Nota coffeeshopbeleid gemeente Harlingen 2019

De burgemeester van de gemeente Harlingen

gelet op artikel 174 Gemeentewet en artikel 13b Opiumwet;

BESLUIT:

Kennis te nemen van het door de burgemeester vastgestelde coffeeshopbeleid

 

Harlingen, 1 juli 2019

 

 

 

Inhoudsopgave

Inleiding …………………………………. blz. 3

Hoofdstuk 1 – wijzigingen in het beleid

Maximum beleid ………………………………. blz. 4

Exploitatievergunning ……………………… blz. 4

Gedoogbeschikking ……………………………. blz. 5

Hoofdstuk 2 – huidige situatie

Huidige situatie …………..………… blz. 6

Hoofdstuk 3 – Gemeentelijk beleid 2019

Doelstellingen …………………………. blz. 7

Criteria …………………………. blz. 7

Criteria gedragingen ……………………. blz. 7

Hoofdstuk 4 – procedures

Bibob …………………………………. blz. 8

Aanvraag exploitatievergunning………. blz. 8

Aanvraag nieuwe coffeeshop………. blz. 8

Hoofdstuk 5 - uitvoering

Gereguleerde wietteelt ……….………………….. blz. 9

Uitvoering ………………………………. blz. 9

Begrippenlijst…………………………. blz. 10

Hoofdstuk 6 - handhavingsplan

Handhavingsplan…………………………… blz. 12

Inleiding

De Rijksoverheid wil met het landelijke coffeeshopbeleid een einde maken aan het ‘open-deur-beleid’ van de coffeeshops. Dit om overlast en criminaliteit die verband houden met coffeeshops en de handel in verdovende middelen tegen te gaan. Coffeeshops moeten kleiner en meer beheersbaar worden gemaakt.

Het landelijke kader van het gedoogbeleid bestaat uit de Opiumwet en de Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie (OM).

In de landelijke richtlijnen wordt aangegeven dat het coffeeshopbeleid gebaseerd moet worden op artikel 13b van de Opiumwet. Maar op onderdelen kan het nader worden bepaald door het lokale driehoeksoverleg (burgemeester, politie, OM). Elk van de partijen zorgt voor een deel van de handhaving.

Aan de hand van bestuursrechtelijke instrumenten zoals het bestemmingsplan, een exploitatievergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en een gedoogbeschikking, is het voor gemeenten mogelijk een lokaal coffeeshopbeleid te voeren. Het lokale coffeeshopbeleid dient in overeenstemming te zijn met het landelijk kader, dat mede gevormd wordt door de gedoogcriteria.

In hoofdstuk 1 gaat in op de wijzigingen ten opzichte van het coffeeshopbeleid van 2014. Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en in hoofdstuk 3 wordt het nieuwe beleid 2019 uitgelegd. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op procedures zoals het aanvragen van de exploitatievergunning. Het vijfde hoofdstuk betreft de uitvoering van het beleid en het bevat o.a. een begrippenlijst. Het handhavingsplan is beschreven in hoofdstuk 6.

Hoofdstuk 1: Wijzigingen in het beleid

Maximumbeleid

Het vigerend beleid in Harlingen is vastgelegd in de nota coffeeshop beleid Harlingen van 2014. In het coffeeshopbeleid van 2014 hanteert de gemeente Harlingen een maximumbeleid van één coffeeshop. Dit komt overeen met de landelijke norm van één coffeeshop per 20.000 tot 25.000 inwoners. Er is een sterfhuisconstructie opgenomen omdat er twee coffeeshops in Harlingen gevestigd zijn.

Echter, de aard en het karakter van een gemeente zijn van groter belang dan het absolute inwoneraantal. Deze sterfhuisconstructie wordt in de notitie die nu voor u ligt niet langer gehanteerd. In Friesland zijn er ook coffeeshops in Leeuwarden (12) Sneek (2), Heerenveen (3), Wolvega (1) en Drachten (2) (bron: coffeeshops in Nederland 2016 i.o.v. WODC).

