Gemeenteblad van 's-Hertogenbosch

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
's-HertogenboschGemeenteblad 2019, 271472Verordeningen



Verordening van de gemeenteraad van de gemeente 's-Hertogenbosch, houdende regels betreffende de heffing en de invordering van reclamebelasting binnenstad 2020

De Gemeenteraad van 's-Hertogenbosch in zijn vergadering van 12 november 2019

regnr. 9004554;

gelet op de Gemeentewet;

heeft vastgesteld:

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente 's-Hertogenbosch, houdende regels betreffende de heffing en de invordering van reclamebelasting binnenstad 2020

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    reclameobject: openbare aankondiging in letters, symbolen of kleuren, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg;

  • b.

    bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij directe of indirecte steun vindt in of op de grond;

  • c.

    onroerende zaak: de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 2 Gebiedsomschrijving

Deze verordening is van toepassing op het gebied van de binnenstad binnen de stadswallen.

Het gebied wordt begrensd door de Oostwal, Hekellaan, Zuidwal, Spinhuiswal, Parklaan, Wilhelminaplein, Westwal, Sint Janssingel, Buitenhaven, Oliemolensingel, Kasterenwal, Noordwal en Muntelwal. Bij deze verordening is een kaart toegevoegd waarop de grenzen zijn aangegeven.

Artikel 3 Belastbaar feit

Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen het gebied als bedoeld in artikel 2 een directe belasting geheven voor openbare aankondiging die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg.

Artikel 4 Belastingplicht

    • 1.

      Een concreet overzicht van de objecten ter zake waarvan de reclamebelasting geheven zal worden, is opgenomen in de bijlage “Belastingobjecten voor de reclamebelasting binnenstad” (bijlage 2). In de bijlage staan vermeld de objecten zoals ze zijn opgenomen in de WOZ-administratie (qua objectcode en objectomschrijving).

    • 2.

      De belasting wordt geheven van degenen die bij het begin van het kalenderjaar in het gebied gelegen objecten al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruiken en waarop of waarbij één of meer reclameobjecten worden aangetroffen.

    • 3.

      Voor de toepassing van het tweede lid wordt:

      • a.

        gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;

      • b.

        het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

    • 1.

      De reclamebelasting wordt geheven per onroerende zaak.

    • 2.

      De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het begin van het kalenderjaar.

    • 3.

      Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.

    • 4.

      In afwijking van lid 2 en 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot de woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

    • 5.

      Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting.

Artikel 6 Belastingtarieven

Het tarief van de reclamebelasting bedraagt per onroerende zaak binnen het gebied van de Bossche binnenstad, zoals beschreven in artikel 2 met een WOZ-waarde van:

 

a. € 0,- t/m € 100.000,-

€ 81,60

b. €100.001,- t/m € 200.000,-

€ 135,95

c. € 200.001,- t/m € 300.000,-

€ 190,35

d. € 300.001,- t/m € 400.000,-

€ 244,70

e. € 400.001,- t/m € 500.000,-

€ 299,10

f. € 500.001,- t/m € 750.000,-

€ 380,70

g. € 750.001,- t/m € 1.000.000,-

€ 543,90

h. € 1.000.001,- t/m € 1.500.000,-

€ 707,00

i. € 1.500.001,- t/m € 2.000.000,-

€ 815,85

j. € 2.000.001,- t/m € 3.000.000,-

€ 1.087,80

k. € 3.000.001,- t/m € 5.000.000,-

€ 1.359,80

l. Vanaf € 5.000.001,-

€ 1.359,80

Artikel 8 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

    • 1.

      De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak.

    • 2.

      Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht.

    • 3.

      Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de reclamebelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

    • 4.

      Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd met zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 10 Wijze van heffing

De reclamebelasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 11 Termijnen van betaling

    • 1.

      In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

    • 2.

      In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder bedraagt dan € 5.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in twaalf gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

    • 3.

      De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden genoemde termijnen.

Artikel 12 Kwijtschelding

Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel

    • 1.

      De "Verordening reclamebelasting binnenstad 2019", vastgesteld bij het besluit van de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch d.d. 13 november 2018, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

    • 2.

      Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

    • 3.

      De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

    • 4.

      Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening reclamebelasting binnenstad 2020".

De griffier,

Drs. W.G. Amesz

De voorzitter,

Drs. J.M.L.N. Mikkers