Gemeenteblad van Valkenswaard

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
ValkenswaardGemeenteblad 2019, 235521Verordeningen



Verordening strekkende tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Valkenswaard 2017

BESLUIT

 

De raad van de gemeente Valkenswaard;

 

Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 6 maart 2018, nummer 721817/724062;

 

Gelet op artikel 149 Gemeentewet;

 

Gelet op de behandeling in de vergadering van de raadscommissie d.d. 5 april 2018;

BESLUIT

 

 

1. De Algemene plaatselijke verordening Valkenswaard 2017 als volgt te wijzigen:

 

  • A.

    Artikel 1:3 komt te vervallen

 

  • B.

    In artikel 1:6, onderdeel d, wordt na ‘gemaakt binnen’ ingevoegd: ‘of gedurende’.

 

  • C.

    Artikel 1:7 komt te luiden:

 

  • ‘Artikel 1:7 Termijnen

    • 1.

      De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.

    • 2.

      De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd indien het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.’

 

  • D.

    Artikel 1:8 komt te luiden:

 

  • ‘Artikel 1:8 Weigeringsgronden

  • 1.

    Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:

  • a.

    de openbare orde;

  • b.

    de openbare veiligheid;

  • c.

    de volksgezondheid;

  • d.

    de bescherming van het milieu.

  • 2.

    Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 3 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

  • 3.

    Een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 12 weken voor de beoogde datum van het beoogde evenement is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.’

 

  • E.

    In artikel 2:9, tweede lid, komen de onderdelen a en b te vervallen en worden de onderdelen c en d vernummerd tot a en b. In onderdeel b (voorheen onderdeel d) wordt na het woord ‘voetgangers’ toegevoegd: ‘,omwonenden’

 

  • F.

    In artikel 2:24, tweede lid, wordt toegevoegd: ‘f. vechtsportgala’s’

 

  • G.

    In artikel 2:25 wordt een tweede lid toegevoegd dat komt te luiden:

  • ‘2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd.’

  • De leden 2, 3 en 4 worden doorgenummerd naar 3, 4 en 5.

 

  • H.

    H. In artikel 2:28, derde lid, onderdeel a, wordt de tekst ‘de ondernemer moet een verklaring omtrent het gedrag overleggen, niet ouder dan twee maanden’ vervangen door: ‘de ondernemer moet mag niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn zoals bedoeld in artikel 8 van de Drank- en Horecawet’

 

  • I.

    In artikel 2:38 wordt ‘naam, adres, woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats,’ vervangen door: ‘naam, woonplaats,’.

 

  • J.

    In artikel 2:39, tweede lid, onder b, wordt ‘minister van Veiligheid en Justitie of de Kamer van Koophandel’ vervangen door: ‘raad van bestuur van de kansspelautoriteit’.

 

  • K.

    Na artikel 2.40e wordt een afdeling toegevoegd die komt te luiden:

 

  • ‘Afdeling 10b Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat

 

  • Artikel 2.40f Verbod exploiteren bedrijf zonder benodigde vergunning

    • 1.

      In dit artikel wordt verstaan onder:

      • a.

        Exploitant: natuurlijke persoon of personen of de bestuurder(s) van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;

      • b.

        Beheerder: de exploitant alsmede andere natuurlijke personen die de algemene of onmiddellijke leiding hebben over de bedrijfsmatige activiteiten;

      • c.

        Bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een gebouw, of een daarbij behorend perceel, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is.

    • 2.

      De burgemeester kan gebouwen en bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is. Een gebouw wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw kan zich tot een of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend aangewezen als de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit of door de exploitant en/of beheerder onder druk staat. Dit kan zich beperken tot een aangewezen gebied.

    • 3.

      Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen:

      • a.

        In een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw voor door de burgemeester genoemde bedrijfsmatige activiteiten, of

      • b.

        Indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft binnen het aangewezen gebied.

    • 4.

      Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren:

      • a.