Het ‘verzorgingsgebied’ van de coffeeshops in Harlingen is dan ook het gebied rondom Harlingen, waar geen coffeeshops zijn. Een tweetal coffeeshops past dan wel.

In de afgelopen jaren zijn er nooit overlastklachten met betrekking tot de coffeeshops gemeld. Ook blijft de kleinschaligheid van de coffeeshop, zoals de minister van Veiligheid en Justitie in 2011 in de ‘drugs’brief beschreef (“om de aan coffeeshops gerelateerde overlast en criminaliteit en de handel in verdovende middelen tegen te gaan moeten coffeeshops kleiner en beheersbaar worden gemaakt.”) bij een tweetal gewaarborgd.

Beide Harlinger coffeeshops lijken bestaansrecht te hebben. Is er maar een coffeeshop dan betekent dat ook dat daar meer bezoekers komen hetgeen wellicht wel overlast op locatie met zich mee kan brengen.

Gelet op het bovenstaande zijn er goede argumenten de bestaande twee gedoogde coffeeshops te handhaven.

Exploitatievergunning

Naast de AHOJGI-criteria kunnen gemeenten in overleg met OM en politie aanvullende voorschriften formuleren waaraan gedoogde coffeeshops moeten voldoen.

Deze voorschriften vormen een onderdeel van het lokale coffeeshopbeleid en worden opgenomen in de exploitatievergunning en de gedoogbeschikking. Aan de exploitatievergunning worden voorschriften verbonden die verband houden met de bescherming van het woon- en leefklimaat en de openbare orde.

Een coffeeshop is een alcoholvrije horecagelegenheid waar handel in en gebruik van cannabisproducten plaatsvindt. In andere gemeenten met coffeeshops dienen deze te beschikken over een exploitatievergunning (horeca) op grond van de APV.

In Harlingen is besloten ook de exploitatievergunning in te voeren voor ‘ droge horeca’. Coffeeshops vallen onder deze groep. Alle bestaande droge horeca (gevestigd voor juni 2019) hoeft geen exploitatievergunning aan te vragen. Indien er wijzigingen zijn met betrekking tot de inrichting, bij overname, bij wijziging in de ondernemingsvorm en bij nieuwe ondernemingen, dient de exploitant de exploitatievergunning aan te vragen.

Voor een coffeeshop moet in die gevallen naast een exploitatievergunning ook een nieuwe gedoogbeschikking worden aangevraagd.

Bij wijziging in leidinggevenden wordt de gedoogbeschikking ook gewijzigd.

De exploitatievergunning wordt voor onbepaalde tijd verleend en is niet overdraagbaar.

Bij de aanvraag van een exploitatievergunning wordt op basis van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (BIBOB) getoetst.

Gedoogbeschikking

Door middel van een gedoogbeschikking wordt gereguleerd dat cannabisproducten, vermeld in lijst II onderdeel B, behorende bij artikel 3 van de Opiumwet (zgn. softdrugs), in de inrichting verkocht mogen worden.

Aan de gedoogbeschikking worden de gedoogcriteria verbonden. De gedoogbeschikking wordt voor bepaalde tijd (een jaar) verleend en geldt in de nieuwe situatie in combinatie met de exploitatievergunning.

De coffeeshops moeten voldoen aan de strikte gedoogvoorwaarden gesteld in de gedoogbeschikking en in deze notitie. Het gaat dan over de beleidsregels als bedoeld in artikel 4.81 Algemene wet bestuursrecht.

Bij overtredingen van de gedoogvoorwaarden wordt opgetreden op grond van artikel 13b Opiumwet.

