Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bronckhorst;
gelezen het voorstel van GBTwente van 30 augustus 2019;
besluit:
vast te stellen de “2e wijziging van de Leidraad invordering gemeentelijke belastingen 2019”, waarbij de Leidraad invordering gemeentelijke belastingen 2019, besluit van 6 november 2018 als volgt wordt gewijzigd.
TOELICHTING
Artikel I, onderdeel A en C wijzigen de artikelen 14.4.5 en 19.3.4 naar aanleiding van een aanbeveling van de Nationale ombudsman. Het komt voor dat een belastingschuldige een verzoek tot aanpassing van de beslagvrije voet doet en daarbij niet de juiste gegevens verstrekt. De invorderingsambtenaar corrigeert de beslagvrije voet van de belastingschuldige dan pas als de belastingschuldige de juiste informatie aanlevert. De wijziging heeft tot gevolg dat de belastingschuldige die niet de juiste gegevens aanlevert, deze gegevens op verzoek van de invorderingsambtenaar binnen een redelijke termijn alsnog kan verstrekken. Als de belastingschuldige dat doet, wordt zijn beslagvrije voet met terugwerkende kracht aangepast vanaf de eerstvolgende inhouding nadat het oorspronkelijke verzoek tot aanpassing is gedaan. Met deze beperkte terugwerkende kracht verdwijnt het onderscheid tussen belastingschuldigen die zich melden met de juiste informatie en belastingschuldigen die dat (om wat voor reden dan ook) niet doen. Als de belastingschuldige naar aanleiding van het verzoek van de invorderingsambtenaar geen informatie aanlevert of verzuimt deze tijdig aan te leveren, blijft het huidige regime van toepassing.
Artikel I, onderdeel B heeft tot doel de inleiding bij artikel 17 aan te sluiten bij de aanhef van artikel 17.1. Artikel 17.1 is per 1 januari 2018 aangepast, waarbij abusievelijk de inleiding van artikel 17 niet is meegenomen. Deze omissie wordt hiermee hersteld.
Artikel I, onderdeel D heeft tot doel een aantal termijnen te uniformeren die in deze leidraad staan. Voor deze termijnen wordt aangesloten bij de termijn van twee weken die artikel 11 van de wet noemt. Hierbij wordt een vertaalslag gemaakt van de in de wet genoemde twee weken naar veertien dagen.
Artikel I, onderdeel E verduidelijkt dat geen administratief beroep open staat tegen de eenzijdige beslissing van de invorderingsambtenaar om (voorlopig) geen invorderingsmaatregelen meer te nemen.
Artikel I, onderdeel F verduidelijkt dat de invorderingsambtenaar ook een eventuele bate uit een door de curator te entameren procedure moet meenemen bij die afweging of hij een faillissementsaanvraag indient of maatregelen treft die moeten leiden tot ontbinding van een rechtspersoon conform artikel 2:19a BW. Dit is in lijn met jurisprudentie op dit gebied.
Artikel II regelt de datum van inwerkingtreding van de onderhavige wijzigingen.