        In het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten;

      • b.

        Indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;

      • c.

        Indien de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

      • d.

        Indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met de aanvraag in overeenstemming zal zijn;

      • e.

        Indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

      • f.

        Indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan of een geldende Leefmilieuverordening;

      • g.

        Indien een of meer beheerders van het bedrijf binnen 3 jaar vóór de indiening van de vergunningaanvraag een bedrijf heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, dat wegens het aantasten van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken.

    • 5.

      De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:

      • a.

        De persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant of beheerder;

      • b.

        Het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;

      • c.

        Het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;

      • d.

        Indien van toepassing de verblijftitel van de exploitant of beheerder;

      • e.

        Een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten;

      • f.

        Een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd.

      • g.

        Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd.

    • 6.

      Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzingen indien:

      • a.

        Door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast, of;

      • b.

        Door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed, of;

      • c.

        De voorwaarden uit de vergunning niet worden nageleefd, of;

      • d.

        De exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is, of;

      • e.

        De exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf danwel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed, of;

      • f.

        Er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden, of;

      • g.

        Er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde, of;

      • h.

        De bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd, of;

      • i.

        Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is.

      • j.

        De vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit, de Wet milieubeheer of een gebiedsplan.

    • 7.

      De burgemeester kan de sluiting van het bedrijf bevelen indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd.

    • 8.

      Het is eenieder verboden een overeenkomstig het zevende lid van deze bepaling gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven.

    • 9.

      De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven.

    • 10.

      De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen één maand, aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet.

    • 11.

      Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat een op de vergunning vermelde beheerder in het bedrijf aanwezig is.

    • 12.

      De exploitant en de beheerder zien erop toe dat in het bedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden.

    • 13.

      In afwijking van het derde lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is.

    • 14.

      Op de vergunning als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.’

 

  • L.

    In artikel 2:42, tweede lid, onderdeel b, wordt ‘kalk, krijt, teer’ vervangen door: ‘kalk, teer,’.

 

  • M.

    Na artikel 2:74 wordt een nieuw artikel ingevoegd dat komt te luiden:

 

  • ‘Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik

  • Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.’

 

  • N.

    In artikel 2:77 wordt ‘vaste camera’s’ vervangen door: ‘camera’s’.

 

  • O.

    Na artikel 2:78 wordt een artikel ingevoegd dat komt te luiden:

 

  • ‘Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet

    • 1.

      Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

    • 2.

      Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te voorkomen. De burgemeester stelt beleidsregels vast over het gebruik van deze bevoegdheid.

    • 3.

      De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke:

      • a.

        geluid- of geurhinder;

      • b.

        hinder van dieren;

      • c.

        hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;

      • d.

        overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;

      • e.

        intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.’

 

  • P.

    In artikel 4:11, derde lid, worden de begrippen ‘Boswet’, ‘Natuurbeschermingswet’ vervangen door: ‘Wet natuurbescherming’

 

  • Q.

    In artikel 4:11, vierde lid, wordt ‘eerste lid’ vervangen door ‘derde lid’

 

  • R.

    In artikel 5:8, vierde lid, wordt ‘Het verbod in het tweede lid is’ vervangen door: ‘De verboden in het eerste en tweede lid zijn’.

 

  • S.

    In artikel 5:13 wordt het derde lid vervangen door:

  • ‘Het verbod geldt niet voor een inzameling die wordt gehouden:

    • a.

      in besloten kring[;

    • b.

      door een instelling met een CBF-keurmerk; of

    • c.

      door een andere, door het college aangewezen instelling.

 

  • T.

    In artikel 6:1 wordt een derde lid toegevoegd dat komt te luiden: ‘In geval van overtredingen van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.’

 

 

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.

 

 

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad d.d. 19 april 2018

Kenmerk: 721817/724059

de griffier, de voorzitter,

drs. C. Miedema drs. A.B.A.M. Ederveen.