Hoofdstuk 2: Huidige situatie

 

Er zijn twee coffeeshops in Harlingen. Beide waren al in Harlingen gevestigd toen het beleid ingesteld werd. Gelet op het gelijkheidsbeginsel en het feit dat beide coffeeshops nooit aanleiding hebben gegeven tot problemen wordt ook de tweede coffeeshop gedoogd. Een aan het Franekereind en een aan de Noorderhaven.

Beide hebben een gedoogbeschikking. In de beschikking zijn voorwaarden opgenomen over: periodiek overleg, voorlichting en zorg, huisregels en personeel, inrichting van het bedrijf, het assortiment, kansspelautomaten, controle boekhouding en bedrijfsvoering, het vermijden van criminele circuits en over de sluitingstijden.

Harlingen volgt het landelijk gedoogbeleid. In 1991 werden landelijk de zogenaamde AHOJ-G criteria formeel van kracht (later uitgebreid tot de AHOJ-GI-criteria. Bij het gedogen gaat het erom dat het openbaar ministerie afziet van vervolging. Verkoop van softdrugs werd onder voorwaarden gedoogd in coffeeshops. Dit gedoogbeleid bracht het dilemma dat de verkoop van softdrugs vanuit coffeeshops werd (en wordt) gedoogd maar de inkoop en productie van de softdrugs door de exploitanten niet. Dit wordt de achterdeurproblematiek genoemd. Aanvullend gelden de voorwaarden genoemd in de afgegeven gedoogbeschikking.

In 1999 is de Opiumwet uitgebreid met artikel 13b. Daarmee kreeg de burgemeester de bevoegdheid bestuursrechtelijk op te treden tegen een coffeeshop die de voorwaarden overtreedt. Dit instrument is niet alleen van toepassing op coffeeshops, maar geldt voor handel in drugs in woningen of lokalen dan wel in het of op het bij woningen of zodanige lokalen behorende erf.

Het Afstands-criterium houdt in dat de minimale afstand tussen een coffeeshop en een school voor voortgezet onderwijs (praktijkonderwijs, vmbo, havo en vwo) of middelbaar beroepsonderwijs voor scholieren jonger dan 18 jaar minstens 350 meter moest bedragen. Dit criteria wordt echter niet opgenomen in de landelijke criteria. In november 2012 laat de minister in een brief aan de kamer weten dat het verkleinen van de zichtbaarheid van de coffeeshops voor scholieren lokaal maatwerk is. Het staat gemeenten derhalve vrij om op basis van de lokale situatie een afstandscriterium (als vestigingscriterium) te hanteren.

Hoofdstuk 3: gemeentelijk beleid 2019

Doelstellingen

  • 1.

    Beschermen van de volksgezondheid

  • 2.

    Beheersen van overlast en onveiligheid

  • 3.

    Bestrijden van de (georganiseerde) criminaliteit

Uitgangspunt voor het gedoogbeleid van de gemeente Harlingen is het landelijke coffeeshopbeleid. De AHOJ-G criteria zijn onverkort van toepassing.

  • 1.

    Het maximumbeleid betreft 2 coffeeshops.

  • 2.

    Het sterfhuisbeleid vervalt.

  • 3.

    De gedoogbeschikking wordt geüpdatet.

  • 4.

    De exploitatievergunning wordt ingevoerd.

  • 5.

    De gedoogbeschikking wordt afgegeven voor een jaar, de exploitatievergunning is voor onbepaalde tijd.

  • 6.

    Er wordt op het I-criterium niet bestuurlijk gehandhaafd. Harlingen heeft geen grote toestroom van toeristen die alleen voor een bezoek aan de coffeeshop komen. Bovendien is er ook geen overlast bekend rond het toelaten van niet-ingezetenen. Dit vraagt om lokaal maatwerk. Deze ruimte wordt ook geboden in de brief van de Minister van V&J van 19 november 2012.

  • 7.

    De wet Bibob 2013 zoals vastgelegd in de beleidsregels wet Bibob Harlingen, wordt gehanteerd bij het aanvragen van c.q. wijzigingen in de exploitatievergunning.

