteren van een kinderopvangvoorziening in strijd met artikel 1.45 van de Wet kinderopvang;

  • d.

    het niet naleven van een aanwijzing of bevel als bedoeld in artikel 1.65 van de Wet kinderopvang;

  • e.

    het niet nakomen dan wel in strijd handelen met een verbod krachtens artikel 1.66 van de Wet kinderopvang. Als er sprake is van dergelijke ‘overige overtredingen’ maakt het college eveneens gebruik van zijn bevoegdheid.

     

Artikel 7 Hoogte bestuurlijke boete

Eerste lid

In de Wet kinderopvang is het maximaal op te leggen boetebedrag aangegeven. Het college heeft derhalve beleidsvrijheid ten aanzien van de hoogte van het op te leggen boetebedrag.

Voor overtreding van de kwaliteitseisen geldt dat het college de hoogte van de boetebedragen heeft afgestemd op de prioritering van de overtreding. Een hoge prioritering betekent dat er ook in algemene zin sprake is van een ernstige overtreding, terwijl aan minder ernstige overtredingen een lag(e)(re) prioritering (gemiddeld of laag) is toegekend.

Mede gelet op het in artikel 1.72 van de Wet kinderopvang neergelegde boetemaximum heeft dit geleid tot de volgende verdeling.

 

Prioritering

Boetebedrag

Hoog

€ 1.000,- tot € 8.000,-

Gemiddeld

€ 750,- tot € 3.000 ,-

Laag

Maximaal € 1.500,-

 

Uitzonderingen hierop zijn:

  • f.

    In geval van overtreding van de artikelen 1.66 en 1.45 van de Wet kinderopvang is sprake van economische delicten, gesanctioneerd in de Wet op de Economische Delicten. In de artikelen 1 en 6 van deze wet is bepaald dat deze overtredingen beboet worden met een boete van de vierde categorie. De boetebedragen in onderhavig beleid komen hiermee overeen.

  • g.

    Overtreding van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht is een strafbaar feit; strafbaar gesteld in artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht: "Hij die opzettelijk niet voldoet aan een bevel of een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan dooreen ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast of door een ambtenaar belast met of bevoegd verklaard tot het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten, alsmede hij die opzettelijk enige handeling, door een van die ambtenaren ondernomen ter uitvoering van enig wettelijk voorschrift, belet, belemmert of verijdelt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie." Het boetebedrag voor deze overtreding, komt overeen met het in het Wetboek van Strafrecht genoemde bedrag voor overtredingen van de tweede categorie.

  •  

Tweede lid

Gezien het bijzondere karakter van de voorziening voor gastouderopvang is ervoor gekozen de hoogte van de op te leggen boete met de helft te verlagen. Dit geldt niet wanneer het een kwaliteitseis is die specifiek alleen aan de gastouder wordt gesteld. In dat geval is de boete al op deze situatie afgestemd.

Het voorgaande laat onverlet dat het college op grond van artikel 5:46 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht gehouden is de hoogte van de bestuurlijke boete af te stemmen op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten, waarbij het college zo nodig rekening houdt met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. Het college heeft door middel van de prioritering en de aansluiting op de betreffende strafrechtelijke overtredingen de ernst van de overtredingen geobjectiveerd.

 

Artikel 8 Recidive en verzwaring

Bij recidive treedt strafverzwaring op. Dit artikel bepaalt de hoogte van de strafverzwaring. In het geval de overtreder de afgelopen twee jaar al eerder is beboet voor eenzelfde overtreding verhoogt het college de boete met 50%. Daarbij is irrelevant of de in het verleden gepleegde overtreding(en) al dan niet betrekking hadden op hetzelfde kindercentrum, gastouderbureau of gastouderopvang waarvoor de nieuwe boete wordt opgelegd. Bepalend is of de overtreder als houder al eerder een boete is opgelegd. Iedere volgende overtreding binnen de periode van twee jaar wordt bestraft met een boete van 2 maal het in het afwegingsoverzicht opgenomen boetebedrag.

 

Artikel 9 Matiging

Op grond van deze bepaling heeft het college de bevoegdheid om de hoogte van de bestuurlijke boete te matigen. Deze bepaling is in feite een soort hardheidsclausule.

 

Artikel 10 Samenloop

De totale bij boetebeschikking op te leggen boete bestaat, ingeval er sprake is van meerdere overtredingen, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen.

 

Artikel 11 Geen handhaving

Door een aantal redenen is de bereidheid van ouders tot deelname aan een oudercommissie klein. Het college van de gemeente Woerden heeft besloten niet handhavend op te treden bij het ontbreken van een oudercommissie, onder voorwaarde dat de houder kan aantonen zichtbare acties te ondernemen om alsnog een oudercommissie in te stellen. Deze acties zijn o.a.:

  • h.

    aandacht voor de oudercommissie op de website van de houder;

  • i.

    actief ouders werven door middel van nieuwsbrieven en/of andere vormen van communicatie richting ouders;

  • j.

    posters in de opvanglocatie waar ouders uitgenodigd worden zitting te nemen in een oudercommissie;

  • k.

    flyers;

  • l.

    Informeren van ouders over de oudercommissie tijdens ouderavonden;

  • m.

    ouders worden ook bij het (tijdelijk) ontbreken van een oudercommissie aantoonbaar goed geïnformeerd.

     

Artikel 12 Citeertitel

Deze bepaling bevat de citeertitel, die iets korter is dan de formele titel van de regeling.

 

Artikel 13 Inwerkingtreding

Deze bepaling bevat de opdracht om de beleidsregel op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. Met de bekendmaking komen de Beleidsregels op overheid.nl en zijn ze kenbaar voor de betrokkenen.

 

Bijlage 1: Beknopt afwegingsoverzicht