  • 8.

    Harlingen hanteert een afstandscriterium van 350 meter. De locaties van de huidige coffeeshops vallen binnen dit criterium.

  • 9.

    Het handhavingsplan is onderdeel van het coffeeshopbeleid en is als bijlage bijgevoegd.

  • 10.

    Een terras is niet toegestaan.

  • 11

    Openingstijden: 10.00 – 22.00 uur. Coffeeshop de Hofnar heeft op basis van oude rechten een sluitingstijd van 23.00 uur. Deze oude rechten gaan niet over op een nieuwe eigenaar.

Criteria inzake activiteiten/gedragingen:

Spacecake en zogenaamde edibles vallen onder de cannabisproducten en worden meegerekend bij de handelsvoorraad. Er mogen geen edibles met meer dan 5 gram aan 1 persoon worden verkocht;

  • 1.

    Er mag slechts één transactie per persoon per dag plaatsvinden;

  • 2.

    Vanuit de inrichting mag buiten de inrichting geen verkoop of levering van (soft)drugs plaatsvinden;

  • 3.

    In de coffeeshop mag geen alcohol worden verstrekt;

  • 4.

    In de coffeeshop mogen geen kansspelautomaten worden geplaatst;

  • 5.

    De exploitant is verplicht om erkend voorlichtingsmateriaal omtrent het gebruik van cannabisproducten in de coffeeshop voor iedere klant zichtbaar ter beschikking te stellen en daarover informatie te verstrekken;

  • 6.

    De cannabisproducten mogen niet gratis verstrekt worden en moeten direct afgerekend worden. Een prijslijst moet duidelijk zichtbaar in de zaak aanwezig zijn;

  • 7.

    Tijdens openingstijden dienen de deuren van voornoemde horeca-inrichting gesloten te worden gehouden in verband met mogelijke hinderlijke geuren.

Hoofdstuk 4: procedures.

Wet Bibo b

In juni 2003 is de Wet BIBOB in werking getreden. In Harlingen moet de Bibob-toets van toepassing worden verklaard op exploitatievergunningen op grond van de APV. Langs deze weg kunnen coffeeshops ook getoetst worden. De beleidslijn Bibob maakt onderdeel uit van deze notitie.

Aanvragen exploitatievergunningBestaande droge horeca (gevestigd voor juni 2019) hoeft geen exploitatievergunning aan te vragen. Indien er wijzigingen zijn met betrekking tot de inrichting, bij overname, bij wijziging in de ondernemingsvorm en bij nieuwe ondernemingen, dient de exploitant de exploitatievergunning aan te vragen.

De exploitatievergunning wordt voor onbepaalde tijd verleend en is niet overdraagbaar.

De volgende criteria gelden voor het beoordelen van de aanvraag:

Minimale leeftijd leidinggevende(n) is achttien jaar;

De eisen aan de exploitant/beheerder worden gelijk gesteld aan de eisen op grond van artikel 8 van de Drank- en Horecawet. Daarnaast gelden de criteria, vermeld in het besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet;

De exploitant en/of de leidinggevende van de onderneming dient/dienen persoonlijk aanwezig te zijn in de inrichting gedurende de tijden dat deze is opengesteld voor bezoekers.

Een beschikking omtrent het gedrag (VOG) van exploitant en leidinggevenden.

Aanvraag vestiging nieuwe coffeeshopIndien er een mogelijkheid voor vestiging van een nieuwe coffeeshop zich voordoet, dan is er vanuit de gemeente Harlingen geregeld waaraan een aanvraag moet voldoen. Een aanvraag voor een coffeeshop wordt ingediend via vastgestelde formulieren, zoals de exploitatievergunning, gedoogverklaring en verklaring leidinggevende(n) inclusief de daarin genoemde bijlagen. De formulieren moeten volledig ingevuld zijn.

Vestiging van een nieuwe coffeeshop kan alleen als het gaat om een echte beëindiging van de activiteiten van een coffeeshop, bijvoorbeeld doordat de ondernemer stopt en zijn bedrijf niet verkoopt, of de gedoogverklaring geheel wordt ingetrokken. Bij tijdelijke intrekking van een gedoogverklaring in het kader van handhaving, ontstaat er geen ruimte voor een nieuwe coffeeshop.

Hoofdstuk 5: uitvoering

Gereguleerde wietteelt

Harlingen heeft het manifest “Joint Regulation” mee ondertekend. Daarmee geeft ze aan dat de gemeente pleit voor regulering van ‘de achterdeur’. Waarmee de opmerkelijke situatie wordt bedoeld dat coffeeshops kunnen worden toegelaten (en dat daar aan iedereen boven de 18 jaar een gebruikershoeveelheid cannabis mag worden verkocht), maar dat de exploitant diezelfde cannabis illegaal moet inkopen.

Het kabinet heeft in 2017 aangekondigd een experiment te willen starten met gelegaliseerde wietteelt.

In het bestuursakkoord 2018-2022 geeft de gemeenteraad van Harlingen aan:

De gemeente Harlingen is kandidaat om mee te doen aan een proef voor legale wietteelt.

Voor het zomerreces 2018 heeft de adviescommissie Knottnerus zijn advies aan het kabinet gestuurd inzake het ‘experiment gesloten cannabisketen.’ In dit advies werden de criteria voor deelnemende gemeenten verruimd. Naar aanleiding daarvan en om onze belangstelling kenbaar te maken is er begin juli 2018 een brief met die mededeling aan de minister van Veiligheid en Justitie verstuurd.

Het kabinet heeft naar aanleiding van het advies echter uitgesproken vast te houden aan een overzichtelijk experiment in zes tot tien gemeenten, zoals afgesproken in het regeerakkoord. Het lijkt daarmee dat de kans voor Harlingen om deel te nemen aan het experiment zeer gering is. In december 2018 is een consultatieronde gehouden voor de AMvB. De wijze waarop de handel gereguleerd gaat worden, de vele voorwaarden en de administratieve rompslomp die het experiment met zich meebrengt, maakt dat de gemeente Harlingen kritisch is op het voorstel en zich niet kandidaat zal stellen.

De uitkomsten van dit experiment zullen sowieso input zijn voor het landelijk regelen van de achterdeurproblematiek.

Uitvoering

Het geüpdatete beleid is op 3 juli 2019 in ‘de driehoek’ besproken.

Het beleid wordt door de burgemeester vastgesteld en in treedt in werking op 3 juli 2019.

De gemeenteraad wordt via een raadsinformatiebrief op de hoogte gesteld.

De coffeeshops krijgen zo spoedig mogelijk na inwerkingtreding een nieuwe gedoogbeschikking.

De handhaving wordt vervolgens opgepakt volgens het handhavingsplan.

Begrippenlijst:

Softdrugs en harddrugs

De Nederlandse wetgeving maakt onderscheid tussen softdrugs en harddrugs. Dit is vastgelegd in de Opiumwet. In deze wet zijn alle middelen opgenomen die de overheid als drugs beschouwt.

Bij de Opiumwet zijn als bijlage 2 lijsten opgenomen met een overzicht van de illegale middelen. Softdrugs staan op lijst II, harddrugs op lijst I.

SoftdrugsSoftdrugs zijn drugs waarvan de Nederlandse overheid vindt dat ze een toelaatbaar risico met zich meebrengen. Softdrugs/Cannabisproducten zijn geen onschuldige middelen, maar de risico's zijn minder groot dan bij harddrugs. Voorbeelden van Cannabisproducten zijn:

  • 1.

    Hasj (hars van een hennepplant)

  • 2.

    Marihuana (verkruimelde bladen van de hennepplant)

  • 3.

    De producten worden ook wel aangeduid als (neder-)weed, wiet, stickie, joint, e.d.

  • 4.

    Spacecake valt ook onder de definitie omdat daarin cannabis is verwerkt.

HarddrugsHarddrugs zijn middelen waarvan de overheid vindt dat ze een onaanvaardbaar risico met zich meebrengen. Vooral op het gebied van de gezondheid, het verslavende effect en de openbare orde. Voorbeelden van harddrugs zijn heroïne, cocaïne, amfetamine, LSD en XTC.

Gedoogbeleid softdrugs en coffeeshops

Coffeeshops mogen onder strenge voorwaarden cannabis verkopen. Dat is deel van het gedoogbeleid.

In Nederland geldt een gedoogbeleid voor softdrugs. Dit houdt in dat de verkoop van softdrugs in coffeeshops wel strafbaar is , maar dat het Openbaar Ministerie de coffeeshops niet vervolgt.

Ook vervolgt het Openbaar Ministerie burgers niet als zij kleine hoeveelheden softdrugs bezitten. Het gaat hier om:

  • 1.

    maximaal 5 gram cannabis (wiet, marihuana, hasj);

  • 2.

    maximaal 5 hennepplanten.

Verkoop van cannabis (hasj en wiet) in coffeeshops wordt gedoogd. De voorwaarde is dat de coffeeshops zich aan regels (de gedoogcriteria) houden. In 1991 werden landelijk de zogenaamde AHOJ-G criteria formeel van kracht (later uitgebreid tot de AHOJ-GI criteria)*

Ingezetenencriterium

Om overlast en criminaliteit tegen te gaan, geldt er vanaf 1 januari 2013 een nieuwe gedoogregel:

  • 1.

    Alleen ‘ingezetenen van Nederland’ mogen in een coffeeshop komen en er cannabis kopen. Een ingezetene is iemand die in een Nederlandse gemeente woont en er staat ingeschreven.

De minister van Veiligheid en Justitie heeft in zijn brief van 19 november 2012 aan de Tweede Kamer aangegeven dat er ruimte is voor lokaal maatwerk.

Harlingen heeft geen grote toestroom van toeristen die alleen voor een bezoek aan de coffeeshop komen. Bovendien is er ook geen overlast bekend rond het toelaten van niet-ingezetenen. In Harlingen wordt het I-criterium dan ook niet bestuurlijk gehandhaafd.

Telen van wietplanten voor eigen gebruik

Telen van wietplanten en hennepplanten is verboden. Bij maximaal 5 planten voor eigen gebruik neemt de politie meestal alleen de planten in beslag. Bij meer dan 5 planten kan de politie de teler vervolgen.

De politie werkt bij het aanpakken van hennepteelt samen met onder andere woningbouwcoöperaties, de Belastingdienst en energiemaatschappijen. Henneptelers kunnen hun huurhuis kwijtraken. Als er illegaal elektriciteit is afgetapt, volgt een naheffing van de elektriciteitsmaatschappij. Regionaal zijn afspraken vastgelegd in het Hennepconvenant voor Noord-Nederland.

De AHOJ-G-criteria

Het is verboden:

  • 1.

    te Afficheren (reclame te maken voor hasj en wiet)

  • 2.

    Harddrugs te verhandelen

  • 3.

    Overlast te veroorzaken

  • 4.

    Jeugdigen onder de 18 jaar in de coffeeshop toe te laten of aan hen te verkopen

  • 5.

    Grote hoeveelheden te verhandelen (niet meer dan 5 gram per keer verkopen) of op voorraad te hebben (niet meer dan 500 gram)

Droge horecaMet droge horeca wordt bedoeld: horecabedrijven waar geen alcoholhoudende drank wordt geschonken. Ook horecabedrijven die geen drank- en horecavergunning hebben maar wel zwak-alcoholhoudende dranken verkopen voor gebruik elders dan ter

plaatse zijn ‘droge’ horeca. Het betreft o.a. cafetaria's en andere gelegenheden waar spijzen of uitsluitend alcoholvrije dranken worden verstrekt voor gebruik ter plaatse.

Wet BIBOBDe Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (BIBOB) maakt het bestuursorganen onder andere mogelijk vergunningen te weigeren of in te trekken als er sprake is van een ernstig gevaar dat de vergunning wordt gebruikt voor het plegen van strafbare feiten of het witwassen van geld.

Hoofdstuk 6: handhavingsplan

Voor goede handhaving van het lokale drugsbeleid is samenwerking tussen gemeentebestuur, Openbaar Ministerie (OM) en politie noodzakelijk. Deze partijen komen samen in de lokale driehoek. In Harlingen worden de controles in gezamenlijkheid met de belastingdienst uitgevoerd. Coffeeshopexploitanten zijn belastingplichtig. Zij hebben een boekhoudplicht met als doel de handelsvoorraad en de maximale transactie per klant per dag te controleren.

Een handhavingsplan maakt het lokale beleid succesvol en doeltreffend. Er wordt concreet aangegeven door wie, op welke manier en met welk juridisch instrument wordt opgetreden bij welke overtreding van de beleidsregels.

Het handhavingsplan geldt voor zowel de landelijk geldende AHOJ-G-criteria en de door de gemeente gestelde aanvullende voorwaarden, als voor optreden tegen ongewenste situaties als verkoop van ‘middelen lijst II’ van de Opiumwet vanuit illegale verkooppunten zoals winkels, horeca of woningen. Daarnaast heeft het arrangement betrekking op zowel publiek toegankelijke lokalen als woningen.

Taakverdeling bij handhaving

Taken van de politie :

  • 1.

    Opsporing

  • 2.

    Controle

  • 3.

    Constatering van overtreding

  • 4.

    Opmaken proces-verbaal

  • 5.

    Verrichten van aanhoudingen of inbeslagnames

  • 6.

    Informeren van de burgemeester (schriftelijk)

Taken van het OM:

  • 1.

    Vervolging in geval van proces-verbaal

  • 2.

    Toepassen dwangmiddelen (doorzoekingen of voorlopige hechtenis, indien daartoe wettelijke bevoegdheden zijn)

  • 3.

    Leiden van opsporingsonderzoeken

Taken van de gemeente:

  • 1.

    1 x per jaar regulier overleg met coffeeshophouders

  • 2.

    Al dan niet verlenen gedoogbeschikking en convenant met AHOJ-G-criteria

  • 3.

    Controle

  • 4.

    Toepassen bestuursdwang

  • 5.

    Toepassen dwangsom

Taken van de belastingdienst:

  • 1.

    Controleren van de boekhouding

Handhavingsplan:

Minimaal twee keer per jaar vindt in elke coffeeshop een onaangekondigde controle plaats. Het handhavingsplan wordt door de lokale driehoek vastgesteld en is dan onderdeel van het coffeeshopbeleid.

De sancties zijn een richtlijn. De burgemeester kan hier in voorkomende zaken gemotiveerd van afwijken. Bijvoorbeeld als de overtreding veel ernstiger is dan in het algemeen verwacht mag worden of als er verzachtende omstandigheden aanwezig zijn.

Sancties bij overtredingen van de AHOG-J-criteria:

  • 1.

    Affichering: eerst een waarschuwing, bij een tweede overtreding een sluiting van 3 maanden, derde overtreding: sluiting voor de duur van 12 maanden.

  • 2.

    Bij het aantreffen van ‘middelen lijst I’ van de Opiumwet (harddrugs) volgt onmiddellijke sluiting en intrekken van de gedoogbeschikking.

Het aantreffen van ‘middelen lijst I’ van de Opiumwet in een horecagelegenheid is op zichzelf al een voldoende negatief effect op de openbare orde om sluiting te rechtvaardigen.

  • 1.

    Bij Overlast: eerst een vooraankondiging dwangsom. Tweede tot vijfde keer: dwangsom (in 4 keer verbeuren), zesde keer: overtreding sluiting voor drie maanden.

  • 2.

    Jeugdigen: bij verkoop van drugs aan minderjarigen: bij de eerste overtreding sluiting van 3 maanden, bij de volgende overtreding sluiting voor een jaar. Derde overtreding: intrekken gedoogbeschikking.

  • 3.

    Jeugdigen: toegang tot coffeeshop door personen onder de 18 jaar: eerst een waarschuwing, bij de volgende overtreding sluiting voor een half jaar. Derde overtreding: intrekken gedoogbeschikking.

  • 4.

    Grote hoeveelheden: bij verkoop van meer dan 5 gram per persoon per dag per coffeeshop: eerste keer: sluiting voor drie maanden, tweede overtreding sluiting voor 12 maanden, bij derde overtreding volgt intrekken gedoogbeschikking.

  • 5.

    Handelsvoorraad: meer dan 500 gram tot 2 kg aan de ‘middelen lijst II’ van de Opiumwet aanwezig: eerste keer een sluiting voor drie maanden, bij tweede overtreding sluiting voor de duur van 12 maanden. Derde overtreding sluiting en intrekken gedoogbeschikking. Is de aangetroffen handelsvoorraad 2 kg of meer: onmiddellijke sluiting en intrekken gedoogbeschikking.

Sancties bij overtredingen van de overige voorschriften in het convenant:

  • 1.

    Alcohol: eerst een waarschuwing, bij tweede overtreding sluiting voor een drie maanden, derde overtreding: sluiting voor een jaar.

  • 2.

    Overtreden sluitingstijd: volgens het Horecasanctiebeleid (flankerend beleid).

  • 3.

    Overtreden overige voorschrift(en) in het convenant (zoals niet meewerken bij controle door politie van leeftijds- of handelsvoorraadcriterium, of steeds wisselende mensen achter de bar): eerst een vooraankondiging dwangsom. Bij tweede tot vijfde overtreding dwangsom (in 4 keer verbeuren). Bij zesde keer: sluiting voor 3 maanden.

  • 4.

    Bij het aantreffen van kansspelautomaten: eerst een vooraankondiging dwangsom. Bij tweede tot vijfde overtreding dwangsom (in 4 keer verbeuren). Bij zesde keer: sluiting voor 3 maanden.

  • 5.

    Het niet zichtbaar hebben van voorlichtingsmateriaal over het gebruik van softdrugs: eerst een vooraankondiging dwangsom. Bij tweede tot vijfde overtreding dwangsom (in 4 keer verbeuren). Bij zesde keer: sluiting voor 3 maanden.

  • 6.

    Het niet zichtbaar hebben van de prijslijst: eerst een vooraankondiging dwangsom. Bij tweede tot vijfde overtreding dwangsom (in 4 keer verbeuren). Bij zesde keer: sluiting voor 3 maanden.

  • 7.

    Het niet aanwezig zijn van een leidinggevende: eerste keer: sluiting voor de duur van 3 maanden. Tweede keer: sluiting voor 12 maanden. Derde keer: intrekken gedoogbeschikking.

De termijn waarbinnen een volgende overtreding wordt geconstateerd die meetelt in het sanctiebeleid, is gesteld op één jaar. Met andere woorden, heeft een exploitant een jaar lang geen overtredingen begaan, dan begint hij met een schone lei. Indien binnen een half jaar na een sluiting wederom overtreding van de voorschriften wordt geconstateerd, wordt onmiddellijk overgegaan tot een sluiting van minimaal een half jaar, afhankelijk van het type overtreding.

Indien een gedoogde inrichting binnen een half jaar na een tweede sluiting de voorschriften overtreedt, vindt definitieve sluiting plaats en intrekking van de gedoogbeschikking.

Harlingen 16-09-2019

Naar boven